Amendement D66 inzake APV
Tekst van het document
AMENDEMENT De raad van de gemeente Beekdaelen in vergadering bijeen op 15 november 2021, Overwegende dat -
Het college in de ontwerp verordening APV voorstelt een artikel 2:74a toe te voegen waarin wordt geregeld dat het verboden is om in de openbare ruimte en in openbare gebouwen middelen te gebruiken of voorhanden te hebben als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 van de opiumwet of daarop gelijkende waar
-
Artikel 2 van de opiumwet ziet op harddrugs
-
Artikel 3 van de opiumwet ziet op softdrugs, o.a. cannabis maar ook oxazepam, temazepam, diazepam
-
In het voorgestelde artikel, conform modelverordening van de VNG, sprake is van een generiek verbod zonder dat daar een openbare orde motief aan ten grondslag hoeft te liggen
-
De groningse hoogleraar Recht en samenleving in Trouw van 10 april jl de vraag stelt of voorgaande modelverordening van de VNG in strijd met de wet is aangezien er geen opvolging wordt gegeven aan de rechtspraak die de lokale verboden toeliet in die gevallen wanneer het motief handhaving van de openbare orde is
-
Talloze burgemeesters in het land die er over hebben nagedacht, w.o. Paul Depla in Breda, stellen dat zij andere middelen in handen hebben om de openbare orde te handhaven, andere dan dit hard- en softdrugsverbod en dus het artikel uit de modelverordening niet doelbewust danwel achteloos hebben overgenomen
-
Er in de beantwoording zijdens het college bij dit raadsvoorstel nog van uitgegaan is dat het artikel 2:48a (lachgasverbod) niet verbindend was door het technisch ontbreken van een feitcode
-
Er inmiddels echter wel een feitcode is vastgesteld op basis waarvan het gebruik van lachgas kan worden verboden op grond van artikel 2:48a en dus de -tot voor kort noodzakelijke- toevoeging ‘daarop gelijkende waar’ kan vervallen voor zover het het gebruik en bezit van lachgas beoogt te verbieden
-
Het college op vragen van D66 onduidelijk is geweest tot hoever ‘daarop gelijkende waar’ kan reiken: gaat dit ook gelden voor het roken van tabak of het drinken van alcohol (beide produkten worden door deskundigen verslavender geacht dan softdrugs).
Is van mening dat -
Een verbod als bedoelt in het ontwerpartikel 2:74a ongewenst is voor wat betreft het gebruik van softdrugs
-
Is tevens van mening dat de toevoeging ‘daarop gelijkende waar’ ongewenst is nu dit niet meer benodigd is voor het toepassen en handhaven van het lachgasverbod en het overigens veel te verstrekkende gevolgen kan hebben
Wijzigt het artikel 2:74a als volgt:
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in artikel 2 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
En gaat over tot de orde van de dag.
Rodney Swelsen D66