Voorstel Raad
Tekst van het document
*23vra00179* 23vra00179
Voorstel Gemeenteraad Datum B&W vergadering: Datum Raadsvergadering: Afdeling: Raadscie: Portefeuillehouder: Steller:
07-11-2023 07-12-2023 SAM CIEI Marcel Meurkens Frank Joosten
Onderwerp Wijziging van de gemeenschappelijke regeling (GR) Vidar Wsw. Korte inhoud Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) gewijzigd. Het voornaamste doel van de wijziging is het verbeteren van de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regelingen. Dit geschiedt via een versterking van de kaderstellende en controlerende rollen van de raden. De GR Vidar Wsw heeft zich in deze laten adviseren door Boels Zanders Advocaten (hierna: BZA). Gezien de omvang van deze regeling echter niet in het uitgebreide gezamenlijke traject, wel is gebruik gemaakt van de uniforme wijzigingsvoorstellen met toelichting, uniforme besluitvormingsdocumenten voor colleges en gemeenteraden én aanbiedingsmemo door de gemeenschappelijke regelingen aan de colleges. Doordat niet geheel het gezamenlijke traject is gevolgd, is ook het tijdpad anders. In dit voorstel worden de uniforme wijzigingen toegelicht. De uniforme wijzigingen zijn voor het grootste deel overgenomen. Waar voor een andere formulering is gekozen, is dit in een finale check door Boels Zanders beoordeeld.
In de bijgevoegde was-wordt lijst is concreet opgenomen welke artikelen zijn gewijzigd inclusief bij elk gewijzigd artikel een inhoudelijke toelichting Aanleiding Op 23 oktober 2023 heeft het Algemeen Bestuur van de GR Vidar Wsw het bijgevoegde concept wijzigingsbesluit GR Vidar Wsw (bijlage3) vastgesteld en doorgeleid naar de colleges van de drie deelnemende gemeenten. Sommige wijzigingen zijn direct per 1 juli 2022 in werking getreden. Bijvoorbeeld de gewijzigde termijnen rondom de P&C stukken van de gemeenschappelijke regelingen. Andere wijzigingen dienen voor 1 juli 2024 geïmplementeerd te zijn in iedere gemeenschappelijke regeling. Het gaat dan om nieuwe instrumenten waarmee de raden in een betere informatiepositie worden gebracht. Overwegingen (Leeswijzer: de cursieve teksten betreffen het voorstel van BZA; de rechte teksten betreffen het besluit). Nieuwe instrumenten Deze nieuwe instrumenten hebben betrekking op: - Een facultatieve zienswijzeprocedure voor besluiten: met de wetswijziging is verplicht om in de regeling af te wegen of en zo ja, op welke andere besluiten (van het openbaar lichaam), de raden in de gelegenheid worden gesteld een ziens-wijze naar voren te brengen. De tekstvoorstellen hierover luiden:
“De gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de deelnemers gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde ophef-fing hun zienswijze bij het college naar voren te brengen”. “Het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten gedu-rende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen”. Het tweede tekstvoorstel is in de gemeenschappelijke regeling Vidar Wsw, artikel 10, overgeno-men. - De participatie van ingezetenen en belanghebbenden: met de wetswijziging is verplicht om in de regeling afspraken te maken over de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evalu-atie van beleid. De tekstvoorstellen hierover luiden: “Artikel (…) Zienswijze raden 1. Het algemeen bestuur beslist bij een voorstel dat voor de gemeenten ingrijpende gevolgen kan hebben niet alvorens de raden door het dagelijks bestuur om zienswijzen zijn gevraagd. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen.
Het da-gelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het da-gelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het eerste of tweede lid wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt”. “Artikel (…) Burgerparticipatie 1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid”. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uit-voering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt door-lopen. 3.
Het algemeen bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede lid en de wijze waarop deze in-spraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven”. Er is gekozen voor het volgende tekstvoorstel (artikel 30): Ingezetenen van gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en raden van de gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Er is gekozen voor dit tekstvoorstel omdat inspraak via de deelnemende gemeenten voorop staat vanwege de doelstelling en het beleidsarme karakter van de GR Vidar Wsw. - Een actieve informatieplicht: met de wetswijziging is verplicht om in de regeling afspraken te maken over de actief met de raden te delen informatie.
-3-
Het tekstvoorstel hierover luidt: “Het bestuur (dan wel: het dagelijks bestuur / het algemeen bestuur / de voorzitter) geeft de ra-den van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoe-fening van hun taken”. Er is gekozen voor de navolgende tekst waarbij vanwege de uittreding van de raden, ‘’het col-lege’’ in de leden 1 en 2 van artikel 11 is toegevoegd: 1. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college en de raad van zijn gemeente ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde be-leid. 2. Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college en de raad van zijn gemeente alle inlichtingen die door het college en de raad, of één of meer leden daarvan, worden verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze. 3. Het algemeen bestuur geeft de raden van de gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
- Een evaluatiebepaling: met de wetswijziging is verplicht om in de regeling afspraken te maken over de evaluatie. Het tekstvoorstel (artikel 36) hierover luidt: “De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe be-sluit. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen”. - Een aanscherping van de uittredingsregeling: met de wetswijziging is verduidelijkt dat de regeling bepalingen dient in te houden omtrent de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemen-de gemeenten. Het tekstvoorstel (artikel 33) hierover luidt: “Artikel (…) Uittreding 1. Een college van burgemeester en wethouders van een van de deelnemende gemeenten kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet. 2. Een college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van 2 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. 3.
Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien wor-den vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. 4. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittre-dingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 5. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen”. “Artikel (…) Procedure en inhoud van het uittredingsplan 1. Het in artikel (…), derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, persone-le en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke ad-viseur aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
3. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de directeur/voorzitter. Indien geen overeenstem-ming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onaf-hankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie be-staande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordi-ger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 4. De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit arti-kel en in artikel [voorgaande artikel] in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5-10% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 5. Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten.
Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens der-den die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer." Artikelen over de uittreding zijn in lijn met gebracht met het tekstvoorstel van Boels Zanders, echter de opzegtermijn is in lijn met de Centrumregeling Vidar 2020 gebracht. Voor meer informatie over deze instrumenten en met name over de uniforme wijzigingsvoorstellen wordt verwezen naar de bijlagen. WEP Overigens zijn in dit traject - naast de wijzigingen als gevolg van de Wgr - ook wijzigingen meegenomen die voortvloeien uit Wep (Wet elektronische publicaties). De Wep (in werking getreden op 1 juli 2021) verplicht gemeenschappelijke regelingen om alle officiële publicaties online te zetten. Tevens is - in samenspraak met archiefdeskundigen - tot een nieuwe archiefbepaling gekomen. Dit op verzoek van de Provincie Limburg die om aanscherping van deze bepaling had verzocht. Het tekstvoorstel aangaande de Wep (artikel 37) luidt: 1.
"Het college van de gemeente (…) maakt een volledig ondertekend exemplaar van deze rege-ling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend in het door (….) uitgegeven Gemeenteblad. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de wet." Archiefbepaling (Artikel 35) Het tekstvoorstel aangaande de archiefbepaling luidt: “1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het open-baar lichaam. 2. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het open-baar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van (…). 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar li-chaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archiva-ris van (…). 6.
De archivaris brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
-5-
7. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoe-fening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het ar-chiefbeheer van de bestuursorganen van het openbaar lichaam”. Deze archiefbepaling is niet overgenomen. De archiefinspecteur van Sittard-Geleen heeft een op maat gemaakte archiefbepaling opgesteld (artikel 35) voor deze GR gezien de beperkte omvang van de vergaderstukken: 1. Het algemeen bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden, zulks met inachtneming van de ter zake geldende wet- en regelgeving op het gebied van archivering. 2. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze beschei-den niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. De gemeentearchivaris van Sittard-Geleen is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archief-bewaarplaats. 4. Voor de bewaring overeenkomstig de ter zake geldende wet- en regelgeving op het gebied van archivering, van de over te brengen archiefbescheiden is aangewezen: de archiefbewaar-plaats van Sittard-Geleen. 5. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbe-scheiden een voorziening getroffen conform de dan ter zake geldende wet- en regelgeving op het gebied van archivering.
College regeling Bij het opstellen van de wijzigingsvoorstellen is geconstateerd dat de GR Vidar Wsw op dit moment een zogenaamde gemengde regeling is. Dat betekent dat zowel de gemeenteraden als de colleges van burgemeester en wethouders aan de GR Vidar Wsw deelnemen. Na een kritische beschouwing over de doelstelling van de GR, is Boels Zanders advocaten gevraagd om een advies uit te brengen over deze kwestie. Kort samengevat is Boels Zanders van mening dat de GR Vidar Wsw in feite een collegeregeling dient te zijn en geen gemengde regeling (zie argumenten en bijlage 7). Beoogd effect Het voor 1 juli 2024 implementeren van de wijzigingen / nieuwe instrumenten in de gemeenschappelijke regelingen. De wijzigingen / nieuwe instrumenten zijn in een traject - begeleid door BZA en Cooperación - tot stand gekomen. Argumenten 1.1 Artikel 1, tweede lid van de Wgr bepaalt dat de colleges van burgemeester en wethouders het ontwerp van de regeling toezenden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Dit gebeurt niet alleen als een nieuwe gemeenschappelijke regeling wordt getroffen, maar ook als een bestaande gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd, hetgeen nu het geval is. 1.2 Deelname van de raden is voor de uitvoering van de Wsw niet nodig omdat er geen raadsbevoegdheden worden overgedragen naar de GR Vidar Wsw maar enkel collegebevoegdheden.
Zoals ook volgt uit artikel 4 van de GR Vidar Wsw zijn alleen de bevoegdheden in het kader van arti-kel 2 lid 1 van de Wet sociale werkvoorziening aan de GR Vidar Wsw overgedragen. Artikel 4 bepaalt het volgende: “Het college kan aan een ingezetene die geïndiceerd is een dienstbetrekking aanbieden voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden.” Andere bevoegdheden zijn niet aan de GR Vidar Wsw overgedragen. Zo ligt de bevoegdheid van de gemeenteraad om verordeningen in het kader van de Wsw vast te stellen, nog bij de raad zelf. Deze bevoegdheid is namelijk opgenomen in artikel 2 lid 3 van de Wsw en die bevoegdheid is niet overgedragen aan de GR Vidar Wsw. Nu enkel collegebevoegdheden aan de GR Vidar Wsw zijn overgedragen, kunnen ook alleen de colleges deelnemen aan de GR Vidar Wsw. 1.3 Vorm volgt inhoud. Uit artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen volgt expliciet dat een raad of college alleen maar aan een gemeenschappelijke regeling kan deelnemen "voor zover zij voor de eigen gemeente
bevoegd zijn". Daarmee kunnen de raden dus geen collegebevoegdheden beleggen bij de GR Vidar Wsw en kunnen alleen de colleges deelnemen aan de GR Vidar Wsw. 1.4 Dubbele petten voorkomen. Tot slot worden met de uittreding van de raden dubbele petten voorkomen. Sinds de dualisering van het gemeentebestuur in 2002 hebben raden namelijk tot taak om kaders te stellen en om het algemeen en dagelijks bestuur van een gemeenschappelijke regeling te controleren. 1.5 Artikel 1, derde lid van de Wgr bepaalt dat de raden van de deelnemende gemeenten bij de colleges van burgemeester en wethouders binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp hun zienswijze daar-over naar voren kunnen brengen. Met de mogelijkheid om zienswijzen uit te brengen krijgt de raad een meer sturende positie bij het treffen (of in dit geval: wijzigen) van een regeling. De GR Vidar Wsw is op dit moment een zogenaamde gemengde regeling waarbij zowel colleges als de raden deelnemen in de regeling. Dit betekent dat de raad geen zienswijze hoeft te worden ge-vraagd bij het wijzigen van de regeling maar enkel hoeft in te stemmen met de wijziging van de rege-ling. De verplichting van voorafgaande zienswijzen geldt namelijk enkel en alleen voor college- en burgemeestersregelingen.
Nu de voorgenomen uittreding van de gemeenteraden wel raakt aan de raadsbevoegdheden, wordt voorgesteld de zienswijzeprocedure onverplicht te doorlopen. Aangezien het college bevoegd is de beslissingen van de raad voor te bereiden (artikel 160 lid 1 on-der b Gemeentewet) heeft het college een concept zienswijze geformuleerd. Indien de raden een andere (of geen) zienswijze naar voren wensen te brengen, stellen zij de colleges daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte. 1.6 De bijlagen zijn opgesteld door BZA en Cooperación in goed overleg met alle betrokkenen. Zoals al eerder aangegeven heeft de gemeenschappelijke regeling GR Vidar Wsw zich laten adviseren door BZA en Cooperación. Zij hebben daartoe sessies georganiseerd met de gemeenschappelijke regelingen (27 september 2022; 17 januari en 18 april 2023); met de raadsgriffiers (3 november 2022 en 6 maart 2023); met de gemeentesecretarissen (1 juni 2023) én met de juristen (28 februari en 25 mei 2023). Ook hebben informatiebijeenkomsten plaatsgevonden voor de college- en raadsleden (30 januari en 1 februari 2023). Deze sessies en informatiebijeenkomsten hebben geleid tot voorstellen voor uniforme wijzigings-voorstellen met toelichting; tot voorstellen voor uniforme besluitvorming door colleges en gemeente-raden én tot een uniform aanbiedingsmemo door de gemeenschappelijke regelingen aan de colleges.
Op maandag 18 en woensdag 20 september 2023 konden college- en raadsleden vragen stellen aan BZA en Cooperación tijdens een digitale informatiesessie. Financiële overwegingen Voorstel zonder financiële consequenties binnen de begroting. Het betreft de implementatie van een wetswijziging in een gemeenschappelijke regeling. Communicatie De gemeenschappelijke regeling Vidar Wsw wordt te zijner tijd geïnformeerd over de uitkomsten van het wijzigingsproces.
-7-
Beslispunten In te stemmen met de geformuleerde wijzigingsvoorstellen van de gemeenschappelijke regeling GR Vidar Wsw.
Beek, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN BEEK,
Joop Crucq Gemeentesecretaris
Christine van Basten-Boddin Burgemeester
Besluit Gemeenteraad
De raad van de gemeente Beek;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 07-11-2023;
Besluit: In te stemmen met de geformuleerde wijzigingsvoorstellen van de gemeenschappelijke regeling GR Vidar Wsw.
Beek, 07-12-2023 GEMEENTERAAD,
Guliël Erven Raadsgriffier
Christine van Basten-Boddin Voorzitter