CConstaterende datBeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Raad

Raadsvergadering 17 februari 2022, gemeente BeekBij agendapunt: Hamerstuk: Omgevingswet: Lijst met categorieën verzwaard adviesrecht; Vaststelling richt-lijn omgevingsdialoog gemeente Beek bij ruimtelijke ontwikkelingen niet passend in het omgevingsplan (van rechtswege) en Vaststelling verordeni4.225 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*21vra00167* 21vra00167

Voorstel Gemeenteraad Datum B&W vergadering: : Datum Raadsvergadering: Afdeling: Raadscie: Portefeuillehouder: Steller:

14 december 2021 17 februari 2022 RUIMTE CIEG Ralph Diederen B. Weekers

Onderwerpen 1. Vaststelling lijst met categorieën verzwaard adviesrecht. 2. Vaststelling richtlijn omgevingsdialoog gemeente Beek bij ruimtelijke ontwikkelingen niet passend in het omgevingsplan (van rechtswege). 3. Vaststelling verordening en benoeming gemeentelijke adviescommissie. Korte inhoud Verzwaard adviesrecht In het kader van het verzwaard adviesrecht als onderdeel van de Omgevingswet is een lijst met categorieën waarvoor ten behoeve van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit advies moet worden ingewonnen bij de raad opgesteld. Deze lijst is sonderend besproken met de commissie Grondgebiedzaken in de themasessie van de commissie Grondgebiedzaken d.d. 29 maart 2021. Deze lijst is verder ongewijzigd gebleven ten opzichte van het collegevoorstel zoals door het college behandeld op 5 januari 2021. De raad wordt voorgesteld om deze lijst vast te stellen. Richtlijn omgevingsdialoog (participatie) In het kader van participatie als onderdeel van de Omgevingswet is een richtlijn omgevingsdialoog gemeente Beek bij ruimtelijke ontwikkelingen niet passend in het omgevingsplan (van rechtswege) opgesteld. Deze richtlijn is sonderend besproken met de commissie Grondgebiedzaken in de themasessie van de commissie Grondgebiedzaken d.d. 20 juli 2021.

Deze richtlijn is verder ongewijzigd gebleven ten opzichte van het collegevoorstel zoals door het college behandeld op 13 juli 2021. De raad wordt voorgesteld om deze richtlijn vast te stellen. Verordening en benoeming gemeentelijke adviescommissie De taken en bevoegdheden van de huidige monumenten- en welstandscommissie vervallen van rechtswege bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ter continuering van de advisering moet de gemeente een nieuwe gemeentelijke adviescommissie instellen. Het Rijk legt daarbij enkele wettelijke regels op. De wettelijke taak van deze commissie is het uitbrengen van advies over omgevingsvergunningaanvragen met betrekking tot rijksmonumenten (uitgezonderd archeologische rijksmonumenten) en over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een andere activiteit, in door u als raad aangewezen gevallen of als het college daartoe aanleiding ziet. Minimaal twee leden van de commissie moeten deskundig zijn op het gebied van monumentenzorg. Bij de invulling van de gemeentelijke adviescommissie is er voor gekozen om de huidige situatie, waarbij de commissie bestaat uit de dorpsbouwmeester en de plaatsvervangend dorpsbouwmeester, tevens monumentendeskundige na de inwerkingtreding van de Omgevingswet voort te zetten. De verordening is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. Waar nodig is de verordening nader afgestemd op de Beekse situatie.

De verordening, de herbenoeming dorpsbouwmeester en zijn plaatsvervanger (periode 1 januari 2022 tot aan de inwerkingtreding Omgevingswet) en de bezetting van de gemeentelijke adviescommissie bij de inwerkingtreding van de omgevingswet is sonderend besproken met de commissie

grondgebiedzaken in de themasessie van de Grondgebiedzaken d.d. 20 juli 2021. De verordening alsook de uitgangspunten voor de bezetting van de gemeentelijke adviescommissie zijn ongewijzigd gebleven ten opzicht van het collegevoorstel zoals door het college behandeld op d.d. 13 juli 2021. De dorpsbouwmeester en zijn plaatsvervanger zijn bij collegebesluit 2 november 2021 reeds benoemd voor de periode 1 januari 2022 tot en met de inwerkingtreding Omgevingswet voor het voortzetten van hun huidige taken. De raad wordt voorgesteld om deze verordening en bezetting vast te stellen.

Aanleiding Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1 juli 2022 in werking. Op die datum worden de vigerende ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigingsplannen) in combinatie met de bruidsschat het ‘Omgevingsplan van rechtswege’. Op basis van dit omgevingsplan kunnen vergunningen verleend worden. Net als onder het huidige regime afgeweken (buitenplanse afwijking) kan worden van een ruimtelijke plan kan onder de Omgevingswet ook een omgevingsvergunning verleend worden door middel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Daarmee kan, ondanks de strijdigheid met het omgevingsplan (van rechtswege), toch een vergunning worden verleend door het college. U als raad kan echter categorieën aanwijzen, waarin het college niet zomaar van het omgevingsplan (van rechtswege) kan afwijken en een omgevingsvergunning kan verlenen. In die gevallen wordt u als raad om bindend advies gevraagd. In dat kader is een lijst met categorieën waarvoor ten behoeve van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit advies moet worden ingewonnen bij de raad opgesteld. Het is de bevoegdheid van u als raad om deze lijst vast te stellen. Naast het aanwijzen van categorieën waarvoor u als raad om een bindend advies wordt gevraagd, kunt u als raad ook categorieën aanwijzen waarvoor verplichte participatie geldt (artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet).

Gezien de afweging die u als raad moet maken in het kader van het verzwaard advies is het (mogelijk) wenselijk dat u als raad een beeld heeft hoe de omgeving over de afwijking c.q. strijdigheid denkt. Derhalve is voor de verplichte participatie aansluiting gezocht bij de categorieën voor verzwaard adviesrecht. Tevens zijn daar aan toegevoegd categorieën met enige ruimtelijke impact. Dit om de afstand c.q. het verschil tussen complexe zaken en eenvoudige zaken niet te groot te maken. Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet de gemeente tevens een nieuwe gemeentelijke adviescommissie instellen omdat de bestaande monumenten- en welstandscommissie van rechtswege komt te vervallen. In dat kader dient er een ‘nieuwe’ verordening gemeentelijke adviescommissie vastgesteld te worden en ‘nieuwe’ commissieleden benoemd worden in de vorm van dorpsbouwmeester en zijn plaatsvervanger dan wel monumentencommissie om de advisering in de Beekse situatie ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet te waarborgen. Overwegingen verzwaard adviesrecht De Omgevingswet: rolverdeling raad en college De rolverdeling tussen raad en college blijft na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (naar verwachting per 1 juli 2022) onveranderd. U als raad stelt de kaders vast en het college geeft uitvoering aan deze kaders.

Tevens toetst het college of initiatieven passen binnen de door de raad vastgestelde kaders. Daarnaast houdt u als raad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces de vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen. Dat is met de komst van de Omgevingswet niet anders. Ook in de nieuwe situatie (onder de Omgevingswet) is het college het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. De huidige situatie: ‘Verklaring van Geen Bedenkingen’(VvGB) Het kan zijn dat een bouwplan of initiatief niet past in het ruimtelijk plan en het niet mogelijk is om via een binnenplanse afwijking of via bij AMvB aangewezen gevallen (kruimellijst) medewerking te verlenen. In dat geval kan onder de huidige wetgeving het college voor een bouwplan of initiatief dat in strijd is met het ruimtelijke plan uitsluitend medewerking verlenen met instemming van u als raad. Dit kan via

-3-

de procedure voor een bestemmingsplan of via een aanvraag omgevingsvergunning (handelen in strijd met regels RO, uitgebreide procedure) Voor activiteiten met betrekking tot ‘handelen in strijd met regels RO’ kunt u als raad in de huidige situatie beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ zijn, een zogenaamde VvGB. Om het werkbaar te houden zijn door u als raad gevallen aangewezen waarin een VvGB niet nodig is. Voor alle overige gevallen is een dergelijke verklaring dus wel nodig. Ook binnen de gemeente Beek is een dergelijke lijst met categorieën waarvoor ten behoeve van het verlenen van een omgevingsvergunning bij strijdigheid met het geldend ruimtelijk plan geen VvGB is vereist (raadsbesluit d.d. 10 februari 2011). Het adviesrecht vervangt de VvGB Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst u als raad de gevallen aan waarin expliciet een bindend advies nodig is van u als raad om af te wijken van het omgevingsplan (artikel 16.15a onder b Omgevingswet). Voor niet-aangewezen gevallen vervalt dit adviesrecht van de raad, dan gaat u als raad er niet over. Status van het raadsadvies Indien u als raad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Dit adviesrecht is een zogenaamd verzwaard, bindend advies. Het college mag van dit advies niet afwijken.

Eenvoudigere en snellere procedures U als raad moet bij het bepalen van de gevallen voor verzwaard adviesrecht meewegen dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Ook bij afwijkingen van het omgevingsplan is de reguliere procedure van toepassing (in principe 8 weken, optioneel 6 weken verlening). Hoewel er enkele gevallen zijn waarbij de termijn kan worden verlengd (onder meer op verzoek van aanvrager of als bevoegd gezag dat beslist) is de planning van de raadscyclus, en daarmee het agenderen in de raad, daarbij echter geen reden om de procedure te verlengen. Het is dan ook zinvol dat u als raad vooraf bepaalt in welke gevallen u wel of geen een rol voor zich ziet. Lijst van gevallen adviesrecht De ter vaststelling voorliggende lijst met categorieën adviesrecht is in eerste instantie opgesteld aan de hand van de bestaande lijst met categorieën voor gevallen waarvoor géén VvGB noodzakelijk is. Deze categorieën zijn uitvoerig besproken c.q. bediscussieerd en vergeleken met de oude artikel 19 lid 2 lijst. Tevens zijn de categorieën aangevuld met actuele onderwerpen.

Op basis van deze ‘uitgebreide lijst’ zijn de categorieën nog eens kritisch bekeken en gereduceerd tot de thans voor vaststelling voorliggende lijst met de meest relevante categorieën waarvoor (bindend) advies moet worden ingewonnen door het college bij u als raad. Hierbij is gekeken naar categorieën die mogelijk politiek gevoelig zijn. Daarnaast heeft tevens een globale afstemming met de gemeente Stein plaatsgevonden. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een definitieve concept lijst met de categorieën die thans ter vaststelling aan u als raad kan worden aangeboden. Het betreft de volgende categorieën: 1. Het bouwen van zendmasten, voor zover deze niet vergunningsvrij zijn, hoger dan 30 meter bij gemeenschappelijk gebruik en hoger dan 15 meter bij privégebruik. Toelichting: gezien de hoogte (zowel bij gemeenschappelijk gebruik: 30 meter, als bij privégebruik: 15 meter) kan de impact van een zendmast groot zijn in relatie tot de omgeving. Daarnaast speelt (discussie over) straling (5G) hierbij ook een rol. 2. Het bouwen van reclamemasten. Toelichting: ook masten met reclame uitingen vragen om een zorgvuldige inpassing in de omgeving gezien de hoogte en uitstraling van een dergelijk object. Dergelijk masten zijn niet op iedere plek wenselijk binnen de gemeente Beek. 3. Het bouwen van woningen met dien verstande dat het bouwplan c.q.

de woningbouwontwikkeling voorziet in meer dan 25 woningen. Toelichting: een woningbouwontwikkeling van meer dan 25 woningen vraagt een dermate ruimtebeslag dat dit veelal niet meer te realiseren is binnen het bestaand bebouwd gebied, tenzij het gestapelde woningen betreft. Derhalve zal het hier vaak gaan om uitbreiding van het bestaand bebouwd

gebied (uitleglocatie). Dit vraagt om een goede ruimtelijke afweging in relatie tot de omgeving en aansluiting op de ruimtelijke structuur. Daarnaast dient de behoefte zowel kwantitatief als kwalitatief (de juiste woningen op de juiste plaats voor de juiste doelgroep) goed afgewogen te worden. Er moet sprake zijn van een goed woningbouwplan. 4. De realisatie, bouw dan wel aanleg van voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie, zoals zonneweiden, windturbines, biomassacentrales. Toelichting: de aanleg van voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie wordt steeds actueler vanwege de klimaatdoelstellingen en energietransitie. Gezien de schaal en de impact van dergelijke voorzieningen vraagt dit om een zorgvuldige afweging in relatie tot de kwaliteiten van het buitengebied van de gemeente Beek. Voor zonneweiden is afzonderlijk beleid (Omgevingsbeleid voor zonneparken in de gemeente Beek), na een interactief doorlopen proces, vastgesteld op 4 februari 2021. 5. Het bouwen en het wijzigen van functies ter plaatse van het terrein van de betonfabriek aan de Holle weg. Toelichting: de locatie van de betonfabriek is gezien de ligging een gevoelige locatie in het buitengebied van de gemeente Beek. Gezien de bestaande wens om deze locatie een nieuwe invulling te geven vraagt dit om de nodige zorgvuldigheid.

Enerzijds wat is qua ontwikkeling acceptabel en anderzijds hoe kan het ingepast worden in het landschap. Rood versus groen. 6. Het bouwen voor of de wijziging van functie voor gezamenlijke huisvesting afwijkend van een reguliere woonsituatie. Toelichting: Afwijkende woonsituaties leiden vaak tot discussie en vraagt altijd om een zorgvuldige afweging in relatie tot de omgeving. Onder reguliere woonsituatie wordt verstaan de bewoning van een woning door één persoon dan wel twee of meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voeren of willen voeren, waarbij van een gemeenschappelijke huishouding sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bovenstaande categorieën hebben gezien het schaalniveau van de gemeente Beek een aanzienlijke ruimtelijke impact op de directe omgeving van de locatie. Dit houdt in dat een dergelijke categorie geen afbreuk mag doen aan de kwaliteit van de omgeving en ruimtelijk gezien goed inpasbaar dient te zijn. De verschillende belangen dienen hierbij nadrukkelijk integraal en in samenhang afgewogen te worden. Overwegingen richtlijn omgevingsdialoog (participatie) Participatie in de Omgevingswet Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Het is verplicht voor het bevoegd gezag.

De gemeente moet er dus voor zorgen dat alle belanghebbenden hun mening kunnen geven over een visie of plan, zoals een omgevingsvisie of een omgevingsplan. Belanghebbenden zijn bijvoorbeeld inwoners, bedrijven, verenigingen, scholen. Bij een omgevingsvergunning moet de aanvrager aangeven of hij omwonenden en/of belanghebbenden bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning betrokken heeft. De aanvrager moet daarbij duidelijk maken wat er uit die participatie is gekomen. De aanvrager is hiervoor zelf verantwoordelijk en mag zelf weten op welke manier belanghebbenden bij de aanvraag betrokken worden. Vergunning verlening: toets Omgevingsplan In veruit de meeste gevallen is de gemeente bevoegd gezag voor het verlenen van de omgevingsvergunning. De gemeente toetst dan ook of het initiatief past binnen het omgevingsplan. Er zijn daarbij drie mogelijkheden: 1. Het initiatief past binnen de (algemene) regels van het omgevingsplan en is niet vergunningsplichtig. De aanvrager kan zijn initiatief vergunningsvrij realiseren aangezien het initiatief past binnen de kaders. 2. Het initiatief past binnen de regels van het omgevingsplan maar is vergunningsplichtig. Hieronder vallen ook de huidige binnenplanse afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden. Dit heet onder de Omgevingswet een binnenplanse omgevingsplanactiviteit.

De aanvrager dient hiervoor een aanvraag omgevingsvergunning te doen

-5-

3. Het initiatief past niet binnen de regels van het omgevingsplan. Indien de gemeente wil meewerken aan het initiatief moet er een vergunning verleent worden in afwijking van het omgevingsplan. Een dergelijk initiatief is dan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Participatie bij vergunningverlening Bij mogelijkheid 1 en 2 is participatie voor de initiatiefnemer niet verplicht. Dit zijn activiteiten die binnen de regels van het omgevingsplan vallen. Bij de vaststelling van het omgevingsplan zelf heeft reeds participatie plaatsgevonden. Participatie door de initiatiefnemer wordt wel gestimuleerd en geadviseerd, maar is op vrijwillige basis. Participatie kan verplicht gesteld worden als een aanvrager voor een initiatief een omgevingsvergunning aanvraagt voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (mogelijkheid 3). Dit zijn dus activiteiten die niet zijn toegestaan op basis van de regels van het omgevingsplan. Hierover heeft dus nooit eerder participatie plaatsgevonden. Of participatie hiervoor wel of niet verplicht is, is aan u als raad om te bepalen. U als raad kunt namelijk categorieën aanwijzen waarvoor een participatieverplichting geldt. Wanneer participatie verplicht? Participatie is van belang en het heeft (altijd) de voorkeur dat voorafgaand aan iedere ruimtelijke ontwikkeling (hoe groot of klein dan ook) een omgevingsdialoog wordt gevoerd.

De opgestelde richtlijn omgevingsdialoog geeft informatie over de communicatie en de verschillende manieren van een omgevingsdialoog die bij een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is. Op welke wijze een initiatiefnemer van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling hieraan invulling geeft is afhankelijk van de grootte, gevoeligheid en/of impact van de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorgesteld wordt om bij ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor verzwaard adviesrecht van toepassing is, tevens participatie verplicht te stellen. U als raad krijgt daardoor inzicht in hoe de omgeving tegenover het initiatief staat. Deze categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen zijn d.d. 29 maart 2021 tijdens een themasessie sonderend besproken met de commissie Grondgebiedzaken en dienen door u als raad te worden vastgesteld. Gezien de samenhang c.q. koppeling tussen verzwaard adviesrecht en verplichte participatie is er voor gekozen om deze in dezelfde raadsvergadering te laten vaststellen. Daarnaast wordt voorgesteld om participatie óók verplicht te stellen voor bouwplannen met enige ruimtelijke impact. Gezien de ruimtelijke impact van dergelijke initiatieven gaat het te ver om hiervoor verzwaard advies van toepassing te verklaren, maar de impact is te groot om participatie vrijblijvend te laten.

Voor initiatieven met enige ruimtelijke impact is aangesloten bij de bouwplannen zoals benoemd in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Hiervoor is gekozen om te voorkomen dat sprake is van willekeur. De bouwplannen zijn vanuit de huidige wet en regelgeving reeds aangemerkt als een bouwplan van enige omvang met ruimtelijke impact. Dit betekent concreet dat voor de volgende ruimtelijke ontwikkelingen het voeren van een omgevingsdialoog verplicht wordt gesteld. Op basis van verzwaard adviesrecht 7. Het bouwen van zendmasten, voor zover deze niet vergunningsvrij zijn, hoger dan 30 meter bij gemeenschappelijk gebruik en hoger dan 15 meter bij privégebruik. 8. Het bouwen van reclamemasten. 9. Het bouwen van woningen met dien verstande dat het bouwplan c.q. de woningbouwontwikkeling voorziet in meer dan 25 woningen. 10. De realisatie, bouw dan wel aanleg van voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie, zoals zonneweiden, windturbines, biomassacentrales. 11. Het bouwen en het wijzigen van functies ter plaatse van het terrein van de betonfabriek aan de Holle weg. 12. Het bouwen voor of de wijziging van functie voor gezamenlijke huisvesting afwijkend van een reguliere woonsituatie.

Op basis van bouwplannen met enige ruimtelijke impact 1. De bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie. 2. De bouw van een of meer hoofdgebouwen, anders dan gebouwen met een woonfunctie. 3. De uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 brutovloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie. 4. De bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder 2 is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte. 5. De verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste 10 woningen betreft . 6. De verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-oppervlakte van de nieuwe gebruiksfunctie ten minste 1.500 m2 bedraagt. Eisen (verplichte) participatie Aangezien ruimtelijke ontwikkelingen met verzwaard adviesrecht ‘zwaarder’ zijn dan bouwplannen met enige ruimtelijke impact zijn de eisen die gesteld worden aan participatie verschillend. Voor ruimtelijke ontwikkelingen met verzwaard adviesrecht is voorgesteld dat een informatie- c.q. inspraakavond (met verslaglegging) moet worden georganiseerd.

Voor bouwplannen met enige ruimtelijke impact is dat een schriftelijke omgevingsdialoog (in de vorm van verslaglegging). Voor overige ruimtelijke ontwikkelingen is de omgevingsdialoog op vrijwillige basis en vormvrij. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die passend zijn wordt de omgevingsdialoog aanbevolen. In onderstaande afbeelding is dit schematisch weergegeven

Overwegingen verordening en benoeming gemeentelijke adviescommissie Algemeen Ter continuering van de taken en bevoegdheden van de huidige monumenten- en welstandscommissie moet de gemeente een nieuwe gemeentelijk adviescommissie instellen in het kader van de nieuwe Omgevingswet. Bij de verordening gemeentelijke adviescommissie staat het doel van een goede omgevingskwaliteit centraal. Het gaat daarbij om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Gemeenten hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij dit doel willen bereiken. Dat geldt ook voor

-7-

de rol van de commissie daarbij. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van de commissie draagt bij aan dit doel van een goede omgevingskwaliteit. Rol gemeentelijke adviescommissie De commissie adviseert in dat kader uitsluitend over aspecten van ‘een goede omgevingskwaliteit’ en adviseert dus niet over andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals bijvoorbeeld een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. De wettelijk taak van de commissie is dan ook het uitbrengen van advies over vergunningaanvragen met betrekking tot rijksmonumenten (uitgezonderd archeologische rijksmonumenten), en over aanvragen om een omgevingsvergunning voor een andere activiteit in de door de raad aangegeven gevallen of als het college daartoe aanleiding ziet. Het ligt daarbij voor de hand dat, waar de commissie adviseert over rijksmonumenten, zij ook adviseert over gemeentelijke monumenten. Het college kan de commissie ook advies vragen over het ontwikkelen van beleid. Het is dan ook mogelijk, afhankelijk hoe men het doel van een goede omgevingskwaliteit wil bereiken, te kiezen om meer taken toe te delen aan de commissie. Instrumenten omgevingskwaliteit De gemeente heeft de plicht om de zorg voor de omgevingskwaliteit zelf in te vullen.

Er kan hierbij gebruik worden gemaakt van wettelijk instrumenten zoals de omgevingsvisie, omgevingsplan, de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken: zogenaamde open norm (voorheen welstandnota), maatwerkregels en de advisering door de commissie. De huidige welstandnota hoeft nu niet aangepast te worden. Deze moet tijdens de transitieperiode tot eind 2029 eventueel door vertaald worden in het omgevingsplan. . Integratie in één samenhangend adviesstelsel De verordening voor de gemeentelijke adviescommissie is dan ook zo opgezet dat het voor de gemeente mogelijk is om de bestaande commissie en eventuele andere adviseurs op het gebied van omgevingskwaliteit om te zetten naar het regime onder de Omgevingswet. Het bestaande palet aan adviseurs kan in één samenhangend adviesstelsel worden opgenomen zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van specifieke deskundigheid, wendbaarheid en efficiëntie. In de praktijk betekent dit dat er een meerkoppige commissie moet komen waarin een lid dan als dorpsbouwmeester kan fungeren met plaatsvervanger en waarbij de kwaliteitscommissie Limburg in specifieke gevallen (in het buitengebied) om aanvullend advies kan worden gevraagd.

Invulling gemeentelijke adviescommissie In dat kader is er voor gekozen om de huidige situatie van advisering en beoordeling door de dorpsbouwmeester, de monumentendeskundige en de kwaliteitscommissie Limburg voor te zetten en als zodanig vast te leggen in de nieuwe verordening gemeentelijke adviescommissie. De dorpsbouwmeester en monumentendeskundige zijn, net als nu, lid van de gemeentelijke adviescommissie. De onafhankelijke kwaliteitscommissie Limburg kan om nader advies gevraag worden bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied in het kader van het gemeentelijke kwaliteitsmenu (voorheen het Limburgs kwaliteitsmenu) met betrekking tot landschap. Financiële overwegingen Voor het verzwaard adviesrecht en de richtlijn omgevingsdialoog zijn er geen financiële overwegingen. Ook zijn er geen financiële consequenties ten aanzien van de verordening en herbenoeming van de gemeentelijke adviescommissie. De samenstelling van de gemeentelijke adviescommissie blijft in omvang gelijk. De kosten voor advisering door de kwaliteitscommissie Limburg worden, net als nu, doorbelast aan de verzoeker c.q. initiatiefnemer Communicatie Het door u genomen besluit zal officieel bekend worden gemaakt / gepubliceerd. Verder zullen de lijst met categorieën verzwaard adviesrecht, richtlijn omgevingsdialoog en verordening gemeentelijke adviescommissie worden opgenomen op de gemeentelijke website.

Beslispunten Ten aanzien van verzwaard adviesrecht: 1. De raad stelt de lijst met categorieën waarvoor ten behoeve van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit advies moet worden ingewonnen bij de raad vast en laat deze van kracht worden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. 2. De raad trekt de huidige lijst met categorieën waarvoor géén Verklaring Van Geen Bedenkingen (VvGB) nodig is in op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ten aanzien van richtlijn omgevingsdialoog (participatie): De raad stelt de ‘Richtlijn omgevingsdialoog gemeente Beek bij ruimtelijke ontwikkelingen niet passend in het omgevingsplan (van rechtswege)’ vast en laat deze van kracht worden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Ten aanzien van de verordening en benoeming gemeentelijke adviescommissie: 1. De raad stelt de verordening gemeentelijke adviescommissie vast en laat deze van kracht worden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. 2. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet de huidige commissie (dorpsbouwmeester en zijn plaatsvervanger) te ontbinden en de leden voor de ‘nieuwe’ gemeentelijke adviescommissie onder vigeur van de Omgevingswet te benoemen.

Beek, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN BEEK,

Joop Crucq Gemeentesecretaris

Christine van Basten-Boddin Burgemeester

Besluit Gemeenteraad

De raad van de gemeente Beek;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 december 2021; gelet op het bepaalde in artikel 16.15 onder b Omgevingswet waaruit voortvloeit dat het nodig is dat een lijst wordt vastgesteld waarop categorieën worden aangewezen, waarvoor ten behoeve van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit advies moet worden ingewonnen bij de raad; gelet op het bepaalde in artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet tot vaststelling van categorieën waarvoor verplichte participatie geldt; gelet op het bepaalde in artikel 17.9 Omgevingswet waarin benoeming van een commissie die in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, voor zover het andere dan archeologische monumenten betreft, is vereist;

Besluit: 1. de aan dit besluit gevoegde lijst met categorieën waarvoor ten behoeve van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit advies moet worden ingewonnen bij de raad vast te stellen; 2. deze lijst met categorieën waarvoor ten behoeve van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit advies moet worden ingewonnen bij de raad van kracht laten worden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt; 3. de huidige lijst met categorieën waarvoor géén Verklaring Van Geen Bedenkingen (VVGB) nodig is in te trekken bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet; 4. de bij dit besluit gevoegde ‘Richtlijn omgevingsdialoog gemeente Beek bij ruimtelijke ontwikkelingen niet passend in het omgevingsplan (van rechtswege)’ aan te wijzen als gevallen waarvoor participatie verplicht is en op welke wijze; 5. deze richtlijn van kracht laten worden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt; 6. de bij dit besluit gevoegde verordening gemeentelijke adviescommissie vast te stellen en van kracht laten worden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt; 7. bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet de huidige commissie (dorpsbouwmeester en zijn plaatsvervanger) te ontbinden en de leden voor de ‘nieuwe’ gemeentelijke adviescommissie onder vigeur van de Omgevingswet te benoemen.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Beek in zijn openbare vergadering van 17 februari 2022.

Beek, 17 februari 2022 GEMEENTERAAD,

Guliël Erven Raadsgriffier

Christine van Basten-Boddin Voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beek&id=4aa63d80-5240-4f19-b60c-6caeeffb4aa1