Verordening Wmo gemeente Beek 2022 versie 20210908 incl. wijzigingsballonnen.pdf
Tekst van het document
Verordening Wmo Gemeente Beek 2022
-2-
Inhoud
Verordening Wmo gemeente Beek 2022 ............................................................ 4 HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN ............................................................ 4 Artikel 1. Begripsbepalingen ................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2. MELDING, ONDERZOEK, AANVRAAG EN BESCHIKKING ....... 7 Artikel 2. Melding hulpvraag .................................................................................. 7 Artikel 3. Cliëntondersteuning ................................................................................ 8 Artikel 4. Vooronderzoek ........................................................................................ 8 Artikel 5. Onderzoek naar behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren ......... 8 Artikel 6. Verslag ..................................................................................................... 9 Artikel 7. Aanvraag .................................................................................................. 9 Artikel 8. Advisering ................................................................................................ 9 Artikel 9. Inhoud beschikking.................................................................................. 9 HOOFDSTUK 3. MAATWERKVOORZIENING ......................................................
10 Artikel 10 Criteria voor een maatwerkvoorziening .............................................. 10 Artikel 11. Voorwaarden en weigeringsgronden ................................................. 10 HOOFDSTUK 4 PERSOONSGEBONDEN BUDGET EN FINANCIËLE TEGEMOETKOMING ............................................................................................... 12 Artikel 12. Soorten pgb ......................................................................................... 12 Artikel 13. Regels voor pgb ................................................................................... 12 Artikel 14. Onderscheid professionele en informele ondersteuning .................. 13 Artikel 15 Hoogte pgb............................................................................................ 14 Artikel 16 Financiële tegemoetkoming ................................................................. 18 HOOFDSTUK 5. BESTRIJDING MISBRUIK ........................................................... 19 Artikel 17. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering ....................................................................................................... 19 Artikel 18 Opschorting betaling uit het pgb .........................................................
19 Artikel 19 Terugvordering Pgb bij de pgb-aanbieder (derdenbeding in overeenkomst met cliënt) ..................................................................................... 20 HOOFDSTUK 6. REGELS VOOR BIJDRAGE IN DE KOSTEN VAN MAATWERKVOORZIENINGEN .............................................................................. 20 Artikel 20. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s ............ 20 HOOFDSTUK 7. KWALITEIT EN VEILIGHEID ..................................................... 21 Artikel 21. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning ............................. 21 Artikel 22. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden ............... 21
-3-
Artikel 23. Meldingsregeling calamiteiten en geweld ......................................... 22 HOOFDSTUK 7. WAARDERING MANTELZORGERS ........................................... 22 Artikel 24. Jaarlijkse waardering mantelzorgers .................................................. 22 HOOFDSTUK 8. KLACHTEN, MEDEZEGGENSCHAP EN INSPRAAK ................. 22 Artikel 25. Klachtregeling ...................................................................................... 22 Artikel 26. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning........................................................................................................ 23 Artikel 27. Betrekken van ingezetenen bij het beleid .......................................... 23 HOOFDSTUK 9. OVERIGE BEPALINGEN .............................................................. 23 Artikel 28. Hardheidsclausule, situaties waarin de verordening niet voorziet ... 23 Artikel 29. Evaluatie .............................................................................................. 23 Artikel 30. Intrekking oude verordening en overgangsrecht ............................... 23 Artikel 31. Inwerkingtreding en citeertitel ........................................................... 24 Toelichting Verordening Wmo 2022 ................................................................. 25 Artikel 28.
Hardheidsclausule, situaties waarin de verordening niet voorziet ... 54
-4-
Verordening Wmo gemeente Beek 2022 De raad van de gemeente Beek, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 september 2021; gelet op de artikelen 2.1.3, artikel 2.1.4 eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid en artikel 2.1.4a eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 2.1.4b tweede lid, artikel 2,1.5 eerste lid, 2.1.6, 2.3.6 vierde lid en 2.6.6 eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Met opmerkingen [SD1]: Inleiding aangepast.
overwegende dat: • het noodzakelijk is om cliënten te ondersteunen als zij beperkingen ondervinden in hun maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid en zij niet in staat zijn om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van het sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen hiervoor een oplossing te vinden; • het noodzakelijk is om cliënten met psychische of psychosociale problemen en clienten die vanwege huiselijk geweld of om andere redenen de thuissituatie hebben verlaten, te ondersteunen bij het zich handhaven in de samenleving als zij hier niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, of met hulp van het sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen toe in staat zijn; • het noodzakelijk is om bij verordening regels te stellen met betrekking tot de invulling van de plicht tot ondersteuning. besluit vast te stellen de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beek 2021.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Met opmerkingen [SD2]: Gehele document ingedeeld in hoofdstukken met als doel document overzichtelijker te maken.
Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Met opmerkingen [SD3]: Nummering aangepast in gehele artikel. Deze ontbrak gedeeltelijk.
a. Aanbieder Natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren; b. Aanvraag Een verzoek van een cliënt om een besluit te nemen; c. Algemeen gebruikelijke voorziening Een voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking, daadwerkelijk beschikbaar is en een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat is tot zelfredzaamheid en participatie en financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau ; d. Algemene voorziening
Met opmerkingen [SD4]: Aangepast aan meest recente jurisprudentie CRvB over definitie algemeen gebruikelijke voorzieningen.
-5-
Aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; e. Andere voorziening Een voorziening die geboden wordt op grond van andere wetgeving zoals Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg, Participatiewet etc. (anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015); f.
Begeleiding Activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven;
g. Beschermd wonen Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen en bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; h. Bijdrage Een bijdrage als bedoeld in de artikelen 2.1.4, en 2.1.4a, van de wet; i.
Cliënt Persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet;
j.
Cliëntondersteuning Onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;
k. Gebruikelijke hulp Hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; l.
Gesprek Een gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
m. Hoofdverblijf
de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft; n. Hulpmiddel
Met opmerkingen [SD5]: Definitie toegevoegd i.v.m. uitvoering van beschermd wonen .
-6-
Roerende zaak die bedoeld is om beperkingen in de zelfredzaamheid of de participatie te verminderen of weg te nemen; o. Hulpvraag Behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; p. Ingezetene
cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Beek; q. Maatschappelijke ondersteuning 1. bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, 2. ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, 3. bieden van beschermd wonen en opvang; r. Maatwerkvoorziening Op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: 1. ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, 2. ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, 3. ten behoeve van zichzelf kunnen handhaven, daaronder begrepen beschermd wonen, te verstrekken door het college van de gemeente naar keuze (waarbij de toegang is voor de Westelijk Mijnstreek is belegd bij Sittard-Geleen), 4.
opvang, te verstrekken door het college van een gemeente naar keuze (waarbij de toegang voor de Westelijk Mijnstreek is belegd bij Sittard-Geleen); s. Mantelzorg Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; t. Melding Een schriftelijke of elektronische melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; u. Opvang: Onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Met opmerkingen [SD6]: Definitie toegevoegd i.v.m. uitvoering van beschermd wonen .
-7-
v. Participatie Deelnemen aan het maatschappelijke verkeer; w. Persoonsgebonden budget (pgb) Persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet; bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken; x. Sociaal netwerk Personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; y. Vertegenwoordiger Persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake; z. Voorziening Algemene voorziening of maatwerkvoorziening; aa. Wet Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; bb. Zelfredzaamheid In staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden; 2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.
HOOFDSTUK 2. MELDING, ONDERZOEK, AANVRAAG EN BESCHIKKING Artikel 2. Melding hulpvraag 1. Een hulpvraag kan telefonisch, mondeling, schriftelijk of elektronisch door of namens een cliënt bij het college worden gemeld. 2. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk. 3. In de ontvangstbevestiging brengt het college de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan, dat bij het onderzoek wordt betrokken, te overhandigen. 4. Bij de bevestiging van ontvangst wordt de cliënt tevens geïnformeerd over rechten, plichten en gang van zaken. 5. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.
-8-
Artikel 3. Cliëntondersteuning 1. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. 2. Het college wijst de cliënt en eventueel zijn mantelzorger of vertegenwoordiger vóór het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, op de mogelijkheid om, gedurende het hele proces van melding tot en met de eventuele inzet van ondersteuning, gebruik te maken van kosteloze, onafhankelijke cliëntondersteuning. Artikel 4. Vooronderzoek 1. Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. 2. Voor of tijdens het gesprek verschaft de cliënt het college alle overige gegevens en stukken die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 3. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. Beschikt de cliënt niet over een geldig identificatiedocument dan kan deze lopende het onderzoek aangevraagd en ter inzage worden verstrekt. 4.
Als er van de cliënt voldoende gegevens beschikbaar en bekend zijn bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek en/of het gesprek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Artikel 5. Onderzoek naar behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren 1. Het college onderzoekt in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan dan wel zijn vertegenwoordiger en waar mogelijk zijn mantelzorger(s) en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding voor zover nodig: a. de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt; b. of de verzochte ondersteuning leidt tot zelfredzaamheid, participatie, opvang of beschermd wonen; c. de mogelijkheid om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang. d. de mogelijkheid om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang. e. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; f.
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, zoals bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorkomen dat hij een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; g. de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde (integrale) dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen en opvang; h. de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken;
Met opmerkingen [SD7]: Toegevoegd op verzoek BAR adviesraad. Is conform werkwijze.
Met opmerkingen [SD8]: Was ‘bescheiden’
Met opmerkingen [SD9]: Toegevoegd op basis van jurisprudentie. Met opmerkingen [SD10]: Term ‘genoegzaam bekend’ vervangen door huidige tekst
-9-
i.
in hoeverre een bijdrage in de kosten zoals vermeld in artikel 2.1.4 van de wet voor de cliënt van toepassing is, en j. de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2, derde lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 3. Het college informeert de cliënt, dan wel zijn vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de client toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken.
Met opmerkingen [SD11]: Lid 4 verwijderd. Wordt nu inhoudelijk geregeld in artikel 4 lid 4.
Artikel 6. Verslag 1. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek. 2. Binnen 15 werkdagen na het onderzoek verstrekt het college aan de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger een verslag van de uitkomsten van het onderzoek. 3. Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag toegevoegd. 4. De cliënt ondertekent het verslag voor gezien of akkoord en stuurt een ondertekend exemplaar naar het college. Artikel 7. Aanvraag 1. Een cliënt of zijn vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. 2. Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken als aanvraag als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven, mits ontvangen binnen 3 maanden na datum gesprek. 3. Het college neemt het verslag als bedoeld in artikel 6 als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 4. Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
Met opmerkingen [SD12]: In de wet wordt alleen over vertegenwoordiger gesproken en niet over gemachtigde. Gemachtigde is daarom verwijderd.
Met opmerkingen [SD13]: Was artikel 8 lid 1. Is hier toegevoegd.
Artikel 8. Advisering 1. Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. 2. Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college de cliënt, zijn vertegenwoordiger of bij gebruikelijke hulp zijn huisgenoten oproepen voor een gesprek of een onderzoek door een daartoe aangewezen adviesinstantie als bedoeld in lid 1. 3. Het college informeert de cliënt, zijn mantelzorger en zijn eventuele vertegenwoordiger of bij gebruikelijke hulp zijn huisgenoten over de uitkomsten daarvan.
Met opmerkingen [SD14]: Verplaatst (was artikel 9). Logischere volgorde. Vervolgens vernummerd. Lid 2 en 3 nieuw puur ter verduidelijking. Is staande praktijk.
Artikel 9. Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken maatwerkvoorziening is, en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en indien van toepassing wat de duur van de verstrekking is; c. hoe de maatwerkvoorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing; d. welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn; e. indien van toepassing binnen welke termijn de cliënt zich bij de aanbieder moet hebben gemeld;
Met opmerkingen [SD15]: Was artikel 10
Met opmerkingen [SD16]: toegevoegd
- 10 -
f.
of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking tevens vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke (kwaliteits)eisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat het bedrag van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. de termijn waarbinnen de cliënt het pgb moet besteden; f. wat de ingangsdatum en indien van toepassing wat de duur van de verstrekking is; g. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb; h. of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening.
HOOFDSTUK 3. MAATWERKVOORZIENING Artikel 10 Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen of andere voorzieningen waarop recht bestaat vanuit andere regelingen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, of b.
ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen of andere voorzieningen waarop recht bestaat vanuit andere regelingen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 2. Het college kan nadere regels stellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van lid 1 beschikbaar zijn. Artikel 11. Voorwaarden en weigeringsgronden 1. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst compenserende, tijdig beschikbare voorziening. 2.
Een maatwerkvoorziening wordt slechts verstrekt indien deze gezien de beperkingen van de cliënt, veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en niet anti-revaliderend werkt. 3. Een maatwerkvoorziening wordt slechts verstrekt indien:
Met opmerkingen [SD17]: wijziging alleen tekstueel: was hoogte pgb
Met opmerkingen [SD18]: Apart hoofdstuk. Was eerst alleen artikel 8. Op basis van jurisprudentie dienen toewijzings- en afwijzingsgronden in de verordening te worden opgenomen. Artikel derhalve aangevuld. De afwijzingsgronden zijn niet nieuw en komen uit de Beleidsregels. Met opmerkingen [SD19]: Was voorheen artikel 8 lid 2
Met opmerkingen [SD20]: De grondslag voor het stellen van nadere regels dient in de verordening te worden opgenomen. Is toegevoegd. Met opmerkingen [SD21]: Afwijzingsgronden waren eerder deels opgenomen in verordenring en deels in beleidsregels. Behoren tot de essentialia die in de verordening moeten worden opgenomen. Nu samengebracht in een artikel. De inhoud is dus niet nieuw.
- 11 -
4.
5.
6. 7.
a. de cliënt ingezetene is van de gemeente Beek, tenzij de cliënt een beroep doet op beschermd wonen of opvang; b. de cliënt, wat betreft opvang en beschermd wonen, ingezetene van Nederland is en in de gemeente Beek ondersteuning zoekt en de opvang of beschermd wonen in de gemeente Beek de meeste kans van slagen heeft. Een cliënt komt niet voor een maatwerkvoorziening in aanmerking als: a. de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan en de noodzaak dus vermijdbaar was; b. voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; c. de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; d. de cliënt de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; e.
deze niet langdurig noodzakelijk, tenzij het gaat om kortdurende hulp bij het huishouden of begeleiding en de verstrekking leidt tot het verbeteren van de participatie en zelfredzaamheid, of opvang en beschermd wonen; f. de gevraagde voorziening al eerder aan de cliënt is verstrekt op grond van enige wettelijke bepaling en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken is. Tenzij de voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen of de cliënt de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt; g. deze niet hoofzakelijk op het individu is gericht; h. de cliënt een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er een redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt en niet mee heeft gewerkt of niet meewerkt aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de wet van toepassing is; i. de cliënt of zijn huisgenoten bij gebruikelijke hulp onvoldoende medewerking verlenen aan het onderzoek en de noodzaak en passendheid van de gevraagde voorziening hierdoor niet kan worden vastgesteld. Bij de te verstrekken vervoersvoorzieningen wordt alleen rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een maximum van 1.500 kilometer of 750 ov-zones op jaarbasis.
Geen vervoersvoorziening wordt verstrekt als een adequate stallingsmogelijkheid noodzakelijk is maar deze ontbreekt en ook niet te realiseren is. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: a. als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; c. ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt; d. als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. Er kan
Met opmerkingen [SD22]: Op basis van de afspraken Landelijke toegankelijkheid beschermd wonen.
Met opmerkingen [SD23]: Tekst aangepast op basis van jurisprudentie. Oude teksten gericht op voorzienbaarheid en vermijdbaarheid waren volgens jurisprudentie te breed geformuleerd. Er mag nog niet van een belanghebbende gevraagd worden dat hij reserveert omdat het voorzienbaar is dat iemand wellicht bepaalde beperkingen krijgt bijvoorbeeld omdat hij op leeftijd is.
- 12 -
dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt; e. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; f. als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college; g. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden; 8. In afwijking van lid 7 onderdeel b van dit artikel en artikel 2.3.5. lid 6 van de wet kan voor cliënten die in een Wlz-instelling wonen één woning bezoekbaar gemaakt worden. 9. Een maatwerkvoorziening in de vorm van een bereikbaarheid- en beschikbaarheidsdienst wordt uitsluitend verstrekt aan een client met psychische of psychosociale problemen. 10. Een maatwerkvoorziening in de vorm van een bereikbaarheid- en beschikbaarheidsdienst wordt aan een zelfstandig wonende cliënt met psychische of psychosociale problemen verstrekt indien instroom in beschermd wonen wordt voorkomen of uitstroom uit beschermd wonen naar zelfstandig wonen wordt bevorderd. 11. Het college verstrekt de voorzieningen opvang en beschermd wonen conform het daartoe vastgestelde beleid van de gemeente Sittard-Geleen.
De geldende verordening maatschappelijke ondersteuning en de daarop gebaseerde nadere regels en/of beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van deze gemeente.
Met opmerkingen [SD24]: Toegevoegd in verband met geplande ontvlechting met centrumgemeente Maastricht per 1-1-2022
HOOFDSTUK 4 PERSOONSGEBONDEN BUDGET EN FINANCIËLE TEGEMOETKOMING Artikel 12. Soorten pgb Er zijn twee soorten persoonsgebonden budget (pgb) te onderscheiden, te weten: a. persoonsgebonden budget voor de aanschaf van een hulpmiddel, aanpassing van een hulpmiddel, vervoersvoorziening, dan wel woningaanpassing. b. persoonsgebonden budget ten behoeve van de inkoop van diensten, zoals begeleiding, groepsbegeleiding of huishoudelijke ondersteuning. Artikel 13. Regels voor pgb 1. Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6 van de wet opgenomen voorwaarden. De cliënt dient daarvoor een budgetplan in. 2. In het budgetplan is in elk geval opgenomen: a. wat de motivatie is om de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb te ontvangen; b. welke voorziening de cliënt met het pgb zou willen inkopen en bij welke uitvoerder; c. hoe de onderbouwde begroting eruit ziet, de kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; d. op welke wijze de cliënt een juiste administratie gaat bijhouden; e. op welke wijze de cliënt een overeenkomst aangaat met de pgb-aanbieder; f.
of de voorziening voldoet aan alle kwaliteitseisen die het college stelt aan de voorziening in natura en als dit niet het geval is waarom de voorziening volgens cliënt toch van voldoende kwaliteit is;
Met opmerkingen [SD25]: Toegevoegd
Met opmerkingen [SD26]: Lid 1 vergelijkbaar met oud artikel 11 lid 1 en lid 3 a. Met opmerkingen [SD27]: Lid 2 en verder zijn nieuw. Er wordt nu wel gewerkt met een format voor een budgetplan waar deze eisen grotendeels al zijn opgenomen. Deels zijn de eisen al in de wet opgenomen.
- 13 -
3.
4.
5.
6. 7.
8.
g. op welke wijze is gewaarborgd en duidelijk is dat de voorziening geschikt is voor de te behalen doelen en resultaten waarvoor het pgb wordt verstrekt. Voor de diensten geldt aanvullend de eis genoemd in lid 3; h. op welke wijze de (kwaliteit) van de ondersteuning wordt gecontroleerd; i. hoe hij omgaat met geconstateerde onjuistheden; j. hoe de cliënt zelf of met ondersteuning van iemand uit het sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren; k. indien van toepassing: wie hij heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren, ook aan deze behartiger zijn dezelfde voorwaarden gebonden als aan de pgb-houder. In aanvulling op lid 1 geldt voor diensten dat in het budgetplan in ieder geval omschreven staat: a. wie de directe zorgverlener(s) is; b. wat de deskundigheid is van de directe zorgverlener(s); c. wie de directe zorgverlener(s) kan vervangen bij afwezigheid en de deskundigheid van deze vervanger; d. op welke wijze de cliënt de zorgverlener aanstuurt in de praktijk. Een gesprek met cliënt, zijn vertegenwoordiger en/of de persoon uit het sociale netwerk die de aan een pgb verbonden taken gaat uitvoeren maakt onderdeel uit van de toets als bedoeld in lid 1. Het budgetplan vormt de basis voor dit gesprek.
Het college kent geen persoonsgebonden budget toe indien, ook na afloop van een hersteltermijn, het budgetplan als bedoeld in lid 1 ontbreekt of niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in lid 2. Het college maakt de kwaliteitseisen voor voorzieningen in natura als bedoeld in lid 2 onder f bekend in de vigerende Besluit Wmo. Het pgb mag niet worden besteed aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; c. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; d. kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige (eindejaars)uitkering; e. kosten voortgezette diagnostiek; f. kosten zijn voor het inkopen van voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke diensten en voorzieningen; g. kosten voor het volgen van cursussen en informatiemateriaal over het pgb; h. de bijdrage in de kosten als bedoeld in artikel 20; i. reiskosten van de hulpverlener. Deze zijn in het uurtarief inbegrepen; j. indirect cliëntgebonden uren en niet cliëntgebonden uren. Deze zijn in het uurtarief inbegrepen. Het Pgb voor een maatwerkvoorziening begeleiding of een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning kent geen vrij besteedbaar bedrag waarover geen verantwoording verschuldigd is.
Artikel 14. Onderscheid professionele en informele ondersteuning 1. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb voor diensten, wordt onderscheid gemaakt tussen professionele ondersteuning en informele ondersteuning. 2. Van professionele ondersteuning is sprake als de ondersteuning verleend wordt door onderstaande personen of organisaties, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt:
Met opmerkingen [SD28]: Nieuw. Conform gangbare regels
Met opmerkingen [SD29]: Overgeheveld vanuit Besluit Wmo
Met opmerkingen [SD30]: Conform huidige werkwijze, stond voorheen in de beleidsregels
- 14 -
a. Een aanbieder die door de gemeente Beek voor ondersteuning in natura is gecontracteerd voor de betreffende dienstverlening; b. Personen die werkzaam zijn bij een instelling die: i. ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 onderdeel b van het Handelsregisterwet 2007) ii. professionals inzet die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken en die een salaris of vergoeding ontvangen dat daarmee overeenkomstig is. iii. werkt conform de beroepscode van de beroepsgroep, waarbij het werken conform een erkende/geldende methodiek onderdeel is; iv. voldoet aan de overige kwaliteitseisen die voor de betreffende dienst in natura worden gesteld of door het college is vastgesteld dat de kwaliteit van de geboden dienstverlening daaraan gelijkwaardig is. c. personen die aangemerkt zijn als zelfstandigen zonder personeel (zzp) die:. i. ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 onderdeel b Handelsregisterwet 2007) ii. beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken iii. werken conform de beroepscode van de beroepsgroep, waarbij het werken conform een erkende/geldende methodiek onderdeel is; iv.
voldoen aan de overige kwaliteitseisen die voor de betreffende dienst in natura worden gesteld of door het college is vastgesteld dat de kwaliteit van de geboden dienstverlening daaraan gelijkwaardig is. 3. Informele ondersteuning is: a. ondersteuning die geboden wordt door personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, of personen die (werkzaam zijn bij een instelling die) niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2; b. ondersteuning die wordt geboden door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2, of werkzaam zijn bij een aanbieder die voldoet aan de criteria als genoemd in lid 2, maar bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van cliënt. Artikel 15 Hoogte pgb 1. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor:
Met opmerkingen [SD31]: Artikel overzichtelijker opgebouwd. Begeleiding en KDV aangepast en BW toegevoegd. Daarnaast de jaarlijkse indexering formeel vastgelegd.
a. een hulpmiddel: 1. op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt (huurprijs per maand), hierbij wordt rekening gehouden met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten van 7 jaar; 2. Het college draagt zorg voor kenbaarheid van de verschillende categorieën in het vigerend besluit Wmo. 3. Met peildatum 1-1-2022 wordt het pgb tarief jaarlijks aangepast aan het tarief Zorg in Natura per 1 januari van dat jaar. b. een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning: op basis van de uurloon-bedragen voor een persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning van: 1. Professionele ondersteuning: € 24,39 per uur per 1-1-2021;
Met opmerkingen [SD32]: Term aangepast aan termen artikel 14. Was professionele hulp, etc. Daarnaast tarief aangepast.
- 15 -
2. Informele ondersteuning: het minimumuurloon inclusief vakantiegeld en –uren voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek van betreffend kalenderjaar + 2 % 3. Het onder 1 genoemd bedrag is uitgedrukt in het prijspeil van 2019 en wordt gewijzigd aan de hand van de indexering van de cao schoonmaak. Het berekend bedrag wordt rekenkundig afgerond op 2 decimalen na de komma. 4. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het college zorg voor kenbaarheid van het bedrag in het vigerend besluit Wmo. 5. Met peildatum 1-1-2022 wordt het genoemde pgb tarief jaarlijks aangepast aan het tarief Zorg in Natura per 1 januari van dat jaar. c. een maatwerkvoorziening begeleiding: op basis van een percentage van het uurtarief van de maatwerkvoorziening begeleiding in natura: 1. Professionele ondersteuning: i. Aanbieder als bedoeld in artikel 14 lid 2 onder a en b : 90 % het uurtarief voor de voorziening in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de client passende en toereikende begeleiding voor een lager tarief kan worden ingekocht. ii. Zzp als bedoeld in artikel 14 lid 2 onder c: 80 % het uurtarief voor de voorziening in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende begeleiding voor een lager tarief kan worden ingekocht. iii.
Indien het opleidingsniveau van de in te zetten professional(s) afwijkt van de opleidingsmix waar het uurtarief van de voorziening in natura op is gebaseerd (bijvoorbeeld mbo-3 in plaats van mbo-4), wordt dit uurtarief herberekend op basis van het opleidingsmix die feitelijk wordt ingezet en vervolgens wordt het in i t/m iii genoemde percentage toegepast. 2. Informele ondersteuning: 30% van het uurtarief voor de voorziening in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende begeleiding voor een lager tarief kan worden ingekocht. 3. Het college draagt zorg voor kenbaarheid van deze bedragen in het vigerend besluit Wmo. 4. Met peildatum 1-1-2022 wordt het pgb tarief jaarlijks aangepast aan het tarief Zorg in Natura per 1 januari van dat jaar. d. een maatwerkvoorziening groepsbegeleiding: op basis van een percentage van het uurtarief voor de maatwerkvoorziening groepsbegeleiding in natura: 1. Professionele ondersteuning: i. Aanbieder als bedoeld in artikel 14 lid 2 onder a en b: 90 % het uurtarief voor de voorziening in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende groepsbegeleiding voor een lager tarief kan worden ingekocht. ii.
Zzp als bedoeld in artikel 14 lid 2 onder c: 80 % het uurtarief voor de voorziening in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende groepsbegeleiding voor een lager tarief kan worden ingekocht. iii. Indien het opleidingsniveau van de in te zetten professional(s) afwijkt van de opleidingsmix waar het tarief van de voorziening in natura op is gebaseerd (bijvoorbeeld mbo-2 in plaats van mbo-3), wordt dit tarief herberekend op
- 16 -
2.
3.
4. 5.
basis van het opleidingsmix die feitelijk wordt ingezet en vervolgens wordt het in i t/m iii genoemde percentage toegepast. Informele ondersteuning: 30% van het uurtarief voor de voorziening in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende begeleiding voor een lager tarief kan worden ingekocht. Vervoer binnen de maatwerkvoorziening groepsbegeleiding wordt indien nodig bepaald op basis van 100% van de toeslag voor vervoer bij de maatwerkvoorziening groepsbegeleiding in natura. Het college draagt zorg voor kenbaarheid van deze bedragen in het vigerend besluit Wmo. Met peildatum 1-1-2022 wordt het pgb tarief jaarlijks aangepast aan het tarief Zorg in Natura per 1 januari van dat jaar.
e. een maatwerkvoorziening bereikbaarheid en beschikbaarheid: op basis van een percentage van het tarief per etmaal voor een maatwerkvoorziening bereikbaarheid en beschikbaarheid in natura: 1. Professionele ondersteuning: i. Aanbieder als bedoeld in artikel 14 lid 2 onder a en b : 90 % het tarief per etmaal van de voorziening in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. ii. Zzp als bedoeld in artikel 14 lid 2 onder c: 80 % tarief per etmaal van de voorziening in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. iii. Indien het opleidingsniveau van de in te zetten professional(s) afwijkt van de opleidingsmix waar het tarief van de voorziening in natura op is gebaseerd (bijvoorbeeld mbo-2 in plaats van mbo-3), wordt dit tarief herberekend op basis van het opleidingsmix die feitelijk wordt ingezet en vervolgens wordt het in i t/m iii genoemde percentage toegepast. 2. Informele ondersteuning: 30 % het tarief per etmaal van de ondersteuning in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. 3. Het college draagt zorg voor kenbaarheid van deze bedragen in het vigerend besluit Wmo. 4.
Met peildatum 1-1-2022 wordt het pgb tarief jaarlijks aangepast aan het tarief Zorg in Natura per 1 januari van dat jaar. f.
een maatwerkvoorziening intramuraal wonen: op basis van een percentage van het tarief per etmaal voor een maatwerkvoorziening intramuraal wonen in natura, welke is opgebouwd uit een kostencomponent woonbegeleiding, en een kostencomponent hotelmatige voorzieningen en stenen: 1. Professionele ondersteuning: i. Aanbieder als bedoeld in artikel 14 lid 2 onder a en b: 90 % van de kostencomponent woonbegeleiding en 100% van de kosten component hotelmatige voorzieningen en stenen binnen het tarief per etmaal van de voorziening in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. ii. ZZP-er als bedoeld in artikel 14 lid 2 onder c: 80 % van de kostencomponent woonbegeleiding en 100% van de kosten component hotelmatige
- 17 -
voorzieningen en stenen binnen het tarief per etmaal van de voorziening in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. iii. Indien de opleidingsniveau van de professional(s) woonbegeleiding afwijkt van de van de opleidingsmix waar het tarief per etmaal van de voorziening in natura op is gebaseerd (bijvoorbeeld mbo-2 in plaats van mbo-3), wordt het tarief per etmaal herberekend op basis van het opleidingsmix die feitelijk wordt ingezet en vervolgens wordt het in i t/m iii genoemde percentage toegepast. 2. Informele ondersteuning: 30 % van de kostencomponent woonbegeleiding en 0 % van de kosten component hotelmatige voorzieningen- en stenen binnen het tarief per etmaal van de voorziening in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. 3. Het college draagt zorg voor kenbaarheid van deze bedragen in het vigerend besluit Wmo. 4. Met peildatum 1-1-2022 wordt het pgb tarief jaarlijks aangepast aan het tarief Zorg in Natura per 1 januari van dat jaar. g. een maatwerkvoorziening kortdurend verblijf: op basis van het tarief per etmaal voor kortdurend verblijf in natura. 1. Professionele ondersteuning: i.
Aanbieder als bedoeld in artikel 14 lid 2 onder a en b : 90 % het tarief per etmaal van de voorziening in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. ii. Zzp als bedoeld in artikel 14 lid 2 onder c: 80 % tarief per etmaal van de voorziening in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. iii. Indien het opleidingsniveau van de in te zetten professional(s) afwijkt van de opleidingsmix waar het tarief van de voorziening in natura op is gebaseerd (bijvoorbeeld mbo-2 in plaats van mbo-3), wordt dit tarief herberekend op basis van het opleidingsmix die feitelijk wordt ingezet en vervolgens wordt het in i t/m iii genoemde percentage toegepast. 2. Informele ondersteuning: 30 % het tarief per etmaal van de ondersteuning in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. 3. Het college draagt zorg voor kenbaarheid van deze bedragen in het vigerend besluit Wmo. 4. Met peildatum 1-1-2022 wordt het pgb tarief jaarlijks aangepast aan het tarief Zorg in Natura per 1 januari van dat jaar. h. een woningaanpassing opgenomen in het Prijzenboek 1.
op het bedrag van de kosten van de woningaanpassing in natura conform de lijst van prijzen van woningaanpassingen in het vigerend Besluit Wmo; het zogenoemd Prijzenboek. 2. Het college draagt zorg voor kenbaarheid van de verschillende categorieën in het vigerend Besluit Wmo.
- 18 -
3. Met peildatum 1-1-2022 wordt het pgb tarief jaarlijks aangepast aan het tarief Zorg in Natura per 1 januari van dat jaar. i.
een woningaanpassing niet opgenomen in het Prijzenboek 1. op het bedrag van de kosten van de woningaanpassing in natura middels een kostenbepaling door een gecontracteerd bouwbedrijf. 2. Een bedrag voor een bouwkundige woningaanpassing in of aan een woonruimte kan worden verstrekt aan de eigenaar van een koopwoning of aan een verhuurder – of huurder van een huurwoning; 3. In het geval het bedrag wordt verstrekt aan een huurder, wordt met de eigenaar van de woning overlegd over de aanpassing.
Met opmerkingen [SD33]: Tekst aangepast conform huidige werkwijze
j.
collectief vervoer 1. op basis van de kilometerprijs voor een auto in de compacte klasse volgens de Nibud-prijsgids vermenigvuldigd met het aantal van 1500 kilometers binnen de eigen leef- en woonomgeving dat gereisd moet kunnen worden. 2. Het college draagt zorg voor kenbaarheid van het bedrag in het vigerend Besluit Wmo.
Met opmerkingen [SD34]: Op dit moment betreft dit een bedrag van € 0,43 per kilometer.
2. Indien het vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de voorziening hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht. Artikel 16 Financiële tegemoetkoming 1. Het college verstrekt een maatwerkvoorziening voor de volgende kosten in de vorm van een financiële tegemoetkoming: a. verhuiskosten; b. de kosten van het bezoekbaar maken van een woning; c. de kosten van sanering van een woning in verband met astma, allergie of rolstoelgebruik; d. de kosten van een autoaanpassing mits de auto niet ouder is dan 5 jaar; e. de kosten van aanschaf, onderhoud en reparatie van een sportvoorzieningen. 2. De hoogte van de financiële tegemoetkoming bedraagt voor: a. verhuiskosten maximaal een bedrag van € 2.270; b. de kosten van het bezoekbaar maken van een woning maximaal een bedrag van € 4.538; c. de kosten van sanering van de woning in verband met astma, allergie of rolstoelgebruik maximaal de normbedragen voor bodembedekking en raambekleding uit de Nibud-prijslijst, waarbij de volgende percentages worden toegepast: i. 100% bij een ouderdom van de te vervangen voorziening tot twee jaar; ii. 75% bij een ouderdom van de te vervangen voorziening van twee tot vier jaar; iii. 50% bij een ouderdom van de te vervangen voorziening van vier tot zes jaar; iv.
25% bij een ouderdom van de te vervangen voorziening van zes tot acht jaar; v. 0% bij een ouderdom van de te vervangen voorziening van 8 jaar en ouder jaar; d. de kosten van autoaanpassingen maximaal een bedrag van € 1.500; e. de kosten van aanschaf, onderhoud en reparatie van een sportvoorziening maximaal een bedrag van € 3.500 voor een periode van drie jaar.
Met opmerkingen [SD35]: Overeenkomstig oud artikel 11 lid 3 onder g t/m k. Met opmerkingen [SD36]: In verschillende uitspraken heeft de CRvB aangegeven dat de definitie van maatwerkvoorziening in artikel 1.1.1 Wmo 2015 ruim genoeg is om ook een financiele tegemoetkoming te kunnen omvatten (CRvB 12-2-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:395, CRvB 12-2-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:396,CRvB 27-3-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1166). In de verordening werd er nog vanuit gegaan dat een verhuiskostenvergoeding, het bezoekbaar maken van een woning, woningsanering, auto-aanpassingen en sportvoorzieningen (alleen) in de vorm van een pgb verstrekt kon worden omdat een grondslag voor het verstrekken van een financiële tegemoetkoming ontbrak in de wet en artikel 2.1.7 Wmo 2015 alleen de grondslag vormde voor een tegemoetkoming in de meerkosten, welke regeling een algemeen inkomensondersteunend karakter heeft. De bedragen van de financiële tegemoetkomingen worden nu opgenomen in apart artikel. . De strekking is gelijk. Met opmerkingen [SD37]: Voorheen: mits de auto niet ouder is dan 3 jaar
- 19 -
3. Het college draagt zorg voor kenbaarheid van de bedragen als genoemd in lid 2 onder c in het vigerend Besluit Wmo.
HOOFDSTUK 5. BESTRIJDING MISBRUIK Artikel 17. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. 3. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken en de voorziening beëindigen als het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of e.
de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. f. de cliënt niet verantwoord gebruik maakt van de maatwerkvoorziening. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 3 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 6. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 7. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 8. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, of: a. de cliënt nog op de maatwerkvoorziening is aangewezen; b. de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb nog toereikend is; c. de cliënt nog voldoet aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het pgb; d.
de verstrekte voorzieningen worden gebruikt dan wel besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. 9. Het college kan een terug te vorderen bedrag verrekenen met betalingen op grond van de wet, die nog uitgekeerd moeten worden.
Met opmerkingen [SD38]: Was artikel 15
Artikel 18 Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e,
Met opmerkingen [SD41]: Was artikel 15 lid 9 en 10.
Met opmerkingen [SD39]: Bepaling is iets specifieker gemaakt, maar komt overeen met oude bepaling.
Met opmerkingen [SD40]: Nieuw. Bepaling ontbrak.
- 20 -
van de wet. Het college stelt de pgb-houder hiervan schriftelijk op de hoogte. 2. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als de cliënt langer dan 4 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. Het college stelt de pgb-houder hiervan schriftelijk op de hoogte. 3. Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid. Artikel 19 Terugvordering Pgb bij de pgb-aanbieder (derdenbeding in overeenkomst met cliënt) 1. Het college kan tot terugvordering van het Pgb bij de Pgb-aanbieder overgaan indien: a. de pgb-aanbieder geld heeft ontvangen voor ondersteuning die (gedeeltelijk) niet is verleend of niet (geheel) conform de gestelde voorwaarden is verleend en hij niet binnen 72 uur melding heeft gedaan bij de pgb-beheerder om dit te crediteren; b. een maatwerkvoorziening voor een ander doel is ingezet, dan waarvoor het is toegekend; c. een maatwerkvoorziening zonder toestemming van het college in het buitenland is ingezet. 2. In geval van terugvordering stuurt het college een factuur naar de Pgb- aanbieder, die binnen 4 weken moet worden voldaan. 3.
Het college kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen. 4. De hoogte van de terugvordering is de gehele of de gedeeltelijke geldwaarde van het (ten onrechte) bestede pgb.
Met opmerkingen [SD42]: Nieuw Is mogelijk geworden door opnemen derdenbeding in overeenkomsten.
HOOFDSTUK 6. REGELS VOOR BIJDRAGE IN DE KOSTEN VAN MAATWERKVOORZIENINGEN Artikel 20. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3. De kostprijs van een: a. een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening maakt; b. een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 4. De bijdrage voor beschermd wonen wordt vastgesteld conform hoofdstuk 1, paragraaf 1 en 3, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 5. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 6.
De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Met opmerkingen [SD43]: Was artikel 12
Met opmerkingen [SD44]: Nieuw: voor cliënten beschermd wonen.
- 21 -
7. In afwijking van lid 1 t/m 4 is een cliënt een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vraagafhankelijk vervoer van € 0,83 per zone. 8. De in lid 7 genoemde bijdrage is uitgedrukt naar het prijspeil van 2021 en wordt ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de Landelijke Tarieven Index (LTI). De berekende bedragen worden naar beneden afgerond met een veelvoud van € 0,10. Het college draagt zorg voor de kenbaarheid van dit bedrag in het vigerend Besluit Wmo. 9. Het bedrag genoemd in lid 2 is uitgedrukt in het prijspeil 2020 en wordt aangepast overeenkomstig artikel 2.1.4. b van de Wmo.