CConstaterende datBeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting t_NL.IMRO.0888.BPPPPTRECKPOEL4-VO01

Commissie Grondgebiedzaken 25 januari 2021, gemeente BeekBij agendapunt: Stukken ter kennisname: Voorontwerp bestemmingsplan "Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraa10.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting

Toelichting

Inhoud d 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 3 1.2 Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied ........................................................ 3 1.3 Vigerende bestemmingsplannen ................................................................................................... 4 1.4 Bij het plan behorende stukken ..................................................................................................... 5 1.5 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 5 2 Beschrijving plangebied

7

3 Beleidskader 9 3.1 Europees en Rijksbeleid ................................................................................................................. 9 3.2 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 12 3.3 Regionaal beleid .......................................................................................................................... 15 3.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 15 4 Planbeschrijving

18

5 Milieuaspecten 19 5.1 Waterhuishouding ....................................................................................................................... 19 5.2 Milieu ........................................................................................................................................... 21 5.3 Archeologie .................................................................................................................................. 24 5.4 Ecologie en stikstof ...................................................................................................................... 24 5.5 Kabels en leidingen ...................................................................................................................... 25 6 Het plan 26 6.1 Feitelijke planopzet...................................................................................................................... 26 6.2 Juridische planopzet .................................................................................................................... 26 7 Uitvoerbaarheid 28 7.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 28 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................................. 28 8 Handhavingsparagraaf

29

Bijlage 1 Beantwoording zienswijzen ................................................................................................ 30 Separate bijlagen: 1) Melding Watertoetsloket, Waterschap Limburg, d.d. 21.10.2020; 2) Plangroep Heggen, ontwerp parkeerterrein en infiltratievoorziening, projectnummer 20.080, d.d. 16.10.2020; 3) Ecolybrium, ‘AERIUS-calculatie Peter Treckpoelstraat 4’, rapportnummer 20-740, d.d. 21.10.2020.

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 2 -

Toelichting

1 Inleiding d

1.1 Aanleiding Op het perceel Peter Treckpoelstraat 4 te Beek zijn de bedrijven Netpresenter BV en Stichting AMBER Alert Europe gevestigd. Het betreft twee bedrijven die in een kantoorgebouw gevestigd zijn op dit perceel en die gericht zijn op dienstverlening. Om het kantoorgebouw heen is een parkeerplaats gelegen op eigen terrein. De verwachting is dat de Stichting AMBER Alert in de nabije toekomst gaat uitbreiden en daarom wil de eigenaar van de gronden de bestaande parkeerplaats uitbreiden om zo de toekomstige groei van het aantal werknemers te kunnen faciliteren; de bedrijven willen echter geen parkeeroverlast veroorzaken in de woonomgeving. De kans doet zich nu voor om twee delen van de aangrenzende percelen Bourgognestraat 13a en 17 aan te kopen en daarmee de parkeerplaats uit te breiden. Hiermee kan de parkeerplaats met maximaal 14 plaatsen worden uitgebreid. In het vigerende bestemmingsplan ‘Kern Beek’ zijn de twee percelen waarvan delen worden aangekocht, bestemd tot ‘Wonen’. Het realiseren van een parkeerplaats ten behoeve van bedrijven is daarbinnen niet toegestaan. Het bedrijfsperceel van initiatiefnemer is bestemd tot ‘Bedrijf’. Om de beoogde uitbreiding van de parkeerplaats mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan ligt thans voor.

De aan te kopen gedeelten van de percelen Bourgognestraat 13a en 17 worden hierin bestemd tot ‘Bedrijf’. Er worden geen nieuwe bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt door middel van dit plan.

1.2 Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied Ligging Het plangebied is gelegen in het noordoosten van de kern Beek. Het plangebied betreft delen van de percelen, kadastraal bekend gemeente Beek, sectie B, nummer 7562 en 6035, met een totale oppervlakte van 340 m². Op het onderstaande kaartje is het plangebied aangeduid:

Locatie plangebied

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 3 -

Toelichting

1.3 Vigerende bestemmingsplannen d Bestemmingsplan ‘Kern Beek’ Het plangebied is thans juridisch-planologisch geregeld in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Kern Beek’ (vastgesteld door de raad van de gemeente Beek d.d. 26.04.2012). Bestemming ‘Wonen’ In dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd tot ‘Wonen’. Binnen deze bestemming is parkeren toegestaan, maar uitsluitend ten behoeve van de woonfunctie. Het parkeren ten behoeve van het bedrijf is derhalve strijdig met het bestemmingsplan. Er zijn geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden om deze functionele wijziging mogelijk te maken. Op onderstaande uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Kern Beek’ is de huidige woonbestemming van het plangebied aangegeven binnen de rode omlijning. Het aansluitende paarse vlak is het huidige bestemmingsvlak (bestemming: ‘Bedrijf’) van het bedrijf:

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Kern Beek’

Naast de bestemming ‘Wonen’ is sprake van een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ (gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde). Concreet houdt deze regeling in dat bij bodemverstoringen dieper dan 0,30 meter én groter dan 250 m² archeologisch onderzoek noodzakelijk is dan wel aangetoond dient te worden dat er geen archeologische waarden worden verstoord. Er is voorts een gebiedsaanduiding ‘geluidzone -industrie’ opgenomen over het plangebied. Deze gebiedsaanduiding legt belemmeringen op aan het realiseren van nieuwe geluidgevoelige functies. De parkeerplaats die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is geen geluidgevoelige functie. Hierdoor heeft deze gebiedsaanduiding geen gevolgen voor dit plan.

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 4 -

Toelichting

De gebiedsaanduiding ‘milieuzone-bodembeschermingsgebied’ is eveneens op de verbeelding binnen het plangebied aangeduid. Deze heeft betrekking op de bescherming van de bodem en het grondwater (met name voor bouwactiviteiten op grotere diepte). De begrenzing van dit d bodembeschermingsgebied is inmiddels aangepast (zie POL2014) en bestrijkt inmiddels niet meer het plangebied. Bestemmingsplan ‘Parkeren’ De gemeente Beek heeft d.d. 08.11.2018 het bestemmingsplan ‘Parkeren’ vastgesteld om de toepassing van parkeernormen Beek 2018 gemeentebreed te laten gelden. Deze parkeernormen zijn, zoals bedoeld in het bestemmingsplan ‘Parkeren, in dit bestemmingsplan overgenomen. Echter, omdat geen sprake is van een uitbreiding van het aantal vierkante meters van de kantoorfunctie als gevolg van dit plan is de parkeernorm op dit plan niet van toepassing. Het voorliggende plan betreft een initiatief van een bedrijf dat uit eigen beweging het aantal parkeerplaatsen wil uitbreiden. Voorbereidingsbesluit Detailhandel De gemeenteraad van Beek heeft op 25 juni 2020 het voorbereidingsbesluit ‘Detailhandel’ genomen teneinde de vestiging van nieuwe detailhandlesvestigingen buiten de balans- en concentratiegebieden te voorkomen. Aangezien het voorliggende bestemmingsplan geen betrekking heeft op detailhandel, kan dit verder buiten beschouwing worden gelaten.

1.4 Bij het plan behorende stukken De structuur van bestemmingsplannen dient conform artikel 3.3.2 van het Bro te voldoen aan de “Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen” (SVBP2012). Dit houdt in dat de verschijningsvorm van een bestemmingsplan en een aantal begrippen zijn gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: - een verbeelding (een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.0888.BPPPPTRECKPOEL4- (met hierachter de status van het plan); - regels; deze regels zijn in de SVBP2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn, met bijbehorende verklaringen, de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. De verbeelding is opgebouwd volgens de landelijke richtlijn SVBP2012 en is getekend op schaal 1:500. De regels bevatten de regeling inzake het gebruik van de gronden, die in het plan zijn begrepen en de daarop geprojecteerde opstallen. De regels zijn ingedeeld in vier hoofdstukken: de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels.

Een bestemmingsplan gaat voorts vergezeld van een toelichting, waarin een onderbouwing is opgenomen van de gemaakte beleidskeuzen inzake het bestemmingsplan. Onderhavige toelichting maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Onderdeel van de toelichting zijn de ten behoeve van het bestemmingsplan vervaardigde onderzoeken; deze zijn als separate bijlagen bij deze toelichting opgenomen.

1.5 Leeswijzer De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit acht hoofdstukken, waarvan de indeling heeft plaatsgevonden conform het Handboek Ruimtelijke Plannen van de gemeente Beek aangevuld met een handhavingsparagraaf. Na dit inleidende eerste hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied gegeven met de huidige ruimtelijke, functionele of andere structuren die Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 5 -

Toelichting

daarbinnen aanwezig zijn. In hoofdstuk 3 worden de beleidskaders op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau weergegeven en wordt afgewogen of de voorliggende ontwikkeling daarbinnen inpasbaar is. Het plan is in hoofdstuk 4 van deze toelichting uiteengezet. In hoofdstuk 5 d komen de milieuplanologische aspecten aan de orde en worden onder andere de resultaten van uitgevoerde onderzoeken besproken. Hoofdstuk 6 handelt over de opbouw van de juridische regeling van dit bestemmingsplan en voorziet onder meer in een artikelsgewijze bespreking van de bestemmingsregels. In hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan de orde en wordt aangegeven welk communicatietraject is doorlopen. Tevens wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 8 bevat een handhavingsparagraaf.

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 6 -

Toelichting

2 Beschrijving plangebied d Het plangebied is gelegen aan de Peter Treckpoelstraat 4 te Beek. Het bestaat uit delen van twee achtertuinen behorende bij de percelen Bourgognestraat 13a en 17 en heeft een oppervlakte van 340 m². Deze perceeldelen worden aangekocht door initiatiefnemer en worden vervolgens gebruikt ter uitbreiding van het bestaande parkeerterrein behorende bij bet bedrijfspand van de bedrijven Netpresenter en Stichting AMBER Alert Europe. Op de onderstaande luchtfoto is het plangebied middels een rode kleur weergegeven:

Luchtfoto

De entree van het bedrijfspand wordt gevormd door een inrit aan de Peter Treckpoelstraat 4 die toegang geeft tot het bestaande parkeerterrein met circa 20 parkeerplaatsen. Aan de zijden die grenzen aan achtertuinen van omliggende woningen is de parkeerplaats omzoomd door hagen, bomen en/of andere opgaande beplanting, waarbij langs het achterste gedeelte van de erfgrens ook voorzien is in een hekwerk. De onderstaande foto’s geven een beeld van de bestaande situatie bij de entree en aan de achterzijde van het perceel.

Inrit aan Peter Treckpoelstraat 4

Bestaand parkeerterrein

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 7 -

Toelichting

d

Hekwerk aan achterzijde parkeerterrein

Zicht op aan te kopen tuindelen (plangebied)

De directe omgeving aan de Peter Treckpoelstraat wordt gekenmerkt als een woonomgeving met (half)vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen in twee bouwlagen met kap. Aan de Bourgognestraat is deels sprake van vrijstaande panden in twee of drie bouwlagen en deels van aaneengesloten bebouwing. De woningen in deze straat (en ook de parallel daaraan gelegen Burgemeester Lemmensstraat, met twee- onder-een-kapwoningen) hebben diepe achtertuinen. Het bedrijfspand is als het ware gelegen tussen deze diepe achtertuinen. Het bedrijfspand is gebouwd in 1974 en omvat 1.300 m² b.v.o. gebruiksruimte, verdeeld over twee bouwlagen. De bedrijven Netpresenter en Stichting AMBER Alert Europe voeren hier research-, ontwikkelings- en administratieve functies uit. Deze bedrijfsfuncties hebben geen negatief effect op de woonomgeving. Normaal gesproken is het wenselijk bedrijfspercelen te verplaatsen uit woongebieden maar in dit geval is geen sprake van activiteiten die het woon- en leefklimaat negatief beïnvloeden. Bovendien zou bij verplaatsing van het bedrijf leegstand ontstaan van een gebouw, dat niet eenvoudig om te vormen is voor een andere, passende functie. Naar verwachting van de eigenaar van het pand zal de parkeerbehoefte als gevolg van de beoogde groei van het aantal medewerkers beperkt gaan toenemen.

Op drukke momenten zou dit betekenen dat bezoekers van de bedrijven zouden moeten parkeren in het openbaar gebied, hetgeen niet wenselijk is. Vandaar dat men op zoek is gegaan naar een oplossing om meer parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Deze oplossing is gevonden in de aankoop van delen van twee achtertuinen van aangrenzende woningen aan de Bourgognestraat. Hierover meer in hoofdstuk 4 van deze toelichting.

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 8 -

Toelichting

3 Beleidskader d

3.1 Europees en Rijksbeleid Natuurwetgeving: gebieds- en soortenbescherming Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG) hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats tot doel. Elke lidstaat is verplicht speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: ‘Natura 2000’. In de Wet natuurbescherming zijn zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming in Nederland geregeld. Conform deze wet bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen hun grondgebied en zorgen zij voor eventueel noodzakelijke vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Gebiedsbescherming Het Natura2000-netwerk bevat de gebieden die zijn aangewezen onder de voornoemde Vogel- en Habitatrichtlijn en deze gebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Voor die gebieden geldt dat aanwijzingsbesluiten zijn opgesteld waarin staat voor welke soorten en habitats het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitats.

Onderhavig plan Er zijn drie Natura 2000 gebieden die op ongeveer 3 km afstand liggen van het plangebied; dit betreft het Bunder- en Elslooërbos, het Geleenbeekdal en de Grensmaas. Het Natura 2000-gebied Geuldal bevindt zich voorts op circa 6 km ten zuiden van het plangebied (effecten hierop zijn op voorhand uit te sluiten vanwege de afstand). Op het onderstaande kaartje is het plangebied bij de zwarte pijl aangeduid. De genoemde Natura 2000-gebieden zijn middels een gele kleur weergegeven: Geleenbeekdal Grensmaas

Plangebied

Bunder- en Elslooërbos

Geuldal

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 9 -

Toelichting

Gelet op de afstand tussen het plangebied en de dichtstbijzijnde Natura2000-gebieden en het feit dat tussen het plangebied en deze natuurgebieden diverse (stedelijke) voorzieningen, zoals onder andere drukke autosnelwegen (A2 en A76) d zijn gelegen, kan gesteld worden dat de voorgenomen herinrichting van het plangebied geen negatief effect zal hebben op de kwalificeren soorten en habitats in de genoemde Natura2000-gebieden. Stikstofdepositie De stikstofdepositie die ontstaat als gevolg van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen kan een probleem vormen voor zowel de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen voor de stikstofgevoelige habitattypen en soorten in veel Natura2000-gebieden als voor het mogelijk maken van economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken op deze gebieden. Nederland telt 160 Natura2000-gebieden. 118 van deze Natura2000-gebieden kennen een te hoge achtergronddepositie. Deze te hoge achtergronddepositie zorgt voor een stikstofdeken, die tot gevolg heeft dat in veel Natura2000-gebieden de zogenoemde kritische depositiewaarden voor de aangewezen habitattypen ruim worden overschreden. Een overschrijding van de kritische depositiewaarde brengt het risico met zich mee dat de kwaliteit van habitattypen worden aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van stikstofdepositie.

Deze negatieve effecten worden veroorzaakt door de uitstoot van stikstof en ammoniak. Deze stoffen komen vrij bij alle verbrandingsprocessen en door ammoniakemissies in de landbouw. De voornaamste bronnen zijn verkeer, industrie en landbouw. In het Programma Aanpak Stikstofdepositie (PAS) werken Rijk, provincies, natuurorganisaties en ondernemers samen. Er worden herstelwerkzaamheden uitgevoerd om de natuur bestendiger te maken tegen een overbelasting van stikstof, door bijvoorbeeld stikstofrijke grondlagen te verwijderen. De herstelmaatregelen zijn gebaseerd op landelijk voor het PAS opgestelde herstelstrategieën. Agrarische ondernemers nemen bronmaatregelen bij hun bedrijfsvoering om stikstofemissies omlaag te brengen, zoals aangepaste mestaanwending en het gebruik van veevoer met een andere samenstelling. Door deze herstelmaatregelen en de daling van de stikstofdepositie door bestaand beleid en de extra bronmaatregelen ontstaat er ook ruimte voor nieuwe economische activiteiten. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State twee belangrijke uitspraken gedaan over het PAS. De Afdeling oordeelde dat het PAS niet als basis mag worden gebruikt voor toestemming voor activiteiten die extra stikstofuitstoot veroorzaken (zoals bijvoorbeeld de uitbreiding van een veehouderij of de aanleg van een weg).

Op basis van het PAS wordt vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden alvast toestemming gegeven voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden. Zo’n toestemming ‘vooraf’ is niet toegestaan op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Die eist namelijk dat vooraf vast moet staan dat de geplande maatregelen daadwerkelijk resultaat hebben. Hiermee zijn de PAS-maatregelen als ontoereikend te beschouwen. Ter voorbereiding op het voorliggende plan is door Ecolybrium een AERIUS-calculatie uitgevoerd om te bezien of het bouwplan zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase tot een toename van de stikstofdepositie op de omliggende Natura2000-gebieden leidt. De resultaten van dit onderzoek zijn beschreven in paragraaf 5.4 van deze toelichting. Soortenbescherming Het tweede deel van de wet- en regelgeving gaat over de soortenbescherming. Hoe hiermee is omgegaan is eveneens aangegeven in paragraaf 5.4 van deze toelichting. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het huidige ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau. De hoofddoelstelling van de SVIR is Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028). Dit gebeurt aan de hand

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 10 -

Toelichting

van drie deeldoelen waaraan dertien nationale belangen zijn gekoppeld. Het Rijk is verantwoordelijk voor het veiligstellen van deze 13 nationale belangen. d Doel

Nationaal belang

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland

1.

2. 3. 4. Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat

5.

6. 7.

Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke en cultuurhistorische waarden behouden zijn

een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; efficiënt gebruik van de ondergrond. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen.

8.

verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten ; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wro, twee besluiten waarmee dat mogelijk is: Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk Rijksbeleid te borgen. Van de provincies en gemeenten wordt gevraagd de inhoud van het Barro te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. De hierin aangegeven juridische kaders zijn derhalve concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect (dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie), door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. In hoofdstuk 2 van het Barro (titel 2.1 t/m titel 2.13) zijn de nationale belangen opgenomen. Er zijn in het kader van het voorliggende bestemmingsplan geen nationale belangen gemoeid die dienen te worden beschouwd. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden.

De ladder voor duurzame verstedelijking (Bro, artikel 3.6, lid 2) is per 1 oktober 2012 in het Bro opgenomen. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen op basis van deze Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 11 -

Toelichting

ladder te worden gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. De motivering van de duurzame verstedelijking voor het onderhavig plan is onderstaand weergegeven. d Onderhavig plan Voorvraag: is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? De ladder van duurzame verstedelijking is van toepassing op stedelijke ontwikkelingen die plaatsvinden buiten het bestaand stedelijk gebied van een gemeente. De definitie van een ‘stedelijke ontwikkeling’ is beschreven in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ staat in dit artikel als volgt omschreven: “Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Onderhavig plan Geconcludeerd kan worden dat de herinrichting van het onderhavige plangebied tot parkeerterrein en de daarvoor noodzakelijke bestemmingswijziging in de bestemming ‘Bedrijf’ niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, sub i van het Bro valt aan te merken. Er wordt geen bedrijfsoppervlakte toegevoegd aan de bestaande bedrijfsfunctie; er wordt alleen een aantal aanvullende parkeerplaatsen gerealiseerd om de omgeving te ontlasten van mogelijke parkeerdruk.

De Ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet van toepassing op het voorliggende plan. Verdrag van Valletta (Malta) Het Europese Verdrag van Valletta, ook wel het Verdrag van Malta genoemd, beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Het gaat bijvoorbeeld om grafvelden, gebruiksvoorwerpen en resten van bewoning. Op iedere plaats in de bodem kan dit soort erfgoed zich bevinden. Vaak werden archeologen laat bij de ontwikkeling van plannen betrokken. Hierdoor werd de aanwezigheid van archeologische waarden vaak pas ontdekt als projecten, zoals de aanleg van wegen of stadsvernieuwing, al in volle gang waren. De Erfgoedwet is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta. De wet is een raamwet, die regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De gemeenten zijn in deze wet tot bevoegd gezag aangewezen en dienen de archeologische belangen op een goede manier te verweven in het ruimtelijk beleid. Onderhavig plan De wijze waarop met het aspect archeologie rekening is gehouden in relatie tot dit bouwplan is verwoord in paragraaf 5.3 van deze toelichting.

3.2 Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) 2014 Op 12 december 2014 is het POL2014 vastgesteld. De centrale ambitie van de provincie Limburg komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. In het POL staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. Kwaliteit staat daarbij centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 12 -

Toelichting

Woningen, bedrijventerreinen, kantoren en winkels zijn er in Limburg genoeg, in toenemende mate zelfs te veel. Tegelijkertijd is de kwaliteit steeds minder toegesneden op de behoefte. Op al deze d gebieden liggen nog grote kwalitatieve opgaven. Blijvende vernieuwing en innovatie zijn dan ook van groot belang. De uitdaging is om een omslag te maken ‘van kwantiteit naar kwaliteit’ en meer schaarste te creëren. Onderhavig plan Het onderhavige plangebied is gelegen in de zone ‘Overig bebouwd gebied’. Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de kaart ‘Zonering Limburg’ uit het POL2014 weergegeven. Het plangebied is op deze uitsnede middels een rode kleur omlijnd:

Zone ‘Overig bebouwd gebied’

De zone ‘Overig bebouwd gebied’ bestaat uit gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter. Een aantrekkelijke woon- en leefomgeving is een belangrijk uitgangspunt binnen deze zone. Een voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat kan niet zonder een woon- en leefomgeving van goede kwaliteit. Waarin burgers graag wonen, toeristen graag op vakantie komen en ondernemers graag hun bedrijf vestigen. En waar het gezond en veilig leven is. Die leefomgeving heeft een fysieke en een sociale kant. De sociale kant omvat aspecten zoals sociale cohesie, sociale veiligheid, verenigingsleven, toegang tot sport en cultuur. Het onderhavige plan behelst het toevoegen van maximaal 14 parkeerplaatsen ten behoeve van een bestaande bedrijfsvestiging. Met dit plan wordt de parkeercapaciteit van het bedrijf vergroot waardoor druk op de openbare parkeerplaatsen wordt verminderd. Deze ontwikkeling past binnen de uitgangspunten aangaande het realiseren van woongebieden met een goede woon- en leefkwaliteit binnen de zone ‘Overige bebouwd gebied’ en past derhalve binnen de uitgangspunten van het POL2014. Ontwerp Omgevingsvisie Limburg (POVI) In het kader van de toekomstige Omgevingswet hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg d.d. 01.09.2020 het ontwerp vastgesteld van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI).

Om goed in te kunnen spelen op de Limburgse kansen en uitdagingen in de leefomgeving is een visie nodig voor de langere termijn (2030 - 2050), waarin allerlei onderwerpen aan bod komen, zoals Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 13 -

Toelichting

wonen, bodem, infrastructuur, energie, economie, landbouw, water, natuur, landschap en cultureel erfgoed, maar ook gezondheid en de gezonde leefomgeving. Zo geeft de Omgevingsvisie richting aan de manieren waarop Limburg klaargemaakt wordt voor de toekomst. d De provincie zoekt naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en vrije tijd besteden. Afwegingen hierbinnen geschiedt op basis van de onderstaande Limburgse principes: - streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving die uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid; - de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. - meer stad, meer land. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. - zorgvuldig omgaan met de ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. Ingezet wordt op een sociaal-economische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In lijn met de Omgevingswet gaat de Omgevingsvisie uit van het voorzorgsbeginsel; preventief handelen, milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestrijden en de vervuiler betaalt.

In onze afwegingen worden naast de impact op mens, economie en welvaart ook de impact op de omgeving en het milieu beschouwd. Er wordt gestreefd naar functiecombinaties en het optimaal benutten van bestaande functies. In de Omgevingsvisie is een algemene zonering opgenomen. Het plangebied is gelegen in ‘Stedelijk gebied’. Het stedelijk gebied omvat de bebouwde gebieden van de Westelijke Mijnstreek, Heerlen, Brunssum, Landgraaf en Kerkrade en de steden Maastricht, Venlo, Roermond, Weert en Venray. Hier is een breed scala aan locaties met functies zoals wonen, winkels, scholen, voorzieningen, wegen en openbare ruimte gesitueerd. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Het is belangrijk dat onder meer in de overgangsgebieden stad-land wordt ingespeeld op ruimte voor klimaatadaptatie via het watersysteem en de groenvoorzieningen. Limburgse steden en dorpen moeten ook in de toekomst een aantrekkelijke en leefbare thuisbasis voor de inwoners zijn. De Limburgse steden en dorpen krijgen de komende decennia te maken met grote gecompliceerde vraagstukken en transities. Bij veel vraagstukken in het bebouwd gebied geldt dat de overheid, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven samen oplossingen moeten vinden. Een belangrijke rol ligt bij de gemeenten.

Een toenemend aantal vraagstukken overstijgt echter het lokale niveau en vraagt om gezamenlijk optrekken van gemeenten in regionaal verband. Compacte steden blijven het uitgangspunt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten zoveel mogelijk een plek krijgen binnen het bebouwd gebied. Dit om de diversiteit tussen stad en land, tussen dynamisch en rustiger en tussen wonen, werken en recreëren als kwaliteit van de leefomgeving te kunnen behouden. Daarbij is er aandacht voor compacte binnensteden, het behoud van basisvoorzieningen en leefbaarheid. De voorliggende planontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied en bestaat uit het uitbreiden van parkeerfaciliteiten van een bestaand bedrijf. De ontwikkeling past binnen de zonering ‘Stedelijk gebied’. Omgevingsverordening Limburg 2014 Bij de vaststelling van het POL2014 (d.d. 12.12.2014) is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is een juridische doorvertaling van het omgevingsbeleid zoals vastgelegd in het POL2014. De verordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingsverordening. Tevens is een hoofdstuk ‘Ruimte’ toegevoegd. In het hoofdstuk Ruimte zijn regels opgenomen die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijke beleid uit het POL2014 in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen.

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 14 -

Toelichting

Onderhavig plan Voor het voorliggende bestemmingsplan bevat de Omgevingsverordening Limburg 2014 geen specifieke uitgangspunten. d

3.3 Regionaal beleid Beleidsvisie externe veiligheid Chemelot site/Westelijke Mijnstreek De gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek hebben gezamenlijk de Beleidsvisie externe veiligheid Chemelot site/Westelijke Mijnstreek opgesteld (vastgesteld door de raad van de gemeente SittardGeleen d.d. 31.03.2010). In deze beleidsvisie wordt in samenwerking met de provincie Limburg, de regionale brandweer Zuid-Limburg en Chemelot een intergemeentelijk beleidskader voor externe veiligheid vastgesteld waarmee belangen van ruimtelijke ordening enerzijds en (bedrijfs)economische belangen anderzijds voor de lange termijn geborgd worden. De belangrijkste doelstellingen voor de toekomst die in de beleidsvisie zijn geformuleerd zijn: - een economisch sterke regio waarin de Chemelot site een spilfunctie vervult. Dit houdt in dat nieuwe ontwikkelingen binnen de Chemelot site een realistisch en gewenst uitgangspunt zijn. Het ligt voor de hand dat deze nieuwe activiteiten mede activiteiten met gevaarlijke stoffen betreffen; - een regio met een kwalitatief hoogwaardig woon- en leefmilieu met ruimtelijke ontwikkelingen die dit gestalte zullen geven. Dit is in de visie op de ontwikkeling van de Westelijke Mijnstreek kernachtig verwoord door de slogan “van meer naar beter”. Binnen deze doelstelling is uitgesproken dat er geen behoefte is aan uitbreiding van de woningcapaciteit.

De vergrijzing van de bevolking die wordt voorzien maakt dit een realistisch uitgangspunt. Deze doelstellingen vormen de beleidsdoelstelling van de hierboven genoemde betrokken partijen om de Westelijke Mijnstreek een krachtige en aantrekkelijke regio te maken voor de vestiging van nieuwe ondernemingen en een jonge generatie mensen die graag in de Westelijke Mijnstreek willen wonen en werken. Bij deze doelstelling hoort een essentiële randvoorwaarde. De gewenste ontwikkelingen moeten mogelijk zijn met behoud van een verantwoord en aanvaardbaar veiligheidsniveau voor de leefomgeving. Per ruimtelijk plan zal in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden bekeken of de ontwikkeling past binnen het hier aangegeven beleidskader. Onderhavig plan De wijze waarop in het onderhavige plan wordt omgegaan met het aspect externe veiligheid is beschreven in paragraaf 5.2 van deze toelichting.

3.4 Gemeentelijk beleid Strategische Toekomstvisie: Ondernemend Beek: veelzijdig en vitaal in Zuid-Limburg, 2009 In deze toekomstvisie, welke de gemeenteraad van Beek op 10 december 2009 heeft vastgesteld, worden in hoofdlijnen de ambities en speerpunten van beleid tot 2030 beschreven. Samengevat gaat Beek zich de komende jaren tot 2030 in hoofdlijnen richten op onder andere de volgende ambities en speerpunten: - het actief stimuleren van bedrijvigheid en het ondernemersklimaat; - het faciliteren van het MKB om kleinschalige bedrijvigheid passend in de kernen te vestigen. Hierbij moet ook gedacht worden aan ondernemers in de maatschappelijke zorg of andersoortige voorzieningen die de leefbaarheid in de kern vergroten; - het woon- en leefklimaat zodanig versterken dat dit voor alle leeftijdsgroepen en voor zowel de huidige als toekomstige nieuwe inwoners aantrekkelijk is, waarbij kwaliteit boven kwantiteit gaat en groen in de leefomgeving een belangrijk uitgangspunt is; - het landelijk karakter van het buitengebied behouden en verwerken;

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 15 -

Toelichting

-

cultureel-maatschappelijke voorzieningen, zorgvoorzieningen enz. moeten binnen de gemeente bereikbaar zijn maar niet noodzakelijk in elke kern; sportontwikkelingen, in het bijzonder op d het gebied van gehandicapten, chronisch zieken en senioren, worden gestimuleerd.

Onderhavig plan Eén van de pijlers van de Strategische Toekomstvisie van de gemeente Beek is het stimuleren van bedrijvigheid en het ondernemersklimaat alsmede het faciliteren van het MKB om kleinschalige bedrijvigheid in de kernen te vestigen. Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt de uitbreiding van een parkeerterrein mogelijk gemaakt. Dit parkeerterrein is bestemd voor de medewerkers van de bedrijven die reeds in het bedrijfsgebouw zijn gevestigd. Hiermee wordt de bedrijvigheid ter plaatse gefaciliteerd. Het plan past dan ook binnen de uitgangspunten van de Strategische Toekomstvisie van de gemeente Beek. Structuurvisie Beek 2012-2022,”Ruimte voor veelzijdigheid en vitaliteit” Centraal in deze structuurvisie staat het streven van Beek om een goed woon-, leef- en werkklimaat te (kunnen) blijven bieden aan zowel de huidige als de toekomstige bewoners. Hoofddoel daarbij is behoud en versterking van een duurzame omgeving waarin het prettig wonen, werken en recreëren is, met oog voor wat Beek heeft en wil nalaten voor toekomstige generaties. Beek wil zich blijven ontwikkelen tot een eigentijdse maar authentieke woon-, werk- en leefgemeente, met voorzieningen op maat in elke kern en in een hoogwaardige, duurzame landelijke omgeving met blijvende en beleefbare natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten.

Identiteit en kwaliteit vormen de basis voor toekomstige ontwikkelingen. Behoud en versterking van de identiteit en kwaliteiten van Beek staat voorop. Het begrip (ver)binden ziet daarbij op het verbinden en bundelen van ambities zodat deze elkaar kunnen versterken en op het binden van de bevolking aan de regio en aan Beek, nu en in de toekomst. De doelstellingen voor de verdere ontwikkeling van Beek zijn daarmee: - algemeen: blijven binden van jong en oud; - wonen en voorzieningen: behoud van voldoende goede woningen en voorzieningen in combinatie met behoud en versterking van de kwaliteit van het openbaar gebied; - economie en toerisme & recreatie: aantrekkelijk blijven voor bedrijven; - natuur, landschap en cultuurhistorie: versterken en zichtbaar maken van ruimtelijke kwaliteiten als dragers voor ruimtelijke ontwikkelingen. De demografische krimp bepaalt nadrukkelijk de beleidsagenda en zal deze de komende jaren blijven bepalen. Vergrijzing en ontgroening stellen Beek en de regio voor de grote uitdaging om de vitaliteit van gemeente en regio de komende jaren te behouden. Centraal in de ambities staat dan ook het streven van Beek om een goede woon- en leefomgeving te (kunnen) blijven bieden aan zowel de huidige als de toekomstige bewoners.

Versterking en verdere ontwikkeling van gevarieerde, hoogwaardige woonmilieus met woningen die beantwoorden aan de veranderende vraag en economische vitaliteit en bedrijvigheid met een goede bereikbaarheid moeten samen de basis bieden voor een evenwichtige samenstelling van de bevolking en het op peil houden van de sociale cohesie. Het groene karakter, de diversiteit aan bestaande woonmilieus, het hoge voorzieningenniveau, het aanwezige ondernemerschap, de goede bereikbaarheid, de betrokkenheid van de inwoners en het actieve verenigingsleven vormen daarbij de basis. Onderhavig plan Voor het onderhavige bestemmingsplan bevat de Structuurvisie Beek 2012-2022 geen specifieke uitgangspunten. Het plan maakt de uitbreiding van een parkeerterrein mogelijk ten behoeve van de in het bedrijfsgebouw aan de Peter Treckpoelstraat 4 gevestigde kantoren. In zoverre levert het plan een bijdrage aan de ambitie van de gemeente Beek om aantrekkelijk te blijven voor bedrijven. Het plan voldoet daarmee aan de uitgangspunten uit de Structuurvisie Beek 2012-2022.

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 16 -

Toelichting

Archeologisch beleidsplan gemeente Beek Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen d bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden die volgens de in beleidsnota “Beek, een poort voor het verleden naar het heden” in aanmerking komen, een nader onderzoek plaatsvinden naar archeologische waarden. Als het niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken. De gemeente Beek heeft een gemeentelijk archeologisch beleidsplan. Het beleidsplan heeft betrekking op het gehele grondgebied van de gemeente Beek. Daaronder vallen de kernen Beek, Groot Genhout, Klein Genhout, Geverik, Kelmond, Neerbeek en Spaubeek. Het beleidsplan bestaat uit een archeologische verwachtingskaart en een beleidskaart. Een archeologische verwachtingskaart maakt voor het gemeentelijk grondgebied een onderscheid tussen gebieden waar veel en weinig archeologische resten te verwachten zijn en gebieden waarvan reeds bekend is dat er daadwerkelijk archeologische resten aanwezig zijn.

Een archeologische beleidsadvieskaart geeft op basis van de Archeologische Verwachtingskaart beleidsadviezen over de omgang met bekende en te verwachten archeologische waarden in het proces van de gemeentelijke ruimtelijke ordening. Onderhavig plan De wijze waarop in het onderhavige plan rekening is gehouden met het aspect archeologie is beschreven in hoofdstuk 5.3 van deze toelichting.

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 17 -

Toelichting

4 Planbeschrijving d Met dit plan wijzigt de bestemming van delen van de (achtertuinen van de) percelen aan de Bourgognestraat 13a en 17 van ‘Wonen’ in ‘Bedrijf’. Het oppervlak van deze gronden bedraagt in totaal 340 m². De ingang en de bestaande parkeerplaats aan de Peter Treckpoelstraat blijven ongewijzigd. De uitbreiding vindt in het verlengde daarvan plaats. Het nieuwe deel van de parkeerplaats zal worden afgeschermd met een groene haag. Door Plangroep Heggen is een ontwerp gemaakt voor de parkeerplaats, inclusief een infiltratievoorziening (zie ook separate bijlage 2). De twee perceeldelen die worden aangekocht zijn in het verlengde van elkaar gelegen, waardoor het eerste perceel (in het verlengde van de bestaande parkeerplaats) met name als verbinding zal dienen met het achterste deel. Ook in deze verbindingsstrook is ruimte voor een aantal parkeerplaatsen. Ten behoeve van een goede entree van deze verbindingsstrook dienen twee parkeerplaatsen van de bestaande parkeerplaats te worden verwijderd. In de optimale situatie (de meeste parkeerplaatsen) worden er netto 14 parkeerplaatsen toegevoegd. Daarvan zullen twee parkeerplaatsen (gelegen op het achterterrein) optioneel zijn. Deze worden ingezet als de parkeerdruk hoger wordt. Onderstaand is een inrichtingsvoorstel opgenomen voor de nieuwe situatie:

Infiltratievoorziening

Verbindingsstrook (6 p.p.)

Bestaande parkeerplaats Entree

Te amoveren ( - 2 p.p.)

Kantoorgebouw

Achterste deel (8 p.p. + 2 p.p. optioneel

Bron: Plangroep Heggen, bewerkt door VPA

Aan het achterste deel zal een infiltratievoorziening worden aangelegd om het regenwater van de verharding af te voeren en ervoor te zorgen dat dit water niet in het gemeentelijk riool verdwijnt. Hierover is meer informatie opgenomen in pararaaf 5.1 van deze toelichting.

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 18 -

Toelichting

5 Milieuaspecten d

5.1 Waterhuishouding Waterbeheerplan Waterschap Limburg 2016-2021 De gemeente Beek valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Het Waterschap is de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder en de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen. Met het waterbeheerplan zet het waterschap de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg en geven zij aan hoe zij invulling willen geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In het plan is vastgelegd hoe men het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Ook staat hierin welke bijdrage de waterschappen leveren aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen, het aanpakken van knelpunten van wateroverlast, herstellen van beken en het verbeteren van de effluentkwaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Legger en Keur Waterschap Limburg Het waterschap kent naast zijn beleid de Keur als regelgeving (en de bijbehorende legger als kaart). Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van deze Keur. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan.

Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Keur bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Uitvoeringsnotitie ‘Verwerken hemelwater particulier terrein bij nieuwbouw’ Westelijke Mijnstreek Deze Uitvoeringsnotitie geeft invulling aan de in wetgeving en gemeentelijk beleid verankerde voorschriften voor particulieren aangaande verwerking van hemelwater. Daarin ligt vast dat particulieren bij nieuwe ontwikkelingen het hemelwater op eigen terrein dienen te verwerken. In deze notitie zijn het beleid en een referentiesysteem opgenomen op basis waarvan initiatiefnemers hun systeem kunnen inrichten. Als beleidsgrondslagen worden genoemd de zorgplicht vanuit de Waterwet, het Bouwbesluit 2012 en het Beleidsplan afvalwater Westelijke Mijnstreek. Aan de hand van deze Uitvoeringsnotitie is het onderhavige systeem ontworpen. Onderhavig plan Het onderhavige plan voorziet in de uitbreiding van een parkeerterrein met een oppervlakte van 340 m². Deze uitbreiding wordt gerealiseerd met betonklinkers. Voor dit plan is een melding gedaan aan het Watertoetsloket (Waterschap Limburg, d.d. 21.10.2020). Hieruit is gebleken dat het plan geen of weinig negatieve gevolgen voor het waterbeheer heeft.

Daarmee valt het plan onder de zogenaamde ondergrens voor het wateradvies en kan de korte watertoetsprocedure gevolgd worden. Dit houdt in dat het waterschap geen wateradvies geeft maar dat het waterschap vertrouwt op de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer en de gemeente om binnen het plan invulling te geven aan duurzaam waterbeheer. De rapportage van de melding is in separate bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen. Door Plangroep Heggen is het ‘Ontwerp parkeerterrein en infiltratievoorziening’ (separate bijlage 2) opgesteld. Daarbij is een ontwerp van de inrichting van het terrein gemaakt met een voorstel voor een infiltratievoorziening om het hemelwater dat op de parkeerplaats valt te kunnen opvangen en te laten infiltreren. Het ontwerp is op de volgende pagina weergegeven. De inrichting van het terrein is besproken in hoofdstuk 4. In deze paragraaf wordt de infiltratievoorziening toegelicht.

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 19 -

Toelichting

d

Ligging van de infiltratievoorziening (bron: Plangroep Heggen)

Wat betreft het afkoppelen van regenwater wordt er onder het nieuwe parkeerterrein een infiltratievoorziening van kratten aangelegd. De voorziening is erop berekend dat deze groot genoeg is om 100 mm water te kunnen bergen voor de bestrating van de parkeerplaats (bestaande uit de uitbreiding van de parkeerplaats van 340 m² plus de herbestrating van het bestaande deel van het perceel dat vanwege het verwijderen van het grind niet meer geschikt is voor waterafvoer; in totaal gaat het daarbij om 555 m²). Een bui waarbij 100 mm regen valt is erg fors, vaak worden de infiltratievoorzieningen berekend op een minder forse bui, maar omdat er op het perceel geen mogelijkheid is om een overstort te realiseren is gekozen voor de 100 mm. Aangezien er geen gegevens bekend zijn met betrekking tot de doorlatendheid van de ondergrond dient er wel nog bekeken te worden of de infiltratievoorziening na een bui snel genoeg leeg kan lopen (binnen 24 uur). De infiltratievoorziening kan het best worden uitgevoerd met twee inspectieschachten, voorzien van een putrand met putdeksel om de voorziening te kunnen inspecteren en reinigen, zodat hiervoor geen bestrating hoeft te worden opgebroken. Oppervlakkig zullen er op vier plaatsen waar het regenwater zicht verzamelt, kolken moeten worden aangebracht om het regenwater naar de infiltratievoorziening te transporteren.

Er wordt door middel van de kratten een berging gerealiseerd van 48 m³, hetgeen voldoende is voor de afwatering van voornoemd oppervlakte. De berekening daarvan is opgenomen in de rapportage in separate bijlage 2. De netto-oppervlakte van het infiltratiesysteem bedraagt 38,4 m² (12 x 3,2 m.). Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 20 -

Toelichting

Inclusief drainagezandlaag bedraagt de oppervlakte circa 50 m². De diepte van het infiltratiesysteem (inclusief ondersteunende drainagezandlaag) bedraagt 2,12 meter beneden maaiveld. Op onderstaande afbeelding is het principe van dhet krattensysteem uitgewerkt:

Bron: Plangroep Heggen

Op deze wijze kan worden voldaan aan de uitgangspunten van de Uitvoeringsnotitie. Het hemelwater kan via deze infiltratievoorziening op eigen terrein worden afgevoerd en geïnfiltreerd in de bodem.

5.2 Milieu 5.2.1 Bodem Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient te worden nagegaan of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het meest gevoelige huidige of toekomstige gebruik. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Onderhavig plan Het plan is voorgelegd aan het bevoegd gezag (de gemeente Beek en de RUD Zuid-Limburg). Er is aangegeven dat in dit geval sprake is van wijziging van het gebruik als woonfunctie naar het gebruik als parkeerplaats ten behoeve van bedrijfsmatige doeleinden en dat hierdoor sprake is van een minder gevoelig toekomstig gebruik. Mocht voor de aanleg van de parkeerplaats grondverzet nodig zijn dan kan het wellicht noodzakelijk zijn dat ten behoeve van de afvoer van grond de bodemkwaliteit bepaald moet worden door middel van een bodemonderzoek. Voor het ruimtelijk spoor is echter geen bodemonderzoek noodzakelijk. 5.2.2 Geluid Wet geluidhinder Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen.

De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder maar daarnaast ook in de Wet ruimtelijke ordening wanneer het gaat om de beoordeling of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geluid kent voor een aantal bestemmingen (zoals wonen) in combinatie met een aantal typen geluidsbronnen een wettelijk kader dat van belang is bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Voor andere geluidsbronnen bestaan geen wettelijke kaders. Andere geluidsbronnen kunnen wel

Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 21 -

Toelichting

noodzaken tot een aanvullende beoordeling van het aspect geluid in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. d Onderhavig plan Het onderhavige plan voorziet in de uitbreiding van een parkeerterrein waarbij de bestemming wordt gewijzigd van ‘Wonen’ naar ‘Bedrijf’. Er wordt geen geluidgevoelige functie gerealiseerd, waardoor de grenswaarden uit de Wet geluidhinder voor de aspecten wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai niet van toepassing zijn. De Wet geluidhinder vormt dan ook geen belemmering voor de realisatie van het plan. ‘Goede ruimtelijke ordening’ Bij het beoordelen van de invloedssfeer van geluidbronnen welke niet via de Wet geluidhinder zijn geregeld vormt de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ een hulpmiddel. Deze publicatie geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfsactiviteiten. Tevens geeft deze publicatie richtafstanden voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het lokale omgevingstype. De publicatie is een hulpmiddel bij de ruimtelijke inpassing van plannen en vormt op basis van vaste jurisprudentie een goede basis voor deze beoordeling. Het huidige gebruik van het perceel Peter Treckpoelstraat 4 betreft een bedrijfsfunctie (kantoor) inclusief een bijbehorend parkeerterrein.

Door het toevoegen van gronden aan de achterzijde van het perceel worden extra parkeerplaatsen toegevoegd aan het bestaande parkeerterrein. Het aantal verkeersbewegingen zal als gevolg hiervan slechts beperkt wijzigen en zal bovendien uitsluitend tijdens kantooruren plaatsvinden (dagperiode). Daarnaast is uitsluitend sprake van toevoeging van autobewegingen en niet van vrachtbewegingen. Het bedrijf, dat een type A-inrichting is in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zal blijven voldoen aan de geluidnormen van dit besluit. Ook is er geen meldingsplicht voor de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen. Er hoeft geen verder akoestisch onderzoek plaats te vinden. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de realisering van het plan. 5.2.3 Luchtkwaliteit De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in de Wet Milieubeheer. De hoofdlijnen van de regeling zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm), ook wel bekend als de Wet luchtkwaliteit. Deze wetgeving introduceerde een programmasystematiek voor maatregelen en projecten, hetgeen geconcretiseerd is in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit: het NSL.

Daarnaast is de term 'niet in betekenende mate' besluiten geïntroduceerd, waarbij geen toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen nodig is, omdat deze projecten niet of zeer weinig bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt in betekenende mate (IBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit wanneer de planbijdrage groter is dan 1,2 μg/m³. Projecten met een kleinere concentratietoename dragen ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die ertoe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg of verzorgingshuizen gerekend. Het voorliggende plan voorziet niet in de realisering van een gevoelige bestemming.

Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking Bestemmingsplan Uitbreiding parkeerplaats Peter Treckpoelstraat 4 te Beek Gemeente Beek

- pagina 22 -

Toelichting

hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) d opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Onderhavig plan Middels de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan wordt de uitbreiding van een bestaand parkeerterrein mogelijk gemaakt met maximaal 14 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen worden aangelegd ten behoeve van de werknemers/bezoekers van de bestaande bedrijven in het bedrijfspand. Er is sprake van een zeer beperkte toename van de verkeersgeneratie, waarbij uitsluitend sprake is van autobewegingen en niet van vrachtbewegingen. De personeelsleden komen daarbij ’s morgens aan en vertrekken na werktijd, waardoor het aantal extra verkeersbewegingen maximaal 28 per dag zal zijn. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisering van het plan.

5.2.4 Externe veiligheid Risicobenadering externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico’s voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beek&id=648742f9-766a-4b23-af3c-3477de94fe6d