Technische vragen en de beantwoording hiervan
Tekst van het document
Vragen Lid Janssen ten aanzien van Raadsvoorstel Continuering BIZ-CMB 2026-2030 Indien wij bijlage 1 van de ‘Verordening BIZ Beek-centrum 2021-2025’ vergelijken met bijlage 1 van de nieuwe ‘Verordening BIZ-CMB 2026-2030’ constateren wij dat enkele kadastrale kavels worden toegevoegd aan de BIZ-zone, zoals aan de straten Stationstraat (G-2050, G-460), Burgemeester Janssenstraat (B-8064), Brugstraat (F-4731) en Prins Mauritslaan (B-7894). In dit kader vragen wij ons het volgende af: Kan het college bevestigen dat inderdaad, onder andere, deze kadastrale kavels worden toegevoegd aan de BIZ-zone? Ja, dat klopt. Kan het college toelichten waarom deze kadastrale kavels worden toegevoegd aan de BIZ-zone? • De ondernemingen aan de Stationstraat zijn toegevoegd omdat deze ondernemers (zijnde Eric Smeets Fotografie en Kapperie Lissy & Rene) binding hebben met de BIZ en vaak aansluiten bij haar evenementen. Door deze twee ondernemingen bij het BIZ-gebied te voegen genereert de BIZ meer inkomsten, van ondernemers die eigenlijk al als leden worden beschouwd. •
De percelen aan de Brugstraat zijn toegevoegd omdat hiermee een logische scheiding tussen de ondernemingen en de woningen in deze straat wordt gecreëerd. Door de twee percelen toe te voegen kan de BIZ eveneens meer inkomsten genereren en de ondernemingen liggen dermate in het kernwinkelgebied om mee te kunnen liften op de voordelen van de BIZ (aankleding centrum e.d.).
•
De desbetreffende kavel op de Burgemeester Janssenstraat is de Sint Martinuskerk. Deze heeft in principe altijd tot het BIZ-gebied behoort, want het adres bevindt zich in het eerste deel van de Burgemeester Janssenstraat. Echter zijn ‘onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst’ vrijgesteld van heffing voor de BIZ (zie artikel 6 sub c van de BIZ-Verordening), dus er veranderd in feite niets ten opzichte van de huidige BIZ. Mocht het opnemen van dit kavel voor verwarring zorgen dan kan het kaartje van het BIZ-gebied ook aan worden gepast zodat de Sint Martinuskerk buiten het gebied valt.
•
Het perceel op de Prins Mauritslaan betreft Bibliotheek De Domijnen. Ook hier is ervoor gekozen om de grens van het BIZ-gebied op te rekken omdat daarmee een natuurlijke afscheiding tussen (centrum)ondernemingen en woningen ontstaat. De bibliotheek zelf is, evenals de kerk, vrijgesteld van heffing op grond van artikel 6 sub p van de BIZ-Verordening (onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, musea, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard).
Verwacht het college een lager resultaat uit de draagvlakmeting (zoals bedoeld in artikel 4 van de Wet op de Bedrijveninvesteringszone) indien deze kadastrale kavels worden toegevoegd aan de BIZ-zone, in vergelijking met de hypothetische situatie dat deze kadastrale kavels niet worden toegevoegd aan de BIZ-zone? Nee. Deze toevoegingen zijn op basis van zorgvuldige overwegingen van CMB en in overleg met de gemeente en BsGW gemaakt. Voorafgaand is uiteraard ook de vraag gesteld of de ondernemers van de toe te voegen panden naar verwachting voor of tegen de nieuwe BIZ zullen stemmen. We schatten in dat het gros van de nieuwe toevoegingen vóór zal stemmen.
-2-
Wij constateren dat artikel 7 van de Verordening BIZ-CMB wordt gewijzigd van een procentuele heffing op basis van WOZ-waarden, naar een gestandaardiseerde maatstaf van heffing, verdeeld over drie categorieën. In dit kader vragen wij ons het volgende af: Kan het college toelichten waarom een wijziging van de maatstaf van heffing wordt voorgesteld? CMB is van mening dat zij op basis van de huidige heffingsmaatstaf onvoldoende middelen ophaalt om daadkrachtig en met slagkracht te werk te gaan. De huidige BIZ brengt op jaarbasis circa € 20.000 op. Gezien de activiteiten die CMB jaarlijks onderneemt – evenementen, aankleding centrum, bijeenkomsten voor leden, marketing, communicatie, etc. – is dit budget zo op. Mede vanwege de reserve die CMB heeft opgebouwd ten tijde van Corona en de (incidentele en structurele) financiële steun van de gemeente conform motie M22-004 van het CDA heeft de ondernemersvereniging de afgelopen jaren haar broek zelf op kunnen houden. Voor de komende jaren concludeert CMB echter, rekening houdend met het feit dat de steun van de gemeente niet doorgezet wordt, dat de BIZ bijna drie keer zo veel op moet gaan halen wil zij kunnen blijven doen wat ze nu al doet. Een nieuwe heffingsmaatstaf moet daarbij uitkomst bieden.
Verwacht het college een lager resultaat uit de draagvlakmeting (zoals bedoeld in artikel 4 van de Wet op de Bedrijveninvesteringszone) indien de voorgestelde maatstaf van heffing wordt doorgevoerd, in vergelijking met de hypothetische situatie met de oude maatstaf van heffing (op procentuele basis) in stand blijf. Nee, CMB heeft al veel masseerwerk gedaan om de nieuwe heffingsmaatstaf en de noodzaak daarvan bij haar leden onder de aandacht te brengen. Vooralsnog lijkt er begrip onder de leden. Vanaf oktober start de echte campagne ter voorbereiding op de draagvlakmeting. Er is bovendien bewust gekozen voor een hogere (start)bijdrage om een geactiveerder ledenbestand te creëren, en dat begint met een financiële bijdrage die aanzet tot meedoen en -denken! Wijzigt het antwoord van het college op de voorgaande vraag indien de oude maatstaf van heffing (op procentuele basis) enkel wordt verhoogd voor extra financiële middelen (in plaats van de voorgestelde gestandaardiseerde maatstaf van heffing, verdeeld over drie categorieën)? Ja, in dat geval verwachten wij inderdaad een lager resultaat uit de draagvlakmeting. Op het moment dat enkel het percentage voor heffing omhoog geschroefd wordt voelen met name de breedste schouders in het centrum dat.
Met de huidige heffingsmaatstaf van ‘slechts’ 0,0926% van de WOZwaarde van de niet-woningen in het centrum betalen de leden van BIZ-CMB momenteel een gemiddelde bijdrage van € 178 per jaar. Bijna 70% van de leden betaald echter minder dan dit bedrag, terwijl pakweg vier grote ondernemers € 850 tot € 1.750 per jaar betalen. Om een geactiveerd ledenbestand te krijgen moet de minimale bijdrage omhoog zodat ook de kleinere ondernemers worden aangezet om mee te doen en te denken over hun centrum. Is het college van mening dat het voorgestelde artikel 7 lid 2 en lid 3 Verordening BIZ-CMB 20262030 een dode letter is, aangezien op basis van het voorgestelde artikel 7 lid 1 sub a het tarief van de BIZ-bijdrage voor de gebruiker altijd ten minste € 400 is? Mee eens. De verordeningsteksten zijn standaard teksten die aangepast worden aan een specifiek gebied. BsGW heeft onder meer meegekeken bij de totstandkoming van deze BIZ-Verordening. We zullen aan haar voorstellen om lid 2 en 3 van artikel 7 te schrappen. Dank voor uw oplettendheid!