Regionaal beleidskader van afval naar grondstof 2021-2025 def. versie 1.2
Tekst van het document
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
Gemeente Beek, Gemeente Sittard-Geleen en Gemeente Stein SIT138-0001 11 januari 2021
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr:
Gemeente Beek, Gemeente Sittard-Geleen en Gemeente Stein SIT138-0001 20201221-SIT138-RAP-Regionaal Grondstoffenbeleidskader Westelijke mijnstreek-Definitief 1.0
Status: Datum:
Definitief 1.2 11 januari 2021
T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl
Opsteller: Pieter Reus, Hans van Wageningen, Barbara Pannemans
Verificatie:
© 2020 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
William van der Wauw, Eva Wijnen, Sabine Jobsen
-+C0Pieter Reus, Hans van Wageningen, Barbara Pannemans +-+R0William van der Wauw, Eva Wijnen, Sabine Jobsen+-
Validatie: Peter van den Akker
-+V0Peter van den Akker +-
INHOUDSOPGAVE 1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding .................................................................................................................. 11 Doel van dit beleidskader ........................................................................................ 12 Context en reikwijdte ................................................................................................ 12 Leeswijzer .................................................................................................................... 13
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.6.1 2.6.2 2.6.3 2.7
Consumentisme ontwricht (leef)klimaat................................................................. 15 Economisch model ontwricht (leef)klimaat ........................................................... 17 Grondstoffenbeleid Europa ..................................................................................... 18 Grondstoffenbeleid Nederland ............................................................................... 18 Grondstoffenbeleid in de regio ............................................................................... 21 Situatie in Beek, Sittard-Geleen en Stein ................................................................. 22 Planeet ........................................................................................................................ 22 Mens ............................................................................................................................ 24 Profijt ............................................................................................................................ 26 Ontwikkelingen .......................................................................................................... 27
3.1 3.2 3.3 3.4
Visie.............................................................................................................................. 31 Doelen......................................................................................................................... 32 Vertrekpunten ............................................................................................................ 34 Haalbaarheid ............................................................................................................. 35
4.1 4.2
Afkortingen ................................................................................................................. 37 Woordenlijst ................................................................................................................ 37
BIJLAGEN B1.1 B1.2 B1.3 B1.4 B1.5 B1.6
Algemeen Beek Sittard-Geleen Stein Kosten in Beek, Sittard-Geleen en Stein Afval op milieustraten
B3.1 B3.2 B3.3 B3.4 B3.5 B3.6
Stuur op grondstoffen (minimaliseer restafval) Verweef grondstoffen met andere thema’s Benut snelle winstpakkers Test op kleine schaal Co-creëer met maatschappelijke participatie Communiceer voor een gewenste bewustwording
5
6
SAMENVATTING Van Afval naar Grondstof (VANG) – Op weg naar een circulaire economie De nadelen van onze huidige consumptiemaatschappij worden steeds pijnlijker zichtbaar door uitputting van de aarde en klimaatverandering. Verspilling van grondstoffen ligt minder op het netvlies, omdat we ons afval verbranden en wegwerken onder de grond en in de wegenbouw. Het ontwrichtend effect van onze consumptiemaatschappij willen de Europese Unie en Nederlandse regering ombuigen in een circulaire economie (kort verwoord, is dit een economie in balans met de herstelkracht van onze aarde en in balans met economisch en menselijk kapitaal). Volgens het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving biedt een circulaire economie vele maatschappelijke kansen en voordelen. De gemeenten Beek, SittardGeleen en Stein willen deze voordelen ten dienste laten komen voor de mensen in de eigen regio. Hiervoor willen we het gezamenlijk beleid voor de inzameling van huishoudelijk afval aanscherpen. Sterker nog: we willen Van Afval Naar Grondstof (VANG). Momenteel zijn onze inwoners redelijk tevreden over de afvalinzameling. We maken een gemiddelde hoeveelheid restafval naar Nederlandse maatstaven. Ons recyclebaar afval is van redelijke kwaliteit, maar veel daarvan is nog ongeschikt om hernieuwd als grondstof op hetzelfde niveau te worden ingezet.
Als we kijken naar de koplopers en technische ontwikkelingen, dan kan het veel beter. In onze regio zijn zeer veel bedrijven gevestigd die ons uitstekend kunnen helpen. Afval ombuigen naar grondstof biedt veel kansen voor onze regio. Grondstoffenplan 2021-2025 Met het vorige Regionale Afvalplan Westelijke Mijnstreek is ingezet op ‘milieu door service’ door het verbeteren van de service op grondstoffen voor de inwoners. Dit is met succes uitgevoerd, evenals de standaardisatie van milieuparken en tarieven. Door het ongewijzigd laten van de service op restafval is de doelstelling van het verminderen van restafval nog niet behaald. Met het oog op de gewenste ombuiging van afval naar grondstof stellen de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein gezamenlijk een grondstoffenplan op voor de periode 2021-2025. De focus wordt daarin verbreed naar service op milieu én restafval. In 2020 is gestart met dit transitietraject waarbij in het najaar een informatieve en interactieve beeldvormende avond voor de gemeenteraden heeft plaatsgevonden in elk van de drie gemeenten. Als volgende stap ligt voor u het eerste deel van het Grondstoffenplan 2021-2025, zijnde het Grondstoffenbeleidskader. Het tweede deel is het Uitvoeringsplan Grondstoffeninzameling. Deel 1 behandelt wat we willen bereiken; onze stip op onze horizon. Deel 2 gaat over hoe we dit willen bereiken in de komende vier jaren.
Het voordeel van deze werkwijze is dat de ‘wat’-vraag met oog voor de toekomst zuiver kan worden behandeld. Mogelijk kan dat leiden tot een andere service voor onze inwoners (de ‘hoe’-vraag). Het beleidskader gaat in op 1 maart 2021, terwijl we voor het uitvoeringsplan mikken op ingang op 1 januari 2022. Doel van het Grondstoffenbeleidskader is het vaststellen van de visie, doelen en vertrekpunten. Dat maakt voor inwoners, ondernemers, de gemeentelijke organisaties, buurgemeenten en overige organisaties als dienstverleners en afnemers duidelijk wat we gezamenlijk de komende jaren willen bereiken in Beek, Sittard-Geleen en Stein. Dit beleidskader richt zich ook op grootschalige regionale ontwikkelingen. Belangrijk focuspunt is de ambitie van Chemelot om, op basis van hergebruikte materialen, het eerste klimaatneutrale
7
chemische bedrijventerrein te worden in Europa. De kop van een recent krantenartikel hierover wekt daarbij de indruk dat reeds nu ‘heel veel afval’ zal worden verwerkt door Chemelot om van gas en olie af te komen. Dat geeft lezers de indruk dat afvalscheiding overbodig wordt. Voor de ambitie van Chemelot zal afval ook moeten worden gescheiden tot bruikbare grondstoffen. Bronscheiding voor zuivere grondstoffen blijft daarom noodzakelijk bij gemeenten.
Visie De gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein ambiëren een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving te bieden die economisch en sociaal floreert. Met afval scheiden kunnen we daarvoor fors op onze CO2-uitstoot besparen. Daarmee geven we ook invulling aan de Global Goals van de Verenigde Naties, te weten ‘Duurzame Steden en Gemeenschappen’, ‘Verantwoorde Consumptie’ en ‘Klimaatactie’. Uit een goede afvalscheiding komen veel herbruikbare grondstoffen en spullen vrij van hogere waarde. Daaruit kan onder meer ‘Duurzame Energie’ en extra ‘Goede Banen en Economische Groei’ worden gecreëerd. Doelen Om dat te bereiken stellen wij ons de volgende doelen: maximaal 100 kg per inwoner per jaar (fijn en grof) restafval in 2025; maximaal 30 kg per inwoner per jaar (fijn en grof) restafval in 2030; het verkrijgen van grondstoffen van goede kwaliteit (Van Afval Naar Grondstof); het creëren van maatschappelijke meerwaarde; het streven naar kostenbeheersing. Goede service aan de inwoners is een middel om de bovenstaande doelen te halen, maar het is ook een doel op zich. Wij streven naar een inzamelsysteem dat voor de inwoners inzichtelijk en goed hanteerbaar is.
Vertrekpunten Daarbij nemen we de volgende vertrekpunten als uitgangspunt voor dit beleidskader: Strategie: het omslagproces ‘Van Afval Naar Grondstof’ leggen we in samenhang af met thema's als mobiliteit, werk en inkomen, duurzaamheid, et cetera voor een zo groot mogelijke bijdrage aan de lokale gemeenschap, bijvoorbeeld transport elektrificeren; afvalbeheer vergt continuïteit voor de volksgezondheid en een schone leefomgeving (betere methoden zullen stapsgewijs worden ingevoerd voor een continue dienstverlening en een zo schoon mogelijke publieke ruimte); Milieu: we nemen bronscheiding als basis voor meer hergebruik en de beste kwaliteit grondstoffen; nascheiding en alternatieve afzetmogelijkheden zien we als aanvulling op bronscheiding; Service: de inwoner 'als gebruiker' wordt als vertrekpunt genomen in het uitvoeringsplan.
Het inzamelsysteem moet zoveel mogelijk aansluiten op de behoefte van de gebruikers in plaats van andersom, bijvoorbeeld door meer stromen vaker aan huis op te halen; we stimuleren ook lokale ondernemers hun afvalscheiding te verbeteren, bijvoorbeeld door een inzamelservice voor afvalscheiding te bieden aan winkeliers, kantoren en andere kleine bedrijven en natuurlijk semi-overheidsorganisaties en gemeentelijke instellingen; dit geldt ook voor scholen; we overwegen goed grondstoffenmanagement op scholen te stimuleren; te nemen specifieke maatregelen dienen afgestemd te zijn op het volledige servicepakket dat wordt geboden aan onze inwoners; de voor grondstoffeninzameling gewenste inzamelservice dient negatieve neveneffecten als bijzet (bijplaatsingen) en dump van huishoudelijk afval te verminderen;
8
Communicatie en participatie: inspraak door en samenwerking mét alle betrokkenen (participatie) voor een optimale omslag (in het geval we besluiten tot het uitvoeren van inzamelproeven, dan testen we samen met de inwoners nieuwe inzamelmethoden in hun proefgebied); we streven naar een groter bewustzijn over de noodzaak tot afvalscheiding, bijvoorbeeld door het stimuleren van educatie over de gevolgen van bijplaatsingen, zwerfafval en de noodzaak van afvalscheiding op onze scholen; we nemen als gemeente onze eigen verantwoordelijkheid door ook binnen onze organisatie het afval allereerst te voorkomen door duurzame inkoop en vervolgens het afval zo goed mogelijk te scheiden tot grondstoffen. Goede behandeling van grondstoffen binnen de gemeentelijke organisaties en binnen RWM heeft een communicatieve meerwaarde die wij zullen benutten; Kosten: effectief en efficiënt: we zoeken naar een duurzame balans tussen milieu, service en kosten, waarbij we kosten en opbrengsten breed beschouwen. De genoemde voorbeelden komen in aanmerking voor uitwerking in het uitvoeringsplan.
9
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding Inzameling van afvalstoffen bij huishoudens is van oudsher een taak van de gemeenten. Aanvankelijk stond deze taak in het teken van verwijdering naar de eindbestemming. Afval uit de Westelijke Mijnstreek ging tot halverwege de jaren ’90 van de vorige eeuw naar een regionale stortplaats. Vanaf die tijd gaat het vervolgens naar verbrandingsovens buiten de provincie Limburg. De nadelen van deze economische lijn, waarbij men grondstoffen uit de natuurlijke reserves onttrekt en de producten na verloop van tijd vernietigt, worden steeds pijnlijker zichtbaar. Daarbij worden de voordelen van een economische cirkel ook steeds duidelijker en beter bereikbaar; een cirkel waarbij grondstoffen niet verloren gaan omdat producten aan het eind van hun leven opnieuw als grondstof worden gebruikt. De gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein zien mogelijkheden voor verbetering in de richting van een circulaire economie; een economisch systeem dat streeft naar een volledige balans met de natuurlijke reserves van onze aarde. De gemeenten zien ook kansen om die circulaire economie beter ten dienste te laten komen voor de mensen in de eigen regio. Dat is de aanleiding om het gezamenlijke beleid voor de inzameling van huishoudelijk afval aan te scherpen. We willen van het afval af; we willen liever grondstoffen. Daarin staan de gemeenten niet alleen.
In september 2016 is het Rijksbrede programma ‘Nederland Circulair in 2050’ gestart om ervoor te zorgen dat iedereen in 2050 genoeg te eten heeft, er noodzakelijke goederen zijn en de impact op het milieu en klimaat is geneutraliseerd. Kort verwoord is dit een economie in balans met de herstelkracht van onze aarde en in balans met economisch en menselijk kapitaal. Onderdeel van het programma ‘Nederland Circulair in 2050’ is het Rijksprogramma ‘Van Afval Naar Grondstof’ (VANG) dat zich richt op huishoudelijk afval, en dan meer specifiek op het verminderen van de hoeveelheid restafval van huishoudens en het scheiden van zoveel mogelijk recyclebare grondstoffen. Het vorige Regionaal Afvalplan Westelijke Mijnstreek dateert van 2015 en loopt af. Aanvullend heeft de gemeente Sittard-Geleen een ‘Grondstoffenvisie 2050: van afval naar grondstof’ vastgesteld op 28 september 2017 dat nader inzet op ‘milieu door service’ en één centraal milieupark met satellietparken in de buurt voor specifieke stromen. In paragraaf 2.6 wordt hier verder op ingegaan. De gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein werken wederom samen aan een nieuw Grondstoffenplan voor de periode 2021-2025 dat betrekking heeft op de omslag van afval naar grondstof voor huishoudelijke afvalstromen binnen de drie gemeenten.
Dit nieuwe Grondstoffenplan bestaat uit twee delen, zijnde het Grondstoffenbeleidskader en het Uitvoeringsplan Grondstoffeninzameling. Het Grondstoffenbeleidskader behandelt wat we willen bereiken, terwijl het Uitvoeringsplan gaat over hoe we dit willen bereiken. Het voordeel van deze werkwijze is dat de ‘wat’-vraag zuiver kan worden behandeld. Het beleidskader gaat in op 1 maart 2021 terwijl we voor het Uitvoeringsplan mikken op ingang op 1 januari 2022. Voorliggend document betreft het Grondstoffenbeleidskader. Bron: https://www.afvalcirculair.nl/onderwerpen/beleid-circulaire/rijksbreed-programma/ https://www.nvrd.nl/dossier-actueel/afval-en-grondstoffen/vang/
11
1.2
Doel van dit beleidskader Doel van het Grondstoffenbeleidskader is het vaststellen van de visie, doelen en vertrekpunten voor huishoudelijke afvalstromen. Dat maakt voor inwoners, ondernemers, de gemeentelijke organisaties (gemeenteraad, college van Burgemeester en Wethouders en de ambtelijke organisatie), buurgemeenten en overige organisaties als dienstverleners en afnemers duidelijk wat we gezamenlijk de komende jaren willen bereiken. Voor het behalen van doelstellingen voor huishoudelijk afval zijn maatregelen nodig die zijn afgestemd op de huidige situatie, doelen en toekomstige regionale ontwikkelingen. Maatregelen die we willen nemen worden uitgewerkt in het nog op te stellen Uitvoeringsplan. In voorliggend beleidskader is ter inspiratie wel reeds een aantal interessante ‘best practices’ gegeven.
1.3
Context en reikwijdte Waar nu de Wet milieubeheer nog het wettelijke kader is voor afvalinzameling door gemeenten, zal het grondstoffenbeleid in de toekomst kaderen in de Omgevingswet. Op grond van de Omgevingswet zullen gemeenten Omgevingsvisies en Wet milieubeheer artikel 10.21 Omgevingsplannen opstellen en participatie 1. De gemeenteraad en toepassen waar de behandeling van reststromen hun burgemeester en wethouders dragen, al dan niet in samenwerking met de plaats in krijgen. Het beleid in dit beleidskader zal gemeenteraad en burgemeester en worden meegenomen in de visie en plannen op grond wethouders van andere gemeenten, van de Omgevingswet en daarin een integrale plaats ervoor zorg dat ten minste eenmaal krijgen. Het beleid ‘Van Afval Naar Grondstof’ sluit aan op het duurzaamheidsbeleid van de gemeenten Beek, SittardGeleen en Stein. Het hierbij voorgestelde beleid draagt bij aan de energietransitie van fossiele naar duurzame energie en energiebesparing.
per week de huishoudelijke afvalstoffen met uitzondering van grove huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld
De financiële context is specifiek: Gemeenten kunnen alle kosten die samenhangen met de inzameling van huishoudelijk afval bij hun inwoners in rekening brengen via de afvalstoffenheffing. Gemeenten zijn bovendien bevoegd om tarieven in rekening te brengen voor de inzameling van specifieke grondstoffen of voor restafval. De gemeenten in de Westelijke Mijnstreek maken hier gebruik van. De financiële gevolgen van het grondstoffenbeleid komen dus voor rekening van de inwoners en hebben beperkt invloed op de rest van de gemeentebegroting. Het Grondstoffenbeleidskader biedt de kaders voor plannen en besluiten, zoals de Afvalstoffenverordening, de Dienstverleningsovereenkomst (DVO) met RWM, contracten met verwerkers, ruimtelijke plannen en beheer- en uitvoeringsplannen. Dit Grondstoffenbeleidskader gaat over inzameling en zo hoogwaardig mogelijke toepassing van huishoudelijke reststromen. Dat is het ‘afval afkomstig van huishoudens’ waar de gemeente volgens de Wet milieubeheer1 een zorgplicht voor heeft. Huishoudelijk afval bestaat uit verschillende deelstromen zoals restafval (grofvuil en huisvuil), GFT-afval, oud papier en karton, textiel, kunststof verpakkingsafval, glas en de afvalstromen die op de milieuparken kunnen worden achtergelaten. Maar in lijn met dit Grondstoffenbeleidskader wordt verder gewerkt met
1 De Wet milieubeheer is de belangrijkste wet voor de verwijdering van afvalstoffen. In hoofdstuk 10 van de
Wet milieubeheer zijn bepalingen opgenomen voor onder andere het verantwoord omgaan met huishoudelijke afvalstoffen (artikel 10.1 t/m 10.64).
12
de termen grondstof, grondstofstromen en restafval. Restafval betreft huishoudelijk afval dat niet verwerkt wordt tot een nieuwe grondstof. Als gemeenten kunnen beïnvloeden hoeveel grondstoffen de huishoudens überhaupt produceren, wordt dat meegenomen in dit plan. De beleidsmatige nadruk ligt op het systeem van fysieke inzamelvoorzieningen, maar binnen dit kader valt ook: Regulering; de gemeente is wettelijk bevoegd om voorschriften te verbinden aan het omgaan met afvalstoffen. Zo kennen alle gemeenten een Afvalstoffenverordening die inwoners verplicht tot het scheiden van een aantal afvalstoffen. Financiële prikkels; door differentiatie van tarieven in de afvalstoffenheffing, of mogelijk door de gewenste behandeling van grondstoffen te belonen. Communicatie en participatie met de inwoners. De afzet van de grondstoffen door de gemeenten valt eveneens binnen dit beleidskader. Dit beleidskader gaat niet over het deel van de kringloop waar producten worden gemaakt en verhandeld. Dat is de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven onder regulering van het Rijk, veelal in Europese samenwerking. Wat er eerder en later in de kringloop gebeurt, is wel belangrijk. Hoe lang gaan spullen mee voordat ze moeten worden vervangen? Hoe makkelijk zijn ze te repareren of te recyclen? Voor ons beleid zijn het randvoorwaarden.
1.4
Leeswijzer Het voorliggende beleidskader is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 bevat de inleiding van het Grondstoffenbeleidskader. Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt de problematiek rond afval/grondstromen en gaat hierbij in op Europese, landelijke, regionale en gemeentelijke schaal. In hoofdstuk 3 zijn de visie, doelen en vertrekpunten van de drie betrokken gemeenten opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat een lijst met gebruikte afkortingen en een woordenlijst. Tot slot is een aantal bijlagen opgenomen: in bijlage B1 is de nulsituatie voor zowel de gemeente Beek, Sittard-Geleen als Stein te vinden. Bijlage B2 bevat de top 50 van Nederlandse gemeenten met het minste restval. Bijlage B3 geeft een doorzicht richting een mogelijke aanpak van het transitietraject van afval naar grondstof.
13
2
SITUATIESCHETS In dit hoofdstuk wordt de problematiek inzake afval geduid en op verschillende schaalniveaus beknopt beschreven. Hierbij zoomen we ook in op de situatie in de gemeenten Beek, SittardGeleen en Stein.
2.1
Consumentisme ontwricht (leef)klimaat We leren steeds meer over de invloed van de mensheid op de aarde. Ons consumptiepatroon heeft het grootste nadelige effect op de klimaatverandering, het landschap en biodiversiteit. Dit kan goed worden geïllustreerd aan de hand van afbeeldingen 1 en 2 die elk op een andere wijze de effecten van ons koopgedrag weergeven. Afbeelding 1 De impact top 10 van Nederland
Bron: © 2017, de Verborgen Impact door Babette Porcelijn, Amsterdam, ISBN 978 90 214 0830 9, www.babetteporcelijn.nl.
De milieuschade in Nederland wordt normaliter letterlijk bepaald binnen de eigen nationale grenzen. Babette Porcelijn startte daarom een crowdfund-actie om onderzoeksbureau CE Delft te laten berekenen wat het effect is op het wereldwijde ecosysteem van ons consumptiegedrag.
15
Door haar (grafische) werk is verhelderd dat vlees eten veel schadelijker voor het milieu is dan het verwarmen van een huis. Maar ook blijkt de impact van spullen nog iets groter. Deze spullen kunnen worden beschouwd als al onze gebruiksgoederen die we verbruiken; het beeldscherm of papier waarop u dit plan leest, de beker waaruit u drinkt, de kleding die u draagt, et cetera. Al deze spullen zijn afhankelijk van grondstoffen en worden voor een belangrijk deel geproduceerd in China en andere landen met lage loonkosten. Dat gegeven wordt in de gangbare berekening van milieuschade niet meegeteld, vandaar de naam Verborgen Impact. Hoe ons koopgedrag zich vertaalt naar wat de aarde daarvoor beschikbaar heeft, wordt verduidelijkt in afbeelding 2. De organisatie Earth Overshoot Day vergelijkt de jaarlijkse consumptie in landen met hun eigen hernieuwbare biocapaciteit en markeert de datum waarop wij als mensen meer van de aarde vragen dan de hernieuwbare biocapaciteit van de aarde in dat jaar kan dragen, gerekend vanaf 1 januari. De Earth Overshoot Day zou dus niet vóór 31 december mogen vallen om de aarde niet uit te putten. In 2018 lag de wereldwijde Earth Overshoot Day echter op 1 augustus. In dat jaar werd wereldwijd dus 1,7 maal de draagkracht van de aarde gebruikt.
Wanneer we kijken naar Nederland, dan werd de consumptie op 14 april 2018 al geheel afhankelijk van importen voor dat verdere jaar. Als alles van eigen bodem moest komen, dan zouden de winkelschappen voor de rest van het jaar leeg blijven. De gemiddelde Nederlander consumeert jaarlijks 120 maal diens eigen gewicht. Deze consumptie omvat benodigde middelen voor onze infrastructuur, vervoer, et cetera. Afbeelding 2 Consumptiegedrag welvarende landen en grootmachten
Bron: Earth Overshoot Day
De gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein voelen zich verbonden met deze mondiale problematiek en hebben het voornemen om door het bevorderen van de circulaire economie bij te dragen aan afname van de footprint en het realiseren van een Overshoot Day die dichter bij 31 december ligt. Volgens TNO gebruiken we circa 5.000 verschillende soorten producten en stoffen die eindigen in het afdankproces. Het is voor consumenten noodzakelijk om een eenvoudig systeem
16
aangeboden te krijgen voor het terugbrengen van al die producten en stoffen in het productieproces. De uitdaging waar de gemeenten voor staan is deze wegen terug in de productie zo effectief en efficiënt mogelijk te laten aansluiten op de mogelijkheden, de beperkingen en uiteindelijk het afdankgedrag van de consument.
2.2
Economisch model ontwricht (leef)klimaat In essentie is ons economisch model gericht op eigendom, consumptie en economische groei. In de traditie van ‘vraag en aanbod’ heeft de Britse econome Kate Raworth (werkzaam voor de universiteit van Oxford) dit treffend verbeeld in haar ‘Donut Economie’. Afbeelding 3 The Doughnut Economy
Bron: The Doughnut Economics, Kate Raworth, ISBN: 9781847941398
De huidige verdeling van zaken als geld, land, productiefactoren, water en reserves veroorzaakt een ontwrichting van sociale structuren en het ecosysteem van de aarde. Haar boodschap is een uitweg te vinden voor het dekken van alle behoeften binnen de mogelijkheden van onze planeet (de buitenste ring van de donut), terwijl tegelijkertijd de minimale levensbehoeften voor alle mensen op aarde worden gegarandeerd (de binnenste ring van de donut).
17
Voor herstel van een natuurlijke balans op onze planeet is een mentale omslag noodzakelijk. Het lineair economisch model van gebruiken en weggooien moet verschuiven naar een circulair economisch model dat is gebaseerd op (slim) delen en gebruiken van onze aardreserves (meer informatie over lineaire en circulaire economie zie paragraaf 2.4). Uit de afbeeldingen 1 en 3 blijkt dat deze omslag moet plaatsvinden in samenhang met veel thema’s. De omslag van afval naar grondstof geeft daarvoor een waardevol fundament. De gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein onderkennen de samenhang in dit grotere geheel. Mogelijkheden om bij optimalisatie van de grondstoffeninzameling samenhangende waarde te creëren, worden beschouwd en ten volle benut. Wij denken aan: Terugdringen van schade, hinder en overlast, dicht bij huis en voor de wereld als geheel. Ontwikkeling van werkgelegenheid dicht bij huis. Het bevorderen van de verkeersveiligheid door het zoveel als mogelijk weren van zwaar vrachtverkeer in woonwijken en centra.
2.3
Grondstoffenbeleid Europa Op 4 november 2008 publiceerde de Europese Unie ‘The raw materials initiative - meeting our critical needs for growth and jobs in Europe’. Dit initiatief ontstond vanuit het economisch en geopolitiek besef dat Europa te weinig grondstoffen in haar eigen bodem heeft en door de groeiende wereldbevolking en wereldwijde welvaart een kwetsbare positie heeft. Recycling van afval is daarin een speerpunt. De Europese lidstaten dienen het door de EU ingezette beleid over te nemen in hun nationale beleidsplannen. De EU ziet daarbij eveneens grote kansen voor werkgelegenheid. Op 2 december 2015 heeft de Europese Commissie een EU-actieplan voor de circulaire economie uitgebracht, namelijk ‘Maak de cirkel rond’. Dit actieplan is een eerste aanzet vanuit de Commissie voor een overgang naar een circulaire economie. Het doel van het actieplan is om te zorgen voor het juiste wet- en regelgevingskader ter bevordering van de ontwikkeling van een circulaire economie in de interne markt. Er wordt een duidelijk signaal afgegeven over verdere stappen betreffende afvaldoelstellingen op de lange termijn, gekoppeld aan economische actoren en de samenleving. Het actieplan voorziet in een concreet, breed en ambitieus maatregelenpakket, dat vóór 2020 zou moeten worden uitgevoerd.
Bron: Maak de cirkel rond, Europese Commissie, 2015: https://eur-lex.europa.eu/resource.html?uri=cellar:8a8ef5e8-99a0-11e5b3b7-01aa75ed71a1.0010.02/DOC_1&format=PDF
2.4
Grondstoffenbeleid Nederland Door het Europese initiatief ondergaat het landelijk afvalbeleid een omslag richting een nationaal grondstoffenbeleid. Vanaf 1992 was het Rijksbeleid gericht op het scheiden van afval en verbranden in plaats van storten van reststromen. Op 15 juli 2011 ontving de Tweede Kamer een grondstoffennotitie; de eerste aanzet van het Nederlandse beleid voor de voorzieningszekerheid van grondstoffen, waarbij duurzaamheid een expliciete randvoorwaarde is om deze te kunnen blijven garanderen. In dat jaar werd de norm voor afvalscheiding opgevoerd tot 65%. In 2014 is die norm verhoogd naar 75% voor 2020 binnen het huidige Rijksoverheidsprogramma VANG (Van Afval Naar Grondstof). VANG is het Rijksoverheidskader om te komen tot een circulaire economie. Met circulaire economie wordt een economisch systeem verstaan dat de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen en het behoud van natuurlijke hulpbronnen als uitgangspunt neemt en
18
waardecreatie voor mens, natuur en economie in iedere schakel van het systeem nastreeft. Dit streven staat vrijwel haaks op ons huidige doorsnee gedachtepatroon. Het vergt een omslag in denken en doen: van een lineaire economie naar een keteneconomie met recycling en uiteindelijk naar een circulaire economie. De gewenste omslag kan visueel op beleidsmatige en vervolgens vereenvoudigde wijze worden weergegeven. Momenteel bevinden we ons in de Westelijke Mijnstreek in een vrijwel lineaire economie dan wel een gedeeltelijke keteneconomie. Afbeelding 4 Van een lineaire naar een circulaire economie
Bron: Rijksoverheid, VNG en NVRD www.storyofstuff.org
Bron: Story of Stuff,
Om de overgang naar een circulaire economie te faciliteren hebben de rijksoverheid, de Nederlandse gemeenten en de gemeentelijke afvaldiensten gezamenlijk een publiek kader opgesteld, waarin zij de ambities voor huishoudelijk afval voor 2025 schetsen, inclusief het uitvoeringsprogramma voor VANG. Dit publiek kader beoogt: richting te geven aan het middellange- en langetermijnbeleid; richting te geven aan de ontwikkelingen in de productieketen(s); ruimte te geven aan alle betrokkenen in de productieketen(s) (producenten, winkels, consumenten, recyclingbedrijven en overheden). De VANG-doelen die betrekking hebben op de huishoudens en gemeentelijke overheden zijn: meer hergebruik van grondstoffen door betere scheiding en inzameling; geen hogere kosten voor de inwoner als inwoner en belastingbetaler; consequente toepassing van het profijtbeginsel en vervuiler-betaalt-principe. Eén van de belangrijkste Nederlandse ambities in het VANG-programma is de hoeveelheid huishoudelijk restafval terug te brengen naar gemiddeld: 100 kg per inwoner per jaar in 2020; 30 kg per inwoner per jaar in 2025. De gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein onderschrijven deze ambitie. Hoewel de samenwerkende gemeenten nog een weg te gaan hebben, blijkt deze ambitie haalbaar.
De koplopers onder de Nederlandse gemeenten verzamelen al minder dan 30 kg huishoudelijk restafval per inwoner per jaar (zie paragraaf 2.6). Het Rijksprogramma Circulaire Economie heeft een uitvoeringsprogramma 2019-2023. In het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023 wordt het model met de R’en benoemd. Een volgende prioritering kan hierbij gehanteerd worden: Refuse voorkom gebruik van producten en grondstoffen; Reduce beperk gebruik van grondstoffen door slim ontwerp; Renew / Rethink (her)ontwerp hoe je een product circulair kunt maken; Reuse gebruik (delen van) het product opnieuw; Refurbish knap (delen van) het product weer op; Repair onderhoud en herstel (delen van) het product;
19
-
Remanufacture maak een nieuw product van oude (delen van) producten; Repurpose gebruik (delen van) het product voor wat anders; Recycle gebruik materialen opnieuw; Recover win energie en grondstoffen terug.
Deze volgorde voor de productie, omgang en afvalfase van producten en stoffen is leidend voor industrie, overheid en alle overige partijen in de Europese Unie. We behandelen in voorliggend beleidskader de volgorde waarin de R’en genoemd worden als voorkeursvolgorde. Deze is echter niet bindend. Afbeelding 5 Circulaire economie, R8. Hier worden Refuse en Reduce nog aan toegevoegd.
Bron: Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023, Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, mede namens de ministeries van Economische Zaken en Klimaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, februari 2019
De R’en van Reuse tot Recover vallen geheel of gedeeltelijk binnen het bereik van de gemeenten en ook binnen dit beleidskader. De gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein nemen deze voorkeursvolgorde als richtsnoer bij besluiten over het systeem voor het terugwinnen van grondstoffen. Om zo uiteindelijk van exploitatie, naar recycling naar een circulaire economie te groeien. Een stap in deze richting: sinds 2019 zet de Rijksoverheid met het icoonproject ‘circulair ambachtscentrum’ in op een kruisbestuiving tussen milieupark, kringloop, repair café, onderwijs, dagbesteding en sociale werkvoorziening.
20
Afbeelding 6 Circulair ambachtscentrum
Hergebruik & Recycling
Reparatie & Kringloop
Ambacht & Onderwijs
Sociale cohesie & Werkvoorziening
Bron: https://circulairambachtscentrum.nl/programma/
De idee hierachter is dat een circulair ambachtscentrum alle (on)bruikbare goederen zal innemen met als doel deze volgens de 10 R-volgorde (Refuse, Reduce, … Recover) zo lang mogelijk in productketens te houden. Dit icoonproject laat daarmee milieuparken (milieustraten) een direct onderdeel vormen van een groter geheel dat is gericht op een ‘eerstelijns’ inname van gebruiksgoederen in combinatie met het bieden van een structureel perspectief aan onderwijs, dagbesteding en Werkbedrijven.
2.5
Grondstoffenbeleid in de regio Afval Samenwerking Limburg (ASL, een samenwerkingsverband van Limburgse gemeenten) en de Provincie Limburg zijn van mening dat huishoudelijk afval voor een groot deel bestaat uit herbruikbare grondstoffen die beter en meer circulair verwerkt moet worden. Daarvoor hebben zij 3 programmalijnen ontwikkeld: 1. Circulaire aanbesteding van restafval, GFT en PMD Een uitgebreid onderzoekstraject heeft onder meer geleid tot een grondstoffenatlas en materiaalbalans voor Limburg. De Global Goals zijn een vertrekpunt voor verwerking van restafval en recycling van GFT en PMD. De circulaire aanbesteding voor alle Limburgse gemeenten staat gepland voor het voorjaar van 2021. 2. Grondstoffenmanagement Kennis en expertise van grondstofketens bundelen en opbouwen en grondstofregie organiseren. Daarmee verminderen we kwetsbaarheid en zijn circulaire kansen te verkennen en realiseren. Vooral kansrijke stromen (voor onder andere Limburgse circulaire verwerking) krijgen aandacht. Stromen die op andere niveaus en in andere regio’s al voldoende worden onderzocht, vallen niet binnen de scope. 3. Katalysator voor samenwerkende partijen.
Op dit moment is er nog geen gevestigd circulair platform voor Limburg, waarin bedrijfsleven, kennisinstellingen, overheden en (eventueel) burgers participeren (uiteraard zijn er wel allerlei verschillende circulaire initiatieven binnen Limburg). In de Circulaire aanbesteding van ons restafval, GFT en PMD wordt nadrukkelijk rekening gehouden met onder meer de ambities van Limburgse bedrijven en bedrijventerrein Chemelot. Bron: https://afvalsamenwerkinglimburg.nl/afval-samenwerking-limburg-en-provincie-gaan-voor-circulaire-afvalverwerking/ https://afvalsamenwerkinglimburg.nl/2569-2/
21
2.6
Situatie in Beek, Sittard-Geleen en Stein Dit Grondstoffenplan 2021-2025 is de opvolger van het Regionaal Afvalplan Westelijke Mijnstreek uit 2015 dat dit jaar afloopt. In het voorgaande plan is bewust ingezet op extra service voor het behalen van de volgende vier ambities: 1. streven naar 100 kg restafval per inwoner in 2020; 2. versterken van de regionale samenwerking, zoals standaardisatie en harmonisatie; 3. optimaliseren van de wijkvoorzieningen en milieuparken; 4. wijzigingen doorvoeren op basis van kostenneutraliteit.
Regionaal Afvalplan Westelijke Mijnstreek
Aanvullend heeft de gemeente Sittard-Geleen een ‘Grondstoffenvisie 2050: van afval naar grondstof’ vastgesteld dat nader inzet op: ‘milieu door service’ en één centraal milieupark met satellietparken in de buurt voor specifieke stromen. De stand van zaken en de hiervoor genomen maatregelen zijn hieronder kort belicht: 1. De voorgestelde maatregelen om te komen tot 100 kg restafval hebben weinig effect gehad. Aanvullende service voor PMD en sterkere prijsprikkels voor GFT en restafval stimuleerden inwoners onvoldoende tot gedragsverandering met hun restafval. De oorzaak daarvan ligt voornamelijk in het ongemoeid laten van de inzamelservice voor restafval. De genomen maatregelen zijn desondanks waardevol, want zij bieden een goede uitgangspositie voor aanvullende maatregelen gericht op de service voor restafval. Nieuwe maatregelen zullen worden voorgelegd in het uitvoeringsplan. 2. De versterking van de regionale samenwerking kan als zeer succesvol worden beschouwd. Inwoners uit alle gemeenten kunnen op alle milieuparken onder gelijke condities hun spullen inleveren. De tarieven, procedures en protocollen zijn gelijk op alle milieustraten. Daarmee hebben Beek, Sittard-Geleen en Stein een unieke harmonisatie en standaardisatie bereikt waarnaar al decennia zonder resultaat wordt gestreefd in veel andere regio’s. 3.
Het optimaliseren van de wijkvoorzieningen en milieuparken is een onafgebroken aandachtspunt. Een milieupark effectief optimaliseren of ombouwen in een netwerk van milieupark met satellietparken vergt een intensieve afstemming en langdurige planning. Dat is de voornaamste reden dat deze ambitie nog niet is omgezet in nieuwbouw. 4. Gemaakte wijzigingen zijn doorgevoerd op basis van kostenneutraliteit. De stijging van de afvalstoffenheffing ligt in lijn met de consumentenprijsindex (CPI-index) van het CBS. Samenvattend kan worden gesteld dat de gemeenten werk hebben gemaakt van het Regionaal Afvalplan Westelijke Mijnstreek. Door het in stand houden van de inzamelservice voor restafval is de ambitie van 100 kg/p/j restafval in 2020 buiten bereik gebleven. Een verdere beschrijving van de huidige situatie in de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein beperkt zich tot beleid in dit document. In deze paragraaf is daarbij gebruik gemaakt van de prestatie-indicatoren mens, planeet en profijt (people, planet, profit). Uitvoeringsmatige aspecten zullen uitgebreid terugkomen in het uitvoeringsplan dat in de vervolgfase wordt voorgelegd aan de gemeenteraden. Naast onderstaande beschrijving is in bijlage B1 de nulsituatie voor de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein opgenomen.
2.6.1
Planeet Onder de noemer planeet wordt in dit beleidskader primair gekeken naar de ingezamelde hoeveelheid restafval. Deze afvalstroom is een goede indicator voor verspilling van grondstoffen en de productie van broeikasgassen. Het rendement van de afzonderlijke gemeentelijke inzamelsystemen is in de navolgende afbeelding vergeleken met de top 10 en top 50 van
22
Nederlandse gemeenten met het minste restafval (aan huis ingezameld en op milieuparken ingeleverd). Voor een volledig en vereenvoudigd beeld zijn alle overige ingezamelde grondstoffen daarbij gegroepeerd afgebeeld. Een lijst met de betreffende top 10 en top 50 gemeenten is opgenomen in bijlage B2. Afbeelding 7 Beek, Stein en Sittard-Geleen: milieurendement t.o.v. Nederlands best presterende gemeenten (aan huis ingezameld en op milieuparken ingeleverd) 137 99 76 62
71
groen 183
35
50 36
187
185
55
163
131
58 25
37
54 24
110
110
132
73 3 32
65 10 56
Beek
Stein
Sittard-Geleen
NL_Top10
508 73%
559 74%
552 72%
794 96%
60 28 165
60
214
GFT bouwstromen
173
spullen 135
verpakkingen RST grof
TNL_op50 NL_top50 679 90%
Toelichting: Sittard-Geleen is door het CBS gekwantificeerd als een ‘matig’ stedelijke gemeente. In de top50-gemeenten bevinden zich 3 ‘matig’ en 2 ‘sterk’ stedelijke gemeenten. Deze laatste zijn Deventer en Hengelo met 87 tot 88 kg/p/j restafval (grof en fijn).
RST fijn
kg/p/j bronscheiding
Andere ‘sterk’ stedelijke gemeenten die buiten de top50-gemeenten vallen zijn bijvoorbeeld Apeldoorn, Maastricht en Nijmegen die 115 tot120 kg/p/j restafval (grof en fijn) behalen. Beek en Stein worden door het CBS gekwantificeerd als ‘weinig’ stedelijke gemeenten.
Uit afbeelding 7 kan worden afgeleid dat de best presterende gemeenten aanzienlijk minder restafval met fors meer afvalscheiding hebben. Zeer opvallend zijn de grote volumes bouwstromen2 (puin, hout, e.d.) en GFT bij zowel de top 10 als top 50-gemeenten. Ook blijken de volumes van nagenoeg alle gescheiden stromen groter (op de spullenstroom na: huisraad, textiel, elektronica, e.d.). Door de kleinere volumes aan bouwstromen en GFT hebben onze gemeenten in totaliteit een lagere afvalscheiding. De systemen die deze gemeenten gebruiken worden betrokken in het uitvoeringsplan (deel 2). Als een verdieping wordt gemaakt naar de resterende grondstoffen in het restafval dat aan huis wordt ingezameld (restafval fijn), dan leveren sorteeranalyses een volgend beeld van dit restafval (zie afbeelding 8). Afbeelding 8 Sorteeranalyses fijn restafval dat aan huis wordt ingezameld
Beek
Sittard-Geleen
Stein
Uit de sorteeranalyses blijkt het fijn restafval van de gemeente Beek gemiddeld 39 kg/p/j GFT, 9 kg/p/j PMD en een veelheid aan andere grondstoffen te bevatten. De hoeveelheid van 41 kg/p/j ‘RST en overig’ betreft veel spullen als kussens en andere huisraad dat buiten de gangbare analysecategorieën valt. Het beeld voor Sittard-Geleen en Stein geeft nog meer grondstoffen in het restafval. Op de nascheiding van een deel van het PMD na gaan al deze grondstoffen ‘als restafval’ verloren in de verbrandingsoven. Omgekeerd bezien kan de huidige hoeveelheid aan
2 Bij RWM worden bouwstromen terughoudend geaccepteerd. In de regio zijn andere inzamelpunten voor
bouwstromen.
23
huis ingezameld restafval worden beperkt tot circa 12-13 kg/p/j. De ervaring van de gemeente Reusel-De Mierden leert dat dit haalbaar is. Naar Nederlandse maatstaven wordt een gemiddelde hoeveelheid grof restafval ingeleverd op de milieuparken, 27 tot 40 kg/p/j. Afwijkend in negatieve zin is dat veel fijn restafval (zakken) ook wordt ingeleverd op de milieuparken, terwijl dat doorgaans wordt geweigerd op milieuparken in andere gemeenten, zie bijlage B1.6 voor een vergelijking met de top 10 en top 50 gemeenten. Op milieuparken in andere gemeenten worden resultaten behaald van 5 kg/p/j grof restafval en minder (bron: CBS).
2.6.2
Mens In de drie gemeenten is de bevolking sinds 2002 gemiddeld met 7% gekrompen. Sinds 2013 is het aantal inwoners jonger dan 25 jaar met 3% gedaald en het aantal inwoners ouder dan 65 jaar is 7% gegroeid. De vergrijzing neemt toe wat mogelijk meer maatwerk en/of service vraagt. De stedelijkheid van de gemeenten is volgens het CBS als volgt gekwalificeerd: Beek is ‘weinig’ stedelijk (vergelijkbare gemeenten zijn Echt-Susteren, Meerssen of Stein); Sittard-Geleen is ‘matig’ stedelijk (vergelijkbare gemeenten zijn Landgraaf of Weert); Stein is ‘weinig’ stedelijk (zie Beek voor vergelijkbare gemeenten). Het CBS gebruikt hierbij de omgevingsadressendichtheid als criterium. Weinig stedelijk is tussen 500 en 1000 adressen per km2; matig stedelijk is tussen 1000 en 1500 adressen per km2. Alle drie de samenwerkende gemeenten kennen zowel buurten met uitsluitend of voornamelijk hoogbouw als buurten met uitsluitend of voornamelijk laagbouw. Dit betekent dat het beleid voor de inzameling van grondstoffen in alle drie de gemeenten rekening moet houden met inwoners die ruimte hebben en ook met inwoners die weinig plaats hebben om grondstoffen in hun eigen woning te bewaren. Wensen inwoners In 2019 is in de gemeenten Beek, Beekdaelen, Sittard-Geleen en Stein (het servicegebied van RWM) een enquête gehouden. De wensen in onderstaande afbeelding komen hierbij naar voren.
Geconcludeerd kan worden dat de meeste respondenten meer service aan huis willen. Afbeelding 9 Grootste wens afvalinzameling in uw gemeente Vaker PMD ophalen
Herbruikbare spullen worden aan huis opgehaald of kunnen op het milieupark worden gratis afgegeven
Grof huishoudelijk afval op afroep laten ophalen
24
Bron: Resultaten enquête Afvalinzameling 2019, I&O Research, september 2019
25% van huishoudens maakt 50% restafval Uit analyse van het aanbodgedrag blijkt de 40 liter emmer voor restafval door ± 25% van de huishoudens niet te zijn aangeboden in 2019. Bij de meest gangbare 240 liter container is dat 7%. Diezelfde 240 liter container wordt door ± 25% van de huishoudens zodanig veel gebruikt dat zij omgerekend ± 50% van al het restafval maken. Er is dus een sterke spreiding in het gebruik van containers. In Afbeelding 10 is deze spreiding ‘vereenvoudigt’ afgebeeld in respectievelijk ‘nul’aanbieders, ‘klein’-aanbieders, ‘midden’-aanbieders’ en ‘groot’-aanbieders (de bewuste 25%). Een volledig beeld van het aanbodgedrag per gemeente is opgenomen in de bijlagen B1.2, B1.3 en B1.4.
Afbeelding 10 Aanbodgedrag restafvalemmers en -containers van inwoners van Beek, SittardGeleen en Stein (in % huishoudens en % gewicht restafval)
Gebruik van 40 liter-emmers
Gebruik van 240 liter-containers
Aanbodgedrag GFT omgekeerd beeld Het aanbodgedrag van GFT-emmers en -containers geeft een omgekeerd beeld van het aanbodgedrag van restafval. Het aandeel ongebruikte GFT-emmers van 40 liter is in alle gemeenten de helft (50%). Ook voor GFT blijkt een kleine groep huishoudens verhoudingsgewijs veel GFT aan te bieden. Bijzet en dump Anders dan in Sittard-Geleen wordt de hoeveelheid bijzet (bijplaatsingen) en dump (geen waaien zwerfvuil op straat) niet in alle gemeenten nauwkeurig geregistreerd. Bijzet en dump wordt als zodanig niet geregistreerd door het CBS. Onder de noemer ‘overig reinigingsdienstenafval’ is het Nederlands gemiddelde 2 kg/p/j voor 2019. Dat getal kan worden gekoppeld aan de hoeveelheid restafval, PMD, kringloop en bouwstromen uit de beschikbare gegevens over bijzet en dump in Sittard-Geleen (totaal 4,4 kg/p/j in 2019, grafiek zie bijlage B1.3). In 2004 is cijfermateriaal over hoeveelheden bijzet en dump uitgewisseld tussen de gemeenten Maastricht,
25
Sittard-Geleen en Weert. Alle drie gemeenten hadden vergelijkbare cijfers met verschillende inzamelsystemen.
2.6.3
Profijt De maatschappelijke meerwaarde van een goed uitgevoerd afval/grondstoffenbeheer is belangrijk voor onder meer volksgezondheid en veiligheid. De hiermee gemoeide kosten reiken dus verder dan het feitelijke afvalbeheer zelf. Jaarlijks kost het huishoudelijk afvalbeheer voor Beek: € 1.762.000 (kosten exclusief opbrengsten en vergoedingen); Sittard-Geleen: € 12.050.000 (kosten exclusief opbrengsten en vergoedingen); Stein: € 3.975.600 (kosten exclusief opbrengsten en vergoedingen). Totaal kost het afvalbeheer in onze gemeenten zo’n 18 miljoen euro (excl. opbrengsten en vergoedingen). Na aftrek van opbrengsten en vergoedingen voor waardevolle grondstoffen komen de resterende kosten neer op gemiddeld € 235 à 260 per huishouden. Dit restant wordt via de afvalstoffenheffing in rekening gebracht bij elk huishouden. De gemiddelde hoogte (€ 235 à 260) van de afvalstoffenheffing ligt gelijk tot circa € 20 hoger dan het Nederlands ‘gemiddelde’. De laagste afvalstoffenheffing in een Nederlandse gemeente bedraagt € 73 en dat is € 788 in de duurste gemeente3.
De hoogte van een afvalstoffenheffing is afhankelijk van veel factoren: serviceniveau; systeemonderdelen (bijvoorbeeld ondergrondse vuilcontainers zijn relatief duurder); bijdragen aan kosten voor straatreiniging of andere gemeentelijke taken; mate van doorberekening van gemeentelijke apparaatskosten (overhead); aandeel hoogbouw; aandeel buitengebied; tariefbeleid op de milieustraat (alles of deels gratis acceptatie). Een vergelijking valt dus niet eenvoudig te maken op basis van een ‘getotaliseerd’ bedrag. Wat we wel kunnen, is het (alsmaar) duurder wordende restafval beteugelen door het ombuigen van restafval naar zo veel mogelijk renderende grondstoffen. Ook verweving met andere thema’s kan kostenbesparing opleveren voor de betreffende thema’s, maar mogelijk iets hogere kosten voor afvalbeheer. Zo kan de inzameling van grondstoffen uit woon- met werkomgeving een groot voordeel opleveren voor de logistiek, het milieu en de verkeersdrukte. Ook kan het sociaal domein profiteren als ingezamelde grondstoffen de basis vormen voor beschut werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld prikkelarme omgeving of zittend werk of ander soort sociaal werk.
De gemiddelde lasten per huishouden (afvalstoffenheffing en gemiddelde diftarkosten) en de CBS-consumentenprijsindex hebben een vergelijkbare trend, ondanks negatieve marktontwikkeling sinds 2017 en een sterk gestegen afvalstoffenbelasting van het Rijk, zie de navolgende afbeelding. De inwoners zijn tot en met het jaar 2019 voor afvalkosten dus niet meer kwijt dan voor andere producten/diensten.
3 Bron: Afvalmonitor, Rijksoverheid:
https://afvalmonitor.databank.nl/Jive/Jive?cat_open=Gemeentelijk%20niveau/Ingezamelde%20hoeveelhed en%20en%20scheidingspercentages%20huishoudelijk%20afval
26
Afbeelding 11 Trend afvalstoffenheffing in Beek, Sittard-Geleen en Stein ten opzichte van de CBSCPI
€ 250,00
120,0
€ 200,00
118,1 118,0 116,0 114,0
€ 150,00
112,0 110,0
€ 100,00
108,0 107,5
106,0
€ 50,00
104,0 € 0,00
102,0 2013
2014
2015
€-trend_Beek
2016
€-trend_S-G
2017
2018
2019
€-trend_Stein
2020 cpi-index
De lasten per huishouden in afbeelding 11 zijn opgebouwd uit het vastrecht en de gemiddeld gemaakte diftarkosten voor het aanbieden van GFT en restafval. Voor meer informatie over de kosten op stroomniveau wordt verwezen naar bijlage B1.5. De kosten voor het schoonhouden van containerlocaties en dumpingen zijn alleen door de gemeente Sittard-Geleen geregistreerd. Op CBS-niveau worden hiervan geen cijfers vastgelegd. In Sittard-Geleen werd in 2019 € 11,93 kosten (exclusief btw) gemaakt per huishouden voor het schoonhouden van containerlocaties (verwijderen van bijgezet afval) en dump.
2.7
Ontwikkelingen Bij verbetering van het gezamenlijk grondstoffenbeleid van de gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein moet rekening worden gehouden met de volgende recente en te voorziene ontwikkelingen. Het wettelijke kader: van Wet milieubeheer naar Omgevingswet. Het beleid van hogere overheden wordt steeds meer gericht op het sluiten van de materialenkringloop, waar eerder de milieuhygiënische verwijdering voorop stond. Producenten geven zich sterker rekenschap van wat er met hun product gebeurt nadat het wordt afgedankt. Er zijn goede voorbeelden van producenten die totaaloplossingen voor de hele kringloop bieden, zoals tapijt dat door de producent wordt teruggenomen en hergebruikt. Maar recent kwam ook naar voren dat producenten hun verantwoordelijkheid voor afgedankte verpakkingen minder goed invullen. Het gaat hier om het PMD dat de gemeenten afzonderlijk inzamelen voor recycling door het verpakkend bedrijfsleven.
27
Chemelot wil het eerste klimaatneutrale chemische bedrijventerrein op basis van hergebruikte materialen in Europa worden. De chemische industrie acht het als noodzakelijk om nafta (aardoliedestillaat) en aardgas op termijn te vervangen door secundaire grondstoffen (en brandstoffen). De kop van een krantenartikel wekt de indruk dat reeds nu ‘heel veel afval’ zal worden verwerkt om van gas en olie af te komen. Dat geeft lezers de indruk dat afvalscheiding overbodig wordt. Voor de ambities van de op Chemelot gevestigde bedrijven zal afval ook moeten worden gescheiden tot bruikbare grondstoffen. Bronscheiding voor zuivere grondstoffen blijft daarom noodzakelijk bij gemeenten. Ook andere producenten zijn meer en meer op zoek naar mogelijkheden voor toepassing van secundaire in plaats van primaire grondstoffen. De bedrijven die zich van oudsher richten op het verwijderen van afvalstoffen ontwikkelen processen om materiaal in de kringlopen te houden. Dit wordt ‘urban mining’ genoemd. De afzetprijzen voor secundaire grondstoffen zijn sterk afhankelijk van de wereldmarkt. Zo zakte de prijs voor onder meer gebruikt papier en textiel ineen toen China en andere landen in Azië besloten hun kwaliteitscriterium voor zuiverheid van 95% te verhogen naar 98%. Deze kwaliteitsmaatregel heeft een negatief effect op de marktprijzen van veel recyclebare grondstofstromen.
Vervanging van primaire door secundaire grondstoffen Chem elot wil heel veel afval gaan verwerken om van gas en olie af te kom en vergt ook een hogere zuiverheid van recyclebaar afval. Voor de afzet van recyclebaar afval dienen de Europese landen hun recyclingstructuur aan te passen. Gemeenten houden daardoor minder gunstige opbrengsten en kosten in de komende jaren. Dit artikel is exclusief voor jou als abonnee van De Limburger t e lezen
10-10-2020 om 10:00 door Pet er Bruijns
De kosten voor het verbranden van restafval zijn onder meer afhankelijk van belastingen die in 2017 met 138% zijn gestegen (en vervolgens weer zijn geïndexeerd). Naar verwachting zal het verbranden van restafval per 1 januari 2021 onderhevig worden aan een CO2-heffing. Uit een Kamerbrief blijkt het Kabinet de verbrandingsindustrie door middel van compensatie enige jaren ruimte te willen geven om te werken aan de reductie en/of opslag van CO2emissies. Maar over enkele jaren zal restafval naast belasting op eindverwerking ook worden belast op emissies. De gevolgen daarvan zijn mogelijk groter dan de huidige belasting op het verbranden van restafval. Een deel van Chem elot. Afbeelding: Stefan Koopm ans
Chemelot bereidt een revolut ie voor. Het chem iet errein wil klimaat neut raal worden door olie en gas t e vervangen door afval uit de wijde omgeving, biom assa en groene st room . Dat gaat niet zonder slag of st oot . I n de N eder lan dse t op 10 van ui t st ot er s van br oeikasgassen bezet ch em iet er r ei n Chem elot i n Si t t ar d- Gel een de vi er de plek. H et bedr ijven t er r ein is een gr oot ver br uik er van elekt r ici t ei t , aar dgas en ol ie, m aar ook van w at er . Lees ook: Chem elot wil een ein d m aken aan de lozingen van afvalwater in de M aas ( ht tps:/ / www.lim burger.n l/ cnt/ dm f2020 10 09 _ 0 0179 4 91)
Over der t ig jaar zal h et t ot aal an der s zijn , zeggen Ch em el ot - di r ect eur Loek Radi x en Ber t /
Zoals eerder vermeld werken de Limburgse gemeenten waaronder Beek, Sittard-Geleen en Stein samen in Afvalsamenwerking Limburg (ASL). In dit verband hebben de gemeenten gezamenlijke contracten afgesloten voor de afzet van PMD, GFT en restafval. Deze contracten lopen in 2023 af. De gemeenten treffen in ASL-verband voorbereidingen om opnieuw samen aan te besteden met de volgende uitgangspunten en ambities: Uitgangspunt 1: een eerlijke en realistische prijs; de kosten van de toekomstige verwerking zijn transparant, realistisch en respecteren wederzijdse korte en lange termijn belangen; Uitgangspunt 2: toekomstbestendig partnerschap; de toekomstige verwerker ontzorgt ASL/de gemeenten adequaat, volgens afspraak en probleemloos, maakt de gerealiseerde impact van de gehele keten aantoonbaar en meetbaar en verbetert deze tijdens de looptijd van het contract; Ambitie 1: circulaire economie; de verwerking vindt plaats op een zo hoogwaardig mogelijke manier en draagt optimaal bij aan het realiseren van een Limburgse circulaire economie; Ambitie 2: CO2-reductie; de verwerking draagt optimaal bij aan het reduceren van CO2uitstoot van de gehele keten;
28
-
-
Ambitie 3: maatschappelijke bijdrage; de verwerking draagt optimaal bij aan de Limburgse maatschappij, door het stimuleren van onderwijs, werkgelegenheid en economische groei; Ambitie 4: duurzame gemeenschappen; de verwerking draagt in brede zin bij aan de verduurzaming van gemeenschappen, steden en regio’s in en om Limburg.
29
3
VISIE, DOELEN EN VERTREKPUNTEN
3.1
Visie Gezien de nationale en ook internationale ontwikkelingen is een omslag in de wijze van inzameling van huishoudelijke afvalstoffen noodzakelijk om te komen tot een toekomstbestendig doeltreffend plan. Het is noodzakelijk dat afval niet langer wordt gezien als een onwenselijk resultaat van consumptie, maar als een (potentieel) waardevolle grondstof waaruit nieuwe producten kunnen worden ontwikkeld. Dat geldt voor de gemeenten, maar ook voor haar inwoners. De gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein ambiëren een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving te bieden die economisch en sociaal floreert. Met afval scheiden kunnen we daarvoor fors op onze CO2-uitstoot besparen. Daarmee geven we ook invulling aan de Global Goals van de Verenigde Naties (zie afbeelding 12), te weten Duurzame Steden en Gemeenschappen (11), Verantwoorde Consumptie (12) en Klimaatactie (13), concreet bijvoorbeeld emissieloos transport in de wijken. Uit een goede afvalscheiding komen veel herbruikbare grondstoffen en spullen vrij van hogere waarde. Daaruit kan onder meer Duurzame Energie (7) en extra Goede Banen en Economische Groei (8) worden gecreëerd. De huidige afvalinzameling biedt in de huidige vorm geen perspectief op het behalen van de VANG-ambitie voor 2025: hoogstens 30 kg restafval per inwoner per jaar.
In lijn met de Grondstoffenvisie (van Sittard-Geleen) geeft milieu door service wel zicht op het realiseren van die ambitie, alsook voor Global Goals als schone en veilige mobiliteit en/of het bieden van praktijkervaringsplaatsen, arbeidsplaatsen voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld prikkelarme werkplek) of re-integratie. De benodigde kanteling van afval naar grondstoffen is ook noodzakelijk voor het bedrijfsleven van onze gemeenten. Als gemeenten kunnen we een snelle dubbelslag maken door met de scholen en andere semi-overheidspartners samen die omslag te maken en gelijktijdig de leerlingen in die omslag mee te nemen met ‘duurzaam’ Kwaliteitsonderwijs (4). Dit zijn een aantal voorbeelden van thema’s waar we afval niet meer als apart doel benaderen, maar in ’samenhang met andere thema’s’ als middel inzetten voor andere duurzame uitdagingen.
31
Afbeelding 12 Global Goals United Nations
1. Geen armoede 2. Geen honger 3. Goede gezondheid en welzijn 4. Kwaliteitsonderwijs
7. Betaalbare en duurzame energie 8. Eerlijk werk en economische groei 9. Industrie, innovatie en infrastructuur
13. Klimaatactie 14. Leven in het water 15. Leven op het land
10. Ongelijkheid verminderen
5. Gendergelijkheid
11. Duurzame steden en gemeenschappen 12. Verantwoorde consumptie en productie
16. Vrede, veiligheid en sterke publieke diensten 17. Partnerschap om doelstellingen te bereiken
6. Schoon water en sanitair
3.2
Doelen Het is onze ambitie om bij te dragen aan een volledig circulaire economie in 2050. 1. Om dat te bereiken stellen wij ons de volgende doelen: Wij streven naar: maximaal 100 kg per inwoner per jaar (fijn en grof) restafval in 2025; maximaal 30 kg per inwoner per jaar (fijn en grof) restafval in 2030. Wij achten deze doelstellingen enerzijds realistisch; er zijn immers al Nederlandse gemeenten die deze resultaten thans realiseren (zie ter inspiratie afbeelding 13 op de volgende pagina). Anderzijds onderkennen wij dat het bereiken van deze doelstellingen ook van factoren afhankelijk is, die de gemeenten of de inwoners beperkt in eigen hand hebben. Zo worstelen inwoners in wijken met lagere inkomens vaak met grotere uitdagingen. Taal kan ook een drempel zijn. Verder speelt onzekerheid over de (snelheid van) ontwikkelingen in de rest van de
32
materialenkringloop een belangrijke rol. Hoe goed herbruikbaar en recyclebaar zijn de producten die ter consumptie worden aangeboden? Welke vraag ontwikkelt zich naar secundaire grondstoffen? Afbeelding 13 Top 20 Nederlandse gemeenten met minste fijn restafval (met weergave van grof restafval en inzamelmiddelen voor fijn restafval, GFT en PMD (CBS: 2018) in vergelijking met Beek,
24
365xT
37
25 €
€
€
€
60L
60L
60L
26x 104x 26x 26x 26x 52x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 26x 13x 13x 13x 110 132 110 €
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
€
Re
Sit
ta Be rd - G ek el ee n St ei n
26x breng brengbrengbreng 13x 13x breng 13x brengbrengbreng 13x brengbreng26x 26x 26x