CConstaterende datBeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 23vra00083.pdf

Commissie Inwonerszaken 6 juni 2023, gemeente BeekBij agendapunt: Raadstukken: Vaststellen nieuwe afstemmingsverordening, nieuwe re-integratieverordening en wijziging van de verordening Individuele Inkomenstoeslag.2.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*23vra00083* 23vra00083

Voorstel Gemeenteraad Datum B&W vergadering: : Datum Raadsvergadering: Afdeling: Raadscie: Portefeuillehouder: Steller:

23-05-2023 15-06-2023 SAM CIEI Thijs van Es Frank Joosten

Onderwerp Nieuwe afstemmingsverordening, nieuwe re-integratieverordening en wijziging van de verordening Individuele Inkomenstoeslag. Korte inhoud Op grond van de Participatiewet heeft de gemeenteraad deze (verplichte) verordeningen al eerder vastgesteld. Enkele wetswijzigingen en actualiteiten maken het nodig om deze verordeningen opnieuw vast te stellen c.q. aan te passen. De belangrijkste reden om de afstemmingsverordening aan te passen is, om deze in samenhang te brengen met de nieuwe Wet inburgering en een aantal aanpassingen in de Participatiewet. Gezien de omvang van het aantal aanpassingen stellen we voor om een geheel nieuwe verordening vast te stellen. De re-integratieverordening dient te worden aangepast vanwege de inwerkingtreding van de Wet Uitvoeren Breed offensief per 1 juli 2023. Ook hiervoor leggen we een geheel nieuwe reintegratieverordening aan u voor om vast te stellen. Daarnaast stellen we voor om de individuele inkomenstoeslag aan te passen waardoor meer inwoners met een langdurig laag inkomen voor een dergelijke toeslag in aanmerking kunnen komen. Dit betreft een wijziging van twee onderdelen, te weten de referteperiode wordt teruggebracht van 5 naar 3 jaar en de inkomensgrens wordt gewijzigd van 102% naar 110% van het sociaal minimum. De verordening persoonsgebonden budget kan van rechtswege vervallen.

Aanleiding Op grond van de Participatiewet heeft de gemeenteraad de hieronderstaande (verplichte) verordeningen al eerder vastgesteld. Enkele wetswijzigingen en actualiteiten maken het nodig om deze verordeningen opnieuw vast te stellen c.q. aan te passen. • De belangrijkste reden om de afstemmingsverordening aan te passen is, om deze in samenhang te brengen met de nieuwe Wet inburgering en een aantal aanpassingen in de Participatiewet. Gezien de omvang van het aantal aanpassingen stellen we voor om een geheel nieuwe verordening vast te stel-len. • De re-integratieverordening dient te worden aangepast vanwege de inwerkingtreding van de Wet Uitvoeren Breed offensief per 1 juli 2023. Ook hiervoor leggen we een geheel nieuwe re-integratieverordening aan u voor om vast te stellen. • Daarnaast stellen we voor om de individuele inkomenstoeslag aan te passen waardoor meer inwoners met een langdurig laag inkomen voor een dergelijke toeslag in aanmerking kunnen komen. Dit betreft een wijziging van twee onderdelen, te weten de referteperiode wordt teruggebracht van 5 naar 3 jaar en de inkomensgrens wordt gewijzigd van 102% naar 110% van het sociaal minimum. • De verordening persoonsgebonden budget kan van rechtswege vervallen. Overwegingen 1.

Een nieuwe afstemmingsverordening is nodig vanwege de Wet inburgering De Afstemmingsverordening beschrijft alle gedragingen waarvoor de gemeente een bijstandsuitkering kan verlagen om redenen van verwijtbaarheid. De hoogte van de verlagingen wordt ook in deze verordening bepaald. Het is nodig om de huidige Afstemmingsverordening te wijzigen, vanwege de sa-

menhang met de nieuwe Wet inburgering waarvoor ook de Participatiewet is aangepast. Daarnaast zijn er een aantal technische wijzigingen en een paar inhoudelijke onjuistheden meegenomen. Gezien de omvang van de wijzigingen kunnen we niet volstaan met een gewijzigde verordening en stellen we voor om een geheel nieuwe verordening vast te stellen, waarin meteen de oude verordening wordt in-getrokken. Bijgevoegd is een schematisch overzicht waarin de verschillen tussen de oude en nieuwe verordening in beeld worden gebracht. Als gevolg van de nieuwe Wet inburgering is artikel 56a aan de Participatiewet toegevoegd. Dit artikel voert de titel ‘Ontzorgen’ en is van toepassing op statushouders die een eerste huisvesting krijgen in een gemeente en een bijstandsuitkering ontvangen. Artikel 56a regelt dat de gemeente een aantal financiële betalingen overneemt (d.m.v. inhouding op de uitkering). Het doel is dat de statushouder hierdoor meer focus kan aanbrengen op de inburgering en alle nieuwe facetten van het wonen en leven in onze maatschappij. Als de inburgeringsplichtige niet meewerkt aan het ‘ontzorgen’, dan dient een afstemming op de uitkering worden beoordeeld. Dit kan alleen als de verordening hierin voorziet. Dit regelen we in art. 13 van de nieuwe verordening. In de uitvoering werken wij al vóór de inwerkingtreding van de wet op hoofdlijnen volgens de regel ‘ontzorgen’.

Het niet meewerken aan het ‘ontzorgen’ hoeft dan ook niet te leiden tot een afstemming. We ervaren dat statushouders in vrijwel alle gevallen akkoord gaan met ondersteuning op dit vlak. Doen zij dit niet dan gaan we hierover in gesprek. In een uiterste geval kan het wenselijk zijn om gevolgen te kunnen verbinden aan het niet meewerken aan het ‘ontzorgen’. Dit zal meer uitzondering dan regel zijn. Er is ook duidelijkheid nodig over het van toepassing zijnde wettelijke kader. De Participatiewet en Wet inburgering stellen op onderdelen dezelfde verplichtingen. Zo is in de situatie dat iemand verwijtbaar niet voldoet aan de gestelde participatieverplichtingen een beoordeling op grond van de Participatiewet en de Wet inburgering mogelijk. Wettelijk is geregeld dat een samenloop niet mag. Er is echter niet bepaald wanneer welke wet van toepassing is. In artikel 17 lid 5 van de verordening regelen we dit. We stellen dat talige activiteiten in een inburgeringstraject op grond van de Wet inburgering worden beoordeeld en dat activiteiten gericht op participatie op grond van de Participatiewet. 2. Een nieuwe re-integratieverordening is noodzakelijk vanwege de inwerkingtrededing van de ‘Wet Uitvoeren Breed offensief’’ Het aanpassen van de re-integratieverordening is een onderdeel van het zgn. ‘breed offensief’ van het kabinet om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen.

Het breed offensief ziet toe op het landelijk harmoniseren van re-integratie instrumenten én het vereenvoudigen en harmoniseren van de regels rondom loonkostensubsidies. Met name deze laatste onderdelen zijn geregeld in deze nieuwe verordening. Het beschreven aanvraagproces loonkostensubsidie sluit al aan bij de huidige uitvoeringspraktijk en is dus nu in de verordening verankerd. In de uitvoering is dit aanvraagproces voor werkgevers al volledig gedigitaliseerd en eenvoudig ingericht via de website (Vidar.nl), zodat een aanvraag loonkostensubsidie via een e-formulier kan worden ingediend. Het werkproces is ingericht volgens de methode van de “De normaalste zaak”, een netwerk van bijna 700 werkgevers die samen aan de inclusieve arbeidsmarkt bouwen. Doel van het breed offensief is om de lasten voor werkgevers als gevolg van verschillende werkwijzen door gemeenten te verminderen, door het creëren van één administratief uitvoeringsproces voor het verstrekken van loonkostensubsidie. Wij sluiten hierbij aan om het makkelijker te maken voor werkgevers, zodat zij personen met een loonkostensubsidie aan het werk kunnen helpen. Ook op andere onderdelen sluiten wij zoveel mogelijk aan bij de model re-integratieverordening die beschikbaar is gesteld door Stimulansz (kennis- en adviesorgaan voor gemeenten).

Dit model is op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) opgesteld. De re-integratieverordening beschrijft de instrumenten die het college kan inzetten voor het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen, inclusief loonkostensubsidie. De meeste van deze instrumenten kennen wij al uit onze huidige verordening en uit de uitvoeringspraktijk. De opsomming in de verordening is niet bedoeld om op voorhand begrenzingen aan te geven, maar om transparant te zijn over het gevarieerde aanbod van ondersteuning dat beschikbaar is. Het uitgangspunt is maatwerk, afgestemd op de individuele behoefte en mogelijkheden van de werknemer met een

-3-

arbeidsbeperking. Maatwerk is nodig omdat die behoeften en mogelijkheden van mensen met een beperking en van (aspirant) werkgevers sterk kunnen verschillen. Om maatwerk te kunnen leveren moet het aanbod van instrumenten voldoende gevarieerd zijn. Dit aanbod kan vervolgens worden toegesneden op wat in het individuele geval, gezien de behoefte van de werknemer met een arbeidsbeperking én de werkgever, nodig is. De verordening zorgt voor transparantie over het gevarieerde pakket van ondersteunende instrumenten die wij kunnen aanbieden, met name voor werkzoekenden en werkgevers. Deze nieuwe verordening vervangt in zijn geheel de huidige re-integratieverordening én de huidige verordening loonkostensubsidie (die beiden gelijktijdig worden ingetrokken). Er is een schematisch overzicht bijgevoegd dat inzicht geeft in de verschillen van de instrumenten die waren opgenomen in de oude verordening in vergelijking met de nieuwe verordening. Het breed offensief gaat niet alleen om de re-integratieverordening maar ook om aanpassingen in de Participatiewet zelf.

Die overige onderdelen zijn: • de wijziging in de Participatiewet van de vrijlatingsregeling van arbeidsinkomsten, • de mogelijkheid in de Participatiewet om een uitzondering toe te passen op de 4-weken zoektermijn voor kwetsbare jongeren, • wijzigingen van de Individuele Studietoeslag om de hoogte van deze toeslag landelijk te harmoniseren, • wettelijke aanpassing van de kostendelersnorm; de leeftijd waarbij de korting voor inwonenden wordt toegepast is verhoogd van 21 naar 27 jaar.

3. De verordening Individuele Inkomenstoeslag kan worden aangepast aan maatschappelijke ontwikkelingen De individuele Inkomenstoeslag (hierna: IIT) is een onderdeel van de Participatiewet en in de betreffende verordening heeft de gemeenteraad nadere regels vastgesteld. De IIT is bedoeld voor personen vanaf 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd, met een langdurig laag inkomen, die geen zicht hebben op inkomensverbetering. Zij komen eenmaal per jaar in aanmerking voor een toeslag. De voorwaarden voor de IIT zijn wettelijk bepaald, maar in de verordening kan de gemeenteraad een beperkt aantal nadere regels vaststellen. De raad heeft in de huidige verordening bepaald wat onder laag inkomen wordt verstaan, namelijk 102% van de bijstandsnorm. Verder is het begrip langdurig ingevuld op 5 jaar (de zgn. referteperiode). Dit betekent dat personen 5 jaar of langer een inkomen tot maximaal 102% van de bijstandsnorm mogen hebben gehad om voor IIT in aanmerking te kunnen komen. Veel andere gemeenten in Nederland houden rekening met een kortere referteperiode, namelijk 3 jaar, zoals bijvoorbeeld de gemeenten Roermond, Heerlen, Kerkrade, Stein en Maastricht. Daardoor komen inwoners eerder voor IIT in aanmerking. Dit is gedaan omdat het armoederisico groter wordt bij huishoudens die langdurig afhankelijk zijn van een laag inkomen.

Daarnaast is het een keuze om de inkomensgrens hoger te leggen, bijvoorbeeld op 110%, zodat ook inwoners met een iets hoger inkomen voor IIT in aanmerking komen. In de uitvoering blijkt bijvoorbeeld, dat inwoners met een Wajong-uitkering (Wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten) die voorheen wel voor IIT in aanmerking kwamen, nu boven de grens van 102% van de bijstandsnorm zitten. Voorheen zat hun inkomen beneden deze grens en konden ze wel IIT krijgen. De betreffende inwoners behoren tot een groep die duurzaam geen uitzicht heeft op inkomensverbetering, maar die wel een laag inkomen heeft. Echter komen deze Wajongers niet voor IIT in aanmerking, omdat hun inkomen t.o.v. de bijstandsnorm net boven de 102% is gestegen. Dit komt doordat de Wajong in de afgelopen periode in het bruto-netto traject net iets meer is gestegen dan de bijstand.

Wij stellen voor om de verordening op twee onderdelen te wijzigen, te weten; • de inkomensgrens op 110% (i.p.v. 102%) van de bijstandsnorm vast te stellen én • de referteperiode op 3 jaar te bepalen (i.p.v. 5 jaar). 4. De verordeningsplicht voor de ‘Verordening Persoonsgebonden Budget’ vervalt’ De wetswijziging per 1 januari 2015 van de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) zorgt ervoor dat gemeentelijke regelgeving niet meer nodig is. In de Wsw was vóór 1 januari 2015 opgenomen dat een geïndiceerde zelf een werkgever en een begeleidingsorganisatie kon zoeken (art. 7 lid 4 Wsw), en dat de raad bij verordening regels hiervoor moest stellen (art. 7, lid 10 Wsw). Deze regels zijn vervat in de Verordening Persoonsgebonden Budget. Vanaf 1-1-2015 zijn voornoemde bepalingen vervallen. De mogelijkheid voor de geïndiceerde om het zelf te regelen is komen te vervallen, evenals de verplichting voor de raad om hiervoor een verordening vast te stellen. Met het invoeren van de Participatiewet is het bereik van de Wsw beperkt tot degenen die op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet een Wsw-dienstbetrekking hebben of begeleid werken. Daarbij vervalt het recht op een PGB.

Onder de gewijzigde wet is het aan het college of een eventuele overstap naar begeleid werken door het college financieel wordt ondersteund door middel van loonkostensubsidie, een PGB is daarbij geen optie meer. In de uitvoering lopen er geen actieve PGB’s waardoor het intrekken van de verordening aan de aandacht is ontsnapt. De raad kan de intrekking hierbij alsnog regelen, hetgeen dus slechts een formaliteit is. Kanttekeningen Afstemmingsverordening De toepasbaarheid van het ‘ontzorgen’ volgens de afstemmingsverordening kan in bepaalde praktijksituaties lastig zijn O.a. omdat de inhoudingen soms hoger zijn dan de uitkering (bijv. vanwege de kostendelersnorm), derden soms de voorkeur hebben voor een automatische incasso en het lastig is om tussentijdse tariefswijzigingen bij te houden. Intern bezien we wat nodig is om zo goed mogelijk uitvoering te geven aan de wet. Hierbij staat centraal, duidelijke informatie aan de doelgroep over hun financiële situatie. Landelijk is dit probleem bekend en wordt bezien of aanpassingen mogelijk zijn. Re-integratieverordening Door de landelijke harmonisatie van de instrumenten in de re-integratie verordening lijkt er minder oog te zijn voor de mogelijkheden tot lokale- en regionale afstemming binnen de arbeidsmarktregio’s. De landelijke harmonisatie geldt met name voor het uitvoeringsproces loonkostensubsidie.

Daarin is tegemoet gekomen aan de wens van werkgevers om het aanvraagproces te harmoniseren, omdat met name grotere werkgevers te maken kunnen hebben met verschillende procedures in meerdere gemeenten. In de nu voorliggende verordening zijn daarom de regels uit het landelijke model overgenomen. Ondanks de landelijke regels biedt de verordening voldoende mogelijkheden tot individueel maatwerk voor de inzet van instrumenten voor onze inwoners. De verordening werkt daardoor niet belemmerend voor hun re-integratiemogelijkheden. We hebben de verordening afgestemd met de gemeenten in de Westelijke Mijnstreek. Daarnaast is er over de hoofdlijnen ambtelijk overleg geweest met de andere grotere gemeenten in de arbeidsmarktregio (Maastricht en Heerlen). Verordening individuele inkomenstoeslag De financiële gevolgen zijn uitgewerkt onder “Financiële overwegingen”. Daarover willen wij opmerken, dat we met een verkorting van de referteperiode (van 5 naar 3 jaar) en met een verruiming van de inkomensgrens (van 102 naar 110 procent) meer inwoners met een langdurig laag inkomen kunnen ondersteunen in deze tijden van forse inflatie. In de uitvoering hebben we gemerkt, dat we met de huidige normen sommige inwoners niet kunnen helpen doordat hun inkomen net iets hoger is dan de grens, terwijl ook deze groep financiële problemen ervaart.

Een verruiming van de voorgestelde normen draagt dus bij aan de ondersteuning van deze kwetsbare inwoners.

Verordening persoonsgebonden budget Geen kanttekeningen

-5-

Financiële overwegingen • De afstemmingsverordening heeft geen financiële consequenties. • Het bestaande re-integratiebudget voorziet in voldoende mate in de programmakosten van de nieuwe re-integratieverordening. • Het is geen sinecure om een impactanalyse m.b.t. het voorstel over de individuele inkomenstoeslag op te stellen, gelet op de diverse aannames die daarvoor gedaan moeten worden. De veronderstelling is dat de voorgestelde aanpassingen zouden kunnen leiden tot zo’n 75 extra aanvragen per jaar met een financieel gevolg voor de programmakosten van ongeveer € 36.000 per jaar. Daarbij is ervan uitgegaan dat de uitvoeringslasten onderdeel vormen van de algemene uitvoeringslasten en dat indexeringen van de programmakosten voor compensatie via de BUIG- gelden in aanmerking komen. Deze ingeschatte extra kosten worden binnen de huidige programmabegroting van Vidar opgevangen, aangezien deze ingeschatte extra kosten slechts een marginaal effect hebben op de Vidar-begroting als geheel (circa 0,5%). Communicatie Na besluitvorming worden de worden de ‘Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ Beek 2023’, de ‘Re-integratieverordening Participatiewet Beek 2023’ en het ‘Wijzigingsbesluit Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Beek 2015’ bekend gemaakt door publicatie via Daadkracht (op www.overheid.nl).

De ‘Verordening Persoonsgebonden Budget’ wordt via Daadkracht ingetrokken. In overleg met de communicatieadviseur wordt de aanpak gedeeld via de gebruikelijke communicatiekanalen, inclusief sociale media. Extra aandacht zal worden besteed aan de communicatie van de verruimde regeling voor de individuele inkomenstoeslag, zodat onze inwoners actief gestimuleerd worden om dit aan te vragen voor zover dit voor hen van toepassing is.

Beslispunten 1. Vaststellen van de nieuwe ‘Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ Beek 2023’ . 2. Vaststellen van de nieuwe ‘Re-integratieverordening Participatiewet Beek 2023. 3. Vaststellen van het ‘Wijzigingsbesluit Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Beek 2015. 4. Intrekken van de ‘Verordening Persoonsgebonden Budget’ met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015.

Beek, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN BEEK,

Joop Crucq Gemeentesecretaris

Christine van Basten-Boddin Burgemeester

Besluit Gemeenteraad

De raad van de gemeente Beek;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23-05-2023;

Besluit: 1. De raad heeft besloten om de nieuwe ‘Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ Beek 2023’ vast te stellen. 2. De raad heeft besloten om de nieuwe ‘Re-integratieverordening Participatiewet Beek 2023 vast te stellen. 3. De raad heeft besloten om het ‘Wijzigingsbesluit Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Beek 2015 vast te stellen. 4. De raad heeft de ‘Verordening Persoonsgebonden Budget’ met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 in getrokken.

Beek, 15-06-2023 GEMEENTERAAD,

Guliël Erven Raadsgriffier

Christine van Basten-Boddin Voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beek&id=de47cdfe-1623-49fe-bed2-4733181c9ce5