CConstaterende datBeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van zienswijzen bplan Carmelitessenklooster.docx

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente BeekBij agendapunt: Bespreekstuk: : Vaststelling bestemmingsplan "Zorgwoningen Carmelitessenklooster te Beek".11.080 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De belangrijkste maatregelen zijn het monitoren van verschillende onderzochte na-ijlende effecten van de steenkolenwinning, het treffen van maatregelen bij zes industriële schachten en het voor zover nodig, proportioneel en uitvoerbaar, saneren van historische schachten. Het voorliggende plan voorziet in een wijziging van de bestemming en het realiseren van extra woningen in bestaand stedelijk gebied van de gemeente Beek. Het plan is daarmee gelegen in het deel van de gemeente Beek dat valt buiten de werking van het – kort gezegd – risicogebied. Dat betekent dat de op basis van onderzoek geconstateerde en mogelijke risico’s zich niet zullen voordoen ter plaatse van het plangebied zoals dat voorligt. Daarbij zal verder overigens ook geen sprake zijn van een ingreep in de bodem die gevolgen heeft c.q. kan hebben voor de reeds bestaande effecten van steenkoolwinning. In die zin brengt het bestemmingsplan daarin geen wijziging en dat betekent dat dit verder ook niet hoeft te leiden tot een aanpassing van de planregels of de plankaart. Gelet op het advies van de Provincie zal de toelichting op dit onderdeel worden aangevuld met een samenvatting van deze reactie. De reactie is inhoudelijk juist. Ongeacht de vraag of het bestemmingsplan voor of na inwerkingtreding van de gewijzigde verordening wordt vastgesteld, zal de toelichting worden aangevuld.

Die aanvulling is dan een zakelijke samenvatting van de reactie. Onderdeel 6 De Provincie geeft aan dat in de toelichting wordt aangegeven dat niet geïnfiltreerd wordt in de bodem maar dat vertraagd wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater (de Keutelbeek). Indien alsnog zou worden besloten om over te gaan voor infiltreren dan is dat volgens de Provincie gewenst om dat te doen volgens de Voorkeurstabel Afkoppelen en om geen uitlogende materialen bij de bouw te gebruiken. Reactie: Op basis van de bodemopbouw en textuur wordt infiltratie op voorhand niet doelmatig geacht. Vanuit de tijdelijke bergingsvoorziening zal (hemel)water eventueel gedoseerd en vertraagd worden afgevoerd op het oppervlaktewater. De vertraagde afvoer dient afgestemd te worden op de maximale afvoernorm en mag niet meer bedragen dan 2 l/s/ha.

21

Nota beantwoording zienswijzen en reacties bestemmingsplan “Zorgwoningen Carmelitessenklooster te Beek” De reactie is inhoudelijk juist. De reactie heeft niet tot gevolg dat het bestemmingsplan gewijzigd wordt vastgesteld op dit onderdeel. Conclusie: De inhoud en strekking van de zienswijzen vormen aanleiding vormt voor aanpassing van het (ontwerp)bestemmingsplan.

IV. BEANTWOORDING OVERIGE REACTIE

In het kader van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan is nog een separate reactie ontvangen, welke reactie worden meegenomen in de voorliggende nota van beantwoording. De reactie wordt vanwege het overzicht aangeduid als appellant/indiener 6. Reactie indiener 6 E-mail d.d. 27 juni 2022 (zonder kenmerk) Inhoud reactie (verkorte weergave) Het plan voldoet niet aan de gestelde eisen van het Waterschap. Daarbij wordt verwezen naar de inhoud van de eerder door het waterschap verzonden brief van 14 juli 2021. In dat kader wordt vastgehouden aan het advies om bestaand en nieuw verhard af te koppelen en te bergen. Het vertraagd lozen op de Keutelbeek kan maar is dan wel vergunningsplichtig. Reactie: In het bestemmingsplan is al aangegeven dat rekening zal worden gehouden met de inhoud van de reactie van het waterschap. Dat betekent concreet dat de ontwikkelende partij in overleg zal treden met de gemeente en in dat kader zal dan ook rekening worden gehouden met een mogelijke herinrichting van de Keutelbeek. De reactie is in die zin aanleiding om nader overleg en afstemming te plaatsvinden met als doel om rekening te houden met de door het Waterschap naar voren gebrachte aspecten.

Conclusie: De ingekomen reactie vormt op zich geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan met dien verstande dat wel rekening zal worden gehouden met de reactie en visie bij de uitvoering van het plan.

22

Nota beantwoording zienswijzen en reacties bestemmingsplan “Zorgwoningen Carmelitessenklooster te Beek”

V. WIJZIGINGEN

Het ontwerp bestemmingsplan wordt op de navolgende onderdelen (ambtshalve) gewijzigd: 1. Aan de verbeelding van de huidige kloostermuur wordt op de plankaart behorend bij het bestemmingsplan de aanduiding “geluidwerende (klooster) muur” toegekend en tevens in de legenda opgenomen. 2. In artikel 3 van de planregels wordt in de lijn van de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen inhoudende dat geen sprake is van strijdig gebruik van de zorgwoningen indien en voor zover de geluidwerende kloostermuur aanwezig is. 3. De artikelen 10.1.2. tot en met 10.1.4 van de planregels behorend bij het bestemmingsplan worden gewijzigd in de navolgende zin: “10.1.2 Verbod Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' mogen geen nieuwe geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd. 10.1.3 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.1.2, met dien verstande dat de geluidsbelasting vanwege industrielawaai aan de gevels van de te realiseren geluidgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verleende hogere grenswaarde.

10.1.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de gebiedsaanduiding wijzigen in die zin dat de zone wordt aangepast indien door de zonebeheerder middels besluitvorming een wijziging in de zone is aangebracht”. 4. De bestemmingsomschrijving in artikel 3.1. van de planregels wordt aangepast in die zin dan na “zorgfuncties” wordt toegevoegd “waaronder zorgwoningen”. 5. In paragraaf 3.2.3. onder c (“Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling?”) van de toelichting behorend bij het bestemmingsplan wordt de navolgende passage opgenomen: “Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient de behoefte aan de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt te worden beschreven. De behoefte dient te worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het verzorgingsgebied moet van geval tot geval worden bekeken en kan sterk verschillen per functie. De kwantitatieve en kwalitatieve vraag wordt mede bepaald door de omvang van het marktgebied. Het marktgebied verschilt per ontwikkeling en valt niet per se samen met de bestuurlijke regio.

In de Woonvisie 2018-2035, Samen bouwen veur Baek is het woonbeleid voor de gemeente Beek geformuleerd en wordt daarmee een Beekse invulling gegeven aan de Structuurvisie Wonen ZuidLimburg. De gemeente focust op het toevoegen van het juiste woonproduct op de juiste plek en het informeren van burgers dat de toekomstige woonwens niet alleen door nieuwbouw kan worden vervuld. Met het toevoegen van de juiste woningen wil de gemeente doorstroming, beweging op de woningmarkt, mogelijk maken. Ook en vooral verbouw van de eigen woning en langer in de eigen (al dan niet aangepaste) woning blijven is een van de mogelijke oplossingen om een woning passend bij de woonwens te hebben/krijgen.

23

Nota beantwoording zienswijzen en reacties bestemmingsplan “Zorgwoningen Carmelitessenklooster te Beek” De gemeenten Beek, Beekdaelen, Sittard-Geleen en Stein hebben samen een strategische visie over wonen opgesteld. De transformatievisie Wonen Westelijke Mijnstreek is in 2020 vastgesteld. Hiermee willen de gemeenten gericht vraag en aanbod van woningen binnen de regio beter op elkaar afstemmen. De Transformatievisie speelt in op de toekomstige trends en ontwikkelingen op de woningmarkt. Zoals vergrijzing, een veranderende bevolkingssamenstelling en mogelijke daling van de bevolking. De Transformatievisie Westelijke Mijnstreek geeft sturing aan hoe het woningaanbod moet worden aangepast naar de veranderende woningbehoeftes. Uit deze visie volgt onder meer dat ook sprake is van een toename aan wonen met zorg en levensloopgeschiktheid van woningen. Voor de uitdagingen die zich situeren op het niveau van de woningvoorraad en de woningtypes schuift de Structuurvisie Wonen Westelijke Mijnstreek de kwaliteitszeef naar voor als afwegingskader, die enkele belangrijke uitdagingen goed samenvat. Nieuwe ontwikkelingen, plannen, vervangbouw moeten deze kwaliteitszeef doorstaan.

De vier grote lijnen waarop de woningmarktontwikkelingen worden (af)getoetst zijn (volgens Companen & Buro 5, 2011): - Het wonen met zorg en levensloopgeschiktheid van woningen - Het aansluiting zoeken op de kansrijke woningmarktsegmenten - Inbreiding boven uitbreiding - Het versterken van het woonmilieu Uit de uitgevoerde analyse blijkt dat deze lijnen actueel blijven, maar dat ze naar concrete invulling geactualiseerd en verfijnd kunnen worden. Zeker wat betreft het versterken van het woonmilieu en het werken aan de leefkwaliteit van álle kernen is een nieuwe, bredere benadering aan de orde. Uit de visie vloeit aldus voort dat ingezet dient te worden op het versterken van de mogelijkheid tot wonen in combinatie met zorg. De gemeente zoekt binnen de subregionale afspraken en de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg naar de maximale mogelijkheden om de leemte op de woningmarkt (in regionaal verband) op te vullen en zo de doorstroming op de woningmarkt weer op gang te brengen. Hierbij wordt onder andere ingezet op het realiseren van een passend woningaanbod, met speciale aandacht voor de doelgroepen jongeren-starters, gezinnen en senioren. Nieuwe woonvormen zoals meergeneratiewoningen c.q. generatieneutrale woningen, kompaswoningen, (tijdelijke) zorgwoningen, mantelzorgwoningen, familiewoningen en collectief particulier opdrachtgeverschap enz.

kunnen hierbij mogelijk oplossingen bieden. Met voorliggend initiatief wordt voorzien in een woonvorm voor mensen die afhankelijk zijn van de zorg zoals die wordt geboden. Tevens wordt hiermee voorzien in zorgwoningen die niet zijn voorzien in de regio en dat maakt duidelijk dat sprake is van een (toenemende) behoefte”. 6. De toelichting behorend bij het bestemmingsplan wordt aangevuld met een nieuwe paragraaf 3.3.4 welke ingaat op de (aangekondigde) wijziging van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Deze paragraaf luidt als volgt: “3.3.4 Omgevingsverordening Limburg 2014 (wijziging) Onderdeel : planvoorraad Ten aanzien van de planvoorraad geldt uit artikel 2.4.2. van de wijziging van de Omgevingsverordening 2014 volgt dat bij de toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat:

24

Nota beantwoording zienswijzen en reacties bestemmingsplan “Zorgwoningen Carmelitessenklooster te Beek” - rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; - sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; - over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; - het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. - realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Het voorliggende plan voorziet niet in reguliere woonvoorraad maar in het planologisch mogelijk maken van zorgwoningen met een zorgfunctie. In die zin geldt dat het in deze niet gaat om het realiseren van reguliere woningen zoals beoogd in voormeld artikel.

Onderdeel: na-ijlende effecten steenkoolwinning Ten aanzien van de na-ijlende effecten steenkoolwinning geldt dat op basis van de wijziging van de verordening dat de toelichting bij een ruimtelijk plan dat het bouwen van een nieuw bouwwerk in de gemeenten Brunssum, Beekdaelen, Heerlen, Landgraaf, Voerendaal, Kerkrade, Simpelveld, Beek, Sittard-Geleen en Stein mogelijk maakt, beschrijft op welke wijze rekening is gehouden met de naijlende effecten van de voormalige steenkoolwinning. Rijk, provincie en betrokken gemeenten hebben gezamenlijk een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor een veilige leefomgeving. In de bestuurlijke overleggen tussen de betrokken overheden is eerder afgesproken dat de benodigde maatregelen die voortvloeien uit de aanbevelingen van IHS en de CA overgenomen en uitgevoerd worden. Daarmee worden eventuele negatieve effecten van de voormalige steenkolenwinning zo veel als mogelijk voorkomen. In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken is (in 2016) onderzoek gedaan naar de effecten van vroegere steenkoolwinning. Dat onderzoek is mede op aandringen van de regio (provincie Limburg en betrokken gemeenten) uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek is besloten een aantal maatregelen te treffen.

De belangrijkste maatregelen zijn het monitoren van verschillende onderzochte na-ijlende effecten van de steenkolenwinning, het treffen van maatregelen bij zes industriële schachten en het voor zover nodig, proportioneel en uitvoerbaar, saneren van historische schachten. Het voorliggende plan voorziet in een wijziging van de bestemming en het realiseren van extra woningen in bestaand stedelijk gebied van de gemeente Beek. Het plan is daarmee gelegen in het deel van de gemeente Beek dat valt buiten de werking van het – kort gezegd – risicogebied. Dat betekent dat de op basis van onderzoek geconstateerde en mogelijke risico’s zich niet zullen voordoen ter plaatse van het plangebied zoals dat voorligt. Daarbij zal verder overigens ook geen sprake zijn van een ingreep in de bodem die gevolgen heeft c.q. kan hebben voor de reeds bestaande effecten van steenkoolwinning.

25

Nota beantwoording zienswijzen en reacties bestemmingsplan “Zorgwoningen Carmelitessenklooster te Beek”

VI. BIJLAGEN

De navolgende bijlagen maken onderdeel uit van dit rapport: 1. Ontwerp bestemmingsplan “Zorgwoningen Carmelitessenklooster” (incl. rapporten) met als nummer NL.IMRO.0888.BPCARMELITESSEN22-ON01; 2. Zienswijzen in het kader van het ontwerp bestemmingsplan Zorgwoningen Carmelitessenklooster; 3. Reacties in het kader van het ontwerp bestemmingsplan Zorgwoningen Carmelitessenklooster.

EINDE NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN EN REACTIES

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beek&id=f2c73dd4-3e5f-4284-8a49-f79cdb75bf96