Mjbpl 2024 tm 2027 Dekkingsplan
Tekst van het document
2024 t/m 2027 Dekkingsplan Brandweer Zuid- Limburg
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 2/39
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD ................................................................................................................................................... 4 INLEIDING ......................................................................................................................................................... 5 TOELICHTING ................................................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ..................................................................................................................................................... 8 WERKWIJZE ...................................................................................................................................................... 9 BEOORDELING ............................................................................................................................................... 10 1. DEKKING BIJSTELLEN (PROCESSTAP 1)............................................................................................... 11 2. DEKKING BESCHRIJVEN (PROCESSTAP 2) ........................................................................................... 15 3. DEKKING BEOORDELEN (PROCESSTAP 3) ........................................................................................... 22 4.
BESCHRIJVING VERDERE PROCESSTAPPEN UIT DE HANDREIKING................................................ 30 5. OPMERKINGEN BIJ VOORLIGGEND DEKKINGSPLAN .......................................................................... 31 6. DUIDING EN MOGELIJKE AANVULLENDE MAATREGELEN ................................................................. 32 7. BIJLAGEN ................................................................................................................................................... 33 BIJLAGE 1 ....................................................................................................................................................... 34 BIJLAGE 2 ....................................................................................................................................................... 35 BIJLAGE 3 ....................................................................................................................................................... 36 BIJLAGE 4 ....................................................................................................................................................... 38
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 3/39
VOORWOORD Voor u ligt het Dekkingsplan 2024-2027 van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg, programma Brandweerzorg. Het dekkingsplan is een beschrijving van de prestaties van het repressieve deel van onze organisatie. Het dekkingsplan in deze vorm betreft een nieuwe methodiek waarbij we werken met opkomsttijden naar gebieden in plaats van objecten. Ik vind het belangrijk om te vermelden dat onze inzet en de prestaties op straat hierdoor niet zijn gewijzigd. We zijn en blijven primair een hulpverleningsorganisatie en ons hart klopt wellicht wat sneller bij die mooie rode auto’s maar dat is het niet alleen. Het verlenen van hulp aan degenen die dit nodig hebben zit gewoonweg in ons DNA. Met nieuwe werkvormen, een beter zicht op de prestaties, kennis van risico’s en betrouwbaar en geavanceerd materieel verbinden we de gedrevenheid van de hulpverleners op straat aan ontwikkeling en wetenschap. Daarmee maken we niet alleen een verbinding tussen preventie en repressie maar ook tussen ons hart en ons hoofd. Met de informatie uit dit nieuwe dekkingsplan gaan we de komende jaren aan de slag. We maken hiermee inzichtelijk wat we goed doen en waar we nog kunnen verbeteren. De weg naar verbetering start met transparantie.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 4/39
INLEIDING Op grond van artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s dient het Algemeen Bestuur van de veiligheidsregio vierjaarlijks een dekkingsplan voor de brandweerzorg vast te stellen. Het voorgaande dekkingsplan bestreek de periode 2012-2018 (het meerjarenbeleidsplan kende toen een periode van 6 jaar vanwege een grootschalige reorganisatie). In 2018 is besloten het dekkingsplan 2012-2018 te verlengen dit vanwege de ontwikkeling van de handreiking uniforme systematiek voor dekkingsplannen met als belangrijk onderdeel Gebiedsgerichte Opkomsttijden. De ontwikkeling van de handreiking is mede door COVID-19 met vertraging tot stand gekomen. Daarom is besloten het nieuwe dekkingsplan te laten aansluiten bij het meerjarenbeleidsplan 2024-2027. Tussentijds is er een beknopt dekkingsplan 2022 oude stijl gemaakt omdat de tijdsperiode tussen 2012 en 2024 zonder nieuw dekkingsplan erg lang is. Met het nieuwe dekkingsplan 2024-2027 worden gebiedsgerichte opkomsttijden geïntroduceerd in plaats van object gebonden opkomsttijden. Dit vraagt om een toelichting. In het rapport Ter Plaatse (2012) van de Inspectie Justitie en Veiligheid werd geconstateerd dat de opkomsttijden in het Besluit veiligheidsregio’s niet aansloten bij de praktijk. Ondanks dat er consensus was over het feit dat de dekking in Nederland op orde was kon geen enkele regio voldoen aan de opkomsttijden uit het Besluit.
Een van de conclusies uit het landelijke rapport RemBrand “Brandveiligheid is een coproductie” (2015) van Brandweer Nederland was om de opkomsttijden van de brandweer te koppelen aan het brandrisicoprofiel1 van een bepaald gebied. De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) heeft daarom de opdracht gegeven voor de ontwikkeling van een handreiking: “voer een systeem in van gebiedsgerichte opkomsttijden, ondersteund door een uniforme methodiek voor dekkingsplannen.” Het doel van deze handreiking is daarmee om te komen tot een landelijk uniforme systematiek waarmee risicogebieden, de bijbehorende opkomsttijden en het maken van een dekkingsplan kunnen worden uitgewerkt. Op basis van dit nieuwe systeem is het voorliggende dekkingsplan opgesteld.
1 Er bestaat op dit moment echter geen vastgestelde definitie van wat er precies onder het brandrisicoprofiel moet worden
verstaan en op welke uniforme methodiek een brandrisicoprofiel kan worden opgesteld. Brandweer Zuid-Limburg is bezig met de ontwikkeling van een dynamisch Brandweerrisicoprofiel.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 5/39
TOELICHTING Voor een goede brandweerzorg is meer nodig dan alleen een goede repressieve dekking. Risicobeheersing en Vakbekwaamheid dragen gelijkwaardig bij aan een goede brandweerzorg. Daarom moet gekeken worden naar het geheel van wat wij (Brandweer Zuid-Limburg) ons huis noemen. Zie voor de afbeelding van ons huis Figuur 1. Figuur 1 Huis Brandweer Zuid-Limburg
Belangrijk onderdeel van het nieuwe dekkingsplan zijn de nieuwe normen voor opkomsttijden op basis van gebieden. Hiermee wordt een meer realistische norm geïntroduceerd die beter aansluit op de bestaande praktijk. In Tabel 1 staan de nieuwe en oude normen weergegeven. Tabel 1 Opkomsttijden RemBrand en Besluit veiligheidsregio’s
De nieuwe normen sluiten aan bij het onderzoek dat de Inspectie Justitie en Veiligheid (J&V) in 2018 heeft gedaan naar de repressieve brandweerzorg in Nederland. Voor de Veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL)
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 6/39
leidde dit tot een tweetal aanbevelingen. De eerste had betrekking op het verbeteren van de informatievoorziening aan het bestuur rondom de gerealiseerde opkomsttijden. Deze informatievoorziening is integraal onderdeel van de nieuwe systematiek. De tweede aanbeveling ging over de veiligheid en gezondheid van het brandweerpersoneel in relatie tot afwijkende voertuigbezetting. Het opleiden en oefenen van de afwijkende voertuigbezetting wordt vanaf het voorjaar 2023 actief opgepakt. Het rapport RemBrand en het onderzoek naar de repressieve brandweerzorg van de Inspectie J&V vinden elkaar in de wens om te komen tot een nieuwe systematiek voor het opstellen van een dekkingsplan. Een methodiek die meer recht doet aan de praktijk. In de oude systematiek bleek geen enkele regio te kunnen voldoen aan de wettelijk vastgelegde normen voor opkomsttijden. De nieuwe normen voor Gebiedsgerichte Opkomsttijden sluiten beter aan bij de bestaande praktijk. Om te komen tot een echte verandering op het gebied van brandveiligheid is een betrouwbaar beeld van de repressieve prestatie noodzakelijk. Het toepassen van de nieuwe methodiek leidt tot een verbeterd en meer integraal vormgegeven dekkingsplan. Wat hierbij opvalt is de relatie tussen het nieuwe dekkingsplan en de mogelijkheden die een brandweerrisicoprofiel biedt voor wat betreft risicogerichtheid.
Het dekkingsplan is een weergave van de prestatie die door de brandweer wordt geleverd op het gebied van dekking. Op basis van het brandweerrisicoprofiel en het dekkingsplan wil de VRZL de komende beleidsperiode in gesprek met alle gemeenten om samen tot keuzes te komen tot optimalisatie van de brandveiligheid binnen Zuid-Limburg. De samenhang tussen risicobeheersing en incidentbestrijding wordt binnen de brandweer schematisch weergegeven middels de zogenaamde vlinderdas. In Figuur 2 is aangegeven waar de repressieve prestatie zich bevindt in deze vlinderdas. Belangrijke opmerking hierbij is dat maatregelen aan de kant van risicobeheersing niet één op één kunnen worden uitgeruild tegen repressieve inzet aan de andere kant. Figuur 2 Vlinderdas met activiteiten
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 7/39
LEESWIJZER Bij het tot stand komen van het Dekkingsplan 2024-2027 (hierna het dekkingsplan) voor Zuid-Limburg zijn de processtappen vanuit de Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen (hierna handreiking) doorlopen. Daarnaast is gebruik gemaakt van twee beoordelingskaders, te weten Gebiedsgerichte Opkomsttijden en Grootschalig Brandweer Optreden en twee beoogde beoordelingskaders, te weten slagkracht en ondersteuningseenheden. In Hoofdstuk 1 wordt conform processtap 1 uit de handreiking beschreven wat de aanleiding voor het ontwikkelen van een nieuw dekkingsplan is. Wat is er gewijzigd en waarom is het noodzakelijk om te komen tot een nieuw plan? In Hoofdstuk 2 wordt conform processtap 2 uit de handreiking de dekking beschreven op basis van de verplichte factoren Snelheid en Capaciteit. Daarnaast worden ook de facultatieve factoren Paraatheid en Werkdruk beschreven In Hoofdstuk 3 wordt conform processtap 3 beschreven in welke mate er op basis van de repressieve inrichting van de organisatie kan worden voldaan aan het vastgestelde normeringskader. Dit betreft de feitelijke beoordeling van de prestatie. In Hoofdstuk 4 worden de procestappen 4 t/m 7 geduid. Deze worden de komende jaren verder uitgewerkt. In Hoofdstuk 5 worden een aantal opmerkingen vanuit de brandweer beschreven over voorliggend dekkingsplan.
In Hoofdstuk 6 wordt aandacht besteed aan duiding en mogelijke aanvullende maatregelen. In de bijlagen zijn detailuitwerkingen, uitgangspunten en onderbouwingen opgenomen.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 8/39
WERKWIJZE In de inleiding heeft u kunnen lezen waarom er wordt overgegaan op een andere methodiek. Hieronder volgt een inhoudelijke toelichting op de werkwijze zelf. In de oude werkwijze golden tijdnormen die gerelateerd zijn aan afzonderlijke objecten/typen van gebouwen. In de nieuwe methodiek wordt gewerkt met tijdnormen per gebied. Daarbij bepaalt het overheersende karakter in dat gebied de categorisering. Dit wil simpelweg zeggen dat het type bebouwing dat het meest voorkomt en de stedelijkheid de categorie bepaalt. Als referentie voor een gebied is gekozen voor de indeling van wijken en buurten die door het CBS wordt gehanteerd. Dit vereenvoudigt de vergelijkbaarheid met andere datasets en informatiebronnen. Een gebied wordt ingedeeld in één van de drie te onderscheiden categorieën. Indien er sprake is van een binnenstedelijk gebied met veel objecten met slapende verminderd zelfredzamen personen of gebouwen van voor 1900 of portiekflats is er sprake van een categorie 1 gebied. De reguliere woonwijk of dorp wordt ingedeeld in een categorie 2 gebied. En dorpen of wijken die relatief dunbevolkt zijn worden ingedeeld in een categorie 3 gebied. De norm voor de opkomsttijd van de eerste tankautospuit (TS) voor een categorie 1 gebied is 7 minuten met een bandbreedte van 3 minuten. Is de berekende opkomsttijd binnen de norm van 7 minuten dan is de dekking goed in het gebied.
Valt de berekende opkomsttijd binnen de bandbreedte (7 tot 10 minuten) dan is de dekking voldoende. Is de berekende opkomsttijd hoger dan 10 minuten dan is de dekking onvoldoende. Voor categorie 2 gebieden is de normtijd 10 minuten met een bandbreedte tot 13 minuten. En voor categorie 3 gebieden is de normtijd 15 minuten met een bandbreedte tot 18 minuten.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 9/39
BEOORDELING De beoordeling wordt gedaan aan de hand van het beoordelingskader snelheid met de waardering goed, voldoende en onvoldoende. Aan de beoordeling van een gebied wordt een kleur gegeven. Groen staat voor goed, de berekende opkomsttijd van de eerste tankautospuit (TS) zit binnen de norm. Blauw staat voor voldoende, de berekende opkomsttijd van de eerste TS zit tussen de norm en de bandbreedte van 3 minuten. Rood staat voor onvoldoende, de berekende opkomsttijd van de eerste TS is hoger dan de bandbreedte. Dit is een gebied wat aanvullende aandacht vraagt. Hierbij dient te worden vermeld dat de snelheid waarmee we aanwezig zijn en de kwaliteit van de prestatie zelf geen één op één verband met elkaar houden. Meerdere factoren bepalen de kwaliteit van het optreden. De factor snelheid, waarmee de eerste TS ter plaatse is, wordt aangevuld met andere factoren die eveneens van invloed zijn. Betreft het een TS met 4 of met 6 personen? Hoe snel zijn de volgende TS’en aanwezig? Welke specialismen zijn nodig en hoe wordt de restdekking georganiseerd. De opkomsttijd is één van de essentiële punten, naast vakmanschap, informatie, materieel, blusmiddelen en beschikbaarheid in termen van paraatheid en capaciteit. De opkomsttijd is voorwaardelijk: zonder (tijdige) opkomst hebben de andere aspecten van de incidentbestrijding immers minder betekenis.
Daarmee wordt brandveiligheid een coproductie. Het dekkingsplan hangt nadrukkelijk samen met het brandweerrisicoprofiel. ‘Brandweerzorg’ wordt daarmee een breder begrip dan enkel de repressieve brandweerzorg die we veelal kennen vanuit brandweerkazernes en TS’en. Een goede brandweerzorg is meer dan alleen een snelle opkomsttijd. Vakbekwaamheid, paraatheid en preparatie zijn net zo belangrijk. Tegelijkertijd, als het eenmaal brand wordt er wel een snelle respons van de brandweer verwacht. Hiervoor is een goed inzicht van de snelheid waarmee de brandweer daadwerkelijk aanwezig is cruciaal. Om inzichtelijk te maken waar de grenzen van de brandweerzorg zijn bereikt wordt de ‘aandachtspuntenlijst’ opgesteld. De aandachtspuntenlijst bevat buurten (aandachtsgebieden) en objecten (aandachtsobjecten) waar de repressieve brandweerzorg zijn grens heeft bereikt. Aandachtsobjecten verdienen een afzonderlijke beoordeling. Dit zijn categorie 1 objecten (uit Tabel 3 van Hoofdstuk 3, uitgezonderd de objecten met bouwjaar van voor 1900) met een berekende opkomsttijd buiten de bandbreedte, dus een opkomsttijd hoger dan tien minuten. Ongeacht welke categorie het gebied heeft waarin het object ligt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een ziekenhuis of een portiekflat.
Met elke gemeente zal de aandachtspuntenlijst worden besproken en zal bepaald worden welke mogelijke aanvullende maatregelen zullen worden genomen of waar een zeker restrisico wordt geaccepteerd.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 10/39
1. DEKKING BIJSTELLEN (PROCESSTAP 1) In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie omschreven. Dit dient als vertrekpunt voor het proces om te komen tot een nieuw dekkingsplan. Het betreft de beschrijving van interne ontwikkelingen, externe invloeden, de organisatievorm, geografie en beleidsmatige ontwikkelingen die van invloed zijn op de repressieve organisatie. Feitelijk gaat het bij deze processtap over de vraag: ‘waarom een nieuw dekkingsplan’? Naast de eerder beschreven wens om te komen tot een vergelijkbaar en transparant dekkingsplan wat recht doet aan de repressieve prestaties op straat, zijn er meer factoren van invloed. Dit betreft grote infrastructurele wijzigingen en grootschalige woningbouwprojecten, maar ook maatschappelijke keuzes waarbij verkeersveiligheid zwaarder kan wegen dan de factor snelheid bij de repressieve organisatie.
INTERNE ONTWIKKELINGEN Bij interne ontwikkelingen kijken we of er interne wijzigingen van invloed zijn op de regionale dekking en zo ja, in welke mate.
Repressieve inrichting Binnen brandweer Zuid-Limburg zijn de volgende organisatievormen te onderscheiden: Beroepskazernes Deze kazernes hebben een 24/7 bezetting door beroepspersoneel (aangevuld met één vrijwilliger in de avond-, nacht- en weekendsituatie). Beroepskazernes zijn georganiseerd in de verstedelijkte gebieden binnen de regio. De reden voor een beroepspost is de hoge uitrukfrequentie die niet of nauwelijks door vrijwilligers kan worden vervuld. De huidige 24/7 beroepskazernes zijn Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Maastricht-Noord, Maastricht-Zuid, en Sittard-West. Vrijwillige kazernes In de vrijwillige kazernes wordt gewerkt met het vrije instroomprofiel. Mensen zijn niet verplicht om op te komen en hebben naast de brandweerfunctie ook een andere baan. Dit kan, met name in de dag situatie, leiden tot een tekort aan personeel. Dag bezette beroepskazerne Naast beroeps en vrijwillige kazernes kennen we in Beek nog een kazerne met een gemengde organisatievorm. Gedurende werkdagen (van 07:00 tot en met 18:00) is deze kazerne bemenst door beroeps brandweermensen en daarbuiten door vrijwilligers met het vrije instroom profiel. Snel Inzetbare Eenheid Los van de hiervoor beschreven organisatievormen zijn op twee locaties (Wittem en Valkenburg) zogenaamde Snel Inzetbare Eenheden (SIE) gestationeerd.
Deze worden tijdens werkdagen (van 8:00u t/m 16:30u) bemenst door vrijwilligers (2 per locatie) die werken op de betreffende uitruklocaties.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 11/39
Uitruk op Maat (UoM) Zoals ook beschreven in het meerjarenbeleidsplan 2024-2027 wil Brandweer Zuid-Limburg zich conformeren aan het zogenaamde Landelijk kader “uitruk op maat bij brand”. Dit kader legt de uitgangspunten vast voor het maatgevende incident brand in een woning. In het kort betekent dit: 1. De basis van het operationele optreden bij het maatgevend incident brand in een woning is de alarmering van een TS en zes mensen. 2. Mits veilig en verantwoord, kan een TS-flex (tankautospuit met vierpersonen bestaande uit chauffeur / pompbediener, bevelvoerder en twee manschappen), wanneer deze als eerste eenheid ter plaatse is, starten met het bestrijden van het maatgevende incident. Dit is een keuze die enkel kan worden gemaakt door de bevelvoerder van de eerste eenheid en valt ook onder diens verantwoordelijkheid. 3. In de opleiding en training van manschappen en bevelvoerders dient aandacht te zijn voor de inzetmogelijkheden en beperkingen van de TS-flex. Waarbij wordt getraind o.b.v. de bezetting van een TS met vier personen. Bij het opstellen van het dekkingsplan is landelijk afgesproken om de melding gebouwbrand als het maatgevend incident te nemen. De wet schrijft zoals hierboven genoemd een TS6 als basisbrandweereenheid voor. Bij de uitwerking van het dekkingsplan wordt er gewerkt met twee rekenmodellen.
Het ene model betreft de variant waarbij alle kazernes een TS-bezetting van zes personen hebben. Binnen het tweede model wordt voor de beroepskazernes zonder redvoertuig gerekend met een TS6 en voor de beroepskazernes met een redvoertuig en alle vrijwillige kazernes gerekend met een TS-Flex (vier personen). Dit heeft als gevolg dat binnen de rekenmethodiek van het dekkingsplan in het 2e model wordt gerekend met de opkomsttijd van de 2e TS; dan zijn immers pas zes brandweermensen ter plaatse. Dit betreft twee theoretische modellen. De praktijk zal nooit zijn dat er volledig sprake is van het ene of het andere model. Door hiervoor te kiezen wordt echter de totale bandbreedte van de prestatie zichtbaar.
Euregionale samenwerking We onderscheiden ons van andere veiligheidsregio’s door onze centrale ligging in de Euregio Maas-Rijn. Dit is een gebied van circa 10.000 km² en telt ongeveer 3,8 miljoen inwoners. Kenmerkend is dat er drie talen worden gesproken en dat iedere regio eigen culturen, gebruiken en werkwijzen heeft. Vanwege de complexiteit van het gebied en de operationele noodzaak is er een samenwerkingsverband gestart met de naam EMRIC: Euregio Maas-Rijn Incidentbestrijding en Crisisbeheersing.
Overige samenwerkingen Brandweer Zuid-Limburg kent een publiek-private samenwerkingsovereenkomst met brandweer Sitech. Deze overeenkomst voorziet in specialistische assistentie van Sitech op het gebied van incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (gaspakken) en grootschalige schuimblussing. Daarnaast kan, in het kader van verkenning, gebruik gemaakt worden van het drone team van brandweer Sitech.
Gewijzigde kazerne locaties Bij het opstellen van het nieuwe dekkingsplan wordt rekening gehouden met een aantal wijzigingen ten opzichte van het bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan 2012. Het betreft de nieuwe kazernelocaties voor de kazernes Beek, Simpelveld en Vaals en de nieuw gebouwde kazernes in Sittard-West en Maastricht-Zuid.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 12/39
Bouwsteen verplichtend karakter In het kader van de Europese regelgeving voor deeltijdwerk moet er onderscheid worden gemaakt tussen vrijwilligers en beroeps ten aanzien van het verplicht uitrukken versus het principe van vrije instroom waarbij de vrijwilliger altijd de keuze heeft op te komen voor de uitruk of niet. Brandweer Zuid-Limburg kent twee vormen van verplicht uitrukken voor de vrijwilliger namelijk door kazernering op een beroepskazerne of dienst op een kazerne met een SIE. Voor deze activiteiten moet de vrijwillige aanstelling worden omgezet in een parttime contract. Op welke termijn deze wetgeving van kracht wordt en welke gevolgen de invoering ervan heeft, is nog niet concreet duidelijk. VRZL houdt rekening met een daadwerkelijke invoering aan het einde van de beleidsplanperiode 2024-2027 of mogelijk later.
Rijtijden server en LMS Bij het tot stand komen van de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) wordt steeds meer gestandaardiseerd. Dat kan ten koste gaan van regionale of specifiek gewenste inzetvoorstellen. Eigen automatiseringssystemen maken het mogelijk dat in een proces van landelijke standaardisering de brandweer toch grip kan houden op zijn eigen processen. Daarnaast zijn er meer mogelijkheden om de snelste eenheid te alarmeren. Dit automatiseringssysteem heet het dynamisch alarmeren. Hoewel dit met name betrekking heeft op de voertuigen in de kazernes geldt het incidenteel ook voor piketfunctionarissen omdat daar een verschil zit tussen de thuis- en werklocatie. Vanuit Zuid-Limburg wordt met interesse de ontwikkeling rondom dynamisch alarmeren gevolgd. Hierbij sluit Veiligheidsregio Zuid-Limburg niet uit dat zij in de komende beleidsperiode meegaat in deze ontwikkeling, welke de kazerne volgorde tabellen zou vervangen.
EXTERNE INVLOEDEN Voor de externe invloeden geldt hetzelfde als voor de hierboven beschreven interne ontwikkelingen. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt of externe ontstane of voorgenomen wijzigingen van invloed zijn op de regionale dekking en zo ja, in welke mate.
Infrastructurele wijzigingen Infrastructurele wijzigingen als nieuwe wegen of snelheidsbeperkende maatregelen kunnen direct van invloed zijn op de repressieve prestatie van de brandweer. Grootschalige recente infrastructurele wijzigingen in ZuidLimburg waren: • De Buitenring (N300) in Parkstad waardoor onze eenheden sneller zijn geworden dan de Duitse burenhulp, en • De Koning Willem Alexandertunnel in Maastricht waardoor een nieuwe kazerne in Maastricht Zuid noodzakelijk was. Echter ook kleinschaligere infrastructurele projecten in kernen kunnen al dan niet kortdurend van invloed zijn op de dekking in en rondom deze gebieden. Niet alleen de brandweer zal hier na uitruk last van hebben (rijtijd), maar ook de opkomst van vrijwilligers kan hierdoor langer duren (uitruktijd). Het eventueel verlagen van rijsnelheden vanuit verkeersveiligheidsoogpunt heeft op dezelfde wijze een dubbel nadelig effect op de opkomsttijd van de brandweer. Grootschalige uitbreiding van het woningareaal leidt tot een hogere inzetfrequentie in dat gebied. Het gevolg hiervan is een stijging van de werkdruk en daarmee een toename van de kans op gelijktijdigheid. Een landelijke of regionale toename van woningen leidt namelijk tot een toename van het aantal incidenten. Een Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 13/39
vuistregel is dat er per 1000 woningen sprake is van één woningbrand per jaar. Naast woningenbranden zal echter ook de hulpvraag vanuit de bebouwde woonomgeving toenemen. Denk hierbij aan een toename van het aantal verkeersongevallen door een hoger aantal vervoersbewegingen, meer hulpvragen (dier in nood, buitensluiting, stormschade e.d.). Hierdoor kan de beoordeling van het gebied wijzigen. Rurale gebieden worden nu meestal aangeduid als categorie 3 terwijl (nieuwe) woningbouw veelal in categorie 2 zal worden ingedeeld. Dit wil zeggen dat de gewenste prestatie toeneemt. De brandweer dient eerder in een categorie 2 gebied te zijn dan in een categorie 3 gebied. Omdat nieuwbouwprojecten in de meeste gevallen niet in de buurt van een bestaande kazerne worden gerealiseerd is dit van invloed op de (toekomstige) prestatie van de brandweer.
Geografie Het werkgebied van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg is een compact verstedelijkt gebied van ongeveer 660 km2. Buiten de economisch bijzonder waardevolle clustering in onder meer chemie en health en unieke kansen voor versterking van de regio spelen er, door de geografische ligging van Zuid-Limburg, specifieke opgaven. Voor deze regio, die uiterst excentrisch ligt binnen Nederland (ruim 200 kilometer grens met het buitenland en op het smalste deel met 6 km verbonden aan de rest van Nederland), geldt dat in bijzondere mate. Het werkgebied telt ruim 600.000 inwoners en ligt centraal in de Euregio Maas-Rijn. Er zijn grote industrieën met specifieke veiligheidsrisico’s, zoals chemische industrie en de luchthaven Maastricht-Aachen Airport. Met name in de zomermaanden ontvangen we veel toeristen, die zowel in de stedelijke als de landelijke gebieden verblijven. Daarnaast kennen we grote (internationale) evenementen zoals bijvoorbeeld Pinkpop, de Rieu-concerten en carnaval.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 14/39
2. DEKKING BESCHRIJVEN (PROCESSTAP 2) DOEL In processtap 2 beschrijft Brandweer Zuid-Limburg de verwachte (berekende) dekking in onze regio. Dit doen we door de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk voor de basisbrandweereenheid de tankautospuit te beschrijven. Bij het tot stand komen van dit dekkingsplan wordt het maatgevend scenario gebouwbrand als uitgangspunt genomen. De handreiking schrijft daarbij een aantal verplichte grafische weergaven hiervan voor. De belangrijkste worden hieronder uitgewerkt. De overige zijn verwerkt in de bijlagen. De overige voertuigen en specialismen waarvoor in de handreiking nu nog geen uitwerking is opgenomen worden in een apart document, het materieel spreidingsplan 2023, beschreven.
PROGNOSE OPKOMSTTIJD De opkomsttijd bij een incident is de tijdsduur tussen de melding van een hulpvraag bij de meldkamer tot het moment waarop een TS en 6 brandweermensen aanwezig zijn op de incidentlocatie. De opkomsttijd bestaat uit drie tijdselementen: meldkamertijd, uitruktijd en rijtijd. Deze tijdselementen samen bepalen de totale opkomsttijd. Figuur 3 illustreert hoe de drie tijdselementen elkaar opvolgen. Figuur 3 Opbouw van de opkomsttijd
Deze opkomsttijd is een prognose gebaseerd op de rekenvoorschriften uit de handreiking en staat in dat opzicht los van wat we daadwerkelijk in de praktijk presteren. In de praktijk is de opkomsttijd afhankelijk van allerlei incidentele factoren als bijvoorbeeld verkeersdrukte en beschikbaarheid van vrijwilligers op het moment van het incident. Onderstaand wordt de avond, nacht en weekend situatie voor de regio uitgewerkt. De kazerne in Beek heeft overdag tijdens kantooruren 6 personen gekazerneerd. Dit geeft in de omgeving van Beek overdag tijdens werkdagen een ander beeld van de snelheid en dekking vanwege de dan veel snellere uitruktijd. Omwille van de leesbaarheid van dit document is deze situatie in de bijlagen verder uitgewerkt.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 15/39
SNELHEID Snelheid beschrijft de berekende tijd waarin een TS en zes brandweermensen ter plaatse zijn. Zoals bij de inleiding al aangegeven, wordt in het nieuwe dekkingsplan een meer realistisch beeld van de dekking weergegeven. Het dekkingsplan geeft inzicht in de opkomsttijden voor de eerste TS maar ook in die voor de tweede TS. In geval van een uitruk met een TS-flex kan de opkomsttijd van de tweede TS bepalend zijn voor de dekking omdat dan pas zes brandweermensen ter plaatse zijn. Bij de vrijwilligers hebben we, met name tijdens kantooruren, problemen om via het principe van vrije instroom overdag een TS met zes brandweermensen te kunnen leveren. Om toch zo snel mogelijk, op een verantwoorde manier, brandweerzorg te bieden kunnen de vrijwilligers met een TS-flex (met een minimale bezetting van vier brandweermensen) uitrukken. Brandweer Zuid-Limburg heeft vier beroepskazernes waar een TS en een redvoertuig (RV) gestationeerd zijn. Zij rukken nu uit naar een gebouwbrand met een TS met vier brandweermensen en een RV met 2 brandweermensen. Zij komen met zes brandweermensen en een TS ter plaatse zoals wettelijk vereist. Wanneer het RV direct moet worden ingezet voor een redding (b.v. bij een brand in een portiekflat) is het slechts een TS-flex (met 4 brandweermensen) die als eerste ter plaatse komt.
In Figuur 4 worden de prestaties voor de factor snelheid weergegeven in een S-curve. Deze naam refereert naar de vorm van de curve. Voor de factor snelheid zijn twee modellen weergegeven. Een waarin een TS 6 ter plaatse komt (de blauwe S-curve) en een waarin de eerste TS een TS-flex is en dus de opkomsttijd van de 2e TS bepalend is (de oranje S-curve). Het is een theoretisch model waarin de daadwerkelijke opkomsttijden zich tussen deze twee curves bevinden. Figuur 4 Verschil in opkomsttijd tussen TS6 en TS-Flex
De blauwe curve laat zien dat bij 40% van de gebouwbranden de TS binnen 7 minuten ter plaatse is, bij 80% binnen de 9 minuten en bij 99% de TS binnen de 13 minuten ter plaatse is. De oranje curve laat zien dat in geval van een uitruk met een TS-flex de 2e TS (en daarmee 6 brandweermensen) bij 40% van de gebouwbranden binnen 10 minuten ter plaatse is, bij 80% binnen 12 minuten en bij 99% binnen 17 minuten ter plaatse is. Voor een detailweergave van Figuur 4 wordt verwezen naar bijlage 1 Figuur B1 en B2..
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 16/39
In Figuur 5 en 6 wordt weergegeven wat de opkomsttijd van een TS met zes mensen is voor de twee scenario’s. Figuur 5 laat daarbij de opkomsttijden zien als de eerste TS een TS 6 is. Figuur 6 geeft de opkomsttijden weer van de TS-flex waarbij de opkomsttijd van de tweede TS bepalend is. Hoe lichter de kleur hoe sneller een TS en zes brandweermensen ter plaatse zijn.
Figuur 5 Opkomsttijd TS6
Figuur 6 Opkomsttijd TS-flex
CAPACITEIT / SLAGKRACHT Bij dit onderwerp beschrijven we de slagkracht van onze organisatie. Conform de handreiking beschrijven we hoe snel we drie TS’en ter plaatse kunnen krijgen. Drie TS’en is wat door Brandweer Nederland als basis brandweerzorg wordt beschouwd. Hiervoor is ook een beoogd beoordelingskader opgenomen in de handreiking. Maar slagkracht is veel meer dan de inzet van 3 TS’en. Denk hierbij aan de inzet van eenheden bij een grote brand waarbij meerdere pelotons (een peloton bestaat uit 4 TS’en) noodzakelijk zijn maar ook de inzet van alle specialismen die nodig zijn zoals groot water transport, verkennings- en ontsmettingseenheden bij incidenten met gevaarlijke stoffen, logistiek, aflossing, restdekking en het leveren van bijstand aan andere regio’s. Dit soort incidenten komt relatief vaak voor binnen VRZL. Ten slotte zijn er diverse scenario’s denkbaar waarbij de aanwezige slagkracht/capaciteit in beginsel ontoereikend zal zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan hoogwater en extreem weer. In Figuur 7 en 8 wordt voor het scenario TS6 inzichtelijk gemaakt wat de slagkracht voor de basis brandweerzorg is. Het betreft incidenten waarbij de inzet van 3 TS’en voor de basis brandweerzorg noodzakelijk zijn. Figuur 7 geeft de opkomsttijd weer van de eerste drie TS’en (hoe lichter de kleur hoe sneller).
Figuur 8 geeft weer hoeveel TS’en er binnen 15 minuten ter plaatse kunnen zijn (hoe lichter de kleur hoe meer TS’en er ter plaatse zijn binnen 15 minuten). In dit dekkingsplan wordt voor de slagkracht niet uitgewerkt wat de consequenties zijn voor de uitruk met een TS-flex, dat zijn heel veel varianten.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 17/39
Figuur 7 Opkomsttijd 3 tankautospuiten
Figuur 8 Aantal tankautospuiten binnen 15 min
In Figuur 9 worden voor het scenario TS6 drie S-curves voor opkomst van de 1e, 2e en 3e TS in snelheid weergegeven. De meest linkse curve geeft de opkomsttijd van de 1e TS weer, de middelste van de 2e TS en de rechtse de opkomsttijd van de 3e TS. Figuur 9 S-curve slagkracht
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 18/39
PARAATHEID BESCHRIJVEN In de handreiking worden drie componenten voorgeschreven voor paraatheid. Ten eerste een beschrijving van de beschikbare bezetting van de vrijwillige kazernes. Ten tweede de impact van gelijktijdigheid van incidenten. En ten derde restdekking. Beschikbaarheid De meeste regio’s monitoren de beschikbaarheid van hun vrijwilligers. Indien een kazerne de bezetting van 6 (of 4) brandweermensen niet kan leveren wordt de kazerne buiten dienst gezet. Brandweer Zuid-Limburg heeft hierin een ander beleid gekozen. De Meldkamer Brandweer heeft 1 minuut na alarmering inzicht in wat de daadwerkelijke opkomst zal zijn van een vrijwillige kazerne en zal dan direct, indien nodig, een extra TS alarmeren. De handreiking schrijft voor in een figuur de beschikbaarheid per jaar van de eenheden van Brandweer ZuidLimburg in een percentage weer te geven. Brandweer Zuid-Limburg heeft dus een andere werkwijze. In Figuur 10 ziet u hoe vaak de vrijwilligers bij gebouwbranden zijn uitgerukt met een TS 6, een TS-flex of dat er minder dan 4 mensen zijn opgekomen bij een alarmering. Dit gedurende de jaren 2017 tot en met 2022. Figuur 10 Opkomst aantal personen eerste TS
Brandweer Zuid-Limburg wil het Landelijk kader Uitruk op Maat bij brand de komende beleidsperiode implementeren. Belangrijke randvoorwaarde hierbij is dat, met name, de bevelvoerders hiervoor opgeleid en geoefend zijn. Daarnaast is het streven dat de vrijwillige kazernes zodanig ondersteund en toegerust zijn dat ze ten aller tijde de TS-flex bemenst krijgen. Gelijktijdigheid Dit is een niet verplicht onderdeel in de handreiking. We gaan de gelijktijdigheid monitoren vanaf 1 januari 2023. Restdekking In het verzorgingsgebied van een kazerne kunnen gelijktijdig meerdere (maatgevende) incidenten plaatsvinden. In de opbouw van de operationele basissterkte van de repressieve brandweerorganisatie is deze kans op gelijktijdigheid niet meegenomen. In het uiterste geval zou dit immers betekenen dat je de repressieve organisatie dubbel zou moeten organiseren. Uit kosten/baten overwegingen zou dit zeer inefficiënt zijn.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 19/39
Uiteraard bereidt de Brandweer Zuid-Limburg zich wel voor op gelijktijdigheid van incidenten door restdekking te regelen bij grotere of langdurige inzetten. Direct gevolg hiervan is dat we dan niet altijd de opkomsttijden kunnen halen die wettelijk zijn voorgeschreven. Binnen een uur na start van het eerste incident streven we naar een opkomsttijd van maximaal 18 minuten (de hoogste wettelijke opkomsttijd voor een gebouwbrand) voor een 2e incident in het betreffende verzorgingsgebied. Er wordt geen opkomsttijd voor een mogelijk 3e incident vastgesteld. De restdekking wordt vanuit vier kazernes georganiseerd (Gulpen, Heerlen, Maastricht en Sittard-West. In figuur 11 wordt inzichtelijk gemaakt wat de opkomsttijden zijn vanuit deze vier kazernes. Hoe lichter de kleur des te sneller is de TS ter plaatse. Figuur 11 Opkomsttijden eerste TS6 vanuit restdekkingskazernes
WERKDRUK BESCHRIJVEN De handreiking schrijft voor om het aantal uitrukken per jaar voor iedere kazerne weer te geven. Belangrijk is om te beseffen dat werkdruk veel meer is dan alleen het aantal uitrukken van een kazerne. Veel van onze brandweermensen vervullen meerdere functies zoals oefencoördinator, instructeur, piketfunctionaris of ploegchef. Daarnaast vergt het vakbekwaam worden voor alle nieuwe risico’s en het vakbekwaam blijven steeds meer van onze repressieve medewerkers. De beroepsmedewerkers vervullen ook nog taken in de servicecentra.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 20/39
In Tabel 2 staat het aantal uitrukken per kazerne weergegeven. Tabel 2 Aantal uitrukken per kazerne
Toelichting op deze tabel: Bij de vrijwillige kazernes varieert het aantal uitrukken momenteel tussen de 1 tot 2½ uitrukken per week. Dit wordt op dit moment niet als probleem ervaren voor wat betreft werkdruk. Bij de beroepskazernes varieert het aantal uitrukken tussen de 1 tot 2 per dag. Dit is minder dan in het verleden. Het terugdringen van het aantal uitrukken op automatische meldingen van brandmeldinstallaties is hiervan een belangrijke oorzaak. De dag bezette beroepskazerne in Beek heeft relatief weinig uitrukken. Dit komt voor een belangrijk deel door het alleen paraat zijn tijdens kantooruren. Maar is bijzonder efficiënt omdat de mensen die de paraatheid garanderen op deze kazerne werkzaamheden voor een servicecentrum uitvoeren die ze anders op kantoor zouden doen.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 21/39
3. DEKKING BEOORDELEN (PROCESSTAP 3) DOEL In de voorgaande processtap is de verwachte prestatie voor wat betreft de repressieve dekking van de TS voor de factoren snelheid, capaciteit/slagkracht, paraatheid en werkdruk inzichtelijk gemaakt. In dit hoofdstuk volgt de beoordeling van deze repressieve prestatie op basis van de vier beoordelingskaders zoals die zijn opgenomen in de handreiking. Op basis van de totale beoordeling van deze factoren kan de brandweer constateren in hoeverre de verwachte repressieve dekking past binnen het wettelijk kader dan wel bij de bestuurlijke wensen van de veiligheidsregio. Op basis van het brandweerrisicoprofiel en het dekkingsplan gaat VRZL periodiek met elke gemeente in gesprek over hoe de brandweerrisico’s in de desbetreffende gemeente het beste kunnen worden afgedekt. Alias: welke preventieve en repressieve maatregelen kunnen er tegenover gezet worden? Hierbij zal de focus liggen op maatregelen op het gebied van preventie. Ook kan ervoor worden gekozen om een restrisico te accepteren en er transparant over te communiceren. Op basis van de gesprekken worden afspraken gemaakt over de speerpunten in het Integraal Veiligheidsplan ten aanzien van het thema fysieke veiligheid (brandveiligheid, externe veiligheid, crisisbeheersing en rampenbestrijding) en over een risicogerichte inzet van de beschikbare brandweercapaciteit.
BEOORDELINGSKADER SNELHEID De eerste stap in de beoordeling van de snelheid is de indeling van Zuid-Limburg in categorieën gebieden. Onderstaand wordt deze stap beschreven. Categorie-indeling In de handreiking wordt aangegeven dat de indeling van het verzorgingsgebied plaatsvindt op basis van de CBS-wijkindeling (CBS-wijk en buurtindeling 2012). Conform Tabel 4 worden de buurten in drie categorieën ingedeeld. Bij deze drie categorieën horen normen voor de opkomsttijd van de 1e TS met zes brandweermensen. In Tabel 3 staan deze normen opgenomen. Tabel 3 Normen opkomsttijden per gebiedscategorie
Categorie 1
Categorie 2 Categorie 3
• • • • • • • •
Oude binnensteden Gebouwen voor slapende niet zelfredzame personen Portiekwoningen Woongebouwen hoger dan 20 meter Woningen Gebouwen voor zelfredzamen personen Verspreid liggende woningen Verspreid liggende gebouwen voor zelfredzame personen (inclusief industrie)
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
4-10 minuten Referentie 7 minuten 7-13 minuten Referentie 10 minuten 12-18 minuten Referentie 15 minuten
pagina 22/39
Tabel 4 Indeling gebieden
Noot. Overgenomen uit Handreiking 3.0 “landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen’.
Resultaat van de indeling Het eindresultaat van de indeling in categorieën is te zien in Figuur 12. Van de in totaal 421 buurten die we in onze regio kennen, zijn er 21 ingedeeld in categorie 1. Dit zijn de oude binnensteden of wijken met veel gebouwen met niet zelfredzame personen, portiekwoningen, oude gebouwen (van voor 1900) en/of woongebouwen hoger dan 20 meter. Er vallen 219 gebieden in categorie 2. Dit zijn wijken en dorpen met veel reguliere woningen en gebouwen voor zelfredzamen. Tenslotte zijn er 181 buurten als categorie 3 bestempeld. Dit zijn de overige gebieden. Het betreft wijken, dorpen en rurale gebieden met een lage adressendichtheid (het aantal adressen per km²).
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 23/39
Figuur 12 Overzicht gebiedsindeling op basis van Tabel 4
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 24/39
Nadat in figuur 12 de gebieden zijn verdeeld in categorie 1, 2 of 3 volgt de beoordeling. Welke repressieve prestatie wordt er geleverd? De prestatie wordt per gebied beoordeeld op basis van de gebiedscategorie en de opkomsttijd. Per categorie is er een andere norm voor de opkomsttijd. Dit is vastgelegd in het beoordelingskader gebiedsgerichte opkomsttijden. In Figuur 13 wordt het beoordelingskader weergegeven. Figuur 13 Beoordelingskader gebiedsgericht opkomsttijden
Zoals Figuur 13 laat zien is er bij het beoordelingskader sprake van een bandbreedte en een referentiewaarde. De referentiewaarde ligt in het midden van de brandbreedte. Een object wat ligt in een gebied met categorie 1 moet binnen de bandbreedte van 4 tot 10 minuten worden bereikt. De referentiewaarde is dan 7 minuten. Een opkomsttijd van minder dan 7 minuten in categorie 1 is goed en wordt daarmee groen. Een opkomsttijd tussen de 7 en de 10 minuten is binnen de bandbreedte. Daarmee wordt de prestatie als voldoende beoordeeld en krijgt een blauwe kleur. Een tijd van meer dan 10 minuten is onvoldoende en wordt daarmee rood. Eindresultaat Nadat de 421 gebieden zijn verdeeld in een categorie wordt de prestatie langs de meetlat van het beoordelingskader gehouden. In deze paragraaf werken we de twee situaties uit zoals die in het vorige hoofdstuk zijn beschreven. Situatie 1 waarbij de eerste TS een complete bezetting heeft en situatie 2 waarbij de eerste TS een TS-flex is en dus de opkomsttijd van de 2e TS bepalend is. In Figuur 14 en 15 is de dekking voor de avond- nacht- en weekendsituatie (ANW) weergegeven, conform Figuur 13. Bij Figuur 14 t/m 19 dient opgemerkt te worden dat tijdens werkdagen overdag het beeld in de Westelijke Mijnstreek rondom Beek anders is vanwege de dag bezette beroepskazerne in Beek. In bijlage 3 is deze situatie uitgewerkt.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 25/39
Figuur 14 Dekking met TS6 ANW
Figuur 15 Dekking met TS-flex ANW
Verkeersveiligheidsmaatregelen In het kader van de verkeersveiligheid wordt in toenemende mate de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom van 80 km/u teruggebracht naar 60 km/u. Binnen de bebouwde kom wordt de maximumsnelheid soms teruggebracht van 50 km/u naar 30 km/u. Dit heeft natuurlijk gevolgen voor de opkomsttijden van de brandweer. De uitruktijden voor de vrijwilligers worden hierdoor hoger en de aanrijtijden voor alle eenheden worden hoger. In Figuur 16 en 17 ziet u wat de gevolgen van de verlaging van de snelheden zijn voor de dekking bij de situatie TS6 en de situatie TS-flex. Figuur 16 Snelheidsverlaging 80->60 en 50-> 30 en TS6 ANW
Figuur 17 Snelheidsverlaging 80->60 en 50-> 30 en TS-flex ANW
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 26/39
Aandachtspuntenlijst Het dekkingsplan is gebiedsgericht. Dit wil zeggen dat er naar de prestatie in een gebied (CBS buurt) wordt gekeken, niet naar één specifiek gebouw. Er wordt echter een uitzondering gemaakt voor de zogenaamde aandachtsobjecten. Dit zijn de gebouwen met slapende niet zelfredzame personen, portiekwoningen of woongebouwen hoger dan 20 meter die, ongeacht de gebiedscategorie waarin ze staan, een opkomsttijd hebben van 7 minuten met een bandbreedte van 3 minuten. Aan alle aandachtsobjecten die een opkomsttijd van meer dan 10 minuten hebben moet aandacht worden besteed in het gesprek met de gemeente, deze worden geplaatst op een aandachtspuntenlijst. Zuid-Limburg heeft rond de 29.000 aandachtsobjecten waarvan er zo’n 1.700 niet binnen de opkomsttijd van 10 minuten bereikt worden bij de opkomst van een TS6. Bij opkomst van een TS-flex zijn er 17.500 aandachtsobjecten die niet binnen de opkomsttijd van 10 minuten bereikt worden. In het gesprek met de gemeente moet hier aandacht aan worden besteed, waarbij een generieke aanpak voor het merendeel van de objecten de meest logische aanpak lijkt. In Figuur 18 en 19 staan de aandachtsobjecten buiten de norm weergegeven. Figuur 18 TS6 aandachtsobjecten buiten de norm ANW
Figuur 19 TS Flex aandachtsobjecten buiten de norm ANW
Ook de gebieden waar de opkomsttijd buiten de bandbreedte valt worden op de aandachtspuntenlijst gezet en besproken met de gemeente.
BEOOGD BEOORDELINGSKADER CAPACITEIT/SLAGKRACHT Naast snelheid is slagkracht essentieel om slachtoffers te voorkomen en schade te beperken. Daarom is het tweede beoordelingskader in de derde stap de slagkracht. Dit beoogde beoordelingskader is gebaseerd op de inzichten van de eerder gehanteerde methodiek en zal na onderzoek, herijkt worden. De gehanteerde methodiek is onder andere gerelateerd aan de brandveiligheidssituatie en ontvluchtingsmogelijkheden in een gebouw. De waarden in deze methodiek zijn referentiewaarden. Bij het toepassen van de referentiewaarden in gebieden komt naar boven dat er situaties zijn, waarbij niet aan de norm wordt voldaan (net als bij het in beeld brengen van de eerste tankautospuit). Beschreven dient dan te worden welke eventuele aanvullende maatregelen genomen kunnen worden.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 27/39
Tabel 5 geeft het beoogd beoordelingskader weer voor de slagkracht, de opkomsttijd voor de eerste 3 TS’en. Tabel 5 Koppeling van slagkracht en opkomsttijden aan het beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden
Gebiedscategorie
Eerste TS (min)
Tweede TS (min)
Derde TS (min)
Redvoertuig (min)
1 2 3
4-10 (7) 7-13 (10) 12-18 (15)
6-12 (9) 12-18(15)
8-12 (10)
4-10(7)
Op basis van de snelheidsberekeningen conform de beschreven werkwijze in processtap 2, kan bepaald worden of een 2e en 3e TS binnen de genoemde bandbreedte in een bepaalde buurt kan zijn. Dit wordt inzichtelijk gemaakt door een tabel toe te voegen waarin wordt aangegeven in hoeveel buurten de bandbreedte wordt overschreden. Tabel 6 geeft het aantal buurten weer waar de opkomsttijd van de 1e, 2e of 3e TS buiten de norm valt. Tabel 6 Overschrijding bandbreedte door TS6
Categorie
Capaciteit
1 1 1 1 2 2 3 Totaal aantal buurten
1e TS 2e TS 3e TS RV 1e TS 2e TS 1e TS
Boven bandbreedte opkomsttijd
Aantal buurten 1 1 19 5 2
21
218 182 421
Opmerking bij het beoogde beoordelingskader slagkracht: zoals reeds toegelicht op pagina 17 behelst slagkracht veel meer dan de inzet van de eerste 3 TS’en.
BEOORDELINGSKADER GROOTSCHALIG BRANDWEEROPTREDEN Samen met het Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden is het kader Grootschalig Brandweeroptreden (GBO) een belangrijk instrument binnen de handreiking. Het kader voor GBO geldt alleen voor de factor capaciteit en heeft betrekking op grootschalige en langdurige inzetten. Niet alleen regionale ontwikkelingen, keuzes en risico’s hebben invloed op de regionale dekking en de gebiedsgerichte opkomsttijden van de brandweer. De aspecten snelheid, capaciteit/slagkracht, paraatheid en werkdruk kunnen ook worden beïnvloed doordat een andere veiligheidsregio (acuut) om bijstand vraagt of dat er sprake is van GBO. In de landelijke visie op GBO zijn afspraken gemaakt over levering van interregionale bijstand die gevolgen hebben voor de resterende regionale dekking. Iedere veiligheidsregio bepaalt zelf tot op welke hoogte de resterende capaciteit voldoende is voor de eigen regionale incidentenbestrijding.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 28/39
In de visie op GBO verwacht de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) onder andere dat iedere veiligheidsregio in staat is om één peloton te kunnen leveren. Afhankelijk van de bijstandsaanvraag is dit een van de volgende pelotons: • een peloton basis brandweerzorg, • een peloton grootschalig watertransport en • een peloton redding & technische hulpverlening (niet bedoeld STH). De uitruktijd voor grootschalige brandweereenheden is vastgesteld op tien minuten. Dat is de benodigde tijd om na alarmering naar de kazerne te komen en vanaf daar uit te rukken. Bij GBO moet een peloton binnen een uur na een aanvraag voor aflossing bij de regiogrens van de eigen Veiligheidsregio zijn. Dit is een ruimere marge dan in geval van een acute bijstandsaanvraag, waarbij de bijstand zo snel mogelijk moet worden geleverd. Brandweer Zuid-Limburg voldoet aan deze normen. Daarnaast heeft de Veiligheidsregio Zuid-Limburg binnen de Euregio afspraken gemaakt over internationale bijstand verlening over en weer via EMRIC afspraken.
BEOOGD BEOORDELINGSKADER ONDERSTEUNINGSEENHEDEN In dit beoordelingskader is onderscheid gemaakt tussen ondersteuningseenheden voor redden en blussen op hoogte, voor hulpverlening en voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Waarbij voor redvoertuigen een maximale opkomsttijd van 18 minuten is opgenomen en voor eenheden voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen een referentiewaarde van 30 minuten. Artikel 3.2.2 in het Besluit veiligheidsregio’s geeft aan dat het bestuur van de veiligheidsregio vaststelt voor welke objecten de inzet van een ondersteuningseenheid voor redden en blussen op hoogte altijd noodzakelijk is. Het bestuur stelt bij deze objecten voor de ondersteuningseenheden dezelfde opkomsttijden vast als voor de basisbrandweereenheden. Bij het opstellen van het dekkingsplan 2012-2018 is op basis van brandweerstatistiek bepaald dat een RV nodig is in de verzorgingsgebieden van de beroepskazernes Heerlen, Kerkrade, Maastricht-Noord en Sittard-West. Het brandweerrisicoprofiel is ten aanzien van portiekflats nauwelijks gewijzigd, daarom blijft voor deze kazernes een RV nodig. In het verzorgingsgebied van deze kazernes is de norm voor de opkomsttijd gelijk aan die van de 1e TS. Voor de overige gebieden is de maximale opkomsttijd voor een RV 18 minuten. Alleen in de uiterste zuidoost hoek van onze regio halen we die 18 minuten niet.
In de komende beleidsperiode zal onderzocht worden of en zo ja welke oplossingen hiervoor ingevoerd kunnen worden (b.v. door samenwerking met Aken). Voor hulpverleningsvoertuigen (HV) zijn geen norm opkomsttijden opgenomen in het Besluit veiligheidsregio’s. Binnen de brandweer richtlijnen wordt gestreefd naar een maximale opkomsttijd van de HV van 15 minuten. Door de stationering van 4 HV’s (in Brunssum, Geleen, Maastricht-Zuid en Mechelen) halen we deze maximale opkomsttijd bijna altijd voor de Rijks- en Provinciale wegen met het grootste risicoprofiel. Artikel 4.2.2 in het Besluit veiligheidsregio’s geeft aan dat een eenheid bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen binnen dertig minuten na alarmering begint met de uitvoering van haar taken op de plaats van het incident. Brandweer Zuid-Limburg vult de functie van deze eenheid (het gaspakkenteam) in middels een publiek private samenwerking met Sitech. Bij de grootste risico objecten (de BRZO bedrijven) halen we de referentiewaarde.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 29/39
4. BESCHRIJVING VERDERE PROCESSTAPPEN UIT DE HANDREIKING Dekkingsplan vaststellen (processtap 4) Het doel bij processtap 4 is een bestuurlijk akkoord te verkrijgen op het dekkingsplan. De brandweer legt het plan ter besluitvorming voor aan het Algemeen Bestuur en vraagt om het dekkingsplan vast te stellen. En daarmee de brandweer opdracht te verlenen tot uitvoering. Deze processtap stelt het bestuur in staat haar verantwoordelijkheid ten opzichte van wet- en regelgeving te nemen. Uitvoering bijstellen (processtap 5) Met processtap 5 start de implementatie van het dekkingsplan. Het plan vormt kortom het vertrekpunt voor de uitvoering. De handreiking bevat rekenregels voor o.a. het berekenen van de uitruktijden. Deze zijn anders dan die de Brandweer Zuid-Limburg heeft toegepast voor het bepalen van de verzorgingsgebieden van elke kazerne (de zogenaamde kazerne volgorde tabellen). De uitruktijden zijn bepalend voor de grote van het verzorgingsgebied van elke kazerne en liggen daardoor zeer gevoelig, met name bij de vrijwillige kazernes. De komende beleidsperiode zal bekeken worden hoe de nieuwe uitruktijden, samen met andere ontwikkelingen zoals Uitruk op Maat, geïmplementeerd gaan worden en welke invloed deze hebben op de dekking. Dekking uitvoeren (processtap 6) In processtap 6 start de uitvoering van de dekking zoals die is vastgelegd in het dekkingsplan.
De uitvoering van de dekking gaat feitelijk over alarmeren, uitrukken, ter plaatse komen en hulp verlenen aan mens en dier. Deze stap focust op de realisatie van de prestatieafspraken tussen de brandweer en haar bestuur inclusief de registratie van de realisatie. Het resultaat van deze stap is in de eerste plaats de verlening van hulp. In de tweede plaats is dat de registratie van die hulpverlening, zodat de repressieve organisatie (in processtap 7) haar prestaties kan monitoren, zich kan verantwoorden en zichzelf cyclisch kan verbeteren. Uitvoering beoordelen (processtap 7) In processtap 7 beoordeelt de brandweer haar dekkingsprestatie op basis van daadwerkelijk bestreden incidenten. Het doel van deze processtap is beoordeling van de uitvoering. Dit geeft inzicht in de repressieve dekking zoals die is uitgevoerd of gerealiseerd. Daarnaast geeft het een antwoord op de vraag of de oorspronkelijke prestatieafspraken in het dekkingsplan daadwerkelijk recht hebben gedaan aan de realiteit. De beoordeling kan worden gebruikt om van te leren, cyclisch te verbeteren en verantwoording af te leggen. Als het nodig is, stelt de brandweer op basis van de inzichten, de uitvoering en/of inrichting van de dekking bij. Door de dekkingsprestatie te monitoren, kan de brandweer bovendien een afwijking van de verwachte prestatie verklaren.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 30/39
5. OPMERKINGEN BIJ VOORLIGGEND DEKKINGSPLAN -
-
-
-
De handreiking is begin juli 2022 door het Veiligheidsberaad vastgesteld en aangeboden aan de minister van JenV. De minister heeft op 19 december 2022 in een brief aan het Veiligheidsberaad ten aanzien van alle voorzitters van de Veiligheidsregio’s laten weten de nieuwe handreiking te omarmen en in de wetgeving te zullen borgen. In de brief geeft ze aan dat ze verwacht dat elke veiligheidsregio voor 31-12-2023 een dekkingsplan vaststelt op basis van de nieuwe handreiking. De handreiking is nog steeds in ontwikkeling. Hetzelfde geldt voor de software die het maken van alle berekeningen met bijbehorende figuren ondersteunt. Deze is ook nog niet volledig doorontwikkeld. Brandweer Zuid-Limburg past het principe van variabele voertuigbezetting toe. Op dit moment is de minimale voertuigbezetting op de TS bij de vrijwilligers drie mensen (bevelvoerder, chauffeur en een manschap). Landelijk is het kader Uitruk op Maat vastgesteld met een minimale bezetting van vier mensen op de TS (bevelvoerder, chauffeur en twee manschappen) voor het maatgevende incident brand in een woning, de zogenaamde TS-flex. Brandweer Zuid-Limburg zal dit kader de komende beleidsperiode gaan implementeren. Tot die tijd blijft de minimale bezetting drie mensen. Dit dekkingsplan is opgesteld op basis van de TS-flex. Voor de berekeningen wordt gebruikt gemaakt van vele databestanden.
Een belangrijke hierbij is de BAG. De VRZL is niet verantwoordelijk voor de kwaliteit van deze gegevens, dat zijn de gemeenten. Als er fouten zitten in de BAG heeft dat gevolgen voor de betrouwbaarheid van de uitkomsten van de berekeningen in dit dekkingsplan. Er is een verschil tussen de dekking bij maximumrijsnelheden van 80 en 50 km/uur en de dekking bij maximumrijsnelheden van 60 en 30 km/uur. Dit verschil is weergegeven in figuur 14 t/m 17. De handreiking is vooral gericht op de inzet van TS’en bij gebouwbranden. De overige repressieve voertuigen en specialismen worden in een separaat document, het materieelspreidingsplan 2023, beschreven.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Dekkingsplan
Brandweer Zuid- Limburg
pagina 31/39
6. DUIDING EN MOGELIJKE AANVULLENDE MAATREGELEN Belangrijk is om te beseffen dat de inrichting van onze repressieve organisatie niet is gewijzigd. Enkel de systematiek voor het opstellen van het dekkingsplan is veranderd (beoordelingskaders, manier van weergeven etc.). Dat betekent dat de dekking nu niet ineens slechter of beter is geworden. Wel krijgt u meer inzicht in de berekende prestaties van onze repressieve organisatie. Waarbij we ook inzichtelijk maken, wat we in het verleden niet deden, wat we verwachten aan paraatheid te kunnen leveren. Zoals het uitrukken met de TS-flex waarbij de opkomst van de 2e TS bepalend is voor de opkomsttijd. Ook dit is niet anders dan voorheen, alleen maken we het nu inzichtelijk. Wat zijn nu nog mogelijk aanvullende maatregelen? Essentieel instrument hierbij is de aandachtspuntenlijst. Deze maakt inzichtelijk op lokaal niveau waar er sprake is van buurten en/of objecten met een specifiek risicoprofiel waarvoor aandacht nodig is, omdat de brandweer de gewenste opkomsttijd daar niet haalt (de rode gebieden/stippen). Er zijn aanvullende maatregelen die de dekking verbeteren en maatregelen die de risico’s verminderen en/of het werk van de brandweer vergemakkelijken. Dekking verbeterende maatregelen - De paraatheid van vrijwillige kazernes optimaliseren zodat vaker compleet met een TS6 kan worden uitgerukt.
Dit heeft constant de aandacht binnen de bedrijfsvoering van de vrijwillige kazernes. - Het verhogen van de bezetting van de beroepskazernes met een RV van 6 naar 8 mensen. Dit geeft een aanzienlijke verbetering van de dekking. Nadeel is dat dit een forse verhoging (ca. € 2,3 miljoen per jaar) van de begroting zou betekenen. Het is goed om te beseffen dat het dekkingsplan een berekende uitkomst is van de nieuwe systematiek GGO. Het moet nog blijken hoe zich dat verhoudt tot wat we daadwerkelijk buiten op straat presteren. Binnen de leidende bestuurlijke uitgangspunten en het inhoudelijke bestuurlijke gesprek hierover is geconcludeerd dat het voor de komende beleidsperiode niet verantwoord is om een deze forse investering (circa € 2,3 miljoen) te doen. - Bij nieuwbouw van kazernes zal bij de locatiekeuze het verbeteren van de dekking een belangrijk aspect zijn. Echter zijn de effecten daarvan op de dekking kleiner dan bij het verbeteren van de paraatheid of het verhogen van de bezetting. - Het creëren van een 2e vluchtweg bij de vele portiekflats betekent ook direct een verbetering van de dekking. Dit ligt echter niet in de directe invloedsfeer van u als bestuur of de VRZL. Overige aanvullende maatregelen Dit zijn maatregelen die risico’s verkleinen of verminderen en/of het werk van de brandweer vergemakkelijken. Daarbij kan b.v.