CConstaterende datBeek
Koppel je AI →
Document · PDF

mededelingen GGZ 31-05-2021.docx

Commissie Grondgebiedzaken 31 mei 2021, gemeente BeekBij agendapunt: Mededelingen door de portefeuillehouders.1.302 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Mededelingen commissie grondzaken d.d. 31-05-2021

Namens wethouder Schoenmakers: Onderwerp: Bestuurlijk overleg met Rijkswaterstaat over zonne-energie op en langs de rijkswegen Op 7 april jl. heeft een bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen Rijkswaterstaat en de gemeente Beek over de mogelijkheden aangaande het plaatsen van zonnepanelen op en langs de rijkswegen/snelwegen A2 en A76. Tijdens dit overleg heeft Rijkswaterstaat aangegeven dat het rijksbeleid omtrent zonnepanelen langs rijkswegen nog in ontwikkeling is. De lopende voorbeeldprojecten/pilots van Rijkswaterstaat aangaande zonnepanelen langs de rijkswegen (waarover in de kranten en op internet wordt geschreven) moeten uiteindelijk uitsluitsel geven over de wenselijkheid en haalbaarheid van dergelijke projecten langs rijkswegen in het algemeen. Op dit moment lopen diverse onderzoeken bij TNO die duidelijkheid moeten gaan geven over onder andere de licht- en geluidseffecten, et cetera van zonnepanelen langs het Rijksareaal. Volgens Rijkswaterstaat blijken deze pilots vaak niet rendabel zonder aanvullende innovatiesubsidie (aanvullende financieringsbronnen naast de SDE++ subsidie). Er lopen tevens pilots met zonnepanelen op vangrails of in bermen langs rijkswegen. Of dergelijke projecten haalbaar zijn moet nog worden gezien.

Rijkswaterstaat geeft aan dat als het gaat om het beheer, het onderhoud en de veiligheid van deze wegen (met zonnepanelen in bermen en op vangrails) de nodige bezwaren zichtbaar zijn. Het is logisch dat gekeken wordt naar grond langs rijkswegen of op- en afritten. Hieraan zijn echter de nodige voorwaarden verbonden. Naast een goede situering van de zonnepanelen zijn ook geluid-, lichtreflectie, veiligheid, et cetera belangrijke aandachtspunten. Voor zonnevelden speelt ook mee of de verwachting is dat een snelweg in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) terecht komt. De Rijksoverheid werkt samen met andere overheden aan het veilig, bereikbaar en leefbaar houden van Nederland. Dit doen zij door te investeren in betere wegen, het spoor en waterwegen. Alle investeringen hiervoor staan in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Rijkswaterstaat past hiervoor een zone van 34 meter vanaf de snelweg toe. Het betreft strategische grond en een veiligheidszone waar geen structurele ontwikkelingen op mogen plaatsvinden. Bouwen op deze grond (ook het plaatsen van zonnepanelen) is in beginsel niet uitgesloten, alleen is hiervoor toestemming nodig van Rijkswaterstaat. Hiervoor is de omvang voor een project met zonnepanelen voor Rijkswaterstaat mede van belang.

Rijkswaterstaat heeft besloten om eerst projecten met een flinke omvang te faciliteren. Met het ontstaan van de RES hebben de Rijkspartners Rijkswaterstaat, Defensie en Staatsbosbeheer onder leiding van het ministerie van EZK zich gebogen over de vraag welke delen van het Rijksareaal geschikt zouden kunnen zijn voor hernieuwbare zonne-energie (zonnepanelen). In het hiervoor opgerichte OER-programma zijn inmiddels ruim 80 locaties/trajecten aangewezen die op hoofdlijnen aan de gestelde eisen voldoen en op korte termijn dan wel langere termijn (na 2030) beschikbaar kunnen komen. Kenmerkend voor deze locaties is dat ze grootschalig en aaneengesloten zijn, bijvoorbeeld tussen twee

-2-

wegenknooppunten. Denk hierbij aan minimaal 13 tot 17 ha zonnepanelen met een ondergrens van 15 MW energieproductie. Naast grootte en beschikbaarheid van een energienetwerk zijn er vanuit Rijkswaterstaat een vijftal belangrijke randvoorwaarden, namelijk: 1) geen nadelig effect op de weggebruiker in de zin van afleiding en/of verblinding, 2) geen effect op de beschikbaarheid van de weg, 3) geen verstoring van beheer en onderhoud van het wegennet, 4) geen nadelig effect op de omgeving (licht-/geluidhinder) en 5) geen negatief effect op bestaand groenbeleid of aantasting beschermde (natuur)gebieden. In Zuid-Limburg zijn de A2, A76 en A79 in eerste instantie in beeld gekomen als mogelijk geschikte trajecten voor het OER-programma. Het voornemen om de A2 tussen Kerensheide en ’t Vonderen te verbreden maakt dit traject echter minder geschikt. Daarnaast kiest Rijkswaterstaat er op dit moment niet voor om nieuw aan te leggen geluidschermen te voorzien van zonnepanelen. Of er kansen zijn voor zonnepanelen langs de A76/A79 zal nader onderzoek moeten uitwijzen. Dit onderzoek wordt opgestart als beide trajecten als ruimtelijk kansrijk worden aangewezen in de RES ZL.

Rijkswaterstaat ziet overigens op voorhand een aantal showstoppers, zoals de beperkte grondpositie (weinig samenhang, veel moeilijk bereikbare postzegelstukjes), ingesloten gebieden door spoor en weg, extra afleiding (verblinding) weggebruikers door bochtig tracé, aanwezigheid van veel groen en beschermde natuurgebieden die vooral de A79 een landelijke uitstraling geven. Kijkend naar het OER programma dan lijken de mogelijkheden voor Beek om areaal van Rijkswaterstaat in te zetten voor zonne-energie zeer beperkt. Zodra er ruimte komt binnen OER voor kleinere energielocaties dan zullen de mogelijkheden voor Beek opnieuw moeten worden bekeken. Hiervoor zal t.z.t. een QuickScan worden uitgevoerd. Binnen Rijkswaterstaat bestaat een initiatieftafel waar onvoorziene initiatieven kunnen worden ingebracht. Om initiatieven in te kunnen brengen zijn wel een aantal voorwaarden van toepassing, zoals bestuurlijk draagvlak bij het initiatief, het plan in het ruimtelijk beleid van de gemeente past, de gemeente haar beleidskader (voor financiële en procesparticipatie en dergelijke) op orde heeft en de gemeente Rijkswaterstaat zoveel mogelijk doet ontzorgen. Na de initiatieftafel (mits goedkeuring) dient een gebruiksvergunning bij het Rijksvastgoedbedrijf te worden aangevraagd.

Het verkrijgen van een gebruiksvergunning bij het Rijksvastgoedbedrijf voor het grondgebruik loopt via een openbare aanbesteding met een Biedboek en volgens de voorwaarden van het Rijksvastgoedbedrijf. Daarnaast zal Rijkswaterstaat een Wet beheer rijkswaterstaatswerken vergunning (publiekrechtelijk spoor) in het vooruitzicht moeten kunnen stellen. De kans dat een project of gebiedsaanpak via dit alternatieve spoor gerealiseerd kan worden moet echter als zeer klein worden ingeschat, omdat er vele initiatieven via de initiatieftafel binnenkomen en de selectieprocedure streng is. Daarnaast gaat Rijkswaterstaat zelf geen zonnepanelen langs de Rijkswegen plaatsen en wordt het eigen energieverbruik gecompenseerd middels windturbines op de Maasvlakte.

-3-

Onderwerp: Implementatie Omgevingswet Zoals bekend is eerder, vanwege de combinatie van een stevige implementatieopgave en de maatregelen rond het coronavirus, die grote impact heeft op alle partijen die werken aan de Omgevingswet, de inwerkingtreding van de Omgevingswet uitgesteld. Het plan was dat begin 2021 een definitief besluit zou worden genomen over de datum van inwerkingtreden. Eind januari heeft de Eerste Kamer met de minister gesproken over het Koninklijk Besluit met de datum van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Vanwege zorgen bij de Eerste Kamer over de implementatie van de Omgevingswet door gemeenten en het Digitaal Stelsel Omgevingswet, is de stemming over het Koninklijk Besluit aangehouden. Door de val van het Kabinet is de onduidelijkheid toegenomen. De Omgevingswet is evenwel niet controversieel verklaard. Het gaat dus niet over de vraag óf het stelsel inwerking treedt, maar wanneer. In een voortgangsbrief van de minister aan beide Kamers is gesteld dat er extra tijd nodig is om tot gedegen besluitvorming over de inwerkingtredingsdatum te komen. De minister wil hier samen met de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen een zorgvuldig besluit over nemen, zodat de wet goed van start kan. Alle samenwerkende partijen willen een goede start van de Omgevingswet, waarbij de dienstverlening aan inwoners en ondernemers centraal staat.

Belangrijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, mogen geen hinder ondervinden bij de invoering van de wet. Daarvoor moet zowel de vergunningenketen als de planvormingsketen bij overheden werken. Kortom, een werkend digitaal en juridisch stelsel voor alle gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties. Dit betekent dat de landelijke voorzieningen gereed en stabiel zijn en dat alle overheden in Nederland aangesloten zijn en voldoende oefentijd hebben gehad om met het stelsel te leren werken. Landelijk is geconstateerd dat het nu te vroeg is om de Omgevingswet verantwoord in werking te laten treden. Om die reden heeft de minister besloten om de datum van inwerkingtreding met een half jaar uit te stellen, tot 1 juli 2022. In de themasessie van uw commissie eind maart jl. is een tweede raadsinformatiebrief over de implementatie van de Omgevingswet aangekondigd. Deze brief zal op korte termijn naar u toekomen. Verder is het voornemen om nog voor het zomerreces een tweede (sonderende) thema commissievergadering te laten plaatsvinden, waarin wederom onderwerpen met betrekking tot de Omgevingswet met u zullen worden besproken. Via de griffier zult u hierover nader worden geïnformeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beek&id=1743c99f-d0a0-4cac-b2f2-4e0f8370a49b