CConstaterende datBeek
Koppel je AI →
Document · PDF

jaarverslag 2022 2023 110724.pdf

Commissie Grondgebiedzaken 11 november 2024, gemeente BeekBij agendapunt: Stukken ter kennisname: Jaarverslag welstandsbeleid 2022 & 2023.6.208 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jaarverslag Dorpsbouwmeester 2022 - 2023

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

3

Hoofdstuk 2

6

Hoofdstuk 3

11

Hoofdstuk 4

13

4.1 algemeen 4.2 ruimtelijke kwaliteit 4.3 stedenbouwkundige ontwikkelingen 4.4 verduurzaming in relatie tot monumenten 4.5 Omgevingswet

13 13 15 15 16

Inleiding

De dorpsbouwmeester en de monumentencommissie werkwijze

Ontwikkelingen

Hoofdstuk 5

Projecten uitgelicht

18

Hoofdstuk 6

26

6.1 Historie 6.2 Ingrepen in en uit het verleden 6.3 Toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen 6.4 Tot slot

27 28 29 31

Hoofdstuk 7

32

Blik op de toekomst

Statistieken 2022 - 2023

2

Hoofdstuk 1 inleiding

Dit jaarverslag bevat een beknopte beschrijving van de werkzaamheden van de Dorpsbouwmeester over de periode 2022 en 2023 Sinds 2016 heeft de Gemeente Beek een zelfstandige beoordelingscommissie voor ruimtelijke kwaliteit in de vorm van de ”dorpsbouwmeester”. Dit jaarverslag vormt een terugblik op het jaar 2022 en geeft aan hoe de dorpsbouwmeester (DBM) omgaat met en aankijkt tegen veranderingen en ontwikkelingen. Veranderingen en ontwikkelingen die voor een groot deel te maken hebben met de visie van De Gemeente Raad op “welstandsbeleid”, de invloed en impact van Corona en de nieuwe omgevingswet die in 2024 ingevoerd zal gaan worden. Gelukkig kon er in 2022 weer fysiek vergaderd worden hetgeen de dialoog met initiatiefnemers en architecten ten goede is gekomen. Elke stad of dorp is onderhevig aan veranderingen, zo ook Beek. Niet noemenswaardig afwijkend van andere jaren is er sprake aan een grote diversiteit aan plannen. Veel kleinschalige plannen (dakkapellen en kleinere uitbreidingen van woningen) afgewisseld met grootschalige plannen (ontwikkelingen op Technoport) en beeldbepalende gebouwen. Verduurzaming en energietransitie spelen bij alle plannen een grote rol, maar hebben met name bij monumenten en beeldbepalende panden specifieke aandacht nodig. We streven, bij de planbeoordelingen, naar een open dialoog.

Een integrale benadering van stedenbouw, landschap en architectuur staat voorop, zonder het programma uit het oog te verliezen. De planbeoordelingen door de dorpsbouwmeester zijn gebaseerd op de, door de raad vastgestelde welstandnota. Om te komen tot een onderbouwd advies aan het college van B&W is het denken over de Ruimtelijke Kwaliteit van Beek noodzakelijk. 3

Met ingang van 1 januari 2024 gaat “de welstand” vallen onder de Omgevingswet. Nadat de Omgevingswet in werking is getreden, vervallen de artikelen over welstand in de Woningwet. Voor de welstandnota geldt overgangsrecht. De nieuwe commissie omgevingskwaliteit toetst nog steeds, maar gaat meer uitnodigend en meer integraal werken. De omgevingscommissie is één element in een veel groter verhaal.' 'Het begint met beleid over ruimtelijke kwaliteit. Vroeger werd dat neergelegd in bestemmingsplan en welstandsnota; dat worden nu het omgevingsplan en de nota omgevingskwaliteit. Daarin wordt beschreven wat een gemeente op dit gebied waardevol vindt. Nieuw is dat de Omgevingswet vraagt om integraliteit. Dat is essentieel in deze tijd, omdat de grote opgaven van ons land elkaar soms in de weg lijken te zitten. Onze organisatie kan gemeenten helpen bij het bepalen van de waarde en de weging van wat men meer of minder belangrijk vindt, om vervolgens te komen tot realistisch en uitvoerbaar beleid.' 'Vervolgens is er het vooroverleg. Iemand wil gaan bouwen of verbouwen en gaat in gesprek met de gemeente. Dan blijkt dat omgevingskwaliteit meespeelt en komen de adviseurs in het spel. Nieuw is dat de Omgevingswet vooroverleg en participatie naar voren in het proces haalt.

Initiatiefnemer, gemeente, omwonenden of belanghebbenden gaan dan al in een vroeg stadium met de omgevingscommissie in gesprek. Op dat moment kan er in dialoog nog veel richting worden gegeven aan goede omgevingskwaliteit, op een manier dat het zowel de initiatiefnemer als het maatschappelijk belang ten goede komt.' 'Als derde is er dan het toetsende advies, door een commissie omgevingskwaliteit. Die toetsing blijft nodig om te checken of de definitieve vergunningaanvraag voldoet aan datgene wat eerder met een initiatiefnemer afgesproken is volgens beleid en vooroverleg. Essentieel is dat er samenhang en evenwicht moet zijn tussen die 3 elementen, om te kunnen streven naar een optimale omgevingskwaliteit én om het hele traject tot aan vergunningverlening zo soepel mogelijk te kunnen doorlopen.'

4

De belangrijkste uitdaging van de omgevingswet is dat we met zijn allen integraal gaan werken aan omgevingskwaliteit. Dat je bijvoorbeeld ook het belang van het landschap in je beleid meeneemt. En al in het begin de afweging maakt tussen bijvoorbeeld woningbouw, natuur, energie, parkeren, mobiliteit, recreatie en bedrijvigheid. (bron: aan de slag met de omgevingswet).

De vergaderingen van de DBM – Commissie Omgevingskwaliteit zijn openbaar.

5

Hoofdstuk 2

De dorpsbouwmeester en de monumentencommissie

Sinds 2016 maakt de gemeente Beek gebruik van de dorpsbouwmeester voor de beoordeling van plannen. De dorpsbouwmeester wordt in het geval van beoordeling van monumenten ter zijde gestaan door een monumentendeskundige en vormt dan samen met de monumentendeskundige “de monumentencommissie”. Tevens kan de dorpsbouwmeester, indien gewenst, gebruik maken van het advies van de monumentendeskundige (architect) bij de beoordeling van grootschalige of complexe plannen. De monumentendeskundige is, bij verhindering van de dorpsbouwmeester, tevens plaatsvervanger van de dorpsbouwmeester. Als monumenten deskundige is mevr. ir. I.C.T.M. Beckers aangesteld Als dorpsbouwmeester is dhr. Ir. P.G.J. Claassens aangesteld. De gemeente voert het secretariaat. Alle omgevingsvergunningsplichtig plannen worden, net zoals voorheen, getoetst aan de welstandsnota. Deze welstandsnota is van kracht sinds 1 januari 2017. De definities met betrekking tot kleine bouwwerken en beeldbepalende panden zijn met ingang van 1 januari 2018 aangepast aan de landelijke definities. In 2023 is gestart met het inroepen van het advies van de landschapsdeskundige mevr. V. Pletting van Kalsbeek en is zij toegevoegd aan de commissie.

6

In de welstandsnota is het beleidskader beschreven: Welstandsbeleid Welstandsbeleid is geformuleerd vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het publieke belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen. De overheid grijpt met welstandtoezicht in de individuele vrijheid van burgers, ondernemers en instellingen omdat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van het individu alleen. Een bouwwerk maakt deel uit van de publieke ruimte, de voorbijganger wordt ermee geconfronteerd of hij wil of niet. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving is van belang voor het welbevinden van de gebruikers, verhoogt ook de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Dorpsbouwmeester De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de afgifte van de omgevingsvergunning ligt bij burgemeester en wethouders. Zij hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het welstandsoordeel doch winnen hiervoor advies in bij de dorpsbouwmeester. De dorpsbouwmeester heeft als wettelijke taak het uitbrengen van welstandsadviezen aan burgemeester en wethouders over de aan hem voorgelegde bouwplannen in de omgevingsvergunningprocedure en het opstellen van een jaarlijks verslag van zijn werkzaamheden.

De gemeente kan de dorpsbouwmeester ook raadplegen voor andere taken zodat de ervaring en deskundigheid kan worden ingezet bij de ontwikkeling en implementatie van een integraal ruimtelijk kwaliteitsbeleid, zoals het adviseren over bestemmingsplannen en beeldkwaliteitplannen. Het beoordelen van bouwplannen en het goed verwoorden van het welstandsadvies is een specifieke deskundigheid. Alles aangaande de werkwijze van de dorpsbouwmeester is vastgelegd in het Reglement van Orde van de dorpsbouwmeester. De dorpsbouwmeester baseert zijn oordeel over ingediende bouwplannen op de 7

welstandsnota. Zijn adviezen dienen goed gemotiveerd, schriftelijk vastgelegd en openbaar te zijn. Het secretariaat berust bij een ambtenaar van de afdeling Ruimte. Deze criteria zijn duidelijk, maar laten ruimte over voor interpretatie, omdat elke situatie uniek is. Op basis van de criteria, de opdrachtsituatie, de opzet en uitwerking van het ingediende plan, komt de commissie (dorpsbouwmeester) tot een oordeel: akkoord, akkoord onder voorwaarden of niet akkoord. Zowel de dorpsbouwmeester als het college van burgemeester en wethouders dienen elk jaar schriftelijk verantwoording af te leggen aan de gemeenteraad over het toepassen van het welstandsbeleid. Aan de hand van deze rapportages kan de gemeenteraad het beleid evalueren en bijstellen. Het college van burgemeester en wethouders heeft de mogelijkheid om bij strijdigheid met redelijke eisen van welstand, zowel in positieve als negatieve zin, af te wijken van een door de dorpsbouwmeester gegeven advies, en toch de omgevingsvergunning te verlenen of te weigeren indien zij van oordeel zijn dat daarvoor zwaarwegende redenen zijn. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning schriftelijk gemotiveerd. Supervisie of planbegeleiding Indien de gelegenheid zich voordoet kan worden gewerkt met supervisie of planbegeleiding hetgeen met name bij de grotere ontwikkelingsprojecten wenselijk zal zijn.

Hierbij wordt een persoon (of team) aangesteld als zelfstandig adviseur van de gemeente, maar werkend in nauw overleg met de dorpsbouwmeester. De afstemming tussen deze supervisor en de dorpsbouwmeester moet zorgvuldig worden geregeld en vastgelegd. Deze inhoudelijke afstemming kan plaatsvinden op basis van een door de gemeenteraad vastgesteld beoordelingskader waaraan zowel de planbegeleider als de dorpsbouwmeester gebonden zijn. Ook voor supervisie of planbegeleiding geldt dat de rechtszekerheid van de initiatiefnemer vereist dat dit op het juiste niveau en met de juiste informatie verloopt en dat wat besproken wordt, genotuleerd en gerapporteerd wordt aan de dorpsbouwmeester. Wanneer uiteindelijk de omgevingsvergunning wordt aangevraagd vindt de definitieve welstandsbeoordeling plaats door de dorpsbouwmeester waarbij deze rekening houdt met hetgeen tijdens het begeleidingsproces is besproken en besloten. Deze 8

situatie (aanstellen van een supervisor) is gedurende langere tijd van kracht voor de beoordeling van plannen op Aviation Valley.

Monumenten Ten aanzien van de welstandsadvisering inzake monumenten schrijft de Monumentenwet 1988 een monumentencommissie voor. In de gemeentelijke bouwverordening is de dorpsbouwmeester aangewezen als monumentencommissie in de zin van de Monumentenwet 1988. De dorpsbouwmeester kan zich hierbij laten bijstaan door een of meer deskundige adviseurs met specifieke kennis op het terrein van de monumentenzorg. In principe zal de monumentencommissie in onderhavige gevallen gevormd worden door de dorpsbouwmeester en diens plaatsvervanger.

Beeld: RCE

9

Samen met de Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Vooroverleg Het gemeentelijk beleid propageert en biedt de mogelijkheid om, voorafgaand aan een aanvraag tot omgevingsvergunning, in vooroverleg met de dorpsbouwmeester, informatie in te winnen over de wenselijkheid van een voorgenomen bouwplan. Dergelijk overleg dient te worden geregistreerd en in het besprekingsverslag van de vergadering te worden opgenomen. Het advies wordt voorzien van het kenmerk ‘vooroverleg’. In dat geval spreekt de commissie zich uit over de hoofdopzet van het plan. Handhaving De gemeente geeft met deze welstandsnota regels voor het welstandstoezicht opgesteld en zal zich ook inspannen voor de naleving daarvan. Zij zal de nodige aandacht geven aan het handhavingsbeleid, het opsporen van en optreden tegen illegale bouwwerken. Als voor een vergunningsplichtig bouwwerk geen omgevingsvergunning is aangevraagd, dan wel het bouwwerk na realisering afwijkt van de tekeningen waarop de omgevingsvergunning is verleend, krijgt de eigenaar de gelegenheid alsnog een (gewijzigde) bouwaanvraag in te dienen. Als deze omgevingsvergunning moet worden geweigerd, bijvoorbeeld vanwege een negatief welstandsadvies dan zal de eigenaar de situatie moeten aanpassen.

Het college van burgemeester en wethouders kan, bij niet nakomen, degene die tot het opheffen van de situatie bevoegd is, aanschrijven om binnen een door hen te bepalen termijn de strijdigheid op te heffen. Voor het overige is het beleid t.a.v. handhaving vastgelegd in de Kadernota Handhaving.

10

Hoofdstuk 3

De werkwijze

Vergaderingen van de Dorpsbouwmeester. De dorpsbouwmeester vergadert twee wekelijks. De vergaderingen zijn openbaar en aanvragers/architecten worden, indien gewenst, uitgenodigd voor de vergadering van de dorpsbouwmeester. In de aanvraag kan worden aangegeven of er de wens is om de ingediende plannen toe te lichten. Hierop volgt dan een uitnodiging. Het toelichten van plannen wordt gestimuleerd om betrokkenheid van de aanvragers te vergroten en eventuele drempels te verlagen. De dorpsbouwmeester stelt het zeer op prijs om planbetrokkenen (opdrachtgevers, bewoners) te spreken. Door opdrachtgevers te betrekken bij de behandeling kan direct iets gedaan worden met de advisering hetgeen het proces verbeterd en kan versnellen. Bij de behandeling van “monumenten” wordt het advies van de monumentendeskundige gevraagd (mevr. ir. I.C.T.M. Beckers). Zij is voor de behandeling van deze plannen aanwezig bij de vergadering van de dorpsbouwmeester. Samen met de dorpsbouwmeester vormt de monumentendeskundige dan de monumentencommissie. Daarnaast wordt er advies uitgebracht buiten de reguliere vergaderingen om (via mail) of wordt er ad-hoc advies gegeven. Dit is in voorkomende gevallen nodig om het proces van beoordelen te versnellen en om beter te kunnen anticiperen op termijnen die van kracht zijn en om de aanvrager(s) beter te kunnen adviseren.

Deze wijze van werken zorgt voor een flexibele beoordelingsstructuur, waardoor de aanvragers sneller en op maat geadviseerd kunnen worden. De dorpsbouwmeester heeft de indruk dat deze werkwijze gewaardeerd wordt door de aanvragers en vindt deze manier van adviseren goed functioneren. Tevens wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden om samen met aanvrager en/of architect op locatie de situatie te bekijken en aldaar te bespreken wat tegen de achtergrond van de voorgestelde plannen de mogelijkheden zijn. 11

Tijdens de vergadering worden de plannen getoetst aan de welstandsnota en wordt op basis van de beoordelingscriteria advies uitgebracht. De dorpsbouwmeester en de monumentencommissie streeft er naar om dit advies duidelijk en ondubbelzinnig te formuleren. De behandeling van een bouwplan verloopt tijdens de vergadering op de volgende wijze:  ontvangst van initiatiefnemer en/of ontwerper ;  introductie van het plan en uitleg gang van zaken door het secretariaat en dorpsbouwmeester  toelichting van het bouwplan door de initiatiefnemer en/of ontwerper;  indien noodzakelijk een toelichting door adviseurs van de gemeente;  gelegenheid voor vragen door de commissieleden (dorpsbouwmeester en monumentendeskundige);  beraadslaging;  mogelijkheid tot reageren van de initiatiefnemer en/of ontwerper;  conclusie en samenvatting van het uit te brengen advies door de dorpsbouwmester. “Deskundigheid” Bij alle plannen, maar zeker bij monumenten en beeldbepalende gebouwen, is de kwaliteit van de ontwerper van groot belang. Het is uiteraard aan de initiatiefnemer en de aanvrager om een ter zake kundig adviseur in te schakelen.

12

Hoofdstuk 4

Ontwikkelingen

4.1 algemeen De visie op ruimtelijke kwaliteit is aan veranderingen onderhevig . Er is, zo lijkt het, steeds meer behoefte aan maatwerk. Hierbij is ook het idee om voor bepaalde locaties het beleid te versoepelen en maatwerk te leveren, waardoor van de vigerende regels vrijer geïnterpreteerd kunnen worden. Dit leidt niet zelden tot tegenstellingen tussen stedenbouw (een goede stedenbouwkundige inpassing) en ruimtelijke kwaliteit. Soms ingegeven door economische belangen. Maatwerk betekent overigens een hogere ontwerpkwaliteit. Dit kan breed gezien worden en aan de orde zijn voor stedenbouw, nieuwbouw en herbestemming als ook de inrichting van de openbare ruimte. In die zin omarmt de dorpsbouwmeester het “maatwerk” in alle aspecten van de aanvragen. 4.2 ruimtelijke kwaliteit Het begrip “ruimtelijke kwaliteit” wordt vaak op verschillende manieren gebruikt, zodat gemakkelijk verwarring kan ontstaan. Het begrip valt uiteen in drie, met elkaar samenhangende onderdelen: -

de gebruikswaarde; het efficiënte antwoord van de (on-)gebouwde ruimte op de gewenste gebruiksmogelijkheden; de culturele waarde; de oorspronkelijkheid, zeggingskracht, de cultuurhistorische waarde; de toekomstwaarde; de duurzaamheid en flexibiliteit.

Architectonische kwaliteit; d.w.z. de kwaliteit van “het gebouwde” is een aspect van het bredere begrip ruimtelijke kwaliteit.

13

Wanneer kan men spreken van goede architectuur ? Het gaat om de vraag of er objectieve criteria zijn voor het beoordelen van architectonische kwaliteit. Objectieve criteria zijn opgenomen in de welstandnota van de gemeente. De kwaliteit van een architectonisch ontwerp omvat echter meer dan het louter afvinken van deze criteria. Deze criteria kunnen niet blindelings worden gevolgd doch dienen als inspiratiebron. Anders zal vaak middelmatigheid worden geoogst. Iedere poging tot rubricering en categorisering is in strijd met de vitaliteit en de veelzijdigheid van de architectuur(geschiedenis) met al haar paradoxen, verrassingen en fascinaties ! Architectuur is, evenals andere cultuuruitingen, sterk verbonden met maatschappelijke ontwikkelingen. Toch kan men constateren dat hoogtepunten in de architectuur, tot welke stijl ze ook behoren, op den duur algemeen worden erkend, ook al gaat er soms de nodige tijd overheen. Architectonische kwaliteit is niet alleen van toepassing op “toparchitectuur”. Minstens zo belangrijk is de vormgeving van het alledaagse. Essentieel is het inzicht in wat architectonische kwaliteit teweeg kan brengen: verbazing en verwondering over de schoonheid van een gebouw, de constructie, de kleur, het licht en de ruimte, zonder te vervallen in “schreeuwlelijkheid” en modieuze oplossingen.

Belangrijk is dat gemeenten het belang van ruimtelijke kwaliteit onderkennen en hiertoe alle beschikbare middelen inzetten om te komen tot een werkbare, praktische en optimale oplossing waarbij recht gedaan wordt aan de belangen van de gemeenschap alsook van de individuele burger. De dorpsbouwmeester is net als alle andere betrokken partijen (gemeente, aanvrager etc.) van mening dat in het gehele proces de aspecten voortvarendheid en duidelijkheid zeer belangrijk zijn en voortdurend aandacht behoeven.

14

4.3 stedenbouwkundige ontwikkelingen De gemeente Beek heeft aangegeven dat ze ruimte willen geven aan ontwikkelingen die gebruik maken van de “binnenterreinen”. Dit zijn gebieden die tussen de bebouwing aan de straten gelegen zijn en vaak een groene uitstraling hebben, maar ook vaak als “achter gebied” getypeerd kunnen worden met een mindere kwaliteit. Deze gebieden of plekken bieden zeker kansen voor het oplossen van b.v. de behoefte aan woningen. Essentieel bij de invulling van deze plekken is een goed overleg en een goede visie. Vaak blijkt dat de initiatiefnemers gaan voor hoge dichtheden en intensieve bebouwing. Vanwege de kwetsbaarheid van deze gebieden en het feit dat er gebouwd wordt “achter” reeds bestaande bebouwing wordt zorgvuldigheid gevraagd en ligt de stedenbouwkundige en architectonische “lat” hoog. Dit zou ook op voorhand met de initiatiefnemers gecommuniceerd mogen worden. 4.4 verduurzaming in relatie tot monumenten Gaandeweg het proces blijkt vaak hoeveel verandering een gebouw aankan, zonder dat het monumentale karakter wordt aangetast. Dat is met name aan de orde bij het verbouwen en transformeren van monumenten. Waar verduurzaming bij alle bouwprojecten uiterst actueel is, komt dit thema ook steeds vaker aan bod bij de aanvragen met betrekking tot monumenten.

Het is onontkoombaar dat de richtlijnen omtrent monumenten aangepast dienen te worden daar waar het gaat om verduurzaming. Een goede richtlijn hiervoor zijn de regels van Rijksdienst Cultureel Erfgoed. De eisen zullen iets minder streng moeten worden. Deze verschuiving past bij de overtuiging dat de duurzaamheid van monumenten essentieel is voor de toekomst en het behoud van cultureel erfgoed en een herbestemming hiervan. Een voorbeeld betreft de regelgeving rondom zonnepanelen, die de Rijksdienst Cultureel Erfgoed in 2020 heeft versoepeld. In het algemeen zou het zo moeten zijn dat er ook bij monumenten voldoende mogelijkheden zijn om te verduurzamen. Uitgangspunt blijft altijd het behoud van de monumentwaarden. 15

De richtlijnen hieromtrent zoals opgesteld door de RCE zijn terug te vinden in publicaties van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed    

Verduurzaming van Monumenten, Afwegingskader voor vergunningverlening Zonne-energie in de historische omgeving-groene gids (update_2020) RCE zonne-energie, plannen, plantoetsers, vergunningverleners (2020) RCE Zonne-energie en uw monument (Wegwijzer voor eigenaren en huurders) 4.5 Omgevingswet

In 2022 & 2023 kon er weer fysiek vergaderd worden, dit heeft zeker bijgedragen aan de dialoog. In het vorige jaarverslag schreef ik: “De overheid is voornemens om in 2022 de omgevingswet in te voeren”. Dit voornemen is bijgesteld. Nu wordt de invoering voorzien voor januari 2024. De Omgevingswet is een grote wetgevingsoperatie. Met de Omgevingswet past het kabinet alle wetgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving aan. Onze leefomgeving vraagt om een verruimende blik. Voor wonen en werken. Voor mens en dier. Voor een leefomgeving van topkwaliteit met ruimte voor vernieuwing. Voor nu en in de toekomst. Want Nederland wordt niet groter en dit is het stuk land waarmee we het samen moeten doen. De Omgevingswet helpt hierbij door overheden samen te laten werken met wie dat wil. Door te kijken naar wat een gebied nodig heeft. Via één loket met heldere spelregels voor alle vergunningen, initiatieven en aanvragen. Begrijpelijke dienstverlening zonder gedoe voor een mooi Nederland, voor nu, morgen én overmorgen. De Omgevingswet zorgt voor een bredere blik op onze leefomgeving. In een wereld die steeds verandert, kijken we zorgvuldiger naar de kwaliteit van de plek waar we wonen, werken en onze vrije tijd doorbrengen. Deze plek moet veilig en gezond zijn en tegelijkertijd ook ruimte bieden aan ontwikkeling en aan inwoners en ondernemers met slimme ideeën.

16

Wat betekent dit concreet

Elke Nederlander die een vergunning aanvraagt die van invloed is op de leefomgeving krijgt te maken met de Omgevingswet. Maar ook als uw buren, de gemeente of andere initiatiefnemers een vergunning aanvragen die iets verandert aan uw omgeving, mag u daar iets van vinden. De Omgevingswet verplicht hen om u op tijd te informeren over hun plannen. Dat geldt ook als u zelf een vergunning aanvraagt. Voor een goed plan is altijd ruimte mits het plan past bij het Omgevingsplan van de gemeente en mits de initiatiefnemer zijn plannen heeft voorgelegd aan direct betrokkenen uit zijn omgeving. (bron VNG)

De omgevingswet vraagt om een omgevingsplan (van de gemeente Beek) en is er op gericht om plannen middels burgerparticipatie (bijvoorbeeld door gebruik te maken van de omgevingstafel) tot stand te laten komen, zowel bij visie als plan . Overleg met betrokkenen is een essentieel onderdeel van de omgevingswet om te komen tot gedragen planvorming. Het omgevingsplan vervangt als het ware het huidige bestemmingsplan. De omgevingsvergunning blijft bestaan met daarin een knip tussen het technische deel en het ruimtelijke deel. Tevens komt er een nieuwe digitale omgeving, DSO (digitaal stelsel omgevingswet) Omgevings-/ intaketafels Met de nieuwe Omgevingswet in het vooruitzicht is in 2022 een start gemaakt met de omgevingstafels. Uiteraard is het zoeken naar de juiste vorm een uitdaging. Welke disciplines sluiten op welk moment aan en wat is de verwachting van de plan – initiatiefnemers. Het zou wenselijk zijn indien er in 2024 evaluatie plaats zou vinden.

17

Hoofdstuk 5

Projecten uitgelicht 

Restauratie Sint Martinuskerk (architect: ir Karl Pesch-Konopka van Stadsherstel Limburg)

De restauratie van de Sint Martinuskerk omvat een aantal werkzaamheden, die zorgvuldig zijn gedocumenteerd en uitgewerkt , te weten: 

De herbestemming van de narthex De narthex wordt ingericht als een separaat van de kerk te verwarmen ruimte. Deze gaat dienst doen als vergader- en koffiekamer voor de parochie. Het plan hiervoor is reeds goedgekeurd door de monumentencommissie.

De stabilisatie van de toren 18

De toren van de Sint-Martinuskerk vertoond scheefstand. Dientengevolge is er een restauratieplan opgesteld dat ook uitvoerig is besproken met de monumentencommissie en de RCE. Nadat de gekozen constructieve aanpak definitief is goedgekeurd door de constructeur (in opdracht van de gemeente Beek) kan het plan definitief worden uitgewerkt en voorzien worden van een definitief (positief) advies. De stabilisatie van de gewelfconstructie boven het oksaal Door de vele bouwfases, de scheefstand van de toren en de geconstateerde afwijkingen in de constructies t.o.v. de oorspronkelijk plannen zijn met name zettingen/scheuren ontstaan in het gewelf boven het oksaal. Deze zijn dusdanig van omvang, dat constructief herstel noodzakelijk is. Het plan hiervoor is reeds goedgekeurd door de monumentencommissie. De restauratie van het geschilderde interieur Door de Stichting Restauratie Atelier Limburg (S.R.A.L.) is vooronderzoek gedaan naar de staat van het geschilderde interieur. Samen met de monumentencommissie is gekomen tot een plan van aanpak op basis waarvan een positief advies is afgegeven. De verdere uitwerking, pas te bepalen als de steiger is geplaatst en onderzoek ter plaatse verder is uitgevoerd, zal nauwlettend door de monumentencommissie worden gevolgd.

Gezien het feit dat sprake is van een voor Beek bijzonder monument en de restauratie gekenmerkt wordt door bijzondere uitdagingen en (nog steeds) grote vraagtekens is gekozen voor een aanpak waarbij zowel de monumentencommissie alsook de RCE tijdens de uitvoering regelmatig zal worden gevraagd voor een (deel-)advies. Dit betekent voor alle partijen een zorgvuldige, werkbare en voortvarende aanpak.

19

Nieuwbouw bedrijfspand Andi, bouwadres: Afrikalaan 22 (architect: M3D Ontwerp + Advies)

Het betreft de nieuwbouw van een drukkerij/bedrijfspand op Technoport Europe. Voor dit gebied is een beeldkwaliteitplan van kracht. Aandacht voor materialen en verhoudingen van de massa’s vormde een belangrijk deel van de beoordeling en het overleg met de initiatiefnemers/architect. Tevens heeft de afstemming van de gevel op de binnen indeling/functie veel aandacht gekregen tijdens de behandeling van het plan. Een aantal overleggen met de commissie hebben geresulteerd in een positief welstandsadvies

20

Realisatie kinderdagverblijf ‘ut Buurke’ te Kelmond, Bouwadres: Kelmonderstraat 66 (architect: A.H. Smink Architecten)

Dit plan/initiatief is door de tijd geëvolueerd. De aanvankelijke vormgeving was sculpturaal. Gelegen in het buitengebied is er veel aandacht besteed en overleg gevoerd over de vorm en de detaillering. Over het hoofdconcept bestond snel overeenstemming en dit ontwerp is voorzien van een positief advies Later is er gekozen voor een meer zakelijke en minder uitbundig concept, maar ook hier met een zorgvuldige vormgeving. De commissie heeft ook voor dit ontwerp een positief advies afgegeven

21

Herbestemming van een voormalige autoshowroom, Bouwadres: Weth Sangerstraat (architect: Bouwkundig Tekenburo Gerrit Scholten)

In een voormalige autoshowroom heeft Welkoop plannen ontwikkeld om een winkel te vestigen. Belangrijk bij deze invulling is de transparantie naar de openbare weg. Door de entree naar de zijkant te verleggen ontstaat aan de straatzijde een zijkant- achterkantsituatie met het gevaar dat de transparante gevel van de showroom transformeert naar een gesloten/oninteressante gevel die gesloten is. In 3 á 4 overleggen is het mogelijk gebleken om tot een situatie te komen die tegemoet komt aan zowel de wensen vanuit de commissie (gebaseerd op de welstandnota) als de gebruiker. Het plan voldoet hiermee aan redelijke eisen van welstand.

22

Herbestemming bestaand winkelpand tot appartementen, Stationstraat - Wolfeynde (architect: Wehrung)

Herbestemming van bestaande panden die het dorpsgezicht bepalen vraagt bijzondere aandacht voor architectuur. Het ontwerp dient met respect voor het verleden vormgegeven te worden. Daar waar mogelijk dienen karakteristieke elementen behouden te worden. Ook het herstellen van eventuele “fouten” uit het verleden dient nagestreefd te worden. In constructief overleg is dit mogelijk gebleken. De architect en de opdrachtgever hebben onderzoek gedaan naar de oorspronkelijke “architectuurtaal” en daar waar mogelijk deze hersteld dan wel vervangen door een passende eigentijdse oplossing. De commissie heeft hierbij een positief advies gegeven

23

Bestemmingsplan Camelitessenklooster, zorg woningen (initiatiefnemer: Nedproject b.v.)

Bovenstaand initiatief is een goed voorbeeld van initiatief voor de invulling van een binnenof achter gebied. De ligging van de geplande uitbreiding is voorzien in de voormalige kloostertuin en grenst aan de achterzijde aan de Bourgognestraat. Een woonstraat. Hierdoor hebben we enerzijds te maken met de (oorspronkelijke) kwaliteit van de tuin en anderzijds met de aansluiting op de Bougognestraat. Middels onderzoek dient geduid te worden wat de waarde is (waard stelling) van het voormalige klooster en dit in relatie te brengen met de aansluiting van de geplande nieuwbouw op het bestaande klooster. Tevens vraagt de stedenbouwkundige invulling bijzondere aandacht daar het gaat om de invulling van de kloostertuin en de aansluiting op de Bougognestraat en de daar aanwezige bebouwing. Een belangrijk element in de zoektocht is de kloostermuur. Op welke manier kan deze muur op de beste manier geïntegreerd worden in de nieuwe plannen? De Commissie is betrokken bij de planvorming (massastudie en invulling) op achter terrein van het voormalige klooster een en ander ten behoeve van het bestemmingsplan. 24

In dergelijke processen is gebleken dat het goed werkt om de commissie in een vroegtijdig stadium om advies te vragen. Daarnaast is gebleken dat het noodzakelijk is om met initiatiefnemers goed te communiceren over het doel van het overleg. Er dient voorkomen te worden dat de indruk ontstaat, dat met ondersteuning in het kader van de bestemmingsplan procedure, de plannen ook getoetst worden aan redelijke eisen van welstand. De procedure loopt nog.

25

Hoofdstuk 6

Blik op de toekomst 2022 & 2023 waren “rustige jaren” waarbij veel gesproken is over de invoering van de omgevingswet en de gevolgen hiervan op de ruimtelijke kwaliteit en het werk van de dorpsbouwmeester. “De visie op ruimtelijke kwaliteit is aan veranderingen onderhevig . Er is, zo lijkt het, steeds meer behoefte aan maatwerk. Hierbij is ook het idee om voor bepaalde locaties het beleid te versoepelen en maatwerk te leveren, waardoor van de vigerende regels vrijer geïnterpreteerd kunnen worden” In de omgevingswet die in januari 2024 wordt ingevoerd is er ook sprake van een grotere betrokkenheid bij planvorming middels participatie. De omgevingswet is een enorme verandering. Deze verandering geeft zeker mogelijkheden en vraagt om visie van de gemeente. In dit hoofdstuk willen de dorpsbouwmeester en de monumentencommissie invulling en advies geven voor de nabije toekomst en de visie op ruimtelijke kwaliteit van Beek. Dit advies wijkt niet wezenlijk af van het advies van vorige periode en jaarverslag. Met de invoering van de omgevingswet in het achterhoofd met daarin aandacht voor de kwaliteit van de omgeving in alle facetten is het nodig om stil te staan bij de borging van de ruimtelijke kwaliteit. De kernwaardes hierbij zijn het bewaren van kwaliteit uit het verleden en het bereiken en borgen van kwaliteit voor de toekomst.

26

Aan de hand van een viertal thema’s wordt hieronder beschreven wat van belang is voor de ruimtelijke kwaliteit. Aansluitend hierop wordt ingegaan op de omgevingswet en de mogelijkheden die geboden wordt om de ruimtelijke kwaliteit in een nieuw perspectief te plaatsen. 1. 2. 3. 4.

Historie Ingrepen in en uit het verleden Toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen perspectief

6.1 Historie Beek heeft een rijke historie. Al is het alleen maar omdat Beek als het oudste dorp van Nederland wordt beschouwd: Beek is het oudste dorp van Nederland. Dat blijkt uit archeologisch onderzoek door de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten RACM. In 2005 deed de RACM opgravingen op het Beekerveld. Daarbij werden vondsten uit de tijd van de bandkeramiek gedaan. Die term verwijst naar een specifieke manier van pottenbakken, die rond 5.000 voor Christus gebruikt werd. Er zijn vaker resten uit die tijd gevonden, maar er kon nooit worden vastgesteld of het ook daadwerkelijk om een dorp ging. In Beek is dat wel het geval (bron L1)

De Kern van Beek, maar ook de dorpskernen die deel uit maken van de gemeente Beek hebben een kenmerkende structuur. Deze structuur bestaat uit lintbebouwing langs de straten/wegen met daartussen grotere (veelal groene) binnen gebieden. De lintbebouwing bestaat voor een deel uit “historische” en kenmerkende bebouwing. Van oorsprong een aantal boerderijen, maar ook religieus erfgoed. Tevens bevinden zich in deze bebouwingstructuren open delen. Dit zijn vaak de vroegere huisweiden van de boerderijen. Kenmerkende plekken zijn behouden gebleven en worden ervaren als kwalitatieve stedenbouwkundige structuren. De verschillende kernen van de gemeente Beek zijn karakteristiek en waardevol te noemen. 27

Daarnaast bevinden zich in het buitengebied en aan de randen van de kernen (of wat vroeger de randen waren) een aantal kenmerkende gebouwen. Sommige met een monumentale status. Deze historische structuur met de daaraan gelegen historisch waardevolle gebouwen worden gewaardeerd. Het behoud van deze structuur en daar waar mogelijk en noodzakelijk herstellen (zie 5.2) hiervan lijkt van uit ruimtelijke kwaliteit een logische gedachte en wordt door de dorpsbouwmeester en de monumentencommissie aanbevolen. Om het culturele erfgoed voor de toekomst te beschermen adviseert de dorpsbouwmeester en de monumentencommissie om een inventarisatie te maken van voor de gemeente Beek belangrijke gebouwen en deze aan te wijzen als gemeentelijk monument. De gemeente heeft op dit moment reeds enkele gemeentelijke monumenten, die zijn aangewezen op basis van de huidige verordening. 6.2 ingrepen in en uit het verleden In de loop van de tijd zijn een aantal (“open”) plekken in/opgevuld met bebouwing, gebouwen gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Hierop terugkijkend valt te constateren dat er ook een aantal “vergissingen” tussen zitten. ‘Vergissingen’ die worden gemaakt door onnodige beschadiging of sloop van bijvoorbeeld karakteristieke gebouwen, structuren of monumenten zijn onherstelbaar. Soms blijkt dat realisatie van een nieuw gebouw een ‘vergissing’ is geweest.

Dit kan door de stedenbouwkundige uitgangspunten ontstaan of door het specifieke ontwerp. Vergissingen van deze aard zijn vaak voor een halve eeuw van invloed op de ruimtelijke omgeving. Niet zelden is er sprake van economische argumenten die er voor zorgen dat er grote wijzigingen worden aangebracht en de stedenbouwkundige randvoorwaarden worden “opgerekt”. Met gerichte advisering probeert de dorpsbouwmeester en de monumentencommissie bij te sturen. Bij een vastgesteld stedenbouwkundig uitgangspunt of indien panden niet beschermt zijn in het kader van de monumentenwet zijn de mogelijkheden echter beperkt. Desalniettemin is het van belang dat de dialoog open blijft en gevoerd kan worden. Alleen dan kan er bijgestuurd worden en er voor gezorgd worden dat plannen voldoen aan redelijke eisen van welstand. In het kader van de omgevingswet dienen wij ons te realiseren dat de gemeente géén deskundigheid op het gebied van architectuur binnen haar organisatie heeft en dat deze is ondergebracht bij de dorpsbouwmeester en de monumentencommissie beiden als onafhankelijke deskundige en adviseur van de gemeente. 28

Die deskundigheid is juist in deze tijd moeilijk te missen, omdat de rol van de ontwerper/architect cruciaal is voor de gewenste kwaliteit en beleving. Inzet van de expertise van de dorpsbouwmeester en de monumentencommissie in de vroege fase van initiatieven draagt dus zowel bij aan het voorkomen van vergissingen als aan een zorgvuldige fysieke leefomgeving. 6.3 Toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen De economische situatie in het verleden en heden is van invloed op de druk, of juist geen druk, op de ruimtelijke ontwikkelingen. Zo ook in Beek. De afgelopen tijd is merkbaar dat het aantal (grootschalige) initiatieven toeneemt en dat de initiatiefnemers zoekende zijn naar mogelijkheden. Bij deze zoektocht (veelal economisch gedreven) kan ook de ruimtelijke kwaliteit onder druk komen te staan. De grenzen van de mogelijkheden worden opgezocht waarbij er niet altijd oog is voor de omgeving en waardevolle aspecten uit deze omgeving. In sommige gevallen kan de economie ook aan de kant staan van de kwaliteit. Een sprekend voorbeeld uit het verleden is het initiatief om op de hoek Wolfeynde – Stationsstraat nieuwbouw te realiseren. Op basis van stedenbouwkundige uitgangspunten (hoogte, bebouwingspercentage en volume) die met de gemeente geformuleerd waren werd een plan gepresenteerd.

De dorpsbouwmeester en de monumentencommissie waren verbaasd over de geformuleerde stedenbouwkundige uitgangspunten en hebben met de initiatiefnemer in de betrokken architect gezocht naar mogelijkheden om de plannen bij te stellen naar massa en vorm die meer passend was voor de “plek”. Een plek die zich kenmerkt door waardevolle en monumentale bebouwing met een hoge ruimtelijke kwaliteit. Helaas hebben deze gesprekken niet tot het gewenste resultaat geleid. Door de economische situatie (tenminste zo vermoeden wij) hebben deze plannen geen doorgang gevonden. De plannen die hiervoor in de plaats zijn gekomen doen recht aan de plek en de omgeving en houden rekening met de waarde van het gebied. Het resultaat is te zien en verdient waardering. De economie is niet altijd een tegenstander. 29

Het gaat echter lang niet altijd zo. Waardoor het zaak is om in een vroeg stadium stil te staan bij gewenste ruimtelijke ontwikkelingen om die manier “vergissingen” die niet meer repareerbaar zijn te voorkomen. De dorpsbouwmeester en de monumentencommissie dringen dan ook aan op vroegtijdig overleg met stedenbouw en andere afdelingen van de gemeente en vraagt met klem aan de gemeente om gebruik te maken van hun expertise. Met de invoering van de omgevingswet in 2023 of 2024 ontstaat een nieuwe situatie. De omgevingswet is een ambitieus project. De omgevingswet gaat uit van decentralisatie in het fysieke domein. De omgevingswet wil een transitie naar een duurzame samenleving stimuleren. De omgevingswet gaat uit van vertrouwen tussen overheid en burgers. De omgevingswet beoogt meer vrijheid voor initiatiefnemers. De omgevingswet wil bestuurlijke en ambtelijke cultuurverandering stimuleren (van nee tenzij, naar ja mits). Verbeteringen: Inzichtelijk omgevingsrecht. Leefomgeving centraal. Ruimte voor maatwerk. Sneller en beter. De invoering van de omgevingswet heeft ingrijpende gevolgen voor de Ruimtelijke Ordening. De grotere maatschappelijke opgaven staan centraal en vragen om een integrale benadering. Het fysieke domein is de plek waar wij leven.

We zullen moeten leren omgaan met de mogelijke spanning tussen flexibiliteit (meer vrijheid voor initiatiefnemers) en rechtszekerheid waarbij de (lokale) overheid de rol van verbinder krijgt. Overleg met derden bij de totstandkoming van beleid staat centraal; de omgevingsvergunning dient als communicatiedocument waarbij er een knip is tussen “technisch” en “ruimtelijk”. De mogelijkheid wordt geboden om burgers te laten participeren bij het totstandkomen van de omgevingsvisie die door de gemeente opgesteld dient te worden en die in de plaats komt van de bestemmingsplannen zoals we die nu kennen. Ook 30

bij planinitiatieven kunnen burgers participeren. De omgevingsvisie en de omgevingsplannen vragen een duidelijke kaderstelling door de raad na een uitgebreide consultatie van de samenleving. In voorbereiding op de omgevingswet acht de dorpsbouwmeester en de monumentencommissie het van belang om kennis en kunde in te brengen en in overleg met de gemeentelijke diensten vorm te geven aan de omgevingsvisie en de omgevingsplannen. Door in een vroegtijdig stadium alle disciplines bij elkaar te brengen wordt de ruimtelijke kwaliteit gediend en kunnen “vergissingen” voorkomen worden. Zoals bekend verondersteld is de initiatieftafel of omgevingstafel een goed instrument om belanghebbenden met elkaar in contact te brengen. De dorpsbouwmeester en de monumentencommissie kunnen daar hun expertise inbrengen en de gemeente van ruimtelijjk advies dienen De ervaringen tot nu toe zijn positief. Evaluatie van de werkwijze met betrokkenheid van de dorpsbouwmeester en de monumentendeskundige wordt aanbevolen. 6.4 Tot slot: Graag blijven de dorpsbouwmeester en de monumentendeskundige in overleg met de wethouder (het jaarlijkse gesprek). Beter nog zou zijn een halfjaarlijks gesprek Het verdient de aanbeveling om de welstandsnota (uit 2018) te hernieuwen met daarin vooral aandacht voor de positie van monumenten en beschermde dorpsgezichten.

De commissie is verheugd met het feit dat de gemeente voornemens is om in 2024 te starten met de inventarisatie en vervolgend de aanwijzing van gemeentelijke monumenten (coalitieakkoord). Daarnaast dient in de nota ook opgenomen te worden hoe om te gaan met: monumenten en duurzaamheid. De RCE heeft hiervoor reeds diverse handleidingen opgesteld voor gemeenten (zie ook eerder in dit verslag) Ook aandacht voor reclame en signing verdient op een meer nadrukkelijke wijze een plek in de welstandsnota. Met als voorbeeld de afbeelding hiernaast waarbij goed te zien is wat de impact kan zijn verandering van reclame ca. 10 % van de aanvragen betreffen reclame. 31

Hoofdstuk 7

Statistieken 2022

32

Statistieken 2023

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beek&id=a334a470-c79d-4bb3-8ec8-4635ec87bedf