CConstaterende datBeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatie verstrekking

Commissie Inwonerszaken 2 september 2025, gemeente BeekBij agendapunt: Raadstukken: Beleidskader Wmo-Toezicht kwaliteit en rechtmatigheid 20256.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*25uit00666*

Stichting Adviesraad Sociaal Domein Beek Dassenburcht 8 6191 LE BEEK Ons kenmerk: 25uit00666 Uw kenmerk: Uw brief d.d.: Bijlage(n): Pagina: 01/23 Datum:

Onderwerp: Reactie op uw advies Wmo-Toezicht

Geachte adviesraad,

Wij hebben uw advies over het Beleidskader Toezicht Wmo op 18 april 2025 ontvangen. Wij danken u dat u in samenwerking met de adviesraden van Sittard Geleen en Stein ons van dit advies heeft voorzien. Hieronder geven we een reactie op de door u gestelde vragen.

1. Pagina 3, Alinea 1 en 3 Het Wmo-toezicht bestaat in de huidige uitvoeringspraktijk uit drie onderdelen: - Calamiteitentoezicht; - Kwaliteitstoezicht; - Rechtmatigheidstoezicht. Dit beleidskader is uitsluitend bedoeld voor kwaliteitstoezicht en rechtmatigheidstoezicht. Het calamiteitentoezicht is belegd bij GGD-Limburg en wordt in dit beleidskader niet besproken. De gemeenten zien toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid in samenhang met elkaar. Een voorbeeld daarvan is dat in de praktijk in de gevallen waar onrechtmatigheid wordt geconstateerd vaak ook sprake is van een gebrek aan kwaliteit. ► Vraag: Het is niet duidelijk waarom de toezichtlast voor zorgaanbieders zou verminderen en waarom dat een issue is voor het Wmo-toezicht. Deze zin komt ook weer voor bij 3.2 van het beleidskader. Reactie: Aanbieders van Wmo ondersteuning hebben vaak contracten met meerdere gemeenten en bieden daarnaast geregeld zorg aan in het kader van de Wlz, forensische zorg en de Jeugdwet. Op deze manier hebben zij te maken met veel verschillende contractuele afspraken en verschillende toezichthoudende instanties. Om de toezichtlast vanuit onze drie gemeenten te beperken, trekken de Wmo-toezichthouders waar mogelijk en passend samen op in het rechtmatigheids- en kwaliteitsonderzoek. Daarmee wordt voorkomen

Postbus 20 6190 AA Beek Raadhuisstraat 9 6191 KA Beek T 046 - 43 89 222 E info@gemeentebeek.nl www.gemeentebeek.nl

dat vanuit de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek een aanbieder het ene moment wordt gevraagd medewerking te verlenen aan het ene onderzoek, en even later aan het andere. Door de onderzoeken samen uit te voeren, is dit voor de aanbieder overzichtelijker en is de gevraagde tijdsinvestering voor de betreffende aanbieder beperkt. Dit past bij het uitgangspunt van de gemeente om in partnerschap te werken.

Pagina: 02/23

➔ Wijziging in beleidskader, pagina 14, paragraaf 3.2: “Dit vermindert de toezichtlast voor zorgaanbieders, doordat toezichthouders waar relevant gelijktijdig vanuit verschillende perspectieven (kwaliteit en rechtmatigheid) opereren en onderzoeksactiviteiten en bevindingen op elkaar afstemmen”.

2. Pagina 3, Alinea 4 Proactief en reactief toezicht In deze alinea is sprake van diverse vormen van toezicht: Soort toezicht Inhoud Reactief toezicht Naar aanleiding van calamiteiten of signalen. Proactief toezicht Risico-gebaseerd en thematisch toezicht Structureel toezicht Preventief toezicht ‘aan de voorkant’

Zonder directe aanleiding. Vroegtijdig voorkomen en signaleren van misstanden en knelpunten. Volgt uit risicoanalyses, op basis van risicoprofielen, cliëntervaringsonderzoeken en bedrijfsvoering informatie. o.a. periodieke steekproeven ZIN en pgb’s. o.a. screening toetredende zorgaanbieders hoofd- en onderaannemers)

Uitvoering door GGD en Wmo toezicht Wmo-toezicht Wmo-toezicht

Wmo-toezicht Wmo-toezicht

►Advies: Voeg aan het beleidskader een begrippenlijst toe met alle relevante soorten toezicht en Wmo-toezichthouders. Reactie: We onderscheiden twee soorten toezicht: reactief toezicht (op basis van signalen of calamiteiten) en proactief toezicht (zonder directe aanleiding, t.b.v. voorkomen en vroegtijdig signaleren van misstanden). Binnen proactief toezicht kennen we drie vormen: 1. Risico-gebaseerd- en thematisch toezicht 2. Structureel toezicht 3. Preventief toezicht Reactief toezicht op basis van calamiteiten (wettelijke verplichting) is belegd bij de GGD. Reactief toezicht op basis van signalen (bijvoorbeeld via het gemeentelijk meldpunt) is belegd bij de Wmo-toezichthouders van de drie gemeenten.

➔ Wijziging in beleidskader, pagina 14, paragraaf 3.3: “De gemeenten voeren zowel reactief als proactief toezicht uit. Reactief toezicht richt zich op calamiteiten (uitvoering door de GGD Zuid-Limburg) of signalen van mogelijke misstanden: onwenselijke, onrechtmatige of ontoelaatbare situaties (uitvoering door de gemeenten).” […] “Onder proactief toezicht verstaan we […]. Dit kent verschillende vormen:. a. Bij risico-gebaseerd toezicht wordt op basis van een risicoanalyse bepaald waarop toezicht wordt gehouden, bijvoorbeeld op basis van (financiële) gegevens van zorgaanbieders, eerdere signalen of andere bronnen. b. Bij thematisch toezicht is een bepaalde vorm van ondersteuning onderwerp van toezicht. c. Preventief toezicht zien we als toezicht ‘aan de voorkant’, zoals een uitgebreide screening van nieuwe zorgaanbieders. d. Tot slot is structureel toezicht een werkwijze waarbij bijvoorbeeld jaarlijks steekproeven plaatsvinden onder een deel van onze zorgaanbieders”.

3. Pagina 5, 1.2 Toezichtcyclus, alinea 1 De gemeenten stellen ieder afzonderlijk dit beleidskader vast, maar geven hier gezamenlijk uitvoering aan. In de inrichtings- en uitvoeringsfase worden de plannen uit de beleidsfase uitgevoerd. ► Advies en vragen: • Maak in het implementatie- c.q. uitvoeringsplan en handhavingskader duidelijk HOE de drie gemeenten met elkaar gaan samenwerken. • Hoe groot (o.a. FTE) wordt de Wmo-toezichtorganisatie? Zijn daar normen voor? • Is de Wmo-toezichtorganisatie al in de begrotingen 2025 opgenomen? Zie ook passage 20. • Zijn er afspraken gemaakt over financiële verdeling van de kosten per gemeente? Reactie: De komende tijd maken we afspraken tussen de drie gemeenten over hoe er samengewerkt wordt. Dit landt in het Uitvoeringsplan OF in onderliggende werkinstructies. De Wmo-toezichtorganisatie omvat op dit moment 3 Fte. Hier zijn geen landelijke standaarden of normen voor. Kennis van andere gemeenten leert ons dat wij met deze formatie vooruit lopen. De toezichtorganisatie is in de begroting van 2025 opgenomen. De financiële verdeling van de kosten zijn opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeenten Sittard-Geleen, Beek en Stein. De financiële

Pagina: 03/23

verdeelsleutel is gebaseerd op inwoneraantal. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

4. Pagina 6, 1.3 Uitwerking beleidskader, alinea 2 Op basis van dit beleidskader stellen de gemeenten een uitvoeringsplan vast met daarin een nadere uitwerking en concretisering van de in het beleidskader vastgestelde uitgangspunten. ► Vraag: Op welke termijn wordt het uitvoeringsplan vastgesteld? De toezichthouders bieden ieder jaar een jaarverslag aan bij het colleges van B&W en de gemeenteraden. ► Advies: De VNG-handreiking 6 adviseert om het jaarverslag ook aan de Adviesraden aan te bieden en daarna officieel te publiceren. Reactie: Het uitvoeringsplan wordt afgerond na vaststelling van het beleidskader in de colleges. Naar verwachting gebeurt dit nog voor de zomer. Het jaarverslag van de Wmo-toezichthouders wordt jaarlijks gepubliceerd op de website van de gemeenten. Daarmee is het jaarverslag voor iedereen openbaar en ook te raadplegen door de Adviesraden. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

5. Pagina 8, 2.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, alinea 2 Vooruitlopend op eventuele wetswijzigingen om het Wmo-toezicht steviger te verankeren, hebben de gemeenten nadrukkelijk aandacht voor thema’s als onafhankelijkheid, proactief toezicht en transparantie. ► Het is positief dat de gemeenten alvast voorsorteren op de o.a. in de Hoofdlijnenbrief 4 aangekondigde wetswijziging. Reactie: N.v.t. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

6. Pagina 9, 2.1.4 De gemeentelijke toezichthouders. De Adviesraden lezen in deze alinea dat met uitzondering van het calamiteitentoezicht (GGD) alle ander toezicht Wmo betreffende wordt uitgevoerd door (interne) toezichthoudende ambtenaren die door gemeenten via aanwijzingsbesluiten zijn aangesteld op rechtmatigheid en kwaliteit. ► Advies: Zie passage 11 van dit advies ‘Duidelijkheid over begrip toezichthouder’.

Pagina: 04/23

Pagina: 05/23 Reactie: Reactie onder passage 11. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

7. Pagina 10 en 11, 2.2 Vormen van toezicht Volgens de VNG Handreiking 6 wordt onder toezicht verstaan “het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren” De wet onderscheidt twee soorten toezicht: - Kwaliteit Toezicht op kwaliteit gaat over de naleving van kwaliteitseisen uit wet - en regelgeving. Dit betreft wettelijke kwaliteitseisen, maar ook gemeentelijke beleidsregels en contractuele afspraken met zorgaanbieders. Sittard-Geleen, Beek en Stein verstaan onder toezicht op kwaliteit: toezien dat de zorg die is afgesproken ook wordt geleverd en dat deze zorg passend is (bij de zorgbehoefte van de inwoner en gericht op het versterken van zelfredzaamheid). ► De gemeenten geven een eigen invulling aan kwaliteit en rechtmatigheid. ► Advies: verander de term ‘zorgbehoefte’ in zorgvraag. Reactie: De gemeenten geven de voorkeur aan de term ‘zorgbehoefte’. Zorgbehoefte betreft hetgeen iemand feitelijk nodig heeft aan zorg (objectief). Een zorgvraag gaat over wat een persoon aangeeft nodig te hebben of vraagt (subjectief). De zorgvraag kan afwijken van de werkelijke zorgbehoefte. ➔ Wijziging in beleidskader: Zorgbehoefte wordt veranderd in ondersteuningsbehoefte.

Rechtmatigheid Rechtmatigheidstoezicht houdt in dat de gemeenten controleren of ontvangen middelen voor ZiN of pgb’s volgens de geldende wetten, regels en procedures worden ingezet (rechtmatig en doelmatig) door zorgaanbieders of inwoners. Het doel is om misbruik, fraude en/of inefficiënt gebruik van publieke middelen te voorkomen of te stoppen. Daarbij richt Wmo-toezicht zich zowel op ZiN als op pgb. In beide gevallen gaat het om zorg en ondersteuning voor inwoners en vinden de gemeenten het belangrijk dat deze zorg passend, kwalitatief, doelmatig en rechtmatig is. Bij ZiN heeft de gemeente een directe contract uele relatie met betrokken zorgaanbieders. In het geval van pgb heeft de gemeente geen directe contractuele relatie met de aanbieder. Waar relevant wordt in dit beleidskader het onderscheid tussen ZiN en pgb genoemd.

► Uit het VWS-VNG Beleidskader 1: ”De Wmo-toezichthouder: Toch is het niet vanzelfsprekend om ook de kwaliteit van pgb-ondersteuning te laten toetsen door de Wmo toezichthouder. De kwaliteitseisen uit de Wmo 2015 zijn immers niet rechtstreeks van toepassing, omdat de gemeente geen directe contractrelatie met pgb-aanbieders heeft. De gedachte achter het pgb is dat de cliënt zelf de regie voert en zelf verantwoordelijk is voor kwaliteitsafspraken met de pgb-aanbieder. Toch is het mogelijk om toezicht op de kwaliteit van pgb-ondersteuning uit te oefenen, indien de gemeente expliciet voorwaarden voor pgb-ondersteuning in de verordening heeft opgenomen.” ► Advies: De Adviesraden zijn in beginsel geen voorstander van toezicht op kwaliteit bij pgb. Men mag niet tornen aan de keuzevrijheid van de zorgvrager. De Adviesraden zijn wel voorstander van toezicht op doelmatigheid. Reactie: Met het toezicht op de kwaliteit van pgb’s oefent de gemeente geen invloed uit op de keuzevrijheid van de inwoner. Keuzevrijheid van inwoners vinden de gemeenten belangrijk en staat niet ter discussie. Inwoners zijn vrij zelf een aanbieder te kiezen. De Wmo-toezichthouders kunnen vervolgens toetsen of de ondersteuning van de door de inwoner gekozen aanbieder voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen.

Daarmee waarborgt de gemeente dat inwoners ook via een pgb kwalitatieve (en doelmatige en rechtmatige) ondersteuning ontvangen en voorkomen we dat er misbruik wordt gemaakt van kwetsbare inwoners. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

8.

Pagina 12, alinea 1 De gemeenten onderschrijven de zes principes van goed toezicht uit de rijksbrede visie op toezicht. 1 De zes principes zijn verwerkt in vijf uitgangspunten: Rijksbrede visie op toezicht - selectief - hoogwaardig - samenwerken - onafhankelijk - transparant - professioneel

Sittard-Geleen, Beek en Stein - werken vanuit de bedoeling - partnerschap - vertrouwen, maar met controle - lerende organisatie - transparantie

► Ook hier geven de gemeenten een eigen invulling aan kwaliteit en rechtmatigheid.

Pagina: 06/23

Pagina: 07/23 ► Advies: de Adviesraden hebben een duidelijke voorkeur voor de zes principes van goed toezicht van de rijksbrede kaderstellende visie op toezicht geoperationaliseerd voor Wmo 2015. Het is niet duidelijk waarom afwijkend gekozen wordt voor vijf nieuwe uitgangspunten. De principes ‘professioneel’ en ‘hoogwaardig’ komen in de nieuwe uitgangspunten niet goed uit de verf. Reactie: Samen met diverse betrokkenen binnen de gemeenten, waaronder Wmo-consulenten, beleid, contractmanagement en anderen, zijn de zes principes van goed toezicht uit de rijksbrede visie op toezicht vertaald naar lokale uitgangspunten. Daar is voor gekozen omdat deze lokale uitgangspunten passen bij de overkoepelende visie van de drie gemeenten op het sociaal domein. Dit bevorderd integraliteit en samenhang tussen de verschillende beleidskaders en geeft daarmee een eenduidig geluid richting inwoners en uitvoering. De geformuleerde uitgangspunten sluiten daarmee aan bij de lokale context en zijn doorleefd door de verschillende betrokkenen. Het principe ‘professioneel’ schrijft voor dat de Wmo-toezichthouders op een professionele en integere wijze te werk gaan, zich toetsbaar opstellen en samenwerken met collega’s en het college van B&W. Dit principe schrijft ook voor dat Wmo-toezichthouders hun eigen kennis en vaardigheden als ook die van de beroepsgroep blijven ontwikkelen.

Dit is door de gemeenten verwerkt in de lokale uitgangspunten. Met name in 3.1.3 (tweede alinea) en 3.1.4. Het principe ‘slagvaardig’ schrijft voor dat de Wmo-toezichthouders aanbieders en anderen stimuleren om het gewenste resultaat (voldoende kwaliteit, rechtmatigheid, doelmatigheid) te bereiken. Het toezicht moet slagvaardig zijn als de situatie dat vereist, oftewel, de Wmo-toezichthouders moeten in actie komen als signalen van inwoners of andere daar aanleiding toe geven. Ook moeten zij de mogelijkheid hebben om snel (handhavings)maatregelen in te zetten als dat nodig blijkt. Dit is door de gemeenten verwerkt in de lokale uitgangspunten. Met name in 3.1.2 en 3.1.3. (Bron: De zes principes van goed toezicht zijn: selectief, slagvaardig, samenwerkend, onafhankelijk, transparant en professioneel. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2005). Minder last, meer effect: Zes principes van goed toezicht. Link; VNG. (2017). Inrichting van het Wmotoezicht: Handreiking voor gemeenten. Link.) ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

Pagina: 08/23 9. Pagina 12, 3.1.1 Werken vanuit de bedoeling, alinea 2 Het Wmo-toezicht is bovendien zichtbaar en vindbaar: inwoners, zorgaanbieder, gemeentelijke functionarissen en anderen weten waar zij terecht kunnen met signalen. ► Advies: Geef meer duidelijkheid in welke richting de plannen van de gemeente gaan. (Zie ook 5.1 van het beleidskader) Er zijn duidelijke kaders nodig om te bepalen wat verwacht wordt van de Wmo-toezichthouder als deze moet ‘werken vanuit de bedoeling’. Reactie: De plannen van de gemeenten worden in hoofdstuk vijf van het beleidskader op hoofdlijnen beschreven. In het Uitvoeringsplan wordt concreter invulling gegeven aan de benodigde acties om het Wmo-toezicht in de gemeenten te implementeren en versterken. In interne werkinstructies en openbare toezichtinstrumenten worden bepaalde taken van de Wmo toezichthouders nader uitgewerkt (zoals een handhavingskader). ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

10. Pagina 14, 3.1.5 Transparantie, alinea 1 De gemeenten zijn transparant over de werkwijze rond Wmo-toezicht. Dat wil zeggen dat de gemeenten deze werkwijze op hoofdlijnen zorgvuldig beschrijven en beschikbaar stellen voor inwoners en zorgaanbieders. ►Vraag: Hoe gaan de gemeenten de inwoners informeren over het Wmotoezicht? Daarbij gaat het niet alleen over resultaten maar ook over HOE het Wmo-toezicht in algemene zin wordt uitgeoefend. Reactie: Op basis van het uitvoeringsplan stellen de gemeenten (Wmo toezichthouders in samenwerking met de communicatieadviseurs) een communicatieplan op. Daarin is aandacht voor de wijze waarop inwoners geïnformeerd gaan worden over het Wmo-toezicht (zowel over de resultaten als over de werkwijze). Vooruitlopend op het communicatieplan kunnen we u vast mededelen dat er gewerkt wordt aan een aparte pagina op de gemeentelijke website waar informatie over het Wmo-toezicht op komt te staan. Daarbij is aandacht voor heldere, begrijpelijke taal (B1 niveau) en maken we waar mogelijk gebruik van ondersteunend beeldmateri aal. Naast inwoners, informeren de Wmo-toezichthouders ook aanbieders. Dit doen zij naast de communicatie op de website bijvoorbeeld ook door aan te sluiten bij periodieke bijeenkomsten met aanbieders georganiseerd door de drie gemeenten.

Pagina: 09/23 ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

11. Over bevoegdheden en positionering van de toezichthouders pag. 15 t/m 17 Duidelijkheid over het begrip ‘Toezichthouder’ Uit de Scope van dit beleidskader (pag. 11, 2.3) blijkt dat het beleidskader een kader biedt voor het inrichten en uitvoeren van de verschillende vormen van het Wmo-toezicht en daaruit volgende handhavingsmaatregelen voor de gemeenten Sittard-Geleen, Beek en Stein. In de Wmo 2015 is sprake van ‘Wmo-toezicht’, ‘personen belast met toezicht’ en ‘toezichthoudende ambtenaren’. In dit beleidskader worden de volgende termen door elkaar en willekeurig gebruikt zonder dat duidelijk is om welke toezichthouder het gaat, GGD of Wmotoezicht of beide: - toezicht; - Wmo-toezicht; - de toezichthouder(s); - de toezichthoudende ambtenaar; - calamiteitentoezicht; - GGD. ► • • •

Advies: Check, om verwarring te voorkomen, alle toezichttermen en hernoem elk toezicht dat geen calamiteitentoezicht is (belegd bij de GGD) als ‘Wmotoezicht’. Hernoem ‘toezichthouder’ of ‘toezichthoudend ambtenaar’ als Wmotoezichthouder Uit het VWS-VNG in februari Beleidskader: 1 ” De Wmo-toezichthouder wordt onafhankelijk en dus ook niethiërarchisch ondergeschikt gepositioneerd van de dienst of het organisatieonderdeel dat verantwoordelijk is voor het opstellen, vaststellen en uitvoeren van het lokale beleid. Dit betekent dat de Wmo-toezichthouder wordt aangesteld door het college van Burgemeester en Wethouders (hierna: college), maar daarna onafhankelijk onderzoek doet en de eigen bevindingen rapporteert. Het toezicht is hierdoor niet ondergeschikt aan de wensen van colleges en/of beleid voor wat betreft de manier waarop toezicht wordt gehouden. De kern is dat de toezichthouder niet ongeoorloofd kan worden beïnvloed binnen de (wettelijk) bepaalde toezichtstaken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.” De toezichthouder kan hierbij zowel binnen de gemeente (intern) als extern zijn gepositioneerd.

•

Geef de Wmo-toezichthouders een eigenstandige plek zodat ze als Wmotoezicht onafhankelijk kunnen functioneren. Creëer daarnaast een onafhankelijke onbezoldigde Adviescommissie van oudgedienden met veel praktische kennis van toezicht die kan meekijken en met suggesties kan komen. (Voorbeeld VNG-handreiking) 6.

Reactie: Uw advies om alle toezichttermen na te lopen en waar passend te vervangen door ‘Wmo-toezicht’ en ‘Wmo-toezichthouder’ nemen wij over. De Wmo-toezichthouders worden door het college van B&W van SittardGeleen aangesteld (de colleges van Beek en Stein mandateren hen daartoe). De Wmo-toezichthouders zijn hiërarchisch niet ondergeschikt gepositioneerd van de het organisatieonderdeel dat zich bezighoudt met Wmo beleid en uitvoering. De positionering in team Zorg is functioneel. Dat wil zeggen dat de teamleider van team Zorg geen invloed heeft op activiteiten en uitvoering van toezichtstaken. In het beleidskader wordt het Signaleringsoverleg genoemd. Dit overleg wordt opgericht om de Wmo-toezichthouders gevraagd en ongevraagd te adviseren, kennis te delen en mee te kijken. De Wmo-toezichthouders hebben daarnaast verschillende kanalen waar zij extern/onafhankelijk advies kunnen vragen, zoals de VNG Academie en de VNG regioadviseurs. Vooralsnog is er niet gekozen voor een externe adviescommissie (deze mogelijkheid is wel verkend). Wel zeggen we in het beleidskader toe dat we over enige tijd onafhankelijk laten evalueren in welke mate de onafhankelijkheid van de Wmo-toezichthouders in de praktijk voldoende gewaarborgd is. Indien uit die onafhankelijke evaluatie blijkt dat een externe adviescommissie van toegevoegde waarde is, verkennen de gemeenten deze optie.

➔ Wijziging in beleidskader: Op diverse pagina’s zijn toezichttermen vervangen door ‘Wmo-toezicht’ en ‘Wmo-toezichthouder’.

12.

Pagina 16, 4.3 Onafhankelijke positionering van de toezichthouders, alinea 2 Om samenwerking en kennisuitwisseling met andere afdelingen te bevorderen zijn de toezichthouders dicht bij de uitvoering gepositioneerd, in het team Zorg van de gemeente Sittard-Geleen. Daarmee vallen zij onder de dagelijkse leiding van de teammanager van team Zorg. ►Advies: • Hernoem ook hier ‘de toezichthouders’ naar ‘Wmo-toezichthouder’. • Zie ook passage 11, ‘Duidelijkheid over het begrip Toezichthouder’

Pagina: 10/23

Pagina: 11/23 Reactie: Uw advies om alle toezichttermen na te lopen en waar passend te vervangen door ‘Wmo-toezicht’ en ‘Wmo-toezichthouder’ nemen wij over. ➔ Wijziging in beleidskader: Op diverse pagina’s zijn toezichttermen vervangen door ‘Wmo-toezicht’ en ‘Wmo-toezichthouder’.

De toezichthouders informeren de teammanager Zorg over mogelijke bestuurlijke gevoeligheden in onderzoeken. (alinea 3) ►Vraag: Waarom is dit nodig? • Wat wordt bedoeld met informeren? • Is dat letterlijk alleen informeren of ook overleg? • Wat wordt bedoeld met bestuurlijke gevoeligheden? • De Wmo-toezichthouders kunnen onafhankelijk en onpartijdig functioneren en zijn alleen verantwoording verschuldigd aan de colleges van B&W van de drie gemeenten. Reactie: Het informeren van de teammanager Zorg is nodig zodat de gemeente tijdig kan inspelen op mogelijke gevolgen of reacties van inwoners, aanbieders, media of politiek. Het gaat niet om inhoudelijke sturing, maar om bewustzijn en voorbereiding binnen de organisatie. De teamleider is daarbij de schakel naar het College van B&W (als eindverantwoordelijke). Zo blijft de Wmo-toezichthouder onafhankelijk, maar kan de gemeente wel haar bestuurlijke verantwoordelijkheid nemen. ‘Informeren’ betekent hier het tijdig en objectief delen van relevante signalen of ontwikkelingen met de teammanager. Primair gaat het om informeren, maar in de praktijk kan daar overleg uit volgen - bijvoorbeeld om samen te bespreken wat een gepaste bestuurlijke reactie zou kunnen zijn. De Wmo-toezichthouder blijft inhoudelijk onafhankelijk, het overleg mag daar geen afbreuk aan doen.

Onder bestuurlijke gevoeligheden verstaan we onderwerpen of situaties die politiek, maatschappelijk of ambtelijk extra aandacht of zorgvuldigheid vragen, zoals kritiek op een veelgebruikte zorgaanbieder, onderzoek met impact op kwetsbare groepen, benadelen of (ongewenste) media-aandacht voor inwoners en aanbieders. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen

► Advies: De communicatie tussen de Wmo-toezichthouders en de Teammanager Zorg dient te allen tijde schriftelijk vastgelegd te worden.

Pagina: 12/23 Reactie: Uw advies om alle communicatie tussen de Wmo-toezichthouders en de teammanager Zorg schriftelijk vast te leggen nemen wij niet over. De gemeenten volgen voor het delen en vastleggen van informatie de richtlijnen van de Wet open overheid. Bepaalde gevoelige informatie (zoals informatie over personen, bedrijfsgeheimen of anderszins informatie die niet openbaar gedeeld mag worden) wordt niet standaard vastgelegd en geregistreerd. Informatie over onderzoeken wordt door de Wmo-toezichthouders zorgvuldig geregistreerd in een intern registratiesysteem. Hier kunnen meldingen en onderzoeken worden verrijkt en vindt zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens plaats. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

► Advies: De Adviesraden adviseren ter voorkoming van belangenverstrengeling een gedragscode voor het Wmo-toezicht dat o.a. toezicht op familieleden of anderszins bekenden van de Wmo-toezichthouders verbiedt. Reactie: De gemeenten onderschrijven uw advies. Dit geldt voor alle ambtenaren van de gemeenten. In de Gedragscode Integriteit Gemeenteambtenaren staat onder meer: “De ambtenaar voorkomt (de schijn van) belangenverstrengeling. De ambtenaar vervult geen werkzaamhe den waarbij zijn privébelangen kunnen botsen met zijn functioneren als ambtenaar. Indien zich een situatie van (mogelijke) belangenverstrengeling voordoet, meldt de ambtenaar dit direct bij zijn leidinggevende.” (Bron: Modelgedragscode Integriteit gemeenteambtenaren, VNG) Op het moment dat een familielid of bekende melder of onderwerp van toezicht is, kunnen de Wmo-toezichthouders het onderzoek overdragen aan één van de andere Wmo-toezichthouders. Ook hanteren de Wmo-toezichthouders het vierogenprincipe bij gesprekken en belangrijke afwegingen in onderzoeken en handhaving om objectiviteit te borgen. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

Toezichthouders zijn ook structureel aanwezig op de locaties van de gemeenten Beek en Stein. (alinea 2) ► Vraag: Zijn dit Wmo-toezichthouders uit Sittard-Geleen of worden ook Wmotoezichthouders aangewezen in Beek en Stein? Reactie: De Wmo-toezichthouders werken voor alle drie de gemeenten en

zorgen voor structurele zichtbaarheid in- en samenwerking met alle drie de gemeenten. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

13. Pagina 17, 4.4 Bepalen van- en rapporteren over onderzoeksactiviteiten. ► 2e alinea, 4 e regel een typo ‘prioritieten’ Het college van B&W van Sittard-Geleen wijst toezichthouders aan (conform artikel 6.1 lid 1 Wmo 2015) en geeft hun de bevoegdheid om onafhankelijk toezicht uit te voeren. De colleges van B&W van Beek en Stein mandateren Sittard-Geleen daartoe. Jaarlijks evalueren de drie gemeenten samen het toezicht en kijken zij vooruit. (alinea 1) ► Advies: De Adviesraden vinden het belangrijk dat bij de evaluatiemomenten van dit voorliggende beleidskader nadrukkelijk beoordeeld wordt welke resultaten zijn behaald. Reactie: Dank voor uw oplettend oog. De gemeenten onderschrijven uw advies om bij de evaluatiemomenten tussen de drie gemeenten onder andere stil te staan bij de behaalde resultaten. Naast deze evaluatiemomenten zullen de Wmo-toezichthouders ook op de behaalde resultaten reflecteren in de openbare jaarverslagen. ➔ Wijziging in beleidskader: Typo aangepast in paragraaf 4.4.

► De Adviesraden attenderen op de voor- en nadelen van samenwerking met andere gemeenten zoals die opgenomen zijn in de VNG-handreiking 6. Voordelen: • Het toezicht blijft relatief dicht bij de gemeenten. • Door de schaalgrootte kan het toezicht robuust en professioneel worden ingericht. • Voor aanbieders die in meerdere gemeenten werken is het prettiger omdat zij met minder toezichthouders te maken hebben. • Er kan een goede aansluiting tot stand worden gebracht tussen de verschillende vormen van toezicht (kwaliteit en rechtmatigheid). Nadelen: • Er ontstaat toch een nieuwe ‘organisatie’ die wellicht wat verder weg komt te staan van de gemeente. • Dit hoeft niet maar dan moet het goed worden ingeregeld.

Pagina: 13/23

• •

Onderlinge aansluiting verschillende vormen van toezicht vraagt om goed ingeregeld te worden. De gemeente kan betrokken zijn bij de hulpverlening en staat mogelijk zelf onder toezicht. Dit vereist een duidelijke onafhankelijke positionering van de Wmo-toezichthouder.

In combinatie met uitbesteding calamiteitentoezicht aan de GGD: Voordelen: • De gemeente verzorgt het risico-gebaseerd toezicht waardoor het leereffect op dat gebied binnen de gemeente blijft. • De GGD is onafhankelijker ten opzichte van de gemeentelijke processen. • Toezichthouders van verschillende GGD ’en kunnen elkaar vervangen als de onafhankelijkheid in het geding is. • De GGD heeft al ervaring met toezicht houden zoals toezicht op de kinderopvang en peuterzalen. • Het toezicht wordt regio breed belegd zonder dat je daarvoor een aparte structuur hoeft in te richten. GGD ‘en werken al in 25 regio’s. Nadelen: • Extra schakel tussen toezichthouders, vereist goede onderlinge samenwerking. • De GGD kan betrokken zijn bij de hulpverlening van bijvoorbeeld een gezin, de GGD is dan niet meer onafhankelijk. • De gemeente is (mede)opdrachtgever van de GGD en dient daarom het toezicht goed te positioneren. • Het ligt niet voor de hand dat de GGD-rechtmatigheidstoezicht doet, dit vergt een extra schakel om samenwerking tot stand te brengen. Daarvoor stellen ze een jaarverslag op etc. …… (alinea 3). ►Advies: Zie ook ons advies bij passage 4 om het jaarverslag ook aan de Adviesraden aan te bieden en daarna officieel te publiceren. Reactie: Het jaarverslag van de Wmo-toezichthouders wordt jaarlijks gepubliceerd op de website van de gemeenten.

Daarmee is het jaarverslag voor iedereen openbaar en ook te raadplegen door de Adviesraden. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

14. Over 5 Organisatie van toezicht pag. 18 t/m 24 Het uitvoeringsplan vertaalt het proces van communiceren, signaleren, analyseren, leren controleren en handhaven naar concrete acties. Pagina 19, 5.1 Communiceren, alinea 1 Gemeenten zorgen voor goed vindbare informatie en afspraken.

Pagina: 14/23

►Vraag: Hoe is de vindbaarheid van informatie en afspraken voor inwoners geregeld? Zie ook passage 9 van dit advies. ►Advies: De informatie moet toegankelijk zijn voor iedereen, goed leesbaar en in begrijpelijke taal. Reactie: Op basis van het uitvoeringsplan stellen de gemeenten (Wmo toezichthouders in samenwerking met de communicatieadviseurs) een communicatieplan op. Daarin is aandacht voor de wijze waarop inwoners geïnformeerd gaan worden over het Wmo-toezicht (zowel over de resultaten als over de werkwijze). Vooruitlopend op het communicatieplan kunnen we u vast mededelen dat er gewerkt wordt aan een aparte pagina op de gemeentelijke website waar informatie over het Wmo-toezicht op komt te staan. Daarbij is aandacht voor heldere, begrijpelijke taal (B1 niveau) en maken we waar mogelijk gebruik van ondersteunend beeldmateriaal. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

15. Pagina 19 5.2. Signaleren, alinea 1 De gemeenten beschikken over een gezamenlijk meldpunt waar inwoners, zorgaanbieders en anderen melding kunnen maken van (vermoedens van) misstanden of van zaken die juist goed gaan. Dit meldpunt wordt doorontwikkeld. Daarnaast is er een landelijk meldpunt (IKZ). Het is belangrijk om signalen uit verschillende bronnen te verzamelen, samen te brengen en gezamenlijk te analyseren. ►Vraag: Het gezamenlijk meldpunt wordt doorontwikkeld. Wat wordt daarmee bedoeld? ►Advies: De Adviesraden zijn van mening dat een onafhankelijke (regionale) Ombudsfunctionaris voor de burgers van toegevoegde waarde zou zijn bij het signaleren van misstanden. Reactie: Er is op dit moment een meldpunt (mailadres) van Sittard-Geleen. Dit wordt uitgebreid met Beek en Stein en toegankelijker gemaakt (vindbaar en gebruiksvriendelijk). Hier wordt vervolgens over gecommuniceerd via reguliere kanalen van de gemeente om het meldpunt onder inwoners, aanbieders en andere belanghebbenden te promoten. Ook wordt er periodiek geëvalueerd hoe gebruikers van het meldpunt de vindbaarheid en gebruiksvriendelijkheid van het meldpunt hebben ervaren. Het is de gemeenten niet duidelijk wat de bedoeling is van een onafhankelijke (regionale) Ombudsfunctionaris. De Wmo-toezichthouders hebben een functie

Pagina: 15/23

richting inwoners om onafhankelijk signalen te ontvangen en behandelen. Bij een onderzoek wordt bovendien in de regel de gebruiker van de zorg en/of de melder door de Wmo-toezichthouders bevraagd. Daarnaast is de Nationale ombudsman een onafhankelijke en onpartijdige instantie die toezicht houdt op de manier waarop de overheid met burgers omgaat. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

16. Pagina 20, 5.3.1 Proactief toezicht, alinea 1 De gemeenten onderzoeken de mogelijkheid om een dashboard met sturingsinformatie te ontwikkelen, waarin bijvoorbeeld declaratiegedrag en cliëntenaantallen per aanbieder zichtbaar zijn, maar waarin ook signalen en trends gebundeld kunnen worden, om risico’s en verdachte afwijkingen vroegtijdig te signaleren. ►Advies: Met de Toeslagenaffaire vers in ons geheugen attenderen de Adviesraden op de mogelijke risico’s bij het gebruik van sturingsinformatie en algoritmes die kunnen leiden tot schendingen van privacy, discriminatie etc. Het beleidskader voorziet niet in maatregelen die bovenmatige controles als gevolg van profilering verbieden. Men moet voorkomen dat risico-gebaseerd toezicht gaat leiden tot ongewenste profilering van doelgroepen. Als daar regels voor zijn dan horen deze in dit beleidskader te worden genoemd. Het is een taak van het Wmo-toezicht ook hierop toe te zien. Reactie: Proactief risico gestuurd toezicht met behulp van sturingsinformatie maakt enkel gebruik van zorggegevens (zoals indicatie, verzilvering, frequentie van ondersteuning). Hier vindt nadrukkelijk geen verwerking van persoonsgegevens zoals geloofsovertuiging, achtergrond, geaardheid e.a. plaats. Er is dus geen sprake van profilering. Daarnaast is het risico-gestuurde toezicht met name gericht op aanbieders van ZiN.

In een enkel geval kan het risico gestuurd toezicht zich richten op pgb’s, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van verdachte declaraties. Het risico gestuurde toezicht richt zich nooit op inwoners in het algemeen. Onder andere het eerder genoemde Signaleringsoverleg functioneert als intern controleorgaan voor de Wmo-toezichthouders. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

17. Pagina 21, 5.4.2 Handhaven: verbeteren en sanctioneren. De colleges kunnen beargumenteerd afwijken van het handhavingsadvies van

Pagina: 16/23

toezichthouders. Uit het VWS-VNG Beleidskader 1: De gemeente dient zorg te dragen voor een kenbaar handhavingsbeleid, om te borgen dat Wmo-toezicht ook navolging kan krijgen en alle betrokkenen weten wat ze kunnen verwachten. ►Advies: Leg in het beleidsplan vast dat als een college het nodig acht af te wijken van het handhavingsadvies van de Wmo-toezichthouder, om welke reden dan ook, deze beslissing (zonder opgave van redenen) als zodanig wordt vermeld in het jaarverslag van de Wmo-toezichthouder. Reactie: Uw advies om in het beleidsplan vast te leggen dat als het college van B&W het nodig acht om af te wijken van het handhavingsadvies van de Wmo-toezichthouder, deze beslissing (zonder opgave van redenen) wordt vermeld in het jaarverslag van de Wmo-toezichthouder, nemen wij over. De Wmo-toezichthouders zullen zich nog beraden of dergelijke informatie beter passend is in de openbare jaarverslagen of in openbare onderzoeksrapporten (of beide). ➔ Wijziging in beleidskader, pagina 23, paragraaf 5.4.2: “Dat wil zeggen dat het college beargumenteerd kan afwijken van het handhavingsadvies van de toezichthouders. Indien het college het nodig acht om af te wijken van het handhavingsadvies van de Wmo-toezichthouders, wordt dit (zonder opgave van redenen) vermeld in het jaarverslag of (openba re) onderzoeksrapport.

Het opleggen van maatregelen wordt nader uitgewerkt in een handhavingskader.”

Aanvullende adviezen en aanbevelingen 18. Eisen aan professionaliteit van de Wmo-toezichthouder Uit het VWS-VNG Beleidskader 1: Voor de Wmo-toezichthouder wordt een opleiding- en trainingsprogramma ingericht. Het doel hiervan is om de kennis, kunde en vaardigheid van de toezichthouder te borgen. Voor professionaliteit is het immers noodzakelijk dat kennis en vaardigheid op peil zijn en worden gehouden. Dit heeft betrekking op opleiding, maar ook op het verkrijgen en delen van kennis en ervaring. Het betekent ook dat de toezichthoudende organisatie de blik niet alleen richt op de eigen organisatie en de opdrachtgever, maar op alle stakeholde rs die in het kader van toezicht relevant kunnen zijn. Dat zijn onder meer de aanbieders, verzekeraars en andere gemeenten of GGD-en. Om het werk professioneel uit te kunnen oefenen moet er een werkbare verhouding zijn tussen een helder kader, voldoende financiële middelen en voldoende personeel.

Pagina: 17/23

Uit de voortgangsbrief 3: De persoon die de functie van Wmo-toezichthouder bekleedt kan naast deze functie geen andere functies namens of in dienst van de gemeenten bekleden die niet verenigbaar zijn met het toezichthouderschap. ►Advies: De Adviesraden adviseren deze onderwerpen, opleiding en de dubbele-functiescheiding aan het beleidskader toe te voegen. De hier bedoelde dubbele-functiescheiding is niet hetzelfde als de functionele scheiding als beschreven in 4.3 pagina 17 van het Beleidskader. Reactie: De genoemde toelichting uit de voortgangsbrief met betrekking tot de functiescheiding verwerken wij in het beleidskader. In het Uitvoeringsplan is daarnaast aandacht voor de opleiding van Wmotoezichthouders. ➔ Wijziging in beleidskader: Toegevoegd aan voetnoot 12, inclusief verwijzing naar genoemde voortgangsbrief: “Een persoon die de functie van toezichthouder bekleedt, kan naast deze functie geen andere functies namens of in dienst van de gemeente bekleden die niet verenigbaar zijn met het toezichthouderschap”.

19. Wmo-toezicht ‘in eigen huis’ en de samenwerking met drie gemeenten Dit beleidskader gaat ervan uit dat het Wmo-toezicht door (gemeente)ambtenaren wordt uitgevoerd. Niet duidelijk is van welke gemee nte. Uit Bijlage 1 verbetermaatregelen Wmo-toezicht 2: De uitvoering van het toezicht moet zoveel mogelijk buiten de directie invloedssfeer van het college (lees de drie colleges) van B&W worden georganiseerd, zowel wanneer het toezicht via een gemeenschappelijke regeling wordt ingericht als wanneer het toezicht lokaal bij een gemeente wordt gepositioneerd (lees Sittard-Geleen). Met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties worden concrete waarborgen verkend en uitgewerkt, indien passend worden deze waarborgen opgenomen in de Wmo 2015. De keuzes en de onderbouwing van de organisatie en inrichting van het Wmo toezicht en de daarbij passende (bovengemeentelijke) samenwerking wordt opgenomen als wettelijke verplicht onderdeel van het beleidsplan dat gemeenten in het kader van Wmo 2015 moeten opstellen. ►Advies: Wij vragen ons af waarom de gemeenten zich de vrijheid nemen te kiezen voor Wmo-toezichthouders uit de eigen organisatie. De schijn van

Pagina: 18/23

belangenverstrengeling is reëel aanwezig. Voor de burgers is dit niet goed te verklaren. Door het Wmo-toezicht extern te leggen c.q. bovengemeentelijk te organiseren kan de vrijblijvendheid die uit het kader spreekt grotendeels weggenomen worden. Reactie: De VNG beschrijft in de handreiking Inrichting Wmo-toezicht door gemeenten het volgende: “Iedere aanpak heeft voordelen en nadelen. De ene gemeente hecht vooral waarde aan de kansen om te leren van het toezicht en zal het toezicht binnen de eigen organisatie beleggen. De andere gemeente legt de focus op het voorkomen van fouten en belegt het toezicht liever bij een GGD”. De keuze om Wmo-toezichthouders in de eigen organisatie te positioneren is een bewuste keuze en heeft als beproefd voordeel dat er kor te lijnen zijn met de gemeentelijke organisatie. Dit komt fraudebewustzijn, gezamenlijk leren en ontwikkelen van dienstverlening voor inwoners ten goede. Dit past bij de uitgangspunten van de gemeenten zoals geformuleerd in het beleidskader. Bovendien is het Wmo-toezicht regionaal ingeregeld voor de Westelijke Mijnstreek (Sittard-Geleen, Beek en Stein) en hebben de drie gemeenten dezelfde contracten met (dezelfde) aanbieders. Daarmee realiseren we voldoende onafhankelijkheid en schaalgrootte, zonder de verbinding met de lokale situatie en context te verliezen.

Ook is, wegens diverse redenen, uitvoering door de GGD Zuid-Limburg niet mogelijk (o.a. wegens het ontbreken van een regionaal gedeelde visie). (Bron: VNG. 20170405_handreiking_inrichting_wmo_toezicht_def.pdf) ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

Specifiek per gemeente 20. SITTARD-GELEEN: Wmo-toezicht in de begroting 2025 In de begroting Sittard-Geleen 2025 11 is niets opgenomen over Wmo-toezicht, althans niet traceerbaar voor de Wmo-raad. Het woord ‘Toezicht’ komt vaak voor in de begroting maar wordt slechts éénmaal genoemd in verband met Wmo namelijk bij GGD-toezicht op kwaliteit Wmo. Verder zijn er geen vermeldingen in het kader van Wmo-toezicht. ►Vraag: De Wmo-raad plaatst vraagtekens bij de organisatie van het huidige Wmo-toezicht en vraagt zich af hoe de gemeente Sittard-Geleen in 2025 een adequate en gedegen nieuwe/uitgebreidere Wmo-toezichtorganisatie kan neerzetten zonder een financiële begroting? Reactie: De toezichtorganisatie is in de begroting van 2025 opgenomen. De

Pagina: 19/23

financiële verdeling van de kosten zijn opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente Sittard-Geleen en Beek en Stein. De financiële verdeelsleutel is gebaseerd op inwoneraantal. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

21. SITTARD-GELEEN: Klachten, medezeggenschap van cliënten bij aanbieders en betrekken van ingezetenen bij het beleid. In artikel 29 t/m 31 van de Wmo-verordening 2025 10 is opgenomen dat het college een aantal instrumenten ter beschikking heeft die het kan inzetten om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap van cliënten bij aanbieders wordt uitgevoerd (toezicht op naleving). Bovendien ziet het college toe op naleving van de klachteneisen en dat inwoners betrokken worden bij het beleid. ►Advies: De Wmo-raad adviseert deze drie onderwerpen mee te nemen in het Wmo-toezicht en het beleidskader. Reactie: Onderdeel van het kwaliteitstoezicht is om na te gaan of deze onderwerpen (medezeggenschap van cliënten bij aanbieders, klachtenregelingen, e.a.) door aanbieders van maatschappelijke ondersteuning goed zijn ingericht. Bij klachten over het Wmo-toezicht geldt de algemene klachtenregeling van de gemeenten (via de website). ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

22. SITTARD-GELEEN: Huidig toezicht In dit beleidskader wordt aangehaald dat het calamiteitentoezicht wordt belegd door GGD en dat er reeds toezicht plaatsvindt op rechtmatigheid. ►Vraag: Het is de Wmo-raad niet bekend hoe het Wmo-toezicht op rechtmatigheid thans geschiedt. Wie doet dat Wmo-toezicht? Welke personen zijn daarvoor aangewezen? Zijn jaarverslagen beschikbaar, enz. Wij weten niet hoe het toezicht nu georganiseerd is. Reactie: Voor het Wmo-toezicht op rechtmatigheid is in het verleden een gemeentelijk toezichthouder aangesteld. Er waren destijds nog geen onderliggende beleidskaders, jaarplannen of jaarverslagen. Om deze reden is het voorliggende beleidskader ontwikkeld en wordt daarin aandacht besteed aan het versterken en professionaliseren van het Wmo-toezicht en het vergroten van de transparantie.

Pagina: 20/23

Pagina: 21/23 ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

Wat we wel weten is dat op 1 november 2023 een ‘algemene’ verordening is ingegaan (niet specifiek voor Wmo ) nl. de ‘Verordening onderzoeken doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid beleid en bestuur SittardGeleen’. ►Advies: De Wmo-raad adviseert in dit Beleidskader c.q. begeleidende notitie duidelijk aan te geven in hoeverre voornoemde verordening uit 2023 invloed heeft op het Wmo-toezicht. Verder zou het de duidelijkheid ten goede komen als dit beleidskader zou beginnen met een kort historisch perspectief van het toezichtbeleid sinds 2015 om daarna pas voort te borduren op de uitbreiding van het toezicht naar kwaliteit. Reactie: Uw advies nemen wij in overweging. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

23. BEEK: Samenhang leveranciersmanagement en contractmanagement Naast het WMO-toezicht is er binnen de Westelijke Mijnstreek ook nog sprake van leveranciersmanagement en contractmanagement. Deze twee functies staan natuurlijk in nauw verband met het toezicht. ►Advies: Wij vinden het raadzaam om in het beleidskader in te gaan op het verband en de samenhang tussen deze onderdelen. Reactie: Uw advies nemen wij ten dele over. Deze samenhang wordt nader uitgewerkt en gedefinieerd in interne werkafspraken en andere document en. Het Wmo-beleidskader is echter in de eerste plaats een visie- en kaderstellend document waarin wij een beschrijving van deze samenhang niet passend vinden. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

24. STEIN: Financiële middelen Onduidelijk is waarom er tot op heden geen gedegen toezicht is geregeld. Nu er vanuit Den Haag gewijzigde wetgeving is aangekondigd, komt er ‘opeens’ schot in. Positief is dat het belang niet meer onderschat wordt en er werk van gemaakt

wordt. ►Advies: Stel daarvoor ook de benodigde financiële middelen beschikbaar. Reactie: De gemeenten onderschrijven uw advies en het belang van stevig Wmo-toezicht (inclusief beschikbaarheid van financiële middelen). ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

25. STEIN: Jaarplannen Volgens het beleidskader zijn toezichthouders onafhankelijk in wat en wie ze onderzoeken. De prioriteiten en onderzoeksactiviteiten leggen ze vast in een jaarplan. ►Vraag: Hoe worden prioriteiten bepaald bij een tekort aan capaciteit? Na afronding van de jaarplannen worden deze ter kennisname gedeeld met de betrokken teammanagers en portefeuillehouders van Sittard-Geleen, Beek en Stein. ►Vraag: Worden de jaarplannen ook openbaar gemaakt? Dat is niet helemaal duidelijk. Reactie: De Wmo-toezichthouders zijn voornemens om de jaarplannen, net als de jaarverslagen, openbaar te maken. Dit wordt nader onderzocht. In de jaarplannen geven de Wmo-toezichthouders een globale afbakening van hun tijdsbesteding per toezichtactiviteit aan. Op die manier borgen zij dat aan alle beoogde activiteiten invulling kan worden gegeven. Om prioriteiten te bepalen wordt bij het opstellen van de jaarplannen door de Wmo-toezichthouders input opgehaald bij diverse betrokkenen, zoals Wmoconsulenten, contract- en leveranciersmanagement en concern & control. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

Tot slot Het is in het belang van de burgers dat de gezamenlijke adviesraden op de evaluatiemomenten alsmede bij het uitbrengen van de jaarplannen en jaarverslagen door de gemeenten tijdig en inhoudelijk worden geïnformeerd. Reactie: De gemeenten onderschrijven uw advies om adviesraden tijdig en inhoudelijk te informeren. Daartoe wordt informatie (jaarverslagen, onderzoeksrapporten) zo veel mogelijk openbaar gemaakt op gemeentelijke

Pagina: 22/23

websites. Uitkomsten van evaluatiemomenten worden indien relevant opgenomen in de jaarverslagen. Daarmee is deze informatie voor iedereen openbaar en ook te raadplegen door de Adviesraden. ➔ Wijziging in beleidskader: Geen.

Het Beleidskader Wmo-Toezicht zal op 2 september a.s. worden voorgelegd aan commissie Inwonerszaken en op 9 september aan de gemeenteraad ter vaststelling. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Als iets in deze brief niet duidelijk is, vraag dan om uitleg bij Suzy Dassen, tel. 046 – 43 89 269, of via het contactformulier op de website van de gemeente Beek.

Met vriendelijke groet, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN BEEK namens dezen,

Jeroen Hengst Afdelingshoofd Samenleving

Pagina: 23/23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beek&id=20ec861f-1c25-46d8-b52e-1d4f8d219dab