Bijlage: toelichting t_NL.IMRO.0888.BPSIEKENDAALONG22-ON01
Tekst van het document
Toelichting
Toelichting
Inhoud d 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 3 1.2 Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied ........................................................ 3 1.3 Vigerende bestemmingsplannen ................................................................................................... 4 1.4 Bij het plan behorende stukken ..................................................................................................... 5 1.5 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 5 2 Beschrijving plangebied
6
3 Beleidskader 8 3.1 Europees en Rijksbeleid ................................................................................................................. 8 3.2 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 12 3.3 Regionaal beleid .......................................................................................................................... 14 3.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 17 4 Planbeschrijving 21 4.1 Bouwplan ..................................................................................................................................... 21 4.2 Parkeren ...................................................................................................................................... 22 5 Milieuaspecten 24 5.1 Waterhuishouding ....................................................................................................................... 24 5.2 Milieu ........................................................................................................................................... 25 5.3 Archeologie ..................................................................................................................................
31 5.4 Ecologie en stikstof ...................................................................................................................... 32 5.5 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................................ 33 5.6 Kabels en leidingen ...................................................................................................................... 34 6 Het plan 35 6.1 Feitelijke planopzet...................................................................................................................... 35 6.2 Juridische planopzet .................................................................................................................... 35 7 Uitvoerbaarheid 38 7.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 38 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................................. 38 8 Handhavingsparagraaf
39
Bijlage 1 Vooroverlegreacties ............................................................................................................ 40 Bijlage 2 Advies veiligheidsregio ........................................................................................................ 41 Separate bijlagen: 1. Aelmans, ‘Onderzoek naar de waterdoorlatendheid ondergrond Siekendaalstraat ong. te Beek’, rapportnummer E218241.010/RKR, d.d. 11.01.2022; 2. Aelmans, ‘Verkennend bodem- en asbestonderzoek Siekendaalstraat ong. te Beek’, rapportnummer E218241.007/RHO, d.d. 24.12.2021; 3. K+, ‘Akoestisch onderzoek optredende gevelbelastingen nieuwe woning aan de Siekendaalstraat te Beek, rapportnummer Rm210550aaA0, d.d. 17.01.2022; 4. Ecolybrium, ‘Rapportage Ecologische Waarden Siekendaalstraat (ongenummerd), te Beek, rapportnummer 21-1007, d.d. 24.11.2021; 5. Vandewall Planologisch Advies, ‘Aerius-berekening nieuwbouwwoning aan de Siekendaalstraat ong. te Beek, rapportnummer VPA 2021.99-AERIUS, d.d. 10.12.2021.
Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 2 -
Toelichting
1 Inleiding d
1.1 Aanleiding De eigenaar van het perceel, kadastraal bekend gemeente Beek, sectie G, nummer 742, lokaal bekend Siekendaalstraat ong. te Beek, heeft het plan opgevat om op het thans braakliggende perceel een vrijstaande, levensloopbestendige woning te bouwen voor haar ouders. Het betreffende perceel is in het vigerende bestemmingsplan ‘Kern Beek’ reeds bestemd tot ‘Wonen’. Het realiseren van de beoogde woning op dit perceel is evenwel niet mogelijk omdat nieuwbouw ter plaatse niet is toegestaan. Bovendien ontbreekt het aan een bouwvlak voor het oprichten van een woning. Om de nieuwe woning mogelijk te maken dient derhalve een nieuw bestemmingsplan met een passende juridische regeling te worden opgesteld. De gemeente Beek heeft aangegeven de woning ter plaatse te willen toestaan, mits een bestemmingsplan wordt vastgesteld dat de ontwikkeling van deze woning mogelijk maakt. Dit bestemmingsplan ligt thans voor.
1.2 Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied Ligging Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de kern Beek en beslaat uitsluitend voornoemd perceel. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 780 m². Op het onderstaande kaartje is het plangebied aangeduid:
Locatie plangebied
Het perceel is gelegen de zuidzijde van de Siekendaalstraat en grenst aan de oostzijde aan het perceel van het voormalige Lampenpaleis (Maastrichterlaan). Ten behoeve van de locatie van het Lampenpaleis heeft een bestemmingsplanwijziging plaatsgevonden, waarbij de bestemming ‘Gemengd’ is gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’ ten behoeve van de ontwikkeling van een appartementencomplex. Aan de westzijde grenst het perceel aan het buitengebied in de richting van de autosnelweg A2.
Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 3 -
Toelichting
1.3 Vigerende bestemmingsplannen d Bestemmingsplan ‘Kern Beek’ Het plangebied is thans juridisch-planologisch geregeld in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Kern Beek’ (vastgesteld door de raad van de gemeente Beek d.d. 26.04.2012). Bestemming ‘Wonen’ In dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd tot ‘Wonen’. Binnen deze bestemming is wonen toegestaan in woningen, waarbij het aantal woningen niet mag worden uitgebreid. Daarnaast zijn aan huis gebonden beroepen binnen het bouwvlak toegestaan alsmede parkeren, groen, tuinen en erven en bouwwerken van openbaar nut. Afwijkingsbevoegdheden zijn opgenomen voor het toestaan van aan huis gebonden beroepen buiten het bouwvlak en aan huis gebonden bedrijven. Op onderstaande uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Kern Beek’ is de huidige woonbestemming van het plangebied aangegeven binnen de rode omlijning:
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Kern Beek’
Naast de bestemming ‘Wonen’ is sprake van een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ (gebied met middelhoge archeologische verwachtingswaarde) en een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ (gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde). Concreet houdt deze regeling in dat bij bodemverstoringen dieper dan 0,30 meter én groter dan 2.500 m² (Waarde – Archeologie 3 en 4) archeologisch onderzoek noodzakelijk is dan wel aangetoond dient te worden dat er geen archeologische waarden worden verstoord. Er is voorts een gebiedsaanduiding ‘geluidzone -industrie’ opgenomen over het plangebied. Deze gebiedsaanduiding legt belemmeringen op aan het realiseren van nieuwe geluidgevoelige functies. Bestemmingsplan ‘Parkeren’ De gemeente Beek heeft d.d. 08.11.2018 het bestemmingsplan ‘Parkeren’ vastgesteld om de toepassing van parkeernormen Beek 2018 gemeentebreed te laten gelden. Deze parkeernormen zijn, zoals bedoeld in het bestemmingsplan ‘Parkeren’, in dit bestemmingsplan overgenomen. het bouwplan zal aan deze parkeernormering dienen te voldoen. Hoe aan deze normering wordt voldaan is beschreven in paragraaf 4.2 van deze toelichting.
Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 4 -
Toelichting
Voorbereidingsbesluit Detailhandel De gemeenteraad van Beek heeft op 10 juni 2021 het voorbereidingsbesluit ‘Detailhandel’ genomen d teneinde de vestiging van nieuwe detailhandelsvestigingen buiten de balans- en concentratiegebieden te voorkomen. Aangezien het voorliggende bestemmingsplan geen betrekking heeft op detailhandel, kan dit besluit verder buiten beschouwing worden gelaten.
1.4 Bij het plan behorende stukken De structuur van bestemmingsplannen dient conform artikel 3.3.2 van het Bro te voldoen aan de “Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen” (SVBP2012). Dit houdt in dat de verschijningsvorm van een bestemmingsplan en een aantal begrippen zijn gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: - een verbeelding (een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.0888. BPSIEKENDAALONG22- (met hierachter de status van het plan); - regels; deze regels zijn in de SVBP2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn, met bijbehorende verklaringen, de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. De verbeelding is opgebouwd volgens de landelijke richtlijn SVBP2012 en is getekend op schaal 1:500. De regels bevatten de regeling inzake het gebruik van de gronden, die in het plan zijn begrepen en de daarop geprojecteerde opstallen. De regels zijn ingedeeld in vier hoofdstukken: de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels.
Een bestemmingsplan gaat voorts vergezeld van een toelichting, waarin een onderbouwing is opgenomen van de gemaakte beleidskeuzen inzake het bestemmingsplan. Onderhavige toelichting maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Onderdeel van de toelichting zijn de ten behoeve van het bestemmingsplan vervaardigde onderzoeken; deze zijn als separate bijlagen bij deze toelichting opgenomen.
1.5 Leeswijzer De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit acht hoofdstukken, waarvan de indeling heeft plaatsgevonden conform het Handboek Ruimtelijke Plannen van de gemeente Beek aangevuld met een handhavingsparagraaf. Na dit inleidende eerste hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied gegeven met de huidige ruimtelijke, functionele of andere structuren die daarbinnen aanwezig zijn. In hoofdstuk 3 worden de beleidskaders op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau weergegeven en wordt afgewogen of de voorliggende ontwikkeling daarbinnen inpasbaar is. Het plan is in hoofdstuk 4 van deze toelichting uiteengezet. In hoofdstuk 5 komen de milieuplanologische aspecten aan de orde en worden onder andere de resultaten van uitgevoerde onderzoeken besproken. Hoofdstuk 6 handelt over de opbouw van de juridische regeling van dit bestemmingsplan en voorziet onder meer in een artikelsgewijze bespreking van de bestemmingsregels. In hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan de orde en wordt aangegeven welk communicatietraject is doorlopen. Tevens wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 8 bevat een handhavingsparagraaf.
Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 5 -
Toelichting
2 Beschrijving plangebied d Het plangebied is gelegen aan de Siekendaalstraat te Beek. Het betreft een onbebouwd perceel aan de rand van het bebouwd deel van het zuiden van de kern Beek. De Siekendaalstraat is vanaf de Maastrichterlaan via de Proosdijstraat bereikbaar. Ook vormt de Siekendaalstraat de verbindingsweg (die onder de A2 doorloopt) met het gehucht Catsop, gelegen in de gemeente Stein. De Siekendaalstraat staat in westelijke richting ook in verbinding met de weg Meenkuil; dit is een onverharde weg die niet als ontsluitingsweg voor autoverkeer kan worden beschouwd). Het onderhavig perceel grenst voorts aan het perceel van het voormalig Lampenpaleis, alwaar de ontwikkeling van een appartementengebouw in voorbereiding is. Aan de overzijde van het plangebied, ten noorden van de Siekendaalstraat, liggen vijf woningen. Op de onderstaande luchtfoto is het plangebied middels een rode kleur weergegeven:
Plangebied
Proosdijstraat
A2 Siekendaalstraat
Voormalig Lampenpaleis
Maastrichterlaan
Luchtfoto plangebied
De onderstaande foto’s geven een impressie van de beoogde bouwkavel aan de Siekendaalstraat:
Potentieel bouwkavel (1)
Potentieel bouwkavel (2)
Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 6 -
Toelichting
De Siekendaalstraat zorgt voor de ontsluiting van de vijf woningen aan de noordzijde van de straat (Siekendaalstraat 1 t/m 9). Deze woningen bestaan overwegend uit twee bouwlagen met een kap en zijn in verschillende bouwperiodes gebouwd.d Op onderstaande foto’s zijn deze bestaande woonhuizen weergegeven:
Siekendaalstraat 1
Siekendaalstraat 3
Siekendaalstraat 5, 7 en 9
De onderstaande foto’s tonen de Siekendaalstraat richting het westen naar het viaduct van de A2 en de kruising Siekendaalstraat/Proosdijstraat:
Siekendaalstraat met zicht op viaduct A2
Kruising Siekendaalstraat/Proosdijstraat bebouwing van het Lampenpaleis)
Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 7 -
(links
de
Toelichting
3 Beleidskader d
3.1 Europees en Rijksbeleid Natuurwetgeving: gebieds- en soortenbescherming Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG) hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats (de Natura2000gebieden) tot doel. In de Wet natuurbescherming zijn zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming in Nederland geregeld. Conform deze wet bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen hun grondgebied en zorgen zij voor eventueel noodzakelijke vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Gebiedsbescherming Het Natura2000-netwerk bevat de gebieden die zijn aangewezen onder de voornoemde Vogel- en Habitatrichtlijn en deze gebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Voor die gebieden geldt dat aanwijzingsbesluiten zijn opgesteld waarin staat voor welke soorten en habitats het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitats.
Onderhavig plan Er zijn drie Natura 2000 gebieden die binnen een cirkel van 5 kilometer afstand liggen van het plangebied; dit betreft het Bunder- en Elslooërbos (2 kilometer), de Grensmaas (2,5 km) en het Geleenbeekdal (4 kilometer). Het Natura 2000-gebied Geuldal bevindt zich voorts op circa 6 kilometer ten zuiden van het plangebied (effecten hierop zijn op voorhand uit te sluiten vanwege de afstand). Op het onderstaande kaartje is het plangebied bij de blauwe pijl aangeduid. De genoemde Natura 2000-gebieden zijn middels een lichtgroene kleur weergegeven: Geleenbeekdal Grensmaas
Plangebied
Bunder- en Elslooërbos
Geuldal
Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 8 -
Toelichting
Stikstofdepositie De stikstofdepositie die ontstaat als gevolg van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen kan een probleem vormen voor zowel de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen voor de d stikstofgevoelige habitattypen en soorten in veel Natura2000-gebieden als voor het mogelijk maken van economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken op deze gebieden. Nederland telt 162 Natura2000-gebieden. 118 van deze Natura2000-gebieden kennen een te hoge achtergronddepositie. Deze te hoge achtergronddepositie zorgt voor een stikstofdeken, die tot gevolg heeft dat in veel Natura2000-gebieden de zogenoemde kritische depositiewaarden voor de aangewezen habitattypen ruim worden overschreden. Een overschrijding van de kritische depositiewaarde brengt het risico met zich mee dat de kwaliteit van habitattypen worden aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van stikstofdepositie. Deze negatieve effecten worden veroorzaakt door de uitstoot van stikstof en ammoniak. Deze stoffen komen vrij bij alle verbrandingsprocessen en door ammoniakemissies in de landbouw. De voornaamste bronnen zijn verkeer, industrie en landbouw. Programma Aanpak Stikstofdepositie (PAS) In het PAS werken Rijk, provincies, natuurorganisaties en ondernemers samen.
Er worden herstelwerkzaamheden uitgevoerd om de natuur bestendiger te maken tegen een overbelasting van stikstof, door bijvoorbeeld stikstofrijke grondlagen te verwijderen. De herstelmaatregelen zijn gebaseerd op landelijk voor het PAS opgestelde herstelstrategieën. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State twee belangrijke uitspraken gedaan over het PAS. De Afdeling oordeelde dat het PAS niet als basis mag worden gebruikt voor toestemming voor activiteiten die extra stikstofuitstoot veroorzaken (in principe de meeste ruimtelijke ontwikkelingen). Op basis van het PAS wordt vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden alvast toestemming gegeven voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden. Zo’n toestemming ‘vooraf’ is niet toegestaan op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Hiermee zijn de PAS-maatregelen als ontoereikend te beschouwen. Tot het vaststellen van definitieve nieuwe wetgeving dient voor elke ruimtelijke ontwikkeling een stikstofdepositieberekening te worden uitgevoerd (AERIUS-berekening genoemd, naar het model waarmee de berekeningen moeten worden uitgevoerd). Afhankelijk van het resultaat daarvan (de berekende stikstofdepositie als gevolg van het plan) dient een ontheffing bij de provincie te worden aangevraagd.
Invoering stikstofwet per 1 juli 2021 Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet regelt onder meer drie resultaatverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en, zo nodig, bijsturing. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering werkt de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling. Deze vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waarvan de emissies tijdelijk en beperkt zijn. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. Dat betekent bijvoorbeeld dat nog steeds een natuurvergunning nodig kan zijn voor de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door het verkeer op een aan te leggen weg. Ter voorbereiding op het voorliggende plan is een AERIUS-calculatie uitgevoerd om te bezien of het bouwplan in de gebruiksfase tot een toename van de stikstofdepositie op de omliggende Natura2000-gebieden leidt. De resultaten van dit onderzoek zijn beschreven in paragraaf 5.4 van deze toelichting.
Soortenbescherming Het tweede deel van de wet- en regelgeving gaat over de soortenbescherming. Hoe hiermee is omgegaan is eveneens aangegeven in paragraaf 5.4 van deze toelichting.
Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 9 -
Toelichting
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland d staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer urgentie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie, een duurzaam (circulair) economisch potentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier bovengenoemde NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen: 1) De langere periodes van droogte die Nederland de afgelopen jaren meemaakt, maakt het urgent dat het watergebruik beter wordt afgestemd op het beschikbare water en dat water langer wordt vasthouden. De keuzes hiervoor dragen bij aan een klimaatbestendige inrichting in 2050, waarmee Nederland wordt voorbereid op klimaatverandering en zeespiegelstijging. Ook de energietransitie vraagt nu al keuzes waarbij rekening moet worden houden met effecten op de lange termijn. In de NOVI worden richtingen meegegeven die bij inpassing van de energieinfrastructuur aandacht vragen voor de kwaliteit van de leefomgeving. 2) In het kielzog van de COVID-19-pandemie wordt gewerkt aan maatregelen om de gevolgen voor de economie zoveel mogelijk te beperken. De ambitie voor de langere termijn is het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Er wordt daarbij ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. 3) Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden en aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland.
De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied plaats, klimaatbestendig en natuurinclusief. 4) De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied als diverse economische sectoren zwaar. De waarde van de natuur, het landschap én de toekomst van de landbouw staan onder druk. Daarbij is verbetering van de biodiversiteit niet alleen een ecologische, maar nadrukkelijk ook een economische uitdaging, die op de korte termijn om een doortastende aanpak vraagt. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Let wel: het Rijk eigent zich geen centraliserende rol toe. Integendeel, de verantwoordelijkheid ligt bij alle partijen gezamenlijk. Onderhavig plan Voor het onderhavige plangebied bevat de NOVI geen relevante uitgangspunten. Wel komen de genoemde aandachtspunten (water, woningbehoefte en stikstof) terug bij de beschouwing van het volkshuisvestingsbeleid en de milieuplanologische aspecten. Voor het onderhavige plangebied bevat de NOVI geen relevante uitgangspunten.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 10 -
Toelichting
ingezet. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Mainportontwikkeling Rotterdam, het kustfundament, de grote rivieren, de Waddenzee en het Waddengebied, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van d uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Er zijn ten behoeve van onderhavig bouwplan geen onderwerpen van Rijksbelang uit het Barro die in het kader van het voorliggende bestemmingsplan dienen te worden beschouwd. Besluit ruimtelijke ordening (Bro): ladder voor duurzame verstedelijking Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Eén van deze kaders is de motiveringsplicht inzake de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (Bro, artikel 3.6, lid 2 Bro). Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen op basis van deze ladder te worden gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. De motivering van de duurzame verstedelijking voor het onderhavig plan is onderstaand weergegeven.
Onderhavig plan Voorvraag: is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op stedelijke ontwikkelingen die plaatsvinden. De definitie van een ‘stedelijke ontwikkeling’ is beschreven in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ staat in dit artikel als volgt omschreven: “Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van een woningbouwlocatie als stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. Jurisprudentie De ondergrens van een stedelijke ontwikkeling ligt op basis van jurisprudentie op een bouwplan van 11 woningen. Hieruit mag worden geconcludeerd dat het onderhavige plan, waarbij sprake is van de toevoeging van één woning, niet kan worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. De ‘ladder voor duurzame ontwikkeling’ hoeft voor dit plan derhalve niet te worden doorlopen. Besluit m.e.r. In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen.
Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Onder de drempelwaarden van de D-lijst kan volstaan worden met een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling. De ontwikkeling van woningen kan in theorie worden ondergebracht in categorie 11.2 van de D-lijst: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ De (relevante) drempelwaarde van categorie 11.2 ziet toe op gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Indien de activiteit onder de drempelwaarden van 11.2 van de D-lijst valt dient voor de voorgenomen activiteit een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Hiervoor dient een m.e.r.beoordelingsnotitie (ook wel ‘aanmeldnotitie’ genoemd) op te stellen. Het bevoegd gezag moet
Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 11 -
Toelichting
vervolgens beoordelen of bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden waarvoor een m.e.r. (-beoordeling) noodzakelijk is. d Voorvraag: is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject? Het voorliggende bouwplan, waarbij sprake is van de bouw van één woning, kan niet worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject. Er is derhalve geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, waardoor ook geen m.e.r.- beoordelingsnotitie noodzakelijk is. Erfgoedwet Sinds 1 juni 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft zowel het roerend als het onroerend erfgoed. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta, dat Nederland in 1992 ondertekende. De essentie van deze wetgeving is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden blijven. Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen.
Als het niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken. Onderhavig plan De wijze waarop met het aspect archeologie rekening is gehouden in relatie tot dit initiatief is verwoord in paragraaf 5.3 van deze toelichting.
3.2 Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) Op 1 oktober 2021 hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) vastgesteld. Om goed in te kunnen spelen op de Limburgse kansen en uitdagingen in de leefomgeving is een visie nodig voor de langere termijn (2030 - 2050), waarin allerlei onderwerpen aan bod komen, zoals wonen, bodem, infrastructuur, energie, economie, landbouw, water, natuur, landschap en cultureel erfgoed, maar ook gezondheid en de gezonde leefomgeving. Zo geeft de Omgevingsvisie richting aan de manieren waarop Limburg klaargemaakt wordt voor de toekomst. De provincie zoekt naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en vrije tijd besteden. Afwegingen hierbinnen geschiedt op basis van de onderstaande Limburgse principes: - streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving die uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid; - de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. - meer stad, meer land. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld.
- zorgvuldig omgaan met de ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. Ingezet wordt op een sociaal-economische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In lijn met de Omgevingswet gaat de Omgevingsvisie uit van het voorzorgsbeginsel; preventief handelen, milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestrijden en de vervuiler betaalt. In onze afwegingen worden naast de impact op mens, economie en welvaart ook de
Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 12 -
Toelichting
impact op de omgeving en het milieu beschouwd. Er wordt gestreefd naar functiecombinaties en het optimaal benutten van bestaande functies. d In de Omgevingsvisie is een algemene zonering opgenomen. De projectlocatie is gelegen in de zone ‘Stedelijk gebied’. Het stedelijk gebied omvat de bebouwde gebieden van (onder andere) de steden Maastricht, Venlo, Roermond, Weert en Venray. Hier is een breed scala aan locaties met functies zoals wonen, winkels, scholen, voorzieningen, wegen en openbare ruimte gesitueerd. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Limburgse steden en dorpen moeten ook in de toekomst een aantrekkelijke en leefbare thuisbasis voor de inwoners zijn. De Limburgse steden en dorpen krijgen de komende decennia te maken met grote gecompliceerde vraagstukken en transities. Bij veel vraagstukken in het bebouwd gebied geldt dat de overheid, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven samen oplossingen moeten vinden. Een belangrijke rol ligt bij de gemeenten. Een toenemend aantal vraagstukken overstijgt echter het lokale niveau en vraagt om gezamenlijk optrekken van gemeenten in regionaal verband. Compacte steden blijven het uitgangspunt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten zoveel mogelijk een plek krijgen binnen het bebouwd gebied.
Dit om de diversiteit tussen stad en land, tussen dynamisch en rustiger en tussen wonen, werken en recreëren als kwaliteit van de leefomgeving te kunnen behouden. Daarbij is er aandacht voor compacte binnensteden, het behoud van basisvoorzieningen en leefbaarheid. Onderhavig plan Ten aanzien van het wonen is aangegeven dat een woningaanbod/planvoorraad gewenst is waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn, zowel in kwalitatief en kwantitatief opzicht. Derhalve voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. Alle woningbouwontwikkelingen worden beschouwd als een provinciaal belang. De wijze waarop de in het onderhavige plan beoogde woningen passen bij de huidige woningbehoefte, is beschreven in de navolgende paragrafen. Omgevingsverordening Limburg 2014 Het in paragraaf 2.4 (Wonen Zuid-Limburg) van de Omgevingsverordening Limburg 2014 opgenomen beleid is een voortzetting van de op 21 juni 2013 in werking getreden Verordening Wonen ZuidLimburg. Met de verordening wordt beoogd dat de kwaliteit van de woningvoorraad op peil blijft en aansluit bij de vraag van de huidige en toekomstige woonconsument. De vitaliteit en de kwaliteit van wonen en leven in Zuid-Limburg wordt hiermee versterkt. De Verordening moet voorkomen dat de mismatch tussen vraag en aanbod in kwantiteit en kwaliteit verder toeneemt.
Dit betekent dat het overaanbod aan woningen niet verder mag toenemen en dat de kwaliteit van nieuwbouwwoningen moet voldoen aan de eisen van de huidige en toekomstige woonconsument. Er mogen geen ‘ongewenste’ woningen bij komen. De term ‘ongewenst’ wordt gebruikt om aan te geven dat het niet de bedoeling is dat de gehele woningmarkt ‘op slot’ gaat. Er zijn plannen in de maak voor woningen die ook in deze fase als wenselijk en zelfs noodzakelijk kunnen worden beschouwd. Ook valt niet uit te sluiten dat de in de nabije toekomst nieuwe plannen worden gemaakt voor woningen die eveneens wenselijk worden geacht. Dergelijke plannen moeten natuurlijk doorgang kunnen vinden. In de Omgevingsverordening is een bepaling opgenomen, waarmee gemeenten afdwingbaar worden gehouden aan de afspraken de zijn vastgelegd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Deze structuurvisie wordt in het navolgende beschreven. Op 17 december 2021 is de Omgevingsverordening 2021 vastgesteld. Deze treedt pas in werking nadat de Omgevingswet in werking is getreden. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in.
Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. In dit verband is door de provincie in het kader van het vooroverleg verzocht het aspect na-ijlende effecten van steenkoolwinning (instructieregel 12.12 van de nieuwe Omgevingsverordening) al mee te nemen. Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 13 -
Toelichting
Na-ijleffecten steenkoolwinning Voor de locatie Siekendaalstraat kan worden aangegeven dat deze buiten de grens van het concessiegebied van de Maurits is gelegen (zie d onderstaande afbeelding).
Kaart begrenzing concessiegebied Maurits (bron: Gegevenshuis)
De locatie is wel gelegen in het onderzoeksgebied na-ijleffecten. Uit de beschikbare data komen geen relevante gegevens voor de onderhavige locatie naar voren.
3.3 Regionaal beleid Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is in 2016 vastgesteld door alle Zuid-Limburgse gemeenten, waaronder de gemeente Beek. De SVWZL is een ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de Zuid-Limburgse gemeenten vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed hebben op andere gemeenten. Ook erkennen gemeenten met deze gemeenschappelijke aanpak dat onderlinge concurrentie, zeker met de huidige bevolkingsontwikkeling en de ambities die Zuid-Limburg als kennisregio heeft, leidt tot negatieve effecten die uiteindelijk ten koste gaan van de kracht van de regio. Een overschot aan woningen is niet in het gezamenlijke belang, want dat kan negatieve gevolgen hebben voor de bestaande woningvoorraad, met alle gevolgen van dien voor leefbaarheid, doorstroming en betaalbaarheid. Doel van deze visie is het creëren van een excellent woon- en leefklimaat in Zuid-Limburg door een goed functionerende woningmarkt met aantrekkelijke, elkaar aanvullende woonmilieus. Dit is een voorwaarde voor het benutten van de economische potentie van de regio. In deze SVWZL staat de transformatieopgave per gemeente centraal in de ontwikkeling van de woningvoorraad.
Om de gewenste kwantitatieve omvang van de woningvoorraad te bepalen wordt de transformatieopgave per gemeente uit de Woonmonitor gebruikt als de kwantitatieve koersbepalende opgave om te komen tot een gezonde woningmarkt met voldoende marktspanning. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een gezonde frictieleegstand van 2%) en de huishoudensontwikkeling. De transformatieopgave per gemeente wordt tweejaarlijks vastgesteld. De transformatieopgave is een koersbepalende opgave voor de ontwikkeling van de woningvoorraad. De transformatieopgave Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 14 -
Toelichting
wordt vastgesteld per gemeente en is beleidsneutraal. Het betreft daarmee geen afdwingbare bouwof sloopopgave. d Afspraken In de regio zijn de volgende afspraken gemaakt: - schrappen van programma dat geen toegevoegde waarde meer heeft; - transformatieopgave tweejaarlijks vaststellen per gemeente; - herinvulling waardevol bestaand vastgoed (zoals monumenten) heeft prioriteit; - compensatie verplicht bij nieuwe initiatieven (in deze volgorde): 1) slopen; 2) financiële compensatieregeling; 3) gemeente neemt sloopverplichting over en voert deze uit binnen raadstermijn; 4) schrappen bestaande plancapaciteit: 1 nieuwe woning tegen 4 bestaande woningen. Transformatievisie Wonen Westelijke Mijnstreek De Transformatievisie Wonen Westelijke Mijnstreek is een driedelig regionaal beleidsdocument (omgevingsanalyse, ruimtelijke visie en transformatieplan) waarvan het doel is het werken aan toekomstbestendige wijken. De woningvoorraad in de Westelijke Mijnstreek wordt geconfronteerd met een kwantitatieve en een kwalitatieve opgave. Enerzijds zullen er te veel woningen op de markt zijn en anderzijds is de woningmarkt niet aangepast aan de toekomstige woonbehoeften. Er zijn in deze visie woonmilieus uitgewerkt. De kern Beek valt onder het woonmilieu ‘verstedelijkte kern’.
De verstedelijkte kernen in de Westelijke Mijnstreek worden gekenmerkt door hun historische centra met commerciële en maatschappelijke voorzieningen enerzijds en monotone suburbane woonwijken anderzijds. Hierdoor wordt de opgave voor dit woonmilieu onderverdeeld in twee strategieën: de suburbane rand van kernen verdunnen ten faveure van meer landschap en de centra verder uitgebouwen tot nog sterkere voorzieningenknopen. In de verstedelijkte kern is het aangenaam wonen voor jong en oud, de voorzieningen zijn immers vlakbij en er zijn tal van ontmoetingsplekken nabij. Kwetsbare woningen worden gesloopt of getransformeerd ten voordele van nieuwe of grondig gerenoveerde duurzame en levensloopbestendige woningen. Verder is het belangrijk het woningbestand af te stemmen op de maatschappelijke tendensen en de demografische transitie. Het is interessant om de woningtypologieën uit te breiden bij de transformatie. Men kan bijvoorbeeld collectieve ouderenwoningen voorzien in markante gebouwen die een nieuwe invulling zoeken. Of men kan slopen of verdunnen ten voordele van nieuwe levensloopbestendige schakelwoningen. Ook leegstaande winkelpanden kunnen ingezet worden voor zorg, de zorgnood zal in de toekomst immers toenemen. Naast de grotere projecten kunnen op kleinere schaal ook woningen samengevoegd en gerenoveerd worden om aan de toekomstige woonwensen te voldoen.
In de transformatievisie zijn voor elk woonmilieu vier pijlers uitgewerkt, te weten de cultuurhistorische identiteit, het landschap, de voorzieningen en de woningvoorraad. Bij elk woonmilieu zijn ambities opgenomen om de waarden van deze vier pijlers te benadrukken en te versterken. Onderhavig plan Het voorliggende plan voorziet in de bouw van één levensloopbestendige woning voor een koppel senioren. Gelet op de gestage groei van deze doelgroep in de komende jaren is het realiseren van passende woningen hiervoor van groot belang. De locatie ligt binnen bebouwd gebied en ook dichtbij de voorzieningen van de kern Beek en past functioneel naast de herontwikkeling van het Lampenpaleis tot appartementengebouw. Door het realiseren van een levensloopbestendige woning past dit plan binnen de Transformatievisie Westelijke Mijnstreek. Beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ De Zuid-Limburgse gemeenten hebben gezamenlijk de beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ opgesteld. Elke gemeente heeft deze beleidsregel separaat vastgesteld. Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 15 -
Toelichting
De beleidsregel komt in de plaats van de beleidsregel ‘Tijdelijke versoepeling van de compensatiesystematiek van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg’ (dit was een tijdelijke regeling ter versoepeling van de compensatie-eisen uit d de SVWZL, die vanwege het feit dat deze inmiddels is verlopen hier niet meer wordt besproken). De strekking van deze beleidsregel is dat ‘goede woningbouwplannen’ niet meer hoeven te worden gecompenseerd. Woningbouwplannen worden beschouwd als goede plannen als zij voldoen aan alle drie de onderstaande criteria: Criterium 1: het plan heeft maatschappelijke meerwaarde Een woningbouwplan heeft maatschappelijke meerwaarde wanneer bijvoorbeeld sprake is van één van de volgende situaties: - aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen; - herstructurering/vervangingsbouw van woningen; - hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw; - aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast zijn - aanvullend op de voornoemde vier criteria - goede plannen met name die plannen die voorzien in een evidente behoefte aan met name: woonwagens, sociale en middeldure huur en koop (onder voorwaarden) voor doelgroep starters en ouderen. Onderhavig plan In het onderhavige plan wordt één levensloopbestendige woning gerealiseerd.
Het betreft een woning die bewoond gaat worden door ouderen, die in de voorliggende situatie daarmee in de gelegenheid worden gesteld langer zelfstandig te wonen omdat zij in de directe nabijheid van hun familie kunnen wonen. Hierdoor is een vorm van zorg beschikbaar en bereikbaar zonder het zelfstandig wonen op te hoeven geven. De voorwaarde die door de bestuurlijk overleg van de subregio is meegegeven is dat sprake moet zijn van een levensloopbestendige woning. Daarnaast dient de woning te vallen binnen de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Daarmee kan worden voldaan aan de maatschappelijk criteria, zijnde de realisering van een koopwoning voor de doelgroep ouderen en binnen de gestelde kostprijs. Criterium 2: het plan is planologisch aanvaardbaar Een plan is (ruimtelijk) planologisch aanvaardbaar als het voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening, artikel 3.1.6, lid 2) voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte nodig is: - criterium 2a: het plan sluit aan bij de kwantitatieve behoefte; - criterium 2b: het plan sluit aan bij de kwalitatieve behoefte.
Onderhavig plan In het kader van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ zoals opgenomen in paragraaf 2.1 van deze toelichting, is geconcludeerd dat één woning binnen de ondergrens valt van de ladder. Het plan past binnen de beleidskaders zoals aangegeven in deze paragraaf. Criterium 3: het plan is (sub)regionaal afgestemd Het derde criterium betreft subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Woningbouwplannen die concurrerend zijn op regionale schaal (de Zuid-Limburgse woningmarkt), worden ook op Zuid-Limburgse schaal afgestemd. Onderhavig plan Het bestuurlijk overleg van de subregio is akkoord gegaan met deze woningtoevoeging, omdat sprake is van een levensloopbestendige woning en – in de gegeven situatie – sprake is van een bouwplan waarbij de mogelijkheid wordt geboden om ouderen langer zelfstandig te laten wonen omdat de familieleden in de directe omgeving woonachtig zijn. De locatie ligt binnen bebouwd Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 16 -
Toelichting
gebied, maar het is een locatie waar normaliter geen woning zou worden toegevoegd. Echter, gelet op de aanpalende ontwikkeling van het Lampenpaleis, waarvan de bebouwing wordt gesloopt ten behoeve van de ontwikkeling van een appartementengebouw, lijkt dit een niet onlogische afronding d van het bebouwd gebied op deze plek. Gelet op de toezegging van initiatiefnemer betreffende de prijsklasse (binnen NHG) is ingestemd door het bestuurlijk overleg. Woningbouwplaninitiatieven die mogelijk worden gemaakt via deze beleidsregel, dienen binnen twee jaar na afstemming in de (sub)regio planologisch te zijn vastgesteld en binnen drie jaar nadat het plan planologisch onherroepelijk is geworden te zijn gerealiseerd. Woningbouwplannen die deze termijnen niet halen, verliezen hun status op de subregionale woningmarktprogrammering. Beleidsvisie externe veiligheid Chemelot site/Westelijke Mijnstreek De gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek hebben gezamenlijk de Beleidsvisie externe veiligheid Chemelot site/Westelijke Mijnstreek opgesteld (vastgesteld door de raad van de gemeente SittardGeleen d.d. 31.03.2010).
In deze beleidsvisie wordt in samenwerking met de provincie Limburg, de regionale brandweer Zuid-Limburg en Chemelot een intergemeentelijk beleidskader voor externe veiligheid vastgesteld waarmee belangen van ruimtelijke ordening enerzijds en (bedrijfs)economische belangen anderzijds voor de lange termijn geborgd worden. De belangrijkste doelstellingen voor de toekomst die in de beleidsvisie zijn geformuleerd zijn: - een economisch sterke regio waarin de Chemelot site een spilfunctie vervult. Dit houdt in dat nieuwe ontwikkelingen binnen de Chemelot site een realistisch en gewenst uitgangspunt zijn. Het ligt voor de hand dat deze nieuwe activiteiten mede activiteiten met gevaarlijke stoffen betreffen; - een regio met een kwalitatief hoogwaardig woon- en leefmilieu met ruimtelijke ontwikkelingen die dit gestalte zullen geven. Dit is in de visie op de ontwikkeling van de Westelijke Mijnstreek kernachtig verwoord door de slogan “van meer naar beter”. Binnen deze doelstelling is uitgesproken dat er geen behoefte is aan uitbreiding van de woningcapaciteit. De vergrijzing van de bevolking die wordt voorzien maakt dit een realistisch uitgangspunt.
Deze doelstellingen vormen de beleidsdoelstelling van de hierboven genoemde betrokken partijen om de Westelijke Mijnstreek een krachtige en aantrekkelijke regio te maken voor de vestiging van nieuwe ondernemingen en een jonge generatie mensen die graag in de Westelijke Mijnstreek willen wonen en werken. Bij deze doelstelling hoort een essentiële randvoorwaarde. De gewenste ontwikkelingen moeten mogelijk zijn met behoud van een verantwoord en aanvaardbaar veiligheidsniveau voor de leefomgeving. Per ruimtelijk plan zal in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden bekeken of de ontwikkeling past binnen het hier aangegeven beleidskader. Onderhavig plan De wijze waarop in het onderhavige plan wordt omgegaan met het aspect externe veiligheid is beschreven in paragraaf 5.2 van deze toelichting.
3.4 Gemeentelijk beleid Herijkte Strategische Toekomstvisie 2030 gemeente Beek In deze toekomstvisie, welke de gemeenteraad van Beek in juni 2021 heeft vastgesteld, worden in hoofdlijnen de ambities en speerpunten van beleid tot 2030 beschreven. Samengevat gaat Beek zich de komende jaren tot 2030 in hoofdlijnen richten op drie grote uitdagingen: - demografische transitie: teruglopend aantal inwoners, waardoor de voorzieningen onder druk komen te staan; - druk op ruimte en fysieke leefomgeving: ligging Beek in relatie tot energietransitie en klimaatadaptatie en wonen is een uitdaging; - economische transitie: onzekere effecten van de transitie op werkgelegenheid. De missie van de toekomstsvisie is de brede welvaart (welzijn, vitaliteit, positieve gezondheid, sociale vooruitgang) van Beek de komende decennia vast te houden en te verhogen door op onderdelen Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 17 -
Toelichting
duurzame keuzes te maken. Er wordt daarbij ingezet op de versterking van het menselijk en sociale kapitaal, het natuurlijke kapitaal en het economische en woonkapitaal. Ten aanzien van het wonen wordt het accent gelegd op de transformatiedvan de bestaande voorraad en kwalitatieve toevoeging van nieuwbouw. Dit laatste betekent het bouwen van woningen waar op de lange termijn behoefte aan is en blijft. Eén van de accenten van deze transformatie richt zich op het realiseren van levensloopbestendige woningen. Daarnaast dienen de bereikbaarheid en het winkelaanbod in de kernen op peil te worden gehouden. Onderhavig plan Eén van de pijlers van de Herijkte Strategische Toekomstvisie van de gemeente Beek is het versterken van het woon- en leefklimaat door het beschikbaar hebben van woningen die toekomstbestendig zijn. Met het realiseren van een nieuwe levensloopbestendige woning in het bestaand stedelijk gebied wordt invulling gegeven aan deze doelstelling. Het plan past dan ook binnen de uitgangspunten van de Herijkte Strategische Toekomstvisie van de gemeente Beek. Structuurvisie Beek 2012-2022 ”Ruimte voor veelzijdigheid en vitaliteit” Centraal in deze structuurvisie staat het streven van Beek om een goed woon-, leef- en werkklimaat te (kunnen) blijven bieden aan zowel de huidige als de toekomstige bewoners.
Hoofddoel daarbij is behoud en versterking van een duurzame omgeving waarin het prettig wonen, werken en recreëren is, met oog voor wat Beek heeft en wil nalaten voor toekomstige generaties. Beek wil zich blijven ontwikkelen tot een eigentijdse maar authentieke woon-, werk- en leefgemeente, met voorzieningen op maat in elke kern en in een hoogwaardige, duurzame landelijke omgeving met blijvende en beleefbare natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Identiteit en kwaliteit vormen de basis voor toekomstige ontwikkelingen. Behoud en versterking van de identiteit en kwaliteiten van Beek staat voorop. Het begrip (ver)binden ziet daarbij op het verbinden en bundelen van ambities zodat deze elkaar kunnen versterken en op het binden van de bevolking aan de regio en aan Beek, nu en in de toekomst. De doelstellingen voor de verdere ontwikkeling van Beek zijn daarmee: - algemeen: blijven binden van jong en oud; - wonen en voorzieningen: behoud van voldoende goede woningen en voorzieningen in combinatie met behoud en versterking van de kwaliteit van het openbaar gebied; - economie en toerisme & recreatie: aantrekkelijk blijven voor bedrijven; - natuur, landschap en cultuurhistorie: versterken en zichtbaar maken van ruimtelijke kwaliteiten als dragers voor ruimtelijke ontwikkelingen.
De demografische krimp bepaalt nadrukkelijk de beleidsagenda en zal deze de komende jaren blijven bepalen. Vergrijzing en ontgroening stellen Beek en de regio voor de grote uitdaging om de vitaliteit van gemeente en regio de komende jaren te behouden. Centraal in de ambities staat dan ook het streven van Beek om een goede woon- en leefomgeving te (kunnen) blijven bieden aan zowel de huidige als de toekomstige bewoners. Versterking en verdere ontwikkeling van gevarieerde, hoogwaardige woonmilieus met woningen die beantwoorden aan de veranderende vraag en economische vitaliteit en bedrijvigheid met een goede bereikbaarheid moeten samen de basis bieden voor een evenwichtige samenstelling van de bevolking en het op peil houden van de sociale cohesie. Het groene karakter, de diversiteit aan bestaande woonmilieus, het hoge voorzieningenniveau, het aanwezige ondernemerschap, de goede bereikbaarheid, de betrokkenheid van de inwoners en het actieve verenigingsleven vormen daarbij de basis. Onderhavig plan Voor het onderhavige bestemmingsplan bevat de Structuurvisie Beek 2012-2022 geen specifieke uitgangspunten. Wel kan worden gesteld dat het plan op kleine schaal een bijlage levert aan een kwalitatief goed woonmilieu. Door het toevoegen van een woning wordt voldaan aan de huidige woonwensen.
Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 18 -
Toelichting
Woonvisie Beek 2019-2035 De regionale ‘Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg’ is door de gemeente Beek uitgewerkt in de ‘Woonvisie Beek 2019-2035’ (vastgesteld door d de raad op 21 maart 2019). De Woonvisie heeft als belangrijkste doel een woningvoorraad te ontwikkelen die voldoet aan de huidige en toekomstige woonwensen van de inwoners van de gemeente Beek. Daarnaast is het behouden en aantrekken van huishoudens een belangrijk doel dat wordt nagestreefd om de bevolkingsafname het hoofd te bieden en leegstand te voorkomen. Er worden in de Woonvisie vier categorieën woningzoekers geduid, te weten starters, gezinnen, empty nesters of pensionado’s en de alleenstaande senior of pensionado. In het kader van dit plan is met name de derde categorie relevant. Het betreft koppels die geen inwonende kinderen meer hebben en binnen afzienbare tijd met pensioen gaan of dit al zijn (pensionado). Het merendeel van deze doelgroep is tevreden met de eigen woning en is niet van plan te verhuizen. Deze groep twijfelt over het doen van investeringen in het kader van duurzaamheid en langer thuis wonen. De minderheid die wil verhuizen zoekt een huur of koopwoning met minder slaapkamers (minimaal 2), meer comfort en lagere maandlasten (goed geïsoleerd en duurzaamheidsmaatregelen). Deze groep neemt in omvang aanzienlijk toe gedurende de planperiode van de Woonvisie (van 35% naar 51% van de huishoudens).
Eén van de ambities in de gemeente Beek is het realiseren van gelijkvloerse nieuwbouwwoningen gericht op pensionado’s, waarmee tevens doorstroming in de woningvoorraad op gang wordt gebracht. De ambities die in de Woonvisie worden uitgesproken zijn het realiseren van het juiste woningtype (voor pensionado’s: levensloopbestendig), transformatie van de bestaande woningvoorraad, het monitoren en verminderen van leegstand in kwetsbare woningtypen en het monitoren van het vestigingsklimaat. Daarnaast is er ook een ambitie om te faciliteren dat meer mensen op loopafstand van voorzieningen wonen. Dit houdt in dat de grotere woningbouwinitiatieven in/nabij centra van de kernen gefaciliteerd worden. Inbreiding gaat daarbij voor uitbreiding, waarbij open plekken kunnen worden ingevuld (mits stedenbouwkundig gewenst), of randen van kernen worden afgemaakt. Onderhavig plan Het voorliggende plan voorziet in de bouw van één levensloopbestendige woning voor de doelgroep pensionado’s (koppel). Gelet op de gestage groei van deze doelgroep in de komende jaren is het realiseren van passende woningen hiervoor van groot belang. De locatie ligt binnen bebouwd gebied en ook dichtbij de voorzieningen van de kern Beek. Toch is het een locatie waar normaliter geen woning zou worden toegevoegd.
Echter, gelet op de aanpalende ontwikkeling van het Lampenpaleis, waarvan de bebouwing wordt gesloopt ten behoeve van de ontwikkeling van een appartementengebouw, lijkt dit een niet onlogische afronding van het bebouwd gebied op deze plek. Archeologisch beleidsplan gemeente Beek Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden die volgens de in beleidsnota “Beek, een poort voor het verleden naar het heden” in aanmerking komen, een nader onderzoek plaatsvinden naar archeologische waarden. Als het niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken. De gemeente Beek heeft een gemeentelijk archeologisch beleidsplan. Het beleidsplan heeft betrekking op het gehele grondgebied van de gemeente Beek. Daaronder vallen de kernen Beek, Groot Genhout, Klein Genhout, Geverik, Kelmond, Neerbeek en Spaubeek. Het beleidsplan bestaat uit een archeologische verwachtingskaart en een beleidskaart.
Een archeologische verwachtingskaart maakt voor het gemeentelijk grondgebied een onderscheid tussen gebieden waar veel en weinig archeologische resten te verwachten zijn en gebieden waarvan reeds bekend is dat er daadwerkelijk archeologische resten aanwezig zijn. Een archeologische beleidsadvieskaart geeft Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 19 -
Toelichting
op basis van de Archeologische Verwachtingskaart beleidsadviezen over de omgang met bekende en te verwachten archeologische waarden in het proces van de gemeentelijke ruimtelijke ordening. d Onderhavig plan De wijze waarop in het onderhavige plan rekening is gehouden met het aspect archeologie is beschreven in hoofdstuk 5.3 van deze toelichting.
Bestemmingsplan Siekendaalstraat ong. te Beek Gemeente Beek
- pagina 20 -
Toelichting
4 Planbeschrijving d
4.1 Bouwplan Positie woning De woning is aangrenzend aan de locatie Lampenpaleis gesitueerd. Op die locatie zullen appartementen worden gerealiseerd. Het voorliggende perceel met nummer 742 biedt voldoende ruimte om een vrijstaande woning toe te voegen. De woning is georienteerd op de Siekendaalstraat en de voorgevel is geprojecteerd op ruimte afstand van deze weg. Dit past in de direct omgeving, alwaar aan deze zijde van de Siekendaalstraat geen bebouwing direct langs de weg aanwezig is. Er zijn wel schuren en andere bijgebouwen die aan deze zijde van de Siekendaalstraat teruggelegen zijn gesitueerd, maar geen hoofdgebouwen. De beoogde woning vormt aan deze zijde straks de laatste woning voordat de kern Beek overgaat naar het buitengebied. Hierdoor is het passend dat de woning niet direct aan de weg ligt en dat er voldoende ruimte omheen ligt. Bouwmassa De percelen in de directe omgeving zijn op de weg georiënteerd en de percelen zijn relatief diep. De bouwmassa dient qua karakter en uitstraling passend te zijn binnen de bestaande ruimtelijke structuur. In de directe omgeving is sprake van woningen in één of twee bouwlagen met een kap. Deze woningen zijn afwisselend vrijstaand en geschakeld gebouwd. Door architect Gerard Extra is een massastudie uitgevoerd voor het beoogde bouwplan.