Bijlage bij toelichting bestemmingsplan HS-Station
Tekst van het document
Bestemmingsplan HS-station Beek (L) In opdracht van ENEXIS
NL.IMRO.0888.BPHSSTATIONBEEK22-VA01 VASTGESTELD 17 oktober 2023
Contactpersoon T M E
Arcadis Nederland B.V. Maastricht
bestemmingsplan HS-station Beek (L) (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Bureauonderzoek Archeologie
6
Bijlage 2
Verkennend booronderzoek archeologie
42
Bijlage 3
Quickscan Flora en Fauna
64
Bijlage 4
Aeriusberekening
87
Bijlage 5
Vervolgonderzoek bodemholten
97
Bijlage 6
Waterparagraaf
101
Bijlage 7
Vooronderzoek bodem
115
Bijlage 8
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
127
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek
178
Bijlage 10
QS ontplofbare oorlogsresten
244
3
bestemmingsplan HS-station Beek (L) (vastgesteld)
4
bestemmingsplan HS-station Beek (L) (vastgesteld)
Bijlagen bij de toelichting
5
bestemmingsplan HS-station Beek (L) (vastgesteld)
Bijlage 1 Bureauonderzoek Archeologie
6
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEK HOOGSPANNINGSSTATION BEEK Arcadis Archeologisch Rapport 355 Arcadis Archeologisch Rapport 355
Enexis Enexis 9 AUGUSTUS 2022
9 AUGUSTUS 2022
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
Contactpersoon W.K. Adviseur archeologie
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
2 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING
5
1
INLEIDING
6
1.1
Aanleiding van het onderzoek
6
1.2
Plangebied en onderzoeksgebied
6
1.3
Administratieve gegevens
7
1.4
Huidige en toekomstige situatie
8
1.5
Doel van het bureauonderzoek
10
1.6
Werkwijze
10
1.7
Juridisch- en beleidskader
10
1.7.1
Verdrag van Malta (1992)
10
1.7.2
Erfgoedwet (2016) en Monumentenwet (1988)
11
1.7.3
Gemeentelijk beleid
11
2
3
4
5
LANDSCHAP
15
2.1
Inleiding
15
2.2
Geologie en geomorfologie
15
2.3
Bodem
17
2.4
Hoogtebestand AHN
19
HISTORIE
20
3.1
Inleiding
20
3.2
Historische informatie
20
ARCHEOLOGISCHE INFORMATIE
26
4.1
Inleiding
26
4.2
Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart
26
4.3
Archeologische informatie
27
4.3.1
AMK-terreinen
27
4.3.2
Vondstlocaties en waarnemingen
29
4.3.3
Eerder uitgevoerd onderzoek
29
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
31
5.1
Conclusie
31
5.2
Gespecificeerd verwachtingsmodel
31
5.3
Advies
32 3 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
BRONNEN
34
COLOFON
35
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
4 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
SAMENVATTING In de gemeente Beek heeft Enexis het voornemen een uitbreiding van het hoogspanningsstation te realiseren. Binnen de huidige inrichting wil Enexis een uitbreiding realiseren in de vorm van een drietal bouwwerken behorende tot het hoogspanningsstation. Bij de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen archeologische waarden worden verstoord. Het plangebied is gelegen binnen het Zuid-Limburgse lössgebied op de rand van het Graetheideplateau dat grenst aan het hoger gelegen Centraal Plateau. Het Graetheideplateau is een vlak Pleistoceen erosieterras van de Maas dat globaal wordt begrensd door de dalen van de Geleenbeek in het oosten, de Feldbissbreuk in het noorden en de Maas in het westen. De eerste boeren in Nederland hebben hun nederzettingen gesticht circa 5300 v. Chr. op deze hogere vruchtbare lössgronden. Binnen het plan- en onderzoeksgebied zijn diverse archeologische vondsten gedaan uit alle perioden (Neolithicum – Nieuwe Tijd). Daarnaast moet rekening worden gehouden met een kans op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan bewoning, begraving, rituele deposities, overblijfselen gerelateerd aan economische activiteit (mogelijk ook water). In de omgeving van het plangebied zijn onder andere vuursteen vondsten uit het Vroeg Neolithicum gedaan, dit is een aanwijzing van de aanwezigheid van deze bandkeramische cultuur hier in de omgeving.
Binnen het plangebied is het vigerende Bestemmingsplan Buitengebied Beek (Gemeente Beek 2011, 7-7) van kracht. In dit bestemmingsplan staat een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Hierin staat een vrijstellingsgrens van 250 m2 en 2.500 m2 voor bodemverstorende ingrepen beschreven. Tevens bestaat er een vrijstellingszone voor de maximale ontgravingsdiepte van 30 cm -mv. Daarnaast is de voorgenomen uitbreiding gedeeltelijk gelegen binnen een AMK-terrein van zeer hoge archeologische waarde. Op basis van de bekende en verwachte archeologische waarden binnen het plangebied bestaat een risico dat bij de voorgenomen ontwikkelingen archeologische resten verloren gaan. Het is namelijk onduidelijk tot op welke diepte het huidige hoogspanningsstation de bodem heeft verstoord en of het overige deel van het plangebied ook is geroerd. Op basis van dit bureauonderzoek valt niet uit te sluiten dat onder de recente verstoringen nog archeologische vindplaatsen aanwezig zijn.
5 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding van het onderzoek
In opdracht van Enexis heeft Arcadis Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de uitbreiding van een hoogspanningsstation in de gemeente Beek. Enexis heeft het voornemen een uitbreiding te realiseren op het terrein dat is weergegeven in Figuur 1. Bij de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen archeologische waarden worden verstoord. Het bureauonderzoek heeft als doel, inzicht te verschaffen in de archeologische waarden die zich in het plangebied kunnen bevinden. Door te kijken naar de opbouw en ontwikkeling van het gebied, het huidige en historische gebruik van het landschap en de reeds bekende archeologische gegevens en verstoringen uit het plangebied, kan een gespecificeerde verwachting van de aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied opgesteld worden. Op basis hiervan wordt bepaald welk risico archeologie vormt voor de planontwikkeling. Op basis van deze gegevens wordt een advies opgesteld voor wel of geen vervolgonderzoek en in dit geval een advies voor de meest geschikte bouwlocatie ten opzichte van archeologie.
1.2
Plangebied en onderzoeksgebied
Voor het bureauonderzoek is uitgegaan van een plangebied dat bestaat uit het hoogspanningsstation en een smalle groenstrook in de gemeente Beek. Het plangebied is net buiten de bebouwde kom gelegen, tussen de kernen van Beek en Neerbeek in. Ten noorden van het plangebied is een sportcomplex gevestigd, ten westen van het plangebied is rijksmonument Huis Nieuwenhof gelegen en ten oosten is rijksmonument de zogenaamde Oude Pastorie te vinden.
Figuur 1. Plangebied en onderzoeksgebied Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
6 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
Figuur 2. Plangebied op de luchtfoto.
1.3
Administratieve gegevens
Tabel 1. Administratieve gegevens van het onderzoek Objectgegevens onderzoek
Arcadis Projectnummer
Projectnaam
BO uitbreidingsstation Hoogspanningsstation Beek 30114047 BO uitbreiding hoogspanningsstation Beek
Plaats
Beek
Gemeente
Beek
Provincie
Limburg
Coördinaten (X,Y)
Oppervlakte plangebied
Onderzoeksmelding Archis3
184552, 328251
Circa 2,4 hectare (plangebied) daadwerkelijke ingreepgebied ca. 400m2 5169545100 7 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
Objectgegevens onderzoek
Uitvoerder
BO uitbreidingsstation Hoogspanningsstation Beek Arcadis Nederland B.V.
Contactpersoon
W.K. Arcadis Nederland B.V.
Opdrachtgever
Enexis
Bevoegd Gezag
Gemeente Beek
Uitvoeringsperiode onderzoek
Februari-maart 2022
Beheerder en plaats documentatie
Arcadis Nederland BV, locatie Den Bosch
1.4
Huidige en toekomstige situatie
Op de luchtfoto van het plangebied (Figuur 3) is de meest recente situatie te zien. Het HS-station bestaat in de
huidige situatie uit een schakelruimte, een bedieningsruimte en twee transformatoren (T1 en T2). De transformatoren hebben elk een vermogen van 66 MVA. Verder is er een verhard koppelveld van TenneT op het HS-station aanwezig. Rondom deze gebouwen en het koppelveld bevindt zich groen met enkele bomenclusters. Deze bomenclusters liggen in de noordwestelijke en zuidoostelijke hoek van het HS-station. Ten zuidwesten van het koppelveld ligt een strook braakliggend terrein, dat in eigendom is van Enexis. Om de capaciteit van dit HS-station te vergroten, wordt het station op eigen terrein uitgebreid met een modulair blok (10 kV-subblok) en E-house (20 kV-systeem L). Het modulair blok beslaat een oppervlak van circa 130 m2 met een hoogte van 4,40 meter. Het E-house is 3,70 meter hoog en beslaat een oppervlak van circa 70 m2. In totaal beslaat de uitbreiding een oppervlakte van 200 m2. Deze worden geplaatst ten zuiden van de huidige bebouwing (zie Figuur 4). Op die locatie bevindt zich nu een bomencluster, waarvan enkele bomen gekapt dienen te worden.
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
8 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
Figuur 3. Huidige situatie plangebied met bestaande bebouwing.
Figuur 4 Voorgenomen inrichting hoogspanningsstation Beek
9 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
1.5
Doel van het bureauonderzoek
1. Het bureauonderzoek heeft als doel inzicht te verschaffen in de archeologische waarden die zich mogelijk in het plangebied bevinden of verwacht worden. 2. Aan de hand van het bureauonderzoek wordt een gespecificeerd verwachtingsmodel opgesteld voor het aantreffen van archeologische resten en de risico’s op het verstoren van deze resten binnen de planvorming. 3. Aan de hand van het bureauonderzoek wordt uitspraak gedaan over de noodzaak van archeologisch vervolgonderzoek en indien nodig, uit welke onderzoeksmethode het vervolgonderzoek zou moeten bestaan.
1.6
Werkwijze
De landschappelijke en archeologische situatie wordt beschreven op basis van een aantal bronnen. De opbouw en ontwikkeling van het onderzoeksgebied zegt veel over de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied. In combinatie met gegevens over bekende archeologische vondsten en historische gegevens wordt een verwachting opgesteld voor de kans op het aantreffen van archeologische resten. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de verwachte aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Voor het bureauonderzoek archeologie worden de volgende bronnen geraadpleegd: •
Archeologische Monumenten Kaart (AMK);
•
Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Beek;
•
Relevante publicaties van reeds uitgevoerd archeologisch onderzoek;
•
Bodemkaart, geomorfologische kaart, het AHN;
•
Informatie uit Archis 3.
•
Historische kaarten: Topografisch Militaire Kaarten, kadasterkaart 1811-1832, Bonnekaart 1900;1930 en topografische kaart: 1970, 1990.
1.7 1.7.1
Juridisch- en beleidskader Verdrag van Malta (1992)
Op 16 januari 1992 is door de Raad van Europa het Europese verdrag van Malta - ook wel bekend als de Conventie van Malta of het Verdrag van Valletta - gesloten. Aanleiding was de toenemende druk op het archeologisch erfgoed in Europa, onder meer door ruimtelijke ontwikkelingen, waardoor bodemarchief ongezien verloren dreigde te gaan. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Grondslag van het verdrag is dat dit archeologische erfgoed integrale bescherming nodig heeft en krijgt. In het verdrag zijn drie uitgangspunten ten aanzien van de omgang met archeologie geïntroduceerd:
•
Het streven naar het behouden van archeologie in de bodem, het zogenaamde "behoud in situ" (artikel 4, tweede lid). Opgraven is het (gedocumenteerd) vernietigen van het bodemarchief en is in principe niet het eerste streven. De gedachte daarachter is dat bodemarchief voor toekomstige generaties bewaard moet blijven.
•
Tijdig rekening houden in de ruimtelijke ordening met de mogelijkheid of aanwezigheid van archeologische waarden, zodat er nog ruimte is voor archeologievriendelijke alternatieven (artikel 5). Zo wordt voorgesteld steeds vooraf onderzoek te laten doen naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden om het bodemarchief beter te beschermen en onzekerheden tijdens de bouw van bijvoorbeeld nieuwe wijken te beperken. Op deze manier kan daar bij de ontwikkeling van de plannen zoveel mogelijk rekening mee worden gehouden. Door er vooraf rekening mee te houden, wordt vertraging in bouwprocessen voorkomen.
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
10 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
•
Elke lidstaat die het Verdrag van Malta ondertekent, is verplicht maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat bij particuliere of openbare ontwikkelingsprojecten de kosten van de noodzakelijke archeologische maatregelen worden gedekt (artikel 6). In de Nederlandse wetgeving is dit vertaald in het ‘de verstoorder betaalt’-principe (Wet op de archeologische monumentenzorg 2008). De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor de kosten van het archeologisch onderzoek en de uitwerking van de resultaten. Dit principe is geïntroduceerd als een stimulans om locaties voor ruimtelijke ontwikkeling te zoeken waarbij de archeologische verwachtingswaarden minder hoog zijn.
1.7.2
Erfgoedwet (2016) en Monumentenwet (1988)
Sinds 1 juli 2016 geldt de nieuwe Erfgoedwet. Deze wet harmoniseert de bestaande wet- en regelgeving omtrent roerend en onroerend erfgoed en vormt één integrale Erfgoedwet voor het beheer en behoud van cultureel erfgoed. Een belangrijke wijziging voor archeologie is dat in de Erfgoedwet de regels voor de archeologische monumentenzorg aan de orde komen. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving wordt onderdeel van de Omgevingswet die naar verwachting in januari 2023 in werking zal treden. Tot dat de Omgevingswet ingaat blijven de artikelen uit de Monumentenwet 1988 die niet terugkomen in de Erfgoedwet van kracht, waaronder regelingen omtrent omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen.
•
Op grond van artikel 38a van de Monumentenwet 1988 en op grond van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening), zijn gemeenten verplicht de belangen van de archeologische monumentenzorg in hun bestemmingsplannen te verankeren. De verankering vindt plaats door het toekennen van de bestemming of dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. In een gemeentelijke verordening en in het bestemmingsplan worden regels opgenomen met betrekking tot het gebruik van de grond. Aan deze regels kan een omgevingsvergunningstelsel voor onder meer het gebruik van de grond en bodemwerkzaamheden worden gekoppeld.
•
Op grond van artikel 2.22, derde lid onder d, van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg, voorschriften aan de omgevingsvergunning worden verbonden. Deze voorschriften kunnen inhouden dat de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport overlegt, waarin de archeologische waarde wordt vastgesteld van het terrein dat volgens de aanvraag wordt verstoord.
1.7.3 Gemeentelijk beleid Een archeologische verwachtingskaart biedt een actueel overzicht van de archeologische verwachtingen en bekende archeologische waarden binnen de gemeentegrenzen. Deze verwachtingskaart ligt veelal ten grondslag aan het gemeentelijk archeologiebeleid met bijbehorende beleidskaart. Onderstaand worden de beleidskaders op de archeologische beleidskaart besproken als ook het bestemmingsplan. Archeologische beleidsadvieskaart De archeologische beleidsadvieskaart is een belangrijk instrument voor het opstellen van het bestemmingsplan onderdeel archeologie (Figuur 9). De beleidsadviezen op deze kaart zijn in archeologische verwachtingsniveaus onderverdeeld. Aan deze niveaus zijn beleidsadviezen gekoppeld. Binnen het plangebied gaat het gedeeltelijk om een gebied met een middelhoge archeologische verwachting. De verwachting op basis van de bestaande gegevens is op dit niveau niet exact in te schatten. Het betreft de randgebieden van beek- en droogdalen, waar processen van erosie en colluvium plaatsvonden. Binnen het plangebied ligt ook een gebied met een hoge archeologische verwachting, hiervoor geldt dezelfde omschrijving als op de archeologische verwachtingskaart. Gedeeltelijk is het plangebied gekenmerkt als gebied van archeologische waarde. Dit is een gebied waarbinnen vrijwel zeker vaststaat dat het archeologische resten herbergt (Van Wijk & Laan, 2013).
11 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
Bestemmingsplan Binnen het plangebied is het vigerende Bestemmingsplan Buitengebied Beek (Gemeente Beek 2011, 7-7) van kracht (Figuur 5, Figuur 6, Figuur 7, Figuur 8). Binnen het plangebied is een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 1, 3 en 4 aanwezig. Hierin staat een vrijstellingsgrens van 250 m 2 en 2.500 m 2 voor bodemverstorende ingrepen beschreven. Tevens bestaat er een vrijstellingszone voor de maximale ontgravingsdiepte van 30cm -mv (Tabel 2). Tabel 2 Archeologisch beleid Gemeente Beek.
Beleidszone
Vrijstellingsoppervlak
Vrijstellingsdiepte
Waarde – Archeologie, 1
250 m2
30 cm -mv
Waarde – Archeologie, 3
2.500 m2
30 cm -mv
Waarde - Archeologie, 4
2.500 m2
30 cm -mv
Figuur 5. Uitsnede kaart bestemmingsplan buitengebied Beek deel met dubbelbestemming waarde archeologie 1
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
12 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
Figuur 6 Uitsnede kaart bestemmingsplan buitengebied Beek deel met dubbelbestemming waarde archeologie 4
Figuur 7 Uitsnede kaart bestemmingsplan buitengebied Beek deel met dubbelbestemming waarde archeologie 3
Figuur 8 Uitsnede kaart bestemmingsplan buitengebied Beek deel met dubbelbestemming waarde archeologie 4
13 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
Figuur 9. Beleidsadvieskaart archeologie gemeente Beek.
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
14 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
2
LANDSCHAP
2.1
Inleiding
De fysisch-geografische gesteldheid van een gebied was in grote mate bepalend voor het menselijke doen en laten. De beschikking over natuurlijke hulpbronnen was essentieel voor de keuze van mensen om zich op een bepaalde locatie te vestigen. De situering van een nederzetting wordt bepaald door de aanwezigheid van vruchtbare gronden voor akkerbouw, beschikbaarheid van zoet water, bouwmaterialen en natuurlijke voedselbronnen. De geologische, geomorfologische en bodemkundige situaties zijn daarom van belang voor een archeologisch onderzoek.
2.2
Geologie en geomorfologie
In het begin van het Kwartair (2,58 miljoen jaar geleden tot heden) stroomde de Maas door een relatief vlak gebied van Eijsden in noordoostelijke richting. Dit veranderde doordat het Ardennengebied langzaam omhoogkwam, de opheffing naar het westen was minder en zorgde ervoor dat de Maas zich in dezelfde richting bewoog. De Maas sneed zich in de loop der eeuwen steeds dieper in het opheffende landschap en vormde zo een reeks van Maasterrassen. Doordat de Maas verplaatste, werden ook de dalen van de zijbeken in dezelfde richting verlengd. De beken hebben het terrassenlandschap sterk versneden en deze ontwikkeling heeft geleid tot het ontstaan van plateaus. Naast de beekdalen zijn er droge dalen waar minder vaak water doorheen stroomde, deze kunnen variëren in lengte van enkele tientallen meters tot kilometers. Over het grootse deel van deze landschappen is door poolwinden van de Weichsel-ijstijd (116 tot 11,7 duizend jaar geleden) een dik pakket lössgronden afgezet, ongeveer gelijktijdig met de dekzanden (Renes, 1988). Het plangebied is gelegen binnen het Zuid-Limburgse lössgebied op de rand van het Graetheideplateau dat grenst aan het hoger gelegen Centraal Plateau, oftewel Plateau van Schimmert (Figuur 10). Het plateaugebied is ontstaan door erosie van omliggende rivieren en beken.
Het Graetheideplateau is een vlak Pleistoceen erosieterras van de Maas dat globaal wordt begrensd door de dalen van de Geleenbeek in het oosten, de Feldbissbreuk in het noorden en de Maas in het westen. De ondergrond van dit plateau bestaat uit dikke pakketten grof maasgrind (formatie van Beegden) die zijn afgezet in het Midden-Pleistoceen (126 – 781 duizend jaar geleden). Löss bestaat voor 75 procent uit kwartsdeeltjes met een korrelgrootte tussen 2 en 50 μm. De dikte van het lösspakket kan door erosie sterk verschillen, maar kan plaatselijk wel meer dan 10 meter bedragen. Het gebied wordt gekenmerkt door een golvende laagvlakte (Paulussen & Van de Water, 2016). De huidige geomorfologische gesteldheid in het gebied wordt getypeerd met een beekdalbodem en lösswand (Figuur 11). De beekdalbodem is het laagst gelegen vlakke deel van een ingesneden beek. Lösswand is het steile deel van een terreintrede. Het omvat een hellend terrein met hoogteverschillen van 5 m of meer. Duidelijk is een lösswand te onderscheiden van de aan de voet en top liggende vlakkere terreinen (Maas, et al., 2019). Als de geomorfologische gesteldheid bekeken wordt aan de hand van de aantrekkingskracht op de mens, zijn vooral de dalen, hellingen en plateaus een belangrijk gegeven voor de latere vestiging van nederzettingen.
De dalen en plateaus zijn relatief vlak, in de dalen is vaker voldoende drinkwater beschikbaar dan op de plateaus. Op plateaus kon het water soms tientallen meters diep zitten. Waterbronnen op de plateaus konden het vestigingsklimaat erg gunstig beïnvloeden.
15 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
Figuur 10.Geologie van het plangebied en omgeving op de geologische kaart
Figuur 11 Geomorfologie van het plangebied en omgeving op de geomorfologische kaart
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
16 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
2.3
Bodem
In de huidige situatie binnen het plangebied bestaan de bodems uit bebouwde gronden (Figuur 12). In de nabijheid van het plangebied zijn radebrikgronden en bergbrikgronden te vinden. Onder brikgronden worden minerale gronden verstaan die gekenmerkt worden door de aanwezigheid van een briklaag. Een briklaag is een inspoelingshorizont waar klei is ingespoeld. Bij een radebrikgrond zit de uitspoelingshorizont nog boven de briklaag. Dit zijn dus brikgronden die niet of nauwelijks zijn geërodeerd. Deze gronden bezitten een betrekkelijk lichte bovengrond op een zwaardere tussenlaag. De bergbrikgronden daarentegen zijn matig geërodeerd en bezitten deze lichte bovenlaag niet. Bij deze gronden is de briklaag aan het oppervlak te vinden (Figuur 13). Deze typen gronden worden zeer veel aangetroffen in de löss (Van de Westeringh, 1981). Ook is er sprake van een zogenoemd colluvium, dit zijn geërodeerde gronden die onderaan de helling accumuleren. Deze gronden bestaan vaak uit een mengsel van löss en terrasmateriaal (Maas et al, 2019). Een boormonsterprofiel uit de omgeving van het plangebied geeft een voorbeeld van radebrikgrond (Figuur 14). De leemlaag aan de oppervlakte is afgezet door de wind (eolisch). Deze afzettingen worden löss genoemd. Daaronder is een kleilaag gelegen. Ook is het grindpakket uit de formatie van Beegden goed waarneembaar.
Vanuit historisch perspectief bekeken heeft de bodemgesteldheid in het plangebied vooral betrekking op de aanwezige löss. Deze lössgronden zijn van nature een stuk vruchtbaarder dan bijvoorbeeld de zandgronden. Ook is löss relatief eenvoudig te bewerken en is het goed ontwaterd maar houdt het voldoende vocht vast om de gewassen te laten overleven. Hierdoor konden de eerste bewoners voldoende gewassen verbouwen. Toen de bevolkingsdruk toenam streefde de bewoners naar hogere opbrengsten. Kalk is hiervoor een belangrijke meststof (Barends et al, 2010).
Figuur 12. Bodemkaart van het plangebied op de bodemkaart 17 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
Figuur 13 Brikgronden zijn lössgronden met een klei-inspoelingslaag
Figuur 14 boormonsterprofiel uit het onderzoeksgebied. Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
18 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
2.4
Hoogtebestand AHN
Het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) geeft de precieze en gedetailleerde maaiveldhoogtes van Nederland in meters ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP). De maaiveldhoogtes worden in een kleurenschaal weergegeven. Het plangebied is betrekkelijk vlak met weinig uitgesproken hoogteverschillen (circa 72 m +NAP). De groene randen van het perceel zijn iets hoger gelegen. Figuur 15 laat zien dat het plangebied waarschijnlijk is geëgaliseerd ten behoeve van de aanleg van het hoogspanningsstation. Landschappelijk gezien is het plangebied gelegen op een tussenplateau, het Graetheideplateau en is het 2 - 5% zwak hellend. Dit is een stuk lager gelegen dan het aangrenzende plateau van Schimmert (110m +NAP).
Figuur 15. Kaart actueel hoogte bestand (AHN) binnen het plangebied.
19 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
3
HISTORIE
3.1
Inleiding
De historie van een onderzoeksgebied speelt een grote rol bij het bepalen van de archeologische verwachting. Historische bronnen verschaffen informatie over de ontwikkelingen in het onderzoeksgebied. Voor de negentiende en twintigste eeuw zijn de ontwikkelingen eenvoudig te achterhalen door het historisch kaartmateriaal te onderzoeken. Kaarten worden met een relatief grote regelmaat geproduceerd, en laten de ontwikkeling van een landschap nauwkeurig zien.
3.2
Historische informatie
Het plangebied is gelegen tussen de historische kernen van Beek en Neerbeek op het Graetheideplateau. De eerste nederzettingen in deze regio werden vaak gesticht op de relatief vlakke plateaus, aan de randen van de beekdalen. Deze locaties waren zeer gunstig omdat vanuit de positie betrekkelijk eenvoudig verschillende natuurlijke hulpbronnen benut konden worden. Het gebied tussen Sittard, Stein en Beek was een gebied dat aan de gunstige vestigingsvoorwaarden voldeed, hier zijn sporen van vroege nederzettingen aangetroffen (Renes,1988). De geschiktheid van deze locaties had onder andere te maken met de lössgronden die goed bruikbaar zijn voor akkerbouw. Van nature zijn ze relatief vruchtbaar, goed bewerkbaar en goed ontwaterd. Bovendien houdt de bodem voldoende water vast om ook in de droge zomermaanden de gewassen van voldoende vocht te voorzien. De eerste boeren in Nederland woonden vanaf circa 5300 v. Chr. al op deze lössgronden, dit was zo’n duizend jaar eerder dan op de dekzandgronden. Vondsten uit de bandkeramiekcultuur in het noordwestelijke deel van het lössgebied, zoals bijvoorbeeld in de omgeving van het huidige Beek, wijzen op de vroege bewoning. De eerder genoemde factoren zoals de natuurlijke vruchtbaarheid van de löss waren waarschijnlijk voldoende om de gewassen zoals spelt en knol lange tijd op peil te houden.
Daarnaast werd het nederzettingspatroon op de löss sterk beïnvloed door de aanwezigheid van drinkwater op de plateaus. Het grondwater zat vaak enkele tientallen meters diep. Flinke veranderingen in de regio begonnen in de ijzertijd en in de eerste eeuwen van de Romeinse tijd. Bevolkingstoename had als gevolg een toename van het areaal aan cultuurlandschap. Grote delen van plateaus werden ontgonnen en ook werden wegen en knooppunten aangelegd. In de vroege middeleeuwen ontstond verandering in deze ontwikkeling. De bevolkingsaantallen liepen wat terug met het gevolg dat de bewoners vertrokken van de plateaus naar de meer gunstige gebieden in de omgeving van de Maas en de beken. Gevolg was dat de plateaus gaandeweg weer bebost raakten. De meeste middeleeuwse nederzettingen zijn dan ook te vinden op de randen van de beekdalen tussen het bouw- en
Figuur 16 Verschuiving nederzettingen en vestigingsfactoren
grasland (Figuur 17 en Figuur 18).
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
20 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
Rond het jaar 1000 waren grote delen van de plateaus nog bebost, echter kwam daar in de volle en late middeleeuwen verandering in. Het bevolkingsaantal nam toe en een groot deel van de plateaus werd opnieuw in cultuur gebracht. Er was hier sprake van grootschalige ontbossing en ontginningen, rond het jaar 1300 waren op de grootste delen van de plateaus nog maar weinig onontgonnen gebieden over.
Nieuwe nederzettingslocatie op het plateau
Oude nederzettingslocatie in het rivierdal
Figuur 17 verschuiving nederzettingen van het dal naar het plateau 1000-1300. In de nieuwe tijd nam de bevolkingsgroei in het lössgebied nog aanzienlijker toe. Deze groei moest worden opgevangen door uitbreiding van bestaande nederzettingen en productieverhogende maatregelen op het bestaande cultuurland. Dit gebeurde onder andere door het afschaffen van de stoppenweide en de braakperiode als ook door de toenemende bemesting met kalk (Barends et al, 2010). Op de historische kaarten zijn nog aanwijzingen te vinden van het cultuurlandschap. De kadastrale minuut van 1811-1832 laat zien dat het plangebied is gelegen in een landelijk agrarisch gebied (Figuur 18). De meeste percelen waren in gebruik als bouwland. Nabij de bebouwing zijn vaak percelen te vinden die in gebruik waren als tuin en boomgaard. Het plangebied is gelegen binnen een verzameling van percelen genaamd ‘den nieuwen hof’. Deze percelen waren eigendom van G.J.H. Stas, een telg uit een oud Maastrichts patriciërsgeslacht. Het huis en percelen waren onderdeel van het buitenverblijf. Naast deze percelen bezat Stas ook andere bouwlanden in de omgeving (Cammaert, 2011; OAT11006B025). Het grootste deel van de percelen in ‘den nieuwen hof’ werd volgens de kadastrale registratie gebruikt als boomgaard. De loop van de Keutelbeek is in deze periode nog duidelijk aanwezig in het plangebied.
Op de topografische kaarten van 1850, 1900, 1930, 1950 (Figuur 19, Figuur 20, Figuur 21 en Figuur 22) is te zien dat deze gronden nog steeds in gebruik zijn als boomgaard. Op de kaart van 1970 is de hoogspanningsleiding waarneembaar, ook is de Keutelbeek in deze periode gedempt. Vanaf 1990 (Figuur 24) zijn ook de gebouwen van het hoogspanningsstation waarneembaar.
21 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
Tot slot kan een toponiem ook wat vertellen over de historische geografie van een gebied. De eerste naamsvermelding van afgeleiden van de plaatsnaam Beek dateert uit midden 11e eeuw. Zo zijn er naamvermeldingen Becha, Becca, Beke en Beeck. De verschillende namen zijn uiteindelijk geëvolueerd tot het huidige Beek. Het toponiem verwijst echter naar de natuurlijke waterloop, ook wel naar de ligging bij de Keutelbeek. Het nabijgelegen Neerbeek duidt op ligging stroomafwaarts van het stroomopwaarts gelegen Beek (van Berkel & Samplonius, 2018).
Figuur 18. Kadastrale Minuutplans 1811-1832
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
22 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
Figuur 19. Historisch topografische kaart circa 1850
Figuur 20. Historisch topografische kaart circa 1900
23 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
Figuur 21. Historische topografische kaart circa 1930
Figuur 22. Historisch topografische kaart circa 1950
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
24 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
Figuur 23. Historisch topografische kaart circa 1970
Figuur 24. Historisch topografische kaart circa 1990
25 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
4
ARCHEOLOGISCHE INFORMATIE
4.1
Inleiding
Om een archeologische verwachting voor een gebied op te kunnen stellen, is eerst kennis nodig van de reeds bekende archeologische waarden en van de verwachting die voor het gebied geldt. In dit hoofdstuk worden de bekende archeologische waarden en verwachtingen aan de hand van verschillende bronnen beschreven (Tabel 3). Tabel 3 Archeologische perioden (Bron: ABR).
Periode
Begin
Einde
Nieuwe Tijd
1500
Heden
Late Middeleeuwen
1050
1500
Vroege Middeleeuwen
450
1050
Romeinse Tijd
12
v. Chr.
450
IJzertijd
800
v. Chr.
12
v. Chr.
Bronstijd
2.000
v. Chr.
800
v. Chr.
Neolithicum
5.300
v. Chr.
2.000
v. Chr.
Mesolithicum
8.800
v. Chr.
4.900
v. Chr.
Laat Paleolithicum
35.000 v. Chr.
8.800
v. Chr.
Midden Paleolithicum
300.000 v. Chr.
35.000 v. Chr.
4.2
Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart
De archeologische verwachtingswaarde van een gebied geeft de kans op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats weer. De meeste Nederlandse gemeenten hebben een archeologische verwachtingskaart. Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Beek is het plangebied gekenmerkt met twee verschillende verwachtingen (Figuur 25). Gedeeltelijk betreft dit een hoge archeologische verwachting en gedeeltelijk betreft dit een middelhoge archeologische verwachting, waarbij de hoge verwachting het grootste deel van het plangebied beslaat. Onder de gebieden met een hoge verwachting vallen die delen van de gemeente die in het verleden als woongrond het best geschikt waren (gelegen binnen 300 m van een beek- of droogdal) en waar sprake is van een hoge bodemgaafheid. Hier is de kans op het aantreffen van archeologische waarden groot. Onder de delen met een middelhoge verwachting gaat het om gebieden waar op basis van de bestaande gegevens de archeologische verwachting niet exact is in te schatten. Het betreft allereerst de randgebieden van de beek- en droogdalen waarbij zowel processen van erosie als van afdekking met colluvium plaatsvonden (en nog steeds plaatsvinden).
Binnen deze gebieden kunnen dus terreinen liggen waar door erosie alle archeologische waarden verdwenen zijn, naast terreinen waar door afdekking met colluvium eventueel aanwezige archeologische waarden juist zeer goed geconserveerd zijn. In de tweede plaats zijn tot deze categorie gerekend de gebieden die op grond van hun ligging in principe een hoge verwachting hebben, maar die in recente tijden bebouwd zijn geraakt. Het verstorende effect van deze bebouwing is niet eenduidig. Het kan zijn dat archeologische waarden zwaar zijn aangetast, maar deze aantasting kan ook meevallen (Van Wijk & Laan, 2013). Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
26 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
Figuur 25 Plangebied op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Beek
4.3
Archeologische informatie
4.3.1
AMK-terreinen
Op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) zijn bekende en waardevolle archeologische vindplaatsen weergegeven. Onderscheid wordt gemaakt tussen terreinen van waarde, hoge waarde, zeer hoge waarde, en zeer hoge waarde – beschermd. In het laatste geval is het terrein een beschermd Rijksmonument. Het uitgangspunt bij AMK-terreinen is in principe behoud van archeologische resten in situ. De terreinen zijn weergegeven op de kaart in Figuur 26 en zijn beschreven in Tabel 4. In het plangebied is een deel gemarkeerd als terrein van zeer hoge archeologische waarde (AMK-nummer 8404). Dit is tevens het deel waar de voorgenomen uitbreiding van het hoogspanningsstation zal plaatsvinden.
27 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
Figuur 26. AMK terreinen en archeologische vondstmeldingen en eerder uitgevoerd onderzoek binnen plan- en onderzoeksgebied (bron Archis3).
Tabel 4. AMK terreinen binnen plan- en onderzoeksgebied AMK-nummer
Waarde
8404
zeer hoge archeologische Terrein met resten van een versterkt huis, daterend uit de waarde
Beschrijving
Late Middeleeuwen. Het betreft de overblijfselen (resten van kelders) van het omgrachte huis Binsfeld of Cartilshof. Rechthoekig, golvend terrein van 16 x 20 meter waarbinnen de Heemkundevereniging Beek in 1978-1979 een proefopgraving heeft verricht. Er werden onder meer funderingsresten (gemetselde 'mergel'-blokken) aangetroffen. In het veld is een heuvel met bijbehorende grachtaanleg te herkennen.
8403
zeer hoge archeologische Terrein met de aanleg en overblijfselen van een vroenhof waarde
(hof van een grondheer) daterend uit de Late Middeleeuwen. Aan de Noordwest- en Zuidwestzijde is de voormalige gracht nog als een laagte te herkennen. Binnen de omgrachting staat een oud (Nieuwe Tijd B), vervallen gebouw. In 1980 is een proefonderzoek uitgevoerd door de Heemkundevereniging Beek. Tijdens een inventariserend veldonderzoek naar aanleiding van
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
28 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
AMK-nummer
Waarde
Beschrijving een aan te leggen waterleiding door Baac in 2005 werd mogelijk de omgrachting aangeboord.
.
4.3.2
Vondstlocaties en waarnemingen
Vondstlocaties zijn archeologische vondsten en waarnemingen die geregistreerd zijn in Archis 3. De vondstlocaties zijn weergegeven op de kaart in Figuur 26 en staan vermeld in Tabel 5. Tabel 5. Vondstmeldingen binnen plan- en onderzoeksgebied (bron Archis3) Zaak IDnummer
Datum en Plaats
2778888100
1981, Beek
3094065100
1986, Beek
3217152100
1978, Beek
2901382100
1971, Beek
2375385100
2012, Beek
3300663100
2016, Beek
Beschrijving
Diversen vondstmeldingen van keramiek, ruwhandig aardewerk en hutteleem uit de periode late middeleeuwen, mogelijk resten van bewoning. Vuursteen vondsten uit het Vroeg Neolithicum, mogelijk resten van bewoning. Funderingsresten in de vorm van gemetselde mergelblokken uit de late middeleeuwen. Resten van gracht nabij een vroenhof uit de late middeleeuwen - nieuwe tijd. Diversen vondsten nabij een vroenhof uit de periode vanaf het neolithicum tot de nieuwe tijd. Onder andere keramiek, glas, koper, tefriet. Diversen vondsten nabij een vroenhof uit de periode middeleeuwen – nieuwe tijd. Onder andere keramiek, ijzer, lood.
Uit de informatie over de AMK-terreinen en uit de bekende vondsten uit de directe omgeving van het plangebied komt een hoge verwachting op resten uit de Middeleeuwen naar voren. Dit komt door de aanwezigheid van een vroenhof direct naast het plangebied. Ook heeft in de middeleeuwen vlak bij het plangebied een versterkt huis gestaan waarvan mogelijk nog vondsten zijn aangetroffen. Belangrijk vondsten zijn de funderingsresten, resten van de gracht en vondsten van gebruiksvoorwerpen.
4.3.3
Eerder uitgevoerd onderzoek
In verschillende zones binnen het onderzoeksgebied is eerder archeologisch bureau- en veldonderzoek uitgevoerd. Deze zones zijn aangegeven op Figuur 26. De resultaten van het onderzoek zijn beschreven in Tabel 6.
29 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
Tabel 6 Eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek Zaak
Datum/ uitvoerder/
IDnummer
Type onderzoek
Resultaten
1987/ RAAP Archeologisch 2041583100
Adviesbureau/ Bureauonderzoek en
Rapportage niet beschikbaar.
veldkartering Geadviseerd wordt om binnen het gehele plangebied archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren ter plaatse van die delen waar de bodem dieper dan 30 cm –mv zal worden geroerd. Volgens het 2016/ Archeopro/ 4016655100
Adviesbureau/ Bureauonderzoek
onderzoek geldt een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit alle perioden met bijzondere aandacht voor het vroeg neolithicum (Liniaire Bandkeramiek). Voor de beekdalbodem geldt een hoge verwachting voor off site resten uit alle perioden vanaf het neolithicum en voor nederzettingsresten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd met bijzondere aandacht voor de middeleeuwse locatie Vroenhof. Zie Paulussen, R. & Van de Water, A. (2016)
2008/ BILAN/ 2213740100
Bureauonderzoek
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
Rapportage niet beschikbaar.
30 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5.1
Conclusie
In opdracht van Enexis heeft Arcadis Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Hoogspanningsstation Beek, zoals aangeduid op Figuur 1. Bij de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen mogelijk archeologische waarden worden verstoord. De omvang van het verstoringsoppervlak binnen het plangebied zal de onderzoeksplichtige grens van 250 m 2 en 2500 m 2 overschrijden. Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging is een bureauonderzoek archeologie opgesteld conform KNA 4.1. Het bureauonderzoek heeft als doel inzicht te verschaffen in de archeologische waarden die zich mogelijk in het plangebied bevinden of verwacht worden. Hieronder volgt een gespecificeerd verwachtingsmodel voor het aantreffen van archeologische resten en de risico’s op het verstoren van deze resten binnen de planvorming (Tabel 7). Vervolgens zal een uitspraak gedaan worden over de noodzaak van archeologisch vervolgonderzoek en indien nodig, uit welke onderzoeksmethode het vervolgonderzoek zou moeten bestaan. Op basis van het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Het plangebied is gelegen op een lössplateau. De eerste boeren in Nederland hebben hun nederzettingen gesticht circa 5300 v. Chr. op deze hogere vruchtbare lössgronden.
In de omgeving van het plangebied zijn vuursteen vondsten uit het Vroeg Neolithicum gedaan, dit is een aanwijzing van de aanwezigheid van deze bandkeramische cultuur hier in de omgeving. De archeologische vondsten die binnen het plangebied gevonden zijn, bestaan uit vondsten uit de late middeleeuwen van keramiek, ruwhandig aardewerk en hutteleem. In de omgeving van het plangebied is melding gemaakt van vondsten die betrekking hebben op de historische bebouwing. Ten oosten van het plangebied is een vroenhof gelegen en ten westen zijn de resten van een versterkt huis uit de late middeleeuwen gevonden. Het laatstgenoemde terrein is gedeeltelijk gelegen binnen de grenzen van het plangebied (AMK terrein 8404). Historische kaartstudie heeft uitgewezen dat het plangebied tot de komst van het transformatorstation hoofdzakelijk agrarisch was. Op het terrein heeft tot de laatste kwart van de vorige eeuw een boomkwekerij gestaan, vanaf 1990 is een klein deel van het plangebied bebouwd. De geomorfologische situatie en de bodemgesteldheid wijzen uit dat er sprake is van een beekdalbodem en een lösswand, met (in de omgeving) brikgronden.
5.2
Gespecificeerd verwachtingsmodel
De archeologische verwachtingswaarde van een gebied geeft de verwachting op de aan- en afwezigheid van archeologische waarden aan. De gemeentelijke archeologische verwachtingskaarten vormen hier de basis voor. Uit deze kaart en uit de archeologische beleidskaart komt naar voren dat het gedeelte waar binnen de ontwikkelingen gaan plaatsvinden in een zone met een bekende archeologische verwachtingswaarde ligt. Het gaat hier om een zone waarin verschillende middeleeuwse gebouwen hebben gestaan. Een hiervan, het Vroenhof lag mogelijk deels in het westelijke deel van het plangebied. Op basis van de aangetroffen vondsten en sporen bij eerdere onderzoeken geldt hier een zeer hoge verwachting op resten uit de middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Vondsten uit andere perioden zijn echter niet uit te sluiten, vandaar dat deze een middelhoge verwachting hebben gekregen. Op basis van het bureauonderzoek moet met alle perioden (Paleolithicum – Nieuwe Tijd) rekening worden gehouden met een kans op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan bewoning, begraving, rituele deposities, overblijfselen gerelateerd aan economische activiteit. Op basis van de landschappelijke situatie en reeds bekende archeologische vindplaatsen, kan de volgende archeologische verwachting worden opgesteld:
31 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
Tabel 7 tabel archeologische verwachtingen op basis van het bureauonderzoek
Periode
Paleo-/ Meso lithicum
Neolithicum
Metaaltijden
Romeinse Tijd
Middeleeuwen
Nieuwe Tijd
5.3
Verwachting
Complextype
Kenmerken
Diepteligging
Gaafheid
Middel hoog
Rituele deposities en economische activiteiten mogelijk Losse vondsten ook gerelateerd aan water (incidenteel)
Gaafheid matig; mogelijk verstoord Direct onder de bouwvoor door Vroenhof (AMKterrein) en aanleg hoogspanningsstation
Middelhoog
Rituele deposities, begravingen, bewoning en economische activiteiten mogelijk gerelateerd aan water (incidenteel) of nederzettingen (Bandkeramiek)
Losse vondsten en sporen
Gaafheid matig; mogelijk verstoord Direct onder de bouwvoor door Vroenhof (AMKterrein) en aanleg hoogspanningsstation
Middelhoog
Rituele deposities, begravingen, bewoning en economische activiteiten mogelijk gerelateerd aan water
Losse vondsten en sporen
Gaafheid matig; mogelijk verstoord Direct onder de bouwvoor door Vroenhof (AMKterrein) en aanleg hoogspanningsstation
Middelhoog
Rituele deposities, begravingen, bewoning en economische activiteiten mogelijk gerelateerd aan water
Losse vondsten en sporen
Gaafheid matig; mogelijk verstoord Direct onder de bouwvoor door Vroenhof (AMKterrein) en aanleg hoogspanningsstation
Zeer hoog
Begravingen, bewoning en economische activiteiten mogelijk gerelateerd aan water
Losse vondsten, watergerelateerde structuren zoals steigers en bruggen
Gaafheid matig; mogelijk verstoringen als gevolg van aanleg Direct onder de bouwvoor hoogspanningsstation (met uitzondering van het AMK-Terrein).
Zeer hoog
Begravingen, bewoning en economische activiteiten mogelijk gerelateerd aan water
Losse vondsten, watergerelateerde structuren zoals steigers en bruggen
Gaafheid matig; mogelijk verstoringen als gevolg van aanleg Direct onder de bouwvoor hoogspanningsstation (met uitzondering van het AMK-Terrein).
Advies
Binnen het plangebied varieert de archeologische verwachting tussen een middelhoge en zeer hoge verwachting op verschillende perioden. Deze zeer hoge verwachting is grotendeels te wijden aan het AMKterrein (8404), Vroenhof uit de Middeleeuwen, dat deels op het plangebied ligt en mogelijk bij de voorgenomen ingrepen verstoord gaat worden. Op basis van de bekende en verwachte archeologische waarden binnen het plangebied bestaat een risico dat bij de voorgenomen ontwikkelingen archeologische resten verloren gaan. Om deze reden dient aanvullend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het vervolg-
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
32 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
onderzoek kan zich beperken tot het gedeelte van het plangebied waar bodemingrepen gaan plaatsvinden. Dat is in het noordwestelijke deel van het plangebied. Geadviseerd wordt archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek (IVO-o). Dit booronderzoek heeft als doel de bodemopbouw en/of bodemverstoringen in kaart te brengen en de archeologische verwachting nader te specificeren. Op basis van deze resultaten zal bepaald worden of verder onderzoek nog nodig is. Het verkennend booronderzoek dient aan de volgende eisen te voldoen: • Dichtheid van 6 boringen per hectare plus tenminste 1 handmatig geschepte profielput van 50x50 cm en 80cm diep. • Boringen worden gezet met een edelmann boor van 7cm of guts van 3cm. • Diepte tot 25cm in de C-laag.
Dit advies zal door de initiatiefnemer worden voorgelegd aan het Bevoegd Gezag, in dit geval de gemeente Beek. Na aanvulling van bovenstaand advies is het Bevoegd Gezag akkoord met het door Arcadis gegeven advies.
33 van 35
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEKUITBREIDING HS BEEK
BRONNEN Literatuur • • • • • • • •
•
Van Wijk, I. M. & Laan, W. (2013) Actualisatie Archeologische Beleidskaart voor de Gemeente Beek. Alblasserdam: Archol Van De Westeringh, W. (1981) Natuurhistorisch maandblad: radebrikgronden in löss onder oud bos in Zuid-Limburg. Wageningen Paulussen, R. & Van de Water, A. (2016) Keutelbeek fase 1B Beek. Eijsden: Archol. Renes, J. (1988) De geschiedenis van het Zuidlimburgse cultuurlandschap. Uitgeverij Van Gorcum. Assen. Kerkstra, K., P. Vrijlandt, H. de Jong & J. Houwen (2007) Landschapsvisie Zuid-Limburg. Wageningen Universiteit. Wageningen. Barends, S. (2016) Het Nederlandse Landschap, een historisch-geografische benadering, Matrijs: Utrecht van Berkel, G. & Samplonius, K. (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard. Cammaert, F. (2011) 'Godefroid Stas (1802-1876). Maastrichts jurist tussen noord en zuid', in: Maastricht kennisstad. 850 jaar onderwijs en wetenschap in portretten van Veldeke, Herbenus, De Bolland, Van Dopff, Pelerin, Minckelers, Stas, De Bosquet, Hoffmans, Endepols, Salmang, Timmers en de universiteit (E. van Royen, red.), pp. 128-142. Uitgeverij Vantilt, Maastricht. Maas, G. J., W.M. van der Meij, S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema. (2019). "Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2019)." http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research.
Overige bronnen • • • • • • • • • • •
Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN). Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Archeologisch Informatiesysteem Archis3; Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed (RCE). Archeologische beleidsadvieskaart gemeente Beek Archeologische Verwachtingskaart gemeente Beek Bodemkaart Nederland (1:50:000); Alterra Geomorfologische Kaart (1:50:000); Alterra. Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels, Limburg Bestemmingsplan buitengebied Beek 2011 Minuutplan Limburg, sectie B, blad 02 MIN11006B02 Oorspronkelijke aanwijzende tafel Beek, Limburg, sectie B, blad 025 OAT11006B025
Onze referentie: 30114047 - Datum: 9 augustus 2022
34 van 35
BUREAUONDERZOEK UITBREIDING HS BEEK
COLOFON BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE HOOGSPANNINGSSTATION BEEK ARCADIS ARCHEOLOGISCH RAPPORT 355
KLANT Enexis AUTEUR W.K. ONZE REFERENTIE 30114047 DATUM 9 augustus 2022 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
I.de J. Adviseur Erfgoed
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com
35 van 35
bestemmingsplan HS-station Beek (L) (vastgesteld)
Bijlage 2 Verkennend booronderzoek archeologie
42
RAAP-RAPPORT 6372
Plangebied Hoogspanningsstation Beek te Beek Gemeente Beek Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Colofon Titel: Plangebied Hoogspanningsstation Beek te Beek, gemeente Beek ; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 04-04-2023 Auteur: R.M. E.. Bsc, dr. M.P.F. V.
Projectcode: BEEHS Bestandsnaam: RAAPrap_6372_BEEHS_20230404 Autorisatie: M.P.F. V.
ISSN: 0925-6229 RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2023 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Plangebied Hoogspanningsstation Beek te Beek, gemeente Beek ; archeologisch vooronder zoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronder zoek)
Samenvatting Kader In opdracht van Arcadis Nederland B.V. heeft RAAP in februari & maart 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Hoogspanningsstation Beek te Beek in de gemeente Beek. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. In het plangebied wordt het hoogspanningsstation uitgebreid, er worden extra (bij)gebouwen gebouwd inclusief bijbehorende kabels en leidingen. Gespecificeerde archeologische verwachting In een voorafgaand onderzoek, opgesteld door Arc adis, geldt er voor het plangebied een hoge verwachting voor alle perioden. Er moet hierbij rekening gehouden worden met vondsten gerelateerd aan water, bruggen en voorden, maar ook aan bewoning, begraving en deposities. Sporen en vondsten kunnen zich direct onder de bouw voor voordoen. Inventariserend booronderzoek Tijdens het booronderzoek zijn er vier boringen gezet en is er een profielput gegraven. Twee van de vier boringen zijn doorgezet tot 270 cm -m v om de diepere bodemopbouw te kunnen beoordelen. In alle boringen is sprake van een verstoorde laag met puin, steenkool, grind en een enkel stuk glas. Deze laag dekt de schone C -horizont af, op ca. 110 tot 150 cm -m v. Ter plaatse van de verhoging in het plangebied bevindt de ongestoorde (B)C-horizont zich op 220 cm -m v.
In het gegraven profielputje is eveneens een verstoord bodemprofiel zichtbaar tot minimaal 100 cm -m v, de bodem is sterk gevlekt en bevat grote stenen, puin, grind en steenkool. Er is nergens in het plangebied sprake van een natuurlijk bodemprofiel. Aan de hand van de resultaten van het booronderzoek kan de archeologische verwachting in het plangebied worden bijgesteld naar ‘laag’ voor alle perioden. Conclusie en advies Vanwege het aantreffen van een verstoord bodemprofiel in het plangebied, w elke mogelijk verband houdt met de aanleg van het hoogspanningsstation, worden er geen archeologische resten meer verwacht in het plangebied. Het advies is om het plangebied geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden en het terrein vrij te geven voor toek omstige ontwikkelingen.
RAAP-rapport 6372 / versie 04-04-2023
[3]
Plangebied Hoogspanningsstation Beek te Beek, gemeente Beek ; archeologisch vooronder zoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronder zoek)
Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................................3 Inhoud ...................................................................................................................................................4 1 Inleiding..............................................................................................................................................5 1.1 Kader ............................................................................................................................................................ 5 1.2 Administratieve gegevens ............................................................................................................................. 7 1.3 Doel- en vraagstelling ................................................................................................................................... 7
2 Archeologische verwachting ...............................................................................................................8 3 Veldonderzoek ....................................................................................................................................9 3.1 Methode ........................................................................................................................................................ 9 3.2 Resultaten .................................................................................................................................................... 9 3.3 Archeologische relevantie .......................................................................................................................... 11
4 Conclusies en advies ........................................................................................................................ 13 4.1 Conclusie .................................................................................................................................................... 13 4.2 Advies ......................................................................................................................................................... 13 4.3 Tot slot........................................................................................................................................................ 13
Literatuur ............................................................................................................................................. 14 Websites/Digitale bronnen ................................................................................................................... 14 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ....................................................................... 15
RAAP-rapport 6372 / versie 04-04-2023
[4]
Plangebied Hoogspanningsstation Beek te Beek, gemeente Beek ; archeologisch vooronder zoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronder zoek)
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Arcadis Nederland B.V. heeft RAAP in februari & maart 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van e en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Hoogspanningsstation Beek te Beek in de gemeente Beek (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. In het plangebied wordt het hoogspanningsstation uitgebreid, er worden extra (bij)gebouwen gebouwd inclusief bijbehorende kabels en leidingen. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevorm d door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Beek ligt het plangebied in een gebied met bekende archeologische waarde met nummer 3 (Van W ijk & Laan, 2013) . Deze voorschriften zijn veran kerd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Beek 2011’ (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/ ), waarin het plangebied een dubbelbestemming ‘W aarde - Archeologie 1’ heeft. Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 250 m 2 en dieper dan 30 cm -m v een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd.
De om vang van de bodemingrepen zijn niet exact bekend, maar zullen vrijwel zeker de opgesteld vrijstellingsgrenzen overschrijden. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1 ), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
RAAP-rapport 6372 / versie 04-04-2023
[5]
Plangebied Hoogspanningsstation Beek te Beek, gemeente Beek ; archeologisch vooronder zoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronder zoek)
Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
RAAP-rapport 6372 / versie 04-04-2023
[6]
Plangebied Hoogspanningsstation Beek te Beek, gemeente Beek ; archeologisch vooronder zoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronder zoek)
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Opdrachtgever
Arcadis Nederland B.V.
Bevoegde overheid
Gemeente Beek
Plaats
Beek
Gemeente
Beek
Provincie
Limburg
Centrumcoördinaten (X/Y)
184.465/328.275
Oppervlakte plangebied
3079 m²
Afbakening plangebied
Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied onderzocht.
Onderzoeksperiode
Februari 2023
Uitvoerder
RAAP Zuid
Projectleider
R.M. E.
Projectmedewerkers
M.P.F. V.
RAAP-projectcode
BEEHS
Archis-onderzoeksmeldingsnummer
5332492100
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio Zuid te Weert en op termijn het provinciaal depot, Archis en e-depot.
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling Het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) heeft tot doel de archeologische verwachting voor het gebied te toetsen door de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opb ouw en eventuele bodem verstoringen in kaart te brengen. Deze onderzoeksfase is onderdeel van het traject van archeo logisch vooronderzoek dat als einddoel heeft de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats vast te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: •
Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?
•
Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van de gespecificeerde archeologische verwachting verwacht werd?
•
Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?
• •
Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen? Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?
•
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?
RAAP-rapport 6372 / versie 04-04-2023
[7]
Plangebied Hoogspanningsstation Beek te Beek, gemeente Beek ; archeologisch vooronder zoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronder zoek)