Bijlage 2 RUD Zuid-Limburg incl controleverklaring getekend.pdf
Tekst van het document
Jaarstukken 2022
Inhoud 1.
Inleiding
3
2. 2.1. 2.2. 2.2.1. 2.2.2. 2.2.3. 2.2.4. 2.2.5. 2.2.6. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.7.1. 2.7.2. 2.7.3. 2.7.4. 2.7.5. 2.7.6.
Jaarverslag 4 Inleiding .....................................................................................................................................4 Ontwikkelingen 2022 .................................................................................................................4 Meerjarige koers .......................................................................................................................4 Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel .................................................................6 Personeel ..................................................................................................................................7 De Omgevingswet .....................................................................................................................9 Wet open overheid ................................................................................................................. 10 Wet gemeenschappelijke regelingen ..................................................................................... 11 Kerncijfers uitvoering VTH-taken 2022 .................................................................................. 12 Vergunningen .........................................................................................................................
12 Toezicht en Handhaving ........................................................................................................ 16 Specialistische advies- en toezichtswerkzaamheden ............................................................ 26 Paragrafen ............................................................................................................................. 33 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................... 33 Overzicht baten en lasten per taakveld.................................................................................. 34 Financiering ............................................................................................................................ 34 Bedrijfsvoering ....................................................................................................................... 35 Verbonden partijen ................................................................................................................. 35 Overhead ............................................................................................................................... 35
3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9. 3.10. 3.11. 3.12.
Jaarrekening 36 Balans per 31 december 2022 ................................................................................................ 36 Toelichting op de balans ........................................................................................................ 37 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen ......................................................... 38 Overzicht Baten en Lasten 2022 ............................................................................................ 39 Toelichting op de baten en lasten 2022 ................................................................................. 40 Gegevens 2022 in het kader van WNT .................................................................................. 44 Voorstel tot resultaatbestemming en resultaatverdeling ........................................................ 48 Geactualiseerde risico-inventarisatie ..................................................................................... 49 Rechtmatigheidsverantwoording ............................................................................................ 51 SISA SPUK IBP en SPUK energie ........................................................................................ 52 Lijst met afkortingen ...............................................................................................................
53 Controleverklaring .................................................................................................................. 54
2
1. Inleiding In deze jaarstukken 2022 nemen wij u mee langs de belangrijkste trends, ontwikkelingen en resultaten. Onze jaarstukken vormen het sluitstuk van de planning- en controlcyclus en bestaan uit: 1. Het jaarverslag 2022, bestaande uit de verantwoording en de paragrafen. 2. De jaarrekening 2022, bestaande uit de balans, het overzicht van baten en lasten over het boekjaar en de toelichtingen. Dit is de financiële verantwoording opgesteld volgens het daarvoor geldende wettelijk kader. Bij de aanbieding van deze jaarrekening vindt u ook de controleverklaring van de accountant en, evenals bij onze vorige jaarrekening, een rechtmatigheidsverantwoording van het Dagelijks Bestuur. De wettelijke verplichting voor deze rechtmatigheidsverantwoording gaat pas in met ingang van het verslagjaar 2023, maar dit betekent niet dat hier niet al mee kan worden gewerkt.
Financieel resultaat 2022 De jaarrekening laat een negatief resultaat zien. Het nadelig saldo voor bestemming bedraagt - € 18.219 Toelichting op het resultaat 2022 Het jaarrekeningresultaat 2022 laat een resultaat zien van - € 18.219 voor aanwending van bestemmingsreserves. Het voorstel is om de bestemmingsreserve BOA inzet en de bestemmingsreserve ICT aansluitingen ieder voor een deel in te zetten ter dekking van in dit kader gemaakte kosten. Analyse van het resultaat laat zien dat de kosten van salarissen en inhuur iets boven begrotingsniveau liggen (0,88%). Dit wordt gecompenseerd door lagere overige personele kosten. Er een lichte overschrijding van de kapitaallasten en een ongeveer even zo grote onderschrijding van verbruikskosten en onderhoudskosten. Aan de inkomstenkant is € 595.257 minder aan de deelnemers in rekening gebracht voor uitvoering werkprogramma’s. Aan taken buiten de werkprogramma’s is voor € 573.410 meer dan begroot uitgevoerd en gefactureerd. Na aanwending van bestemmingsreserves voor het doel waartoe deze zijn gevormd is de totale omvang het resultaat € 178.683. Bestemming resultaat Het resultaat zal worden bestemd conform het bepaalde in artikel 29 van onze Gemeenschappelijke Regeling. Hierbij kan het algemeen bestuur besluiten het resultaat toe te voegen aan een reserve of uit te keren.
Uit de uitgevoerde risicoanalyse blijkt een gewenste verhoging van het weerstandsvermogen met € 75.000. Na aanwending van de bestemmingsreserves is het te verdelen resultaat € 103.683. Het voorstel tot resultaatverdeling is opgenomen onder paragraaf 3.7 van deze jaarrekening.
3
2.
Jaarverslag
2.1.
Inleiding
Het afgelopen jaar is voor onze organisatie, in de huidige overspannen arbeidsmarkt, een uitdaging geweest. Het werkaanbod was hoger dan vooraf in de begroting ingeschat. Dit heeft veel flexibiliteit, creativiteit en saamhorigheid gevraagd onze medewerkers. Hoewel we er in zijn geslaagd om veel (meer) producten te leveren op diverse terreinen en disciplines, zoals bijvoorbeeld op het gebied van vergunningverlening, is het ook zo dat het heeft gekneld bij toezichts- en handhavingszaken. Gewoonweg omdat de capaciteit niet toereikend was om de geplande inzet te leveren. Medewerkers gaan met pensioen, wisselen van baan, staan aan het begin van een carrière et cetera en gekwalificeerd personeel volgens geldende normen is niet 1-2-3 voor handen. Dit heeft tot bijstelling en herprioritering op dat punt in de werkprogramma’s van onze deelnemers moeten leiden. En het betekent ook een opgave voor ons én onze deelnemers om gezamenlijk in te zetten op aantrekkelijk werkgeverschap voor de uitvoering van onze belangrijke taken als het gaat om de uitvoering van klimaat-, milieu- en energiemaatregelen.
2.2.
Ontwikkelingen 2022
2.2.1.
Meerjarige koers
In de Toekomstagenda 2021-2025 zijn de door ons bestuur vastgestelde strategische doelen en de weg ernaar toe gekoppeld. Bedoeld is om een bestuurlijk gevoerde strategische dialoog over de toekomstige RUD Zuid-Limburg te koppelen aan leer- en ontwikkelpunten van de organisatie. Dit heeft geleid tot het benoemen van zeven thema’s die onderling samenhangen. De thema’s en het eigenaarschap hiervoor zijn: 1. Strategische discussie uitvoeringsdienst of omgevingsdienst; (eigenaarschap bestuur) 2. Verkennende pilot verdergaande samenwerking; (eigenaarschap dienst en geïnteresseerde gemeenten, goedkeuring algemeen bestuur) 3. Groeien naar partnerschap; (eigenaarschap dienst) 4. Positionering/zichtbaarheid; (eigenaarschap algemeen bestuur/dienst) 5. Interne ontschotting; (eigenaarschap dienst) 6. RUD Zuid-Limburg als aantrekkelijke werkgever; (eigenaarschap dienst) 7. RUD Zuid-Limburg als Kenniscentrum. (eigenaarschap dienst, gerelateerd aan de dialoog in het algemeen bestuur) Eigenaarschap bij het bestuur 2022 Thema’s
Q1
Q2
Q3
2023 Q4
Q1
Q2
Q3
2024 Q4
Q1
Q2
Q3
Q4
Discussie koers RUD RUD als kenniscentrum Positionering en zichtbaarheid
4
Eigenaarschap bij de organisatie 2022 Thema’s
Q1
Q2
Q3
2023 Q4
Q1
Q2
Q3
2024 Q4
Q1
Q2
Q3
Q4
Groeien naar partnerschap Politieke sensitiviteit Communicatie Relatiemanagement Interne ontschotting Aantrekkelijk werkgeverschap
Voorbereidingsfase Start Implementatie Geïmplementeerd en vraagt blijvende aandacht Evaluatie
Eind 2022 is de stand van zaken als volgt. A. De discussie in het bestuur over de koers van de RUD Zuid-Limburg is in het laatste kwartaal van 2022 gestart. Deze wordt in 2023 verder gevoerd. Aan de discussie is een verdere uitwerking van het thema “RUD Zuid-Limburg als kenniscentrum” gekoppeld, nu deze twee thema’s zijn gerelateerd. Voor de uitwerking van het laatst genoemde thema is in juli 2022 al een document ter kennisname aan het Algemeen Bestuur gebracht. B. De verkennende pilot verdergaande samenwerking wordt niet uitgewerkt, omdat er niet voldoende interesse was voor het opzetten en uitwerken van zo’n pilot. C. Het programma ‘Groeien naar partnerschap’ uit 2021, is geheel in implementatie gebracht. Acties uit het vastgestelde communicatieplan als onderdeel hiervan, worden/zijn opgepakt, aan relatiemanagement wordt invulling gegeven en ook in 2022 is opnieuw training op het gebied van politiek/bestuurlijke sensitiviteit gegeven, naast een organisatiebrede training samenwerken. Inhoudelijke, actuele onderwerpen die in de vergaderingen van het algemeen bestuur in 2022 zijn gepresenteerd, om hem te betrekken bij de verschillende aspecten van ons werk, zijn geweest: Actualiteiten energiemaatregelen bij bedrijven, Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel en Doorontwikkeling naar een toekomstbestendige RUD Zuid-Limburg. D.
Er stappen zijn gezet tot meer positionering/zichtbaarheid van de dienst: dit heeft zowel betrekking op onze communicatie-uitingen (vernieuwde website, nieuwsbrief, bedrijfsfilm, RUD on Tourcampagne) als in relatie tot Aantrekkelijk werkgeverschap. E. Uit de gehouden evaluatie van het uitvoeringsplan Interne ontschotting is gebleken dat ontschotting niet wordt bevorderd door nieuwe structuren, maar dat het meer in de samenwerkingscultuur tussen afdelingen in het algemeen moet worden gezocht. Op individueel niveau zijn er goede en aansprekende voorbeelden van samenwerking over afdelingsgrenzen (schotten) heen. Sleutelwoorden hierbij zijn; ‘elkaar kennen’, ‘vertrouwen in deskundigheid’, ‘open minded’ en ‘investeren in elkaar en de relatie’. F. In november 2022 is het plan Aantrekkelijk Werkgeverschap vastgesteld. De uitwerking van de aanbevelingen voor een interne en externe arbeidsmarktcommunicatie staan gefaseerd in de planning.
5
Tweemaal per jaar rapporteren wij aan het algemeen bestuur over de opvolging van de acties uit onder andere de Toekomstagenda, via voortgangsnotities onder de naam “De doorontwikkeling”. Deze voortgangsnotities worden eveneens ter kennis gebracht van onze deelnemers, de colleges van burgemeester en wethouders en het college van gedeputeerde staten van Limburg. 2.2.2.
Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel
Op 4 maart 2021 presenteerde de commissie Van Aartsen haar rapport “Om de leefomgeving, Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur”. In opdracht van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft deze commissie de werking van het VTH-stelsel geanalyseerd en heeft de conclusie getrokken dat er verbetering nodig was. De commissie heeft daarvoor 10 aanbevelingen gedaan, zijnde: 1. De ondergrens voor de omvang van de omgevingsdiensten verhogen; 2. Kwaliteit verbeteren en afstemmen op aard van inrichtingen; 3. Meer prioriteit, capaciteit en inzet voor strafrechtelijke handhaving en vervolging; 4. Hetzelfde basistakenpakket voor elke omgevingsdienst; 5. Landelijke normfinanciering in plaats van lokale outputfinanciering; 6. Verplichting tot informatie-uitwisseling en investeren in kennisontwikkeling en kennisdeling; 7. Eén uitvoerings- en handhavingsbeleid, en één uitvoeringsprogramma op basis van één risicoanalyse per regio; 8. Versterking van de positie van de directeur door verplicht mandaat en herzien van de benoemingsprocedure; 9. Inrichten van Rijkstoezicht op omgevingsdiensten; 10. Advisering en uitvoeringstoets door omgevingsdiensten over omgevingsplannen.
Om het VTH-stelsel te versterken en uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen is door de staatssecretaris het initiatief genomen om een Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP VTH) op te stellen om de geconstateerde problemen op te lossen. Partners van dit programma zijn het IPO, de VNG en Omgevingsdienst NL. Het is de ambitie van het kabinet om de leefomgeving schoner, veiliger en gezonder te maken. Een belangrijk onderdeel daarvan is het voorkomen van milieuschade in plaats van deze achteraf te herstellen. Dat vraagt om een onafhankelijker VTH-stelsel op het terrein van milieu. In de opzet van het IBP VTH gekozen voor een thematische opzet, waarbij de aanbevelingen zijn gerubriceerd in zes pijlers. Deze zijn: 1. Robuuste omgevingsdiensten en financiering; 2. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging; 3. Informatievoorziening VTH; 4. Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt; 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving; 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht. Om invulling te geven aan de opvolging van de acties die voortkomen uit de pijlers van het IBP VTH is er in september - oktober 2022 voor elke omgevingsdienst de mogelijkheid geweest om een specifieke uitkering aan te vragen bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Dit voor financiering van additionele capaciteit ten behoeve van de activiteiten die in de Regeling specifieke uitkering interbestuurlijk programma VTH exact zijn omschreven. Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2023. Ook onze dienst heeft een uitkering aangevraagd, welke in december is gehonoreerd.
6
2.2.3.
Personeel
Hybride werken Ten gevolge van Corona en de daarmee samenhangende maatregelen werd in 2020 en 2021 het advies van het Rijk opgevolgd en werkten de medewerkers van onze organisatie voornamelijk thuis. Zij zijn daarbij ook gefaciliteerd in een thuiswerkplek die Arbo-proof is. In deze periode hebben wij als organisatie ons beraden over het hybride werken en daarmee hoe het werken nà Corona en het ‘het nieuwe normaal’ vorm gegeven zou moeten worden. Dit heeft geresulteerd in een vastgesteld Kader hybride werken, tijd en plaats onafhankelijk werken. De nieuwe wijze van werken is per 16 maart 2022 ingegaan en houdt in dat medewerkers die normaliter 5 dagen per week werken, binnen een bandbreedte van 2 – 3 dagen op kantoor of vanuit thuis werken. Parttime medewerkers werken minimaal 2 dagen per week op kantoor en gedurende de resterende dagen vanuit thuis. De verdeling van werkdagen op kantoor en vanuit thuis is in teams c.q. op afdelingsniveau afgestemd om fysieke contacten, overlegvormen en betrokkenheid bij afdeling en organisatie te kunnen waarborgen. De mogelijkheid van het hybride werken komt tegemoet aan onze wens om als milieudienst een bijdrage te leveren aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen door o.a.
het terugdringen van het aantal ‘niet duurzame’ autokilometers als gevolg van woon-werkverkeer Dit past ook in de voorgenomen wetgeving per 1 januari 2024 (de normerende regeling werkgebonden personenmobiliteit) waarin zal worden bepaald dat werkgevers met meer dan 100 medewerkers de CO₂uitstoot die werknemers veroorzaken bij reizen voor en naar het werk moeten gaan bijhouden en meten. Mobiliteitsbeleid Vorenstaande benoemde wens van de organisatie om een bijdrage te leveren aan het behalen van de klimaatdoelstellingen heeft ook geleid tot het opstellen van een nieuw mobiliteitsbeleid in 2022. Daartoe werd een werkgroep ingesteld die in dit kader een aantal thema’s heeft ingebracht. Uiteindelijk heeft dit, in overleg met de medezeggenschap, geleid tot het opstellen van een Tijdelijke regeling vergoeding kosten woon-werkverkeer (ingangsdatum 1 januari 2023) waarbij een reiskostenvergoeding wordt verstrekt indien het woon-werkverkeer wordt overbrugd per fiets, openbaar vervoer of met een 100% aangedreven elektrisch voertuig. Het voorstel om de regeling voor een periode van twee jaar van kracht te laten zijn is om reden dat daarmee inzicht wordt verkregen in de effecten van dit beleid op het feitelijke reisgedrag van de medewerkers inzake woon-werkverkeer. Daarnaast is eveneens om het woon-werkverkeer per fiets te stimuleren een Regeling leasefietsen vastgesteld.
Het betreft een budgettair neutrale regeling waarbij medewerkers een korting op het leasebedrag krijgen afhankelijk van de afstand woon-werk en het aantal dagen per week dat de werknemer de fiets gemiddeld gebruikt voor woon-werkverkeer. Medewerkers onderzoek Medio 2022 heeft een medewerkers onderzoek plaatsgevonden. Aanleiding voor dit onderzoek was de aanbeveling in het vastgestelde Strategisch personeelsplan 2021 – 2025 (SPP) om een dergelijk onderzoek te doen. Een medewerkers onderzoek werd als passend instrument benoemd in relatie tot aantrekkelijk werkgeverschap, waarbij het gaat om een organisatie als aantrekkelijke werkgever met een belangrijke opdracht. Items die bij de instroom van nieuw personeel van belang worden geacht en die in het onderzoek aan de orde zijn gekomen zijn: goede arbeidsvoorwaarden, ontwikkelmogelijkheden, aangename bedrijfscultuur en goede werksfeer. Ten aanzien van de doorstroom (het behouden van gekwalificeerde medewerkers voor de organisatie) zijn in het SPP onderwerpen benoemd die van belang worden geacht om deze te betrekken bij een medewerkers onderzoek. 7
Het gaat om de onderwerpen betrokkenheid (verbondenheid met de organisatie), motivatie, toekomstperspectief, werksfeer, arbeidsinhoud, doorgroei-/loopbaanmogelijkheden en arbeidsvoorwaarden. Het resultaat van het onderzoek positief te noemen; geënquêteerden zijn positief over het werken bij de organisatie. Om het aantal ambassadeurs in positieve zin te laten toenemen blijkt een top 3 van aandachtspunten: 1. Besluitvorming vanuit de top / communicatie; 2. Salaris; 3. Doorgroeimogelijkheden. De genoemde aandachtspunten worden nader uitgewerkt in samenwerking met de medezeggenschap en het projectteam SPP. Aantrekkelijk werkgeverschap Het thema “RUD-ZL als aantrekkelijke werkgever” is één van de thema’s dat benoemd is in de Toekomstagenda 2021 – 2025. Dit thema is van groot belang vanwege het feit dat de arbeidsmarkt in het algemeen krap te noemen is maar zeker ook in de branche van onze organisatie. In 2022 is een Plan aantrekkelijk werkgeverschap voor de RUD-ZL opgesteld. Dit plan heeft betrekking op de identiteit, het behouden en aantrekken van medewerkers voor de RUD-ZL. Uitwerking van de acties van het plan is voorzien in 2023. Zoals eerder aangegeven is de krapte op de arbeidsmarkt niet alleen voelbaar in heel Nederland maar ook in Zuid-Limburg en geldt dit zeker voor de gespecialiseerde werkzaamheden die voor onze deelnemers op het gebied van VTH worden uitgevoerd.
De dienst wil zich ontwikkelen tot een solide en deskundige organisatie. De organisatie wil vanuit een onafhankelijke positie groeien naar een rol waarin ze, naast uitvoerend vergunningverlener, toezichthouder en handhaver, óók partner wordt van de deelnemers en van organisaties waarmee wordt samengewerkt. Daarbij staat zij voor een kwantitatieve en kwalitatieve uitdaging om nieuwe medewerkers aan te trekken en huidige medewerkers te behouden. Herijking functieboek RUD Zuid-Limburg De in 2021 opgestarte herijking van het functieboek is in 2022 afgerond. De conclusie is dat het functieboek aan de maat is, ook in relatie tot de komende Omgevingswet. Op individueel niveau heeft bij sommigen het herijkingstraject geleid tot een indeling in een andere functie. Evaluatie competentiemanagement Een aantal jaren geleden zijn we gestart met competentiemanagement. Voor de toepassing gebruiken we de competentieprofielen die gekoppeld zijn aan een normfunctie die een medewerker vervult uit de databank van HR21. Het gaat hierbij om de functiespecifieke competenties. Naast de functiespecifieke competenties zijn 2 generieke competenties benoemd, namelijk flexibiliteit en samenwerken. Deze competenties zijn van toepassing op elke medewerker, ongeacht welke functie hij vervult. Einde 2022 hebben we een evaluatie uitgevoerd naar het nut van dit instrument in de vorm van een enquête.
Medewerkers zijn in het algemeen positief over het bespreken van competenties tijdens de gesprekken die gevoerd worden in het kader van de gesprekkencyclus. Competentiemanagement is ook een passend instrument bij het intern opleiden van nieuwe (jonge) medewerkers. De door de VNG recent ontwikkelde nieuwe VTH-competentieprofielen die gericht zijn op de rollen van casemanager, vergunningverlener, toezichthouder / handhaver, juridisch adviseur en specialistisch adviseur worden toegevoegd aan de zogeheten Kwaliteitscriteria Uitvoering & Handhaving (deel D). Bij de daadwerkelijke start van de Omgevingswet dienen we zeker te overwegen de huidige competentieprofielen te vervangen door de VTH-competentieprofielen.
8
Overige HR-informatie Het ziekteverzuimpercentage bij de RUD Zuid-Limburg was in 2022 5,09%. (gemeentelijke organisaties 2021 5,8%. Bron A+O fonds gemeenten; gegevens 2022 nog niet bekend). Per 31 december 2022 had de RUD Zuid-Limburg 118 personen in dienst (108,31 fte.). Het aantal productieve normuren per fte. bedraagt 1350 uren per jaar. Naast de personeelsleden in dienst werkten er 21 inhuurkrachten per die datum met een omvang van 15,15 fte. voor de RUD ZuidLimburg. Dit aantal is inclusief de inzet van trainees. In het kader van het integriteitsbeleid dat gericht is op het bevorderen van goed ambtelijk handelen en dat o.a. aandacht besteedt aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie zijn in 2022 geen meldingen (bij de vertrouwenspersoon en op grond van de Wet Huis voor klokkenluiders) ontvangen. 2.2.4.
De Omgevingswet
Gedurende 2022 is met de implementatie van de Omgevingswet binnen onze organisatie op verschillende vlakken wederom vooruitgang geboekt. Ervan uitgaande dat de inwerkingtreding van deze wet aanstaande was, is bovendien het overgrote deel van de onderwerpen in de afrondende fase beland. Een van de onderwerpen waar werk in is gestoken betreft onze ondersteuning aan de opdrachtgevers bij het ontwikkelen van hun omgevingsplannen en omgevingsvisies. Die ondersteuning is opgezet in de vorm van de rol van ‘omgevingsadviseur’. Dit betreft een rol die onze medewerkers kunnen oppakken voor een aantal overeengekomen uren. Gedurende 2022 is dit alles uitgewerkt en afgestemd met de opdrachtgevers. Een volgend onderwerp waar al een aantal jaren, en zo ook in 2022, aandacht aan is besteed betreft de omzetting van onze inrichtingen naar milieubelastende activiteiten. Gezien de enorme omvang van dit deeltraject, de ermee gemoeide uren en de daaruit voortvloeiende kosten, heeft dit project vorm gekregen en wordt begin 2023 met de praktische uitvoer van de omzetting gestart. De actualisatie van onze productcatalogus en de werkprogramma’s staan gedeeltelijk in verband met een succesvolle omzetting van inrichtingen naar milieubelastende activiteiten. Eerder is kenbaar gemaakt dat hierbij rekening gehouden moet worden met een overgangsperiode.
Gedurende 2022 zijn de meeste van de werkzaamheden ten behoeve van het Omgevingswetproof maken van de productcatalogus en werkprogramma’s afgerond. In aanloop naar dit jaar is op landelijk niveau bekend gemaakt dat de hoeveelheid werk van uitvoerings- en omgevingsdiensten vermoedelijk groeit als gevolg van de komst van de Omgevingswet. Dit onder andere vanwege de verkorte proceduretijd, meer aandacht voor vooroverleg en interbestuurlijke afstemming, en het vergunningvrij worden van veel activiteiten waardoor het aantal af te wikkelen meldingen en de werklast bij toezicht & handhaving naar alle waarschijnlijkheid groeit. Een actie die we hierop hebben genomen, ter bevordering van de uniformiteit en efficiëntie, is het ‘voorstel instellen behandeldienst’ in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Met het doorvoeren van deze instelling worden aanvragen en meldingen die wij namens de opdrachtgevers afhandelen rechtstreeks naar ons doorgestuurd. Het overgrote deel van onze gemeenten heeft toegezegd de instelling door te voeren.
9
In dit jaar is tevens het ‘voorstel milieuleges’ tot stand gekomen. Hier zijn de berekeningen in verwerkt die de opdrachtgevers in staat stellen om vanaf inwerkingtreding van de wet leges te gaan heffen voor de milieuvergunningaanvragen de wij in behandeling nemen. Dit voorstel is goed ontvangen en men heeft veelal aangegeven de leges op te nemen in de lokale verordeningen. Ten slotte is uiteraard werk gestoken in het testen van het zaaksysteem en die koppeling met het DSO. Via deze koppeling kunnen wij na inwerkingtreding van de wet namens de opdrachtgevers aanvragen en meldingen ontvangen. Als organisatie hebben we intern met aanvragen geoefend en tevens deelgenomen aan verschillende regionale sessies. Met de gemaakte voortgang bij de hierboven beschreven onderwerpen, en het afronden van een aantal van hen, komen we telkens dichterbij een succesvolle implementatie van de Omgevingswet. 2.2.5.
Wet open overheid
Op 1 mei 2022 is als opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur, de Wet open overheid in werking (Woo) getreden. De Woo streeft naar een transparante en actief openbare overheid. Hiermee kan het belang van openbaarheid van alle publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden verstrekt. Openheid en transparantie zijn essentieel voor het vertrouwen tussen de samenleving en de overheid. De Woo bevordert dit door de openbaarheid en duurzame toegankelijkheid van publieke informatie bij bestuursorganen te verbeteren. In de Woo is geregeld welke informatie de overheid openbaar moet maken en om welke redenen informatie niet openbaar kan worden. De verplichtingen die volgen uit deze wet zijn: • Bestuursorganen moeten een of meer contactperso(o)n(en) aanwijzen bij wie iedereen terecht kan met vragen over de beschikbaarheid van overheidsinformatie. Aan deze verplichting is voldaan. • De termijn voor het afhandelen van een Woo-verzoek wordt maximaal 4 weken, met een mogelijke verlenging van 2 weken. • Ook documenten met persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren moeten in geanonimiseerde vorm worden betrokken. • Een Woo-verzoek moet elektronisch kunnen worden ingediend. Aan deze verplichting is voldaan.
• Bestuursorganen moeten maatregelen treffen om de duurzame toegankelijkheid van digitale documenten te borgen als randvoorwaarde om uitvoering te geven aan openbaarheid. Aan deze verplichting moeten wij nog verder invulling geven, na al gezette eerste stappen. • Er geldt een inspanningsverplichting om informatie over beleid actief openbaar te maken (art. 3.1 Woo, oude art. 8 Wob). Het grote verschil tussen de Woo en de Wob betreft de actieve openbaarmaking van documenten behorende tot 11 informatiecategorieën via een door de minister van BZK in stand gehouden digitale infrastructuur. Aanvankelijk zou hiervoor het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) worden gebruikt. Naar aanleiding van advies van het Adviescollege ICT-toetsing heeft de minister van BZK voor een andere oplossingsrichting gekozen en wordt nu gewerkt aan de realisatie van een verwijsindex en een zoekfunctie om openbaar te maken informatiecategorieën te ontsluiten. In 2022 hebben wij geen Woo-verzoek over documenten van de bestuursorganen van de organisatie ontvangen.
10
2.2.6.
Wet gemeenschappelijke regelingen
Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. De Wgr is aangepast om de politieke verantwoording over samenwerkingsverbanden zoals deze in de Wgr zijn opgenomen, te verbeteren. Onze organisatie is een gemeenschappelijke regeling op grond van deze wet, van colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in Zuid-Limburg en het college van gedeputeerde staten van Limburg. Een aantal aanpassingen van c.q. aanvullingen op bestaande instrumenten zijn geïntroduceerd die de volksvertegenwoordiging kan gebruiken om de eigen controlerende en kaderstellende rol bij gemeenschappelijke regelingen beter in te vullen om de democratische legitimatie van de besluitvorming binnen een gemeenschappelijke regeling te vergroten. Daarbij gaat het om diverse maatregelen ter versterking van de toerusting en ondersteuning van raads-/statenleden op het gebied van regionale samenwerking. En door meer ruimte te geven voor keuzes over de werking van een gemeenschappelijke regeling, bijvoorbeeld het gebruik van zienswijzen door gemeenteraden en provinciale staten. Een aantal wijzigingen treedt per 1 juli 2022 in werking. Dit zijn de wijzigingen waarbij rechten aan volksvertegenwoordigers worden gegeven. Voor andere wijzigingen is er twee jaar de tijd om deze te implementeren in de tekst van de gemeenschappelijke regeling RUD Zuid-Limburg.
Omdat alle gemeenschappelijke regelingen hun teksten aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen moeten aanpassen is er een gezamenlijk initiatief gekomen van bijna 20 regelingen in Limburg, om het wijzigingstraject richting gemeenteraden (en provinciale staten in het geval van onze organisatie) samen procedureel en waar mogelijk c.q. nodig ook inhoudelijk uniform vorm te geven. Hierover is door de externe juridische begeleiders in november 2022 met een vertegenwoordiging van de griffiers in Limburg gesproken. Een eerste voorlichtingsbijeenkomst voor de volksvertegenwoordigers en de colleges in Zuid-Limburg is op 1 februari jl. geweest. Een tweede informatiesessie is in mei 2023 gepland. In juni is de start van het formele wijzigingsproces gepland. Voor bijzonderheden (los van de technische aanpassingen als gevolg van de gewijzigde Wgr) m.b.t. onze eigen gemeenschappelijke regeling is er een werkgroep met contactambtenaren half februari 2023 gestart.
11
2.3. Kerncijfers uitvoering VTH-taken 2022 De RUD Zuid-Limburg heeft voor ca 3.000 inrichtingen, waarvan ruim 1.300 basistaak-inrichtingen in 2022 op hoofdlijnen de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • 680 vergunningaanvragen, excl. vooroverleg (begroot in 2022: 600 aanvragen incl. vooroverleg); • 4.000 meldingen Activiteitenbesluit milieubeheer, bodemmeldingen en overige (begroot in 2022: 1.500 meldingen); • 1.700 klachten en incidentmeldingen (begroot in 2022: 1.550 klachten en incidentmeldingen); • 2.050 milieucontroles, bouw- en bodemtoezicht e.a. (begroot in 2022: 2.100 controles); • 230 bezwaar- en beroepsprocedures, zienswijzen, bestuursrechtelijke handhavingszaken e.d. (begroot in 2022: 150 zaken).
2.4.
Vergunningen
Vergunning- en adviesaanvragen zijn zoveel als mogelijk binnen de daarvoor gelden termijnen behandeld en beoordeeld op juistheid en volledigheid. In onderstaand overzicht worden de scores van de prestatie-indicatoren over het jaar 2022 gepresenteerd. Tevens is een toelichting opgenomen, zodat duidelijk is hoe de percentages tot stand zijn gekomen. Speerpunt 1: Tijdigheid beschikkingen
Prestatie-indicator 95% van de vergunningen, voorbereid met de reguliere of uitgebreide procedure, dient binnen de wettelijke behandeld te zijn tenzij door de aanvrager wordt ingestemd met termijnoverschrijding.
Score / resultaat 2022 100% van de vergunningen voorbereid met de reguliere of uitgebreide procedure zijn behandeld binnen de geldende termijn of hebben instemming vanwege termijnoverschrijding.
2: Tijdige advisering over de te nemen beslissing op een aanvraag
95% van de adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag dient binnen de afgesproken termijn gegeven te zijn tenzij wordt ingestemd met termijnverlenging
96% van de adviezen zijn binnen de afgesproken termijn verstrekt of hebben instemming van de aanvrager.
3. Kwaliteit
Vergunningen c.q. adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag voldoen aan de meest actuele weten regelgeving (normen, BREF’s, richtlijnen etc.) en het beleid van de opdrachtgever. Van de bezwaarschriften mag maximaal 15% gegrond worden verklaard. Vergunningen worden binnen de daarvoor geldende termijnen aangepast aan BBTconclusies/BREF’s.
72% van de vergunningprocedures hebben de Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State doorstaan.
4: Actualiteit
Van de bezwaarschriften is 0% gegrond verklaard. 86% van de Brzo – RIE4 vergunningen is actueel en voldoen daarmee aan de BBT-conclusies / BREF’s.
12
Ad 1. Tijdige beschikkingen (reguliere of uitgebreide vergunningenprocedures) In 2022 zijn 480 beschikkingen op aanvraag (inclusief taakstellende voorschriften, diverse soorten ontheffingen en vuurwerkvergunningen) volgens de daarvoor geldende procedure afgerond. De beschikkingen zijn binnen de wettelijke c.q. afgesproken termijn behandeld of is instemming bereikt met de aanvrager over een termijnoverschrijding. Ad 2. Tijdige adviezen In 2022 zijn 113 adviesaanvragen afgerond. Vier advieszaken zijn vanwege de complexiteit buiten de afgesproken termijn vastgesteld. De ‘score’ komt daarmee op 96% en daarmee wordt voldaan aan de in de begroting 2022 opgenomen prestatie-indicator ‘tijdige advisering’. Ad 3. Kwaliteit In 2022 zijn in totaal 24 beroep- en 14 bezwaarprocedures in behandeling genomen. Hiervan zijn 16 procedures afgerond. Twee beroepszaken zijn ongegrond (‘Financiële Zekerheid’ als voorschrift en ontbrekende MER-procedure) en een beroepszaak is gedeeltelijk ongegrond (op het gebied van enkele voorschriften) verklaard. Daarmee komt score voor wat betreft de beroepszaken uit op 72%. De bezwaarschriften zijn allen ongegrond verklaard of tijdens de behadeling ingetrokken. De score van bezwaarschriften komt daarmee uit op 0% gegrond verklaard. Ad 4.
Actualiteit Alle door ons afgeronde vergunningprocedures worden getoetst aan de meest actuele wet- en regelgeving, beleid van de opdrachtgever en voldoen daarmee aan de geldende richtlijnen. Daarnaast worden de Brzo- en RIE-4-vergunningen projectmatig geactualiseerd. Voor 2022 stond op het programma van 20 inrichtingen de vergunning te actualiseren via een revisievergunning of ambtshalve wijziging. Dat streven is helaas niet gelukt, want de laatste vier maanden van afgelopen jaar zijn er geen procedures meer afgerond. De score is daardoor sinds de najaarsrapportage 2022 gelijk gebleven. Het actualiteitspercentage is 86%, is daarmee gelijk aan vorig jaar en blijven we landelijk gezien hoog scoren. Redenen voor het niet volgens plan kunnen afronden van procedures zijn veelal buiten onze invloedsfeer gelegen en betreffen onder andere PFAS problematiek, Gascrisis (door oorlog in Oekraïne), Woo- en actualisatieverzoeken vanwege ammoniak en gedeeltelijk sluiten van naftakraker 3 door Sabic met gevolgen voor lopende zaken. Verder heeft het (gedeeltelijk) uitvallen van ervaren vergunningverleners vanwege ziekte een zware wissel getrokken op de beschikbare capaciteit. 2.4.1.1
AADV: Altijd Actuele Digitale Vergunning
Door de Brzo-omgevingsdiensten (Brzo-OD’s), waaronder onze dienst, is in 2022 een onderzoek uitgevoerd naar de kwantitatieve en kwalitatieve gevolgen van doorvoeren van het programma AADV bij de Brzo-OD’s en opdrachtgevers. Het onderzoek moet de basis geven voor verdere besluitvorming over het al dan niet participeren in het programma en zo ja in welke mate, wanneer en in welk tempo enz. de Brzo-OD’s en hun opdrachtgevers de ambitie van het programma AADV omarmen en de resultaten willen toepassen. Daarnaast is onderzocht op welke onderdelen de omgevingsdiensten gezamenlijk willen opereren en welke aspecten voor uniformering in aanmerking komen.
13
Al snel werd duidelijk dat voor het deel van het programma AADV dat betrekking heeft op “het anders inzetten van het instrument vergunningen”, vanwege het ontbreken van concrete resultaten, onderzoek naar de gevolgen niet mogelijk was. Om die redenen zijn de volgende deelgebieden van het AADV programma niet onderzocht: • Spoor 3: Een robuuste vergunning die meer flexibiliteit biedt aan bedrijven; • Spoor 4: Meer nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijf in de focus op de aanvraag; • Spoor 5: Het bedrijf stelt een voorgestelde vergunning op, de overheid toetst en verleent toestemming. Het onderzoek heeft zich daarom alleen gericht op gevolgen van het digitale ontsluiten en consolidatie van voorschriften (de sporen 1 en 2) in het door het programma AADV ontwikkelde systeem Digi-V. Daarbij bleken er diverse factoren te zijn die van invloed waren op het verloop van het onderzoek, het resultaat en het vervolg. Deze factoren zijn: • Het ontwikkelstadium van Digi-V. Digi-V is nog geen proven-technology en diverse belangrijke functionaliteiten ontbreken voordat tot implementatie kan worden overgegaan. • De onduidelijkheid voor wat betreft governance, beheer, onderhoud en doorontwikkeling van DigiV. De door het programma AADV opgestelde en juridisch getoetste versie van een document dat hierover gaat was tijdens de looptijd van het project nog niet beschikbaar.
• De hoge werkdruk bij de OD’s. Dit beperkte zowel de diepgang van het onderzoek als de ambitie van de OD’s voor wat betreft de praktische invulling van het vervolg. Zoals hiervoor genoemd ontbraken in Digi-V nog diverse belangrijke functionaliteiten. Om te komen tot een landelijke consensus over de minimale eisen waaraan Digi-V moet voldoen en duidelijke specificaties van deze eisen wordt geadviseerd in 2023 een gezamenlijk project uit te voeren met de zes Brzo-omgevingsdiensten en het programma AADV.
14
2.4.1.2
Realisatie aantallen producten Vergunningen
De volgende vergunning zaken waren in 2022 in behandeling of in behandeling genomen:
De volgende vergunningen opdrachten zijn in 2022 afgerond:
In vergelijking met het voorgaande jaar zijn de opvallendste zaken voor wat betreft de afgeronde zaken de volgende: • Het zaaktype ‘meldingen Activiteiten behandelen’ omvat o.a. de producten ‘Afhandelen melding Activiteitenbesluit (AB)’ en ‘Vuurwerkbesluit (melding)’. In vergelijking met het voorgaande jaar zijn het aantal meldingen AB afgenomen, van 300 meldingen in 2021, naar 263 meldingen in 2022. Met betrekking tot de vuurwerkmeldingen zien een stijging van 15 in 2021, naar 58 in het jaar 2022. Wij verklaren dit doordat de coronabeperkingen in maart 2022 zijn opgeheven. • Het zaaktype ‘Aanvraag beschikking behandelen’ bestaat voornamelijk uit de producten omgevingsvergunningen, ontheffingen, taakstellende voorschriften en vuurwerkvergunningen. 15
In vergelijking met het voorgaande jaar is het aantal omgevingsvergunningen toegenomen van 240 vergunningen in 2021, naar 262 vergunningen in 2022. De aantallen diverse ontheffingen afgenomen van 55 ontheffingen in 2021, naar 49 ontheffingen in 2022. De behandeling van de taakstellende voorschriften zijn afgenomen van 127 in 2021, naar 107 in 2022. Tot slot het aantal vuurwerkvergunningen (ontbrandingstoestemmingen). Deze zijn toegenomen van 15 in 2021, naar 27 vergunningen in 2022. Voor dit laatste geldt ook dat als gevolg van het vervallen van de coronamaatregelen veel evenementen weer doorgang konden hebben. Het aantal lopende bezwaar- en beroepzaken is in 2022 iets toegenomen van 34 zaken in 2021, naar 38 zaken in 2022. Deze zaken hebben, evenals vorig jaar, met name betrekking op het terrein van mest- en afvalverwerking.
•
2.5.
Toezicht en Handhaving
Algemeen De overgang naar een nieuwe VTH-applicatie Squit 20/20 heeft de generatie van realisatiecijfers moeilijk gemaakt. Hierdoor kan een deel van de toezicht informatie niet worden gerapporteerd. De verwachting is dat komend rapportagejaar hiervoor een oplossing komt.
2.5.1.1
Prestatie-indicatoren Toezicht en Handhaving
Onderstaande indicatoren zijn voor Toezicht en Handhaving opgenomen in de begroting 2022. Speerpunt 1. Kwaliteit
Prestatie-indicator Toezichtrapporten voldoen aan de meest actuele wet- en regelgeving en het beleid van de opdrachtgever. 95% van de handhavingsbesluiten worden genomen binnen de daarvoor afgesproken termijn.
Gerealiseerd Doelstelling gehaald
2. Tijdigheid
Uitvoering werkprogramma opdrachtgever zoals onderling afgesproken 100%
92% van bijgestelde planning gerealiseerd
3. Uniformiteit
Hanteren van vastgesteld handhavingsbeleid opdrachtgever
Is gerealiseerd
Ad 2. In het rapportagejaar hebben we te maken gehad met een overspannen markt voor VTHprofessionals, langer openstaande vacatures alsmede twee langdurig zieke medewerkers. Om de (milieu)risico’s zoveel als mogelijk te beperken hebben wij risico-gestuurd gewerkt en een prioritering aangebracht in de planning van het reguliere milieutoezicht. Gemiddeld genomen is circa 25% van het in regulier geplande toezicht naar beneden toe bijgesteld. De prioritering van het toezicht is afgestemd met de desbetreffende opdrachtgevers/bevoegde gezagen.
16
De periodieke Wabo-controles zijn grotendeels conform de bijgestelde planning gerealiseerd. Van een aantal van deze controles is nog niet een volledige rapportage beschikbaar. In het rapportagejaar is veel extra toezicht- en handhavingscapaciteit ingezet bij een aantal bedrijven waarover veel klachten zijn ontvangen dan wel bestuursrechtelijke handhavingsprocedures zijn ingezet. Het betreft onder andere onderstaande bedrijven: - AsfaltNu te Stein: Bestuursrechtelijk handhavingstraject (o.a. last onder dwangsom); - Maastricht-Aachen Airport te Beek: Klachtenafhandeling (circa 150) en behandeling van een groot aantal handhavingsverzoeken; - Wormdal Vastgoed B.V. te Kerkrade: Afhandeling klachten, beantwoording van raads- en statenvragen, ad-hoccontrole en hercontroles; - Rubber Resources B.V. te Maastricht: Afhandeling van geurklachten (circa 50). - Cedo Recycling te Sittard-Geleen: Geurklachten (circa 360 stuks), afhandeling handhavingsverzoek en bezwarenprocedure, alsmede een groot aantal extra controles; - Willems America B.V. te Horst aan de Maas: Bestuursrechtelijke handhaving en bezwarenprocedures en de hiermee gepaard gaande extra controles; - E-max Billets te Kerkrade: Beoordeling geurklachten, afhandeling handhavingsverzoek en beroepsprocedure. - Van de Weijer B.V. te Peel en Maas: Afhandeling van geurklachten (circa 230 stuks).
- Walkro Blitterswijck B.V te Venray: Afhandeling handhavingsverzoek, bestuursrechtelijke handhaving alsmede de afhandeling van binnengekomen klachten (circa 140). 2.5.1.2
Realisatie aantallen
Voor wat betreft Toezicht en Handhaving zijn in 2022 de volgende producten gereed c.q. in behandeling genomen:
17
Planmatig toezicht (milieu en Brzo) Voor het planmatig toezicht (milieu en Brzo) zijn er in het verslagjaar 689 controles uitgevoerd, onder te verdelen in: • 37 planmatige Brzo-inspecties (100% uitgevoerd); • 652 overige planmatige Wabo-inspecties bij inrichtingen (RIE-4, RIE-overig, Type C, Type B, basis- en niet-basistaakinrichtingen). Zoals gemeld is de planning van het reguliere milieutoezicht bijgesteld. De bijgestelde planning is grotendeels (92%) gerealiseerd. Milieu hercontroles De regulier (planmatig) uitgevoerde (milieu)controles resulteerden in circa 233 hercontroles. Dit komt neer op circa 30% van het totaal aantal regulier geplande controles. Overige milieucontroles (ad-hoccontroles) Naast regulier geplande controles zijn ook controles uitgevoerd die niet vooraf zijn in te plannen. In 2022 zijn in totaal 141 ad-hoccontroles uitgevoerd. Het betreft hier controles naar aanleiding van klachten, meldingen ongewone voorvallen, controles n.a.v. bestuursrechtelijke handhavingsprocedures (dwangsomcontroles, controles n.a.v. handhavingsverzoek), controles naar aanleiding van vuurwerkevenementen en overige ad-hocsituaties. Afhandeling klachten en meldingen ongewone voorvallen/incidentenonderzoeken De Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg behandelt alle klachten en meldingen ongewone voorvallen van bedrijven die door het bevoegd gezag zijn ingebracht.
De meldingen hiervan kunnen zowel administratief als fysiek worden afgehandeld door middel van controles ter plekke. In het verslagjaar zijn circa 1.607 klachten ontvangen en geregistreerd. De klachten hebben betrekking op onderstaande milieuthema’s
Geur
Stof
Geluid
Bodem
Overig
1.071
17
347
3
169
Circa 45% van deze klachten heeft betrekking op bedrijven waar een gemeente bevoegd gezag voor is. Daarnaast zijn 103 incidentmeldingen (meldingen ongewone voorvallen) ontvangen. De aard van de incidentmeldingen is zeer divers. Circa 75 van de ontvangen incidentmeldingen hebben betrekking op provinciale inrichtingen.
18
De meest voorkomende klachten over gemeentelijke bedrijven zijn hieronder weergegeven: • Cedo Recycling (gemeente Sittard-Geleen; circa 360 klachten over geurhinder); • Maastricht Aachen Airport (gemeente Beek; circa 150 klachten met name over geluid); • Rubber Resources B.V. (gemeente Maastricht; circa 40 klachten over met name geurhinder); • AsfaltNu (Asfaltcentrale gemeente Stein; circa 60 klachten over geur). De meest voorkomende klachten over provinciale bedrijven zijn: • De Heus Voeders B.V. (gemeente Maasbracht, circa 100 klachten over geurhinder); • Jos Menten Metaalrecycling B.V. (gemeente Roermond, circa 70 klachten over geluidhinder); • Walkro Blitterswijck B.V. (gemeente Venray, circa 140 klachten over geurhinder); • Van de Weijer B.V. (gemeente Peel en Maas, circa 230 klachten over geurhinder); • Ashorst B.V. (gemeente Horst aan de Maas, circa 40 klachten over geurhinder). De verdeling van de aard van de klachten zijn in onderstaand overzicht grafisch weergegeven.
Doorlooptijd klachten De doorlooptijd van de afhandeling van klachten is op basis van de huidige beschikbare systemen/ data nog niet volledig in kaart te brengen. In 2023 kunnen wij hopelijk wel deze doorlooptijden geautomatiseerd genereren. Op basis van een handmatige analyse kan op hoofdlijnen worden aangegeven dat de doorlooptijden van de klachten variëren van 0 dagen (directe behandeling) tot gemiddeld 5-10 dagen. De doorlooptijd van de afhandeling van klachten is sterk afhankelijk van de aard van de klachten (moet er bijvoorbeeld wel of niet een geluidmeting plaatsvinden). Hierdoor kan de doorlooptijd langer in beslag nemen. Toezicht bestaande bouw/nieuwbouw In 2022 zijn de volgende aantallen bouwtoezichtzaken behandeld: • Controles brandveiligheid In 2022 zijn 70 controles brandveiligheid en 22 hercontroles uitgevoerd.
19
De prioriteit van discipline brandveiligheid ligt bij advisering nieuwbouw en het uitvoeren van hercontroles. Mede om deze reden worden nieuwe controles administratief uitgevoerd, dit als try-out, om de planning te halen. Echter in de praktijk is gebleken dat voor een administratieve controle evenveel tijd benodigd is. Hier is helaas geen winst mee behaald. • Controles constructieve veiligheid Er zijn circa 57 toezichtmomenten uitgevoerd betreffende de constructieve veiligheid. Dit betreffen fysieke als ook administratieve toezichtmomenten. Naast toezicht worden ook adviezen constructieve veiligheid verstrekt aan de vergunningverleners. Het verstrekken van advies vindt op twee momenten plaats namelijk, tijdens de vergunningenprocedure en na het verlenen van de omgevingsvergunning. Tijdens de vergunningenprocedure worden documenten getoetst aan wet- en regelgeving behorende bij de constructieve veiligheid. Na het verlenen van de omgevingsvergunning worden uitgestelde indieningsvereisten en revisies van reeds vergunde documenten eveneens getoetst aan wet- en regelgeving behorende bij de constructieve veiligheid als ook de omgevingsvergunning.
Bestuursrechtelijke handhaving In 2022 zijn 21 verzoeken om handhaving ingediend. Deze verzoeken zijn binnen de geldende wettelijke termijnen afgehandeld dan wel zijn nog in behandeling. Vanwege het niet beëindigen van de desbetreffende overtreding zijn door ons om en nabij 50 bestuursrechtelijke handhavingstrajecten gestart. Hieronder ook procedures tot het opleggen van een last onder dwangsom dan wel last onder bestuursdwang. Daarnaast hebben wij 19 bezwaar- en beroepsprocedures (inclusief voorlopige voorzieningen) voor de opdrachtgevers behandeld. Deze procedures hebben grotendeels niet geleid tot een vernietiging van een eerder genomen handhavingsbesluit (last onder dwangsom of last onder bestuursdwang). In zijn algemeenheid merken wij op dat de doorlooptijden van juridische procedures lang zijn als gevolg van drukte bij gerechtelijke instanties. Net zoals in de andere rapportageperioden zien we dat de inzet van de juridische capaciteit zich voornamelijk concentreert op een beperkt aantal dossiers/locaties. Meestal hebben deze dossiers een langere doorlooptijd (meerdere jaren). Dit legt een grote druk op de beschikbare juridische en toezichtscapaciteit. In het rapportagejaar hebben met name onderstaande dossiers/bedrijven extra juridische - en toezichtcapaciteitsinzet gevraagd: • Gemeente Beek (o.a. dossier Maastricht Aachen Airport, Mrs.
Robinson en Café dn dubbele Vonck; circa 400 uur); • Gemeente Beekdaelen (o.a. dossier Frissen Veeteelt en Café ‘t Baekske; totaal circa 250 uur); • Gemeente Maastricht (dossier Eric Sour Schoonmaakbedrijf ; circa 50 uur) • Gemeente Sittard-Geleen (o.a. dossier Cedo Recycling; totaal circa 700 uur). • Gemeente Stein (o.a. dossiers AsfaltNu (circa 600 uur), Café Dudes (circa 150 uur) en RL Trading Geleen (circa 200 uur). • Provincie Limburg (o.a. dossiers Wormdal, Bontrup, Marsna Paper B.V. en Marsna Building B.V., E-max Billets, Meulenberg Recycling, Willems America, Walkro, Menten Hilkens B.V., Martens EKO, Rockwool; totaal circa 4.200 uur). Beoogd resultaat van deze procedures is het bevorderen van normconform gedrag en het vergroten van bewustwording en verantwoordelijkheidsbesef van bedrijven. De bestede uren zijn verrekend in de desbetreffende werkprogramma’s van de deelnemers. 20
Overtredingen-naleefgedrag (milieu) De VTH-applicatie Squit heeft een beperkte gebruikersvriendelijkheid als het gaat om de registratie en rapportage van geconstateerde overtredingen. Daarom hebben wij de in het rapportagejaar geconstateerde overtredingen gemonitord op basis van een combinatie van een geautomatiseerde en een handmatige exercitie. Op basis van de uitgevoerde analyses zijn er circa 400 overtredingen geconstateerd (2021: 504). Op basis van een zogenaamde expert-judgement hebben wij een top vijf samengesteld van de meest voorkomende overtredingen in het rapportagejaar. De overtredingen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel: Top 5 overtredingen 2022 Hoofdthema
Subthema
Aantal
Toelichting / omschrijving overtreding
overtredingen 1.
Installaties
Adm. Verplichting Keuringen
2.
Registratie/administratie van bijvoorbeeld keurings- en
130
onderhoudsgegevens (zoals logboeken) (Periodieke) keuringen van o.a. stook- en koelinstallaties
Onderhoud
(Periodiek) onderhoud aan installaties
Externe
Admin.
Registratie / administratie van bijvoorbeeld opgeslagen
Veiligheid
Verplichting
gevaarlijke stoffen
Afstandseisen
Overtredingen op grond van afstanden ten opzichte van belendingen
Keuringen
Keuringen van bijvoorbeeld gasflessen/gastanks e.d.
Opslag gassen (flessen en
Overtredingen t.a.v. opslag van gasflessen en tanks
60
tanks) Opslag
Overtredingen t.a.v. opslag van gevaarlijke stoffen in emballage
gevaarlijke stoffen Onderhoud
Overtredingen t.a.v. onderhoud aan installaties t.b.v. externe veiligheid
3.
Energie
4.
Illegale
Voorziening Onderzoek n.v.t.
situaties 5.
50
Voorhanden hebben van besparingsmaatregelen Periodiek onderzoek naar besparingsmaatregelen Situaties in afwijking van de vergunde/gemelde situatie
40
Bodem (grond-
Adm.
Registratie/administratie van gegevens; behouden van
en hulpstoffen)
Verplichting
logboeken e.d.
Financiële
Het betreft hier een dekking van de aansprakelijkheid die
zekerheid
voortvloeit uit verontreiniging van de bodem als gevolg van de
35
opslag van vloeibare brandstof (of afgewerkte olie) in bijvoorbeeld een ondergrondse tank.
Keuringen
Keuringen van bv. vloeistofdichte voorzieningen
Verontreiniging
Bijvoorbeeld lekkage / morsen op of in de bodem
Voorziening
Overtredingen m.b.t. bodem beschermende voorzieningen (lekbakken, vloeren etc.)
21
In de rapportageperiode is bij 652 bedrijven een periodieke milieucontrole (Wabo) uitgevoerd. Bij circa 538 van deze bedrijven (83% van de geïnspecteerde bedrijven) is sprake van een goed naleefgedrag (geen overtredingen geconstateerd). Naar aanleiding van de uitgevoerde Brzo-controles is bij 22 van de 37 geïnspecteerde bedrijven sprake van een goed naleefgedrag (59%); dat wil zeggen dat bij deze bedrijven geen overtredingen zijn geconstateerd. Overtredingen Brzo-bedrijven Het Brzo-toezicht ziet erop toe of een bedrijf in voldoende mate zelf de verantwoordelijkheid neemt voor het borgen van de veiligheid van de eigen activiteiten. Naar aanleiding van de in 2022 uitgevoerde Brzo-inspecties (samen met de partners van de Veiligheidsregio en de Nederlandse Arbeidsinspectie zijn in totaal 37 overtredingen geconstateerd. Bij 36 van deze overtredingen is sprake van een lichte overtreding (categorie 3 van de landelijke Brzo-handhavingsstrategie), waarvoor een waarschuwingsbrief is verzonden. Bij één overtreding is sprake van een zogenaamde middelzware overtreding (categorie 2 van de landelijke Brzo-handhavingsstrategie) waarvoor een vooraankondiging voor een bestuursrechtelijke maatregelen (dwangsom / zienswijzebrief) is verzonden.
Overtredingen bouwen en brandveiligheid Toezicht constructieve veiligheid Bij het toezicht op constructieve veiligheid worden structureel dezelfde onderdelen gecontroleerd. Het betreft hier onder andere de wapening die in het beton zit, staalprofielen, die het uiteindelijke draagframe vormen. De belangrijkste opmerkingen die worden gemaakt hebben betrekking op de wapening (60%), bekisting en bekistingsmiddelen (25%). Toezicht bestaande bouw/brandveiligheid Naar aanleiding van de uitgevoerde controles zijn 43 overtredingen geconstateerd, waarvan er inmiddels 27 zijn beëindigd. De top 3 overtredingen zijn: 1. brandmeldinstallatie niet conform voorschriften; 2. brandcompartimentering is niet conform voorschriften; 3. ontruimingsinstallatie niet conform voorschriften.
22
Speerpunten en projecten Toezicht en Handhaving Branchegericht toezicht Metaalbedrijven In 2021 is een pilot gestart rond het toezicht van metaalbewerkende bedrijven in Zuid-Limburg. Deze pilot heeft in 2022 een vervolg gekregen. In totaliteit zijn in het rapportagejaar 37 metaalbedrijven geïnspecteerd. De verdeling van de gecontroleerde bedrijven per bevoegd gezag is in de volgende tabel aangegeven.
Verdeling aantal gecontroleerde bedrijven in de metaalbranche per bevoegd gezag in 2022
Verdeling bedrijven Bevoegd gezag Beek Beekdaelen Brunssum Eijsden-Margraten Heerlen Kerkrade Landgraaf Maastricht Sittard-Geleen Vaals Totaal aantal bedrijven
Aantal gecontroleerde bedrijven 6 6 3 4 8 1 2 4 2 1 37
Deze bedrijven zijn gecontroleerd door een vaste groep toezichthouders. De controles zijn uitgevoerd op specifieke metaalactiviteiten, de opslag en afvoer van (gevaarlijke) stoffen en het thema energie. De resultaten van deze pilot worden in een separaat eindverslag ‘Evaluatieverslag projectmatige controles metaalbewerking’ – los van deze rapportage – beschikbaar gesteld voor de bevoegde gezagen waar de controles zijn uitgevoerd. Deelname/ bijdrage aan landelijke Brzo-projecten Onze organisatie heeft input geleverd aan diverse landelijke projecten, vallende onder Impuls Omgevingsveiligheid (IOV), Meer-Jaren-Agenda Brzo (MJA), BRZO+ en de Brzo-OD’s (Omgevingsdiensten). De uitvoering van de projecten wordt gefinancierd door een bijdrage van het Ministerie van Infrastructuur & waterstaat via het IOV-programma en een bijdrage vanuit de twaalf provincies voor de realisatie van de provinciale ambities vanuit het uitvoeringsprogramma MJA Brzo. Hieronder worden de belangrijkste werkzaamheden weergegeven die in het rapportagejaar zijn uitgevoerd én een directe relatie hebben met Toezicht en Handhaving: •
Project Landelijke Benadering Risico Bedrijven (LBR) In januari van het rapportagejaar is een nieuwe inspectiemethodiek (LBR) en GIR 2.0 (landelijke applicatie voor Brzo-toezicht) geïmplementeerd. Vanaf de implementatiedatum zijn er diverse evaluatie en toetsingsmomenten geweest met betrekking tot de werking van de methodiek en de applicatie. Dit heeft geleid tot een update van de GIR 2.0 en betere werkwijze binnen LBR.
•
Project Melden ongewone voorvallen (TZ4) Landelijk wordt alle data met betrekking tot ongewone voorvallen bij Brzo- en RIE-4 bedrijven geregistreerd en gemonitord. Deze data vormen de basis voor enerzijds een landelijke analyse van alle ongewone voorvallen bij de Brzo- en RIE-4 bedrijven en anderzijds eenduidige 23
interpretatie, registratie en afhandeling van ongewone voorvallen om te komen tot het beter leren van incidenten bij Brzo- en RIE-4-bedrijven. Conform een landelijk format worden door onze organisatie gegevens aangeleverd over ongewone voorvallen die mede input zijn voor de jaarlijkse analyse. In het vierde kwartaal heeft een intervisie plaatsgevonden om dit proces te optimaliseren. •
Samenwerking NEA (Nederlandse Emissie Autoriteit)(SW6) In 2020 heeft op verzoek van NEA een oriënterend gesprek plaatsgevonden met de Brzo-OD’s om te bekijken over welke mogelijke items met betrekking tot de luchtemissies tot samenwerking mogelijk zijn. Door onze dienst is een projectplan opgesteld om nader invulling te geven aan de samenwerking met de NEA. In 2022 zijn diverse deelinrichtingen op de site Chemelot samen met de NEA gecontroleerd, waarbij het thema “luchtemissies” extra aandacht heeft gekregen.
•
Project Bestuurlijke boete (BOW10) Bij de invoering van de Omgevingswet krijgen de provincies de bestuurlijke boete als nieuw instrument voor overtredingen van de Brzo-regels. IPO heeft een boete-beleidskader opgesteld. Dit beleidskader moet worden ingebed in het provinciaal handhavingsbeleid. Er zal een handhavingsarrangement worden opgesteld (conform de landelijke Brzo-handhavingstrategie) in welke gevallen gekozen worden voor strafrecht en wanneer voor bestuursrecht.
2.5.1.3
Realisatie aantallen (trends)
Hieronder volgt een overzicht van de realisatiecijfers per (hoofd)product over de jaren 2018-2022. Grafiek: Aantallen milieutoezicht 2018-2022
Bovenstaande aantallen zijn in onderstaande tabel nader uitgewerkt: 24
Tabel: Gerealiseerde aantallen producten Toezicht & Handhaving 2022 Gerealiseerde aantallen Toezicht en handhaving 2018 2019 2020 2021 Planmatige controles 930 985 844 793 - Planmatige controles Brzo 40 39 35 34 - Planmatige controles Wm (Wabo/milieu) 800 876 744 733 Hercontroles (totaal bouwen/milieu) 280 368 348 313 Adhoc controles 390 286 361 245 Beoordeling (IVRén) 12 9 5 9 Klachten 1700 1438 1296 1615 Meldingen ongewone voorvallen 90 99 85 101 Bestuursrechtelijke handhaving 79 101 53 48 -Handhavingsverzoek en 16 24 15 16 -Bestuursrechtelijk e handhaving (voornemen, last) 45 38 27 17 -Bezwaar en beroepsprocedures 18 39 11 15 Totaal 3481 3286 2992 3124
2022 689 37 652 253 141 12 1607 103 90 21 50 19 2895
De inzet van het planmatig toezicht is afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Dit heeft met name te maken met het de herprioritering van de controles als gevolg van de beperktere beschikbare toezichtscapaciteit, vanwege langer openstaande vacatures (overspanning marktwerking voor VTHprofessionals). Zoals eerder in het hoofdstuk “Prestatie-indicatoren Toezicht en Handhaving” is vermeld hebben wij een risico-gestuurd gewerkt en een prioritering aangebracht in de planning van het reguliere milieutoezicht. Deze prioritering is uitgevoerd op basis van een expert-judgement van de toezichthouder.