Bijlage 15 Uitvoeringsprogramma Omgevingsrecht VTH 2023 definitief.docx (1).pdf
Tekst van het document
Bijlage 15 Uitvoeringsprogramma Omgevingsrecht Vergunningverlening Toezicht en handhaving (VTH) 2023 Versie: definitief Datum: 23 mei 2023 Gemeente Beek Raadhuisstraat 9 6191 KA Beek T 046 – 43 89 222, E info@gemeentebeek.nl Auteur: W.J. van de Wauw
-2-
Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Waarom een uitvoeringsprogramma 1.2 Leeswijzer 1.3 Werkgebied BWT 1.4 Probleem- en risicoanalyse 1.5 Welke taken heeft de gemeente 1.6 Veranderingen in wet- en regelgeving 2 Wat vinden we belangrijk 2.1 Beleidsplan VTH 2.2 Doorkijk naar VTH-taakuitvoering 2.3 Doorkijk 2022 Toezicht (Prioritering) 2.4 Prioriteiten 2.5 Communicatie 3 Wat gaan we doen 3.1 Vergunningverlening 3.2 Toezicht 3.3 Vergunning gericht toezicht 3.4 Klachten en meldingen 3.5 Ruimtelijke Ordening 3.6 RUD Zuid-Limburg – Werkprogramma 2023 3.7 Veiligheidsregio Zuid-Limburg 3.8 Programmering Toezicht 4 Wat is hiervoor nodig 4.1 Beschikbare middelen 5. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) 5.1 Algemeen Wkb 5.2 Afkortingen Wkb 5.3 Fasen en rollen 5.4 Rol bevoegd gezag 5.5 Taken toezicht en handhaving VTH-beleid 6. Omgevingsplanactiviteit en bouwactiviteit 6.1 Knip vergunningen 6.2 Aanvraag omgevingsvergunning 6.3 Aanvraag omgevingsvergunning technische bouwactiviteit 6.4 Wat valt onder Wkb 6.5 Vooroverleg 7. Bouwactiviteit melding 7.1 Bouwmelding 7.2 Bijzondere lokale omstandigheden 7.3 Omgevingsveiligheid 7.4 Constructieve beoordeling 7.5 Constructief borgingsplan 7.6 Onvolledige melding 7.7 Nadere informatie 8. Bouwfase 8.1 Start bouw 8.2 Rol kwaliteitsborger 8.3 Rol bevoegd gezag 8.4 Handhavingsmogelijkheden 8.5 Wat te doen bij geschillen 8.6 Wat te doen als e.e.a.
niet meer onder Wkb valt 9. Gereedmelding 9.1 De gereedmelding 9.2 Onvolledige gereedmelding 9.3 Het dossier 9.4 Ontbrekende verklaring kwaliteitsborger 9.5 Einde bouwwerkzaamheden Bijlage samenvatting H5 t/m H9
3 3 3 3 4 4 5 6 6 7 8 10 13 14 14 15 15 15 15 16 16 16 20 20 21 21 21 22 23 24 26 26 28 28 29 30 32 32 32 33 34 34 35 35 36 36 36 36 37 37 38 38 38 39 39 41 41 41
-3-
1. Inleiding 1.1 Waarom een uitvoeringsprogramma Jaarlijks moet een uitvoeringsprogramma VTH worden opgesteld waarin de in het programmajaar uit te voeren activiteiten zijn opgenomen voor de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en waarbij ook is aangegeven met welke inzet van mensen en middelen dat gaat gebeuren. Of en in welke mate de voorgenomen activiteiten worden uitgevoerd en de geformuleerde doelen worden gehaald zal periodiek worden gevolgd en jaarlijks worden geëvalueerd. Aan de hand van de uitgevoerde probleem- en risicoanalyse (bijlage 8) en de prioriteitenstelling wordt jaarlijks een integraal uitvoeringsprogramma VTH opgesteld voor de beleidsvelden Ruimtelijke Ordening, Bouw- en woningtoezicht (BWT), milieu (RUDZL), handhaving en APV (afdeling BMO) en (brand)veiligheid (BWT en de veiligheidsregio Zuid-Limburg). Hierin wordt concreet aangegeven wat de doelstellingen voor het desbetreffende jaar zijn en welke acties worden ondernomen om die doelen te bereiken. In de artikelen 7.2, 7.3, 7.4 en 7.7 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is de wettelijke basis opgenomen voor het jaarlijks opstellen van een uitvoeringsprogramma VTH voor alle Wabotaken. Het Uitvoeringsprogramma VTH wordt jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld en ter kennisname gebracht van de gemeenteraad via de commissie GGZ.
Het uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de uit te voeren taken en ontwikkelingen op het gebied van VTH tot 1 januari 2024 onder het Omgevingsrecht (Wabo) en na 1 januari 2024 onder de Omgevingswet. Per 1 januari 2024 treedt naast de Omgevingswet ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. De Wkb gaat veel veranderen bij bouw- en woningtoezicht. De Wkb betreft uiteindelijk het deels privatiseren van het bij Woningwet uit het jaar 1901 opgerichte “Bouw- en woningtoezicht”. Vanaf hoofdstuk vijf wordt e.e.a. nader uitgelegd en uitgewerkt. Tevens is een conceptprocedure Wkb opgenomen in dit “Uitvoeringsprogramma VTH 2023”. Gezien de omvangrijke wijzigingen die per 1 januari 2024 staan te gebeuren is ervoor gekozen om de Wkb-procedure eerst als concept uit te werken in dit uitvoeringsprogramma en als blijkt dat de procedure (na eventueel bijsturen en evaluatie) werkt, wordt deze pas opgenomen in het beleidsplan VTH, ergens in 2025.
1.2 Leeswijzer Het Beleidsplan VTH 2023-2026 en dit Uitvoeringsprogramma VTH 2023 zijn gebaseerd op de BIG 8. Onderwerpen van de BIG-8 zijn voor een gedeelte verwerkt in het Beleidsplan VTH 2023-2026 en voor het andere deel in dit Uitvoeringsprogramma VTH 2023 en in het Jaarverslag 2022. Voor het beleidsplan en het jaarverslag wordt kortheidshalve verwezen naar de bijlagen. Het uitvoeringsprogramma beschrijft de Wabo-taken die worden uitgevoerd door het taakveld bouw- en woningtoezicht (BWT), de Veiligheidsregio Zuid-Limburg (brandweer), de Regionale Uitvoeringsdienst Zuid-Limburg (RUD ZL), het taakveld Ruimtelijke Ordening en de afdeling BMO (handhaving en APV). De wettelijke verplichting voor al deze beleidsstukken en procedures is vastgelegd in het Besluit omgevingsrecht hoofdstuk 7 (Bor).
1.3 Werkgebied Beek De gemeente Beek is een relatief kleine gemeente met verschillende kerkdorpen. De gemeente heeft zowel dorpse kenmerken (smalle straatjes met oude boerderijen) als stedelijke kenmerken (drukke verkeerswegen, hoogbouw en bedrijfsgebouwen). De gemeente wordt omringd door zowel landelijk gebied, stedelijk gebied alsmede industrieel gebied. Aan de noordzijde van de gemeente Beek ligt autosnelweg A76 en de gemeente Sittard-Geleen met het industriecomplex Chemelot, aan de oostzijde het heuvelland en de gemeente Beekdaelen, aan de zuidzijde de luchthaven Maastricht - Aachen Airport (vliegveld Beek) en de gemeente Meerssen, aan de westzijde autosnelweg A2, de spoorweg Maastricht - Sittard, het NS- station Beek - Elsloo en de gemeente Stein. Beek heeft vele voorzieningen, zoals winkelcentra, supermarkten, cafés, restaurants, sportvoorzieningen, et cetera. Naast het dorpscentrum Beek ligt, op het bedrijventerrein Beekerhoek, het overdekte winkelcentrum Makado waar grotere
-4-
winkelketens zijn gevestigd, naast vele andere winkels en restaurants, die jaarlijks vele bezoekers trekt. Beek heeft verder relatief veel bedrijvigheid op bedrijventerreinen, bijvoorbeeld de bedrijventerreinen Aviation Valley en Beekerhoek. Bovendien heeft Beek relatief veel hoogbouw door flats en appartementengebouwen. Beek is verder rijk aan diverse historische kerken, kapellen en enkele indrukwekkende boerderijen. Verder heeft Beek bijna 16.000 inwoners. Beek heeft te maken met zowel landelijke alsmede stedelijke problematiek. Denk hierbij aan hennepplantages, XTC-dumpingen, et cetera.
1.4 Probleem- en risicoanalyse Teneinde de beschreven doelstellingen te kunnen verwezenlijken worden diverse activiteiten en taken uitgevoerd. Deze activiteiten en taken bestaan deels uit wettelijke taken en deels uit reguliere taken. Omdat de gemeente de wettelijke taken niet allemaal (gelijktijdig) kan uitvoeren is landelijk de methodiek van de probleem- en risicoanalyse VTH (zie bijlage 8) ontworpen. Hiermee geeft het college van burgemeester en wethouders aan welke taken het belangrijkst worden gevonden en welke taken minder belangrijk gevonden worden. Op basis daarvan kan sturing gegeven worden aan de inspanningen van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De taken met betrekking tot de advisering bij omgevingsvergunningen inclusief het toezicht op het gebied van brandveilig gebruik van bouwwerken zijn ondergebracht bij de Veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL). De taken met betrekking tot advisering bij omgevingsvergunningen inclusief het toezicht op het gebied van milieu zijn voor de basistaken en alle verzoektaken (de plustaken) ondergebracht bij de Regionale uitvoeringsdienst ZuidLimburg (RUD ZL). De gemeente blijft echter het bevoegd gezag voor al deze onderdelen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) met overige besluiten en regels en per 1 januari 2024 de Omgevingswet met bijbehorende AMvB’s en overige besluiten en regels.
1.5 Welke taken heeft de gemeente De VTH-werkzaamheden van de gemeente bestaan uit vergunningverlening, controle/toezicht/handhaving en andere taken, zoals afhandelen klachten van inwoners en bedrijven, controle illegale bouw, werkzaamheden als gevolg van de Wet- BAG, advies in het kader van de Alcoholwet, controle gebruik percelen en gebouwen, beheer diverse applicaties, verzamelen CBS-gegevens, advies bij projecten, controle evenementen, inzet calamiteiten, uitvoering APV-vergunningverlening, meldingen activiteiten milieubeheer of brandveilig gebruik, et cetera. De VTH-taken zijn vastgelegd in een aantal wetten en regels. Gemeenten moeten bij het uitvoeren van deze taken voldoen aan de door de Rijksoverheid en gemeenteraad vastgestelde minimale kwaliteitscriteria (Kwaliteitscriteria versie 2.2).
Onderstaand een (niet limitatieve) opsomming van de betreffende wetten, regels en verordeningen: - Wet milieubeheer en algemene regels: algemene milieuregels voor bedrijven en regels op het gebied van afvalstoffen, bodem, energiebesparing, et cetera - Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) - Wet ruimtelijke ordening - Woningwet en Bouwbesluit 2012 - Algemene Plaatselijke Verordening (APV) - Alcoholwet - Per 1 januari 2024 de Omgevingswet met bijbehorende AMvB’s en overige besluiten en regels - Hennepconvenant - Et cetera Bouw- en woningtoezicht (BWT) voert in de dagelijkse praktijk taken uit gericht op onder andere: -
De (ver-)bouw van projectmatige en particuliere woningbouw Het achterstallig onderhoud van bouwwerken en percelen Leegstand van gebouwen Het illegaal gebruik van bouwwerken en/of percelen Controle evenementen Inzet calamiteiten
-5-
-
Afhandeling klachten Risicobronnen: brand- en constructieve veiligheid Registratie ISOR in het REV (register externe veiligheid) met risicobronnen explosie, instorting, brand en giftige stoffen Alcoholwet inrichtingseisen Et cetera
Ruimtelijke Ordening voert in de dagelijkse praktijk taken uit gericht op onder andere: -
Beoordeling gebruik en effecten omgeving Toets op stedenbouwkundige uitgangspunten Et cetera
De afdeling BMO voert in de dagelijkse praktijk taken uit gericht op onder andere: -
Uitvoering APV- vergunningen Uitvoering Alcoholwet Handhaving
De gemeente Beek heeft bij de uitvoering van de taken prioriteiten gesteld op basis van de probleem- en risicoanalyse (bijlage 8). Ook heeft het college van Burgemeester en wethouders regels aangaande de kwaliteit gesteld bij verordening en ziet hierop toe.
1.6 Veranderingen in wet- en regelgeving Zowel aan lokale ontwikkelingen als aan landelijke ontwikkelingen dient aandacht te worden besteed in dit uitvoeringsprogramma. Op het gebied van veranderingen zijn de volgende ontwikkelingen van belang: Wet Verbetering Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving inzake kwaliteitscriteria De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van VTH-taken in het Omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. Om aan de kwaliteitscriteria te blijven voldoen is er een continu proces. Ten behoeve van het verbeteren van de kwaliteit zijn de momenteel lopende aandachtpunten voor de organisatie onder andere: - Samenwerkingsafspraken en wie staat aan de lat voor welke taken (bijlage 9) - Medewerkers opgeleid tot een minimaal basisniveau (Kwaliteitscriteria versie 2.2) - Processen en procedures anders ingericht en geactualiseerd (moet gereed in 2023) - Het inrichten van RX-Mission conform bovenstaande processen en procedures (moet gereed in 2023) - Het maken van keuzes en het inrichten van procedures en het opstellen van formulieren t.b.v. de Wkb - Het maken van keuzes en het inrichten van procedures t.b.v. de Omgevingswet Het bovenstaande betreft meetbare indicatoren die in het jaarverslag 2023 moeten worden geëvalueerd.
Omgevingswet Met de invoering van de Omgevingswet worden de regels voor de ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigd en samengevoegd, dat is althans de bedoeling. In de kern worden 26 wetten samengevoegd tot één wet. De implementatie van de Omgevingswet vraagt voor 2023 extra uren om alles tijdig klaar te hebben en e.e.a. ook nog te kunnen oefenen. In het Beleidsplan VTH 2023-2026 wordt nader ingegaan op de Omgevingswet. Let op, dit uitvoeringsprogramma VTH gaat over de uitvoering in 2023. Vanaf 2024 is de Omgevingswet van toepassing. Vele termen uit dit stuk zullen dan veranderen. In het Uitvoeringsprogramma 2024 moet dit worden aangepast. Private kwaliteitsborging voor het bouwtoezicht (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt sinds 2013 aan een nieuw stelsel voor bouwtoezicht in Nederland. Kern is dat in de toekomst bouwpartners zelf hun kwaliteitsborging moeten regelen. Het bevoegd gezag kijkt naar welstand, ruimtelijke ordening en de veiligheid van derden; private partijen zorgen zelf voor het voldoen aan de eisen uit het
-6-
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Preventief toetsen van het Bbl (opvolger van het Bouwbesluit 2012) door de gemeente is in bepaalde gevallen dan niet meer nodig. In 2019 hebben het Rijk en de VNG bestuurlijke afspraken gemaakt over hoe de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) kan worden ingevoerd. Deze afspraken en de Wkb zorgen ervoor dat er belangrijke stappen worden gezet om de bouwkwaliteit in Nederland te verhogen. In het nieuwe stelsel wordt beoogd dat gemeenten verantwoordelijk blijven voor het afgeven van vergunningen en voor de handhaving. Technische bureaus worden verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit en worden ook aansprakelijk gesteld als die kwaliteit onvoldoende is. Vanaf hoofdstuk vijf van dit uitvoeringsprogramma wordt e.e.a. nader uitgewerkt. Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) In 2023 dient tevens te worden bezien hoe om te gaan met Bibob bij een aanvraag om omgevingsvergunning en dadelijk een aanvraag onder de Omgevingswet. Soms lijkt het alsof alleen de omgevingsrechtelijke regels maken dat een vergunning verleend wordt. Ook Bibob speelt hierin een belangrijke rol. Ook dit moet in 2023 nader worden uitgewerkt in procedures en checklisten.
2. Wat vinden wij belangrijk 2.1 Beleidsplan VTH 2023-2026
In 2016 is voor het laatst een beleidsplan “Beleidsplan Omgevingsrecht BWT Gemeente Beek voor de periode 2016-2018” door het college vastgesteld en dit beleidsplan wordt nu opgevolgd door het “Beleidsplan VTH 2023-2026”. In de tussenliggende periode is het beleidsplan 2016-2018 gehanteerd en zijn geen actuele documenten voorgelegd aan college, gemeenteraad of aan de provincie Limburg, behalve voor Ruimtelijke Ordening (RO). Voor het Beleidsplan VTH 2023-2026 heeft een actualisatie van beleid plaatsgevonden. In dit “Uitvoeringsprogramma VTH 2023” wordt dit beleidsplan nader uitgewerkt. Het streven van de gemeente Beek is gericht op het voorkomen van overtredingen en dergelijke en het verbeteren van het naleefgedrag. Bij de toe te passen middelen is maatwerk van belang. Er wordt niet alleen gekeken naar wat niet mag, maar ook naar wat wel mag en mogelijk is. Naast de wijze van toezicht is ook de manier van handhaven van belang om doelstellingen te behalen. Door een proactieve handhaving willen we overtredingen sneller constateren en de overtreder bewegen om die overtredingen ongedaan te maken. Een balans tussen preventie, toezicht en handhaving is bij de aanpak belangrijk, waarbij de beschikbare capaciteit en middelen zo efficiënt en slim mogelijk ingezet worden en waarbij ook gewerkt wordt met een integrale aanpak met steekproefsgewijze controles.
Er bestaat in de huidige uitvoering een spanningsveld tussen beschikbare capaciteit en middelen aan de ene kant en het noodzakelijk adequate toetsingsniveau aan de andere kant. Dit spanningsveld noopt mede tot het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten. Bij de uitvoering van deze taken hebben we de volgende uitgangspunten geformuleerd: Uitgangspunten vergunningverlening • Goede dienstverlening • Rechtszekerheid voor inwoners en ondernemers • Nut en noodzaak centraal • Redeneren vanuit oplossingen • Gedeelde verantwoordelijkheid Uitgangspunten toezicht en handhaving • Slimmer toezicht • Proactief werken • Informatie gestuurd • Handhaven is het laatste middel als preventie niet helpt
-7-
• •
Betrokkenheid inwoners vergroten Kwaliteit verbeteren
Deze uitgangspunten zijn in dit stuk meegenomen.
2.2 Doorkijk naar VTH-taakuitvoering Voor de doorkijk naar 2023 en volgende jaren wordt in dit uitvoeringsprogramma stilgestaan bij het afgelopen jaar en een aantal ontwikkelingen die nu en in de komende jaren van invloed zijn op de uitvoering van de VTH-taken. Er moet rekening gehouden worden met onder andere: - Alle medewerkers die VTH-taken uitvoeren leveren tevens een aanzienlijke bijdrage bij de voorbereidingen rondom de Omgevingswet en de Wkb. - De Omgevingswet brengt een grote veranderopgave met zich mee in bijvoorbeeld de inrichting van processen, procedures, inrichting van ICT en de samenwerking met inwoners en bedrijven. Naast de implementatie van deze wet moeten ook opleidingen gevolgd worden om goed voorbereid te zijn op deze veranderopgave. In beginsel is iedereen hier ook zelf verantwoordelijk voor. - Verdere digitalisering en inrichten van het zaaksysteem RX-Mission (opvolger Squit 2020). Voor een adequate uitvoering en registratie dient het nieuwe zaaksysteem RXMission te worden ingericht voor de procedurele afhandeling van vergunningen, meldingen, controle/toezicht, klachten, handhaving, APV, et cetera. Zo kan de uitvoering van het uitvoeringsprogramma beter worden gemonitord en geanalyseerd (door de afdelingshoofden en beleidsmedewerkers en kwaliteitsborger/beleidsmedewerker BWT), wat op termijn de monitoring en de samenwerking met partners kan bevorderen.
In 2023 moet RX Mission nader worden ingericht. Daarnaast wordt de Beekse RX-Mission gekoppeld aan de RX-Mission omgeving van de RUD Zuid-Limburg en de Veiligheidsregio Zuid-Limburg en uiteraard aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). - Daarnaast moeten afspraken gemaakt worden met alle partners over de invoering van de Omgevingswet, zoals de RUD ZL en VRZL. Aan de kant van de RUD ZL en VRZL is deze ontwikkeling ook in volle gang. Los van het bovenstaande moet tevens rekening gehouden worden met het feit dat in de huidige uitvoering van de VTH-taken een tekort is aan beschikbare personele capaciteit. Dit noopt tot het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten. De werkdruk blijft onverminderd hoog, ondanks prioritering in werkzaamheden, zeker in de jaren 2023 en 2024. Bouw- en woningtoezicht heeft tevens de laatste jaren te maken met een hoog personeelsverloop en langdurige uitval door ziekte. De beschikbare capaciteit en werkvoorraad moeten in 2023 in balans worden gebracht en gehouden. Externe inhuur is en blijft hiervoor nodig. Door extra taken bij Ruimtelijke Ordening, zoals projecten als een restwarmtenet, is dit voor RO ook aan de orde. Binnen de afdeling Ruimte worden in 2023 stappen gezet om meer helderheid in de structuur en organisatie te brengen.
Getracht wordt de formatie voor VTH in 2023 op het gewenste niveau te brengen en een duidelijke scheiding aan te brengen in de rollen en taken van vergunningverlening en die van controle/toezicht op het gebied van bouw- en woningtoezicht. Bovendien zullen ook bepaalde processen en procedures opnieuw beschreven worden, zoals ten aanzien van administratie en databeheer, beleid (ontwikkeling, uitvoering en projecten) en procedures en processen op basis van de Omgevingswet en dergelijke. Hiervoor moeten bestuurlijke keuzes worden gemaakt. Bij vergunningverlening ligt de keuze van inzet op het niveau van diepgang van toetsing van de aanvraag voor de hand. Hoe complexer een aanvraag, hoe diepgaander de toetsing is. In kwantitatieve zin kan er geen prioritering plaatsvinden. Een ingekomen vergunningaanvraag moet nu eenmaal binnen de wettelijke termijnen worden afgehandeld. Het heeft voor de toekomst prioriteit om de aanvragen, indien mogelijk, sneller af
-8-
te handelen dan de wettelijke termijnen. De diepgang van toetsing is geborgd via het Beleidsplan VTH 2023-2026, de toetsmatrix van de vereniging BWT/BRIS en de automatisch gegenereerde checklisten van het BRIS-warenhuis. De gemeente Beek is hierop geabonneerd. Bij het beoordelen van aanvragen om Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en de activiteit planologische afwijking, is het tevens een taak van de casemanager om te signaleren of de activiteit leidt tot een wijziging in de gegevens aangaande kwetsbare objecten, opgenomen als ISOR in de REV. De achterstand in deze administratie is in 2022 ingelopen nadat vanaf 2018 geen invoer namens Beek meer had plaatsgevonden. De professionele risicokaart is in 2023 overgezet naar de Register Externe Veiligheid (REV). Deze conversie is echter niet helemaal goed gegaan. Aanpassing hiervan gaat tevens de nodige uren kosten in 2023. De bronhouders voor het REV aangaande risicovolle objecten en inrichtingen zijn de gemeenten. De ingevoerde gegevens in het REV zijn zeer belangrijk voor de hulpdiensten, maar ook voor de werkzaamheden binnen de afdeling Ruimte, met name voor ruimtelijke ordening. Voor een taken- en urenoverzicht bij bouw- en woningtoezicht wordt kortheidshalve verwezen naar bijlage 9. De verwachte uren in 2023 bedragen circa 7.500 uur. Deze uren zijn geborgd in de begroting.
De lijst uit bijlage 9 verschaft op hoofdlijnen een vrijwel dekkend, maar geen uitputtend beeld van de reguliere taken, werkzaamheden en producten binnen VTH bij bouwen woningtoezicht. Inzichtelijk wordt gemaakt welke taken de vergunningverleners en toezichthouders uitvoeren en de tijd die hiervoor benodigd is in een normale situatie. De verbinding wordt gelegd tussen de taken en speerpunten uit dit uitvoeringsprogramma en de feitelijk benodigde en beschikbare capaciteit binnen BWT. De capaciteit en werkwijze voor vergunningverlening en bouwtoezicht worden door het stellen van de goede prioriteiten zodanig ingezet dat een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving behouden blijft. Om dit ook in de verdere toekomst te kunnen bereiken is een doorontwikkeling van de organisatie van belang, mede ook gezien de veranderende omgeving, taken en wetgeving. De kwaliteitsborger BWT staat hier mede voor aan de lat. Het bovenstaande betreft meetbare indicatoren die in het jaarverslag 2023 moeten worden geëvalueerd.
2.3 Doorkijk 2023 Toezicht (Prioritering inzet toezichthouders) Naast het houden van toezicht op de naleving van verleende omgevingsvergunningen is ook toezicht nodig op illegale activiteiten en andere situaties zoals: Bouwen of slopen zonder vergunning/melding Gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan Gebruik van gebouwen zonder vergunning of –melding Milieu gerelateerde zaken, zoals bodem en luchtkwaliteit Inrichtingsactiviteiten Evenementen Illegale zaken, zoals hennepkwekerijen Et cetera Prioritering is bepalend voor de mate waarin toezicht wordt gehouden en dient zich vooral te richten op de zaken met de meeste risico’s en daar waar het naleefgedrag te wensen over laat (zie bijlage 8 probleem- en risicoanalyse). De beschikbare capaciteit wordt in 2023 zo effectief en gericht mogelijk ingezet door na te gaan of en wanneer bepaalde taken op een lager niveau of op een andere manier kunnen worden uitgevoerd, door bv. geen actief toezicht of minder toezicht te houden. Vanzelfsprekend geldt dit uitsluitend tijdelijk in de situatie dat er onvoldoende capaciteit beschikbaar is. Daarnaast dient op grond van art. 7.4, lid 2, onder c van het Bor personeel gerouleerd te worden. In de uren en taken (bijlage 9) is dit voor vergunningverlening en controle/toezicht ondervangen.
De taken die uitgevoerd worden door de VRZL en RUD ZL, zoals milieucontroles met betrekking tot asbest, risicovolle inrichtingen, bodemverontreiniging, et cetera vallen hierbuiten. De
-9-
RUD Zuid-Limburg en de Veiligheidsregio Zuid-Limburg garanderen de uitvoering van taken op basis van de kwaliteitscriteria en beschikken ook over voldoende mensen om dit uit te voeren. Het toezicht in Beek wordt bij onvoldoende beschikbare capaciteit uitgevoerd volgens de onderstaande twee uitvoeringsprocedures: a) Geen actief toezicht bij vergunningsvrij bouwen (art. 2 en 3 bijlage II BOR) Inzet: In de regel zal in 2023 geen actief toezicht worden gehouden ingeval van vergunningsvrij bouwen, met uitzondering van klachten/meldingen en verzoeken om handhaving. Algemeen: Ook bij vergunningsvrij bouwen gelden de voorschriften van het Bouwbesluit 2012 en in 2024 het Bbl en mogelijk ook het welstandsregime (mits welstandsvrij). Bovendien moeten bouwwerken vaak voldoen aan het bestemmingsplan om vergunningsvrij te zijn. Risico-afweging: Het risico is dat er bouwwerken worden gebouwd waar geen gemeentelijke toets op heeft plaatsgevonden en dat die niet voldoen aan redelijke eisen van welstand, het bestemmingsplan en/of het Bouwbesluit 2012/Bbl. b) Minder toezicht tijdens de bouwfase Inzet: In de regel wordt in 2023 het aantal toezichtmomenten voor de zwaardere categorieën bouwwerken teruggebracht naar twee keer met uitzondering van controle op de belangrijkste onderdelen, zoals constructies en (brand)veiligheid.
Algemeen: Het toezicht tijdens de bouw vindt met name plaats op de diverse onderwerpen die het Bouwbesluit/Bbl regelt. De diepgang van het toezicht is afhankelijk van het soort bouwwerk. Risico-afweging: Het risico is dat pas achteraf eventuele overtredingen geconstateerd worden of dat er dan niets meer te constateren valt. Achteraf zal het vaak lastiger zijn om aanpassingen door te voeren om de strijdigheid op te heffen. In tabel 1 zijn de taken van de toezichthouder BWT tijdens een periode dat tijdelijk onvoldoende toezichtcapaciteit beschikbaar is schematisch weergegeven. Tabel 1: Inzet toezicht BWT - prioritering 2023 (bij onvoldoende toezichtcapaciteit beschikbaar). Taken gebaseerd op risicoanalyse
Opmerkingen
Inzet
1
Constructieve veiligheid
Blijft onveranderd
2
Brandveiligheid van gebouwen
Blijft onveranderd
3
Handhaven bestemmingsplannen
4
Handhavingsverzoeken
5
Integrale handhavingsacties
- Toetsen van de aanvragen omgevingsvergunning - Controle risicovolle bouwwerken in de uitvoeringsfase - Calamiteiten en evenementen - Eindcontroles op omgevingsvergunning bouwen gezamenlijk met toezichthouder Veiligheidsregio (Brandweer) - Calamiteiten en evenementen - Ruimen hennepkwekerij brandgevaar en constructieve veiligheid - Bij excessieve situaties - Bij in belangrijke mate afwijken van verleende omgevingsvergunning - Bij klachten of meldingen - Strijdig gebruik bij controle In voorkomende gevallen opschorten van de beslistermijn binnen de mogelijkheden, in overleg BMO. Afstemmen van inzet en de mate waarin e.e.a. kan worden uitgevoerd.
- 10 -
6
Meldingen, klachten en informatieverzoeken
7
Noodzakelijke controles voor de voortgang van de bouw
8
Eindcontroles bouw
9
Overige inzet
Per aandienende zaak wordt bepaald of en in welke mate de toezichthouder bouwtoezicht hierbij betrokken moet zijn. - Een tot twee inspecties bestaande uit wapeningcontrole fundering en eindcontrole na gereed melding. - Tijdens de bouwperiode als daar tijd voor beschikbaar is. Eventueel beperkt tot een meer globale visuele controle. Afhankelijk van de aard van de (ver-)bouw en vergunning kan de controle zich beperken tot een meer administratieve controle. Dat wil zeggen dat aan de hand van informatie en gegevens uit de systemen van vergunningen, actuele luchtfoto’s, verkregen informatie wordt gecontroleerd of de bouw volgens vergunning is gerealiseerd. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een dakkapel of een serre. - Projectmatige controles, themagerichte controles, algemeen toezicht en dergelijke inzet zullen in de regel niet of in heel beperkte mate uitvoerbaar zijn tenzij extra capaciteit daarvoor beschikbaar is of dat andere inzet wordt opgeschort dan wel komt te vervallen. - Controleverzoeken in verband met BAG, Alcoholwet en dergelijke worden in de regel volgens gemaakte afspraken uitgevoerd en afgehandeld.
Het bovenstaande betreft meetbare indicatoren die in het jaarverslag 2023 nader zullen worden geëvalueerd.
2.4 Prioriteiten op basis van probleem- en risicoanalyse. De prioriteitenstelling voor de Wabo gerelateerde taken (VTH-taken), vindt plaats op basis van de probleem- en risicoanalyse (zie bijlage 8). Hieruit volgt de volgende onderverdeling. Nota bene: CC (vanaf hier) staat voor consequence class oftewel gevolgklasse in het Nederlands. Gevolgklasse 1 is de laagste en gevolgklasse 3 is de hoogste gevolgklasse. Gevolgklasse 0 zijn de vergunningsvrije zaken. De CC komt oorspronkelijk uit de hoek van de constructieve veiligheid (Eurocodes).
- 11 -
Tabel 2: Onderverdeling hoogste prioriteiten (Prioriteitentabel).
Risicoanalyse (Wabo breed): Risico’s
Activiteit
Totaalscore:
Prioriteit:
Veiligheid en gezondheid
Leefbaarheid en duurzaamheid
Financiële en economische impact
Bestuurlijk imago en maatschappelijke impact
Omgevingsvergunning CC1
40
60
20
20
140
4
Omgevingsvergunning CC2
100
60
40
40
240
2
Omgevingsvergunning CC3
100
80
60
40
280
1
Toezicht en CC1
40
60
20
20
140
4
Toezicht CC2
100
60
40
40
240
2
Toezicht CC3
100
80
60
40
280
1
Meldingen brandveilig gebruik en activiteitenbesluit
100
80
60
40
280
1
Ophangconstructies overdekte zwembaden en gevelelementen
100
80
20
60
260
2
Brandoverslag en branddoorslag tussen bestaande panden
80
40
20
40
180
3
Brandveiligheid instellingen
100
40
20
40
200
3
Her controle/onderhoud wateraccumulatie daken
60
40
20
40
160
4
Illegale bouw, woningsplitsing en kamerverhuur/bewoning
60
40
20
20
140
4
Inventarisatie van asbest en andere gevaarlijke stoffen in leegstaande panden
60
60
40
40
200
3
Achterstallig onderhoud en vuil percelen
20
60
20
40
140
4
Geluid airco en warmtepompen
60
60
20
20
160
4
Energie c-label kantoren
20
80
60
20
180
3
Bouwtechnische en brandveiligheid toets evenementen
100
20
20
80
220
3
CC0
Kleur:
- 12 -
Toezicht bestaande bouw
40
40
20
20
120
5
Toezicht vergunningsvrije bouw
40
20
20
20
100
5
Toezicht sloop met of zonder asbest
80
40
20
20
160
4
Klachten algemeen
40
60
20
40
160
4
Toezicht handelsreclame
20
20
20
20
80
5
Toezicht gebruik percelen en gebouwen
20
20
20
20
80
5
Toezicht milieu inrichtingen
60
40
20
20
140
4
Toezicht geluid inrichtingen
60
40
20
20
140
4
Toezicht bodemkwaliteit
80
60
60
40
220
3
Toezicht luchtkwaliteit
60
40
20
20
140
4
Toezicht grondwater en indirecte lozingen
60
40
20
20
140
4
Toezicht geur
60
40
20
80
200
3
Toezicht lozingen afval riool
40
40
40
20
140
4
Toezicht daken zonnepanelen
60
20
20
20
120
5
Verduurzamen bestaande bouw
20
80
60
20
180
3
Invoer REV ISOR/RRGS
100
60
20
20
200
3
Toezicht riool en openbare weg
40
40
40
40
160
4
Plaatsen objecten bovenop riool/openbare weg
20
20
80
60
180
3
Aantasting erfgoed
20
60
60
40
180
3
Verduurzamen monumenten
20
60
40
20
140
4
Verduurzamen gemeentelijke gebouwen
20
60
80
40
200
3
Storten afval openbare gebied
40
60
20
20
140
4
Overlast houtstook
60
60
20
20
160
4
Foutparkeren
20
20
20
40
100
5
Overtreding Opiumwet
60
60
20
80
220
3
Ondermijning
20
40
60
80
200
3
- 13 -
Overlast openbare gebied
20
60
20
80
180
3
Inzet bij calamiteiten
100
100
60
100
360
1
Op basis van deze analyse komen de hoogste prioriteiten naar boven, zoals: De hoogste prioriteiten Omgevingsrecht in willekeurige volgorde: -
Brandveiligheid CC2 en CC3 (gevolgklasse 2 en 3) Constructieve veiligheid CC2 en CC3 (gevolgklasse 2 en 3) Bouwtechnische en brandveiligheid algemeen Toezicht bodemkwaliteit Meldingen brandveilig gebruik en activiteitenbesluit algemeen Ophangconstructies overdekte zwembaden en gevelelementen (speerpunt)
De hoogste prioriteiten APV, Burgerlijk wetboek (BW) en overig in willekeurige volgorde: -
Inzet bij calamiteiten en evenementen Overtreding Opiumwet Ondermijning Overlast in het openbare gebied Plaatsen objecten bovenop riool/openbare weg
Op basis van bovenstaande prioriteiten kan worden gesteld dat de verwachting is dat bij volledige capaciteit uitvoering gegeven kan worden aan de prioriteiten 1, 2 en mogelijk delen van prioriteit 3. E.e.a. is gezien de uitdagingen, zoals omschreven in dit programma, echter niet helemaal uitvoerbaar in 2023 en 2024, omdat het de vraag is of deze uren überhaupt kunnen worden ingezet. Immers bouw- en woningtoezicht heeft in Q2 2023 1,8 fte in opleiding, 1 fte vacature en 0,9 fte langdurig ziek. De praktijk voor bouw- en woningtoezicht in 2023 zal zijn het uitvoeren van wettelijke taken op basis van landelijke prioriteiten, de implementatie van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en inrichting van RX-Mission. Tevens dient in 2023 het fundament te worden gelegd voor de verdere versteviging en stabilisering van BWT binnen Beek middels opleiding, het doen van werkervaring, het doorvoeren van een duidelijke taakverdeling en het inrichten van toekomstbestendige processen en procedures.
2.5 Communicatie Wij blijven actief inzetten op het preventieve handhavingsinstrument communicatie om het gedrag en de naleving van inwoners en bedrijven op een positieve manier te beïnvloeden. In 2023 zal onderzocht worden of daarmee het beoogde doel in voldoende mate wordt bereikt, want als hiermee het beoogde doel niet wordt bereikt, moet/kan een andere weg worden ingeslagen. Hierdoor kunnen onveilige situaties worden voorkomen en hoeven er minder tijdrovende en kostbare repressiemiddelen te worden toegepast. Als iemand de regels kent en begrijpt, zal deze persoon gemotiveerder zijn om deze ook na te leven en zijn/haar omgeving hierop te wijzen. De communicatie vindt zo gericht mogelijk plaats aan de hand van de volgende communicatiekanalen: - Algemene communicatie: via website en/of sociale media zo veel mogelijk mensen informeren over de regels en de handhaving ervan - Doelgroepgerichte/gebiedsgerichte communicatie: een doelgroep of gebied informeren over de specifieke regels en handhaving die voor hun/dat gebied van toepassing zijn - Individuele communicatie: persoonlijke voorlichting aan een inwoner of bedrijf over de regels en de handhaving ervan De gemeentelijke toezichthouders spelen een grote rol bij de communicatie richting inwoners en bedrijven. Zij functioneren als een “front office in het veld”.
Ook kunnen zij signalen uit de buurt opvangen, zodat er gericht kan worden gehandhaafd. Daarnaast is veel winst te halen door goede communicatie aan de voorkant van het vergunningenproces. Vooroverleg, intake
- 14 -
en tijdens het vergunningaanvraagproces informeren van de aanvrager voorkomt in grote mate het onbewust overtreden van de regels. Communicatie bij nieuwe wetgeving Nieuwe wetten, zoals de Omgevingswet beogen het makkelijker te maken voor de inwoners, al zal het voor inwoners nog steeds lastig zijn om te bepalen wanneer er wel of geen vergunning vereist is. De gemeente Beek informeert de inwoners, bedrijven en instellingen actief via haar eigen informatiekanalen. Daarnaast geeft de gemeente Beek voorlichting over de van toepassing zijnde regels en geeft hierbij duidelijk aan wanneer er wel of geen vergunning nodig is. Ik het kader van de Wkb worden aanvullende lokale informatie en lokale regels gedeeld met de private bureaus en eenieder die hierin geïnteresseerd is via de Beekse website alsmede het Omgevingsloket (OLO) en Digitaal Stelsel Omgevingsrecht (DSO). Het bovenstaande betreft meetbare indicatoren die in het jaarverslag 2023 nader zullen worden geëvalueerd.
3. Wat gaan we doen (hoofdzaak) 3.1 Vergunningverlening Omgevingsvergunningen worden, als verbeterpunt ten opzichte van 2021, in de regel binnen de gestelde wettelijke termijnen verleend. In 2021 is dit misgegaan als gevolg van met name de implementatie van het digitale zaaksysteem Squit2020, nu RX-Mission. In 2023 zullen veranderingen worden doorgevoerd ter verbetering en inrichting van het vergunningenproces. Dan zal de doorlooptijd van de vergunningverlening waar mogelijk worden verkort. Enkele zaken dienen nog ingericht te worden, zoals het bodemenergiesysteem, bodeminformatiesysteem, procedures koppelingen en standaarden. Op basis van het aantal aanvragen en meldingen van afgelopen jaren is onderstaande inschatting (tabel 3) gemaakt van het aantal te verwachten aanvragen en meldingen in 2023. In het jaarverslag over 2023 zal duidelijk worden hoe dit zich gaat ontwikkelen als gevolg van het intreden van de Wkb en hoe dit uitvoeringsplan over 2023 is uitgevoerd. Tabel 3: Verwachte aantallen aanvragen en meldingen 2023. Soort aanvraag/melding
Soort aanvraag
2023
Wabo
Omgevingsvergunning activiteit bouw:
Bouwkosten
<25.000
30
Bouwkosten
25.000 – 1.000.000
27
Bouwkosten
>1.000.000
4
Wabo
Activiteit strijdig gebruik
18
Wabo
Activiteit aanleg
1
Wabo
Activiteit monument
2
Wabo
Activiteit kap
0
Wabo
Activiteit uitweg
10
Wabo
Activiteit sloop
2
Bouwbesluit
Melding brandveilig gebruik
4
Activiteitenbesluit
Melding activiteitenbesluit
1
- 15 -
Activiteitenbesluit
Melding bodemenergiesysteem
1
Activiteitenbesluit
Melding Lozen buiten inrichtingen
0
Alcoholwet Wabo
10 Omgevingsvergunning beperkte milieutoets
Principe-aanvragen
3 45
3.2 Toezicht Op basis van verschillende input zijn voor 2023 toezichts- en handhavingswerkzaamheden samengesteld. Bij de uitvoering van het toezicht wordt het toezichtprotocol gehanteerd. Zie hiervoor het Beleidsplan VTH 2023-2026. De bedoeling is om in 2023 een betere scheiding aan te brengen in de rollen ‘vergunningverlener’ en ‘toezicht’ op het gebied van bouwen & slopen. Toezien op de naleving van omgevingsvergunningen en sloopmeldingen, alsook toezien op de bestaande gebouwvoorraad en opsporen van illegale situaties behoren tot de uitvoerende taken van BWT. Hierbij is BWT verantwoordelijk voor het opmaken van controlerapporten, coördinatie, inhoudelijke en integrale afstemming, alsook beslissing op de toezicht- en legalisatievraagstukken. De daadwerkelijke inzet van het juridische bestuurlijke handhavingsinstrumentarium is functioneel gescheiden van de afdeling Ruimte en is belegd bij de afdeling BMO. Daarmee zijn toezicht, controle en legalisatie ambtelijk en bestuurlijk gescheiden van de inzet van het bestuurlijke handhavingsinstrumentarium.
3.3 Vergunning gericht Toezicht Op het moment dat een vergunning is verleend, dan wel een melding volledig is, vindt een digitale overdracht van het dossier plaats van vergunningverlening naar bouwtoezicht (de toezichthouder BWT). Uitgangspunt hierbij is dat de afgegeven omgevingsvergunningen in de bouwfase door de toezichthouder BWT van de gemeente Beek wordt gecontroleerd. Complexe bouwwerken, zoals appartementengebouwen, sommige bedrijfshallen worden in de regel voor de brandveiligheidsaspecten integraal gecontroleerd door de brandweer en toezichthouder BWT. Eenvoudige situaties doet de toezichthouder BWT zelfstandig af. De omgevingsvergunningen activiteit milieu en meldingen activiteitenbesluit worden door de RUD ZL gecontroleerd, waarbij in sommige gevallen ook de toezichthouder BWT zal aansluiten. De toetsing op constructieve veiligheid wordt uitgevoerd door de technisch bouwadviseur. Daarnaast worden sloopmeldingen, waarbij asbest wordt gesaneerd en meldingen met toepassing van grond/bouwstoffen door de RUD ZL op basis van een risicoklasse gecontroleerd. Bouwwerken en gebouwen worden qua gebruik tevens gecontroleerd door de toezichthouder BWT.
3.4 Klachten en meldingen Inwoners, bedrijven en instellingen dienen jaarlijks bij de gemeente klachten en/of meldingen in met betrekking tot onder andere bouw, sloop, brandveiligheid en gebruik. Voor het jaar 2023 worden vergelijkbare aantallen klachten/meldingen als in 2021 en 2022 verwacht. Afhankelijk van de klacht wordt bezien welke toezichthouder wordt ingezet. Een klacht met betrekking tot brandveiligheid vraagt andere kennis en kunde dan een klacht over sloop of geur. Doch in beginsel zijn controle/toezicht op locatie zoveel mogelijk integraal.
3.5 Ruimtelijke Ordening Iedere gemeente is verplicht om voor haar gehele grondgebied één of meer structuurvisies op te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Gemeenten zijn verder verplicht voor hun gehele grondgebied te beschikken over actuele bestemmingsplannen. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de gemeente drie jaar de tijd om te komen tot een Omgevingsvisie. Dat betekent dat die visie uiterlijk 1 januari 2027 dient te zijn vastgesteld. Op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet beschikt de gemeente van
- 16 -
rechtswege over een tijdelijk Omgevingsplan. De gemeente heeft vervolgens tot en met 2029 de tijd om het Omgevingsplan van rechtswege om te bouwen tot één integraal grondgebied dekkend Omgevingsplan. Voorgenomen ruimtelijk beleid Afwijken van bestemmingsplannen Indien een bouwplan niet binnen het bestemmingsplan past en het niet tot de ‘kruimellijst’ behoort, wordt beoordeeld of voor het bouwplan een omgevingsvergunning voor het strijdig planologisch gebruik (voorheen ontheffing of projectbesluit) of een nieuw bestemmingsplan mogelijk is. Vervolgens wordt beoordeeld of het wenselijk is om aan het initiatief mee te werken door het volgen van een toepasbare ruimtelijke procedure op basis van een ruimtelijke onderbouwing. Alle betrokken belangen worden hierbij in beeld gebracht en afgewogen. Indien wordt besloten geen medewerking te verlenen, wordt de aanvraag niet verder getoetst aan overige aspecten. Omdat per 2024 de Omgevingswet in werking treedt is het zaak, zeker een half jaar vóór de inwerkingtreding, oog te hebben voor de overgangsperiode en het overgangsrecht.
Disclaimer / hardheidsclausule in relatie tot uitstel van de Omgevingswet Zowel uit klantperspectief als uit oogpunt van een goede bedrijfsvoering is het zaak te voorkomen dat initiatiefnemers nog een ontwerpbestemmingsplan vlak voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet bij de gemeente indienen om gebruik te maken van de bestemmingsplanprocedure. De gemeente wordt dan namelijk geconfronteerd met de onmogelijke opgave om in een heel kort tijdsbestek een plan volledig door te nemen, inhoudelijk te toetsen én vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro uit te voeren. Immers de gemeente kan niet ongetoetst en zonder vooroverleg een ontwerpbestemmingsplan in procedure brengen. En de inwoner wordt dan verrast met deze door hem niet voorziene ontwikkeling, die kan leiden tot wijziging van procedures, noodzakelijke aanpassing van stukken (omzetting naar een omgevingsplan) en daarmee gepaard gaande kosten en stagnatie van voortgang. Om die reden is het belangrijk om verwachtingen te managen. Dat wordt gedaan met een een disclaimer. Daarin wordt aangegeven dat een half jaar voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet de benodigde stukken voor een bestemmingsplanwijziging moeten zijn ingediend. Lopende initiatieven In de afgelopen periode zijn naar aanleiding van principeverzoeken en conceptaanvragen de nodige besluiten genomen om medewerking te verlenen aan initiatieven.
Daarbij is aanvragers bericht dat zij een aanvraag omgevingsvergunning kunnen indienen, dan wel een voorontwerpbestemmingsplan kunnen indienen. Uit oogpunt van klantvriendelijkheid worden aanvragers die een dergelijk besluit hebben gekregen, tijdig geïnformeerd over de komst van de Omgevingswet en eventuele consequenties voor de te volgen procedure. Een inventarisatie van deze dossiers heeft plaatsgevonden. In praktijk gaat het om een beperkt aantal dossiers waarvoor een proactief signaal richting initiatiefnemer noodzakelijk is. Opgemerkt wordt dat de werkzaamheden die met deze dossiers samenhangen niet alleen zien op het begeleiden van de bestemmingsplanprocedures. In een aantal gevallen zal voor de formele terinzagelegging ook een exploitatieovereenkomst moeten worden gesloten. Gestreefd wordt om de werkzaamheden tijdig (en dus binnen het huidige regiem) te kunnen afhandelen. Voorwaarde daarvoor is uiteraard wel dat ook initiatiefnemer zorgdraagt voor een tijdige aanlevering van de noodzakelijke stukken met de juiste kwaliteit. Opstellen Omgevingsvisie Zoals hierboven aangegeven hebben gemeenten voor het vaststellen van een omgevingsvisie door de gemeenteraad een overgangstermijn van drie jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het gebruiken van dit overgangsrecht is zinvol zodat er ingespeeld kan worden op actuele ontwikkelingen.
Hierbij moet met name gedacht worden aan de transities op het gebied van energie en klimaat, mobiliteit en wonen. Ter uitvoering van een door de raad aangenomen motie is inmiddels een visie op het buitengebied opgesteld, welke als bouwsteen kan dienen voor de gemeentelijke omgevingsvisie. Tevens is een klimaat- en energiebeleidsplan vastgesteld alsmede een beleidsplan aangaande klimaatadaptatie.
- 17 -
De transitie van bestemmingsplannen naar een omgevingsplan Het opstellen van een omgevingsplan is een complexe en geheel nieuwe opgave. De Omgevingswet is nog niet in werking getreden, het digitaal stelsel werkt nog niet geheel naar behoren, er zijn nog weinig (goede) voorbeelden voorhanden en er is nog geen jurisprudentie gevormd. Hoewel al deze zaken de komende jaren verder uit worden gekristalliseerd en ook niet alles 100% gereed hoeft te zijn op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet, is afwachten geen optie, onder meer omdat het opstellen van ruimtelijke plannen in de vorm van een bestemmingsplan na inwerkingtreding van de Omgevingswet niet meer mogelijk is en ruimtelijke initiatieven in de vorm van (gebieds)ontwikkelingen zich wel aan zullen blijven dienen. Een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zal daarbij niet altijd een geschikt alternatief zijn. Het voornemen is om in 2023 een plan van aanpak voor de transitie van het Omgevingsplan op te stellen, een pilot uit te voeren en een Handboek Omgevingsplan te maken. De totale transitieperiode kan worden verdeeld in drie verschillende fasen. Het betreft de volgende fases: 1.
De periode tot inwerkingtreding van de Omgevingswet: Vragen die nu aan de orde zijn, is wat te doen om voor het ‘planspoor’ goed voorbereid te zijn op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, aansluitend bij de door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gedefinieerde minimale acties? Hoe om te gaan met huidige initiatieven die thans worden voorbereid en naar verwachting wel of net niet voor inwerkingtreding van de Omgevingswet in procedure kunnen worden gebracht? Met name wat betekent dit voor het laatste? Moet dan alles opnieuw of kan het ontwerpbestemmingsplan dat in voorbereiding is omgezet worden? Het is zaak om inzichtelijk te krijgen wat de mogelijkheden hierin zijn. 2. De periode direct na inwerkingtreding van de Omgevingswet (tot 1 jaar): Direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet de ‘winkel’ natuurlijk openblijven. Dit kan op verschillende manieren. Afhankelijk van de stand van zaken van de technische mogelijkheden die dan beschikbaar zijn maar ook het DSO moet bezien worden welk ‘planspoor’ het beste is voor de beoogde (gebieds)ontwikkeling, waarbij de voors en tegens als ook de aandachtspunten inzichtelijk worden gemaakt. 3.
De transitieperiode (tot 2030): De vraag is hoe de periode na inwerkingtreding van de Omgevingswet in te vullen om te komen tot een gebiedsdekkend omgevingsplan ‘nieuwe stijl’ dat voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en als onderdeel daarvan ook tot een aanpak te komen omtrent het inpassen van nieuwe initiatieven, tussentijdse actualisaties en het implementeren van verleende omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA). De opgave om te komen tot een volwaardig Omgevingsplan is zoals reeds aangegeven veelomvattend en complex. Gelet op de belasting van de organisatie in combinatie met andere ontwikkelingen die om capaciteit vragen, is de verwachting dat (een groot deel van) de transitieperiode, die loopt tot eind 2029, benut moet worden om van het tijdelijke omgevingsplan naar een volwaardig omgevingsplan te komen. Een Plan van Aanpak De transitiefase vormt een flinke opgave voor de gemeente en vraagt duidelijkheid over zowel de inhoud als het proces. Om die reden wordt een Plan van Aanpak wenselijk geacht. Daarbij is het relevant dat het plan van aanpak ook inzicht gaat geven in budget en capaciteit. Het Plan van Aanpak vormt daarmee als het ware een ‘roadmap’ om te komen tot een gebiedsdekkend omgevingsplan ‘nieuwe stijl’.
Dit plan van aanpak vergroot ook weer het inzicht in planning en de kosten van het omgevingsplan, welke inzichten vervolgens kunnen worden gebruikt bij de noodzakelijke actualisatie van de reserve Ruimtelijke Plannen. De gemeente Beek heeft overigens al de nodige acties in gang gezet, welke ook kunnen worden ingepast in de integrale aanpak. Zo zijn de gemeentelijke verordeningen al geïnventariseerd op hun relevantie voor de fysieke leefomgeving (wat moet, mag, mag niet over naar het
- 18 -
Omgevingsplan?) en is opdracht gegeven voor het opstellen van een Verordening Fysieke Leefomgeving. Ook de vigerende bestemmingsplannen zijn geïnventariseerd en het gemeentelijk manifest op ruimtelijke plannen wordt nog opgeschoond. Uiteraard bereidt de gemeente Beek zich ook in breder verband voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, door onder meer het waar nodig aanpassen van werkprocessen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en in samenhang daarmee ook het proces rondom het beoordelen van nieuwe initiatieven (o.a. intake-/omgevingstafel) en de verdeling van bevoegdheden tussen burgemeester en wethouders en de raad in het kader van het zogenoemde verzwaard adviesrecht. Al met al is de gemeente Beek op diverse fronten doende om zich voor te bereiden op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het Plan van aanpak voor het omgevingsplan zal hier naadloos op moeten aansluiten.
Het Plan van Aanpak moet een handzaam en overzichtelijk document worden, dat: Een beknopt en toegankelijk overzicht geeft van de voor de aanpak relevante wettelijk kaders voor het omgevingsplan, inclusief het overgangsrecht dat concreet voor Beek geldt vanaf de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet tot het moment dat het omgevingsplan ‘nieuwe stijl’ gereed is; Beschrijft wat de voornaamste verschillen tussen een bestemmingsplan en het omgevingsplan zijn; Een inventarisatie en (impact)analyse omvat van de minimale en wenselijke acties, concreet voor de gemeente Beek; Een aanpak beschrijft voor de opgave om te komen tot een gebiedsdekkend omgevingsplan ‘nieuwe stijl’ dat voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij acties worden benoemd (inclusief planning) voor de eerder in dit uitvoeringsprogramma geduide fases: - De periode tot inwerkingtreding Omgevingswet; - De periode direct na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Wat verder voor 2023 op het programma staat is het uitvoeren van een pilot wijziging omgevingsplan in combinatie met het opstellen van een handboek omgevingsplan. Daarnaast moeten diverse bestaande verordeningen en beleidsregels tegen het licht worden gehouden en Omgevingswetproof worden gemaakt. Bijvoorbeeld de in 2016 vastgestelde Verordening kwaliteit VTH omgevingsrecht gemeente Beek, et cetera.
De pilot Het is wenselijk om het wijzigen van het omgevingsplan een keer te beproeven. Dit kan in de vorm van een pilot. De voorbereiding van een pilot voor het wijzigen van het omgevingsplan is onderdeel van het plan van aanpak. In het plan van aanpak wordt een pilotgebied voor een eerste wijziging van het omgevingsplan benoemd en worden doelen van de pilot beschreven. Op voorhand kunnen de volgende doelen en voordelen van zo’n pilot worden benoemd:
Leren werken met de nieuwe wettelijke kaders, waaronder de instructieregels uit het besluit kwaliteit leefomgeving; Het opzetten, vullen en daarmee ook beproeven van de te bedenken structuur en systematiek van het omgevingsplan nieuwe stijl; Het leren werken met de plansoftware, eventueel inclusief uitwisseling met een extern stedenbouwkundig adviesbureau. In ieder geval voor dit onderdeel is het ook zeker raadzaam de softwareleverancier van onze plansoftware te betrekken; Op basis van het voorgaande: ondervinden hoe de rol van de gemeente in dit proces er uit kan c.q. moet zien en wat dat betekent voor het totstandkomings- en vaststellingsproces voor wijzigingen van het omgevingsplan. Is het bijvoorbeeld wenselijk en uitvoerbaar bepaalde wijzigingen als gemeente zelf door te voeren? Op basis van de bevindingen het zo nodig actualiseren c.q. bijstellen van het Plan van Aanpak en de (deel)producten die daarin zullen worden onderscheiden, zoals een handboek voor het wijzigen van het omgevingsplan.
- 19 -
Handboek omgevingsplan Parallel aan de pilot en onmisbaar is het opstellen van een handboek omgevingsplan. De primaire functie van een handboek omgevingsplan is dat hierin duidelijk staat waaraan een wijziging van het omgevingsplan binnen de gemeente Beek moet voldoen. De kennis en ervaring die met de pilot worden opgedaan worden hierin opgenomen. Dit handboek moet niet als een statisch document worden gezien. Na de eerste versie komen er op basis van voortschrijdende inzichten ongetwijfeld nieuwe ervaringen, ontwikkelingen en inzichten. Deze kunnen in (eventuele) vervolgversies worden verwekt. Het opstellen en het werken met een handboek omgevingsplan kan op een goede wijze invulling geven aan het ‘leren door te doen’: kennis vergaren, ervaring op doen en tastbaar maken (hoe werkt het). Belangrijk is dan ook dat het handboek omgevingsplan aan de hand van de bevindingen van een pilot wordt opgesteld. Immers wij moeten er straks ook mee kunnen werken en naar kunnen handelen. Dit betekent dat hiervoor niet alleen expertise moet worden ingeschakeld, maar dat de gemeente hiervoor ook zelf capaciteit moet vrijmaken om mee te doen. Een handboek omgevingsplan is dus een dynamisch document en biedt niet alleen aan ons zelf duidelijkheid, maar ook aan derden. Dat is belangrijk, want Beek is in dit opzicht een ‘regiegemeente’. Wij stellen zelf geen omgevingsplan op.
Het is wenselijk om op basis van een handboek omgevingsplan heldere opdrachten te kunnen verstrekken en langs die weg de regie te kunnen houden. Ook eventuele initiatiefnemers die zelf moeten zorgdragen voor het wijzigen van een omgevingsplan weten dan wat er van hen wordt verwacht. Strijdig gebruik, toezicht en naleving Strijdig gebruik handelt, in het kort gesteld, over de naleving van bestemmingsplannen. De “Nota toezicht ruimtelijke ordening gemeente Beek, hoe gaan we om met strijdig gebruik?, vastgesteld in 2016, is voor het eerste halve jaar 2023 uitgangspunt voor de toezicht- en controlewerkzaamheden op het gebied van ruimtelijke ordening. Dat betekent dat op basis van de gebiedsanalyse en beleidsanalyse een hoge prioriteit wordt gegeven aan strijdige bewoning van genoemde bestemming in het bestemmingsplan en aan recidive van strijdige activiteiten. Ook de beleidsadviseurs Ruimtelijke Ordening en de senior beleidsmedewerker Stedenbouw hebben hierin taken. De “Nota toezicht ruimtelijke ordening gemeente Beek” komt bij het vaststellen van voorliggend drieluik te vervallen, omdat het beleid inmiddels is opgenomen in het Beleidsplan VTH 2023-2026. Edoch, afhankelijk van de invoering van de Omgevingswet en dergelijke is aanvulling op het gebied van RO mogelijk nodig/wenselijk. Dit blijkt dan uit de evaluatie en jaarverslag VTH en zal worden opgenomen in aanvullend beleid.
3.6 RUD Zuid-Limburg – Werkprogramma 2023
Voor de basistaken en verzoektaken (de plustaken) van de RUD ZL wordt verwezen naar de bijlage Werkprogramma 2023 Gemeente Beek RUD ZL. De financiële middelen voor inhuur van de RUD ZL zijn geborgd in de gemeentelijke begroting 2023 (circa € 475.000).
3.7 Veiligheidsregio Zuid-Limburg De veiligheidsregio Zuid-Limburg (o.a. brandweer) is gemandateerd voor de intake, beoordeling en afhandeling van de meldingen brandveilig gebruik binnen de gemeente Beek. De financiële middelen voor inhuur van de VRZL zijn geborgd in de gemeentelijke begroting.
3.8 Programmering Toezicht Tabel 4: Bouwen, Wonen en Ruimtelijke ordening en Milieu. Onderwerp
Activiteiten
Wat gaan we doen
Hoeveel gaan we doen
Bouwen en gebruik
Verleende vergunningen - Bouwen en/of gebruik zonder vergunning - Bestaande gebouwen met vergunningen
Toezicht op verleende omgevingsvergunningen volgens het toezichtprotocol.
We gaan jaarlijks ongeveer 60 omgevingsvergunningen controleren.
- Geen gebruik maken van een verleende vergunning
- 20 -
Slopen
Brandveiligheid
Milieu
- Sloopmelding en vergunning - Slopen zonder melding of vergunning
- Brandveilig gebruik nieuwbouw - Brandveilig gebruik bestaande gebouwen
Inrichtingen als bedoeld in de Wet milieubeheer
Algemeen toezicht op illegale bouw en illegaal gebruik.
Jaarlijks nemen we ongeveer 10 zaken in onderzoek.
Toezicht op tijdelijke afwijkingsbesluiten en intrekken van omgevingsvergunningen.
De jaarlijks aflopende termijn van een tijdelijk afwijkingsbesluit wordt gecontroleerd. Daarnaast worden de (enkel) jaarlijks verleende omgevingsvergunningen ingetrokken, omdat deze niet zijn uitgevoerd. Uitgangspunt is dat alle sloopactiviteiten worden gecontroleerd.
Na verlening van de omgevingsvergunning voor de activiteit slopen vindt minimaal 1x een inspectie plaats tijdens de uitvoering. Tevens vindt een eindcontrole na afloop van werkzaamheden plaats. Bij een sloopmelding vindt minimaal een inspectie plaats tijdens of na de uitvoering van de sloopwerkzaamheden. Algemeen toezicht op illegale sloopwerkzaamheden
De RUD ZL pakt de asbestcontroles op en levert een eindrapport.
Toezicht op het aspect brandveiligheid.
Bij hoge risicogevallen voert de VRZL een controle uit.
Regulier toezicht op bestaande bouwwerken volgens het werkprogramma VRZL
De VRZL voert bij gebouwen controles uit.
Regulier toezicht op bestaande bouwwerken volgens het werkprogramma RUD ZL
Het bovenstaande betreft meetbare indicatoren die in het jaarverslag 2023 nader zullen worden geëvalueerd.
4. Wat is hiervoor nodig 4.1 Beschikbare middelen Voor de uitvoering van de vergunnings- en toezichtstaken die in dit uitvoeringsprogramma zijn opgenomen is binnen de gemeente Beek de formatie als in de volgende tabel weergegeven. Voor BWT gaat het onder meer over casemanagement/vergunningverlening bouwen, toezicht bouwen, behandeling juridische aspecten vergunningverlening, bouwfysica, brandveiligheid, constructieve veiligheid, sloop (niet zijnde inrichtingen). De middelen zijn geborgd in de gemeentelijke begroting. Tabel 5: Formatie en uren VTH 2023 BWT (op papier). Functie
Taken op hoofdlijnen
Fte
Uren
Casemanager/vergunningverlener
Vergunningen en procedures
1,9
2755 uur
Toezichthouder
Controle/toezicht Wabo
1
1450 uur
- 21 -
Administratief medewerker
Administratie bouw- en woningtoezicht
0,8
1160 uur
Beleid en juridisch, de kwaliteitsborger BWT
Wabo-beleid en juridisch advies
1
1450 uur
Bouwtechnisch adviseur
Constructie en dergelijke
0,5
725 uur
Naast bovenstaande tabel is nog sprake van 0,3 fte restcapaciteit. E.e.a. is in de begroting geborgd (circa € 472.000). Bouw- en woningtoezicht beschikt tevens over een uitvoeringsbudget van circa € 10.000. Ruimtelijke Ordening Capaciteit Voor de uitvoering van taken op het gebied van ruimtelijke ordening is in totaliteit 4,6 fte beschikbaar. Middelen Ruimtelijke Ordening beschikt over een jaarlijks uitvoeringsbudget van afgerond circa € 10.000. Voor de implementatie van de omgevingswet is een afzonderlijk implementatiebudget beschikbaar. Ten behoeve van een gelijkmatige verdeling van de kosten met betrekking tot het opstellen van ruimtelijke plannen beschikt de gemeente over een reserve ruimtelijke plannen. De jaarlijkse storting in deze reserve bedraagt circa € 53.000. In 2023 zal, zodra ook het plan van aanpak voor het omgevingsplan gereed is, worden geactualiseerd in welk kader ook kan worden bezien of de jaarlijkse voeding van deze reserve bijstelling behoeft.
5. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen 5.1 Algemeen Wkb Het doel van de Wkb is het verbeteren van de bouwkwaliteit door het inschakelen van kwaliteitsborgers (private partijen, oftewel de markt). Met deze inwerkingtreding zullen bepaalde gemeentelijke bouwtoezichttaken veranderen. De inhoudelijke rol zal voor een deel overgaan in een procesrol. Hierdoor zullen interne processen op een andere wijze moeten worden ingericht. Vooralsnog is de Wkb van toepassing op eenvoudige bouwwerken in gevolgklasse 1 voor het aspect bouwen en verbouwen. Hieronder vallen o.a. eengezinswoningen, kleine bedrijfspanden van maximaal 2 bouwlagen, inclusief kantine en klein kantoor en kleine fiets- en voetgangersbruggen. Over de uitwerking van de Wkb is een Bestuursakkoord gesloten tussen het ministerie BZK en de VNG, in nauwe samenwerking met de vereniging bouw- en woningtoezicht, G4, G40 en Brandweer Nederland. Bij intrede van de Wkb behoudt het bevoegd gezag haar handhavende taak, waarbij het Bestuursakkoord de uitvoerbare rol borgt die recht doet aan die handhavende taak. Het bevoegd gezag behoudt haar rol als toezichthouder en handhaver en is verantwoordelijk voor de naleving van de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hoewel vaak de suggestie wordt gewekt dat de bouwtoezichttaken van het bevoegd gezag minder zullen worden, is dat nog maar de vraag.