CConstaterende datBeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Begroting 2022 + 2e Berap 2021.pdf

Raadsvergadering 10 november 2021, gemeente BeekBij agendapunt: Tweede Bestuursrapportage 2021.9.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen VVD Begroting 2022 1. Het format van programmabegroting 2022 is anders dan van 2021. Kan dat t.b.v. vergelijken niet eenvormig zijn. Antwoord: Medio november is een bijeenkomst gepland van de raadswerkgroep P&C, waarvoor een vertegenwoordiger van iedere fractie is uitgenodigd. Wij nodigen u uit om suggesties voor verbetering van de P&C-stukken daar in te brengen. Op dit moment geldt als uitgangspunt dat het format van de begroting tussen jaren zo weinig mogelijk verschilt.

2. Verlaging inzet Essent gelden. a. Waar is de overliquiditeit (Euro 6 miljoen) aan besteed. b. Hoe is het bedrag van vermindering inkomst Euro 50.000 tot stand gekomen. Antwoord: a. De overliquiditeit van € 6 mln. zoals vermeld in de begroting 2021 is grotendeels ingezet ter financiering, derhalve is er nog maar sprake van een beperkte overliquiditeit van +/- € 1 mln. b. De verwachting bij het opstellen van de begroting was de dat de restant-overliquiditeit van +/- € 1 mln. wellicht nog uitgezet kon worden tegen 1,4% (rendement enexis-gelden tranche B). Op basis hiervan is de restant stelpost van € 64.500 met € 50.000 verminderd.

3. Cijfermatige trends (pag 31) a. Budget Rijk inkomensvoorziening: Waar gaat dat heen. b. Waarom geen gegevens Re-integratie en WSW. Antwoord: Het overzicht is inderdaad niet helemaal duidelijk. Onder de inkomensvoorzieningen is het budget opgenomen dat de gemeente Beek ontvangt in het kader van de BUIG. Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Het budget vanuit het Rijk voor re-integratie en WSW is na overgang van deze decentralisatie uitkeringen naar de Algemene Uitkering (AU) niet meer gespecificeerd.

4. Veiligheid (pag 102) Zijn de indicatoren te verbijzonderen naar de diverse kernen in Beek. Antwoord: Op basis van de ons beschikbare gegevens is dat niet te verbijzonderen.

5. Risico HGN (pag 110) Het niet-deelnemen aan HGN is 4,31 %. Daar staat tegenover dat wel-deelnemen ook een risico oplevert. Wat is dan het risico. Antwoord: Op 20 oktober jl. bent u met een raadsinformatiebrief op de hoogte gesteld van de stand van zaken betreffende de ontwikkeling van het Groene Net Zuid. De risico’s en onzekerheden die spelen bij de ontwikkeling en uitrol van het warmtenet maken deel uit van de vraagstukken die we samen met de gemeente Stein, de gemeente Sittard-Geleen en de provincie Limburg (penvoerder) thans nader bezien c.q. kwalificeren en waar mogelijk kwantificeren. Het betreft dan vooral de majeure risico’s met betrekking tot de warmtebron(nen), het overdimensioneringsrisico en het risico op onvoldoende animo bij kleinverbruikers om aan te sluiten op het Groene

-2-

Net. Deze risico’s hangen ook weer nauw samen met de wijze waarop de investeringen in het Groene Net worden gefinancierd. Al met al is een afweging tussen risico’s, onzekerheden en kansen bij de realisatie van het Groene Net Zuid integraal aan de orde op het moment dat alle aspecten en vraagstukken in voldoende mate zijn uitgewerkt en er alsdan een voorstel ligt om te besluiten over toetreding als aandeelhouder in het Groene Net Zuid eventueel via een overheidsbedrijf zoals Mijn Streek Warmte BV.

-3-

Technische vragen SBB Begroting 2022 1: in de komende herverdeling van het Gemeentefonds, kan onze gemeente gekort worden enwel met 640.000 euro. Vraag: Hoe wordt dit bedrag verwerkt als Risico?. Antwoord Risico’s worden bijgehouden in het risicomanagementsysteem van onze gemeente conform de door uw raad vastgestelde nota risicomanagement en weerstandsvermogen. De omvang en realisatiekans van de grootste risico’s vormen de basis van de benodigde weerstandscapaciteit. Mocht de negatieve herverdeling van het gemeentefonds een feit worden, dan zal vanuit het rijk een gefaseerde afbouw over meerdere jaren worden aangehouden waardoor er voldoende tijd is om dit te verwerken. 2: als je kijkt naar de totaalsaldi in de begroting ‘22-‘25, zie je behoorlijke verschillen ontstaan. Vraag: waardoor ontstaan deze verschillen, vooral tussen 2023 en 2024? Antwoord Er zijn altijd projecten die maar voor een paar jaar gelden, of die pas in jaar x ingaan. Een groot verschil tussen 2023 en 2024 is dat m.i.v. 2024 de SPUK-regeling (specifieke uitkering stimulering sport) niet meer van toepassing is. Over de voortzetting van SPUK Sport is nog geen definitief besluit genomen.

3: In 2022 is de vaste schuld 400....... (per inwoner), meer als in 2021. Vraag: Wat is de reden hiervan? Antwoord In 2021 is een lening van € 5 mln. afgelost. Daar staat tegenover dat er in 2021 2 nieuwe leningen in het kader van projectfinanciering van in totaal € 11,2 mln. zijn aangetrokken.

4: t.a.v. De Aanbesteding energiekosten, hebben wij begrepen, dat er nog behoorlijk ingekocht dient te worden (+/- 60%). Vraag: Is in deze begroting rekening gehouden met de enorme gestegen energieprijzen? Antwoord Op het moment van het opstellen van de begroting werd voor 2022 een energiestijging ingeschat van € 150.000. Omdat er op dat moment 40% was ingekocht is € 60.000 meegenomen in de begroting. In de risicoparagraaf is het risico van een extra stijging met € 100.000 als zeer waarschijnlijk.

5: De Formatie uitbreiding, die moet worden geschieden, geeft in de begroting een -595.000 euro per kalenderjaar t/m 2025. Vraag: waarom wordt deze niet structureel opgenomen als bv Bestuurskosten, organisatiekosten, etc.., in deze begroting? Antwoord De formatie-uitbreiding wordt ondergebracht in de kostenverdeelstaat om van daaruit te worden doorverdeeld naar de juiste programma’s/producten. Op die manier ontstaat een integraal kostenoverzicht op productniveau en voldoen we aan de begrotingsregels van het Besluit Begroting en Verantwoording BBV.

-4-

6: Ook wordt deze formatie-uitbreiding structureel gedekt via de voorziening onderhoud rioleringen ad 100.000 euro. Vraag: volgens ons mag dit zo niet, daar de riolering heffing valt onder “vastgesteld doel”, hoe zit dit? Antwoord Deze € 100.000 heeft betrekking op een formatie-uitbreiding van 0,6fte op taakveld Rioleringszorg breed inclusief bijbehorende overhead. Vandaar dat deze kosten gedekt mogen worden uit de voorziening riolen c.q. de rioolheffing.

7: t.a.v. Inkomensverstrekking (blz 42), door verscheidene redenen gaat U er vanuit, dat dit invloed (meer?) heeft op de uitkeringsgerechtigden. Vraag: is dit dan geen risicofactor en moet dit dan ook niet op deze manier opgenomen worden in de begroting? Antwoord Binnen de risico’s die in de gemeentelijke begroting zijn opgenomen (en daarmee onderdeel uitmaken van het totaal aan risico’s dat met het weerstandsvermogen moet worden gedekt) is het risico van een verhoogde instroom in de bijstand (als inkomensverstrekking) niet vastgesteld. Hieraan ligt een tweetal redenen ten grondslag: • Allereerst kent de gemeente Beek een reserve Werk & Inkomen. Deze reserve kan aangewend worden wanneer in een jaar een onverwachte verhoging van het bijstandsvolume plaatsvindt. • De tweede reden heeft betrekking op de financieringssystematiek van het rijk voor de inkomensverstrekkingen, de zogenaamde gebundelde uitkering (BUIG). Hierbij hanteert het rijk voor de gemeente Beek de werkwijze dat de hoogte van de BUIG- uitkering voor een groot deel gebaseerd is op het gerealiseerde aantal bijstandsgerechtigden in het verleden (twee jaren teruggekeken). Zodoende vindt dan (weliswaar met twee jaren verlaat) de correctie plaats op het gerealiseerde bijstandsvolume.

8: t.a.v. Wijziging woonplaatsbeginsel Jeugdwet (blz 43), als er hierin/hierdoor voor een gezin/ jeugdige een verandering plaats vindt, Vraag: a) Hoe gebeurt deze overdracht dan en door wie ? b) Komt het gezin/jeugdige dan weer in een begin molen terecht ? c) Hoe is de Privacy geregeld ? d) Wijzigt ook de contactpersoon ? Antwoord a) Alle gemeenten in Nederland hebben de opdracht gekregen om hun jeugdigen die in zorg zijn na de datum 1 januari 2022 te analyseren conform het nieuwe woonplaatsbeginsel. Uit deze analyse volgt een groep jongeren waarvoor het woonplaatsbeginsel niet wijzigt en een groep waarvoor het wel wijzigt. Voor de groep die overgedragen moet worden aan een andere Nederlandse gemeente is via het Inlichtingenbureau van het Gemeentelijk Gegevensknooppunt (een beveiligd portaal) een zogenaamde overdrachtsvoorziening gecreëerd. Hier kunnen gemeenten enerzijds gegevens aanleveren over jeugdigen waarvoor het woonplaatsbeginsel wijzigt. Anderzijds kunnen gemeenten hier ook een lijst downloaden van jeugdigen die aan hen worden overgedragen vanuit een andere gemeente. De analyse en overdracht gebeurt door het team Jeugd van gemeente Beek. De jeugdigen die het betreft worden middels brieven hierover geïnformeerd. b) Nee, er is afgesproken dat er gewerkt wordt middels een zogenaamde “warme” overdracht.

Concreet betekent dit dat gemeenten onderling contact hebben over de over te dragen jeugdigen en dat ook alle administratieve zaken onderling worden uitgewisseld. Daarnaast is er door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een zogenaamd “Convenant Implementatie Wet Wijziging Woonplaatsbeginsel Jeugd” opgesteld waaraan ook het college van B&W van gemeente Beek zich gecommitteerd heeft. Hierin zijn afspraken opgenomen

-5-

over hoe te handelen bij onduidelijkheid of onenigheid bij de bepaling van het woonplaatsbeginsel. Daarnaast is bepaalt dat jeugdigen van wie de woonplaats wijzigt door de inwerkingtreding van deze wet recht houden op maximaal één jaar hulp met dezelfde voorwaarden en tarieven als waar de vorige gemeente mee had ingestemd. c) Zoals hiervoor aangegeven is er landelijk een overdrachtsvoorziening gecreëerd. Het Inlichtingenbureau heeft als verwerker van de gegevens van gemeenten een DPIA (Data Protection Impact Assessment) uitgevoerd om de grondslag te toetsen, de risico’s in beeld te brengen en daar passende maatregelen voor te treffen. Daarnaast is er ook bij gemeenten uitgebreid aandacht voor privacy rondom het woonplaatsbeginsel. Zo worden er enkel de noodzakelijke gegevens uitgewisseld. d) Ja, contactpersonen voor jeugdigen en hun ouders kunnen wijzigen indien de check van het woonplaatsbeginsel oplevert dat een andere gemeente verantwoordelijk wordt. Hier is echter aandacht voor en zijn ook vanuit het landelijke projectbureau standaard communicatiemiddelen voor beschikbaar om jeugdigen en hun ouders hierover te informeren. In het kader van de warme overdracht worden cliënten zorgvuldig overgedragen en geïnformeerd over wijzigingen.

9: Er staan nog veel projecten op de stapel. Vraag: de bedragen die hierbij staan vermeld, hoe vast zijn deze ? Antwoord De onder 10.1 ‘Meerjarig investeringsprogramma’ opgenomen projecten met bijbehorende ramingen zijn nader toegelicht in betreffende projectformulieren in de separate bijlage ‘Projectenlijst bij de Begroting 2022’ waarin de projecten zijn ingedeeld naar gevoteerde investeringsprojecten, deels gevoteerde investeringsprojecten (voorbereidingskredieten), niet gevoteerde investeringsprojecten en overige projecten. De bedragen van de gevoteerde en deels gevoteerde investeringsprojecten zijn vastgesteld oor uw raad, waardoor bij een eventuele overschrijding hiervan een aanvullende kredietvotering nodig is. De bedragen van de nog niet gevoteerde investeringsprojecten zijn minder vast omdat deze projectramingen nog nader uitgekristalliseerd moeten worden. Vandaar ook dat per project is aangegeven van welk jaar van prijspeil is uitgegaan. In de huidige markt van sterk gestegen bouwkosten uiterst relevant om rekening mee te houden. 10: een algemene vraag; kunnen we een overzicht krijgen hoe de “Essent-gelden” zijn besteed en wat er nog van over is, waar we dit kunnen terug vinden en of er al toekomstplannen zijn over wat over is? Antwoord De voormalige Essentgelden zijn deels ( € 5 mln.) ingezet om aan de fundingvraag van Enexis te kunnen voldoen.

Het overige gedeelte is grotendeels ingezet ter financiering, waarbij de verwachting bij het opstellen van de begroting is dat er nog een overliquiditeit is +/- € 1 mln.

-6-

Technische vragen BBB-NDB 2e berap 2021

1. Bladzijde 10 + 13, Jeugdzorg en WMO-zorg. Uit het overzicht op pagina 10 blijkt een toename in de kosten jeugdzorg en WMO-zorg voor 2021. Vraag: bij de jeugdzorg wordt vervolgens de bijraming doorgetrokken in de jaren 2022-2025, bij de WMO-zorg echter niet. Waarom niet? Antwoord De bijraming is incidenteel omdat er een deel corona gerelateerd is én omdat er een nieuwe aanbesteding aankomt. Na de aanbesteding zal een voorstel komen met het benodigde budget.

2. Bladzijde 10, Circulaires. Vraag: Graag -indien mogelijk- wat extra achtergrond-uitleg over het waarom van de voor Beek toegenomen bedragen in de circulaires, m.n. in de septembercirculaire. Antwoord Op bladzijde 20 t/m 23 staat een uitgebreide beschrijving van de ontvangen bedragen m.b.t. de septembercirculaire, op blz. 17 t/m 20 staat de meicirculaire beschreven. Graag vernemen wij welke specifieke onderdelen u verder wilt hebben toegelicht.

Technische vragen BBB-NDB Begroting 2022 1. Algemeen. Vraag: Kunt u ons inzicht geven in de actuele stand van zaken rondom de herverdeling van het gemeentefonds. Mocht dit actuele scenario waarheid worden wat betekent dat dan voor Beek, in ieder geval voor de periode 2022-2025, maar indien mogelijk ook nog verder vooruit kijkend? Antwoord De stand van zaken m.b.t. de herverdeling is nog niet gewijzigd. Inmiddels heeft de ROB (Raad voor het Openbaar Bestuur) haar advies uitgebracht met als belangrijkste constatering: “Het voorstel voor de nieuwe verdeling voor het gemeentefonds pakt een aantal knelpunten aan. Het nieuwe verdeelmodel houdt een verbetering in, maar in de optiek van de Raad nog niet voldoende. Het voorstel vertoont patronen die niet uitlegbaar zijn, bevat keuzes die meer bestuurlijke verantwoording behoeven en moet beter rekening houden met de draagkracht van gemeenten. Naar de stellige indruk van de Raad is de verdeling van het gemeentefonds vooral benaderd als een technische exercitie vanuit de systeemwereld. Het uiteindelijke doel van het gemeentefonds is echter om gemeenten in staat te stellen voorzieningen en opgaven te realiseren voor hun inwoners in de leefwereld.” Mede gelet op de duur van de formatie en het advies van de ROB verwachten wij niet dat deze herverdeling op korte termijn en in deze vorm wordt vastgesteld.

2. Bladzijde 75: Milieu. Er staat duurzame initiatieven op het gebied van milieu zijn gestimuleerd en behouden. Vraag: Graag deze initiatieven duiden! Antwoord De duurzame initiatieven zijn toegelicht op bladzijde 80 en 81 (paragraaf 6.3 Ruimtelijk ontwikkelen / Wat doen we daarvoor?)

-7-

Bladzijde 91 + 119 : Wegen en verharding: blz: 91: streven 3,0 % achterstallig onderhoud. Blz. 119: 5,6 % achterstallig onderhoud. 2a. Vraag: wordt de te nemen 2,6% nog behaald in 2021? Antwoord Het percentage achterstallig onderhoud is een momentopname, op de datum van de gehouden inspectie. Dit gebeurt in Beek normaliter in maart van elk jaar. Diverse wegvakken worden in het kader van groot onderhoud elk jaar opgepakt en er zijn ook wegvakken die worden doorgeschoven. Dit gebeurt op basis van diverse factoren, zoals afstemming met andere werkzaamheden in de openbare ruimte, b.v. nutsbedrijven. Een volgende inspectieronde geeft aan of het achterstallig onderhoud al dan niet afneemt dan wel toeneemt. De voorbije winter heeft veel schade aan de wegen veroorzaakt. Het cijfer van achterstalligheid kan dan zomaar enkele procenten toenemen.

2b. Vraag: op basis van eigen cijfers wordt de kwaliteit als achterstallig beoordeeld. CROW zijn de onderliggende richtlijnen. Is 3% de acceptabele norm binnen de CROW richtlijnen? Antwoord Het cijfer 3% is geen harde richtlijn binnen het CROW. Wij hanteren die richtlijn enkel uit ervaringscijfers. Het houden van een richtlijn zoals 3% betekent dat je binnen de grenzen blijft van wat acceptabel is en ook overzichtelijk is met betrekking tot mogelijke kosten van het wegwerken van achterstallig onderhoud.

2c. Vraag: wordt de eigen keuring periodiek herkeurt door externen (ter voorkoming van een slager keurt zijn eigen vlees situatie)? Antwoord Wij inspecteren jaarlijks altijd samen met externe CROW gecertificeerde inspecteurs. Van eigen vleeskeuren is dan ook zeker geen sprake.

2d. Vraag: welke verbinding kan gemaakt worden met de tevredenheid van burgers en/of binnen gekomen klachten over achterstallig onderhoud? Is dit in lijn met onze eigen cijfers? Antwoord Het achterstallig onderhoud valt bij asfalt bijna geheel in rafeling en randschade. Dit lijdt normaliter niet tot klachten van de weggebruiker. Voor elementenverhardingen is het overgrote deel te wijten aan boomwortelopdruk. Een voorbeeld hiervan is o.a. Eikenlaan en omgeving. Hiervan is afgelopen jaar de Iepenlaan aangepakt en zullen op korte termijn 1 á 2 jaar de overige nabij gelegen wegvakken worden aangepakt. Dit alles in nauw overleg met de bomen beheer. De meldingen over onderhoud wegen/voetpaden hebben nagenoeg allemaal betrekking op incidentele gevallen van verzakte tegels ten gevolge van schade aangebracht door verkeer dan wel riooldefect.

2e. Op de Brugstraat zijn stukken asfalt verwijderd. Daarna heeft de aannemer hier klinkers terug geplaatst. Dit is slechts één van vele voorbeelden. Vraag: valt zo’n situatie onder “achterstallig onderhoud”? Wie controleert de (onder)aannemers, o.a. om te voorkomen dat e.e.a. tot extra onveilige situaties leidt? Antwoord Het dicht klinkeren van vakken in het asfalt gebeurt bij werkzaamheden nutsbedrijven en rioleringswerkzaamheden (reparaties). Dit heeft meerdere redenen: a. hierdoor krijgt de aangevulde grond/fundering tijd om na te zakken b. het terug brengen van asfalt kan worden meegenomen in het totale onderhoudsbestek, hetgeen kostenbesparend is tegenover elk klinkervak separaat te laten asfalteren. Dit valt niet onder achterstallig onderhoud.

-8-

De gemeente houdt hier toezicht op en spreekt de betreffende aannemer zoals o.a. WML, Enexis of Telcom hierop aan, als de bestrating is verzakt om vervolgens opdracht te geven tot herstel. Wij ontvangen van de nuts- en telecombedrijven vergoeding voor het terugbrengen van asfalt in deze klinkervakken.

3. Verkeer: Uit recent onderzoek: https://www.rtlnieuws.nl/onderzoek/artikel/5248941/hoe-gevaarlijk-schoolroute-nederlandvoor-scholieren-op-fiets-naar-school 3a. Vraag: wordt de gehele route Schimmerterweg - Stationstraat als onveilige route voor schoolgaande kinderen en overig fietsverkeer gezien? Antwoord Ja, wij herkennen dit beeld.

3b Vraag: De Schimmerterweg en de Stationstraat gaan "op de schop" vanwege achterstallig onderhoud. Hoe gaan de Adsteeg, de Brugstraat, en Wolfeynde veilig hierop aansluiten? Of wordt hier geen verband gelegd? Antwoord In de scope van het plan van de reconstructie van de Schimmerterweg is hier geen rekening mee gehouden. De plangrens van het project ‘Reconstructie Schimmerterweg is vanaf het einde van het vrijliggend fietspad Adsteeg tot aan de komgrens van Oensel.

4. Vraag: bladzijde 106 + 132; BMV Beek. Het lopende onderzoek BMV Beek, graag een update hierover. Antwoord Naar aanleiding van de door de raad op 22 juli aangenomen motie “IKC/BMV Beek” en de beraadslagingen hierover in dezelfde vergadering, is het Burger!Kracht-traject “verkenning BMV- Beek” geparkeerd. In uw vergadering van 2 december a.s. zullen wij u informeren over de stand van zaken en een voorstel doen voor verdere aanpak.

5. Bladzijde 198; reserves. Vraag: als we het goed lezen neemt onze reservepositie in 4 jaar tijd af met zo’n 3,5 miljoen euro (en de totale positie gelet op onze reserves & voorzieningen met bijna 7 miljoen euro). Wat betekent dit op termijn voor de financiële positie van Beek? - Let wel, in de eerste 2 regels op pag. 198 lijken foutjes te zijn geslopen want de daar genoemde bedragen kunnen o.i. niet kloppen… Antwoord Allereerst; inderdaad is er in het verloopoverzicht van de algemene reserve een fout geslopen. Dit moet zijn: Saldo per

Toevoeging t.l.v.

Onttrekking

Overige

31.12.2021

t.l.v. exploitatie

t.g.v. exploitatie

aanwendingen

huidig boekjaar

huidig boekjaar

Saldo einde begrotingsjaar 2022

Vrijval

Toevoeging t.l.v. resp. onttrekking t.g.v. exploitatie huidig boekjaar

Saldo einde begrotingsjaar 2023

Toevoeging t.l.v. resp. onttrekking t.g.v. exploitatie huidig boekjaar

Saldo einde begrotingsjaar 2024

Toevoeging t.l.v. resp. onttrekking t.g.v. exploitatie huidig boekjaar

Saldo einde begrotingsjaar 2025

4.318.085,54

400.000,00

-289.806,00

0,00

0,00

4.428.279,54

-212.006,00

4.216.273,54

-196.906,00

4.019.367,54

-63.706,00

3.955.661,54

4.318.085,54

400.000,00

-289.806,00

0,00

0,00

4.428.279,54

-212.006,00

4.216.273,54

-196.906,00

4.019.367,54

-63.706,00

3.955.661,54

-9-

De grootste reserve die afneemt is de reserve dekking kapitaallasten. Deze reserve is er om de kosten van investeringen op lange termijn te dekken, zodat deze niet op de exploitatie drukken. De financiële kengetallen die de financiële positie duiden zijn o.a. het weerstandsvermogen, de netto schuldquote, solvabiliteit en structurele exploitatieruimte. Deze worden jaarlijks bij de begroting en jaarrekening toegelicht in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Er zijn op dit moment geen vooruitzichten dat de financiële positie van Beek hierdoor (behoorlijk) minder positief zullen worden.

-10-

Technische vragen PB begroting 2022 Vraag 1. Pagina 19 Wat is als CAO stijging van de salariskosten meegenomen in deze begroting voor 2022 en de volgende jaren? Antwoord Conform bestendige gedragslijn wordt een CAO-stijging pas meegenomen als er daadwerkelijk een CAO is afgesloten. De historie heeft ons geleerd dat onderhandelingen vaak lang duren waarbij op voorhand lastig is in te schatten wat de einduitkomst wordt. Concreet is er geen bedrag voor salarisstijging opgenomen in de begroting 2022 in zoverre dat de CAO als risico is opgenomen in de risicoparagraaf.

Vraag 2. Pagina 21 6B Aanbesteding energiekosten Inmiddels zijn er al een aantal klikmomenten geweest. Wat zijn de financiële consequenties ervan? Antwoord In de tabel wordt een voorlopige indicatie van de leveringskosten 2022 weergegeven op basis van het volume dat nu voor 70% is ingekocht. Er volgen nog 2 clickmomenten in de periode oktober-december. De rode clickprijzen zijn dus een indicatie en nog niet vastgelegd, maar ingevuld om een gevoel te krijgen bij de impact op de kosten als de prijzen op dit niveau zouden blijven. 2021

2022

Totale leveringskosten Elektriciteit

69.122

175.829

Totale leveringskosten Gas

38.629 101.832 107.751 277.661

Vraag 3. De overige 60% is meegenomen in de risico inschatting. De extreme prijsstijging van de afgelopen maand is hierin niet meegenomen? Antwoord Op het moment van het opstellen van de begroting werd voor 2022 een energiestijging ingeschat van € 150.000. Omdat er op dat moment 40% was ingekocht is € 60.000 meegenomen in de begroting. In de risicoparagraaf is het risico van een extra stijging met € 100.000 als zeer groot opgenomen.

Vraag 4. Pagina 22 5A Kruispuntoplossing Middelweg-Stationsstraat Naast het kruispunt is de stationsstraat an sich als weg waar dagelijks veel schoolgaande kinderen gebruik van maken. Het gebruik van deze weg door de schoolgaande jeugd is niet veilig. Wordt dit aspect meegenomen in het nu voorliggende onderzoek? Antwoord Nee, het onderzoek richt zich enkel op het kruispunt. Er worden verschillende varianten geschetst en met elkaar vergeleken op onder meer de punten verkeersveiligheid en doorstroming. Wel is er de wens om binnen enkele jaren ook de Stationstraat tussen de Middelweg tot aan Wolfeijnde opnieuw in te richten. In meerjarenperspectief (projectenlijst ‘Reconstructie Stationstraat’) zijn hier al middelen voor gereserveerd. Bij de planvoorbereidingsfase van dit nog op te starten project zal uiteraard worden gekeken naar een toekomstbestendige en verkeersveilige inrichting.

-11-

Vraag 5. pagina 23 Inhoud: Optimalisatie gemeentelijke accommodaties Ontwikkelingen als de BMV Spaubeek, het lopende onderzoek naar een BMV Beek, het toewerken naar een actiever grondbeleid en tot slot de duurzaamheidsopgaven voor de gemeentelijke accommodaties bieden kansen om een optimalisatieslag door te voeren. Als stip op de horizon wordt voor 2025 ingezet op een efficiencybedrag van € 100.000. Opmerking: Hoe denkt men dit bedrag vorm te geven en waarom pas in 2025? Antwoord Dit is een taakstelling op basis van de in uw vraag genoemde argumenten. De concrete invulling is een politieke vraag.

Vraag 6. 6C personeelsplanning en inverdien effect van deze planning + bladzijde 132 Hoe komt u aan het bedrag van 750K. Hoe is dit bedrag opgebouwd? Antwoord Dit bedrag is tot stand gekomen op basis van ervaringscijfers en een inschatting van de kosten die nodig worden geacht om de gewenste organisatorische kwaliteitsslag te kunnen maken.

Vraag 7. 6D Formatie uitbreiding Welke formatie uitbreiding is er in het afgelopen jaar gerealiseerd en hoe zal de uitbreiding van de formatie met 7,8 ft worden vorm gegeven. Antwoord Als uitvloeisel van het formatie-onderzoek en de besluitvorming daarover in de raad, is de formatie in 2021 uitgebreid met 6,7 fte. De voorgestelde formatie-uitbreiding met 7,8 fte met ingang van 2022 borduurt voor op de resultaten van het formatieonderzoek en de actualiteit.

Vraag 8. pagina 24 Inhoud: Areaaluitbreiding Op basis van de in 2021 verstrekte bouwvergunningen is een nieuwe inschatting gemaakt van de areaaluitbreiding en de hieruit te verwachten extra OZB inkomsten. Dit leidt tot een structurele bijraming van € 49.900 per 2022. Tegenboeking areaaluitbreiding Pfh: R. Diederen Bij het opstellen van de begroting 2021 is uitgegaan van een stelpost areaaluitbreiding waarvan de OZB-opbrengst € 200.000 structureel vanaf 2024 zou bedragen. Er wordt nog steeds uitgegaan van een areaaluitbreiding, gezien de bouwplannen binnen onze gemeente. Echter de verwachte ingang van de OZB-inkomsten is nog niet exact bekend. Derhalve is ervoor gekozen de areaaluitbreiding op realisatiebasis per jaar te bekijken en de stelpost terug te draaien. Vraag: Dit betreft de loods op MAA waarvan al jarenlang onzeker is of die gerealiseerd gaat worden? Antwoord Het betreft verschillende projecten die deels als gereed waren berekend, ervan uitgaande dat deze in 2023 gerealiseerd zouden zijn. De loods op MAA, zou conform berekening van enige jaren geleden, aanzienlijk meer OZB-inkomsten opleveren dan deze € 200.000.

Vraag 9. pagina 42 Inhoud: Als de pilot zinvol blijkt en een toegevoegde waarde heeft, zou het VIA geïnstitutionaliseerd kunnen worden. Mogelijk dat hier ook aan de afzonderlijke gemeenten een financiële bijdrage gevraagd gaat worden. Vraag: Wanneer is dat het geval? Zijn er vooraf criteria geformuleerd?

-12-

Antwoord Onlangs is de gemeenten verzocht om vanaf 2022 een financiële bijdrage te leveren. Het VIA zal als een nieuw product worden ondergebracht bij het Zorg- en Veiligheidshuis. Financiering zal plaatsvinden middels het ophogen van de inwonerbijdrage. Er zijn nog geen specifieke criteria geformuleerd.

Vraag 10. pagina 49 Inhoud: De koppeling tussen-, en vervolgens het integreren van wijkgericht werken en burgerkracht heeft door de pandemie vertraging opgelopen. In de 2e helft van 2021 is een en ander weer opgepakt en het is de bedoeling dat een en ander gedurende het jaar 2022 verder vorm krijgt. Bij deze vormgeving zal ook rekening worden gehouden met de ervaringen die tot nu toe met beide werkwijzen is opgedaan. Daarnaast zal ook gekeken worden naar de werkwijze die in de gemeente Peel en Maas gehanteerd wordt. In eerste instantie zal een en ander geimplementeerd worden via de afdeling Samenleving. Het is de bedoeling dat dit uiteindelijk voor de gehele gemeentelijke organisatie gaat gelden. Eén van de leidende principes binnen de nieuwe systematiek is de bepaling – via de sorteermachine – wie verantwoordelijk is voor een bepaald product en wie welke rol moet innemen. Vraag: Wat staat hier? (heb behoefte aan tekstverklaring) Antwoord Het is de bedoeling dat wijkgericht werken en Burger!Kracht als één werkwijze geïntegreerd worden. Hierbij wordt gekeken hoe een en ander in Peel en Maas – waar dit al jaren onder de naam zelfsturing gebeurt – wordt toegepast. Uiteindelijk zal dit voor de hele Beekse organisatie gelden. Eén van de belangrijkste zaken hierbij is, dat vooraf duidelijk is wie voor een bepaalde casus (hoofd)verantwoordelijk is.

Is het iets wat alleen door de gemeente kan worden opgepakt of is het iets wat de burger zelf kan waar hij de gemeente niet bij nodig heeft. Er zijn ook nog een aantal tussenvormen mogelijk. De sorteermachine is een techniek om te bepalen wie verantwoordelijk is.

Vraag 11. pagina 60 Vraag: Als je deze cijfers (lidmaatschap jeugd bij verenigingen)ziet is het klaar? Of moeten we op de rem gaan staan? Antwoord Het aangegeven streefcijfer van 45% is het niveau dat we minimaal willen bereiken. Ook wanneer deze 45% gerealiseerd wordt blijven inspanningen aan de orde om het aantal leden verder te verhogen. Meer jeugdleden en daardoor meer jongeren bij de verenigingen is altijd wenselijk en dat mag hoger zijn dan 45%. Zeker na de corona tijd zien we effecten optreden dat een deel van de jongeren andere bezigheden hebben gekozen dan zich aan te sluiten of lid te blijven bij een vereniging.

Vraag 12. pagina 74 Inhoud: De netto uitbreiding van het aantal wooneenheden bedraagt in 2025 nul. (Provincie Limburg jaarlijkse woonmonitor) Vraag: Netto uitbreiding bedraagt nul. Er worden toch ook woonvergunningen uitgegeven/voorbereid. Welke maatregelen worden ter compensatie uitgevoerd? Antwoord De weergegeven cijfers komen uit een eerdere woonmonitor van de Provincie. Inmiddels is de nieuwe woonmonitor beschikbaar. Net als in eerdere uitgaven is de verwachting nog steeds dat het aantal inwoners afneemt. Dat is een prognose. Het doel is een aantrekkelijke leefomgeving met een kwalitatief en kwantitatief passend aanbod van woningen. Er wordt ingezet op het behouden en waar mogelijk versterken van het

-13-

karakter, de leefbaarheid en de vitaliteit van het (landelijk) gebied. Dit heeft een nauwe relatie met de leegstand die eronder vermeld staat. Op basis van de prognose hoeft in Beek het aantal woningen in theorie niet uitgebreid te worden (kwantitatieve woningvoorraad). Kwalitatief sluit op dit moment het aanbod echter niet aan op de behoefte. Vandaar dat er wel woningen worden gerealiseerd. Dit zijn wel specifiek woningen die levensloopbestendig zijn en dus tegemoetkomen aan de kwalitatieve woningvraag van nu, maar daarnaast in de toekomst ook geschikt zijn voor starters.

Vraag 13. pagina 79 Subsidievaststelling lukt niet voor 1-8-2021. Gemeente vraagt uitstelverzoek aan. Vraag: Welk risico loopt de gemeente hierbij? Antwoord De subsidie is gedeeltelijk al vastgesteld op € 1.560.679,20 van de maximaal € 1.648.000. Over het resterende gedeelte van € 87.320,80 moet nog subsidievaststelling plaatsvinden i.o.m. de provincie. Dit hangt samen met de realisatie van de Keutelbeek. Dit is dus circa 5% van de totaal ontvangen subsidie. De verwachting is dat wij de subsidie nog zullen ontvangen van de provincie. Het risico op een onverhoopt lagere subsidievaststelling is opgenomen in het risicomanagementsysteem (Naris).

Vraag 14. Pagina 85 ev Er is structureel geld weggezet voor onderhoud waterbuffer en reinigen riolen. Waarom is er met oog op de toekomst geen geld weggezet voor extra waterbeheer waarbij ook water wordt opgevangen voor droge periodes? Ik denk dat we meer naar watermanagement toe moeten dan alleen onderhoud. Hoe denkt u over de toekomst met wateroverlast of tekort? Antwoord In het nieuwe beleidsplan stedelijk waterbeheer en klimaatadaptatie 2022-2027 Westelijke Mijnstreek 2022-2027, dat naar verwachting in het 1e kwartaal 2022 ter besluitvorming aan de raad zal worden voorgelegd, komen ook de thema’s hitte en droogte aan bod en mogelijke maatregelen die hier tegen genomen kunnen worden. Overigens wordt bij de uitvoering van vervangings-, verbeterings- en afkoppelmaatregelen nu reeds gekeken naar het optimaal (waar mogelijk) vasthouden en infiltreren van hemelwater volgens de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-infiltreren-afvoeren.

Vraag 15. Bij het bomen onderhoud wordt er een verhoging van 60K uitgegeven terwijl er een structureel tekort is om überhaupt te het groen goed aan te pakken. Veel wensen en geen geld dan zijn die eenmalige kosten weggegooid geld. Hoe denkt u de tekorten op te lossen? Antwoord De eenmalige kosten zijn geen weggegooid geld. Het zijn kosten voor uitgevoerde snoeiwerkzaamheden welke noodzakelijk waren vanuit de wettelijke zorgplicht voor bomen. Gericht op het voorkomen van achterstallig onderhoud. In 2022 zal na inventarisatie van alle groene wensen (bij de verkiezingen) worden bezien of er sprake moet zijn van incidentele, dan wel structurele budgetverhoging. Dit zal samengaan met de herziening van het groenbeleidsplan waarvan het Bomenbeleidsplan onderdeel uitmaakt.

-14-

Vraag 16. pagina 87

Vraag: Waarom wordt hier een tijdas tot 2022 gebruikt en niet tot 2025 zoals elders het geval is Antwoord De tijdas loopt tot 2022 maar had ook tot 2025 kunnen lopen. De ambitie is om de hoeveelheid restafval per persoon per jaar af te bouwen overeenkomstig het begin dit jaar vastgestelde Beleidskader van afval naar grondstoffen 2021-2025. De ambitie is om onder 100 kg restafval per persoon per jaar te komen in 2025 en onder de 30 kg in 2030.

Vraag 17. P. 92 - 3 Verkeer en mobiliteit Hoe zou het concept 'snelfietsroute' op de Veldekelaan te combineren zijn met gelijkwaardige kruisingen op de Labouré-, Potgieter- en Frans Erensstraat? Antwoord Met betrekking tot het doortrekken van de snelle fietsroute richting Geleen en Sittard is momenteel nog geen tracékeuze gemaakt. Als uit een tracéstudie blijkt dat het tracé via de Veldekelaan komt te lopen zal bij de nadere uitwerking worden gekeken hoe kruispunten veilig kunnen worden ingericht. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van landelijke richtlijnen en ervaringen elders in den lande. Het ligt daarbij voor de hand dat de fietsers op het snelle fietspad dan voorrang hebben.

Vraag 18. pagina 94 Inhoud: Dit nieuwe plan wordt in 2021 vastgesteld. Hierin staan de ambities van de gemeente voor de komende jaren ten aanzien van het tegengaan van zwerfvuil, hondenpoep, dumpingen en het plaatsen van afvalbakken. Naast deze fysieke maatregelen wordt ook ingezet op educatie en participatie. Vraag: En wat doet/wil/kan deze gemeente? Antwoord De gemeente Beek vindt het belangrijk dat bewoners en bezoekers kunnen verblijven in een schone omgeving. Een schone omgeving draagt bij aan een fijne woonbeleving, geeft bewoners en bezoekers van de gemeente een veilig gevoel en trekt bovendien minder vervuiling aan. De gemeente zet in op participatie, waarbij burgers, verenigingen en scholen voorlichting en educatie krijgen en actief worden betrokken om samen Beek schoner te maken. Onder andere tijdens de Beek Schoon week. Handhaving wordt ingezet op het versterken van zowel de preventieve als reactieve aanpak bij bijvoorbeeld dumpingen, hondenpoep en bijgeplaatst afval bij ondergrondse containers. Monitoring is belangrijk om het effect van deze aanpak in beeld te brengen. Naast het meten van effecten helpt het monitoren bij het signaleren van trends en incidenten.

Vraag 19. pagina 94 Inhoud: wegcategorie erftoegangsweg. Vraag: wat betekent deze categoriewijziging voor de veiligheid van de gebruikers van de Schimmerterweg (fietsers, voetgangers?) Antwoord Ook bij het afwaarderen van de Schimmerterweg van een gebiedsontsluitingsweg (maximum toegestane snelheid van 80 km/uur) naar een erftoegangsweg (maximum toegestane snelheid van 60 km/uur) gaan wij er thans van uit dat er een vrijliggend fietspad wordt gerealiseerd. Dit

-15-

kan conform het handboek wegontwerp van het CROW dat wij als richtlijn toepassen. Ook willen wij graag de geprojecteerde rotonde bij Klein-Genhout/de Eerdshaag handhaven zodat fietsers en voetgangers hier veilig kunnen oversteken. Het ontwerpproces met de provincie (aantasting van het landschap) moet uitwijzen of dit haalbaar is. Tenslotte maakt de lagere maximum snelheid die bij een erftoegangsweg hoort, de oversteekbaarheid veiliger mits het gemotoriseerd verkeer zich aan deze snelheid houdt.

Vraag 20. pagina 95 Vraag: Hoe staat het met het idee om in de Siekendaalstraat de fietsers voorrang te geven en dit tot uiting te laten komen in het straatbeeld Antwoord Een scenario waarbij in het ruimtelijk/ verkeerskundig ontwerp de automobilist ondergeschikt wordt gesteld aan de fietsers zal worden onderzocht.

Vraag 21. Pagina 158 Rioolheffing De grondslag voor heffing is een vast bedrag per eigenaar en een variabel bedrag op basis van de WOZ waarde. In een tijd waarin er steeds meer sprake is van 1-gezinshuihoudens worden deze mensen onevenredig hoog belast in relatie tot het daad werkelijke gebruik van het riool. Waarom kiest de gemeente niet voor een systeem van heffing per m3 verbruikt water? Een principe waarin de vervuiler betaald. Antwoord Per 2013 is Beek overgegaan van een gebruikersheffing (m3 verbruikt water) naar een eigenarenheffing (eigenaar van een woning of bedrijfspand), gebaseerd op een vast bedrag en een variabel deel op basis van de WOZ-waarde. Daarvoor werd dus geheven op basis van een dusdanig grofmazige tariefstaffel gebaseerd op het aantal kubieke meters afvalwater, dat die in de praktijk niet echt uitnodigde tot een zuiniger waterverbruik. Er ging daar niet echt een prikkel van uit en specialisten gaven daarnaast aan dat het oorzakelijk veronderstelde verband tussen de kosten van riool- en waterbeheer en de hoeveelheid waterverbruik slechts marginaal opgeld doet De prikkel om te komen tot reductie van waterverbruik zit in beide systemen niet echt opgesloten. Echter, het beginsel van de vervuiler betaalt doet wel opgeld. Het tarief gebaseerd op de WOZ-waarde zorgt ervoor dat de ‘grootste vervuiler ook de zwaarste lasten’ draagt.

Vraag 22. Bladzijde 110: Waarom staat het risico van de hoge energiekosten niet bij de top10? Antwoord De top 10 wordt conform de Monte Carlo-simulatie berekend. Er wordt gekeken naar kans en bedrag. De kans in deze is vrij zeker, doch het bedrag is relatief laag (ervan uitgaande dat 40% voor € 60.000 meer is aanbesteed en het restant van 60% nog dient te worden aanbesteed)

Vraag 23. Bladzijde 119 Achterstallig onderhoud wegen en verhardingen Wat is de cijfermatige consequenties op het achterstallig onderhoud als gevolg van projecten die jaar in jaar uit vertraagd zijn? Antwoord Wegvakken die binnen projecten vallen die vertraagd zijn worden door minimale onderhoudswerkzaamheden (reparatie vak /scheuren vullen) toch veilig gehouden. De exacte cijfermatige consequenties op achterstallig onderhoud zijn niet een op een te geven.

-16-

Vraag 24. Bladzijde 122 Het ICT activiteitenplan 2021-2022 wordt geactualiseerd. Wanneer is dit gereed? Antwoord Het plan wordt ambtelijk in het 4e kwartaal 2021 afgerond.

-17-

Technische vragen PB 2e Berap Vraag 1. p.11-12 Jeugdzorg Het transformatieplan 2023 gaat uit van nieuwe contracten en een besparing op de kosten. Op basis waarvan denkt u dat een nieuw contract leidt tot lagere kosten? Antwoord In aanloop naar de nieuwe inkoop per 2023 is er een indeling in segmenten aangebracht rondom de jeugdhulp. Rondom deze segmenten zijn werkgroepen aan de slag gegaan met de gewenste richting voor de regio Zuid-Limburg voor de komende jaren. Een belangrijk speerpunt hierbij vormt het partnerschap tussen gemeenten en zorgaanbieders. Door het huidige grote aantal zorgaanbieders blijkt het lastig om dit partnerschap vorm te geven. De verwachting is dan ook dat het aantal gecontracteerde aanbieders gereduceerd zal worden. Daarnaast bieden nieuwe contracten ook de mogelijkheid om nieuwe afspraken en kritische prestatie indicatoren (KPI’s) met elkaar af te spreken. Hier kan vervolgens door gemeentelijke toegangen en contractmanagement kritisch op gestuurd gaan worden. Ervaringen uit andere regio’s in Nederland leveren op dat dit mogelijk kan leiden tot besparingen.

Vraag 2. P. 15 - 5B Onderhoud Waterbuffers en greppels Waarom was er voorheen met een budget van (25000-21400) € 3600 euro bijna geen sprake van een onderhoudsbudget voor waterbuffers en greppels? Antwoord Waar in het verleden voornamelijk sprake was van rioolvervangingen zijn in de afgelopen periode steeds meer voorzieningen gerealiseerd voor de opvang en verwerking van hemelwater. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de regenwaterbuffer aan de Dr. Beckersstraat die is aangelegd bij de reconstructie van het OL Vrouweplein, de buffer bij bouwplan Beekse Bron, de nog aan te passen regenwaterbuffers TPE en greppels voor de opvang en afvoer van regenwater. Deze voorzieningen dienen adequaat onderhouden te worden om een juiste werking te garanderen.

Vraag 3. P. 16 - 5D Extra capaciteit inzet afval Welke werkzaamheden worden hier bedoeld? Is dit extra personele inzet bij RWM of voor de Beekse buitendienst? Waarom is dit noodzakelijk? Antwoord Dit bedrag is benodigd voor de ondersteuning op het gebied van afvalbeleid gezien de beperkte beschikbare ambtelijke capaciteit.

Vraag 4. P. 16 Meerwerk bomenonderhoud Indien er uitsluitend noodzakelijk onderhoud plaatsvindt dan wordt het achterstand niet aangepakt. Is er een onderhoudsplan beschikbaar o.b.v. het huidige areaal? Wat zijn de financiële gevolgen hiervan voor de komende planperiode? Antwoord Op dit moment is er nog geen/ nauwelijks sprake van achterstallig onderhoud. Tot voor kort was door uitsluitend het hoogstnoodzakelijk onderhoud uit te voeren (voorgeschreven wettelijke maatregelen uit de VTA-veiligheidsinspecties, klachten en meldingen) het beschikbare budget toereikend. Waar in het verleden grofweg iedere boom eens in de vijf jaar planmatig werd gesnoeid, is dat nu niet meer mogelijk. Dat komt deels door areaaluitbreiding, klimaatverandering en in de tijd doorgevoerde bezuinigingen. Het beschikbare budget bleek in 2021 ontoereikend om het minimale onderhoud uit te kunnen voeren. In plaats van een onderhoudsplan beperken we ons in hoofdzaak tot wettelijk voorgeschreven onderhoudsmaatregelen uit

-18-

de zorgplichtinspecties. Er wordt zelfs selectief gekeken welke afgestorven bomen vervangen worden en welke niet. In 2022 zal worden bezien of er sprake moet zijn van incidentele, dan wel structurele budgetverhoging.

Vraag 5. P. 16 - 5E Stationsomgeving Beek-Elsloo Wat betekent deze vertraging voor de aanpak Stationstraat? Vindt er nog onderhoud plaats aan wegdek en fietspaden in de tussentijd? Antwoord Een vertraging van de herinrichting van de stationsomgeving zal consequenties hebben voor de aanpak van de Stationstraat, met name ook omdat de ambtelijke capaciteit niet onbeperkt is en de stationsomgeving door de vertraging meer en langer ambtelijke inzet vraagt. Ieder jaar opnieuw wordt gekeken naar de prioritering gelet op de beschikbare middelen (financieel en ambtelijke capaciteit); welke projecten kunnen worden doorgeschoven en welke projecten vereisen een snellere aanpak. Uiteraard doen wij geen concessies aan de (verkeers)veiligheid voor wat betreft onderhoud. Daarvoor worden de verhardingen ieder jaar geïnspecteerd en wordt onderhoud indien nodig direct of met het jaarlijks onderhoudsprogramma uitgevoerd.

Vraag 6. p.28 Fietsroutestructuur WM-Beek Is de hierover door de raad aangenomen motie hierin meegenomen? Antwoord De vraag of de BMV Spaubeek wordt opgenomen binnen de toeristisch-recreatieve fiets- en wandelroutes in Beek kan positief worden beantwoord. In samenspraak met het Routebureau Zuid-Limburg (Visit Zuid-Limburg) wordt één wandelroute (route Spaubeek) omgelegd via de nieuwe BMV Spaubeek. Tevens is de BMV gelegen aan de doorgaande route van het fietsknooppuntensysteem en zal terplekke een startplek voor wandelaars en fietsers worden ingericht.

Vraag 7. p.29 Calamiteit afgeschoven talud Hobbelrade De bomen zijn grotendeels gekapt. Hoe gaat dat herstel er dan uit zien? Antwoord Recent is het concept ontwerp ontvangen. Dit zal nog afgestemd worden met de direct omwonenden. In overleg met o.a. een ecoloog en landschapsontwerper van de Provincie Limburg wordt het talud landschappelijk ingepast. De huidige muur gaat weg en op termijn komt er een talud met inheemse kruiden en heesters zoals in holle wegen gebruikelijk is. Momenteel wordt door Geonius gewerkt aan de bestekuitwerking en kostenraming. Nadat de raad uitvoeringsbudget beschikbaar stelt, kan de aanbesteding opgestart worden. Uitvoering geschiedt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2022.

Vraag 8. p.35 Inkomen Zijn er al schulden kwijt gescholden van burgers in Beek. Wat is de huidige omvang van het aantal getroffen inwoners? Antwoord De omvang van het aantal getroffen inwoners van de toeslagenaffaire bedraagt 18. Van deze 18 personen is met 1 inwoner een traject gestart waarbij sprake is van kwijtschelding.

-19-

Technische vragen CDA 2e Berap 2021 1.

P. 10 waarom wordt het overschot BUIG niet via Fonds W&I afgewikkeld? Het plafond is niet bereikt.

Antwoord Het overschot van de BUIG wordt bij de behandeling van de jaarrekening inderdaad verrekend met de reserve FWI. Omdat de nader voorlopige beschikking 2021 naar onze mening onrealistisch was (iets wat tevens is bevestigd in de definitieve beschikking 2021) is er voor gekozen om de BUIG inkomsten o.b.v. het voorzichtigheidsprincipe terughoudend te ramen.

2. P.11 Waarom is het extra geld voor de jeugdzorg niet structureel in de berap/begroting verwerkt conform de richtlijn van de toezichthouder? Antwoord Pagina 11 van de Berap laat de bijraming aan de kostenkant zien. Het extra geld vanuit het Rijk voor jeugdzorg is verwerkt in de septembercirculaire. Een specificatie welk bedrag ieder jaar als taakstelling in de begroting is opgenomen vind u in de paragraaf 9: Taakstellingen en stelposten (6F-Stelpost Algemene Uitkering).

3. P. 37 Waarom is het tekort van de BsGW niet meegenomen. De vraag is niet of maar hoe hoog het tekort is. Antwoord Gezien het onzekere karakter van de hoogte van dit tekort en omdat ook de BsGW dit nog niet wilde vertalen in een begrotingswijziging, is ervoor gekozen dit tekort niet mee te nemen in de 2e bestuursrapportage 2021, maar op te nemen in de paragraaf “Overige wijzigingen (vooralsnog) zonder financiële impact”.

Technische vragen CDA begroting 2022 1.

P. 8: De herverdeling van de AU zal voor Beek fors lager worden. Volgens uw berekening ruim 6 ton. Waarom anticipeert u nu niet in deze begroting hierop. Ook hier zal gelden dat niet of maar hoe groot de achteruitgang wordt.

Antwoord Er is besloten dit mee te nemen in de risicoparagraaf, zolang het bedrag nog onzeker is. Aangezien de 2e berekening al meer € 300.000 lager is dan de eerste berekening van de herverdeling, zou bij het meenemen van dit bedrag de exploitatie te zeer doen schommelen én te onzeker zijn. Ook inkomsten worden pas ingeboekt bij zekerheid. Zie ook de beantwoording op vraag 1 van de fractie BBB-NDB.

2. P.8: u schrijft dat het u gelukt is een sluitende begroting te presenteren ZONDER ozb stijging. OZB is pas de laatste draaiknop om een tekorten te verkleinen. Waarom dan toch zo opgeschreven? Antwoord Dit is geen technische vraag.

-20-

3. P. 14: mooie overzichten zonder indicatoren? Antwoord Het overzicht verplichte beleidsindicatoren is een verplicht op te nemen overzicht conform BBV voorschriften. Alle gegevens, op de eerste 5 na, moeten van de site www.waarstaatjegemeente.nl gehaald worden. Wanneer hier geen gegevens beschikbaar zijn dient er g.g.b. opgenomen te worden.

4. P. 17: heeft u een bedrag uit de AU nog gereserveerd voor de CAO ontwikkelingen? Antwoord Nee, er is geen bedrag gereserveerd, wel is dit meegenomen in de risicoparagraaf. Zie ook de beantwoording op vraag 1 van de fractie Progressief Beek.

5. P. 17: de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing en mogelijke nieuwe tariefstijging als gevolg van nieuwe aanbestedingen zijn verontrustend. Hoe kijkt het college hier tegenaan? Antwoord Dit is geen technische vraag.

6. P. 23: hoe denkt het college de efficiency op de accommodaties te realiseren van een ton? Ook bezien in relatie tot duurdere energieprijzen. Antwoord Door clustering van functies en het multifunctioneel gebruik van accommodaties acht het college het mogelijk dat dit op termijn moet leiden tot het afstoten van accommodaties. 7. P. 23: de grootste ‘claim’ in de begroting is voor het eigen gemeentelijk apparaat. Waarom wordt de reserve strat. Personeelsbeleid hier niet voor ingezet. Ook 750.000 Antwoord Hier lijkt sprake van een misverstand. Via de begroting 2022 wordt € 750.000 vrijgemaakt voor personeelsplanning om die vervolgens in de reserve personeelsplanning te storten. Het gaat hier dus om een financieel technische verwerkingswijze.

8. P.23/132: hoe denkt het college de inverdieneffecten te realiseren van 75.000 in 2024 en 250.000 vanaf 2025? Antwoord Hiervoor heeft het managementteam in opdracht van het college een plan uitgewerkt. Vanuit haar bedrijfsvoerings-verantwoordelijkheid van het college zal hier invulling aan worden gegeven.

9. P.24: waarom nu al een verwacht bedrag in 2024 nu terugdraaien van de OZB opbrengsten. Is dat niet wat prematuur gelet op het feit dat u de bouwleges wel weer verhoogd? Antwoord De bouwleges voor 2021 zijn inderdaad verhoogd, aangezien het begrootte bedrag al was gerealiseerd. Voor 2022 en verder zijn de bouwleges niet verhoogd, dit zal pas gebeuren als

-21-

er daadwerkelijk meer of hogere aanvragen binnenkomen. De OZB is teruggedraaid omdat het te onzeker is welke panden in 2023 gereed zijn. 10. P.24 Waarom € 400.000 in de algemene reserve stoppen, terwijl het weerstandsvermogen ruim voldoende is? Antwoord Op momenten dat het kan brengen we de algemene reserve op peil.

11. P. 32: kunt u de processtappen van de provincie t.a.v. MAA nog eens uitleggen? Wat is er veranderd met de komst van het nieuwe college van GS? De optie ‘stoppen’ behoort nu ook tot de mogelijkheden. Wat is de reactie van uw college als deze optie wordt bewaarheid? Dat staat niet in begroting beschreven. Antwoord De processtappen van de provincie inzake de toekomst van MAA staan beschreven op pagina 38 van de programmabegroting. Tevens wordt verwezen naar de mededeling van de portefeuillehouder van GS over het proces inzake de integrale besluitvorming MAA (d.d. 8 september 2021), welke in de commissie Bestuurszaken van 8 september 2021 is medegedeeld. De gemeente Beek wacht de resultaten en het proces – zoals aangegeven in voornoemde mededeling - af.

12. P. 33/34: Wat gaat uw college doen om in de top tien te belanden? Antwoord Het (gemeentelijk) beleid is erop gericht een aantrekkelijk ondernemers- en vestigingsklimaat te creëren waar ondernemers graag ondernemen en zich graag willen vestigen. Het meten van het ondernemers- en vestigingsklimaat is moeilijk in cijfers uit te drukken, omdat dit van diverse factoren afhankelijk en een momentopname is. Bureau Louter stelt al vele jaren een ranglijst op voor de economische prestaties van gemeenten en regio’s en voor de economische prestaties van het midden- en kleinbedrijf (MKB). Uit hun meest recente onderzoek Economische Toplocaties 2020 (Bureau Louter, 2021) neemt Beek de zesde plaats in van alle Limburgse gemeenten1. Dit geeft een ander beeld dan de cijfers die uit het rapport MKBvriendelijkste gemeente van Nederland naar voren komen en tweejaarlijks worden verwerkt in de gemeentelijke begroting. Die lijst is gebaseerd op input van ondernemers aan de hand van een enquête2. Zorgdragen voor een aantrekkelijk ondernemers- en vestigingsklimaat is een continue proces waar wij aandacht voor hebben. Daar waar mogelijk voeren wij verbeteringen door en proberen ondernemers te faciliteren en ondersteuning bieden. Dit doen wij onder andere door uitvoering te geven aan de Kadernota Economisch Beleid.

In dat kader hebben wij regelmatig contact met ondernemers(verenigingen) bijvoorbeeld in een MKB-overleg, maar ook door middel van vele (bestuurlijke) werkbezoeken en bedrijfsconsulentschap. Ook de organisatie van activiteiten waaruit vooral waardering spreekt voor onze ondernemers zoals onder andere het inrichten van het platform Brilliant Business, de bedrijfsbezoeken en de Dag van de Ondernemer wordt niet vergeten et cetera. Daarnaast besteden wij veel aandacht aan voor (lokaal) ondernemerschap in gemeentelijke en overige regionale media, waaronder het Belevend Beek magazine dat twee keer per jaar verschijnt. Als gevolg van de Coronacrisis hebben wij 1 Na Sittard-Geleen, Roermond, Venlo, Heerlen en Weert. Beek, een gemeente met net geen 16.000 inwoners, scoort

bovengemiddeld goed qua economische toplocatie in Limburg. 2 Voor het MKB-onderzoek (MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland) hebben 1.521 Limburgse ondernemers gereageerd van de (afgerond) 107.000 ondernemers die in Limburg in 2020 actief zijn (Kamer van Koophandel, 2021). Dit komt neer op een responspercentage van 1,4%.

-22-

extra ingezet op het intensiveren van contacten met ondernemers, zoals bijvoorbeeld het organiseren van een (horeca)spreekuur, extra intensief contact met ondernemers(verenigingen), informatievoorziening van financiële steunmaatregelen voor ondernemers op de gemeentelijke website, bezoeken aan ondernemers (met inachtneming van de Coronamaatregelen en- richtlijnen) et cetera. Ook het lokaal Beeks Corona Herstelplan is er op gericht de maatschappelijke en economische gevolgen van de Coronapandemie zo veel als mogelijk te dempen. Tot slot stellen wij samen met ondernemers en/of ondernemersverenigingen beleid op en samen beleid formuleren waar we in gezamenlijkheid aan werken. Voorbeelden hiervan is de wijze waarop de Toekomstvisie centrum Beek en de Toeristische visie tot stand is gekomen. Deze hebben we samen met ondernemers vormgegeven en ook de uitvoering van deze visies c.q. uitvoeringsprogramma’s zal in gezamenlijkheid plaatsvinden. Op deze manier zorgen wij er samen voor dat Beek een economisch aantrekkelijke gemeente is en blijft waar ondernemers graag ondernemen en zich willen vestigen.

13. P. 42: waarom gaat Beek voor 1 jaar nieuwe afspraken over Beschermd wonen maken? Vanaf 2023 geldt een nieuwe verdeling? Antwoord De overdracht van de verantwoordelijkheid voor Beschermd Wonen is meerdere keren uitgesteld. In de Westelijke Mijnstreek hebben de gemeenten afgesproken al vanaf 2022 met de ‘nieuwe” taak aan de slag te gaan, dan kan er ook vanaf nu reeds gestuurd worden op de vormgeving. Ook de aanbesteding van Beschermd Wonen arrangementen is hier op afgestemd. Om dit te realiseren worden er afspraken met gemeente Maastricht gemaakt om te komen tot een eerdere ontvlechting.

14. P. 43: is de wijziging van het woonplaatsbeginsel nog een (financieel) risico? Antwoord De Wet wijziging woonplaatsbeginsel heeft tot gevolg dat er voor jeugdigen die jeugdzorg hebben die de jaargrens met 2022 overloopt een analyse moet plaatsvinden of het woonplaatsbeginsel voor hen wijzigt. Indien dit het geval is moeten deze jeugdigen overgedragen worden aan de gemeente die vanaf dat moment verantwoordelijk voor hen wordt. Hieraan is een financieel risico verbonden aangezien het kan zijn dat je als gemeente cliënten overdraagt met relatief lichte/goedkope vormen van verblijf (denk bijvoorbeeld aan pleegzorg) en cliënten ontvangt met relatief zware/dure vormen van verblijf (denk bijvoorbeeld aan GGZ-verblijf). In aanloop naar de jaarwisseling zal dit beeld voor Beek steeds concreter worden, dit wordt echter nauwgezet gevolgd.

15. P.51: heeft u het besparingspotentieel van 5% van de vernieuwde inkoop voor jeugdzorg al ingeboekt? Of verwerkt in de bestaande taakstelling? Antwoord In de 2e Berap 2021 kunt onder autonome ontwikkelingen (2B, pagina 11) terug zien dat er vanaf 2024 € 200.000 wordt bijgeraamd voor het budget jeugdzorg i.p.v. € 250.000. Het besparingspotentieel is hierin dus verwerkt.

16. P. 119: waarom heeft u niet al een reservering voor het wegwerken van het achterstallig onderhoud op wegen/verhardingen behoedheidshalve opgenomen. Er is immers 5,6% aan achterstallig onderhoud.

-23-

Antwoord Achterstallig onderhoud houdt niet in dat hier direct actie ondernomen moet worden. We trachten werkzaamheden zoveel mogelijk te combineren met o.a. saneringen van nutsbedrijven. Er wordt jaarlijks een programma opgesteld en de wegvakken die het meest urgent zijn worden opgepakt. Dit zijn vaak wegvakken met achterstallig onderhoud, echter niet altijd. Een wegvak in een woonkern met achterstallig onderhoud met als schadebeeld rafeling heeft in deze een lager prioriteit dan een wegvak dat geen achterstallig onderhoud heeft maar wel scheurvormig vertoont en een ontsluitingsfunctie heeft. Mocht het budget wegen niet toereikend zijn dan wordt uit de reserve wegen aangevuld.

17. P. 122: u verwacht nog hogere ICT kosten. Hier dezelfde vraag waarom niet al budget gereserveerd? Antwoord De planvorming was op het moment van samenstellen van de begroting nog niet zover dat hiervan al de budgettaire consequenties in beeld waren.

18. P. 127: Beek is door de aangetrokken leningen overliquide. Dat is best jammer met de negatieve rentestand op kort geld. Gaat de overliquiditeit binnenkort verdwijnen? Antwoord De verwachting is dat de overliquiditeit op korte termijn zal verdwijnen. Bewust is gekozen om nu langlopende leningen aan te trekken omdat de inschatting is dat de rente van zowel de geld- als kapitaalmarkt op termijn zal stijgen. Kort blijven financieren zou slechts een beperkt korte termijn gewin opleveren, waarna we later wellicht alsnog lang moeten financieren tegen een hogere rente.

19. P. 169: het overzicht taakstellingen: als deze taakstellingen niet worden gerealiseerd schiet de begroting structureel in de min. Moet dit niet in de risico’s worden vermeld? Dit is zeker een top tien aspect? Antwoord Deze taakstellingen zijn volgens ons reëel. Als ze niet meer reëel zijn, komen ze in de risicoparagraaf terecht.

20. P. 198: kunt u het verloop van de algemene reserve verklaren? Ultimo 2022 63.000??? Antwoord

Hier is inderdaad sprake van een vergissing. Zie ook het antwoord op vraag 5 van de fractie BBB-NDB. Hierboven de juiste reeks.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beek&id=28e58bcd-341b-4077-b204-1e00a644f3b1