Agendabundel
Tekst van het document
Bundel van de Commissie Inwonerszaken van 13 april 2021
1 2 3
Opening en vaststellen agenda. Spreekrecht burgers. Mededelingen van de portefeuillehouders. mededelingen inza 13-04-2021.docx
4
Besluitenlijst inwonerszaken van 16 maart 2021. Voorstel besluitenlijst commissie
5 6
Kennismaking en presentatie nieuwe directeur participatiebedrijf. Raadstukken:: Wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Participatiebedrijf Wsw Voorstel Raad 2. GR Participatiebedrijf Wsw met wijzigingen gemarkeerd.pdf
7
Raadstukken Verzoek BrZ inzake garantstelling lening garanstelling BRZ (RVS).docx financiële BC LTC-BRZ 12.3.2021_S_21bij03234_1_N.pdf Kopie van exploitatiebegroting Ballonhal 4 banen_S_21bij03232_1_N.xlsx
8
Commissiestukken: Bijgestelde begroting 2021 GR Participatiebedrijf Wsw Voorstel / Ter kennisname Commissie 1. Bijstelling Begroting GR PB WSW 2021 versie 10.pdf
9
Rondvraag.
3 Mededelingen van de portefeuillehouders. 1 mededelingen inza 13-04-2021.docx
Mededelingen commissie inwonerszaken d.d. 13-04-2021
Namens wethouders Schwillens en van Es: Stavaza beheer Asta In de vergadering van 16 maart informeerde dhr. Willems (fractie PB), n.a.v. het krantenartikel inzake de vervanging van de vloer in de Asta, naar de stand van zaken m.b.t. beheer van Asta. Toegezegd is in deze vergadering hierop terug te komen. Er hebben tot dusver, behoudens twee (corona-proof) concerten i.k.v. Festival Vocallis, nog geen activiteiten in Asta kunnen plaatsvinden. Zo snel als dit weer enigszins mogelijk is wil de Stichting Asta Theater beginnen met kleinere activiteiten. In week 16 wordt het huurcontract officieel ondertekend, daarna start de Stichting met het “bedrijfsklaar” maken van het gebouw. Onderdeel hiervan is het verwijderen van de houten vloer, en deze vervangen door een evenementenvloer (betonnen vloer). Asta is verder bezig de interne organisatie op te tuigen (div. commissies). Het is momenteel moeilijk om de commissies te bemensen. De Stichting kan nog geen duidelijkheid verschaffen over de toekomstige tarieven, omdat men zo veel mogelijk maatwerk wil leveren. De afgelopen maanden heeft de Stichting ook benut om zaken administratief op de rails te zetten: het huurcontract en bijbehorende afspraken (demarcatielijst etc.), de oprichting van de onder de Stichting opererende BV, de benodigde vergunningen, etc.
Namens wethouder van Es Cliëntervaringsonderzoek Wmo Ten behoeve van uw vergadering van 16 maart j.l. bent nu geïnformeerd over het cliëntervaringsonderzoek Wmo “nieuwe stijl”. Op dit moment kan ik u melden dat de projectgroep die de voorbereiding op zich gaat nemen bestaat uit Nienke Vennik en René Beaumont namens uw commissie Harrie Impelmans en John Wagenaar namens de adviesraad sociaal domein Paul Renders kwaliteitsmedewerker Wmo Kristian Rademakers functioneel applicatiebeheerder afdeling samenleving Jack Hamers beleidsadviseur van de afdeling samenleving met clienttevredenheid Wmo in zijn pakket, tevens projectleider. De eerste afspraken ten aanzien van het proces zijn inmiddels gemaakt. Voor wat betreft het onderzoek 2021 (over het jaar 2020) wordt de oude systematiek nog gevolgd. De planning ziet er als volgt uit: Verzending uitnodigingsbrieven en vragenlijsten Definitieve rapport / factsheet beschikbaar
28 april 3 augustus
-2-
Niet doorgaan themacommissie Jeugdhulp We hebben de themacommissievergadering over Jeugdhulp in Beek in januari moeten afzeggen vanwege de beperkende coronamaatregelen. De themacommissie zou worden verplaatst naar vanavond, maar vanwege de aanhoudende lockdown wordt voorgesteld een nieuwe datum te prikken op het moment dat een fysieke presentatie weer mogelijk is. We zullen u via de verschillende kanalen zo goed mogelijk blijven informeren. Samenwerking Jeugdhulp in Zuid-Limburg In 2014 zijn alle Zuid-Limburgse gemeenten een inkoopsamenwerking gestart met het oog op de inwerkingtreding van de Jeugdwet 2015. Daartoe is een centrumregeling aangegaan, waarin de gemeente Maastricht als centrumgemeente is aangewezen die de inkoop van de gespecialiseerde jeugdhulp voor de deelnemende gemeenten verzorgt. In 2017 is deze bestuurlijke samenwerking en de daaronder vallende inkoop geëvalueerd. Op basis van het evaluatierapport is door de, toentertijd 18 Zuid-Limburgse gemeenten besloten de inkoopsamenwerking voor onbepaalde tijd te continueren. Daaraan is wel een aantal randvoorwaarden gesteld. Er is gekozen voor een verplicht basispakket dat alle gemeenten afnemen en een facultatief keuzepakket voor de ambulante jeugdhulp. Vier van de inmiddels 16 gemeenten hebben besloten gebruik te maken van de mogelijkheid om (een deel) van het keuzepakket zelf in te kopen.
Vanwege het aflopen van de huidige contracten wordt er gewerkt aan een nieuwe inkoopstrategie ‘Zicht op perspectief’ (Doorontwikkeling inkoop Jeugdhulp Zuid-Limburg 2023) en aan een Transformatieplan 2023, jeugdhulp regio Zuid-Limburg. In dit Transformatieplan stelt men zich ten doel het jeugdhulplandschap te verdelen in een vijftal doelgroepen, die elk hun eigen verwerving krijgen op basis van de doelen die voor de betreffende doelgroep gelden. Men is hier al enige tijd zowel ambtelijk als bestuurlijk mee bezig en het plan bevindt zich in de besluitvormende fase. Norm voor Opdrachtgeverschap In de ledenraadpleging van de VNG is de Norm voor Opdrachtgeverschap (hierna: NvO) aangenomen. Met deze NvO spreken gemeenten zich collectief uit dat ze willen samenwerken en op welke manier ze dit willen vormgeven. In de NvO staat de regiovisie centraal. In deze visie spreken gemeenten onderling af welke taken op het gebied van jeugd in samenwerking worden opgepakt en welke inhoudelijke ontwikkelingen in de regio gewenst zijn. U bent allen uitgenodigd om deel te nemen aan een regionaal webinar over dit onderwerp op woensdag 21 of maandag 26 april a.s. Hiervoor heeft u via de griffier een uitnodiging ontvangen. VNG Ledenbrief inzake arbitrage over tekorten jeugdzorg Achtergrond Het merendeel van de Nederlandse gemeenten kampt met tekorten op de jeugdhulp.
De verklaring hiervoor is gelegen in het feit dat de decentralisatie van de taken in het sociaal domein in 2015 direct gepaard ging met een budgetkorting door het Rijk. Dit issue is dan ook terugkerend onderwerp van gesprek tussen de VNG en het Rijk. Zo zijn er in 2019 drie afspraken gemaakt tussen beide partijen: Vanuit het Rijk zouden er voor de jaren 2019-2021 incidenteel extra financiële middelen voor de gemeenten beschikbaar gesteld worden. Er zou een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd worden om duidelijkheid te verschaffen over welke structurele middelen gemeenten nodig zouden moeten hebben. Mochten de uitkomsten van dit onderzoek niet leiden tot overeenstemming tussen kabinet en VNG dan zou er arbitrage ingezet kunnen worden. In december 2020 bleek uit het onderzoek van AEF dat gemeenten jaarlijks zo’n € 1,7 miljard meer uitgeven aan de jeugdhulp dan dat ze aan middelen ontvangen. Ook werd
-3-
duidelijk dat gemeenten relatief weinig mogelijkheden hebben om binnen de huidige kaders zelf het tekort terug te dringen. Toen is ook de afspraak gemaakt dat in februari 2021 zou worden gesproken over de huidige tekorten en de noodzaak dat het kabinet gemeenten hierin tegemoet zou komen. Daarnaast zijn Rijk en gemeenten gezamenlijk een traject ingegaan waarin ze werken aan verbeteringen van het jeugdhulpstelsel. Het kabinet heeft het overleg met de VNG aanvankelijk opgeschoven van februari 2021 naar maart 2021. Tijdens het overleg van 11 maart 2021 is er door het kabinet niets geboden om de tekorten van gemeenten in 2021 en 2022 te verkleinen. Over een incidentele oplossing wilde het kabinet pas praten nadat de nieuwe Tweede Kamer op 31 maart geïnstalleerd was. Er volgt uitstel op uitstel en perspectief ontbreekt op zowel incidentele als structurele oplossingen terwijl de jaarlijkse tekorten zorgen voor lastenverzwaringen en verschralingen van gemeentelijke begrotingen. De VNG heeft dan ook besloten om arbitrage in te zetten zeker om ook voor 1 mei 2021 duidelijkheid te hebben. De uitkomst van de arbitrage is “semi-bindend”, wat inhoudt dat het kabinet een voorbehoud maakt voor de instemming van de Eerste en Tweede Kamer.
In de afgelopen periode waren er vele initiatieven vanuit gemeenten, waaronder het raadsleden initiatief “Raden in Verzet”, om aandacht te vragen voor hun urgente zorgen. Al op 2 juli 2020, tijdens de actiedag “Gemeenten in nood”, kwamen gemeentebestuurders naar de Tweede Kamer om extra aandacht te vragen voor de grote tekorten. De VNG plaatste ook een advertentie in een landelijk dagblad met een oproep van de gemeenten. Blijkbaar is er nog meer aandacht nodig om de landelijke politiek in beweging te krijgen. Vanuit de VNG komt dan ook de oproep om de eigen ervaringen van gemeenten te delen via de hashtag #gemeenteninnood en om eigen contacten te gebruiken om deze boodschap onder de aandacht van de Haagse politiek te brengen. Daarnaast heeft de VNG in de Volkskrant van 15 maart jongstleden een oproep aan alle lijsttrekkers geplaatst. Specifiek voor Zuid-Limburg en Beek In Zuid-Limburg wordt er op het gebied van jeugdzorg nauw samengewerkt door alle gemeenten middels een centrumregeling waarbij gemeente Maastricht als centrumgemeente opereert. Wethouder Bert Jongen van gemeente Maastricht is voorzitter van de Stuurgroep Jeugdhulp Zuid-Limburg en ook landelijk actief bij de gemeentelijke lobby voor compensatie van de tekorten in het Sociaal Domein. Daarnaast participeert Maastricht namens de regio waar mogelijk in onderzoeken naar de tekorten in het sociaal domein.
De Zuid-Limburgse wethouders Jeugd ondersteunen gemeente Maastricht en wethouder Jongen in het bijzonder hierbij. Specifiek voor Beek wachten we niet op een eventuele aanvullende uitkering vanuit het Rijk maar zijn er reeds diverse zaken proactief opgepakt. Dit mede om de kosten ten aanzien van jeugdhulp beheersbaar te houden. Denk bijvoorbeeld aan het doorvoeren van verdere professionalisering bij de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp en het uitoefenen van invloed op de alternatieve route (huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, gecertificeerde instellingen en de rechter/Officier van Justitie/Raad voor de Kinderbescherming). Specifiek ten aanzien van dit laatste onderdeel kan gedacht worden aan de inzet van de praktijkondersteuners huisartsen. Ook het schenken van aandacht aan voorliggende voorzieningen behoort hiertoe, denk bijvoorbeeld aan CJG046.
4 Besluitenlijst inwonerszaken van 16 maart 2021. 1 Voorstel besluitenlijst commissie
*21vra00035* 21vra00035
Besluitenlijst openbare vergadering Commissie Inwonerszaken, d.d.16-03-2021
Aanwezig Voorzitter: Griffier: Commissieleden:
Marie-José de Bruin-de Vos. Guliël Erven. René Beaumont, Eed Beckers, Thea Demandt, Henry Horsmans, Elly Roebroek, Yvonne Simonis, Bianca Stijnen-ter Horst, Nienke Vennik, Marcel Meurkens, Charles Willems. Ralph Diederen, Thijs van Es, Hub Schoenmakers, Rob Schwillens. Rob Wolfs. Mathieu Schraven.
Portefeuillehouder: Afwezig m.k. Hospitanten: Agendapunten 001 Opening en vaststellen agenda. De Voorzitter opent de vergadering, heet iedereen welkom in het bijzonder de nieuwe leden mevrouw Stijnen-ter Horst en mevrouw Roebroek en de leden in nieuwe functie, de heren Horsmans en Schwillens. Hierna wordt conform voorstel de agenda vastgesteld. 002
Spreekrecht burgers. Hiervan wordt geen gebruik gemaakt.
003
Mededelingen van de portefeuillehouders. De commissie neemt kennis van de mededelingen. De heer Willems vraagt wanneer het cliënt-ervarings-onderzoek nieuwe stijl in Beek zal worden ingevoerd en wanneer worden de resultaten verwacht. Verder betreurt hij dat de bijeenkomst inzake digitale inclusie begrijpelijk wordt uitgesteld. Welllicht dat al informatie vooraf gedeeld kan worden? Wethouder van Es geeft aan dat de vernieuwde vorm van het cliënt-ervarings-onderzoek start in 2022. Hij verzoekt de commissie om namens de commissie een lid van de oppositie en coalitie hiervoor te benoemen. Tenslotte zal hij zoveel mogelijk informatie inzake digitale inclusie vooraf delen met de commissie. Wethouder Diederen vult de mededelingen aan met de melding dat de interim-manager van De Haamen Marcel Vanderheijden is opgevolgd door een permanente benoeming in de persoon van Stephan Thijssen. Ook is vandaag het zwemonderwijs nieuwe stijl in De Haamen gestart met 40 kinderen.
004
Vaststellen besluitenlijst INZA d.d. 26-01-2021. Akkoord conform voorstel..
005
Presentaties: Presentatie Propositie MIK & PIW Groep. De heren Johan van Groningen en Johan Cortooms lichten de toekomstige propositie van MIK/PIW toe aan de hand van een tweetal speerpunten
Raadstukken:
1/3
006
Kinderburgemeester en jongerenraad. De commissie adviseert positief over dit voorstel en stelt voor het als bespreekstuk in de raad te behandelen. Mevrouw Demandt stelt dat zij positief staan tov voorstel. Wel zijn ze benieuwd naar de inhoud begeleiding en vervolg ervan. De heer Meurkens vraagt ook naar de medewerking van de scholen. Mevrouw Vennik geeft aan dat zij als enthousiast begeleidster van start zijn gegaan. Helaas heeft Corona de bijeenkomsten afgelast. Het streven is erop gericht om deze groep jongeren betrokken te houden. Mevrouw Stijnen geeft aan dat het doel niet strookt met de praktijk. Zij stelt voor om e.e.a. te herzien. Mevrouw Roebroek ondersteunt het voorstel en vraagt duidelijkheid over de participatie van de kinderen. Wethouder van Es schets de geschiedenis van de voorbije jeugdraadconcept. De behoefte aan een vorm van jeugdraad bleek bij de jongeren te bestaan, vandaar dat nu een nieuwe poging wordt gedaan in combinatie met het idee van de kinderburgemeester. Hij benadrukt de verantwoordelijkheid van scholen en de fracties in de gemeenteraad hierbij. Bovendien moet het inhoud hebben en niet alleen maar leuk zijn.
007
Herijking subsidiebeleid. De commissie adviseert positief over dit voorstel en stelt voor het als hamerstuk in de raad te behandelen. De heer Meurkens onderstreept het belang van de verenigingen en zijn fractie is positief over dit voorstel en vraagt naar de correlatie tussen burgerkracht en lokaal akkoord. Mevrouw Vennik complimenteert de verwerking van de input van de commissie en geeft aan dit voorstel te steunen. Mevrouw Stijnen geeft aan dat dit voorstel past in hun visie dat iedere vereniging subsidie mag genieten met maatschappelijke tegenprestatie. Mevrouw Roebroek sluit hierbij aan en heeft nog enkele technische vragen. De heer Beckers geeft aan dat deze vereenvoudiging mogelijk leidt tot meerdere aanvragen. Gezien het budgetplafond zou dat een integrale korting voor iedere ontvanger ontstaat. Daarnaast vraagt hij aandacht voor de coronagevolgen bij een subsidieaanvraag, omdat vanwege het stilvallen van de activiteiten mogelijk leidt tot lagere ledenaantallen. Ondervang dit door een ledenlijst van max twee jaren oud stelt hij voor. Ook de woonplaatsverplichting moet zijn inziens niet stringent worden gehandhaafd. Tot slot vraagt hij voor de muziekopleidingen om de vergoedingen over een periode van 8 jaar te vergoeden ipv 6 jaren. Wethouder van Es geeft aan dat het kader gesteld is en dat is eenduidig, transparant en eenvoudiger.
Vervolgens gaat hij in op de bijdrages per fractie inclusief de beantwoording van de technische vragen. Subsidie is ondersteunend en niet bepalend voor de instandhouding van de verenigingen. Tot nu toe vragen 85 verenigingen subsidie aan. Met de muziekgezelschappen is goed afgestemd, en bepaald op 6 jaren lesondersteuning. Vermogenstoets wordt niet gedaan, alleen bij grote projecten wordt de begroting beoordeeld. Voor wat betreft het bezuinigingsdoel is dit niet gesteld op korting maar op te bereiken van voordelen in de nieuwe systematiek. Dat heeft geleid tot een voordeel van € 18.000,= en er zal niet gezocht worden om nog € 7.000,= extra te verdienen door te bezuinigingen. Wethouder Diederen geeft aan dat naast het subsidie voor sportverenigingen ook het opleggen van huurgelden voor de accommodatie de twee knoppen zijn om te sturen in een verantwoorde ondersteuning van deze verenigingen. Wel zal hierbij het gelijkheidsprincipe gaan worden toegepast zodat de mogelijkheid bestaat dat individuele verenigingen minder gelden gaan ontvangen, omdat nu sprake is van grote onderlinge verschillen. Dit streven zal pas na corona verder worden uitgewerkt en bekeken. Wethouder van Es zegt tot slot toe dat hij samen met omliggende gemeenten zal onderzoeken om het woonplaatsbeginsel bij subsidie regionaal te laten vervallen, omdat tot nu toe iedere gemeente dit hanteert.
008
Actualisatie samenwerkingsdocumenten Vidar 2020. De adviseert commissie positief over dit voorstel en stelt voor het als hamerstuk in de raad te behandelen. Commissiestukken:
2/3
009
010
011
4e kwartaalrapportage 2020 Sociaal Domein. De commissie neemt instemmend kennis van de 4e kwartaalrapportage social domein. De zorg voor de effecten van corona voor met name het onderdeel jeugd, deelt de commissie en het college. Jaarrekening 2019 – 2020 GR Vixia. De commissie stemt namens de raad in met de jaarrekening 2019-2020 van de GR Vixia. Stukken ter kennisname: Propositie MIK & PIW Groep (PIW) 2021. Voor kennisgeving aangenomen. De wethouders Schwillens en van Es komen naar de commissie terug zodra het bestuur gestart is met de propositie vanuit MIK/PIW.
012
Besluit Wmo. Voor kennisgeving aangenomen.
013
Rondvraag. De heer Willems vraagt n.a.v. het krantenartikel inzake de vervanging van de vloer in de Asta, hoe de stand van zaken is m.b.t. beheer van Asta. Wethouder van Es geeft aan daar de volgende commissie op terug te komen.
Beek, 13-04-2021
Guliël Erven Raadsgriffier
3/3
6 Raadstukken:: Wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Participatiebedrijf Wsw 1 Voorstel Raad
*21vra00030* 21vra00030
Voorstel Gemeenteraad Datum B&W vergadering: : Datum Raadsvergadering: Afdeling: Raadscie: Portefeuillehouder: Steller:
16-03-2021 22-04-2021 SAM Thijs van Es F. Joosten
Onderwerp Wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Participatiebedrijf Wsw Korte inhoud De gemeenteraad wordt voorgesteld om in te stemmen met een naamswijziging en wijziging van artikel 27 van de Gemeenschappelijke Regeling Participatiebedrijf Wsw Aanleiding Door de naamswijziging van het Participatiebedrijf Westelijke Mijnstreek in Vidar, dient deze wijziging te worden verwerkt in de Gemeenschappelijke regeling. Tevens wordt als wijziging voorgesteld om het artikel over het vaststellen van de jaarrekening aan te passen met betrekking tot het indienen van een zienswijze op de jaarrekening van de GR. Overwegingen Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling Nu de naamgeving van het Participatiebedrijf is veranderd in Vidar wordt analoog, aan de centrumregeling en DVO, ook van dit moment gebruik gemaakt om de naamgeving van deze GR te wijzigen in Gemeenschappelijke Regeling Vidar Wsw. Tevens wordt voorgesteld om ten aanzien van artikel 27 inzake de jaarrekening een wijziging voor te stellen. Afwijkend van het wettelijke kader wordt de jaarrekening cf. de huidige bepalingen voorgelegd aan de commissie Inza voor een zienswijze. Dit is zo overgenomen van de voorganger GR Vixia.
Geconstateerd wordt dat naast het ontbreken van een wettelijk kader hiervoor de jaarrekening reeds door de accountant is vastgesteld voordat de zienswijzen binnen zijn en daarmee de zienswijze van de Commissie Inwonerszaken (Inza) alleen nog gaat over 1. besteding van het resultaat of 2. een aanwijzing die meegegeven wordt voor de toekomst. Het eerste punt komt terug in de gemeentelijke jaarrekening en het tweede punt kan ook meegegeven worden bij de ontwerpbegroting en eventuele bijstellingen van de begroting. De sturingsmogelijkheid van de commissie Inza blijft daarmee geborgd. Om die reden wordt voorgesteld om de zienswijze bepaling uit artikel 27 te schrappen. Dit neemt niet weg dat het concept van de jaarrekening wel voor 15 april naar de commissie Inza gestuurd moet worden en na vaststelling door het AB de jaarrekening ter informatie naar de gemeenteraad wordt gestuurd.
Financiële overwegingen De aanpassing van de GR heeft geen financiële gevolgen.
Communicatie Niet van toepassing.
Beslispunten In te stemmen met het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling Participatiebedrijf Wsw conform het bijgevoegde wijzigingsbesluit.
Beek, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN BEEK,
Joop Crucq Gemeentesecretaris
Christine van Basten-Boddin Burgemeester
Besluit Gemeenteraad
De raad van de gemeente Beek;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16-03-2021;
Besluit: x
Beek, 22-04-2021 GEMEENTERAAD,
Guliël Erven Raadsgriffier
Christine van Basten-Boddin Voorzitter
1 2. GR Participatiebedrijf Wsw met wijzigingen gemarkeerd.pdf
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PARTICIPATIEBEDRIJF Vidar Wsw
De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beek, Stein en Sittard-Geleen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;
Overwegende dat –
zij van oordeel zijn dat het voor een optimale behartiging van het in deze gemeenschappelijke regeling nader aan te geven belang van die gemeenten wenselijk is, dat door de besturen van die gemeenten wordt samengewerkt bij de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening;
–
de colleges daartoe krachtens deze gemeenschappelijke regeling een nieuw openbaar lichaam instellen dat namens de colleges van de gemeenten zal optreden als formele werkgever van Wsw-werknemers;
–
de colleges uitsluitend hun taken en bevoegdheden ten aanzien van het formele werkgeverschap als bepaald in artikel 2 lid 1 van de Wet sociale werkvoorziening overgedragen aan het bestuur van het krachtens deze gemeenschappelijke regeling ingestelde openbaar lichaam;
–
de colleges de gemeenschappelijke regeling Vixia hebben opgeheven met ingang van 1 januari 2020.
Gelet op –
de Wet gemeenschappelijke regelingen;
–
de Gemeentewet;
–
de Wet sociale werkvoorziening.
Gelezen –
de besluiten van de raden en colleges tot instelling van het openbare lichaam.
Besluiten: de Gemeenschappelijke Regeling Participatiebedrijf Vidar Wsw in te stellen en conform de volgende tekst vast te stellen:
HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. de wet:
de Wet gemeenschappelijke regelingen; b. de regeling:
deze gemeenschappelijke regeling; c. openbaar lichaam:
het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van de regeling; d. de Wsw:
de Wet sociale werkvoorziening; e. gemeenten
de gemeenten waarvan de raden en colleges van burgemeester en wethouders deze regeling hebben getroffen; f. college:
het college van burgemeester en wethouders van een gemeente; g. raad:
de gemeenteraad van een gemeente; h. gemeentebesturen:
de raden en colleges van de gemeenten; i. gedeputeerde staten:
het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg; j. Wsw-werknemers:
de krachtens artikel 2 lid 1 Wsw in dienst genomen personen; k. Fte: Fulltime equivalent:
één of meer dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van de Wsw, op tienden nauwkeurig omgerekend naar een werkweek van 36 uur, waarbij vijfhonderdste wordt afgerond op een tiende. Artikel 2 Openbaar lichaam 1.
Met toepassing van artikel 8 lid 1 van de wet wordt een openbaar lichaam ingesteld, genaamd ‘Gemeenschappelijke Regeling ParticipatiebedrijfVidar Wsw’.
2.
Het openbaar lichaam is gevestigd te Sittard-Geleen.
Artikel 3 Belang Het belang ter behartiging waarvan de regeling is getroffen omvat de overdracht van het formele werkgeverschap van Wsw-werknemers aan het openbaar lichaam, binnen welk kader de gemeenten de uitvoering van artikel 2 lid 1 van de Wsw en de daaruit voortvloeiende en daarmee v
erband houdende voorschriften en regelingen overdragen aan het openbaar lichaam. Artikel 4 Bevoegdheden Ter behartiging van het in artikel 3 van de regeling genoemde belang dragen de raden en colleges aan het bestuur van het openbaar lichaam per 1 januari 2020 hun bevoegdheden en verplichtingen over met betrekking tot de uitvoering van artikel 2 lid 1 van de Wsw. Artikel 5 Het bestuur 1.
Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
2.
Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam.
3.
De voorzitter is voorzitter van zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur.
HOOFDSTUK 2 Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Artikel 6 Samenstelling 1.
In het algemeen bestuur neemt per deelnemende gemeente twee leden plaats.
2.
De raad van iedere gemeente wijst uit het college twee leden en twee plaatsvervangende leden aan voor het algemeen bestuur.
Artikel 7 Zittingsduur 1.
De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een periode gelijk aan die van de zittingsduur van de gemeenteraden, met dien verstande dat het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling voor de eerste vergadering bijeenkomt.
2.
De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur en hun plaatsvervangers vindt uiterlijk binnen drie maanden na de datum waarop gemeenteraadsverkiezingen zijn gehouden plaats.
3.
Het aanwijzen ter vervulling van plaatsen die om welke reden dan ook zijn opengevallen, vindt uiterlijk binnen drie maanden na dat openvallen plaats.
4.
De zittingstermijn van het lid dat ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen, eindigt op het tijdstip waarop de zittingstermijn van degene in wiens plaats hij is benoemd overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid zou zijn geëindigd.
Artikel 8 Ontslag 1.
De raad van een gemeente kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen als deze het vertrouwen van de raad niet meer bezit.
2.
Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt het voornemen hiertoe mede aan de raad die hem heeft aangewezen en aan de voorzitter van het algemeen bestuur.
Artikel 9 Vergaderingen 1.
Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste twee keer en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt.
2.
Het algemeen bestuur vergadert tevens wanneer dit door ten minste twee leden van het algemeen bestuur schriftelijk en met opgave van redenen aan de voorzitter wordt gevraagd. De voorzitter is gehouden binnen een maand na ontvangst ervan uitvoering te geven aan een dergelijk verzoek.
3.
In de vergadering van het algemeen bestuur is de stemverhouding van de leden gebaseerd op het aantal Fte met een Wsw-arbeidsovereenkomst uit de betreffende gemeente per ultimo van voorgaand jaar.
4.
Besluiten van de vergadering van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 28, 30, 31 en 32 worden genomen op basis van de meerderheid van de uitgebrachte stemmen waarbij
minimaal twee deelnemende gemeenten voor dienen te stemmen. Alle andere besluiten van de vergadering van het algemeen bestuur worden genomen op basis van de meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 5.
Het algemeen bestuur kan via de voorzitter derden uitnodigen om als adviseur de vergaderingen van het algemeen bestuur bij te wonen.
Artikel 10 Bevoegdheden 1.
De bevoegdheden die bij de regeling worden overgedragen, berusten bij het algemeen bestuur, tenzij bij wet of in de regeling anders is bepaald.
2.
Het algemeen bestuur besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen,
vennootschappen,
verenigingen,
coöperaties
en
onderlinge
waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het bepaalde in dit artikel 10 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op het beëindigen van een deelneming. Artikel 11 Informatie en verantwoording 1.
Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad van zijn gemeente ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
2.
Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de raad van zijn gemeente alle inlichtingen die door de raad, of één of meer leden daarvan, worden verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze.
3.
Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden van de gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen.
Artikel 12 Reglement van orde Het algemeen bestuur kan voor zijn werkwijze en vergaderingen een reglement van orde vaststellen.
HOOFDSTUK 3 Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Artikel 13 Samenstelling 1.
Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, inclusief de voorzitter.
2.
Het algemeen bestuur wijst per gemeente uit zijn midden een lid van het dagelijks bestuur aan.
Artikel 14 Zittingsduur 1.
De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen voor een periode gelijk aan die van het algemeen bestuur, met dien verstande dat het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt op de dag waarop het dagelijks bestuur in nieuwe samenstelling voor de eerste vergadering bijeenkomt.
2.
De aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur, in de nieuwe samenstelling.
3.
Het aanwijzen ter vervulling van plaatsen die om welke reden dan ook zijn opengevallen, vindt uiterlijk binnen drie maanden na dat openvallen plaats.
4.
Het lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature tot lid van het dagelijks bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
Artikel 15 Ontslag 1.
De leden van het dagelijks bestuur verliezen hun functie wanneer zij geen zitting meer hebben in het algemeen bestuur.
2.
Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer geniet.
3.
Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt het voornemen hiertoe mede aan het algemeen bestuur.
4.
Het lid van het dagelijks bestuur dat ontslag heeft genomen, blijft zijn functie waarnemen totdat zijn opvolger is aangewezen.
Artikel 16 Vergaderingen 1.
Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of als een lid dit de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed verzoekt.
2.
In de vergadering van het dagelijks bestuur is de stemverhouding van de leden gebaseerd op het aantal Fte met een Wsw-arbeidsovereenkomst uit de betreffende gemeente per ultimo van voorgaand jaar.
3.
Alle besluiten van de vergadering van het dagelijks bestuur worden genomen op basis van de meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
4.
Het dagelijks bestuur kan via de voorzitter derden uitnodigen om als adviseur de vergaderingen van het dagelijks bestuur bij te wonen.
Artikel 17 Bevoegdheden Het dagelijks bestuur is bevoegd om: a.
al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd, voor te bereiden;
b.
besluiten van het algemeen bestuur uit te voeren;
c.
beheer en administratie van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam te voeren;
d.
tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 10, lid 2 van de regeling;
e.
te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
f.
zowel in als buiten rechte conservatoire maatregelen te nemen en alles te doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit.
Artikel 18 Informatie en verantwoording 1.
De leden van het dagelijks bestuur verstrekken zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk de door het algemeen bestuur of door een of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen. Schriftelijk gevraagde inlichtingen worden zo mogelijk schriftelijk gegeven.
2.
De leden van het dagelijks bestuur leggen zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk verantwoording af aan het algemeen bestuur voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.
Artikel 19 Verantwoording Het dagelijks bestuur rapporteert per kwartaal aan het algemeen bestuur over de financiële ontwikkeling aan de hand van het door het openbaar lichaam te hanteren financiële kengetallen. Artikel 20 Reglement van Orde Het dagelijks bestuur kan voor zijn werkwijze en vergaderingen een reglement van orde vaststellen. Het brengt dit reglement ter kennis van het algemeen bestuur.
HOOFDSTUK 4 De voorzitter, secretaris, commissies Artikel 21 De voorzitter 1.
De voorzitter van het openbaar lichaam wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen.
2.
De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
3.
Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.
4.
De voorzitter ontvangt alle aan het algemeen bestuur of dagelijks bestuur gerichte stukken en brengt die zo spoedig mogelijk ter tafel in de vergadering waar zij behoren.
5.
Indien gewenst worden de agenda met de bijbehorende stukken voor de vergadering van het algemeen bestuur door of vanwege de voorzitter ter kennisneming toegezonden aan de gemeentebesturen. De voorzitter is in spoedeisende gevallen bevoegd een voorlopig onderzoek van stukken te doen plaatshebben en geeft daarvan kennis in de eerstvolgende vergadering van het dagelijks bestuur.
6.
De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte.
7.
Bij afwezigheid van de voorzitter wordt deze vervangen op een door het algemeen bestuur te bepalen wijze.
Artikel 22 Secretaris 1.
Het algemeen bestuur kan een secretaris benoemen.
2.
De secretaris van het algemeen bestuur is tevens secretaris van het dagelijks bestuur.
3.
De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter in alles wat hun opgedragen taak aangaat, behulpzaam.
4.
Door de secretaris worden alle stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan, medeondertekend.
5.
Bij afwezigheid van de secretaris wordt deze vervangen op een in het reglement van orde van het algemeen bestuur te bepalen wijze.
Artikel 23 Commissies 1.
Het algemeen bestuur kan met toepassing van artikel 24 van de wet commissies van advies instellen.
2.
Het algemeen bestuur kan met toepassing van artikel 25 van de wet commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen.
HOOFDSTUK 5 Financiën Artikel 24 Algemeen De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de financiën van het openbaar lichaam, voor zover daarvan bij of krachtens de wet niet is afgeweken. Artikel 25 Financiële en beleidsmatige kaders 1.
Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten.
2.
In de algemene financiële kaders wordt de verdeelsleutel voor bijdragen van de gemeenten opgenomen. Voor de berekening van de bijdragen wordt uitgegaan van het aantal Fte's ingevuld door Wsw-werknemers per gemeente in het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de bijdrage is verschuldigd.
Artikel 26 Begroting 1.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de gemeentebesturen.
2.
De ontwerpbegroting wordt door de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld.
3.
De raden van de gemeenten kunnen vóór 1 juni bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden.
4.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 1 juli de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.
5.
Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus zendt het dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten.
6.
Het bepaalde in het eerste, derde en vijfde lid van dit artikel is, met uitzondering van de in de leden 3 en 5 genoemde termijnen, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
Artikel 27 Jaarrekening en jaarverslag Met opmaak: Lettertype: (Standaard) Calibri 1.
Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten.Na de eigen oordeelsvorming zendt het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening jaarlijks vóór 15 april toe aan de raden van de
Met opmaak: Standaard, Inspringing: Links: 0 cm, Afstand Voor: 0 pt, Na: 0 pt, Regelafstand: enkel
gemeenten. 2.
De voorlopige jaarrekening en het jaarverslag worden door de gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 197, tweede en derde lid van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
3.2.
De raden van de gemeenten kunnen vóór 1 juni bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de voorlopige jaarrekening en het jaarverslag naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de stukken, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden. Nadat een daartoe aangestelde registeraccountant een goedkeurende verklaring over de jaarrekening heeft afgegeven, wordt de jaarrekening vervolgens door het algemeen bestuur vastgesteld in het jaar volgend op het jaar waarop het betrekking heeft.
4.3.
Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de raden van de gemeenten.
4.
Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het dagelijks bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer. Met opmaak: Inspringing: Links: 3,7 cm, Verkeerd-om: 0,86 cm, Geen opsommingstekens of nummering
5.
Artikel 28 Verdeling van baten en lasten 1.
De gemeenten verbinden zich jaarlijks eventuele nadelige exploitatiesaldi en bestuurs- en beheerskosten van het openbaar lichaam te betalen. Voordelige exploitatiesaldi vloeien terug naar de gemeenten.
2.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks nadere regels vast met betrekking tot achtereenvolgens de verdeling en de verrekening van respectievelijk voor- en nadelige exploitatiesaldi.
3.
De verdeling en de verrekening van de in het vorige lid bedoelde exploitatiesaldi wordt door het algemeen bestuur gebaseerd op het aantal Fte’s ingevuld door Wsw-werknemers per gemeente in het desbetreffende jaar.
4.
Mocht het algemeen bestuur positieve exploitatiesaldi een andere bestemming willen geven, dan vraagt het algemeen bestuur daarvoor de goedkeuring van de gemeentebesturen.
Artikel 29 Vergoedingen De leden van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter, alsmede de leden van eventuele ingestelde commissies ontvangen geen vergoeding.
HOOFDSTUK 6 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Artikel 30 Wijziging 1.
De regeling wordt gewijzigd op grond van een door twee van de gemeentebesturen genomen besluit, onder wie in ieder geval de gemeente Sittard-Geleen.
2.
Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen uitgaan van het algemeen bestuur, of één of meer gemeentebesturen.
3.
Indien het voorstel uitgaat van het algemeen bestuur zendt dit bestuur het voorstel aan de gemeentebesturen, die binnen drie maanden na ontvangst van dit voorstel een besluit nemen en dit terstond aan het algemeen bestuur mededelen.
4.
Indien het voorstel uitgaat van een of meer gemeentebesturen wordt het voorstel aan het algemeen bestuur gezonden.
5.
Het algemeen bestuur doet het voorstel, zoals omschreven in lid 4 van dit artikel, met zijn beschouwingen ter zake, binnen drie maanden aan de gemeentebesturen toekomen, waarna deze besturen en het algemeen bestuur verder handelen als voor het geval bepaald in lid 3 van dit artikel.
6.
Het algemeen bestuur stelt de gemeentebesturen in kennis van het aanvaarden, verwerpen, goedkeuren of niet goedkeuren van de in dit artikel bedoelde voorstellen, respectievelijk besluiten.
7.
Het college van de plaats van vestiging, zoals vermeld in artikel 2 lid 2 van deze regeling, maakt de wijziging tijdig in de gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 31 Toetreding en uittreding 1.
Toetreding tot de regeling door andere gemeenten vindt plaats op voorstel van het algemeen bestuur en met instemming van de gemeentebesturen van de reeds aan de regeling deelnemende gemeenten.
2.
Het gemeentebestuur van een gemeente kan besluiten uit de regeling te treden per 1 januari van een kalenderjaar, met inachtneming van een opzegtermijn van drie jaren.
3.
Het algemeen bestuur regelt de financiële alsmede de overige gevolgen van zowel een eventuele toetreding als uittreding. De financiële afrekening bij uittreding tussen de gemeenten vindt plaats met als uitgangspunt een verdeelsleutel welke is gebaseerd op het gemiddeld aantal Fte's ingevuld door Wsw-werknemers per gemeente. Een en ander wordt gemeten over een referentieperiode van vijf jaren voorafgaand aan de datum van het besluit van uittreding van de desbetreffende gemeente.
Artikel 32 Opheffing en liquidatie 1.
De regeling wordt opgeheven indien twee van de deelnemende gemeentebesturen daartoe besluiten of indien na uittreding door een gemeente overeenkomstig het bepaalde in artikel 31 lid 2 er nog slechts één deelnemende gemeente resteert.
2.
Indien de regeling wordt opgeheven, geschiedt de liquidatie door het algemeen bestuur. De financiële gevolgen van de opheffing zullen worden geregeld overeenkomstig de
verdeelsleutel als hiervoor bepaald in artikel 31 lid 3 van de regeling. 3.
Uiterlijk zes maanden voor het tijdstip, waarop de regeling ophoudt te bestaan, stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan op dat aan de gemeentebesturen moet worden medegedeeld. Dit liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen conform de verdeelsleutel als hiervoor bepaald in artikel 31 lid 3 van de regeling.
4.
De gemeentebesturen kunnen hun bedenkingen over het liquidatieplan binnen twee maanden na ontvangst daarvan aan het algemeen bestuur mededelen. Vervolgens stelt het algemeen bestuur het liquidatieplan vast.
5.
De gemeenten verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar lichaam, de resterende rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de gemeenten te verdelen conform de verdeelsleutel zoals vermeld in het liquidatieplan.
6.
Het dagelijks bestuur wordt belast met de uitvoering van het liquidatieplan.
7.
Het openbaar lichaam blijft voortbestaan zolang dit voor de liquidatie van het vermogen nodig is. De bestuursorganen blijven zolang functioneren.
HOOFDSTUK 7 Slotbepalingen Artikel 33 Archief 1.
Archivering geschiedt overeenkomstig de ter zake geldende wettelijke regelgeving inclusief de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften.
2.
De secretaris is belast met het dagelijks beheer van het archief.
3.
De archiefverordening van de gemeente van vestiging is van toepassing.
4.
Bij beëindiging van deze gemeenschappelijke regeling worden de archiefbescheiden overgebracht naar de gemeente van de vestiging.
Artikel 34 Bekendmaking 1.
Het college van de plaats van vestiging draagt zorg voor toezending van de regeling aan gedeputeerde staten en de bekendmaking van de regeling door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
2.
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor opneming van het openbaar lichaam en de regeling in het Handelsregister.
Artikel 35 Duur, inwerkingtreding en citeertitel 1.
De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
2.
De regeling treedt in werking op de eerste dag, volgend op die waarin de regeling is bekendgemaakt.
3.
De regeling kan worden aangehaald onder de titel ‘Gemeenschappelijke Regeling VidarParticipatiebedrijf Wsw’.
7 Raadstukken Verzoek BrZ inzake garantstelling lening 1 garanstelling BRZ (RVS).docx
*21vra00039* 21vra00039
Voorstel Gemeenteraad Datum B&W vergadering: Datum Raadsvergadering: Afdeling: Raadscie: Portefeuillehouder: Steller:
30-03-2021 22-04-2021 BMO Cie. Inza Ralph Diederen/Thijs van Es A.J.M. Cremers
Onderwerp voorstel inzake verzoek BRZ tot gemeentelijke garantstelling voor de ballonhal Korte inhoud Tennisvereniging Beekse Racket Zwaaiers (BRZ) biedt in de Gemeente Beek voor iedereen (jong en oud, maar ook bijv. gehandicapten) de mogelijkheid te tennissen en voorziet op deze wijze in een maatschappelijke behoefte. Bij de realisatie van Sportlandgoed de Haamen is overeengekomen dat er voorzieningen worden gerealiseerd die er voor zorgen dat ook in (een deel van) het winterseizoen kan worden door getennist. Hiertoe zijn in het verleden een aantal verwarmde tennisbanen gerealiseerd. Helaas heeft deze installatie (de verwarmde banen) nooit goed gefunctioneerd. Aan het begin van deze bestuursperiode is besloten de verwarmde tennisbanen definitief uit te schakelen, waarbij gezamenlijk door BRZ en de gemeente Beek naar een alternatieve oplossing is gezocht. Het voorliggend voorstel voorziet in een oplossingsrichting in de vorm van een niet-permanente ballonhal over een 4-tal banen (een tijdelijk bouwwerk), waarmee ook in het winterseizoen (oktober tot april) volwaardig getennist worden. BRZ zal zelf de volledige investering voor haar rekening nemen. Om de financiering rond te krijgen is de gemeente gevraagd of zij garant wil staan voor de helft van de aankoopsom.
Naast de realisatie van een ballonhal voorziet de mogelijke aanleg van een padelbaan in versterking van de mogelijkheden om in een langer seizoen te sporten. Padelbanen zijn daarnaast in het bijzonder ook geschikt voor de specifieke doelgroepen waar de Haamen zich op richt. De wenselijkheid en mogelijkheid voor de realisatie van padelbanen wordt door het college nader onderzocht. Uw raad wordt daarover seperaat op een later moment geïnformeerd dan wel om besluitvorming gevraagd. Aanleiding Bij de realisatie van Sportlandgoed de Haamen is overeengekomen dat er voorzieningen worden gerealiseerd die er voor zorgen dat ook in (een deel van) het winterseizoen kan worden door getennist. Hiertoe zijn in het verleden een aantal verwarmde tennisbanen gerealiseerd. Helaas heeft deze installatie (de verwarmde banen) nooit goed gefunctioneerd. Aan het begin van deze bestuursperiode is besloten de verwarmde tennisbanen definitief uit te schakelen, waarbij gezamenlijk door BRZ en de gemeente Beek naar een alternatieve oplossing is gezocht. Na overleg met BRZ is de onderstaand voorstel tot stand gekomen. Overwegingen Aan het begin van deze bestuursperiode is besloten de verwarmde tennisbanen definitief uit te schakelen, waarbij gezamenlijk door BRZ en de gemeente Beek naar een alternatieve oplossing is gezocht.
Het gemeentelijk uitgangspunt is dat realisatieverplichtingen die hieraan ten grondslag liggen, zo veel als mogelijk gestalte worden gedaan op een zo kostenefficiënt mogelijke manier. Naast de realisatie van een ballonhal voorziet de mogelijke aanleg van een padelbaan in versterking van de mogelijkheden om in een langer seizoen te sporten. Padelbanen zijn daarnaast in het bijzonder ook geschikt voor de specifieke doelgroepen waar de Haamen zich op richt. De wenselijkheid en
mogelijkheid voor de realisatie van padelbanen wordt door het college nader onderzocht uw raad wordt daarover seperaat op een later moment geïnformeerd dan wel om besluitvorming gevraagd. BRZ heeft aangegeven zelf te willen investeren in een niet-permanente ballonhal over een 4-tal banen (een tijdelijk bouwwerk steeds voor de periode van oktober tot en met maart). Hiermee kan ook in het winterseizoen volwaardig getennist worden. De hiermee gemoeide omgevingsvergunning zal BRZ bij de gemeente aanvragen, waarbij vanzelfsprekend ook het welstandsaspect aan bod komt. Aan de gemeente wordt gevraagd garant te staan voor de door BRZ hiervoor aan te trekken lening. Om het proces van financiering van deze investering in goede banen te leiden, heeft BRZ Maatschappelijk Financieren® gevraagd de vereniging hierbij te begeleiden. Maatschappelijk Financieren® is gespecialiseerd in het opzetten en begeleiden van financieringsconstructies van instellingen in de maatschappelijke sector (de sectoren sport, onderwijs, zorg, cultuur en huisvesting). Voor de besluitvorming wordt een Financiële Business Case opgesteld. Een Financiële Business Case vormt een verzamelwerk van genomen beslissingen en is in die optiek het einddocument dat dient als archiefdocument.
Aan de hand van deze Financiële Business Case zijn beslissingen later nog herleidbaar tot de onderbouwingen en de achtergronden, die hebben geleid tot de (politieke) besluitvorming. Deze Financiële Business Case is daarmee gedurende het project een levend document, waarvan een eerste aanzet is voorgelegd. (bijgevoegd). Voor de financiering heeft BRZ zelf al een aantal stappen gezet: 1. Zo is door BRZ een concept exploitatiebegroting opgesteld van de te realiseren Ballonhal. Deze is ambtelijk geanalyseerd en met de sportvereniging besproken (bijlage bijgevoegd). Hieruit blijkt dat de realisatie van de ballonhal naar verwachting voor BRZ een positief resultaat oplevert. Dit is voor BRZ essentieel omdat zich hiermee het exploitatieresultaat kan herstellen naar het niveau 2019. 2. Ook heeft BRZ een offerte gevraagd voor de te realiseren ballonhal bij Polyned. De totale investering voor de ballonhal bedraagt naar verwachting ca. € 398.000 incl. BTW. 3. BRZ is voornemens de investering aan te melden voor BOSA subsidie en verwacht hieruit een bijdrage van ca € 82.000. Met BRZ is al kortgesloten dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor de aanvraag hiervan. 4. Na ontvangst hiervan resteert een te financieren bedrag van € 316.000. Zelf wil BRZ € 16.000 aan eigen geld in deze investering inbrengen. 5.
Voor het restant van € 300.000 wil de sportvereniging als maatschappelijke instelling een lening aantrekken bij een van de publieke sectorbanken. Dit is echter alleen mogelijk met gemeentegarantie. 6. Vanwege de gunstige voorwaarden op dit moment (lage rente en lange rentevast perioden) opteert de BRZ voor een lineaire lening, looptijd 15 jaar van € 300.000 met een vast rentepercentage (indicatief 1,95%). Door afgifte van een gemeentegarantie kan de sportvereniging een lening afsluiten bij een van de publieke sectorbanken in Nederland te weten de Bank Nederlandse Gemeenten (het BNG-Duurzaamheidsfonds). De tweede publieke sectorbank (Waterschapsbank) verstrekt momenteel geen leningen aan maatschappelijke instellingen. 7. Dit is door Maatschappelijk Financieren® in bovengenoemde Financiële Business Case uitgewerkt onder “financieringsstructuur”. Concreet zou dit betekenen een lening bij het BNGDuurzaamheidsfonds met gemeentelijke garantstelling. De gemeente garantie hierbij zou gelden voor 50% van de lening voor de looptijd van de lening (15 jr.). De andere 50% garantstelling zou ingevuld worden door Stichting Waarborgfonds Sport (SWS), een initiatief van o.a. het Ministerie van VWS. BRZ is zelf verantwoordelijk voor aanmelding van de lening bij Stichting Waarborgfonds Sport (SWS). 8.
Voordeel van deze constructie zou zijn dat BRZ zich tegenover de garantstelling verplicht tot zekerheidsstelling in de vorm van eerste gezamenlijke verpanding van de ballonhal aan de gemeente en SWS. Dit “hypotheekrecht” wordt door BRZ verleend. Dit dient notarieel vastgelegd te worden, waarbij de kosten hiervan ten laste van de aanvrager (lees BRZ) komen. 9. Tot slot is door het bestuur van BRZ, als onderdeel van de Financiële Business Case, een risicoanalyse uitgevoerd. Deze dwingt het bestuur stil te staan bij het besef dat zich risico’s kunnen voordoen. Een risicoanalyse geeft kort en bondig weer welke maatregelen door het bestuur zijn genomen om risico’s te voorkomen, kortom is het bestuur ‘in control’. Hieruit blijkt dat het bestuur zich bewust is van de risico’s en waar mogelijk zoveel mogelijk passende maatregelen treft.
-3-
Er ligt nu een ver uitgewerkt plan voor de realisatie van de ballonhal. Dit geeft vertrouwen dat de ballonhal - met gemeentegarantie - in financiële zin daadwerkelijk gerealiseerd kan worden en de hiermee gemoeide lasten door BRZ gedragen kunnen worden. Uiteraard speelt daarnaast het vergunningentraject dat zijn eigen dynamiek kent en uiteindelijk bepaalt of het plan definitief kan worden gerealiseerd. Het verstrekken van een garantstelling past binnen de in het Beekse Treasurystatuut genoemde richtlijnen: De sportvereniging past binnen de doelgroep zoals deze in het Statuut is geformuleerd. Uit de exploitatiebegroting voor de ballonhal en de Financiële Business Case tot nu toe is verder aannemelijk dat BRZ in staat is om (met de gevraagde garantstelling) de lening zelfstandig af te lossen. Hierbij dient ook vermeldt te worden, dat de lening slechts 15 jaar loopt (op verzoek gemeente), terwijl de verwachte levensduur van de ballonhal 20 jaar bedraagt. Om als gemeente inzicht te houden in het gemeentelijke financiële risico, wordt als voorwaarde gesteld dat BRZ jaarlijks de financiële jaarstukken overlegt waarmee wij ons kunnen vergewissen van het feit of de gemeente geen risico loopt dat de garantstelling daadwerkelijk moet worden aangesproken.
Met de hierboven vermelde eerste gezamenlijke verpanding van de ballonhal aan de gemeente en SWS in relatie tot de garantie is naar onze mening een voldoende zekerheidsstelling gegeven. Dit dient notarieel vastgelegd te worden, waarbij de kosten hiervan ten laste van de aanvrager komen (lees BRZ). Tot slot heeft Maatschappelijk Financieren® in bovengenoemde Financiële Business Case toegelicht dat de activiteiten van de sportvereniging niet onder de Wet Markt & Overheid vallen en bij het verlenen van gemeentegarantie geen sprake is van verboden staatssteun. Wel stelt het Treasurystatuut dat garantstellingen > € 100.000 pas door het college mogen worden verstrekt, nadat de gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld haar wensen en bedenkingen aan het college kenbaar te maken. Financiële overwegingen Het financiële risico voor gemeente Beek is beperkt en voldoende inzichtelijk gemaakt. De Ballonhal wordt als gezamenlijke eerste verpanding aangeboden aan gemeente Beek en SWS. Dit “hypotheekrecht” wordt door BRZ verleend. Dit wordt notarieel vastgelegd waarbij de kosten ten laste van de aanvrager (lees BRZ) komen. Communicatie Niet van toepassing. Beslispunten De gemeenteraad van Beek heeft geen wensen of bedenkingen tegen het verstrekken van een gedeelde garantstelling aan BRZ voor de door hen af te sluiten lening ter financiering van de te realiseren Ballonhal.
Concreet staat de gemeente hierbij garant voor een bedrag van € 150.000 (50% van de lening) met een looptijd van 15 jaar.
Beek, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN BEEK,
Joop Crucq Gemeentesecretaris
Christine van Basten-Boddin Burgemeester
Besluit Gemeenteraad
De raad van de gemeente Beek;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23-03-2021;
Besluit: De gemeenteraad van Beek heeft geen wensen of bedenkingen tegen het verstrekken van een gedeelde garantstelling aan BRZ voor de door hen af te sluiten lening ter financiering van de te realiseren Ballonhal. Concreet staat de gemeente hierbij garant voor een bedrag van € 150.000 (50% van de lening) met een looptijd van 15 jaar.
Beek, 22-04-2021 GEMEENTERAAD,
Guliël Erven Raadsgriffier
Christine van Basten-Boddin Voorzitter
1 financiële BC LTC-BRZ 12.3.2021_S_21bij03234_1_N.pdf
Financiële Businesscase – Tennisvereniging BRZ –
Maatschappelijk Financieren® Papendallaan 60, 6816 VD Arnhem – www.maatschappelijk-financieren.nl IBAN NL41 TRIO 0390397431 – BTW NL 85 4976 917 B01 – KVK 62835556
maart 2021
Inhoudsopgave 1.
Samenvatting ........................................................................................................................ 3
2.
Inleiding en achtergrond ....................................................................................................... 4
3.
Maatschappelijk Financieren®............................................................................................... 5
4.
Eigendomsverhoudingen....................................................................................................... 7
5.
Financieringsstructuur .......................................................................................................... 8
6.
Investeringen en Financieringen ........................................................................................... 9
7.
Kenmerken geldlening en garanties .................................................................................... 10
8.
Risicoanalyse ....................................................................................................................... 13
9.
Sluitingsprotocol ................................................................................................................. 15
10.
Meer Jaren Prognose (MJP) ............................................................................................ 16
10.1. Resultaat en cashflow .......................................................................................................... 16 10.2. Balans ................................................................................................................................... 17 10.3. Resultatenrekening .............................................................................................................. 18 10.4. Kasstroomoverzicht .............................................................................................................. 20 10.5. Meer Jaren Prognose............................................................................................................ 21 11.
Wetgeving Markt en Overheid en Staatsteun ................................................................. 22
11.1. Wet Markt en Overheid ........................................................................................................ 22 11.2. Staatsteun ............................................................................................................................ 23
2
1.
Samenvatting
Tennisvereniging BRZ (verder ‘Sportvereniging’) is gevestigd aan de Bloote Weg 9 in Beek en huurt de banen en kantine van de gemeente. De Sportvereniging is voornemens te investeringen in een ballonhal. De gemeente zal daarnaast nieuwe padelbanen aanleggen en deze zullen door de sportvereniging worden gehuurd. De padel-investering is vooralsnog buiten beschouwing gelaten. Vanwege de gunstige voorwaarden (lage rente en lange rentevast perioden) wenst de Sportvereniging de investeringen deels te financieren door het aantrekken van een lening van €300.000 onder 50% gemeentegarantie. Door afgifte van een gemeentegarantie kan de sportvereniging een lening afsluiten bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De rentes van deze leningen liggen aanmerkelijk lager dan de (commerciële) leningen bij andere banken (ABNMARO, Rabo, ING) waardoor de exploitatie van de sportvereniging over de gehele looptijd niet te zwaar wordt belast met kapitaallasten. De (bruto) investeringen zijn begroot op €398.000. Na ontvangst van de BOSA-subsidie (€82.000) en een eigen inbreng van €16.000, resteert een financieringsbehoefte van €300.000. De rente voor een 15-jarige lening onder gemeentegarantie met een 15-jarige rentevast periode bedraagt momenteel 1,95%. De sportvereniging heeft een risicoanalyse uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de risico’s in beeld zijn en waar nodig afgedekt.