CConstaterende datBeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Actieplan Dak- en thuisloosheid Westelijke Mijnstreek 2025-2028 met opmaak definitieve versie

Commissie Inwonerszaken 20 mei 2025, gemeente BeekBij agendapunt: Stukken ter kennisname:: Actieplan dak- en thuisloosheid Westelijke Mijnstreek.7.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorwoord Met trots presenteren wij u het actieplan voor de aanpak van daken thuisloosheid in de Westelijke Mijnstreek. Dit plan is het resultaat van een intensieve en constructieve samenwerking tussen de gemeenten Beek, Stein en Sittard-Geleen en onze partners. Dakloosheid is een onderwerp dat regelmatig ter sprake komt in onze samenleving, waarbij de aandacht vaak uitgaat naar wat zichtbaar is op straat. Helaas wordt er zelden stilgestaan bij de persoonlijke verhalen en achtergronden van deze mensen. Daarom zijn wij bijzonder dankbaar voor de uitvoering van de ETHOS-telling in onze regio in 2024. De resultaten van deze telling hebben ons cruciale inzichten gegeven in de aard en omvang van dak- en thuisloosheid in de Westelijke Mijnstreek. Deze gegevens stellen ons in staat om gerichte en effectieve maatregelen te nemen om dakloosheid zoveel mogelijk te voorkomen en om passende hulp en ondersteuning te bieden aan dak- en thuislozen. Dit actieplan sluit naadloos aan bij het Nationaal Actieplan Dakloosheid en richt zich op het realiseren van duurzame oplossingen voor iedereen die een stabiele woonplek nodig heeft. Als gemeente sluiten wij onze ogen niet voor de werkelijke aantallen dak- en thuislozen in onze regio, noch voor de gezamenlijke verantwoordelijkheid die wij dragen in de Westelijke Mijnstreek.

Wij zijn ons zeer bewust van de gevoeligheden rondom dit onderwerp en erkennen de urgentie ervan. Daarom zetten wij ons actief in om iedereen een veilig en waardig bestaan te bieden. Samen met onze partners werken wij aan duurzame oplossingen, variërend van preventie tot zorg en huisvesting. Wij willen alle betrokkenen hartelijk danken voor hun inzet en samenwerking. Samen maken we het verschil! Ivo Tillie, Wethouder Sittard-Geleen

1

Inhoudsopgave Voorwoord ........................................................................................................................................................................................................... 1 1.

Inleiding........................................................................................................................................................................................................ 3

2.

Visie en ambitie ............................................................................................................................................................................................ 4

3.

Cijfers ........................................................................................................................................................................................................... 5

4.

Dak- en thuisloosheid in perspectief ............................................................................................................................................................. 6

5.

Landelijk Actieplan Dakloosheid ................................................................................................................................................................... 7 Doelstelling 1: Versterken bestaanszekerheid .................................................................................................................................................. 8 Doelstelling 2: Preventie................................................................................................................................................................................... 9 Doelstelling 3: Wonen Eerst ........................................................................................................................................................................... 10 Doelstelling 4: Versterken uitvoeringspraktijk ................................................................................................................................................. 11 Doelstelling 5: Ervaringskennis benutten ........................................................................................................................................................ 12 Doelstelling 6: Aandacht voor bijzondere doelgroepen ................................................................................................................................... 13

6.

Thema’s en acties Westelijke Mijnstreek ..................................................................................................................................................... 15

7.

Financiën .................................................................................................................................................................................................... 18

Bijlage 1: Overzicht huidige situatie (blauw) en nieuwe acties (oranje) ............................................................................................................... 19 Bijlage 2: Overzicht acties Westelijke Mijnstreek ................................................................................................................................................ 20 Bijlage 3: Het versterken van bestaanszekerheid in de Westelijke Mijnstreek .................................................................................................... 23 Bijlage 4: Wat is ervaringsdeskundigheid? ......................................................................................................................................................... 24

2

1. Inleiding Definitiebepaling dak- en thuisloosheid Stel je voor: na een lange dag kom je thuis, gooit je tas in de hoek en ploft op de bank. Voor velen is dit vanzelfsprekend, maar wat als die veilige plek er niet is? Wat als je van adres naar adres zwerft, zonder zekerheid over morgen? Iedereen verdient een thuis. Dak- en thuisloosheid is meer dan het ontbreken van een dak boven het hoofd; het gaat ook om bestaanszekerheid, gezondheid en toekomstperspectief. De oplossing ligt niet alleen in opvang, maar in een samenleving waarin iedereen een stabiele plek heeft om te wonen en verder te bouwen. Dit actieplan zet de stappen om dat in de Westelijke Mijnstreek mogelijk te maken. Dit actieplan vertaalt de ambities van het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis naar concrete acties voor onze regio. We zetten in op vier pijlers: heldere communicatie naar inwoners, verbeterde communicatie naar professionals, een sterke uitvoeringspraktijk en gerichte aandacht voor specifieke doelgroepen. Door samen te werken, kennis te delen en obstakels weg te nemen, bouwen we stap voor stap aan een regio waarin iedereen een stabiele woonplek en toekomstperspectief heeft.

Dit actieplan is tot stand gekomen in samenwerking met maatschappelijke partners uit de Westelijke Mijnstreek, waaronder ZOwonen, Moveoo, Partners in Welzijn, LEVANTOgroep, Zuyderland, bie Zefke, het Leger des Heils, GGD Zuid-Limburg, Casa Mama Lisi, een ervaringswerker en collega’s van de gemeenten Beek, Stein en Sittard-Geleen. Zij hebben actief meegedacht over mogelijke oplossingen, die zijn vertaald naar de acties in dit plan.

Wat betekent het eigenlijk om dak- of thuisloos te zijn? Het lijkt een simpele vraag, maar het antwoord is minder eenduidig dan je misschien denkt. Officieel spreekt het CBS van daklozen wanneer iemand slaapt in de open lucht, in openbare ruimtes of in tijdelijke opvangvoorzieningen zoals noodopvang. Thuisloosheid is niet altijd zichtbaar. Het gaat hierbij om degenen zonder vaste verblijfplaats die tijdelijk bij vrienden of familie verblijven of in onconventionele woonruimtes wonen, zoals in een camper op een vakantiepark. Sommige definities maken een onderscheid: thuislozen hebben nog wel een plek om te overnachten, maar geen stabiele of duurzame woonplek. Daklozen daarentegen hebben helemaal geen vaste of tijdelijke huisvesting. Beide groepen missen de zekerheid van een eigen thuis, iets wat essentieel is voor een stabiel en zelfstandig leven. Vaak wordt dakloosheid gekoppeld aan andere problemen, zoals verslaving of mentale gezondheidskwesties. Maar dat beeld is niet altijd compleet. Door de krappe woningmarkt raken steeds meer mensen hun huis kwijt, ondanks dat ze een baan en een inkomen hebben. Deze groep, ook wel ‘economische daklozen’ genoemd, bestaat uit spoedzoekers die dringend op zoek zijn naar een betaalbare woonplek.

Het laat zien dat dak- en thuisloosheid iedereen kan overkomen; soms door pech, soms door omstandigheden, maar altijd met dezelfde behoefte: een plek om thuis te komen.

3

2. Visie en ambitie Op landelijk niveau heeft een brede coalitie een ambitieus plan van aanpak tegen dakloosheid vastgesteld, met als ultieme doel om dakloosheid in 2030 te beëindigen. De kern van deze aanpak rust op drie pijlers: preventie, het principe van ‘Wonen Eerst’ en het benutten van ervaringsdeskundigheid.

In zulke gevallen bieden we ruimte voor maatwerk, waarbij de menselijke maat centraal staat. Omdat niet alles vooraf in beleid te vangen is, moet er flexibiliteit zijn. Wanneer de situatie daarom vraagt, wijken we af van de vaste kaders om te kunnen handelen naar wat daadwerkelijk nodig is.

Dak- en thuisloosheid komt zelden voort uit één enkele oorzaak, zoals psychische problemen, verslaving of een licht verstandelijke beperking. Vaak ligt er een ingrijpend verlies aan ten grondslag: het wegvallen van werk, inkomen, een partner, een relatie of een sociaal vangnet. Dit vraagt om een andere manier van kijken naar onze inwoners die met deze problematiek worden geconfronteerd.

Iedereen verdient een plek om te wonen en de ondersteuning die nodig is om een zelfstandig bestaan op te bouwen. We geloven in een inclusieve samenleving waarin niemand op straat hoeft te leven. Daarom zetten we ons in om dak- en thuisloosheid te voorkomen en streven we ernaar dat mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt, snel passende zorg, begeleiding en huisvesting krijgen. Dit doen we niet alleen, maar samen met onze partners. Ons doel is helder: een veilige, stabiele en waardige woonomgeving creëren, waarin we binnen de mogelijkheden die er zijn toewerken naar structurele oplossingen en volwaardige deelname aan de samenleving.

Echte verandering begint bij luisteren, zonder oordeel en zonder aannames. Iedereen heeft zijn eigen verhaal, en achter veel hulpvragen schuilt een complexe werkelijkheid. Daarom draait ondersteuning niet alleen om directe hulp, maar vooral om duurzame oplossingen die écht verschil maken. Ervaringsdeskundigen spelen hierin een onmisbare rol. Zij weten als geen ander hoe het is om vast te lopen en weer op te krabbelen. Hun inzichten helpen ons om beter aan te sluiten bij wat iemand écht nodig heeft. Door uit te gaan van iemands eigen kracht en de steun uit hun omgeving, bouwen we samen aan een stabiele basis voor de toekomst. Er zijn situaties waarin standaardregels niet toereikend zijn. Bij crisissituaties of omstandigheden die als onrechtvaardig worden ervaren, is het van belang om niet alleen de regels te volgen, maar ook de achterliggende bedoeling in acht te nemen.

4

3. Cijfers In de nacht van 8 op 9 april 2024 werden in totaal 454 dak- en thuisloze personen geteld in de Westelijke Mijnstreek. Er zijn 366 dak- of thuisloze volwassenen en 88 minderjarige kinderen geteld. Dit betrof 5 alleenstaande kinderen en 83 kinderen die samen met hun ouder(s) in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid verbleven. In totaal voerden 55 organisaties in de Westelijke Mijnstreek een telling uit van het aantal dak- en thuislozen voor het ETHOSonderzoek1. Deze telling biedt inzicht in dak- en thuisloosheid in de Westelijke Mijnstreek waarbij gebruik is gemaakt van een nieuwe telmethode en een in Nederland nieuwe definitie: ETHOS-Light. Deze definitie richt zich op een daadwerkelijke telling van dak- en thuisloze personen. Hieronder presenteren we de belangrijkste cijfers.

Dak- en thuisloze personen per gemeente:

Belangrijkste conclusies op basis van de ETHOS-telling en gesprekken met de focusgroep2: •

Verblijfssituatie van dak- en thuisloze personen:

• • •

1

ETHOS-telling Westelijke Mijnstreek: ETHOS-telling dak- en thuisloosheid | Hogeschool Utrecht

De telling bevestigt het vermoeden dat er meer verborgen dakloosheid is in de regio dan bekend was. De meest zichtbare ondersteuning is ingericht op de kleinste groep: de dak- en thuislozen in de openbare ruimte. Er is een grote groep dak- en thuislozen in de regio die we nog niet (voldoende) bereiken met informatie en hulp. Dakloosheid proberen te voorkomen en op te lossen is de verantwoordelijkheid van ons allemaal. Elke organisatie heeft hierin een specifieke rol, waarbij samenwerking verder gaat dan alleen de gemeente en bekende partners. Betrokken partijen moeten meer verbinden om integrale samenwerking te verbeteren.

2

De focusgroep bestaat uit professionals uit de uitvoeringspraktijk, ervaringsdeskundigen en ketenpartners die direct betrokken zijn bij dak- en thuisloosheid in de Westelijke Mijnstreek.

5

4. Dak- en thuisloosheid in perspectief In de Westelijke Mijnstreek is het aantal dak- en thuislozen in verhouding tot de bevolking hoger dan het landelijke gemiddelde. Waar landelijk ongeveer één op de 539 inwoners dakloos is, ligt dit in de Westelijke Mijnstreek rond één op de 2943. Dit zou betekenen dat dakloosheid in deze regio bijna twee keer zo vaak voorkomt als gemiddeld in Nederland. Dit wil echter niet zeggen dat de Westelijke Mijnstreek de hoogste dakloosheidsratio van het land heeft; in grote steden en andere regio’s met veel opvangvoorzieningen kan het percentage hoger liggen. Toch laten deze cijfers zien dat dakloosheid in de Westelijke Mijnstreek een significant probleem is dat gerichte aandacht vereist. Hoewel de vergelijking tussen de dakloosheidscijfers in de Westelijke Mijnstreek en het landelijke gemiddelde een duidelijk contrast laat zien, is het belangrijk om te benadrukken dat deze vergelijking niet volledig gelijkwaardig is. De landelijke cijfers zijn gebaseerd op de definities van het CBS, die slechts drie categorieën van de ETHOS-telling omvatten: daklozen in de noodopvang, openbare ruimte en maatschappelijke opvang. De Westelijke Mijnstreek heeft meegedaan aan de ETHOS-telling, waardoor ook andere vormen van dakloosheid, zoals verborgen dakloosheid en tijdelijke opvang bij vrienden of familie, worden meegenomen in de cijfers.

3

Dakloosheid in de Westelijke Mijnstreek treft ongeveer één op de 294 inwoners, maar deze telling is een momentopname; de werkelijke situatie kan variëren doordat sommige mensen inmiddels weer een woonplek hebben

Wat opvalt, is dat dakloosheid in deze regio een ander profiel heeft dan in de rest van Nederland. Landelijk zijn de meeste daklozen mannen tussen de 18 en 65 jaar, waarbij verslaving en psychische problemen vaak een rol spelen. In de Westelijke Mijnstreek is er juist een relatief grote groep jongeren en gezinnen die dakloos zijn, en minder dan een kwart van de mensen in deze situatie heeft een verslavingsverleden. Dit suggereert dat dakloosheid hier vaker te maken heeft met sociaaleconomische factoren, zoals financiële problemen en een tekort aan betaalbare woningen, in plaats van zware zorgproblematiek. Daarnaast laat de ETHOS-telling zien dat veel dak- en thuislozen in deze regio onzichtbaar blijven. Ze slapen niet per se op straat, maar verblijven tijdelijk bij vrienden, familie of in noodopvang. Dit maakt het moeilijker om hen in beeld te krijgen en passende hulp te bieden. De Westelijke Mijnstreek staat hiermee voor een dubbele uitdaging. Enerzijds sluit de regionale situatie aan bij de landelijke trend van toenemende jeugdige dakloosheid, anderzijds vraagt de specifieke aard van het probleem – waarbij verborgen dakloosheid en een gebrek aan betaalbare woonruimte een grote rol spelen – om een gerichte aanpak. Dit betekent dat preventie, vroegsignalering en huisvesting op maat cruciaal zijn om te voorkomen dat deze jongeren langdurig dakloos blijven.

gevonden, terwijl anderen mogelijk nog niet in beeld zijn bij hulpinstanties of in verborgen dakloosheid verkeren.

6

5. Landelijk Actieplan Dakloosheid In december 2022 is het Nationaal Actieplan Dakloosheid4: Eerst een Thuis vastgesteld, als vervolg op de eerdere aanpak Een (t)huis, een toekomst. Dit plan benadrukt het belang van een structurele verandering in de aanpak van dakloosheid. In plaats van maatschappelijke opvang, vormt een vaste woonplek de basis van elk hulpverleningstraject. De zes leidende principes van het Nationaal Actieplan Dakloosheid 2023-2030 zijn:

Voor het Actieplan Dakloosheid 2023-2030 zijn zes belangrijke doelstellingen geformuleerd, de zogenaamde actielijnen. Deze zijn gebaseerd op de leidende principes en de waardevolle input van diverse partners en betrokkenen. • • • • • •

Versterken van financiële bestaanszekerheid: Zorgen voor een stabiel inkomen en het voorkomen van financiële problemen. Voorkomen van dakloosheid: Tijdig signaleren en ingrijpen om te voorkomen dat mensen op straat belanden. Wonen Eerst: Huisvesting als startpunt, met begeleiding op maat waar nodig. Versterken van de uitvoeringspraktijk: Snellere en beter afgestemde hulp door samenwerking tussen betrokken partijen. Inzet van ervaringskennis: Ervaringsdeskundigen betrekken bij beleid en hulpverlening. Aandacht voor specifieke doelgroepen: Extra ondersteuning voor groepen met specifieke kwetsbaarheden.

Verderop in dit actieplan wordt dieper ingegaan op de zes doelstellingen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Per doelstelling wordt toegelicht hoe deze in de regio Westelijke Mijnstreek wordt uitgevoerd.

4

Voor meer informatie: Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

7

Doelstelling 1: Versterken bestaanszekerheid Een stabiel inkomen en voldoende financiële zekerheid zijn essentieel om dakloosheid te proberen te voorkomen. Dit betekent onder andere het verbeteren van schuldhulpverlening, het tegengaan van armoede en het bieden van inkomensondersteuning voor mensen in een kwetsbare positie. Doelstelling: Iedereen beschikt over voldoende inkomsten voor een stabiele woonsituatie. Bestaanszekerheid Een plotselinge tegenslag, zoals het verlies van een baan of een scheiding, kan iemands financiële situatie in korte tijd drastisch veranderen. Zonder voldoende inkomen om de huur en andere vaste lasten te betalen, stapelen de schulden zich snel op. De zoektocht naar hulp wordt bemoeilijkt door ingewikkelde toeslagenregelingen en een onzekere arbeidsmarkt, waardoor mensen vastlopen in bureaucratie en financiële stress. Zonder een stabiel vangnet wordt het risico op huisuitzetting steeds groter, en eenmaal dakloos is het veel moeilijker om weer een stabiel bestaan op te bouwen. Financiële bestaanszekerheid is daarom onmisbaar in de strijd tegen dakloosheid en vormt een fundamentele voorwaarde om te voorkomen dat mensen hun woning verliezen. Een voorspelbaar en toereikend inkomen is essentieel voor bestaanszekerheid.

Dak- en thuisloze mensen voorzien op verschillende manieren in hun inkomen: sommigen werken, anderen ontvangen een uitkering via het UWV of vallen terug op de Participatiewet. Gemeente Sittard-Geleen voert de uitvoering van de Participatiewet uit voor de Westelijke Mijnstreek, ondergebracht bij Vidar. In bijlage 3: Inkomstenondersteuning en participatie op maat, leest u hoe Vidar inzet op maatwerk en ondersteuning, met aandacht voor bestaanszekerheid en participatie.

Vroegsignalering schulden Sinds 1 januari 2021 zijn gemeenten wettelijk verplicht om vroegsignalering toe te passen door een wijziging in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit betekent dat verhuurders, energie- en waterbedrijven en zorgverzekeraars betalingsachterstanden van inwoners moeten melden bij de gemeente. Op deze manier kan de gemeente tijdig ondersteuning bieden om te voorkomen dat financiële problemen verder uit de hand lopen. De gemeenten Sittard-Geleen, Beek en Stein voeren vroegsignalering afzonderlijk uit binnen hun eigen gemeente, waarbij hun werkwijze aansluit op de landelijke aanpak vroegsignalering. Wanneer een betalingsachterstand wordt gemeld, ontvangt de gemeente een melding via het Registratiesysteem Integrale Schulddienstverlening (R.I.S.). Dit is het eerste signaal dat iemand mogelijk in financiële problemen zit. Afhankelijk van de ernst van de situatie – zoals de hoogte van de schuld en het aantal eerdere meldingen – onderneemt de gemeente actie. Dit kan variëren van een brief of e-mail tot een persoonlijk telefoontje of een huisbezoek. Het doel is om op tijd hulp aan te bieden voordat de problemen verergeren. Wanneer iemand de geboden ondersteuning accepteert, wordt de reguliere procedure gestart en krijgt diegene begeleiding op maat om de financiële situatie weer op orde te krijgen.

8

Doelstelling 2: Preventie Dakloosheid kan in veel gevallen worden voorkomen door tijdig in te grijpen bij dreigende huisuitzettingen of een opstapeling van problemen. Een integrale preventieve aanpak richt zich op sociale inclusie, met aandacht voor wonen, inkomen, zorg en de sociale basis. Dakloosheid wordt gezien als een maatschappelijk probleem dat iedereen kan raken. Doelstelling: Dakloosheid wordt voorkomen. Binnen de Westelijke Mijnstreek wordt er zowel voorliggende hulp en begeleiding geboden als geïndiceerde begeleiding. Er wordt op verschillende manieren preventief samengewerkt door en met maatschappelijke partners. Een groot deel van het preventieve aanbod is bedoeld voor alle inwoners. In de volgende secties worden de belangrijkste punten op hoofdlijnen beschreven, die direct verband houden met dak- en thuisloosheid. Onafhankelijke cliëntondersteuning Bie Zefke is een gastvrij inloophuis dat speciaal is opgericht om dak- en thuislozen te ondersteunen. Bie Zefke is een burgerinitiatief dat 365 dagen per jaar is geopend. Naast een warme maaltijd fungeert bie Zefke ook als vindplaats voor maatschappelijke instanties in de regio. Er wordt begeleiding geboden aan de gasten, maar ook ondersteuning geboden aan hulpverleners in situaties waarin het contact moeizaam verloopt.

Op deze manier blijft iemand toch in beeld wanneer het contact met de hulpverleningsinstanties verdwijnt of wordt vermeden. Bemoeizorg is een integraal onderdeel van het zorglandschap in de Westelijke Mijnstreek en speelt een cruciale rol in het preventief aanpakken van dak- en thuisloosheid. Door vroegtijdige en actieve begeleiding worden kwetsbare individuen ondersteund, waardoor

de escalatie van problemen wordt voorkomen en dakloosheid in een vroeg stadium kan worden tegengegaan. Sinds oktober 2024 zijn veldwerkers actief in de Westelijke Mijnstreek. Omdat dakloze inwoners zich veel verplaatsen, is het vaak lastig hen te bereiken. Veldwerkers bezoeken proactief locaties (‘hotspots’) en reageren op meldingen van inwoners om met hen in contact te komen. Dit veldwerk wordt ingezet in de hele Westelijke Mijnstreek en vindt plaats in nauwe samenwerking met maatschappelijke partners zoals bemoeizorg, zodat de activiteiten goed op elkaar aansluiten. Zorg Iedereen die in Nederland woont, moet verzekerd zijn tegen ziektekosten en heeft recht op zorg. Het komt geregeld voor dat dak- en thuislozen geen zorgverzekering hebben. Daarom is er in Zuid-Limburg een overeenkomst met VGZ gesloten om hen te verzekeren via de Parkpolis, totdat zij hun financiën zelf kunnen beheren. Sittard-Geleen treedt op als contractant namens de 16 gemeenten. Aanmelding verloopt uitsluitend via hulpverlenende instanties. Voorkomen uithuiszetting De vier woningcorporaties in de Westelijke Mijnstreek hebben samen met coördinerend gemeente Sittard-Geleen een convenant ondertekend. ZOwonen, Wonen Limburg, Zaam Wonen, Woonpunt en de gemeente spreken hierin af gezamenlijk op te treden om uithuiszettingen door oplopende huurachterstanden te voorkomen.

Anti-stigma campagne In de regio wordt, in samenwerking met maatschappelijke partners ZOwonen, Moveoo en de coördinerende gemeente Sittard-Geleen, een anti-stigma campagne opgezet over dak- en thuisloosheid. Ervaringsdeskundigen spelen hierbij een centrale rol door bewustwording te vergroten en vooroordelen te doorbreken.

9

Doelstelling 3: Wonen Eerst In plaats van opvang als tussenstap, krijgen dakloze mensen direct een eigen woning, met begeleiding waar nodig. Dit uitgangspunt, gebaseerd op succesvolle internationale modellen, helpt om dakloosheid structureel terug te dringen en stabiliteit te bieden voor verdere ontwikkeling. Doelstelling: Iedereen heeft een stabiele woonplek of toegang tot een passende oplossing. Woningopgave De Westelijke Mijnstreek kent een unieke dynamiek binnen de landelijke woningmarkt. Terwijl stedelijke gebieden in Nederland kampen met woningtekorten en oplopende prijzen in de koop- en vrije huursector, heeft deze regio te maken met bevolkingskrimp en vergrijzing, vooral in oudere wijken en kleinere kernen leidt dit tot leegstand. Waar in grote delen van Nederland de focus ligt op nieuwbouw, richt de Westelijke Mijnstreek zich naast nieuwbouw met name ook op transformatie, herstructurering, verduurzaming en het aanpassen van bestaande woningen aan de veranderende demografie. Dit is essentieel om ongewenste achteruitgang van woonwijken tegen te gaan en de regio aantrekkelijk en leefbaar te houden. In Sittard-Geleen is schaarste in het betaalbare koopsegment van woningen tot €245.000. Verder is de gemiddelde zoektijd op sociale huurwoningmarkt 15 maanden.

Verschillen in inschrijfduur zorgen ervoor dat de wachttijd voor een woning per individu korter of langer kan uitvallen.

samenwerking met de woningcorporaties en andere ketenpartners, zodat effectief kan worden gehandeld wanneer een inwoner in de knel komt. Want zonder een stabiele woonplek is het bestrijden van dak- en thuisloosheid een onmogelijke opgave. Housing Housing is het centrale toegangsloket voor mensen die duurzame huisvesting zoeken in combinatie met een begeleidingsnoodzaak. Afhankelijk van de behoefte varieert de ondersteuning van lichte begeleiding tot intensieve hulp. Het doel is om stabiliteit te bieden en de zelfredzaamheid van bewoners te vergroten. Housing biedt de volgende trajecten aan: • Housing: Begeleiding bij het vinden en behouden van een woning, met voorwaarden zoals het aanvaarden van hulpverlening. • Housing Plus: Intensievere begeleiding voor mensen met complexere problemen. • Housing First: Directe huisvesting met begeleiding op maat. • Housing Justitieel: Woning en begeleiding voor exgedetineerden om dakloosheid en terugval te voorkomen. Jaarlijks worden afspraken gemaakt voor het aantal trajecten. Voor het jaar 2025 zijn 155 trajecten in de Westelijke Mijnstreek gesubsidieerd.

Voor de aanpak van dak-en thuisloosheid is het naast het opstellen van dit actieplan van belang, dat gemeente zich blijft inzetten voor de volkshuisvestelijke opgave. Het streven is de juiste woning voor iedere inwoner. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen zetten we ons daarom in voor voldoende en passende woonruimte, ook voor kwetsbare inwoners. Daarnaast ligt de focus in de regio op

10

Doelstelling 4: Versterken uitvoeringspraktijk De aanpak van dakloosheid vereist goede samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties en hulpverleners. Door bureaucratische belemmeringen te verminderen en sneller maatwerk te leveren, kan hulp efficiënter en effectiever worden ingezet.. Doelstelling: Hulp wordt snel, integraal en mensgericht geboden. De basis in de Westelijke Mijnstreek is gelegd. De maatschappelijke partners zetten zich elke dag in om inwoners met (opkomende) problemen op verschillende leefgebieden te ondersteunen. Er worden jaarlijks prestatieafspraken met woningbouwcoöperaties gemaakt om te zorgen voor voldoende geschikte huisvesting voor alle inwoners, inclusief kwetsbare groepen. Onderstaand worden de belangrijkste punten op hoofdlijnen beschreven, die direct verband houden met dak- en thuisloosheid. Briefadressen Sinds 1 januari 2022 is een gemeente verplicht een briefadres toe te kennen aan iemand die in de gemeente verblijft maar geen vast woonadres heeft. Dit is vastgelegd in de Wet Basisregistratie Personen (BRP). In de coördinerende gemeente Sittard-Geleen wordt een triage toegepast voor briefadressen. Verschillende professionals beoordelen gezamenlijk of het toekennen van een briefadres noodzakelijk is. Er bestaat een directe koppeling met de afdeling voor uitkeringsaanvragen.

Na toekenning van een briefadres blijft het contact met de inwoner behouden. Tijdens de momenten waarop post wordt opgehaald, is een ambtenaar aanwezig om vragen te beantwoorden en als eerste aanspreekpunt te fungeren. 5

Deze aanpak is wezenlijk anders dan hoe dit in andere gemeenten wordt vormgegeven. De ambitie is om de samenwerking met de gemeenten Beek en Stein te versterken. Netwerkstructuur en AVE-Model De netwerkstructuur5 in Sittard-Geleen is ingericht om samenwerking en regie binnen het sociale en veiligheidsdomein te optimaliseren. Gebiedsteams, het regieteam en het Zorg- en Veiligheidshuis werken integraal samen om hulpvragen effectief te coördineren en escalatie te voorkomen. Door deze gestructureerde aanpak wordt passende ondersteuning geboden en indien nodig overlast aangepakt, afgestemd op de complexiteit van de casus. Het AVE-model (Aanpak Veiligheid en Er zorg) is ontwikkeld om mensen met complexe problemen effectief te helpen door samenwerking tussen zorg, veiligheid en sociaal beleid. Onderzocht wordt hoe het AVE-model in Zuid-Limburg kan worden geïmplementeerd. Doorbraakmethode De Doorbraakmethode is een methodische aanpak om mensen met complexe en vastgelopen problemen duurzaam te helpen. Door samenwerking tussen instanties, maatwerkoplossingen en het doorbreken van bureaucratische barrières wordt een vastgelopen situatie doorbroken. De methode stelt het perspectief van de inwoner centraal en moedigt professionals aan om flexibel en oplossingsgericht, maar wel gelegitimeerd, maatwerk te leveren. In 2024 is de pilot “Op de rit” gestart voor 25 gezinnen met geldzorgen.

De pilot biedt perspectief op een onafhankelijke toekomst zonder (geld)stress waarbij het mogelijk is om de methodiek van de Doorbraakmethode toe te passen.

Netwerkstructuur in Sittard-Geleen Netwerkstructuur

11

Begin 2025 is het doorbraakteam gestart en vanaf medio 2025 wordt de aanmeldmogelijkheid uitgebreid naar álle inwoners van de gemeente. Ook belangrijk is de verbinding met transformatieplannen vanuit het Integraal Zorg Akkoord (IZA). Het IZA richt zich op het verbinden van het medische en sociale domein met o.a. de PlusWIJken aanpak waar extra investeringen worden gedaan om gezondheidsachterstanden terug te dringen. De PlusWIJken kennen vier pijlers: Kernteam Ouderen, Pluspraktijken, Welzijn op Recept en het Sociaal Hospitaal. Het Sociaal Hospitaal is de Doorbraakmethode, waarbij huisartsen en ziekenhuizen cliënten kunnen doorverwijzen die mogelijk in aanmerking komen voor de Doorbraakmethode. In de gemeente Sittard-Geleen worden twee PlusWIJken uitgerold en wordt begin 2026 de aanmeldmogelijkheid opengesteld voor ziekenhuizen en huisartsen. Skaeve Huse Als gemeenten willen we dat er voor iedereen een menswaardig thuis is. Voor een aantal zeer kwetsbare mensen die voor veel overlast en onveiligheid zorgen en vaak gepaard gaat met uiteindelijk dakloosheid, wordt gekeken naar een passend woon-, zorg- en ondersteuningsaanbod. Dit heet Skaeve Huse: zelfstandige eenpersoons woonunits die in kleine groepjes worden geplaatst. Het doel is te komen tot een acceptabele, beheersbare en stabiele situatie voor de mensen zelf en voor de omgeving.

De voorbereidingen rondom de realisatie voor Skaeve Huse in SittardGeleen lopen al en worden voortgezet.

Doelstelling 5: Ervaringskennis benutten De inzet van ervaringskennis bij beleidsontwikkeling en uitvoering verbetert beleid, dienstverlening en vertrouwen tussen overheid en burger. Doelstelling: Ervaringskennis wordt structureel ingezet op alle niveaus. Naast beroepsmatige kennis is ervaringsdeskundigheid6 een essentiële bron van inzicht bij het opbouwen van vertrouwen en het bieden van passende ondersteuning. Ervaringsdeskundigen begrijpen de leefwereld van inwoners en de impact van wet- en regelgeving op hun dagelijks leven. Het delen van verhalen alleen is niet genoeg; hun kennis moet actief worden ingezet bij het vormgeven van dienstverlening. Uitgangspunten: •

Ervaringsdeskundigheid wordt geïntegreerd naast de betrokkenheid van de bestaande adviesorganen. Ook blijven we gebruik maken van de ervaringen en inzichten die netwerkpartners in contact met inwoners opdoen.

•

Gemeentelijke teams en netwerkpartners werken nauw samen en benutten hun directe contact met inwoners voor waardevolle ervaringskennis.

•

Ook interne collega’s met eigen ervaringen worden erkend als belangrijke bron van kennis.

Door deze aanpak versterken we de verbinding met inwoners en verbeteren we de kwaliteit van dienstverlening.

6

Zie bijlage 4: Wat is ervaringsdeskundigheid? voor een toelichting op het verschil tussen ervaring, ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid. In dit actieplan wordt ervaringsdeskundigheid als overkoepelende term gehanteerd.

12

Bij de uitvoering van dit actieplan is het essentieel om ervaringskennis en -kunde te betrekken. Zo voorkomen we dat belangrijke inzichten over het hoofd worden gezien en dat de problematiek niet uitsluitend vanuit een beleidsmatig perspectief wordt benaderd. Alleen iemand die zelf dak- of thuisloos is geweest, heeft uit eigen ervaring inzicht in de daadwerkelijke knelpunten in de praktijk. Het integreren van ervaringsdeskundigheid naast beroepsmatige expertise draagt bij aan een evenwichtige en doelmatige aanpak. Door samenwerking ontstaat een sterk fundament voor persoonsgerichte en toegankelijke ondersteuning. Ervaringsdeskundigen leveren waardevolle inzichten op basis van zowel individuele als collectieve ervaring, wat in combinatie met beroepsmatige kennis bijdraagt aan een effectieve en efficiënte ontwikkeling van oplossingen voor dak- en thuisloosheid. In de Westelijke Mijnstreek passen diverse partners ervaringskennis en -deskundigheid toe binnen de uitvoering van het sociaal domein. Binnen de coördinerende gemeente Sittard-Geleen loopt op dit moment een pilot ‘inzet ervaringsdeskundigheid naast professionele deskundigheid’ binnen het projectplan Samen kundig. Deze pilot dient als basis voor de structurele verankering van ervaringsdeskundigheid binnen de gemeente.

Hoewel ervaringskennis binnen de dienstverlening al wordt toegepast, blijven uitdagingen en dilemma’s bestaan bij de inzet ervan in de beleidscyclus. Een doordachte aanpak is noodzakelijk. Daarom is de verdere integratie van ervaringskennis als actiepunt opgenomen in het actieplan.

Doelstelling 6: Aandacht voor bijzondere doelgroepen Extra kwetsbare groepen zoals jongeren, LHBTI+ en EU-burgers krijgen maatwerk waar de standaardaanpak tekortschiet. Doelstelling: Specifieke doelgroepen worden effectief geholpen met aanvullende acties. Jongeren Uit de ETHOS-telling blijkt dat jongeren een aanzienlijk deel uitmaken van de getelde dak- en thuislozen in de Westelijke Mijnstreek. Gezien hun levensfase is het essentieel om aandacht te blijven besteden aan hun specifieke behoeften. Dit omvat onder andere een soepele overgang van minderjarigheid naar volwassenheid en een nauwe samenwerking met het onderwijs om vroegtijdige signalen op te vangen en terugkeer na schooluitval te bevorderen. Voor jongeren tussen de 16 en 27 jaar in de gemeenten SittardGeleen, Stein en Beek is het Jongerenpunt beschikbaar als laagdrempelige voorziening. Dit initiatief biedt kosteloze ondersteuning door gemeentemedewerkers aan jongeren die vragen of problemen ervaren op verschillende leefgebieden, zoals werk, onderwijs, wonen of welzijn. Het doel is om hen tijdig te helpen en passende begeleiding te bieden, zodat zij beter in staat zijn om hun situatie te stabiliseren en hun toekomstperspectief te verbeteren. Jongeren in de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek kunnen een aanvraag voor een bijstandsuitkering uitsluitend indienen via het Jongerenpunt.

Jongerenwerk Jong046 The Place fungeert als het centrale punt van Jong046 in de Westelijke Mijnstreek. Dit is een clubhuis aan de markt in Geleen. Jongeren mogen hier altijd binnenlopen. Vanuit deze locatie worden alle jongerenactiviteiten georganiseerd en dient het tevens als inloophuis voor zowel partners als jongeren.

13

Woonvoorzieningen jongeren In de Westelijke Mijnstreek zijn meerdere woonvoorzieningen voor jongeren opgezet door maatschappelijke partners in samenwerking met de gemeenten. Deze bieden begeleiding naar zelfstandigheid of voorzien in woonruimte. Gezinnen Binnen de maatschappelijke opvang zijn specifieke voorzieningen beschikbaar voor zowel gezinnen als jongeren. Deze gerichte opvangplekken bieden niet alleen onderdak, maar ook begeleiding op maat, afgestemd op de specifieke behoeften van deze doelgroepen. Het doel is om hen te ondersteunen bij het stabiliseren van hun situatie en het bevorderen van een duurzame uitstroom naar zelfstandige huisvesting.

EU-burgers Om kwetsbare dakloze EU-burgers beter te ondersteunen, zijn landelijk pilots opgezet voor kortdurende opvang. Deze aanpak is onderdeel van het Plan van Aanpak Kwetsbare Dakloze EUburgers8 en begon in de grote steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Later sloten ook Eindhoven en Venlo zich aan. Door deze pilots wordt onderzocht hoe passende opvang en begeleiding het beste vormgegeven kunnen worden, zodat deze groep sneller de juiste hulp krijgt. De Westelijke Mijnstreek gaat onderzoeken in welke hoeveelheid deze doelgroep in beeld is en welke vervolgstappen er nodig zijn ter ondersteuning van deze groep.

LHBTI+ Onderzoek van Movisie7 toont aan dat hulpverlening nog niet altijd oog heeft voor gender- en seksuele diversiteit en dat professionals handelingsverlegenheid ervaren. Binnen de Westelijke Mijnstreek komt deze groep niet tot nauwelijks terug uit de ETHOS-telling. Binnen de maatschappelijke opvang worden momenteel geen bijzondere problemen met of voor deze groep waargenomen. Echter blijft het de vraag of er daadwerkelijk weinig problematiek rond deze doelgroep speelt of dat de problematiek niet of onvoldoende gezien wordt. Gemeente Sittard-Geleen is sinds de eerste intentieverklaring in 2010 een regenbooggemeente. Wij nemen deze groep uit voorzorg mee in de acties van dit actieplan.

7

Movisie (2020): Driedubbel-kwetsbaar-LHBTI-dak-en-thuisloze-jongeren.pdf

8

Rijksoverheid: Plan van Aanpak kwetsbare dakloze EU burgers

14

6. Thema’s en acties Westelijke Mijnstreek Op basis van de zes doelstellingen uit het Nationaal Actieplan zijn vier thema’s vastgesteld waarin deze acties samenkomen: communicatie naar inwoners, communicatie naar professionals, het versterken van de uitvoeringspraktijk en aandacht voor specifieke doelgroepen. Deze thematische aanpak draagt bij aan een effectieve uitvoering en een versterking van de regionale ondersteuning. In de Westelijke Mijnstreek wordt al veel gedaan om dak- en thuisloosheid te voorkomen en op te lossen, maar er blijven nog steeds inwoners die in deze situatie verkeren. Het doel is om verder te bouwen aan de sterke basis die er al is. Er is echter veel te winnen op het gebied van communicatie. Op dit moment is het voor zowel inwoners als professionals niet altijd duidelijk wat er al gedaan wordt en waar ze terecht kunnen. Daarom ligt de focus op het verbeteren van de communicatie voor beide groepen, waarbij elke groep zijn eigen uitdagingen kent. Naast het beter vindbaar maken van bestaande initiatieven, moeten er ook nieuwe acties worden onderzocht en uitgevoerd. Deze acties richten zich op het versterken van de uitvoeringspraktijk en het ondersteunen van specifieke doelgroepen, met als uitgangspunt de uitdagingen die we in de regio tegenkomen.

Thema 1: communicatie naar inwoners Inwoners die te maken krijgen met (dreigende) dak- en thuisloosheid moeten snel en eenvoudig de juiste informatie kunnen vinden. Heldere en toegankelijke communicatie helpt hen bij het nemen van de volgende stap. Of dat nu het aanvragen van ondersteuning is of het vinden van een woonplek. Het doel is om inwoners te stimuleren zelf stappen te zetten en, waar nodig, passende hulp te vinden.

hebben met (dreigende) dak- en thuisloosheid. Vanuit een proactieve benadering zoeken we outreachend contact om samen met de betrokkene een eerste plan op te stellen dat aansluit bij hun behoeften en mogelijkheden.

Actie 2: We verbeteren de informatievoorziening over het beschikbare aanbod voor inwoners die te maken hebben met (dreigende) dakloosheid en zelf een oplossing willen vinden. Dit doen we door helder, toegankelijk en overzichtelijk inzicht te bieden in de beschikbare ondersteuning en mogelijkheden.

Actie 3: We ontwikkelen een gerichte informatievoorziening speciaal voor jongeren, zodat zij op een toegankelijke en begrijpelijke manier inzicht krijgen in de beschikbare hulp en ondersteuning bij (dreigende) dakloosheid. Deze actie sluit aan bij het thema ‘specifieke doelgroepen’ en overlapt hiermee deels, doordat jongeren een aparte benadering en gerichte informatie nodig hebben binnen de bredere aanpak.

Actie 4: We ontwikkelen een toegespitste informatievoorziening voor anderstaligen, zodat zij op een toegankelijke en begrijpelijke manier inzicht krijgen in het beschikbare hulpaanbod bij (dreigende) dakloosheid. Hierbij houden we rekening met taal en specifieke behoeften. Deze actie sluit aan bij het thema ‘specifieke doelgroepen’ en overlapt hiermee deels, doordat culturele doelgroepen een aparte benadering en gerichte informatie nodig hebben binnen de bredere aanpak.

Actie 1: We richten een centraal toegangsloket in als eerste aanspreekpunt binnen de gemeente voor mensen die te maken

15

Thema 2: communicatie naar professionals Professionals spelen een cruciale rol in het signaleren en aanpakken van dak- en thuisloosheid. Goede communicatie zorgt ervoor dat zij op de hoogte zijn van actuele ontwikkelingen, beschikbare voorzieningen en de juiste handelingsmogelijkheden. Door kennis en ervaringen uit te wisselen binnen een sterk netwerk ontstaat een beter afgestemde en efficiëntere aanpak. Heldere richtlijnen, gezamenlijke overlegmomenten en toegankelijke informatiebronnen helpen professionals om hun werk effectiever uit te voeren. Zo wordt samenwerking versterkt en kunnen inwoners sneller en beter worden geholpen. Actie 5: We brengen in kaart welke partijen momenteel betrokken zijn bij het voorkomen en oplossen van dak- en thuisloosheid en wat hun specifieke rol is. Deze informatie maken we overzichtelijk en gemakkelijk vindbaar zodat iedereen snel inzicht krijgt in het beschikbare aanbod en de verantwoordelijke organisaties. Actie 6: We ontwikkelen een duidelijk profiel voor aandachtsfunctionarissen die zich bezighouden met dak- en thuisloosheid en zetten dit uit binnen relevante organisaties. Hiermee zorgen we voor herkenning van de rol, heldere taakverdeling en een eenduidige aanpak binnen de samenwerking.

Thema 3: Versterken van de uitvoeringspraktijk Een effectieve aanpak van dak- en thuisloosheid vereist een goed georganiseerde uitvoeringspraktijk waarin snelheid, maatwerk en samenwerking centraal staan. Dit betekent dat professionals in staat moeten zijn om snel en integraal ondersteuning te bieden, zonder bureaucratische drempels. Regie op alle leefgebieden – zoals huisvesting, zorg, financiën en sociale ondersteuning – is

hierbij essentieel. Daarnaast is een nauwe samenwerking tussen gemeenten, zorginstellingen, woningcorporaties en andere betrokken partijen noodzakelijk om oplossingen te versnellen en maatwerk te bieden waar nodig. Door deze integrale aanpak wordt de basis op orde gebracht, waardoor mensen sneller kunnen herstellen en een stabiele woonsituatie kunnen bereiken. Actie 7: We vereenvoudigen de aanvraagprocedure voor een bijstandsuitkering, zodat deze toegankelijker en gebruiksvriendelijker wordt. Actie 8: We maken afspraken met woningcorporaties om de urgentieregeling uit te breiden voor mensen die te maken hebben met dreigende dakloosheid. Dit moet ervoor zorgen dat zij sneller in aanmerking komen voor passende huisvesting en zo dakloosheid wordt voorkomen. Actie 9: We versterken de werkwijze rondom briefadressen door een directe samenwerking met gemeente Beek en Stein op te zoeken, mogelijk binnen de bestaande triage van Sittard-Geleen, om een eenduidige en efficiënte aanpak te realiseren. Ook stemmen deze af met andere Zuid-Limburgse gemeenten om ‘van het kastje naar de muur’ situaties te voorkomen. Actie 10: We onderzoeken of we de bestaande vroegsignalering beter kunnen afstemmen op dak- en thuisloosheid, zodat signalen sneller worden herkend en opgevolgd.

Hierbij onderzoeken we de mogelijkheden om de particuliere verhuursector actief te betrekken, zodat we breder en effectiever kunnen inspelen op risico’s en preventieve maatregelen kunnen versterken.

16

Actie 11: We onderzoeken op welke manieren ervaringsdeskundigheid en ervaringskennis effectief kan worden ingezet. We streven ernaar dat ervaringsdeskundigheid structureel wordt meegenomen in de ontwikkeling van zowel nieuwe als bestaande initiatieven. Door de inzichten en ervaringen van mensen met dak- en thuisloosheid te benutten, vergroten we de effectiviteit en aansluiting van onze aanpak bij de daadwerkelijke behoeften. Thema 4: Aandacht voor specifieke doelgroepen Sommige groepen binnen de dak- en thuisloze populatie hebben specifieke behoeften en uitdagingen die een gerichte aanpak vereisen. Door maatwerk te bieden en drempels tot hulp te verlagen, wordt gezorgd voor betere toegang tot passende ondersteuning en huisvesting.

Actie 15: We onderzoeken of in de Westelijke Mijnstreek een Oranjehuis een onderdeel wordt van het zorgaanbod. Dit is een opvangvoorziening voor vrouwen met kinderen. En welke rol dit kan spelen in de regionale hulpverlening. Actie 16: We brengen de ondersteuningsbehoefte van EUburgers en niet-rechthebbenden in onze regio in kaart. Daarbij bepalen we op welke manier we ondersteuning bieden aan deze doelgroep.

Actie 12: We onderzoeken of er behoefte is aan uitbreiding van jongerenopvang en specifieke woonlocaties voor jongeren, zodat de ondersteuning beter aansluiten bij de vraag en behoeften van deze doelgroep. Actie 13: We zorgen ervoor dat professionals extra aandacht besteden aan het signaleren van problemen in de LHBTI+ gemeenschap. Met als doel dat problematiek sneller wordt opgemerkt en deze minder vaak achter gesloten deuren verdwijnt. Zo neemt de kans op dak- en thuisloosheid af. Actie 14: We onderzoeken de mogelijkheden voor vroegsignalering op scholen, geïnspireerd door het Geelong Project, om risico’s op dak- en thuisloosheid bij jongeren tijdig te herkennen en aan te pakken.

17

7. Financiën Gemeenten ontvangen structurele middelen om dak- en thuisloosheid aan te pakken en te voorkomen. De decentralisatieuitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO) wordt uitgekeerd aan centrumgemeenten. Voor de Westelijke Mijnstreek ontvangt SittardGeleen, via centrumgemeente Maastricht, een vast percentage van deze middelen om de wettelijke taak uit te voeren. Daarnaast stelt het Rijk structureel extra middelen beschikbaar voor acties uit dit actieplan op basis van het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Jaarlijks bedraagt de structurele financiering €2.778.663,-, hoewel dit bedrag kan variëren door wijzigingen in de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang uit de circulaires van het Rijk. Bovendien is een bedrag van €450.000,- aan incidentele middelen gereserveerd. Voor de uitwerking van structurele acties wordt eerst bekeken in hoeverre deze passen binnen het bestaand beschikbare budget. Het structurele budget wordt al ingezet ten behoeve van bestaande acties en activiteiten zoals in het plan beschreven. Diverse acties sluiten aan bij bestaande initiatieven, waardoor verwacht wordt dat weinig extra middelen nodig zijn voor de uitvoering. Aangezien een aantal acties momenteel nog in de onderzoeksfase verkeren, is het onduidelijk of ze binnen de beschikbare incidentele middelen gerealiseerd kunnen worden.

Na afronding van de onderzoeksfase wordt een nieuwe begroting opgesteld. Samen met lokale en regionale partners worden de verschillende actielijnen verder uitgewerkt en geprioriteerd. Op basis hiervan wordt de inzet van de middelen voor dak- en thuisloosheid verder gespecificeerd.

18

Bijlage 1: Overzicht huidige situatie (blauw) en nieuwe acties (oranje)

19

Bijlage 2: Overzicht acties Westelijke Mijnstreek In deze bijlage is een overzicht opgenomen van alle acties uit het actieplan dak- en thuisloosheid Westelijke Mijnstreek 2025 2028. Aangezien niet alle acties gelijktijdig uitgevoerd kunnen worden, is een prioritering aangebracht. Wanneer de prioritering gemiddeld of laag is, wil dit niet zeggen dat de actie geen urgentie kent. De urgentie is vastgesteld met oog voor de verandernoodzaak, die op basis van de gesprekken met de focusgroep en ketenpartners is bepaald. De planning is indicatief. Het actieplan dak- en thuisloosheid Westelijke Mijnstreek 2025-2028 blijft een dynamisch document, waarbij tijdens de uitvoering van de acties opnieuw prioriteiten gesteld kunnen worden. Thema Communicatie naar inwoners

Actie Actie 1

Actie 2

Actie 3

Actie 4

Communicatie naar professionals

Actie 5

Actie 6

Omschrijving Inrichten van een centraal toegangsloket als eerste aanspreekpunt voor (dreigend) daken thuislozen. Verbeteren van de informatievoorziening over beschikbare hulp en ondersteuning. Ontwikkelen van gerichte informatievoorziening speciaal voor jongeren Ontwikkelen van toegespitste informatievoorziening voor anderstaligen. In kaart brengen van betrokken partijen en hun rol in de aanpak van dak- en thuisloosheid. Ontwikkelen van een duidelijk profiel voor aandachtsfunctionarissen die zich bezighouden met dak- en thuisloosheid.

Prioriteit hoog

Tijdspad start Q2 2025

hoog

Is van start gegaan in Q1 2025

gemiddeld Q2 2025

laag

Q3 2025

hoog

Is van start gegaan in Q1 2025

gemiddeld Q2 2025

20

Versterken van de uitvoeringspraktijk

Actie 7

Vereenvoudigen van de aanvraagprocedure voor een bijstandsuitkering.

Actie 8

Afspraken maken met woningcorporaties om de urgentieregeling uit te breiden. Versterken van de werkwijze rondom briefadressen en afstemming met omliggende gemeenten. Onderzoeken of de bestaande vroegsignalering beter kan worden afgestemd op dak- en thuisloosheid en onderzoeken van de betrokkenheid van de particuliere verhuursector. Onderzoeken hoe ervaringsdeskundigheid en ervaringskennis effectief kunnen worden ingezet. Onderzoeken van de behoefte aan uitbreiding van woonlocaties voor jongeren zodat de ondersteuning voldoende aansluit bij de behoefte van de doelgroep. Extra aandacht voor het signaleren van problematiek binnen de LHBTI+ gemeenschap in de hulpverlening. Onderzoeken van vroegsignalering op scholen om dak- en thuisloosheid bij jongeren tijdig te herkennen en aan te pakken.

Actie 9

Actie 10

Actie 11

Aandacht voor specifieke doelgroepen

Actie 12

Actie 13

Actie 14

gemiddeld Deze actie is al in uitvoering en staat gepland voor implementatie in Q1 2026. hoog Q3 2025

gemiddeld Q3 2025

gemiddeld Q3 2025

hoog

Q3 2025

gemiddeld Q3 2025

laag

Samen met de informatievoorziening voor jongeren gemiddeld Q3 2025

21

Actie 15

Actie 16

Onderzoeken of in de Westelijke Mijnstreek een Oranjehuis een onderdeel wordt van het zorgaanbod. In kaart brengen van de ondersteuningsbehoefte van EUburgers en niet-rechthebbenden en bepalen of gerichte voorzieningen nodig zijn.

gemiddeld Q3 2025

gemiddeld Is van start gegaan in Q1 2025

22

Bijlage 3: Inkomstenondersteuning en participatie op maat Binnen het Nationaal Actieplan worden maatregelen uit het wetsvoorstel ‘Participatiewet in Balans’ uitgelicht. Hoewel het wetsvoorstel niet expliciet gericht is op dak- en thuislozen, zijn er enkele relevante wijzigingen die deze groep kunnen beïnvloeden. Zo benadrukt het wetsvoorstel het belang van maatwerk bij de beoordeling en toekenning van bijstandsuitkeringen. Dit biedt gemeenten de ruimte om beter in te spelen op de specifieke omstandigheden van dak- en thuislozen, waardoor zij effectiever ondersteund kunnen worden op het gebied van inkomen en participatie. Onze uitvoeringsorganisatie Vidar anticipeert al op delen van het wetsvoorstel. Eerder hebben wij bijvoorbeeld al besloten om de vierweken-zoektermijn voor jongeren niet meer standaard toe te passen. Dit is voordelig voor dak- en thuisloze jongeren, aangezien zij hierdoor sneller toegang kunnen krijgen tot bijstandsvoorzieningen zonder eerst vier weken te moeten zoeken naar werk of opleiding. Ook hun hulpvraag kan daardoor meteen worden opgepakt door ons jongerenpunt. We bieden jongeren onder de 21 jaar, die geen financiële steun van hun ouders kunnen krijgen, de mogelijkheid om via bijzondere bijstand een hoger bedrag te ontvangen voor hun levensonderhoud. Dit draagt bij aan de bestaanszekerheid van jongeren met problematiek.

Vidar werkt ook al met een giftenvrijlating per kalenderjaar. Dit betekent dat uitkeringsgerechtigden een bepaald bedrag aan giften mogen ontvangen zonder dat dit invloed heeft op hun uitkering.

het project ‘Vidar in de Wijk’, actief in o.a. Beek, Stein en Sittard, helpen gemotiveerde werkzoekenden buurtbewoners met praktische klusjes. Zo doen zij werkervaring op in een vertrouwde omgeving, wat tegelijkertijd de leefbaarheid in de wijk versterkt. Dit gebeurt in samenwerking met o.a. woningcorporaties en maatschappelijke organisaties. Vidar biedt daarnaast re-integratietrajecten op maat: van vrijwilligerswerk en dagbesteding tot (beschut) werk en opleidingen. Altijd met oog voor de individuele situatie, realistische doelen en – waar mogelijk – toewerken naar betaald werk. Dit flexibele aanbod maakt het mogelijk om stap voor stap vooruitgang te boeken, ongeacht waar iemand zich op de participatieladder bevindt. Maatwerk In de uitvoering van de Participatiewet bieden we zorgvuldige en professionele ondersteuning gericht op de behoefte van onze inwoners. Bij aanvragen voor (bijzondere) bijstand wordt altijd gekeken naar de daadwerkelijke omstandigheden. Aanvragen beoordelen we aan de hand van de individuele situatie, met ruimte voor maatwerk en met toepassing van de menselijke maat, ook wanneer inwoners zelf niet in staat zijn om een gesprek te voeren. In zulke gevallen zoeken medewerkers naar passende oplossingen, vaak in samenwerking met ketenpartners.

Juist voor mensen die dak- en thuisloos zijn of dreigen te worden is het van belang om de individuele situatie en de effecten van een besluit goed te wegen zodat waar mogelijk en nodig passende alternatieven worden geboden.

Participatiemogelijkheden Vidar ondersteunt inwoners bij maatschappelijke participatie en biedt trajecten aan voor alle fasen van de participatieladder. Binnen

23

Bijlage 4: Wat is ervaringsdeskundigheid? Ervaringsdeskundigheid gaat verder dan het hebben van persoonlijke ervaringen; het is de vaardigheid om zowel eigen als gedeelde ervaringen om te zetten in bruikbare kennis. Iemand wordt pas als ervaringsdeskundig beschouwd als hij niet alleen zijn eigen verhaal kent, maar dit ook op een deskundige manier kan inzetten om anderen te ondersteunen en beleid te verbeteren. Dit vraagt om een helder onderscheid tussen ervaring als persoonlijke beleving, ervaringskennis als de verzamelde inzichten hieruit en ervaringsdeskundigheid als het doelgericht toepassen van deze kennis. Zo ontstaat een waardevolle brug tussen de leefwereld van mensen en de systemen die hen ondersteunen.

vormen de rode draad in de ontwikkeling van collectieve ervaringskennis. Ervaringsdeskundigheid Ervaringsdeskundigheid ontstaat door te reflecteren op zowel eigen als andermans ervaringen, hieruit collectieve ervaringskennis te destilleren en deze vervolgens in te zetten om anderen te ondersteunen in hun herstel of empowerment. Dit is een continu proces van leren, bundelen en toepassen van kennis. Ervaringsdeskundigen hebben doorgaans een cursus of opleiding gevolgd om hun ervaringen op een effectieve en deskundige manier te kunnen benutten.

Ervaring Persoonlijke ervaring is de manier waarop iemand gebeurtenissen beleeft en hier betekenis aan geeft. Vooral bij ingrijpende of moeilijke ervaringen ontwikkelt men vaak strategieën om hiermee om te gaan. Na verloop van tijd vervagen de scherpe randen van deze ervaringen, waardoor ze minder op de voorgrond treden en een meer subtiele invloed uitoefenen op het dagelijks leven. Ervaringskennis Ervaringen worden pas echte kennis wanneer ze actief worden onderzocht en gedeeld. Door te reflecteren, ervaringen met anderen te bespreken en verschillende perspectieven te verkennen, ontstaat ervaringskennis. Het onderscheid tussen individuele en collectieve ervaringskennis is hierin essentieel, omdat het helpt om zowel verschillen als overeenkomsten zichtbaar te maken. Juist die overeenkomsten, die verder reiken dan het persoonlijke en unieke,

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beek&id=05e993ee-e12f-4b9f-b842-4d2843497bb3