4. GALA Kennisdocument_Beek
Tekst van het document
Antwoord op de vraag: Waar staat je gemeente? Het format van het GALA plan van aanpak begint met de vraag “Waar staat je gemeente?”. Om antwoord te kunnen geven op deze vraag is door de GGD Zuid-Limburg voor elke gemeente een kennisdocument gemaakt; “Naar een gezond en actief leven in [gemeente] – GALA Kennisdocument”. Voor u ligt het kennisdocument van de gemeente Beek. Hierin zijn de gezondheidsindicatoren van de thema’s: gezonde leefomgeving, versterken sociale basis, gezonde leefstijl, versterking mentaal welbevinden en vitaal ouder worden beschreven. Met dit kennisdocument kunt u de vragen “waar staat de gemeente, welke gezondheidsverschillen zijn er in de gemeente, en wat zijn de belangrijkste opgaven op het gebied van gezondheid en sociale basis” grotendeels beantwoorden. Voor aanvullende informatie kunt u ook nog gebruik maken van de gegevens op www.gezondheidsatlas.nl Vriendelijke groet, Afdeling Kennis en Innovatie, GGD Zuid Limburg.
Leeswijzer In dit kennisdocument vindt u per hoofdstuk de duiding van het thema en diverse grafieken. De duidingsteksten gaan over de gehele regio Zuid-Limburg. Waar mogelijk presenteren de grafieken visueel de gegevens van Nederland, Zuid-Limburg en de betreffende gemeente. De exacte cijfers voor Nederland, Zuid-Limburg en de gemeente vindt u in het tabellenboek. Lees goed de titel, as en legenda alvorens een grafiek te interpreteren. Bij vragen mag u contact opnemen. Als gegevens niet beschikbaar zijn voor uw gemeente kan dit komen door een te laag aantal respondenten. In het tabellenboek is dit aangegeven met NB ‘niet beschikbaar’. In de voetnoot van iedere kennispagina vindt u de volgende knoppen die u helpen snel te navigeren door het document: Inhoudsopgave
Gemeente Beek
Tabellenboek
Kennishoofdstuk
2
INHOUDSOPGAVE A.
B.
C.
D.
E.
F.
VERKLEINEN GEZONDHEIDSACHTERSTANDEN A1.
KWETSBARE DOELGROEPEN
A2.
ARMOEDE
A3.
KANSRIJKE START
GEZONDE LEEFOMGEVING B1.
GEZONDE LEEFOMGEVING
B2.
GEZONDHEIDSBEVORDERING
B3.
GEZONDHEIDSBESCHERMING
VERSTERKING SOCIALE BASIS C1.
STERKE SOCIALE BASIS
C2.
WELZIJNSVOORZIENINGEN EN ZORG
C3.
EENZAAMHEID
C4.
MANTELZORG
C5.
SOCIALE VEILIGHEID
GEZONDE LEEFSTIJL D1.
OVERGEWICHT & OBESITAS
D2.
LEEFSTIJL
D3.
MIDDELENGEBRUIK
VERSTERKING MENTAAL WELBEVINDEN E1.
MENTAAL WELBEVINDEN
E2
HECTHING
E3.
VEERKRACHT EN WEERBAARHEID
E4.
STRESS EN PRESTATIEDRUK
E5.
DIGITALE BELANS
VITAAL OUDER WORDEN F1.
KWETSBAARHEID
F2.
BEPERKINGEN
F3.
VALPREVENTIE
F4.
LEEFSTIJL
TABELLENBOEK
Gemeente Beek
3
VERKLEINEN A. VERKLEINEN GEZONDHEIDSGEZONDHEIDSACHTERSTANDEN ACHTERSTANDEN A1.
KWETSBARE DOELGROEPEN
A2.
ARMOEDE
A3.
KANSRIJKE START
NAAR INHOUDSOPGAVE
Link met Sociale Basis (eenzaamheid, veiligheid, netwerk )
Gemeente Beek
4
A1. Kwetsbare doelgroepen Versterken van gezondheid gaat verder dan het gezondheidsdomein Gezondheidsproblemen gaan vaak gepaard met armoede, laag inkomen, lage opleiding, werkloosheid en/of ongunstige leefomstandigheden die van invloed zijn op de (ervaren) gezondheid. Ook grotere ontwikkelingen zoals klimaatverandering, toename van infectieziekten als gevolg daarvan, afname van biodiversiteit, oorlog en chemische vervuiling hebben absoluut gevolgen die de samenleving én de gezondheid van burgers raken. Burgers in een kwetsbare positie ervaren de gevolgen vaak als eersten en in grotere mate vanwege de effecten op de woningmarkt, de energiemarkt, kosten van levensonderhoud. Met als resultaat dat de gezondheidsverschillen toe nemen.
Meer praktisch opgeleide volwassenen in Zuid-Limburg In Zuid-Limburg wonen meer mensen die praktisch opgeleid zijn (32%) vergeleken met de rest van Nederland (27%). Met praktisch opgeleid wordt bedoeld dat iemand geen opleiding heeft afgemaakt of dat de hoogst afgeronde opleiding lager onderwijs, lbo of mavo is. Voor jongvolwassenen is dit verschil kleiner. In Zuid-Limburg is dit 9% van de jongvolwassenen vergeleken met 8% in Nederland. Fig. 2. % volwassenen (18+)
Fig. 1. % jongvolwassenen (16-25) 50%
50%
40%
40%
30%
30%
20%
20%
10%
10%
0%
0% Nederland Laag
Zuid-Limburg Midden
Nederland
Hoog
Laag
Laag huishoudinkomen in Zuid-Limburg
heeft om van te leven en deze bestaat uit de bijstandsuitkering en het AOW-pensioen. In Zuid-Limburg moeten meer mensen (9,5%)
Midden
Beek
Hoog
Fig. 3. % huishoudens met inkomen <120% van sociaal minimum
Het sociaal minimum is het bedrag dat iemand volgens de overheid minimaal nodig
Zuid-Limburg
20% 15% 10%
rondkomen van een huishoudinkomen dat lager is dan 120% van het sociaal minimum, dan gemiddeld in Nederland (8,5%). Mensen die praktisch zijn opgeleid hebben vaker een
5% 0% Nederland
laag huishoudinkomen. Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
Zuid-Limburg
Beek
5
A2. Armoede Moeite met rondkomen Armoede kan iedereen overkomen en komt in alle levensfasen voor. In Nederland heeft 13% van alle volwassenen moeite met rondkomen. Voor Zuid-Limburg geldt eenzelfde percentage. Life events als langdurige ziekten, verlies van werk of een scheiding kunnen een belangrijke rol spelen bij het verslechteren van de financiële situatie van een persoon of huishouden. Van de volwassenen die moeite hebben met rondkomen geeft 36% aan dat dit al langer dan 4 jaar duurt. Meer dan een kwart (27%) geeft aan hulp te ontvangen bij hun financiële problemen. Eén op de zeven mensen (15%) heeft wel behoefte aan hulp maar krijgt deze (nog) niet. Daarnaast hangt moeite met rondkomen samen met opleidingsniveau. Mensen met een praktische opleiding hebben de meeste moeite met rondkomen. Opleiding en armoede staan in wisselwerking met elkaar: meer armoede geeft een grotere kans op een praktische opleiding, en een praktische opleiding vergroot de kans op armoede. Fig. 4. % inwoners dat moeite met rondkomen heeft 24%
Fig. 5. % inwoners dat moeite met rondkomen heeft naar opleidingsniveau 20%
20%
16%
16% 12% 12% 8% 8% 4%
4%
0%
0% Nederland
Zuid-Limburg
18 t/m 65 jaar
Beek
Nederland
65+ jaar
Zuid-Limburg Laag
Midden
Beek
Hoog
Van de jongvolwassenen (16-25 jaar) heeft in Nederland 32% en in Zuid-Limburg 31% moeite met rondkomen. Van de jongeren ervaart 4% enige tot grote moeite met rondkomen binnen het gezin. Daarnaast geeft 23% van de jongeren aan dat binnen hun gezin moet worden opgelet met uitgaven. In Nederland is dit respectievelijk 4% en 22%. Jongeren met een lager onderwijsniveau (VMBO) ervaren meer moeite met rondkomen binnen hun gezin dan jongeren met een hoger onderwijsniveau (HAVO/VWO) (32 vs. 23%).
Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
6
A2. Armoede Stress door geldzaken heeft impact op ervaren gezondheid Armoede en schulden hebben impact op de gezondheid en het welzijn van mensen. Stress is daarin een belangrijke factor. Langdurige financiële zorgen en gebrek aan perspectief leiden tot chronische stress. Langdurige stress werkt direct door op de gezondheid en gaat vaak samen met een ongezonde leefstijl. In Zuid-Limburg ervaart 6,1% stress door geldzaken, in Nederland is dat 5,3%. Ervaren gezondheid gaat over de eigen beoordeling van gezondheid. De ervaren gezondheid is een maat van alle gezondheidsaspecten die belangrijk zijn voor iemand. Deze aspecten verschillen per persoon maar gaan meestal over de lichamelijke en mentale gezondheid. Goed ervaren gezondheid hangt samen met opleidingsniveau. Hoe praktischer opgeleid, des te lager de ervaren gezondheid.
Fig. 6. % inwoners met goede ervaren gezondheid naar opleidingsniveau 100% 80% 60% 40% 20% 0% Nederland
Zuid-Limburg Laag
Midden
Hoog
Fig. 7. % inwoners zonder geldbuffer naar opleidingsniveau
Geld buffer ontbreekt vooral bij praktisch opgeleiden Ruim 17% van alle Zuid-Limburgers
Beek
30%
heeft geen financiële buffer om een onverwachte uitgave van € 1000,- te
20%
kunnen opvangen. Dat geldt vooral 10%
voor mensen met een praktische opleiding (26%) en voor (jong)volwassenen tot 39 jaar (20% tot 26%).
0% Zuid-Limburg Laag
Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
Beek Midden
Hoog 7
A2. Armoede Preventie van armoede kan jeugd een betere start geven Naast het regelen van voorzieningen, regelingen, voorlichting en schuldhulpverlening kunnen gemeenten een preventief armoedebeleid voeren. Het gaat om het bieden van kansen aan kinderen om te voorkomen dat ze in een achterstandspositie terecht komen. Concreet kan dit betekenen; gratis naar de peuterspeelzaal, extra inzet op taalbeheersing, ondersteuning bij het maken van huiswerk of het bezoeken van jongeren die zijn uitgevallen of dreigen uit te vallen in het onderwijs. Dit kan eraan bijdragen dat kinderen en jongeren een betere start in de maatschappij hebben. Intermediairs uit het maatschappelijk middenveld (zoals jeugdartsen, huisartsen, maatschappelijk werkers, onderwijzers) kunnen optreden als verwijzer van de doelgroep naar dergelijke voorzieningen.
Kans op goede schoolloopbaan vergroten door VVE Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid. VVE is bedoeld voor kinderen van 2 tot 6 jaar met een risico op een taal- en ontwikkelingsachterstand. Vaak is dit het gevolg van ongunstige factoren gelegen in de thuisomgeving, samenhangend met een laag sociaaleconomisch milieu en/of niet-westerse herkomst. Het doel van VVE is de kansen op een goede schoolloopbaan voor deze kinderen te vergroten. VVE richt zich op taalontwikkeling, beginnende rekenvaardigheid, motorische ontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling. Bijna alle VVE indicatie worden afgegeven tussen de geboorte en de leeftijd van 4 jaar. In Zuid-Limburg krijgt ongeveer 1 op de 6 kinderen een VVEindicatie.
Fig. 8. % kinderen met een VVE indicatie per geboortecohort*
*Een geboortecohort is
30%
een groep kinderen met hetzelfde geboortejaar. Het figuur hiernaast laat
25%
het percentage kinderen zien waarbij een VVE-indicatie
20%
werd afgegeven tussen de geboorte en de leeftijd van 4 jaar
15%
(berekend over alle kinderen die een consult hebben gehad bij de
10%
Jeugdgezondheidszorg (JGZ)). Het geboortecohort van 2019 is nog niet volledig tot 4 jaar.
5%
Cijfers zijn afkomstig uit de registratie van de JGZ.
0% 2019*
Gemeente Beek
2018
2017
Zuid-Limburg
Beek
Tabellenboek
2016
Inhoudsopgave
8
A3. Kansrijke Start Een goede start bevordert de gezondheid over de levensloop In het landelijke actieprogramma Kansrijke Start ligt de focus op de eerste 1.000 dagen van een kind, omdat die cruciaal zijn voor een goede start en daarmee goede fysieke en mentale gezondheid in de rest van het leven. In Zuid-Limburg is er speciale aandacht voor ouders en kinderen die extra steun of zorg nodig hebben. Daarbij werken partijen in het medische en sociale domein steeds intensiever met elkaar samen, onder andere in de regionale coalitie Kansrijke Start Zuid-Limburg. Met als gemeenschappelijke insteek Positieve Gezondheid en een stevige regionale basisstructuur Kansrijke Start.
Signaleren van en handelen bij een kwetsbare start Lang niet alle zwangere vrouwen of ouders met jonge kinderen in een kwetsbare situatie worden gesignaleerd door professionals, waardoor zij de juiste ondersteuning of hulp mislopen. Ook is er bij professionals soms onduidelijkheid naar wie ze moeten verwijzen. Kwetsbare zwangere vrouwen en jonge ouders vragen niet altijd tijdig hulp, of weten niet waar ze terecht kunnen. Tijdig signaleren en vervolgens de juiste ondersteuning of hulp bieden kan veel problemen voorkomen en mogelijk zelfs uit huis plaatsingen of intensieve jeugdhulp.
Risicofactoren in de eerste 1.000 dagen Naast genetische aanleg, gezondheid en leefstijl van de ouders zijn sociale factoren zoals armoede, een slechte leefomgeving, eenzaamheid of een beperkt sociaal vangnet oorzaken voor een ongezonde start van kinderen. Al deze factoren kunnen bovendien bijdragen aan chronische stress. Soms weegt dit zelfs zwaarder dan medische en verloskundige risico’s. Dit kan op latere leeftijd leiden tot een grotere kans op lichamelijke en geestelijke problemen en een negatieve impact op de sociale en emotionele ontwikkeling van een kind. Er zijn uiteraard ook kinderen die ondanks deze risicofactoren toch gezond opgroeien. Goede voorlichting, ondersteuning en begeleiding kunnen een positief effect hebben op risicofactoren. Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
Risicofactoren in beeld gebracht bij 5 verloskundigenpraktijken Het onderzoek Samen voor Gezondheid heeft risicofactoren bij zwangeren in kaart gebracht. Uit dossier-onderzoek bleek dat 40% van de zwangeren zelfredzaam was. Bij 40,5% van de zwangeren was sprake van 1 of 2 kwetsbaarheden. En bij 19,5% van de zwangeren was sprake van 3 of meer kwetsbaarheden of urgente kwetsbaarheid.
9
A3. Kansrijke Start Kwetsbaarheid bij (aanstaande) ouders in Zuid-Limburg Verschillende indicatoren uit de landelijke monitor Kansrijke Start en de lerende lokale monitor Kansrijke Start geven inzicht in het aantal (aanstaande) ouders in een mogelijk kwetsbare situatie voor, tijdens en na de zwangerschap. Indicatoren die eruit springen voor Zuid-Limburg zijn onder andere psychische of psychiatrische problemen, dit komt ook naar voren in het onderzoek Samen voor Gezondheid van de Academie Verloskunde Maastricht. Daarnaast komen ook problematische schulden, stress en roken vaker voor in Zuid-Limburg.
Fig. 9. % vrouwen en mannen (19-45 jaar) met psychische/psychiatrische problemen 20%
Fig. 10. % vrouwen en mannen (19-45 jaar) met problematische schulden 10% 9%
18%
8%
16%
7%
14%
6%
12%
5%
10% 8%
4%
6%
3%
4%
2%
2%
1%
0%
0% Nederland
Zuid-Limburg
Beek
Nederland
Fig. 11. % vrouwen en mannen (19-45 jaar) dat heel veel last heeft van stress
Zuid-Limburg
Beek
Fig. 12. % vrouwen (19-45 jaar) die roken 30%
30%
25%
25%
20%
20% 15%
15%
10%
10%
5%
5% 0%
0% Nederland
Gemeente Beek
Zuid-Limburg
Nederland
Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
Zuid-Limburg
Beek
10
A3. Kansrijke Start Limburg scoort ongunstig op kwetsbaarheden bij kinderen bij geboorte Te vroeg geboren kinderen, kinderen met een laag geboortegewicht en kinderen met een combinatie van beiden hebben een grotere kans op overlijden direct of kort na de geboorte of op fysieke gezondheidsproblemen. Fig. 13. % zwangerschapsbegeleiding startte na de 10e week van de zwangerschap
Fig. 14. % zwangeren met psychische of psychiatrische problemen
25%
25%
20%
20%
15%
15%
10%
10%
5%
5% 0%
0% Nederland
Zuid-Limburg
Beek
Nederland
Zuid-Limburg
Beek
De combinatie van vroeggeboorte en/of laag geboortegewicht voor de zwangerschapsduur per 1000 geboortes wordt aangeduid als de ‘Big2’. Vier ZuidLimburgse gemeenten staan in de landelijke top 10 van slechtst scorende gemeenten op deze Big2 indicator: Landgraaf (3), Vaals (4), Heerlen (6) en Kerkrade (9). Fig. 15. Big2 indicator: vroeggeboorte en/of een laag geboortegewicht voor de duur van de zwangerschap per 1000 geboortes 200 150 100 50 0 2017
2018
2019
Nederland
Zuid-Limburg
2020
2021 Beek
De kraamperiode is belangrijk voor een goede start voor zowel de pasgeborene als het gezin. Onderzoek laat zien dat mensen in een lagere sociaaleconomische status minder vaak gebruik maken van kraamzorg. Redenen hiervoor zijn een andere vorm van ondersteuning bijvoorbeeld via familie of financiële redenen (wettelijke eigen bijdrage). Meer cijfers over gebruik kraamzorg staan in het tabellenboek. Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
11
GEZONDE B.LEEFOMGEVING GEZONDE LEEFOMGEVING B1.
GEZONDE LEEFOMGEVING
B2.
GEZONDHEIDSBEVORDERING
B3.
GEZONDHEIDSBESCHERMING
NAAR INHOUDSOPGAVE
Link met Sociale Basis (eenzaamheid, veiligheid, netwerk )
Gemeente Beek
12
B1. Gezonde leefomgeving Gezonde leefomgeving bestaat uit fysieke en sociale aspecten Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. Hierbij kan onderscheidt worden gemaakt tussen de fysieke leefomgeving en de sociale leefomgeving. De fysieke leefomgeving omvat onder andere natuur, groen en water, milieukwaliteit, en binnenmilieu. De sociale leefomgeving is het geheel van sociale, culturele en levensbeschouwelijke factoren. Hoewel er onderscheid gemaakt kan worden kunnen de twee factoren niet los van elkaar
Bescherming
Wanneer de ruimtelijke condities uit de fysieke leefomgeving goed zijn kan dit de sociale leefomgeving verbeteren, denk hierbij aan ruimte voor ontmoeting. Deze relatie is ook andersom aanwezig. Goede sociale cohesie in de buurt kan zorgen voor een veilige en nette buurt
Fysieke
Omgeving Sociale
Bevordering
worden gezien (zie afbeelding 1).
waar burgeractiviteiten zich inzetten voor het verbeteren van de fysieke ruimte, bijvoorbeeld opruimacties of lokaal tegelwippen voor meer groen.
Afb. 1. De samenhang tussen gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering in de fysieke en sociale leefomgeving
De invloed van de leefomgeving op gezondheid De leefomgeving waarin mensen wonen, werken en leven heeft invloed op hun gezondheid. Deze invloed kan direct zijn, bijvoorbeeld door de luchtkwaliteit, een drukke weg met een hoog risico op verkeersongevallen of slechte fietsmogelijkheden in een buurt. Maar de omgeving kan ook indirect van invloed zijn op de gezondheid, bijvoorbeeld door stress van geluidhinder of ontevredenheid over de (mensen in de) buurt. Vaak wordt aandacht besteed aan bovenstaande negatieve omgevingsfactoren, terwijl de omgeving ook een positieve invloed kan hebben op de gezondheid oftewel gezondheid bevorderend kan werken. Daarbij zijn verschillende thema’s van belang, zoals gezonde mobiliteit, natuur, groen en water, sport en spelen, openbare ruimte, milieukwaliteit, en binnenmilieu. Kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen en mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) hebben daarbij vanwege hun kwetsbaarheid extra aandacht nodig. Gezondheidsbevordering in en via de sociale leefomgeving wordt behandeld in hoofdstuk C. Versterking Sociale Basis.
Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
13
B2. Gezondheidsbevordering Betere gezondheid door gezondere mobiliteit Lopen of fietsen in plaats van met auto of OV is gezonder en beter voor de (leef)omgeving. Dit zou een centraal uitgangspunt moeten zijn in beleid en ontwerp. Door te lopen of fietsen bij dagelijkse verplaatsingen naar het werk, school of winkel zou iedereen kunnen voldoen aan de nationale beweegnorm. Meer bewegen voorkomt onder meer overgewicht en stress gerelateerde klachten. Ook uitstoot en lawaai van gemotoriseerd verkeer wordt voorkomen met als gevolg minder hinder, hart- en vaatziekten, en luchtwegaandoeningen. Niet parkeren op straat en minder auto’s geven bovendien ruimte voor een aangename leefomgeving. Fig. 16. % Gaat elke dag lopend/fietsend naar school (13-16 jaar)
90%
88%
80%
86%
70%
84%
60%
82%
50%
80%
40%
78%
30%
76%
20%
74%
10%
72%
0% Nederland
Zuid-Limburg
Beek
Fig. 17. % Is lid van een sportvereniging,club, -school
Zuid-Limburg 13 tot 16 jaar
18 tot 25 jaar
Beek 18 t/m 65 jaar
65+ jaar
Omgeving kan stimuleren om meer te bewegen Meer of vaker gaan bewegen kan op verschillende manieren gestimuleerd worden. Zo zijn er gedragsveranderingsprogramma’s maar er kan ook worden voorzien in voorzieningen om bewegen te bevorderen. De nabijheid van sportverenigingen en sportscholen kan bepalend zijn in het beweeggedrag van bewoners. Ook door de leefomgeving zo in te richten dat actief vervoer (lopen en fietsen) gestimuleerd wordt zal er meer bewogen worden. Straten, parken, pleinen en water geven aanleiding tot sporten en spelen, bijvoorbeeld om een rondje te lopen met de hond of in het hardlooprondje wat gymoefeningen op te nemen. Het voorzien in een bredere stoep, verkeersveiligheid vergroten (bv 30 km zone) en bijvoorbeeld het toegankelijk maken van speelplekken en schoolpleinen gedurende de hele dag stimuleert om te gaan bewegen. Voorzien in een natuurlijke omgeving kan ook invloed hebben op de gezondheid omdat het mensen stimuleert om te bewegen en ontspanning en rust biedt. Het plaatsen in deze omgeving van voldoende zitmogelijkheden (in zon en schaduw) nabij wandelpaden en langs het water werkt extra uitnodigend. Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
14
B2. Gezondheidsbevordering Een veilige buurt ter bevordering van gezondheid In gemeentelijk beleid is groeiende aandacht voor de leefbaarheid in buurten. Naast onderwerpen zoals de aanwezigheid van groen, plekken voor verkoeling en plekken voor ontmoeting, speelt ook het gevoel van veiligheid een belangrijke rol. In Zuid-Limburg voelt 34% van alle inwoners zich weleens onveilig in de eigen buurt. Onder praktisch opgeleiden komen gevoelens van onveiligheid in de eigen buurt vaker voor (38%) dan bij theoretisch opgeleiden (29%). Een veilige buurt draagt bij aan de aantrekkelijkheid van een buurt om in te bewegen en te ontmoeten. Inwoners die zich vaak onveilig voelen in hun buurt geven ruim twee keer zo vaak aan dat hun buurt niet aantrekkelijk is om te bewegen. Fig. 19. % inwoners dat de buurt aantrekkelijk vindt om in te bewegen naar gevoel van veiligheid (Zuid-Limburg)
Fig. 18. % inwoners dat zich weleens onveilig voelt en opleidingsniveau 45%
90%
40%
80%
35%
70%
30%
60%
25%
50%
20%
40%
15%
30%
10%
20% 10%
5%
0%
0%
Zuid-Limburg Laag
Beek Midden
Hoog
Vaak onveilig
Soms onveilig
Zelden onveilig
Nooit onveilig
Voelt zich onveilig in eigen buurt
Een veilige sociale leefomgeving Het gevoel van veiligheid en onveiligheid in de buurt wordt niet enkel beïnvloed door de fysieke elementen. De sociale veiligheid is minstens zo belangrijk. In hoofdstuk C. Versterking Sociale Basis wordt onder anderen het thema sociale veiligheid verder verkend.
Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
15
B3. Gezondheidsbescherming Gezondheidsbescherming in de fysieke leefomgeving
Fig. 20. % inwoners dat ernstige hinder ervaart door de leefomgeving
Een gezonde leefomgeving kan flink bijdragen aan een goede volksgezondheid. Bijna 4% van
35%
alle ziektelast in Nederland is toe te schrijven
30%
aan de leefomgeving. Luchtverontreiniging en geluidoverlast veroorzaken de meeste
25%
gezondheidsklachten. Ook de manier waarop
20%
wij onze leefomgeving beleven beïnvloedt
15%
onze gezondheid. Zo kan iemand slechter slapen en stress ervaren door lawaai. Een
10%
aantrekkelijke en goed ingerichte
5%
leefomgeving stimuleert een gezonde leefstijl
0%
met voldoende beweging. Wie in een groene
Geurhinder
Geluidhinder Slaapverstoring
omgeving leeft, voelt zich gezonder en
Nederland
Zuid-Limburg
Beek
bezoekt minder vaak de huisarts.
Klimaatverandering is een bedreiging voor gezondheid De World Health Organisation (WHO) stelt dat klimaatverandering wellicht de grootste bedreiging voor de volksgezondheid is. De gevolgen zijn nu al schadelijk voor de gezondheid door luchtvervuiling, ziekte, extreme weersomstandigheden, gedwongen verhuizingen, voedselonzekerheid en druk op de geestelijke gezondheid. Voldoende groen en plekken voor verkoeling kunnen de impact van klimaatverandering deels ondervangen. Gemeenten kunnen hier rekening mee houden bij de inricht van de fysieke ruimte. Fig. 21. % inwoners dat vindt dat er voldoende groen in de buurt is
100%
100%
80%
80%
60%
60%
40%
40%
20%
20%
0%
Fig. 22. % inwoners dat vindt dat er voldoende plekken voor verkoeling zijn in buurt
0% Zuid-Limburg
Beek
Zuid-Limburg
Beek
Klimaat en stress Naast de impact van een veranderend klimaat door hitte, wateroverlast en infectieziekte, heeft het ook invloed op het mentaal welbevinden. Steeds meer mensen maken zich druk over het klimaat, dit wordt ook wel klimaatangst genoemd. Van de jongvolwassenen in Zuid-Limburger geeft 42% aan zich zorgen te maken over het klimaat. Recente studies tonen aan dat de groep jongeren met klimaatangst toeneemt en met negatieve gevolgen op het dagelijks functioneren voor het vertrouwen dat zij hebben in de overheid. Bron Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
16
VERSTERKING SOCIALE BASIS C1.
STERKE SOCIALE BASIS
C2.
WELZIJNSVOORZIENINGEN EN ZORG
C3.
EENZAAMHEID
C4.
MANTELZORG
C5.
SOCIALE VEILIGHEID
NAAR INHOUDSOPGAVE
Link met Sociale Basis (eenzaamheid, veiligheid, netwerk )
C. VERSTERKING SOCIALE BASIS
Gemeente Beek
17
C1. Sterke sociale basis Sociale contacten zijn belangrijk voor ons gevoel van welzijn Goed contact met familie, vrienden en buren draagt bij aan het geluksgevoel. Ouderen die deelnemen aan sociale activiteiten zijn over het algemeen gezonder en hebben een hogere mate van welbevinden. Deelname aan activiteiten waarbij men andere mensen ontmoet, maakt het sociale netwerk groter en sterker. Hierdoor zijn ouderen minder kwetsbaar en hebben minder kans op sociaal isolement. Ook kan het sociale netwerk maatschappelijke participatie en een actieve leefstijl stimuleren.
De sociale netwerken waar ouderen op kunnen terugvallen worden kleiner Het netwerktype zegt iets over de aanwezigheid van gezelschap, advies, steun, hulp of zorg en dus ook de beschikbaarheid van potentiële mantelzorg. Lokaal geïntegreerde netwerken komen nog steeds het meeste voor maar nemen de laatste jaren verder af. Ouderen met dit type netwerk hebben goede contacten met de gemeenschap, sociale verbanden en onderlinge hulp zijn sterk. Veel vrienden zijn ook buren, meestal gebaseerd op een langdurig verblijf in dezelfde woonomgeving. Zij kunnen bij zorgbehoefte het snelst terugvallen op informele zorg (mantelzorg). Ouderen hebben steeds vaker kleinere netwerken zoals lokale gereserveerde en familie afhankelijke netwerken. Deze groep is afhankelijker van formele hulp en zorg. Deze kleinere netwerken kenmerken zich door onregelmatiger en beperkter contact met familie, vrienden en buren. Het privacy gerichte netwerk komt het minst vaak voor maar is een groeiende groep. Deze ouderen zijn het meest afhankelijk van formele hulp en zorg bij problemen.
Fig. 23. % per netwerktype van ouderen
35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Lokaal familie afhankelijk
Lokaal geïntegreerd
Lokaal gereserveerd
Zuid-Limburg
Gemeente Beek
Tabellenboek
Privacy gericht
Wijdere samenleving
Beek
Inhoudsopgave
18
C1. Sterke sociale basis Mensen hebben steeds minder contact met hun buren Sociale contacten zijn in het najaar van 2020 verminderd, mogelijk door de coronacrisis. De maatregelen maakten het lastiger om goed contact te houden met onze omgeving. Het contact concentreerde zich meestal op de meest nauwe banden. Het contact met familie en vrienden bleef gelijk. Het contact met buren nam juist af. Een groeiend aantal mensen voelt zich sociaal uitgesloten. Dit heeft te maken met meer gevoelens van sociale en emotionele eenzaamheid en minder contact met buren of mensen in de straat. De sociale netwerken van ouderen waar zij op kunnen terugvallen worden kleiner waardoor de druk op de formele zorg verder toeneemt.
Niet altijd voldoende ontmoetingsplekken in de buurt Ongeveer twee-derde van de 18 tot 65 jarigen van Zuid-Limburg vindt dat er voldoende ontmoetingsplekken in de buurt zijn. Dat percentage is nog iets hoger voor Zuid-Limburgse ouderen. Fig. 24. % minder dan 2x/maand contact met buren
Fig. 25. % inwoners dat vindt dat er voldoende ontmoetingsplekken zijn in de buurt
80%
35%
70%
30%
60%
25%
50%
20%
40%
15%
30%
10%
20%
5%
10% 0%
0% Zuid-Limburg
Zuid-Limburg
Beek
18 tot 25
Beek 18 t/m 65 jaar
65+ jaar
Welzijn op Recept als integrale aanpak binnen de sociale basis Welzijn op Recept is een alternatief voor mensen met psychosociale klachten en pakt problemen in de sociale basis op integrale wijze aan. In plaats van het ‘traditionele pilletje’ voor te schrijven, verwijst de huisarts deze patiënten door naar een welzijnscoach. Klachten als vermoeidheid, pijn in de nek, maar ook stress, angst en somberheid hebben lang niet altijd een medische oorzaak. Vaak spelen onderliggende sociaal maatschappelijke problemen een rol, zoals overlijden van een partner, verlies van werk, eenzaamheid etc. Via Welzijn op Recept worden patiënten verwezen naar de welzijnscoach. Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
19
C2. Welzijnsvoorzieningen en Zorg Zicht op gebruik en behoefte aan welzijnsvoorzieningen We blijven langer zelfstandig wonen, eventueel met ondersteuning. Door minder professionele zorg aan huis is zorgen voor jezelf en voor elkaar steeds belangrijker. Vooral ouderen gebruiken steeds meer een combinatie van zorgvormen en minder vaak alleen informele zorg of alleen formele zorg. Figuur 26. laat zien dat in Zuid-Limburg 44% van de ouderen gebruik maakt van één of meerdere welzijnsvoorzieningen. Vaak gaat het om hulp bij de administratie of financiën. Ruim een kwart van de ouderen heeft behoefte aan één of meerdere welzijnsvoorzieningen die zij nog niet gebruiken. In dat geval hebben zij het meest behoefte aan een lokaal loket voor informatie over gezondheid, zorg, welzijn en wonen en aan sport of beweegactiviteiten.
Fig. 26. % gebruik en behoefte welzijnsvoorzieningen bij 65-plussers
50%
Fig. 27. % inwoners dat vaak contact had met de huisarts in afgelopen 2 maanden
16%
45% 40%
14%
35%
12%
30%
10%
25%
8%
20% 15%
6%
10%
4%
5%
2%
0% Zuid-Limburg
Beek
0%
Gebruik welzijnsvoorzieningen
Zuid-Limburg
Behoefte welzijnsvoorzieningen
18 tot 25
Beek 18 t/m 65 jaar
65+ jaar
Zorggebruik stijgt in Zuid-Limburg In Zuid-Limburg wordt meer zorg geconsumeerd dan in de rest van Nederland. Door de vergrijzing en de toename van mensen met chronische aandoeningen neemt de druk op de zorg de komende jaren verder toe. Bijna de helft van de volwassenen in Zuid-Limburg (46%) heeft recent contact gehad met de huisarts. Bij ouderen is dat 58%, een lichte stijging ten opzichte van 2016 (55%). Figuur 27. laat zien dat één op de 10 volwassenen zelfs 3x of vaker contact had met de huisarts in 2 maanden tijd. Vaak contact met de huisarts komt het meest voor bij 85+’ers (18%), 75-84 jarigen (14%) en bij mensen met een laag opleidingsniveau (14%).
Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
20
C3. Eenzaamheid Problemen met gezondheid door eenzaamheid Mensen die last hebben van eenzaamheid ervaren een gemis aan een hechte, emotionele band met anderen, of hebben minder sociale relaties dan ze wensen. Eenzaamheid gaat samen met gevoelens van leegte, verdriet, angst en met lichamelijke en/of psychische klachten. Het is vaak een verborgen probleem: het is niet aan mensen te zien of zij zich eenzaam voelen en er wordt weinig over gesproken. Ernstige eenzaamheid heeft invloed op het emotionele en fysieke welbevinden. Als mensen vereenzamen en er psychosociale problemen ontstaan, komen zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie onder druk te staan. Problemen kunnen zich dan opstapelen, zoals lichamelijke en psychische gezondheidsklachten, slaapproblemen, zelfverwaarlozing, verslaving, werkloosheid en schulden. Fig. 28. % inwoners dat (zeer) ernstig eenzaam is
35%
Jongvolwassenen
30%
Zeer ernstige
25%
eenzaamheid komt
20%
in Zuid-Limburg het
15%
vaakst voor bij
10%
jongvolwassenen.
5% 0% Nederland
Zuid-Limburg 16 tot 25
18 t/m 65 jaar
Beek 65+ jaar
Toename eenzaamheid in Zuid-Limburg Eenzaamheid neemt licht toe in Zuid-Limburg. Ernstige eenzaamheid steeg tussen 2016 en 2020 met ruim 1%-punt tot 13%. Ongeveer een op de acht volwassenen en ouderen is ernstig eenzaam. Bij de alleroudsten (85+) komt ernstige eenzaamheid het meest voor. Volwassenen in de leeftijd 18-64 jaar ervaren net wat vaker eenzaamheid dan 65+ers. Waar eerst vooral ouderen eenzaamheid kenden, kampen steeds meer volwassenen met (ernstige) eenzaamheid. Het percentage eenzame ouderen steeg van 45% in 2008 naar 53% in 2020. Bij volwassenen is deze stijging ook zichtbaar: van 37% in 2008 naar 49% in 2020. Opvallend is dat vooral de ernstige eenzaamheid bij volwassenen hoger is dan bij ouderen. In 2008 is 7% en in 2020 is 14% van de volwassenen ernstig eenzaam. Bij ouderen nam ernstige eenzaamheid toe van 10% in 2008 naar 13% in 2020. Dit is een van de redenen waarom eenzaamheid landelijk, provinciaal en lokaal steeds meer aandacht krijgt en gezocht wordt naar manieren om eenzaamheid tegen te gaan. Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
21
C3. Eenzaamheid Emotionele en sociale eenzaamheid het sterkst bij jongvolwassenen Iemand is emotioneel eenzaam bij een gemis aan een hechte, emotionele band met iemand. Het komt in Nederland en in Zuid-Limburg vaker voor dan sociale eenzaamheid, wat een gemis aan sociale verbinding is, bijvoorbeeld in een club of vereniging. De jongvolwassenen springen er hier uit, meer dan de jeugd (figuur 31) en de 65-plussers. Fig. 29. % inwoners dat emotioneel eenzaam is
Fig. 30. % inwoners dat sociaal eenzaam is
80%
80%
70%
70%
60%
60%
50%
50%
40%
40% 30%
30%
20%
20%
10%
10%
0%
0% Nederland
Zuid-Limburg
16 tot 25 jaar
18 t/m 65 jaar
Beek
Nederland
Zuid-Limburg
Beek
65+ jaar
16 tot 25
18 t/m 65 jaar
65+ jaar
Eenzaamheid bij de jeugd Fig. 31. % 13 tot 16 jarige die soms tot (heel) vaak eenzaam zijn
De meeste jongeren ervaren geen eenzaamheid. Toch voelde 30% van de jongeren zich soms tot (heel) vaak eenzaam in de afgelopen 4 weken en 39% in het afgelopen jaar. Meisjes voelen zich vaker eenzaam dan jongens. 15-16 jarigen voelen zich vaker eenzaam dan 13-14 jarigen. Figuur 31
35% 30% 25%
laat de verschillen in ervaren eenzaamheid zien tussen landelijke, regionale en lokale percentages.
20%
Veel voorkomende oorzaken van eenzaamheid bij
15%
jongeren zijn grofweg in drie categorieën in te
10%
delen: problemen met sociale vaardigheden, cognitieproblemen zoals een negatief zelfbeeld, en aansluitingsproblemen met de omgeving of met het vinden van steun uit de omgeving, zoals
Tabellenboek
0% 13 tot 16 jaar
gepest worden op school of scheidende ouders.
Gemeente Beek
5%
Inhoudsopgave
Nederland
Zuid-Limburg
Beek
22
C4. Mantelzorg Informele zorg door mantelzorgers of vrijwilligers Mensen die door ziekte of een beperking hulp of zorg nodig hebben krijgen vaak ondersteuning uit hun directe sociale omgeving. Deze ondersteuning, gegeven door mantelzorgers of vrijwilligers in de zorg, wordt ook wel informele zorg genoemd. Goed georganiseerde informele zorg zorgt ervoor dat mensen minder (duurdere) professionele zorg nodig hebben en toch zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.
Mantelzorg blijft belangrijk in de toekomst De afgelopen jaren daalde het percentage ouderen dat mantelzorg ontvangt van 17% naar 11%. Bij volwassenen 19-64 bleef dit percentage gelijk (3%). Het aantal mantelzorgers is gelijk gebleven. Het lijkt erop dat minder mensen, mantelzorg krijgen van meerdere personen. Door vergrijzing, de toename van dementie en kostenbeheersing blijft mantelzorg belangrijk. De beschikbaarheid van mantelzorgers in de toekomst is een aandachtspunt voor deze regio.
Fig. 32. % dat mantelzorg ontving (afgelopen 12 maanden)
Fig. 33. % zwaar overbelaste mantelzorgers
16%
16%
14%
14%
12%
12%
10%
10%
8%
8%
6%
6%
4%
4%
2%
2%
0%
0% 18 t/m 65 jaar Zuid-Limburg
65+ jaar
18 t/m 65 jaar
Beek
Nederland
65+ jaar Zuid-Limburg
Beek
80.000 mantelzorgers in een intensieve zorgsituatie Ongeveer 80.000 Zuid-Limburgers geven intensieve mantelzorg. Zij ondersteunen, helpen en zorgen voor iemand uit hun directe omgeving. Elke week zorgen zij minstens 8 uur of meer voor iemand in hun naaste omgeving die hulp nodig heeft. 15% van de mantelzorgers voelt zich erg belast door de zorg voor een ander. Zij vinden de mantelzorg zwaar en moeilijk vol te houden. 16% heeft behoefte aan steun. Overbelasting komt vooral voor bij de mantelzorger die zorgt voor een partner of kind. 85-plussers ervaren steeds meer overbelasting. Mantelzorgers met gezondheidsproblemen hebben een grotere kans om overbelast te raken. Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
23
C5. Sociale veiligheid Recht op een veilig thuis Ieder mens heeft recht op een veilig thuis en een stabiele leefomgeving. Door huiselijk geweld, seksueel geweld, kindermishandeling of ouderenmishandeling is dit niet voor iedereen vanzelfsprekend. Geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA) heeft grote en vaak levenslange gevolgen. Mensen die worden mishandeld, ondervinden daarvan vaak medische, sociale en psychische gevolgen. De beschadigingen zijn veelal indringend en ook langdurig. Daarnaast is de impact op de samenleving enorm. Zoals verminderde schoolprestaties, schooluitval, maatschappelijke kosten, zorgkosten en arbeidsverzuim.
1 op 9 volwassenen slachtoffer huiselijk geweld Fig. 34. % inwoners dat ooit slachtoffer is geweest van huiselijk geweld (18-64 jaar)
In Zuid-Limburg geeft 11% van de volwassenen aan ooit slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld (figuur 34). De meest voorkomende vorm van huiselijk geweld is psychisch of emotioneel geweld. Van de inwoners in Zuid-Limburg is 9% slachtoffer van
12% 10%
psychisch of emotioneel geweld, 7% van lichamelijk
8%
geweld, 2% van ongewenste seksuele toenadering en
6%
2% van seksueel misbruik. In de loop van de jaren gaf in Zuid-Limburg een toenemend aantal volwassenen aan ooit slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld: van 8% in 2009 naar 12% in 2016. In 2020 is dit iets gedaald naar 11%. Laagopgeleiden hebben vaker ooit te maken gehad met huiselijk geweld (15%) dan hoogopgeleiden (9%).
4% 2% 0% 18 t/m 65 jaar Zuid-Limburg
Beek
6% ouderen slachtoffer van ouderenmishandeling In Zuid-Limburg geeft 6% van de 65-plussers aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van ouderenmishandeling. Dat is een lichte daling ten opzichte van 2016: toen gaf 7,5% van de Zuid-Limburgse ouderen aan slachtoffer te zijn geweest van ouderenmishandeling. De meest voorkomende vorm van ouderenmishandeling is thuis beledigd, getreiterd, gekleineerd of uitgescholden worden (psychisch geweld; 5%).
Gevoel van veiligheid bij jongeren Een veilige omgeving is nodig voor een optimale ontwikkeling van het kind. In ZuidLimburg zegt 58% van de jongeren zich wel eens onveilig te voelen. Overdag voelt 12% van de jongeren zich wel eens onveilig, in tegenstelling tot 7% in 2019. Het percentage jongeren dat zich ’s avonds of ‘s nachts onveilig voelt, is gestegen van 22% in 2019 naar 27% in 2021. De top drie van locaties waar jongeren zich vooral onveilig voelen is: 1) Op straat buiten hun eigen woonbuurt; 2) Op straat in eigen woonbuurt; 3) Op het station (trein, bus, metro). Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
24
C5. Sociale veiligheid Sociale uitsluiting en discriminatie Sociale uitsluiting (figuur 35) gaat over het onvermogen van sommige mensen om als gevolg van individuele en maatschappelijke factoren volledig mee te doen in onze samenleving. Als iemand zich sociaal uitgesloten voelt, kan dit leiden tot verlies van eigenwaarde en toekomstperspectief. Discriminatie (bijvoorbeeld vanwege geloof, huidskleur, seksuele voorkeur of leeftijd) en de mate van acceptatie van homoseksualiteit of homonegativiteit kunnen redenen zijn waarom iemand zich uitgesloten voelt en niet volledig participeert. Fig. 36. % inwoners dat zich wel eens gediscrimineerd voelt
Fig. 35. % inwoners dat sociale uitsluiting ervaart
25%
25% 20%
18 t/m 65 jaar
15% 10%
65+ jaar
20% 15% 10% 5%
5% 0%
0% Zuid-Limburg
Beek
Zuid-Limburg
Beek
Lidmaatschap van een vereniging als onderdeel van een sociale basis In Zuid-Limburg zijn bijna twee op de drie mensen lid van een vereniging. Bij volwassenen (18-64 jaar) gaat het meestal om lidmaatschap van sportverenigingen en sportscholen. Bij ouderen (65+) is het meer divers met op nummer 1 een lidmaatschap van een sportvereniging (27%), gevolgd door kerk en cultuur (21%) en gezelligheidsverenigingen (20%). (Sport)verenigingen en cultuur kunnen bijdragen aan de mentale gezondheid en een sterke sociale veiligheid. Werk en vrijwilligerswerk draagt bij aan een goede gezondheid Werk is voor de meeste mensen de belangrijkste manier om mee te doen aan de maatschappij. Veel mensen hebben een baan om te kunnen voorzien in het dagelijks levensonderhoud en om genoeg geld te verdienen om ergens voor te sparen. Werk heeft dus de functie om een bestaan op te bouwen en het zorgt tegelijkertijd voor economische onafhankelijkheid. Werk levert meestal een positieve bijdrage aan de ervaren gezondheid, draagt bij aan het welbevinden en zingeving van mensen. Ook biedt werk een bepaalde sociale status, sociale contacten en mogelijkheid tot persoonlijke ontwikkeling. Het percentage mensen dat vrijwilligerswerk doet, neemt af in Zuid-Limburg. Sportclubs en cultuurverenigingen hebben de meeste vrijwilligers. Ook in de zorg, buurt en op school zijn veel mensen vrijwillig actief.
Vaak gebeurt dit in georganiseerd verband zoals binnen een vereniging, school of binnen de zorg en altijd onbetaald. Vrijwilligerswerk verhoogt de fysieke en psychische gezondheid. Dit beschermt mensen tegen functionele achteruitgang en dementie op latere leeftijd. Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
25
GEZONDE D. GEZONDE LEEFSTIJL LEEFSTIJL D1.
OVERGEWICHT & OBESITAS
D2.
LEEFSTIJL – BEWEGEN
D2.
LEEFSTIJL - VOEDING
D3.
MIDDELENGEBRUIK – ROKEN
D3.
MIDDELENGEBRUIK – ALCOHOL
D3.
MIDDELENGEBRUIK - DRUGS
NAAR INHOUDSOPGAVE
Link met Sociale Basis (eenzaamheid, veiligheid, netwerk )
Gemeente Beek
26
D1. Overgewicht & Obesitas Meer dan de helft van de Zuid-Limburgers te zwaar Veel mensen zijn te zwaar. Ernstig overgewicht (obesitas) kan leiden tot allerlei chronische aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten en kanker. Verwachting is dat in 2030 48% van de volwassen Nederlanders (19+) overgewicht heeft. In ZuidLimburg heeft nu al meer dan de helft (54%) van de volwassenen overgewicht en 18% ernstig overgewicht. Dat is iets meer dan gemiddeld in Nederland. Fig. 37. % volwassenen met overgewicht (inclusief obesitas)
80% 70% 60% 50% 40% 30% 2008
2012
2016
Zuid-Limburg
2020
Beek
Overgewicht neemt ook toe bij kinderen Steeds meer gemeenten zetten zich in om overgewicht bij kinderen tegen te gaan en met goede reden. Overgewicht bij kinderen brengt gezondheidsrisco’s met zich mee, nu én in de toekomst. Ongeveer 70% van de kinderen met ernstig overgewicht heeft ook op latere leeftijd overgewicht en zelfs wanneer zij opgroeien tot volwassenen met een gezond gewicht hebben zij nog altijd een verhoogde sterftekans. Veel kinderen met overgewicht hebben later een verhoogde bloeddruk en lopen aanzienlijk meer kans op het krijgen van hart- en vaatziekten en suikerziekte op latere leeftijd. Figuur 38 laat de trend van overgewicht zien bij kinderen in Zuid-Limburg. Fig. 38. % kinderen met overgewicht (inclusief obesitas) in Zuid-Limburg
25% 20% 15% 10% 5% 0% 2017
2018 3 jaar
Gemeente Beek
2019 5 jaar Tabellenboek
2020 10 jaar Inhoudsopgave
2021
2022
13/14 jaar 27
D2. Leefstijl – Bewegen Weinig beweging in beweegcijfers De beweegcijfers in Zuid-Limburg lijken te stagneren. Het aantal mensen dat wekelijks sport en de beweegrichtlijn haalt, is nauwelijks veranderd sinds 2016. Ongeveer 44% van de Zuid-Limburgers zegt te voldoen aan de beweegrichtlijnen. Jongvolwassenen en mensen met een hoger opleidingsniveau houden zich vaker aan de richtlijnen. De cijfers blijven achter bij landelijke gemiddeldes. Aandacht voor een gezonde leefstijl en een gezonde omgeving blijft daarom belangrijk.
Fig. 39. % inwoners dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen 70%
70%
60%
60%
50%
50%
40%
40%
30%
30%
20%
20%
10%
10%
0%
0% Nederland
Zuid-Limburg
Nederland
Beek
13-16 jaar
16 tot 25 jaar
Zuid-Limburg 18 t/m 65 jaar
Beek 65+ jaar
Een gezonde leefomgeving bevordert de gezondheid Vanaf 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Deze biedt kansen voor gemeenten om gezondheidsbeleid steviger te verankeren. Door het expliciet meenemen van gezondheid krijgt de gezonde leefomgeving op lokaal niveau aandacht bij het maken van keuzes. De omgevingswet kan bij de inrichting van straten, pleinen, goede fietsen wandelverbindingen, veilige oversteekplekken, verlichting, groene ruimte voor bewegen, sport- en speelruimte, goed bereikbare en veilige recreatieve voorzieningen de gezondheid van bewoners versterken. Meer informatie over de gezonde leefomgeving leest u in hoofdstuk B Gezonde leefomgeving.
Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
28
D2. Leefstijl – Voeding Gezonde voeding als gezonde basis Zuid-Limburgers zijn gezonder gaan eten, de afgelopen jaren is de fruit en groente inname toegenomen. Gezonde voeding is belangrijk voor een gezond lichaam en gewicht, en een gezonde groei en ontwikkeling. Voldoende groente en fruit zijn hierin een groot onderdeel. In hoofdstuk F. Vitaal ouder worden, wordt het belang van gezonde voeding bij 65-plussers besproken.
Fig. 40. % inwoners dat voldoende groente eet 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Zuid-Limburg 13 tot 16 jaar
Beek 16 tot 25 jaar
18 t/m 65 jaar
65+ jaar
Water drinken als norm
Fig. 41. % jeugd dat elke dag water drinkt
Het is nog steeds niet vanzelfsprekend dat water drinken, in plaats van suikerhoudende dranken, voor iedereen de norm is. Niet iedereen is bekend met de
90% 80%
effecten en het gemak van water drinken. Het blijft
70%
dan ook belangrijk om hier aandacht aan te besteden
60%
via drinkwaterbeleid op plekken waar jongeren komen
50%
(scholen, sportverenigingen) en het informeren van
40%
jongeren en hun ouders. Door uit te gaan van factoren
30%
die jongeren zélf als stimulerend ervaren, kunnen
20%
interventies nog beter aansluiten bij de doelgroep
10%
zodat water drinken voor iedereen haalbaar en
0% Zuid-Limburg
vanzelfsprekend wordt.
Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
Beek
29
D3. Middelengebruik - Roken Een neerwaartse trend voor roken Roken is verreweg de belangrijkste oorzaak van sterfte en ziekte. Voor jongeren geldt dat meer dan de helft van de jongeren die beginnen met roken, verslaafd raakt. Onderzoek laat zien dat rokers die jong zijn begonnen met roken, meer sigaretten per dag roken en meer moeite hebben met stoppen. Ook is bekend dat nicotine de ontwikkeling van de hersenen bij jongeren kan beïnvloeden en mogelijk maakt nicotine jongeren ook gevoeliger voor (rook)verslaving. Van alle leeftijdsgroepen roken op landelijk en regionaal niveau de jongvolwassenen (16-25 jaar) het meeste. Fig. 42. % inwoners dat (weleens) rookt 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% 13 tot 16 jaar
1616 tottot 2525 jaar jaar Nederland
18 t/m 65 jaar Zuid-Limburg
65+ jaar
Beek
Steeds minder jongeren roken (7%) vanwege de hoge kosten van sigaretten, maar ook door het negatieve imago dat roken onder jongeren heeft. De dalende trend zet door, in 2015 rookten 9% van de jongeren, en in 2019 was dat 8%. Hoe ouder, hoe meer jongeren wel eens roken: het percentage rokers onder de 15-16 jarigen is meer dan twee keer zo hoog als onder de 13-14 jarigen. Vmbo-jongeren roken vaker dan jongeren die havo of vwo volgen. Er is geen duidelijk effect van corona zichtbaar op roken. Sinds 2008 neemt ook het percentage volwassen rokers langzaam maar gestaag af. Voor het eerst geldt voor Zuid-Limburg dat minder dan 20% van de volwassenen rookt.
Ook de e-sigaret is niet zonder gezondheidsrisico’s In 2020 gebruikte 3,9% van de 18 tot 65-jarigen gebruikt wel eens een e-sigaret. 1,2% van de 65+ers gebruikt wel eens een e-sigaret. Voor sommige mensen is een e-sigaret een effectief hulpmiddel om te stoppen met roken. De meeste gebruikers van een esigaret blijven ook tabak roken. Het gebruik van e-sigaretten is niet zonder gezondheidsrisico’s. De damp van een e-sigaret bevat ook schadelijke stoffen. Het inademen van deze stoffen kan de luchtwegen irriteren of beschadigen. Ook kunnen hartkloppingen ontstaan en heeft de gebruiker een verhoogde kans op kanker. De damp die een roker van een e-sigaret uitademt kan effecten hebben op omstanders. Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
30
D3. Middelengebruik - Alcohol Alcoholgebruik kan ernstige gezondheidseffecten veroorzaken Alcoholgebruik kan bij jongeren tijdens de groei ernstige hersenschade veroorzaken. Dit kan invloed hebben op leerprestaties. Jongeren die vroeg beginnen met drinken hebben een grotere kans op alcohol gerelateerde problemen en verslaving op latere leeftijd. Ook is er een vergroot risico op schooluitval en betrokkenheid bij overlast en geweld. Er is geen veilige ondergrens voor alcoholconsumptie. Daarom adviseert de Gezondheidsraad sinds 2015 om helemaal niet of niet meer dan één glas per dag te drinken vanaf 18 jaar. Deze richtlijn is bedoeld om chronische ziekten te voorkomen. Mensen die zwaar of binge drinken lopen een verhoogd risico op directe of acute schade door alcohol, zoals alcoholvergiftiging, verkeersongevallen, agressie en een verhoogde kans op hersenschade. Fig. 44. % volwassenen dat zwaar alcohol drinker is (minstens 1x per week 6 (m) dan wel 4 (v)
Fig. 43. % 13-16 jarigen dat de laatste 4 weken heeft binge gedronken
glazen of meer per dag)
30%
30%
25%
25%
20%
20%
15%
15% 10%
10%
5%
5%
0%
0% Nederland
Zuid-Limburg
Beek
Nederland
Zuid-Limburg
16 tot 25 jaar
18 t/m 65 jaar
Beek 65+ jaar
Alcoholgebruik neemt af in Zuid-Limburg Het alcoholgebruik daalde de afgelopen 15 jaar spectaculair onder jongeren. Toch dronk 32% van de jongeren in Zuid-Limburg in 2021 in de afgelopen 4 weken alcohol. Dat is een stijging ten opzichte van 2019 (voor de coronacrisis) toen dit percentage 28% was. Specifieker is er bij de groep dertienjarigen een stijging te zien van 13% naar 18% en bij zestienjarigen van 42% naar 44%. In Zuid-Limburg drinkt 79% van de volwassenen alcohol en 6% drinkt overmatig. Daarnaast is 7% van de volwassenen in deze regio een zware drinker. De afgelopen jaren laten een daling zien van het overmatig en zware alcoholgebruik in Zuid-Limburg. De coronacrisis heeft waarschijnlijk gezorgd voor een extra afname. In deze regio wordt niet meer of vaker gedronken dan gemiddeld in Nederland. Tussen de Zuid-Limburgse gemeenten zijn wel verschillen in drankgebruik te zien. Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
31
D3. Middelengebruik - Drugs Langdurig druggebruik en de effecten op gezondheid Langdurig druggebruik kan leiden tot verslaving en het vergroot de kans op schizofrenie, psychoses, depressie en angststoornissen. Op korte termijn kan druggebruik geheugenverlies en concentratiestoornissen veroorzaken. Tieners vormen een risicogroep om in aanraking te komen met drugs. Ze zijn gevoelig voor de invloed van de omgeving. Zij zijn vaak onvoldoende in staat om gezondheids- of verslavingsrisico’s in te schatten. Wanneer jongeren problemen op school hebben, verhoogt dit de kans dat zij drugs gaan gebruiken; omgekeerd kan druggebruik de motivatie om goed te presteren verminderen. Fig. 45. % jeugd en jongvolwassenen - recent cannabis (wiet) gebruik 20%
20%
18%
18%
16%
16%
14%
14%
12%
12%
10%
10%
8%
8%
6%
6%
4%
4%
2%
2%
0%
0% Nederland
Zuid-Limburg
16 tot 25 jaar
Beek
Nederland
Zuid-Limburg
Lichte daling voor het gebruik van softdrugs Softdrugs De trend in het gebruik van hasj of wiet is licht dalend. In 2015 had bijna 12% van de jongeren ooit softdrugs gebruikt, in 2021 daalde dat naar 9%. In 2021 zei ongeveer 2% van de 13- tot 14-jarigen en 7% van de 15- tot 16-jarigen recent hasj of wiet gebruikt te hebben. Jongens zijn iets vaker geneigd softdrugs te gebruiken dan meisjes. Het vaakst worden softdrugs gebruikt door jongeren met een lager onderwijsniveau. Harddrugs Van de 16-25 jarigen heeft 7,3% recent harddrugs (zoals GHB, lachgas, cocaïne of XTC) gebruikt. In 2021 experimenteerde circa 4% van de jeugd (13-16) met lachgas. Het gebruik van lachgas is ten opzichte van 2019 nagenoeg stabiel gebleven.
Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
32
VERSTERKING E.MENTAAL VERSTERKING MENTAAL WELBEVINDEN WELBEVINDEN E1.
MENTAAL WELBEVINDEN
E2
HECTHING
E3.
VEERKRACHT EN WEERBAARHEID
E4.
STRESS EN PRESTATIEDRUK
E5.
DIGITALE BALANS
NAAR INHOUDSOPGAVE
Link met Sociale Basis (eenzaamheid, veiligheid, netwerk )
Gemeente Beek
33
E1. Mentaal welbevinden Wat is mentale gezondheid? Mentale gezondheid is een breed begrip. Er is een grote variatie aan indicatoren en definities die onder de noemer mentale gezondheid gebruikt worden. In Nederland is vanuit onderzoek, beleid en praktijk consensus bereikt over de volgende definitie: "Mentale gezondheid is de manier waarop je je verhoudt tot jezelf en tot anderen en hoe je omgaat met de uitdagingen in het dagelijks leven. Tegelijkertijd gaat het ook over hoe jij en anderen in de samenleving dit ervaren” (Bron).
Mentaal welbevinden meten Mentaal welbevinden gaat over je goed voelen. Er is een grote variatie van indicatoren die een beeld kunnen geven van het mentaal welbevinden, zoals geluk, 'lekker in je vel zitten’ en positieve psychische gezondheid. Positieve psychische gezondheid kijkt naar drie aspecten van mentaal welbevinden; emotioneel, sociaal en psychologisch welbevinden. De afgelopen jaren is de positieve psychische gezondheid in Zuid-Limburg afgenomen. 29% van alle inwoners van 18 jaar en ouder ervaart een beneden gemiddeld positief psychisch welbevinden. Ook het geluksgevoel neemt af, zowel bij volwassenen als bij de jeugd. Vrouwen en meisjes hebben een minder goede mentale gezondheid dan mannen en jongens. Het aantal psychische klachten ligt het hoogst bij de doelgroep jongvolwassenen. Fig. 47. % jeugdigen met psychische klachten
Fig. 46. % inwoners dat zich gelukkig voelt 90%
90%
80%
80%
70%
70%
60%
60%
50%
50%
40%
40%
30%
30%
20%
20%
10%
10%
0%
0% 13 tot 16 jaar
16 tot 25 jaar
Nederland
Gemeente Beek
18 t/m 65 jaar
Zuid-Limburg
65+ jaar
Beek
Tabellenboek
13 tot 16 jaar Nederland
Inhoudsopgave
16 tot 25 jaar
Zuid-Limburg
Beek
34
E2. Hechting Een goede start voor een mentaal gezonde toekomst Onder hechting verstaan we de emotionele, affectieve en duurzame band tussen ouder en kind. Voor een kind betekent dit dat hij troost en nabijheid vindt bij zijn ouder; de ouder fungeert als veilige basis van waaruit de omgeving verkend wordt en is een veilige haven waarop het kind altijd kan terugvallen (NCJ). Deze basis wordt in het eerste levensjaar gelegd en blijft het hele leven van belang. In interactie met hun ouders ontwikkelen kinderen gedachtes en meningen over hoe zij hun relaties met anderen kunnen onderhouden en hoe zij zichzelf kunnen zien. Ouders die een veilige hechte relatie met hun kinderen hebben, geven hen tegelijkertijd de zekerheid dat ze het waard zijn om van te houden en te verzorgen. Kinderen die vanuit een hechte relatie met hun opvoeder(s) zijn opgegroeid, hebben meer zelfvertrouwen als ze ouder worden. Ouderlijke hechting draagt dus bij aan het welzijn van kinderen en adolescenten door het versterken van gevoelens van zelfvertrouwen en het verminderen van negatieve gevoelens. (bron)
Bij de meeste gezinnen gaat de hechting goed Bij de meerderheid van de gezinnen in Zuid-Limburg wordt een veilige hechtingsrelatie geobserveerd door de JGZ. Een deel van de ouders is in het begin nog zoekende, met name in balans en voorspelbaarheid. De grote van deze groep neemt af bij latere consulten.
De rol van de jeugdgezondheidszorg De JGZ-professional kan de ouders en kinderen begeleiden bij het opbouwen en behouden van een duurzame, veilige hechtingsrelatie. Dit wordt gedaan door middel van observeren (op welke wijze en wat voor hechtingsrelatie er wordt opgebouwd, inclusief het in kaart brengen van beschermende- en risicofactoren), begeleiden (middels adviezen, gesprekken en deelname aan de moeder-babygroep) en doorverwijzen (naar gespecialiseerde zorg). Programma’s en interventies gericht op een kansrijke start zoals Stevig Ouderschap en VoorZorg ondersteunen (aanstaande) ouders in een kwetsbare positie en kunnen bijdragen aan een goede hechting tussen ouders en kind. Meer informatie over Kansrijke Start is te vinden op www.trendbreukzuidlimburg.nl en in hoofdstuk A3. Kansrijke start.
Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
35
E3. Veerkracht & Weerbaarheid Een veerkrachtige bevolking
E3. Veerkracht & Weerbaarheid Veerkracht laat zien hoe iemand zich aanpast aan de uitdagingen van het leven.
Veerkrachtige mensen vinden het niet moeilijk om zich door stressvolle gebeurtenissen heen te slaan en ‘veren’ na een moeilijke periode meestal snel en gemakkelijk weer terug. Mensen die weinig veerkracht ervaren, hebben meer moeite om over tegenslagen in hun leven heen te komen.
Fig. 48. % jongeren dat stressvolle gebeurtenissen makkelijk doorstaat
Fig. 49. % volwassenen met een hoge veerkracht
45%
25%
40% 20%
35% 30%
15%
25% 20%
10%
15% 10%
5%
5% 0%
0% 13 tot 16 jaar Nederland
16 tot 25 jaar Zuid-Limburg
18 t/m 65 jaar
Beek
65+ jaar
Zuid-Limburg
Beek
Weerbaarheid bij jongeren Fig. 50. % jongeren dat onvoldoende weerbaar is
Een stevig fundament bestaat uit beschermende factoren die bijdragen aan het mentaal welbevinden van de jongere, waardoor deze zich kan ontwikkelen en gezond kan opgroeien. Zoals steun van volwassenen en een
16% 14% 12%
prettige omgeving voor kinderen binnen en
10%
buiten school. Versterking van dit soort factoren
8%
biedt een tegenwicht aan risico’s en problemen
6%
en maakt kinderen en jongeren weerbaar en
4%
veerkrachtig. Weerbare jongeren hebben voldoende zelfvertrouwen en kunnen goed voor zichzelf opkomen. Hierdoor kunnen zij, met
2% 0% 13 tot 16 jaar
respect voor anderen, gezonde keuzes maken
Nederland
en weerstand bieden aan groepsdruk. Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
Zuid-Limburg
Beek
36
E4. Stress & Prestatiedruk Gezonde en ongezonde stress Iedereen ervaart weleens stress. Acute stress zorgt ervoor dat we zo goed mogelijk functioneren in een spannende situatie. Als deze situatie voorbij is, of de taak voltooid is, komt ons lichaam weer tot rust en herstelt. Door emotionele situaties zoals een scheiding, deadline voor werk of school, werkloos zijn, overlijden van een dierbare, kan langdurig stress ervaren worden. Als de balans tussen stress en herstel niet aanwezig is, dan is stress ongezond voor ons. Als stress langer aanhoudt, hevig is of als mensen stressklachten gaan ervaren kan dit leiden tot burn-out, depressie of angststoornis.
Fig. 51. % jongeren dat vaak stress ervaart
Fig. 52. % volwassenen dat veel stress ervaart
54%
30%
52%
25%
50%
20%
48% 15%
46%
10%
44%
5%
42% 40%
0% 13 tot 16 jaar Nederland
18 t/m 65 jaar
16 tot 25 jaar Zuid-Limburg
Beek
Nederland
65+ jaar Zuid-Limburg
Beek
Stress bij jongeren Stress hoort bij het leven en kan positief zijn. Het is zelfs een onmisbare factor voor jongeren om zich gezond te kunnen ontwikkelen. Verschillende maatschappelijke ontwikkelingen zoals toenemende prestatiedruk, sociale verwachtingen, groeiende kansenongelijkheid en de coronacrisis zijn echter groeiende uitdagingen. Jongeren ervaren hierdoor toenemende stress en hebben meer risico op mentale problemen, zoals depressieve klachten, angst, eenzaamheid, burn-out klachten en slaapproblemen. Regelmatig en tijdig “echt afschakelen” bijvoorbeeld door voldoende beweging (in de buitenlucht), of een paar uur per dag offline zijn, kan voorkomen dat stress uitmondt in chronische stress. Een veilige en zorgzame omgeving en een goede begeleiding hierin zowel thuis als op school zijn daarvoor van cruciaal belang.
Gemeente Beek
Tabellenboek
Inhoudsopgave
37
E5. Digitale balans Digitaal in balans Digitale balans gaat over het zó indelen van je tijd, dat je je er goed en gezond bij voelt. Met en zonder digitale media, zoals smartphones, laptops, tablets en games. Wat de juiste balans is, is voor iedereen anders, en kan iedereen het beste zelf bepalen. Hierbij kan worden gekeken naar drie aspecten: 1. Je lichamelijke gezondheid: Slaap je voldoende? Beweeg je voldoende? En zit je niet te veel stil? 2. Je mentale gezondheid: Zorg voor voldoende inspanning, maar ook voor ontspanning. Heb je het gevoel dat je iets gepresteerd hebt deze week, of kon je je ergens volledig op focussen? En maak je daarnaast tijd en ruimte voor ontspanning? Doe je wel eens helemaal niks? 3. Je sociale gezondheid: Hoe zijn je relaties met anderen? Neem je voldoende tijd voor jezelf?
De digitale generatie, problematisch of niet? Als een jongere het onlinegedrag niet onder controle heeft, problemen krijgt in het dagelijks functioneren of voortdurend in gedachten bezig is met wat er online gebeurt, dan is er sprake van problematisch social media gebruik. Jongeren komen dan bijvoorbeeld slaap tekort, raffelen hun huiswerk af of voelen zich onrustig wanneer zij geen gebruik kunnen maken van social media. Ook langdurig gamen en niet kunnen stoppen, kan problematisch worden. Het hangt vaak samen met verlaagde schoolprestaties en depressieve gevoelens, maar ook met eenzaamheid en een negatief zelfbeeld. Fig. 53. % jeugd dat problematisch gebruik maakt van digitale media 10% 9% 8% 7% 6% 5% 4% 3% 2% 1% 0% Social Media Nederland
Gemeente Beek
Gamen Zuid-Limburg
Tabellenboek
Beek
Inhoudsopgave
38
VITAAL F.OUDER VITAAL OUDER WORDEN WORDEN F1.
KWETSBAARHEID
F2.
BEPERKINGEN
F3.
VALPREVENTIE
F4.
LEEFSTIJL – BEWEGEN
F4.
LEEFSTIJL - VOEDING
NAAR INHOUDSOPGAVE
Gemeente Beek
39
F1. Kwetsbaarheid Vitaal ouder worden door verkleinen van de kwetsbaarheid In Zuid-Limburg wonen meer ouderen dan in Nederland (25% vs 20%). Ook kent ZuidLimburg relatief veel 85-plussers, namelijk 3% en dat is 30% meer dan gemiddeld in Nederland. De urgentie van vitaal ouder worden is daarmee des te groter in de regio. Bij vitaal ouder worden kan gekeken worden naar het verkleinen van kwetsbaarheid. Kwetsbaarheid is geen aandoening, maar een optelsom van risicofactoren. De ene oudere heeft bijvoorbeeld moeite met boodschappen doen terwijl de andere oudere last heeft van vergeetachtigheid. De vier ‘gebieden’ waarop ouderen kwetsbaar kunnen zijn: fysieke (belemmeringen in hun fysieke functioneren door bijvoorbeeld gewichtsverlies, evenwichtsproblemen, vermoeidheid), cognitieve (belemmeringen in cognitie zoals geheugen en flexibiliteit), sociale (belemmeringen door eenzaamheid of verlies van sociale steun) en psychische kwetsbaarheid (belemmeringen door psychische aandoeningen zoals een depressie). Kwetsbaarheid kan leiden tot verminderde zelfredzaamheid en toenemende zorgafhankelijkheid. Daarom is het belangrijk om vroegtijdig de signalen hiervan op te pakken. Een groep ouderen die vaak iets kwetsbaarder is dan gemiddeld zijn de ouderen die alleenwonend zijn. In Zuid-Limburg valt 1 op de 3 ouderen in deze doelgroep.