Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Liander heeft op 29 september 2022 aangegeven geen belangen in het gebied te hebben, daarom hoeven er in dit bestemmingsplan geen veiligheidsafstanden opgenomen te worden. Conclusie "Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg" (vastgesteld)
23
Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan.
5.12
Natuur en landschap
Op het terrein rondom het buurtcentrum/voedselbank zijn meerdere waardevolle bomen aanwezig. Deze worden behouden. Over het algemeen wordt aanwezig groen waar mogelijk behouden. Daarnaast worden er plantsoenen van prairiegras aangelegd en worden er nieuwe bomen geplant. Daarmee worden meerdere eikenbomen en acaciabomen aan het plangebied toegevoegd. Door de aanleg van de speelvoorzieningen zal een drietal bomen moeten worden gekapt. In het plangebied worden echter een veelvoud nieuwe bomen geplant. Hierdoor wordt gecompenseerd voor de bomen die worden gekapt.
5.13
Veiligheid
Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.
Situatie Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes. Dit zal gebeuren bij de bouwplannen en inrichtingsplannen. Conclusie Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
5.14
Verkeer
De ontsluiting van het parkeerterrein van de supermarkt wordt in de beoogde situatie niet gewijzigd. Wel wordt het aantal parkeerplekken uitgebreid om te compenseren voor de toename van het winkelvloeroppervlak. Er komen in totaal 41 parkeerplaatsen bij. In totaal zullen er in de beoogde situatie 134 parkeerplekken bij de supermarkt beschikbaar zijn. Het nieuwe ontmoetingscentrum met voedselbank wordt ontsloten door een toegangsweg aan de Begoniastraat. Deze toegangsweg dient voornamelijk voor de bevoorrading van de voedselbank en als toegang voor klanten van de voedselbank. Het omliggende terrein is betreedbaar via looppaden in het gebied. Het buurtcentrum is zo ook te voet bereikbaar. Bij de voetbalkooi en bij het ontmoetingscentrum worden fietsparkeerplaatsen geplaatst.
24
"Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg" (vastgesteld)
Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg
5.15
Water
Deze waterparagraaf vormt het resultaat van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Het is verplicht de watertoets toe te passen. Hiermee wordt beoogd om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in het ruimtelijk planproces. De watertoets heeft betrekking op het grond-, oppervlakte-, afval- en hemelwater. Het behandelt alle relevante waterhuishoudkundige aspecten zoals ontwatering, wateroverlast en waterkwaliteit. De waterparagraaf beschrijft het relevante waterbeleid, de betrokkenheid en het advies van de waterbeheerder en de waterhuishoudkundige uitwerking van het plan. Huidige situatie Op het huidige terrein van dit plangebied staan enkele gebouwen. Het gaat hierbij om het oude ontmoetingscentrum Bronveld en een oude gymzaal waarbij ook stichting Hulp aan Elkaar ook verblijft. Tussen de gebouwen bevindt zich een voetbal veld en een honden uitlaatplaats. Ten westen van het perceel is gelegen de Lidl en aan de zuidzijde ligt de begraafplaats de Plantage. Rondom het plangebied liggen enkele watergangen. Langs de Oldenbarneveldseweg liggen een paar C-watergangen en een B-watergang. Langs de Plantagelaan liggen een twee vijvers die verbonden zijn met duikers met omliggende watergangen.
In de wijk Oldebarneveld ligt een gescheiden stelsel, zo ook in de Zonnebloemstraat en de Begoniastraat. Het hemelwaterriool voert zijn water af naar de eerder genoemde vijvers langs de Plantagelaan. In het projectgebied zelf liggen twee leidingen van de gemeente. Dit betreft een oude gemengde leiding die aansluit op het vuilwaterriool in de Begoniastraat en een persleiding die het drainagewater van de begraafplaats De Plantage afvoert naar het hemelwaterriool. De bodem bestaat voornamelijk uit zanderige gronden met lokaal wat kleiig en venig materiaal. De K-waarde op deze locatie ligt tussen de 1.8 en de 6.8 m/dag met een grondwaterstand gesitueerd op 0.9m-1.1m onder maaiveld. Toekomstige situatie Bij de ontwikkeling worden alle gebouwen gesloopt. Hiervoor in de plaats komt een nieuw gebouw dat zowel Bronveld als Hulp aan Elkaar huisvest. Rondom het gebouw komt een terras te liggen en een toegangsweg voor bevoorrading. De rest van het terrein wordt als park ingericht met een sportterrein in het noorden van het plangebied. de paden die hier komen te liggen zullen worden gerealiseerd in halfverharding. Met de uitvoering van dit plan zal ook de Lidl uitbreiden die aan de westzijde van het plangebied zit. Deze uitbreiding vindt plaats aan de oostzijde van de winkel en zal naast het pand ook de parkeerplaatsen uitbreiden richting Bronveld en Hulp aan Elkaar.
Voor het verwerken van hemelwater wordt er een berging gerealiseerd onder het aan te leggen sportveld. Hier wordt het dakoppervlak van Bronveld en Hulp aan Elkaar op aangesloten. De capaciteit van de berging is minimaal 30 mm per vierkante meter dak oppervlak en moet beschikken over een bladvang bij de woning en een goede zand-/vuilvang voor het bergingsveld. Hierdoor wordt zoveel mogelijk vuil opgevangen en zal de berging zo optimaal mogelijk gebruikt worden. De overige verhardingen op het terrein zullen worden afgewaterd in de omliggende groenstructuren en plantvakken. Om deze reden hoeven deze oppervlakten niet te worden meegenomen in de bergingseisen. Belangrijk hierbij is dat de oppervlakten niet afstromen richting een waterlichaam of rioolstelsel. De riolering van de gebouwen kan worden aangesloten op het rioolstelsel in de Begoniastraat. De Lidl zal voor de uitbreiding ook waterberging moeten realiseren. Voor de aan te leggen verharding (zijnde dak- en terreinverharding) moet ten minste 30 mm per vierkante meter berging gerealiseerd worden op eigen terrein. groendaken en halfverhardingen hoeven niet te worden meegenomen in de totale bergingscapaciteit. De overstort van de berging op beide terreinen moet bovengronds worden aangebracht. Hier kan het water bij intense buien overstorten en naar een naastgelegen straatkolk, groenvak of oppervlaktewater stromen.
Overstorten worden niet direct aangesloten op rioleringen. Bij de realisatie van de woning en de bijgebouwen worden uit duurzaamheidsoogpunt geen uitlogende "Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg" (vastgesteld)
25
Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg bouwmaterialen gebruikt. De ontwikkeling sluit aan bij de waterhuishoudkundige doelen van de gemeente en het waterschap. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
26
"Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg" (vastgesteld)
Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg
Hoofdstuk 6 6.1
JURIDISCHE ASPECTEN
Juridische aspecten
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft gemeenten de plicht tot het opstellen van een bestemmingsplan. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Dit zijn een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast bieden zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan het afwijken met een omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Barneveld. Het uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.
De planregels vallen in vier hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Tenslotte komt in hoofdstuk 4 het overgangsrecht en de slotbepaling aan bod. Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan echter incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk dan wel de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen. 6.1.1 6.1.1.1
Inleidende regels Begrippen
In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. 6.1.1.2
Wijze van meten
Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten (die bij het bouwen in acht dienen te worden genomen) moeten worden gemeten.
"Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg" (vastgesteld)
27
Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg
6.1.2 6.1.2.1
Bestemmingsregels Bestemming 'Detailhandel'
Binnen de bestemming 'Detailhandel' zijn gebouwen ten behoeve van detailhandel toegestaan. De maximale hoogte voor overige bouwwerken is drie meter. Door middel van een aanduiding op de verbeelding is een bedrijfswoning toegestaan. Op de gronden met de bestemming 'Detailhandel' zijn in beginsel alle vormen van detailhandel toegelaten. Als alleen een specifieke vorm van detailhandel aanvaardbaar is, dan is de daarmee corresponderende functieaanduiding opgenomen op de verbeelding. Zo is in dit bestemmingsplan de aanduiding 'Supermarkt' opgenomen op de verbeelding ter plekke van de hudiige supermarkt en haar beoogde uitbreiding. Afhaalhoreca is een vorm van detailhandel. 6.1.2.2
Bestemming 'Groen'
Het structureel groen krijgt de bestemming 'Groen'. Onder structureel groen worden wijkparken, grotere groenelementen op buurt- of blokniveau, groen om wegen en waterlopen en wadi's verstaan. Binnen deze bestemming zijn ook speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen en paden toegestaan. De bestemming 'Groen' wordt alleen toegepast op openbare gronden, niet op particuliere terreinen. In de omschrijving van de bestemming 'Groen' staat dat de gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen (et cetera) 'met daaraan ondergeschikt parkeervoorzieningen'. Het is de bedoeling van de raad dat een relatief klein gedeelte van de gronden kan worden gebruikt als parkeervoorziening: om en nabij 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak. De raad beschouwt de parkeervoorzieningen dan als ondergeschikt. Die 10% is geen harde norm. De regeling is bewust flexibel geformuleerd. Als de parkeervoorzieningen meer dan de helft van de oppervlakte van het bestemmingsvlak beslaan, dan is in elk geval geen sprake van ondergeschiktheid. Wanneer sprake is van landschappelijke waarden wordt aan de hand van de geldende bestemming en de eigendomssituatie bepaald welke bestemming wordt toegekend. Bij gemeentelijk eigendom kan het hierbij gaan om diverse bestemmingen, zoals 'Groen' en 'Verkeer' in combinatie met de dubbelbestemming 'Waarde-Landschap.
Bij particulier eigendom kan het gaan om de bestemming 'Tuin', met de aanduiding 'groen'. Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels voor de aanleg van in- en uitritten. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming 'Groen' in 'Tuin' te wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheid kan toegepast worden wanneer de gemeente grond verkoopt aan particulieren ter uitbreiding van tuinen. 6.1.2.3
Bestemming 'Maatschappelijk'
Binnen de bestemming 'Maatschappelijk' zijn gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Door middel van een aanduiding op de verbeelding wordt een specifieke maatschappelijke voorziening aangegeven, zoals begraafplaats, kinderopvang of religie. In principe wordt zo min mogelijk gebruik gemaakt van aanduidingen om het bestemmingsplan zo flexibel mogelijk te maken. Wanneer echter een andere maatschappelijke voorziening niet wenselijk is, door de ligging of omvang van het perceel, dan wordt wel een aanduiding toegepast. De maximale hoogte voor overige bouwwerken is drie meter. 6.1.2.4
Dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3'
In alle gebieden die (nog) niet zijn vrijgegeven na archeologisch onderzoek of waar is besloten tot behoud in situ is een dubbelbestemming voor archeologie toegepast. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' is toegepast bij een ondergrondse bouwdiepte van 0,3 m, in gebieden met een hoge verwachtingswaarde (bij een oppervlakte van meer dan 250 m2).
28
"Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg" (vastgesteld)
Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg
6.1.3 6.1.3.1
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 6.1.3.2
Algemene bouwregels
In artikel 9.1 is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen. De regeling houdt in dat ondergronds bouwen is toegestaan waar ook bovengronds bouwen is toegestaan, tenzij anders is aangegeven. 6.1.3.3
Algemene gebruiksregels
Ter verduidelijking van het plan wordt aangegeven dat het gebruiken van gronden ten behoeve van een seksinrichting in ieder geval strijdig is met de bestemming. Ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen wordt in deze regels aangegeven dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn conform de nota parkeernormen. Hierbij wordt het vergroten van een woning uitgesloten. 6.1.3.4
Algemene aanduidingsregels
De aanduidingen bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. Er zijn in dit plan geen gebiedsaanduidingen opgenomen. 6.1.3.5
Algemene afwijkingsregels
Er is een algemene afwijkingsregel opgenomen wanneer dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Het is niet de bedoeling dat deze algemene bevoegdheid wordt toegepast in combinatie met het afwijken zoals dat bij een specifieke bestemming is genoemd. Met andere woorden: cumulatie van deze bevoegdheden is uitgesloten. Een voorbeeld: de maximale goothoogte voor een woning is 6 meter. Bij de bestemming is de bevoegdheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels en die goothoogte te vergroten met maximaal 3 meter. Het is niet de bedoeling dat dan nog eens toepassing wordt gegeven aan de algemene afwijkingsbevoegdheid met een vergroting van nog eens 10% tot gevolg. Het is toegestaan om af te wijken van de goot- en bouwhoogte en inhoud en buiten het bouwvlak te bouwen wanneer de bestaande en eventueel bij te bouwen nieuwe bebouwing op het bouwperceel wordt geïsoleerd.
De uitbreiding is uitsluitend bedoeld wanneer de isolatiemaatregelen een grotere omvang van de bebouwing vragen om eenzelfde oppervlakte te krijgen als wanneer er geen of een beperkter isolatiepakket zou worden gehanteerd dat alleen aan de eisen uit het Bouwbesluit voldoet. Het gaat hier dus bijvoorbeeld om dikkere muren en/of een hoger dak. 6.1.3.6
Algemene wijzigingsregels
In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. De bevoegdheid is bedoeld voor aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein. Ook wordt hier aan het bevoegd gezag de mogelijkheid gegeven om, onder voorwaarden het plan wijzigen in die zin dat de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - Standplaats' wordt toegevoegd aan de gronden.
"Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg" (vastgesteld)
29
Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg
6.1.3.7
Algemene procedureregels
Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht en artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging een besluit nemen omtrent de wijziging. Voor het stellen van nadere eisen is geen procedure opgenomen in de wet. De procedure staat beschreven in hoofdstuk 3 "Algemene regels" van dit bestemmingsplan. 6.1.4 6.1.4.1
Overgangs- en slotregels Overgangsregels
Voor de overgangsregels is onderscheid gemaakt tussen de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken en de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik. Zowel de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken als de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik gelden vanaf inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht. Vooraf dient een afweging te worden gemaakt tussen legaliseren (positief bestemmen) dan wel handhaving van illegale situaties. De overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik zijn overgenomen uit artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 6.1.4.2
Slotregel
Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan.
6.2
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: de regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving; handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren; niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (onder andere in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijken van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.
In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: de regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels; het afwijkingenbeleid.
30
"Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg" (vastgesteld)
Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg
In dit bestemmingsplan is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het plan opgenomen afwijkingsbevoegdheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
"Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg" (vastgesteld)
31
Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg
Hoofdstuk 7 7.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Kostenverhaal en zekerstellingen
Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Nu het plan de bouw van een bouwplan zoals dat in artikel 6.2.1 Bro is opgenomen mogelijk maakt, is dit aan de orde. De nieuwbouw wordt gefinancieerd vanuit een budget voor gemeentelijke vastgoed in het kader maatschappelijk voorzieningen. Voor het zekerstellen van verhaalbare kosten, zijn met de naastgelegen supermarkt overeenkomsten gesloten.
32
"Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg" (vastgesteld)
Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op 30 juni 2022 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennisgegeven van het voornemen om het voorliggende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is verder dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).
8.1
Participatie
In het voortraject behorende bij dit bestemmingsplan is veelvuldig overleg gevoerd met en input gevraagd aan omwonenden en belanghebbenden. Daarbij zijn op 5 juli 2022 en 1 december 2022 inloopavonden georganiseerd om het plan en de planvorming te bespreken met stakeholders, omwonenden en andere belanghebbenden. De belanghebbenden hebben bijgedragen aan het project in de vorm van een Programma van Eisen. Dit document heeft als input gefunctioneerd voor de vormgeving en functionaliteit van het buurthuis en voor de invulling van het terrein rond het beoogde buurthuis/voedselbank. Daarnaast is het bestuur van het ontmoetingscentrum betrokken bij het ontwerpteam voor het ontmoetingscentrum.
8.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 1500 m2 en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval. Om die reden heeft geen vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden. Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding. Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen.
Gelet op de brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft geen vooroverleg plaatsgevonden, aangezien de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) geen adviserende en coördinerende rol meer heeft met betrekking tot de advisering over een voorontwerp betreffende gemeentelijke ruimtelijke plannen. Nu er sprake is van een gemeentelijk ruimtelijk plan, waarbij er geen nationale rijksbelangen aan de orde zijn en de betrokken rijksdiensten niet als direct belanghebbende zijn aan te merken, behoeft het plan niet voor vooroverleg naar de ILT opgestuurd te worden. Aangezien er geen sprake is van een provinciaal belang, is er geen vooroverleg gevoerd met de provincie. Het bestemmingsplan "Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg" betreft echter een plan van lokaal belang. Vooroverleg is niet noodzakelijk en wordt dan ook niet gevoerd. Het plan is in het kader van de beoordeling wel voorgelegd aan de VGGM.
"Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg" (vastgesteld)
33
Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg
8.3
Inspraak
De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Het plan en het ontwerp is op meerdere momenten met de buurt en belanghebbenden besproken, uitgelegd en voor feedback voorgelegd. Hierdoor is gekozen om het plan niet ook voor inspraak ter inzage te leggen.
8.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 24 november 2022 tot en met 5 januari 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken zijn geen reacties ingediend.
34
"Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg" (vastgesteld)