CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg_Toelichting_Bijlage 3 Quickscan Ecologie (2021).pdf

Gemeenteraad 22 maart 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Zonnebloemstraat – Oldenbarnevelderweg (Buurthuis Bronveld)5.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologische quickscan Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld In het kader van de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland Aangepaste versie 20-10-2021

Auteur: Martin W. van den Hoorn Datum oplevering: 1 juni 2021 EONW-rapport: EONW.RA2136.10 In opdracht van: Gemeente Barneveld Citeren als: Hoorn, M.W. van den, 2021. Ecologische quickscan Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld. In het kader van de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland. Rapport EONW.RA2136.10. EONW|Ecologisch Onderzoek Natuurwetgeving. © EONW|Ecologisch Onderzoek Natuurwetgeving 2021

1 Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld

Inhoud 1

2

Aanleiding, reikwijdte en werkwijze.................................................................................... 3 1.1

Aanleiding .................................................................................................................................3

1.2

Onderzoeksvragen ...................................................................................................................3

1.3

Werkwijze .................................................................................................................................4

Plangebied en voornemen .................................................................................................. 5 2.1

3

4

5

6

7

Plangebied ................................................................................................................................5

Toetsingskader..................................................................................................................... 8 3.1

De Wet natuurbescherming .....................................................................................................8

3.2

Natuurnetwerk Nederland .......................................................................................................9

Resultaten en effectenanalyse .......................................................................................... 11 4.1

Beschermde gebieden ........................................................................................................... 11

4.2

Beschermde soorten ............................................................................................................. 12

4.3

Houtopstanden ..................................................................................................................... 16

Toetsing ............................................................................................................................. 17 5.1

Beschermde gebieden........................................................................................................... 17

5.2

Beschermde soorten ............................................................................................................. 17

5.3

Houtopstanden ..................................................................................................................... 18

Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................ 19 6.1

Conclusies .............................................................................................................................. 19

6.2

Aanbevelingen ....................................................................................................................... 20

6.3

Samenvatting ........................................................................................................................ 20

Bronnen ............................................................................................................................. 22 Gegevens NDFF ......................................................................................................... 23

Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld 2

1 Aanleiding, reikwijdte en werkwijze 1.1 Aanleiding Gemeente Barneveld is voornemens om een drietal panden te slopen en de locaties te herontwikkelen. Voor het verkrijgen van de benodigde omgevingsvergunning(en) vraagt de gemeente Barneveld een ecologische quickscan. De gemeente heeft EONW verzocht deze quickscan uit te voeren. Voorliggende rapportage toetst in hoeverre sloop en herontwikkeling mogelijk in strijd is met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming en/of mogelijk leidt tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze rapportage heeft ten aanzien van de Wet natuurbescherming het niveau van een quickscan. Een quickscan is een eerste verkenning naar het effect van voorziene werkzaamheden, activiteiten en ingrepen en bestaat uit een kort veldbezoek, aangevuld met een literatuuronderzoek. Uit een quickscan volgt: •

welke overtredingen van wet- en regelgeving zeker niet aan de orde zijn;

•

welke overtredingen van wet- en regelgeving mogelijk wel aan de orde zijn;

•

welke aanvullende onderzoeken en toetsingen nog nodig zijn om een definitieve toetsing aan de wet- en regelgeving te kunnen doen.

Een quickscan omvat geen gericht onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en heeft ten aanzien van Natura 2000 het niveau van een voortoets. Ook loopt een quickscan niet het afwegingskader ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland door.

1.2 Onderzoeksvragen In deze rapportage komen de volgende onderzoeksvragen aan de orde: •

Wat is de afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebieden?

•

Wat is de afstand van het plangebied tot Natuurnetwerk Nederland?

•

Van welke beschermde flora- en fauna kan het voorkomen in het plangebied niet geheel worden uitgesloten?

•

Zijn in het plangebied houtopstanden aanwezig die vallen onder de Wet natuurbescherming?

•

Kunnen de voorziene werkzaamheden, activiteiten en ingrepen mogelijk leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en/of houtopstanden?

•

Kunnen de voorziene werkzaamheden, activiteiten en ingrepen mogelijk leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland?

•

Is de hier gepresenteerde toetsing naar de effecten op beschermde gebieden afdoende of is een nadere diepgaandere analyse nodig in de vorm van een passende beoordeling?

3 Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld

•

Is de hier gepresenteerde toetsing naar de effecten op beschermde soorten afdoende of is een nader specifiek onderzoek naar bepaalde soorten nodig?

•

Is de hier gepresenteerde toetsing naar de effecten op Natuurnetwerk Nederland afdoende of is een nadere diepgaandere analyse nodig in de vorm van een Nee, tenzij-toets?

1.3 Werkwijze De volgende werkwijze is gevolgd: •

Op 22 mei 2021 is het plangebied en omgeving door M.W. van den Hoorn bezocht. Hierbij zijn alle aanwezige ruimtelijke structuren beoordeeld op geschiktheid voor door de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Van kenmerkende structuren zijn foto’s gemaakt.

•

De ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland is opgezocht.

•

Voor zover relevant is door middel van bronnenonderzoek onderzocht welke beschermde flora en fauna in de ruime omgeving van het plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hiervoor is op 28-05-2021 de Nationale Databank Flora en Fauna middels de applicatie quickscanhulp.nl geraadpleegd. Zie voor resultaten Bijlage 1.

•

Aan de hand van het veldbezoek en het bronnenonderzoek is op grond van expert judgement een inschatting gemaakt van de mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna.

•

In samenspraak met de opdrachtgever zijn de werkzaamheden, activiteiten en ingrepen omschreven.

•

Op grond van de omschreven werkzaamheden, activiteiten en ingrepen zijn de onderzoeksvragen beantwoord en is advies gegeven voor te nemen vervolgstappen.

Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld 4

2 Plangebied en voornemen 2.1 Plangebied 2.1.1

Ligging

Het plangebied ligt in Barneveld (gemeente Barneveld, provincie Gelderland) en omvat drie deelplangebieden met de volgende adressen (Afbeelding 1): •

Zonnebloemstraat 25 (deelplangebied Meerwaarde);

•

Zonnebloemstraat 31 (deelplangebied Bronveld);

•

Begoniastraat 123 (deelplangebied Oude Gymzaal).

Afbeelding 1. Ligging van de deelplangebieden met de begrenzingen in oranje weergegeven. Deelplangebied Oude gymzaal (links), deelplangebied Bronveld (midden) en deelplangebied Meerwaarde (rechts). © Ondergrond Publieke Dienstverlening op de Kaart Loket 2021.

2.1.2

Omschrijving deelplangebieden

Oude gymzaal In deelplangebied Oude gymzaal staat een gebouw met een plat dak met een hoger en een lager deel. De dakrand is afgewerkt met een daklijst die her en der wijkt waarmee vleermuizen toegang hebben tot de ruimte onder het dak en wellicht de spouwmuur. In het lagere deel zijn een aantal open stootvoegen aanwezig. Het perceel rond het gebouw is deels verhard en bestaat deels uit gazon. Aan de noordzijde is een struweel aanwezig met soorten zoals gewone vlier (Sambucus nigra), hazelaar (Corylus avellana) en kornoelje (Cornus sp.). Ook staan er twee Spaanse aken (Acer campestre) en is er een laag, verwaarloosd plantsoenvak met grote brandnetel (Urtica dioica), kleefkruid (Galium aparine) en braam (Rubus sp.) aanwezig. Langs de verharding staan nog een smalbladige eik (Quercus sp.) en twee esdoorns (Acer sp.).

5 Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld

Afbeelding 2. Impressie gebouw.

Afbeelding 3. Impressie groen aan de noordzijde van het deelplangebied.

Bronveld In deelplangebied Bronveld staat een gebouw met een plat dak. De dakrand is afgewerkt met een boeiboord dat aan de onderzijde dicht is. De muren hebben aan de straatzijde diverse open stootvoegen waarmee vleermuizen toegang hebben tot de spouwmuur. Aan de achterzijde is het plangebied deels verhard met betontegels en is er een trapveldje met speeltoestellen. In de achtertuin staan twee forse

Afbeelding 4. Impressie gebouw en erf.

Afbeelding 5. Impressie groen in plangebied. Hagen van beuk (links), hagen van laurierkers en gazon (midden) en diverse opgaande beplanting tegen het gebouw aan (rechts).

Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld 6

haagbeuken (Carpinus betulus). Het trapveldje is omheind met een lage haag van onder andere beuk (Fagus sylvatica), haagbeuk en sneeuwbes (Symphoricarpos sp.). Verder zijn er diverse bomen zoals zachte berk (Betula pubescens) en Spaanse aak aanwezig. Aan de voorzijde van het gebouw is een gazon met vier lindebomen (Tilia sp.) en lage hagen die grotendeels bestaan uit Laurierkers (Prunus laurocerasus) en vuurdoorn (Pyracantha sp.). Tegen het gebouw aan staat wat algemene sierbeplanting zoals vuurdoorn, conifeer, klimop (Hedera sp.) en een spar (Picea sp.). Meerwaarde Plangebied Meerwaarde bestaat uit een schoolgebouw met een plat dak in een zeer groene omgeving. Op luchtfoto’s is te zien dat het platte dak waarschijnlijk is voorzien van ballastgrind. De vele stootvoegen van het gebouw zijn voorzien van stootvoegroosters. Het schoolplein is verhard en zeer groen gericht. Aan

Afbeelding 6. Impressie gebouw en erf. Voorzijde (links), achterzijde (midden) en afgesloten stootvoegen (rechts).

de achterzijde is een gazon omgeven door een lommerrijke haag met onder andere grote brandnetel, Spaanse aak, meidoorn (Crataegus sp.), kornoelje, hulst (Ilex aquifolium) en gewone vlier aanwezig. Er bevinden zich aan de achterzijde tevens enkele verwaarloosde plantsoenvakken met opslag van o.a. meidoorn. Verder staan er aan de zijkant van de school zachte berk en zomereik (Quercus robur). Aan de voorzijde van de school bevinden zich diverse hagen van onder andere sneeuwbes en struikkamperfoelie (Lonicera nitida). Ook zijn er veel plantsoenvakken en enkele kleine bomen (Acer sp.) aanwezig.

Afbeelding 7. Impressie van het aanwezige groen. Rand van het schoolplein (links), rand van het gazon (rechts) en groen tegen de bebouwing aan (rechts).

2.1.3

Voornemen

De gemeente is voornemens om de locaties te herontwikkelen. Hiervoor is sloop van gebouwen voorzien. De Oude gymzaal wordt onderdeel van de uitbreiding van de naastgelegen supermarkt.

7 Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld

3 Toetsingskader 3.1 De Wet natuurbescherming 3.1.1

Algemeen

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. De Wet natuurbescherming is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. Voor deze toetsing zijn de volgende drie onderdelen van de Wet natuurbescherming relevant: •

bescherming van Natura 2000-gebieden;

•

bescherming van soorten;

•

bescherming van houtopstanden.

In de wet is ook een zorgplicht opgenomen. Vanuit deze zorgplicht moeten handelingen achterwege blijven waarvan men kan vermoeden zij nadelige gevolgen kunnen hebben voor beschermde gebieden of soorten.

3.1.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden

Vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben de lidstaten de verplichting om Natura 2000gebieden aan te wijzen. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van: •

leefgebieden voor vogelsoorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Vogelrichtlijn, en/of,

•

natuurlijke habitats en de habitats van soorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Habitatrichtlijn.

Verboden is elke activiteit (zowel binnen als buiten een Natura 2000-gebied) die de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of die een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De activiteit kan alleen doorgang vinden als er een vergunning is verleend.

3.1.3

Bescherming van soorten

De soortbescherming van de Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes namelijk: •

beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn;

•

beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn;

•

beschermingsregime andere soorten.

Onder geen van deze beschermingsregimes is het toegestaan om dieren te doden of te vangen of hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te vernielen of te beschadigen. Nesten van de meeste vogelsoorten zijn alleen beschermd indien ze in gebruik zijn. Van sommige vogelsoorten is het nest het

Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld 8

gehele jaar door beschermd, ook als het tijdelijk niet in gebruik is. Soorten die vallen onder het beschermingsregime van de Vogel- en Habitatrichtlijn mogen niet opzettelijk worden verstoord. Voor de meeste vogels geldt dat dit wel is toegestaan zolang het (ver)storen geen wezenlijke invloed heeft op de staat van instandhouding van de betreffende soort. Soorten die vallen onder het beschermingsregime andere soorten mogen wel worden verstoord. Eieren van soorten die vallen onder het beschermingsregime van de Vogel- en Habitatrichtlijn mogen niet opzettelijk worden beschadigd, geraapt of worden vernield. Beschermde planten mogen niet worden geplukt, verzameld, afgesneden, ontworteld of vernield. Ontheven worden van de verbodsbepalingen of hiervan worden vrijgesteld kan alleen wanneer er voldaan wordt aan de volgende drie voorwaarden: •

er is geen andere bevredigende oplossing;

•

er is geen negatief effect op de staat van instandhouding van de soort;

•

er is voldaan aan de in de wet genoemde belangen.

Elke provincie hanteert een eigen lijst met (onder voorwaarden) van de Wet natuurbescherming vrijgestelde soorten.

3.1.4

Bescherming van houtopstanden

Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen, gerekend over het totaal aantal rijen. Het is verboden om een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Op het velverbod zijn een groot aantal uitzonderingen van toepassing die, wanneer nodig, in de effectenanalyse worden toegepast. Vrijstellingen gelden wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden, of deze nodig zijn voor aanleg en onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.

3.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) bestaat uit planologisch beschermde gebieden die zijn aangewezen om ecologische verbindingen te realiseren tussen belangrijke natuurgebieden. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland zijn door de provincies vastgelegd en mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle (mogelijke) effecten van een voorgenomen ingreep moeten dan ook worden getoetst. In de provincie Gelderland is het NNN onderverdeeld in het Geldersnatuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Het GNN bestaat enerzijds uit alle gebieden met een natuurbestemming binnen de voormalige Gelderse EHS en anderzijds uit het zoekgebied van 7300 ha voor 5300 ha nieuwe natuur. Het beleid met betrekking tot het GNN is ten eerste gericht op de bescherming en het herstel van de aanwezige natuurwaarden, ten tweede op de ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden.

9 Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld

De GO bestaat uit alle gebieden met een andere bestemming dan natuur binnen de voormalige Gelderse EHS. Het beleid met betrekking tot de GO is gericht op het versterken van de ecologische samenhang door de aanleg van ecologische verbindingszones, waaronder landgrensoverschrijdende klimaatcorridors. De ontwikkelingsdoelstelling is tweeledig: ontwikkeling van functies in combinatie met versterking van de kernkwaliteiten natuur en landschap. In de GO worden natuur- en landschapselementen aangelegd ter verbetering van de migratiemogelijkheden voor planten en dieren. Zowel door compensatie als verevening worden er nieuwe natuurelementen gerealiseerd. Na realisatie worden deze onderdelen toegevoegd aan het GNN. Bron: Omgevingsverordening Gelderland.

In dit hoofdstuk zijn regels en verbodsbepalingen vereenvoudigd weergegeven. Ook is niet alles uitputtend behandeld. Voor de exacte formulering van de regels en verbodsbepalingen wordt verwezen naar de formele wetteksten.

Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld 10

4 Resultaten en effectenanalyse 4.1 Beschermde gebieden 4.1.1

Natura 2000-gebieden

Resultaat

Het plangebied ligt op circa 5,7 km afstand van Natura 2000-gebied Veluwe. Andere Natura 2000gebieden liggen op een afstand van meer dan 13 km (Afbeelding 8).

Afbeelding 8. Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (groen). © Publieke Dienstverlening op de Kaart Loket 2021.

Effectenanalyse

Gezien de afstand van het plangebied tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is het uitgesloten dat de voorziene werkzaamheden een direct effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Ook indirecte effecten in de vorm van extra stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats zijn, gezien de ruime afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied en de beperkte omvang van de werkzaamheden en de voorziene toekomstige ontwikkelingen, niet aan de orde.

4.1.2

Natuurnetwerk Nederland

Ligging en effectenanalyse

Het plangebied ligt op ruim 1200 m van zowel de Groene Ontwikkelingszone (GO) als het Gelders Natuurnetwerk (GNN) (Afbeelding 9). Omdat het plangebied niet in de GO of het GNN ligt is een negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in Gelderland als gevolg van de voorziene werkzaamheden niet aan de orde.

11 Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld

Afbeelding 9. Ligging van de deelplangebieden (oranje) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland. De Groene Ontwikkelingszone is met lichtgroen weergegeven, het Gelders Natuurnetwerk met donkergroen. © Publieke Dienstverlening op de Kaart Loket 2020 en provincie Gelderland 2021.

4.2 Beschermde soorten 4.2.1

Algemene vrijstelling

In de provincie Gelderland zijn de volgende soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming: bruine kikker (Rana temporaria), gewone pad (Bufo bufo), kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), meerkikker (Rana ridibunda), middelste groene kikker/bastaardkikker (Pelophylax kl. esculentus), bosmuis (Apodemus sylvaticus), huisspitsmuis (Crocidura russula), ondergrondse woelmuis (Pitymys subterraneus), tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus), woelrat (Arvicola terrestris), aardmuis (Microtus agrestis), dwergmuis (Micromys minutus), dwergspitsmuis (Sorex minutus), gewone bosspitsmuis (Sorex araneus), rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus), veldmuis (Microtus arvalis), egel (Erinaceus europeus), vos (Vulpes vulpes), ree (Capreolus capreolus), haas (Lepus europeus) en konijn (Oryctolagus cuniculus). In deze beoordeling wordt dan ook niet op het voorkomen van deze soorten ingegaan.

4.2.2

Vogels

Resultaat

Geen van gebouwen zijn geschikt is als nestplaats voor gierzwaluw (Apus apus), huismus (Passer domesticus) of voor andere soorten waarvan het nesten het gehele jaar beschermd is. Huismus is tijdens het veldbezoek niet waargenomen waarmee zeker is dat er ter plekke geen grote populatie aanwezig is. In deelplangebied Meerwaarde is een nest van een pimpelmees (Cyanistes caeruleus) ontdekt in de spouw die toegankelijk was via een ruimte rond een regenpijp. Het grind op het dak maakt het dak mogelijk geschikt als broedplaats voor scholekster (Haematopus ostralegus). Aanwijzingen voor de aanwezigheid van roofvogelnesten of roestplaatsen van uilen in het groen rond de school zijn niet aangetroffen. Uitzondering is een haagbeuk achter deelplangebied Bronveld. Hier was een groot nest in de boom aanwezig. Vanwege het vele blad kon niet worden achterhaald wat voor nest het was, maar het

Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld 12

vermoeden is dat het van een ekster (Pica pica) is. Ekster is een categorie-5 vogel. Dit zijn vogels waarvan het nest bij gebrek aan alternatieve broedlocaties een jaarrond beschermde status heeft. Voor deze soorten en andere te verwachten soorten zijn in het groen diverse nestelmogelijkheden aanwezig. Gezien het vele groen in de omgeving is er voor deze soorten ook voldoende alternatief en is een jaarronde bescherming van nesten uit deze categorie voor het plangebied niet aan de orde. Effectenanalyse

Sloop van de gebouwen heeft geen effect op vogelsoorten waarvan het nest een jaarrond beschermde status heeft, mits de het nest in de haagbeuk achter deelplangebied Bronveld niet toebehoord aan een roofvogel met jaarrond bescherm nest. Werkzaamheden nabij het groen in het broedseizoen kunnen ertoe leiden dat eieren worden beschadigd of jonge dieren worden gedood. Verstoring van in gebruik zijnde vogelnesten kan worden voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren in de afwezigheid van functionele vogelnesten. Dit kan door te werken in de periode september-maart of door, vlak voordat de werkzaamheden beginnen, het plangebied te (laten) controleren op de afwezigheid van nesten. Ook kan buiten het broedseizoen preventief groen worden verwijderd en kan in deelplangebied Meerwaarde buiten het broedseizoen de toegang tot de school voor vogels worden dichtgemaakt. Dit laatste is alleen toegestaan wanneer in het schoolgebouw geen vleermuizen aanwezig zijn.

4.2.3

Vleermuizen

Resultaat

Gezien de ligging van het plangebied en de waarnemingen uit de regio (zie Bijlage 1) kunnen in het plangebied de volgende vleermuissoorten worden verwacht: gewone dwergvleermuis (Pipistrelllus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), laatvlieger (Eptesicus serotinus), rosse vleermuis (Nyctalus noctula) en gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus). Alle drie de onderzochte gebouwen zijn toegankelijk voor vleermuizen (Afbeelding 10). Het betreft: •

wijkende dakranden (ook breed genoeg voor een grote soort als laatvlieger) in deelplangebieden Oude gymzaal en Meerwaarde;

•

open stootvoegen in deelplangebieden Bronveld en Oude gymzaal (bij Bronveld ook breed genoeg voor laatvlieger);

•

openingen rond regenpijpen in deelplangebied Meerwaarde (ook breed genoeg voor laatvlieger);

•

ruimte nabij betimmeringen en boeiboorden: in alle deelplangebieden (beperkt) aanwezig.

Met uitzondering van de boombewonende rosse vleermuis kunnen van alle genoemde soorten zomer-, en kleine winterverblijfplaatsen aanwezig zijn. Van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger is ook het voorkomen van kraamverblijfplaatsen niet uitgesloten en van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis zijn mogelijk paarverblijfplaatsen aanwezig. De aanwezigheid van een massawinterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is, gezien de beperkte massa van Bronveld en Meerwaarde, voor deze deelplangebieden uitgesloten. Voor de Oude gymzaal geldt dit niet, al zijn de potenties klein. Alhoewel er veel groen is in de deelplangebieden, is dit relatief weinig ten opzichte van het groen net buiten de deelplangebieden. Hiermee is het uitgesloten dat het groen in de deelplangebieden fungeert als essentieel foerageergebied. De doorgaande bomenrij langs de watergang ten zuiden van het plangebied

13 Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld

kan fungeren als essentiële vliegroute, maar wordt niet door het voornemen beïnvloed. De bomen binnen de in Afbeelding 1 met oranje aangeduide zones bevatten geen voor vleermuizen geschikte holtes.

Afbeelding 10. Diverse openingen waarmee vleermuizen toegang hebben tot verborgen ruimtes in de gebouwen. Open stootvoegen en wijkende dakrand deelplangebied Oude gymzaal (linksboven en midden boven), open stootvoegen en wijkende betimmering deelplangebied Bronveld (rechtsboven en linksonder) en ruimte bij regenpijp en wijkende dakrand in deelplangebied Meerwaarde (midden onder en rechtsonder).

Effectenanalyse

Slopen van de gebouwen kan ertoe leiden dat verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan of dieren worden gedood. Een effect op een essentiële vliegroute of essentieel foerageergebied is niet aan de orde.

4.2.4

Marterachtigen, bever en eekhoorn

Resultaat

De gebouwen zijn niet toegankelijk voor marterachtigen. De steenmarter (Martes foina) wordt frequent in een stedelijke omgeving waargenomen. Van deze soort zijn in het plangebied geen sporen aangetroffen. Toch is het niet uitgesloten dat het plangebied deel uitmaakt van het leefgebied van een steenmarter. De deelplangebieden zijn echter te klein om een wezenlijk onderdeel uit te maken van het leefgebied van deze soort. Voor de andere niet vrijgestelde marterachtigen en bever (Castor fiber) is de ligging van het plangebied te stedelijk om geschikt te zijn als onderdeel van hun leefgebied. Van deze soorten zijn dan ook geen sporen aangetroffen. Mogelijk komt in het plangebied eekhoorn (Sciurus vulgaris) voor. In de aanwezige bomen zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een eekhoornnest. De deelplangebieden liggen hier ook wat te stedelijk voor. Gesteld wordt dan ook dat het plangebied geen essentiële functie voor eekhoorn vervult. Effectenanalyse

Het plangebied kan fungeren als onderdeel van het foerageergebied van een steenmarter. Omdat de deelplangebieden te klein zijn om een wezenlijk onderdeel uit te maken van het leefgebied van een steenmarter is een negatief effect op een eventueel aanwezige steenmarter niet aan de orde. Het

Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld 14

plangebied vervult geen voor eekhoorn essentiële functies. Een negatief effect op eekhoorn is dan ook niet aan de orde.

4.2.5

Hamster, slaapmuizen, spitsmuizen en ware muizen

Resultaat

Het plangebied ligt ver buiten de bekende verspreiding van hamster (Cricetus cricetus), hazelmuis (Muscardinus avellanarius), eikelmuis (Eliomys quercinus), grote bosmuis (Apodemus flavicollis) en veldspitsmuis (Crocidura leucodon). De noordse woelmuis (Microtus oeconomus) komt voor in zeer natte, kruidenrijke vegetaties en de waterspitsmuis (Neomys fodiens) komt voor langs schone wateren met een rijke oevervegetatie. Deze biotopen komen niet voor in het plangebied. Effectenanalyse

Omdat deze soorten in het plangebied niet kunnen voorkomen is een negatief effect op deze soorten niet aan de orde.

4.2.6

Overige zoogdieren

Resultaat

De overige beschermde zoogdieren betreffen ofwel zeezoogdieren ofwel in het bos of open veld levende grote zoogdieren. Het plangebied is niet geschikt voor deze soorten. Effectenanalyse

Omdat deze soorten in het plangebied niet kunnen voorkomen is een negatief effect op deze soorten niet aan de orde.

4.2.7

Amfibieën en vissen

Resultaat

Omdat het plangebied geen water bevat is het voorkomen van niet vrijgestelde beschermde amfibieën en vissen uitgesloten. In de directe nabijheid van het plangebied is ook geen voor deze soorten geschikt water aanwezig. Hiermee kan ook de aanwezigheid van overwinterende, niet vrijgestelde beschermde amfibieën in het plangebied worden uitgesloten. Effectenanalyse

Omdat deze soorten in het plangebied niet kunnen voorkomen is een negatief effect op deze soorten niet aan de orde.

4.2.8

Reptielen

Resultaat

De stedelijke, gecultiveerde omgeving maakt het plangebied ongeschikt als leefgebied voor reptielen.

15 Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld

Effectenanalyse

Omdat deze soorten in het plangebied niet kunnen voorkomen is een negatief effect op deze soorten niet aan de orde. Bovendien zijn deze niet uit de directe leefomgeving van het plangebied bekend.

4.2.9

Libellen en dagvlinders

Resultaat

In het plangebied komen geen voedselarme wateren of geschikte vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor beschermde libellen en dagvlinders. Het voorkomen van beschermde libellen en dagvlinders kan daarom worden uitgesloten. Effectenanalyse

Omdat deze soorten in het plangebied niet kunnen voorkomen is een negatief effect op deze soorten niet aan de orde.

4.2.10 Overige ongewervelden Resultaat

In verband met het ontbreken van voor overige beschermde ongewervelden geschikte habitats in het plangebied zoals voedselarm water, oude eiken en oude populieren kan het voorkomen van beschermde overige ongewervelden worden uitgesloten. Bovendien ligt het plangebied ver buiten de bekende verspreiding van deze soorten en zijn een aanzienlijk deel van deze soorten in Nederland uitgestorven. Effectenanalyse

Omdat deze soorten in het plangebied niet kunnen voorkomen is een negatief effect op deze soorten niet aan de orde.

4.2.11 Planten Resultaat

Op grond van de voedselrijke en sterk gecultiveerde omstandigheden ter plekke wordt het plangebied als ongeschikt voor beschermde planten beoordeeld. Ook werden tijdens het veldbezoek geen beschermde planten aangetroffen. Effectenanalyse

Omdat deze soorten in het plangebied niet kunnen voorkomen is een negatief effect op deze soorten niet aan de orde.

4.3 Houtopstanden De bescherming houtopstanden is gezien de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom van Barneveld niet aan de orde.

Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld 16

5 Toetsing 5.1 Beschermde gebieden 5.1.1

Wet natuurbescherming

Gezien de afstand van het plangebied tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is het uitgesloten dat de voorziene werkzaamheden een direct effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Ook indirecte effecten in de vorm van extra stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats zijn, gezien de ruime afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied en de beperkte omvang van de werkzaamheden en de voorziene toekomstige ontwikkelingen, niet aan de orde.

5.1.2

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt niet in Natuurnetwerk Nederland. Een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland is niet aan de orde.

5.2 Beschermde soorten Beschermingsregime Vogelrichtlijn

•

In het plangebied zijn, met uitzondering van een nog te controleren nest in een boom achter het gebouw Bronveld, geen nesten van vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn aanwezig.

•

Aantasting van het leefgebied van “categorie-5 vogels” is niet aan de orde.

•

Werkzaamheden in het broedseizoen kunnen leiden tot het verlies van nestplaatsen, het beschadigen van eieren of het doden van jonge vogels en kan daarmee een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming inhouden.

•

Verstoring van in gebruik zijnde vogelnesten, en hiermee een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming, kan worden voorkomen door werkzaamheden uit te voeren in de afwezigheid van functionele vogelnesten. Dit kan door te werken in de periode september-maart of door, vlak voordat de werkzaamheden beginnen, het plangebied te (laten) controleren op de afwezigheid van nesten. Ook kan buiten het broedseizoen preventief groen worden verwijderd en in deelplangebied Meerwaarde kan buiten het broedseizoen de toegang tot de school voor vogels worden dichtgemaakt. Dit laatste is alleen toegestaan wanneer in de school geen vleermuizen aanwezig zijn.

Beschermingsregime Habitatrichtlijn

•

Van de soorten die onder dit beschermingsregime vallen kan alleen het voorkomen van enkele vleermuissoorten niet worden uitgesloten.

•

Sloopwerkzaamheden kunnen leiden tot het opzettelijk doden of verstoren van vleermuizen of tot het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen en kunnen daarmee een overtreding van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming inhouden. Om het effect juist te

17 Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld

kunnen afwegen is een nader onderzoek van het gebouw naar het gebruik door vleermuizen noodzakelijk. Beschermingsregime andere soorten

•

Van de soorten die onder dit beschermingsregime vallen, kan alleen het voorkomen van steenmarter en eekhoorn niet worden uitgesloten. Omdat het plangebied geen essentiële functies voor beide soorten vervult, leiden de ingrepen, werkzaamheden en activiteiten die samenhangen met de sloop voor deze soorten niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming.

5.3 Houtopstanden De bescherming houtopstanden is gezien de ligging van het plangebied binnen de bebouwde kom van Barneveld niet aan de orde.

Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld 18

6 Conclusies en aanbevelingen 6.1 Conclusies 6.1.1

Beschermde gebieden

Wet natuurbescherming

Gezien de afstand van het plangebied tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is het uitgesloten dat de voorziene werkzaamheden een direct effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Ook indirecte effecten in de vorm van extra stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats zijn, gezien de ruime afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied en de beperkte omvang van de werkzaamheden en de voorziene toekomstige ontwikkelingen, niet aan de orde. Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt niet in Natuurnetwerk Nederland. Een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland is niet aan de orde.

6.1.2

Beschermde soorten

Beschermingsregime Vogelrichtlijn

Een overtreding van de Wet natuurbescherming kan voor vogels geheel worden voorkomen door werkzaamheden uit te voeren in de afwezigheid van functionele vogelnesten. Dit kan door te werken in de periode september-maart of door, vlak voordat de werkzaamheden beginnen, het plangebied te (laten) controleren op de afwezigheid van nesten. Ook kan buiten het broedseizoen preventief groen worden verwijderd en in deelplangebied Meerwaarde kan de toegang tot de school voor vogels worden dichtgemaakt. Dit is laatste alleen toegestaan wanneer in de school geen vleermuizen aanwezig zijn. Een uitzondering betreft deelplangebied Bronveld. Mogelijk bevindt zich hier in een boom in een nest van een vogel waarvan het nest een jaarrond beschermde status heeft. Dit moet in de winterperiode, wanneer er geen blad meer aan de bomen zit, worden gecontroleerd. Controle nest In de periode december – maart moet het nest in de boom in deelplangebied Bronveld worden beoordeeld. Wanneer er wordt geconcludeerd dat het nest mogelijk toebehoord aan een vogelsoort waarvan het nest een jaarrond beschermde status heeft dient hier in de periode maart – juni extra onderzoek naar uit te worden gevoerd. Beschermingsregime Habitatrichtlijn

De schoolgebouwen zijn op diverse plekken toegankelijk voor vleermuizen. Sloopwerkzaamheden kunnen leiden tot het opzettelijk doden of verstoren van vleermuizen, het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen en kunnen een overtreding van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming inhouden. Om het effect juist te kunnen afwegen is een nader onderzoek naar het

19 Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld

gebruik van het gebouw door vleermuizen noodzakelijk. Vleermuisonderzoek Op basis van de te verwachten soorten en functies moeten er volgens het Vleermuisprotocol 2021 aan de deelplangebieden Oude gymzaal en Meerwaarde in totaal zes bezoeken worden gebracht. Aan deelplangebied Bronveld kan worden volstaan met vijf bezoeken. Het betreft voor alle locaties twee avondbezoeken en een ochtendbezoek in de periode 15 mei - 15 juli en twee nachtelijke bezoeken in de periode 15 augustus – 1 oktober. Voor deelplangebied Oude gymzaal dient er in de periode 1 augustus 10 september een extra bezoek rond middernacht te worden uitgevoerd om de aanwezigheid van een massawinterverblijfplaats uit te sluiten. Vanwege het oppervlak van deelplangebied Meerwaarde wordt voorgesteld om in de periode 15 mei - 15 juli een extra ochtendbezoek uit te voeren. De avondbezoeken in de periode 15 mei – 15 juli moeten met twee personen worden uitgevoerd. Uitzondering is deelplangebied Bronveld. Hier bevinden de potenties voor vleermuizen zich slechts aan de voorzijde van het gebouw en kan een avondbezoek met één persoon worden uitgevoerd. Tussen alle bezoeken moet minimaal 20 dagen zitten. Omdat deelplangebied Oude gymzaal naast deelplangebied Bronveld ligt kan het ochtendbezoek in de periode 15 mei – 15 juli voor beide deelplangebieden tegelijk worden uitgevoerd. Beschermingsregime andere soorten

Van de soorten die onder dit beschermingsregime vallen kan alleen het voorkomen van steenmarter en eekhoorn niet worden uitgesloten. Omdat het plangebied geen essentiële functies voor beide soorten vervult, leiden de sloopwerkzaamheden voor deze soorten niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming.

6.1.3

Houtopstanden

Dit beschermingsregime is niet aan de orde.

6.2 Aanbevelingen De verwachting is dat huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen door de ophanden zijnde energietransitie sterk onder druk komen te staan. Daarom wordt geadviseerd om in bij nieuwbouw voorzieningen voor deze soorten op te nemen. Hierbij kan worden gedacht aan ingemetselde nestkasten of vleermuisverblijven.

6.3 Samenvatting De nieuwbouw leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van gebieden en houtopstanden. Ook is er geen conflict met Natuurnetwerk Nederland. Ten aanzien van de soortbescherming wordt geconcludeerd er een aanvullend onderzoek moet worden uitgevoerd naar het gebruik van het plangebied door vleermuizen. Voor deelplangebied Bronveld moet er een extra controle

Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld 20

van een vogelnest in de winter plaatsvinden. Eventueel extra aanvullend onderzoek kan hierna noodzakelijk zijn.

21 Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld

7 Bronnen www.quickscanhulp.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdiervereniging.nl

Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld 22

Gegevens NDFF Naam Boomvalk Buizerd Bunzing Eekhoorn Egel Gewone dwergvleermuis Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Haas Huismus Kerkuil Laatvlieger Ooievaar Ransuil Roek Rosse vleermuis Slechtvalk Sperwer steenuil (s.l.) Wespendief Bastaardkikker Boommarter Das Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Grote vos Grote weerschijnvlinder Havik Hazelworm Heikikker Kleine ijsvogelvlinder Konijn Levendbarende hagedis Muurhagedis Poelkikker Rosse woelmuis Ruige dwergvleermuis Steenmarter Stijve wolfsmelk Watervleermuis Wezel Zwarte wouw Adder Alpenwatersalamander

Groep Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Vogels Vogels Zoogdieren Vogels Vogels Zoogdieren Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Vogels Vogels Vogels Vogels Amfibieën Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Dagvlinders Dagvlinders Vogels Reptielen Amfibieën Dagvlinders Zoogdieren Reptielen Reptielen Amfibieën Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Vaatplanten Zoogdieren Zoogdieren Vogels Reptielen Amfibieën

23 Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld

Beschermingsregime wnb-vogelrichtlijn wnb-vogelrichtlijn wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-vogelrichtlijn wnb-vogelrichtlijn wnb-andere soorten wnb-vogelrichtlijn wnb-vogelrichtlijn wnb-habitatrichtlijn wnb-vogelrichtlijn wnb-vogelrichtlijn wnb-vogelrichtlijn wnb-habitatrichtlijn wnb-vogelrichtlijn wnb-vogelrichtlijn wnb-vogelrichtlijn wnb-vogelrichtlijn wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-vogelrichtlijn wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten wnb-vogelrichtlijn wnb-andere soorten wnb-andere soorten

Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 5 - 10 km 5 - 10 km

Baardvleermuis Bosvleermuis Damhert Drijvende waterweegbree Edelhert Franjestaart Gentiaanblauwtje Gevlekte witsnuitlibel Gewone/Grijze grootoorvleermuis Gewone grootoorvleermuis Glad biggenkruid Hermelijn Kamsalamander Kartuizer anjer Kempense heidelibel Kleine dwergvleermuis Meervleermuis Myoot (soort onbekend) Ringslang Rugstreeppad Tweekleurige bosspitsmuis Tweekleurige vleermuis Vliegend hert Wezel/Hermelijn Wild zwijn Wolf Zandhagedis Zilveren maan

Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Vaatplanten Zoogdieren Zoogdieren Dagvlinders Libellen Zoogdieren Zoogdieren Vaatplanten Zoogdieren Amfibieën Vaatplanten Libellen Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Reptielen Amfibieën Zoogdieren Zoogdieren Kevers Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Reptielen Dagvlinders

wnb-habitatrichtlijn wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-habitatrichtlijn wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-habitatrichtlijn wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-habitatrichtlijn wnb-habitatrichtlijn wnb-andere soorten

5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km 5 - 10 km

© NDFF - quickscanhulp.nl 28 mei 2021

Zonnebloemstraat 25, 31 en Begoniastraat 123, Barneveld 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=314e2766-3fdb-419a-a3bf-6098f90796cf