CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Zonnebloemstraat-Oldenbarnevelderweg_Toelichting_Bijlage 2 Onderzoek Archeologie (2022).pdf

Gemeenteraad 22 maart 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Zonnebloemstraat – Oldenbarnevelderweg (Buurthuis Bronveld)7.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Laagland Archeologie Rapport 907

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase

Zonnebloemstraat Begoniastraat, Barneveld, gemeente Barneveld (GD).

mei 2022 Versie 1.1 (concept)

In opdracht van: Gemeente Barneveld

v3.1

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 909

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat - Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld (GD) Auteur: Erwin Brouwer

In opdracht van: Gemeente Barneveld

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: concept

Controle: Jeroen Wijnen Autorisatie: Jeroen Wijnen

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876

© Laagland Archeologie BV, Almelo, mei 2022 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in mei 2022 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Zonnebloemstraat - Begoniastraat te Barneveld. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de herinrichting van het terrein. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek kan aangenomen worden dat het plangebied op een dekzandopduiking ligt. Hierop is een plaggendek aangebracht. De ontginning dateert vermoedelijk uit de Late Middeleeuwen. Nabij het plangebied is een boerenerf Oud Barneveld) bekend dat tenminste tot 1700 kan worden teruggevoerd, maar waarschijnlijk uit de Late Middeleeuwen dateert. Op basis van de geraadpleegde bronnen heeft het plangebied een hoge verwachting voor het aantreffen van resten uit de periode Midden-Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Resten uit andere perioden worden niet verwacht.

Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem grotendeels tot in de C-horizont is verstoord. De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht. In één boring is een intacte Ben BC-horizont gezien. In dit deel vinden waarschijnlijk geen diepgaande bodemingrepen plaats. Zolang rondom deze boring (boring 8) geen grondwerkzaamheden dieper dan circa 95 cm –mv plaatsvinden, is nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek en de geplande ingrepen wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie. Mochten echter op of rondom boring 8 bodemingrepen dieper dan 95 cm –mv plaatsvinden dan adviseren we rondom deze boring een viertal karterende boringen te zetten om een eventuele vindplaats uit te sluiten. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Barneveld.

De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevrouw C. Van Eijk. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting __________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding onderzoek________________________________________________5 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________5 Administratieve gegevens ____________________________________________6 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________8 Gemeentelijk beleid _________________________________________________9 Onderzoeksdoel ____________________________________________________9

2 Inventarisatie________________________________________________ 10 2.1 2.2 2.3

Inleiding _________________________________________________________10 Landschappelijke ontwikkeling________________________________________10 Archeologie ______________________________________________________12

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4

Bekende archeologische waarden ___________________________________12 Gemeentelijke verwachtingskaart ___________________________________12 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________12

Historie _________________________________________________________13

3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 17 3.1 3.2

Conclusie ________________________________________________________17 Verwachtingsmodel ________________________________________________17

4 Veldonderzoek _______________________________________________ 19 4.1 4.2 4.3

Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________19 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling __________________19 Resultaten: archeologie _____________________________________________21

5 Conclusie en verwachting ______________________________________ 22 6 Selectieadvies _______________________________________________ 23 literatuur _____________________________________________________ 24 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus _________________________________________ 26 BIJLAGE 2 Archeologische perioden _______________________________ 27 BIJLAGE 3 Niet-toegankelijke delen voor veldonderzoek________________ 28 BIJLAGE 4 Geomorfogenetische kaart _____________________________ 29 BIJLAGE 5 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 30 BIJLAGE 6 Bodemkaart _________________________________________ 31 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ______ 32 BIJLAGE 8 Boorpuntenkaart veldonderzoek _________________________ 33 BIJLAGE 9 Boorstaten veldonderzoek ______________________________ 34 BIJLAGE 10 Verklarende woordenlijst ______________________________ 40

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande sloop van de moskee An Noer en ontmoetingscentrum Bronveld ten gunste van nieuwbouw en een herinrichting van het terrein. Het plangebied ligt aan de Zonnebloemstraat - Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld (GD). Voor de ingrepen is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Barneveld heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek te voldoen aan de richtlijnen ten aanzien van het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft de Zonnebloemstraat - Begoniastraat in Barneveld, gemeente Barneveld (GD), zie onderstaande afbeelding.

5

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok.nl Het plangebied heeft een omvang van circa 0,85 ha. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Gelderland

Gemeente

Barneveld

Plaats

Barneveld

Beheerder/eigenaar grond

Gemeente Barneveld

Toponiem

Zonnebloemstraat - Begoniastraat

Kadastrale perceelnummer(s)1

BNV00-G-7753

Laagland Archeologie projectnummer

EB-BAHU221

Datum conceptrapportage

27-5-2022

Datum definitief rapport

1

kadastralekaart.com 6

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

XY-coördinaten

167591/461091 167633/461038 167500/461015 167600/460965

Kaartblad2

32G

Oppervlakte/lengte Plangebied

circa 0,85 ha

Datering

Neolithicum - Late Middeleeuwen

Complextype

bewoning (inclusief verdediging)

Onderzoeksmeldingsnr

5263237100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase

Datum begin veldonderzoek

25-05-2022

Datum eind veldonderzoek

25-05-2022

Opdrachtgever

Gemeente Barneveld

Goedkeuring bevoegde overheid

nog niet beoordeeld

Bevoegde overheid

gemeente Barneveld

Adviseur namens bevoegde overheid

C. Van Eijk

Beheer documentatie

Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV

Uitvoerder

Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 51 95 35 53

Projectleider/opsteller onderzoek

Erwin Brouwer erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

2

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 7

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK

Het plangebied is momenteel deels bebouwd en deels grasland. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie. In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. In het westelijke plangebied (3) is een uitbreiding van de aangrenzende Lidl voorzien. Tot de uitbreiding behoort een uitbreiding van de bebouwing èn het parkeerterrein. Bij 1 is nieuwbouw voorzien, ter vervanging van het gesloopte pand bij 2. In het noordelijke deel (2) is geen nieuwbouw voorzien. Dit terrein wordt ingericht als groenvoorziening en speelplaats. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium niet bekend.

3

bron: gemeentelijke monumentenlijst 8

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

Afbeelding 2. Huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder). Bron:pdok.nl

1.5 GEMEENTELIJK BELEID

Het plangebied valt onder het bestemmingsplan Barneveld-Noordwest. Hierin is een dubbelbestemming Archeologie opgenomen (Waarde Archeologie 1). Het plangebied ligt daarbij in een zone met een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Archeologisch onderzoek is vereist bij ingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm -mv. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.

1.6 ONDERZOEKSDOEL

Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.

9

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING

Het plangebied ligt aan de oostrand van de Gelderse Vallei. In de vroege fasen van de voorlaatste ijstijd (Saalien, 238 tot 128 duizend jaar geleden) lag hier een riviervlakte van de toenmalige Maas. Met de komst van het landijs werden de oude rivierafzettingen opgestuwd naar het front en de flanken van de gletsjers. Rondom de Gelderse Vallei ontstonden daarmee diverse grote, aaneengesloten stuwwallen (Utrechtse Heuvelrug en Veluwe). De Gelderse Vallei is ontstaan als een van de talloze diepe bekkens van waaruit het sediment werd weggeduwd.4 Gedurende de relatief warme tussenperiode (Eemien (128 – 116 duizend jaar geleden) werd het soms 100 m diepe gletsjerdal deels opgevuld met zeeklei en in de laatste fasen van de laatste ijstijd (Weichselien, 116 – 11,5 duizend jaar voor heden) werd een dikke laag door de wind aangevoerd zand (dekzand) afgezet. Geologisch wordt dit dekzand tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden gerekend. De gemeente beschikt over een eigen geomorfogenetische kaart (Bijlage 4. Deze kaart toont een gedetailleerder overzicht van de daadwerkelijke geomorfologische situatie dan de standaard geomorfologische kaart 1:50.000. Daarom wordt deze kaart in dit onderzoek betrokken. Op deze kaart ligt het plangebied waarschijnlijk5 op een lage dekzandrug waarop een plaggendek is aangebracht.

De dekzandopduiking maakt deel uit van een systeem van dekzandopduikingen temidden van een dekzandvlakte. Ongeveer 400 m zuidelijker komen beekafzettingen voor, samenhangend met de Barneveldsche Beek. De gemeente heeft tevens een gedetailleerde bodemkaart laten vervaardigen. Een uitsnede hiervan is opgenomen in Bijlage 6. Op deze kaart is het plangebied niet gekarteerd (bebouwde kom), maar in het aangrenzende gebied westelijk van het plangebied komen hoofdzakelijk enkeerdgronden en veldpodzolgronden voor. Op

4

Scholte Lubberink e.a., 2015.

5

de gehanteerde kleurstelling en de keuze geen legendacoderingen te gebruiken op de geomorfogenetische kaart maken het lastig veel van de diverse legendaeenheden van elkaar te onderscheiden. 10

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

basis van de geomorfogenetische kaart en voorsorterend op een beschrijving van het historische landgebruik (paragraaf 2.4) kan aangenomen worden dat in het plangebied eveneens sprake is van een (hoge zwarte) enkeerdgrond. Enkeerdgronden zijn zandgronden met een plaggendek van tenminste 50 cm dik. Dit plaggendek is vanaf de Late Middeleeuwen ontstaan door het periodiek opbrengen van met mest vermengde plaggen op de akker. Doel hiervan was de bodemvruchtbaarheid op peil te houden of te verbeteren. Enkeerdgronden zijn voor wat betreft archeologie om twee redenen relevant. De oudste enkeerdgronden zijn meestal ontstaan op locaties die ook vóór het in zwang komen van plaggenbemesting al als akker in gebruik waren. Dat waren meestal relatief hooggelegen, goed ontwaterde zandgronden die redelijk goed met de toenmalige landbouwtechnieken konden worden bewerkt. Door deze eigenschappen zijn deze gronden vaak al heel vroeg – soms al vanaf het midden-Neolithicum – in gebruik genomen als landbouwgrond. Resten van bewoning uit deze perioden wordt daarom vaak onder een plaggendek aangetroffen. Daarnaast fungeert het plaggendek in meer moderne tijden als een dikke beschermende laag, waardoor eventueel aanwezige resten niet of in mindere mate zijn aangetast door allerlei bodemingrepen. De natuurlijke ondergrond onder het plaggendek wordt waarschijnlijk gevormd door veldpodzolgronden.

Veldpodzolgronden zijn gevormd in relatief laaggelegen, tamelijk vochtige gronden, al is het bodemtype gedurende lange tijd voldoende ontwaterd geweest om bodemvorming mogelijk te maken. Het zijn ietwat zure gronden, die niet zeer geschikt waren voor vroege vormen van akkerbouwen. Vaak zijn veldpodzolgronden pas vrij laat (Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd) in ontginning genomen op een moment dat meer geschikte bodemtypen niet meer voorhanden waren. Een veldpodzolgrond behoort tot de hydro-zandgronden, waarbij de inspoeling beperkt is als gevolg van relatief hoge grondwaterstanden. De uit- en inspoelingslagen zijn bij deze gronden over het algemeen slecht ontwikkeld. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 5 is te zien dat het plangebied – en de bebouwde kom van Barneveld – wat hoger liggen dan het westelijke gebied. Barneveld is grotendeels op een grote dekzandrug gebouwd. Onderstaande detailafbeelding toont dat het maaiveld in het aangrenzende zuidelijke terrein ruwweg 50 cm hoger ligt. Dit betreft de begraafplaats van Barneveld en de grond is hier duidelijk opgehoogd. De tamelijk scherpe grens met het westelijke lagergelegen gebied duidt eveneens op menselijk ingrijpen, in dit geval ophoging van het plangebied en de bebouwde kom van Barneveld.

11

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

Afbeelding 3. Detailopname van het plangebied op het AHN.

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Binnen het onderzoeksgebied is één vondstmelding bekend. Dit betreft de vondst van een klopsteen van zandsteen/kwartsiet. Deze wordt gedateerd in het Vroeg-Neolithicum – Bronstijd. De exacte vondstlocatie is niet bekend (administratief geplaatst).

2.3.2 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (niet afgebeeld) ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten.

2.3.3 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7. Veel van de in ArchisIII geregistreerde onderzoeken betreffen grootschalige (bureau)onderzoeken in het kader van bijvoorbeeld de aanleg van leidingen en dergelijke. Voor het onderhavige plangebied is de scope van dergelijke onderzoeken te globaal. Ze worden daarom buiten beschouwing gelaten.

12

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

Relevant voor het onderzoek is een proefsleuvenonderzoek uit 2020, ongeveer 130 m ZW van het plangebied (zaakid. 4677981100).6 In het voorafgaande onderzoek is aangegeven dat het betreffende plangebied in een vochtige kampontginning ligt. In het begin van de 19e eeuw en ook op latere kaarten is het terrein echter aangeduid als heide, met een klein weiland. Tijdens het proefsleuvenonderzoek is een Aaphorizont (plaggendek) aangetroffen van 40-100 cm dik, waarbij onder circa 20-45 cm -mv sprake is van een 15-50 cm dikke, sterk verrommelde laag. Dit betreft waarschijnlijk een diepploeglaag. Daaronder ligt een bruingele BC-horizont of lichtbruingele C-horizont. In het vlak zijn in wortelgangen soms nog resten van een E-, Bh- en Bhs-horizont te herkennen. Onder een dekzandpakket van ruim 50 - 100 cm ligt voorts een 15 cm dik pakket grindig, uiterst grof zand. Daaronder ligt een 15 cm dikke bruine veenlaag, gevolgd door dekzand met dunne veenlaagjes. Dit veen is tijdens een warme periode in het Midden-Weichselien gevormd. In de loop van het Weichselien is dit veen afgedekt met een pakket fluvioperiglaciale afzettingen en nog later dekzand. In de top van het dekzand heeft zich een veldpodzolbodem ontwikkeld. Het is tot in de 19e eeuw een onontgonnen heidegebied gebleven. Het onderzoek heeft geen relevante grondsporen of vondsten opgeleverd. Zaakid.

4775278100 betreft een bureau- en booronderzoek uit 2020, grenzend aan de zuidwesthoek van het plangebied.7 Op basis van het bureauonderzoek geldt een verwachting op resten uit de Steentijd tot en met de Late Middeleeuwen. Voor de Nieuwe Tijd geldt een lage verwachting. Tijdens het booronderzoek is een (recent) ophoogpakket van circa 65 – 140 cm dik aangetroffen. Daaronder is in twee van de zes boringen een grotendeels intact bodemprofiel (AE-/E-, B- en BC-horizonten) aangetroffen. In een derde boring is alleen een BC-horizont gezien en in de resterende drie boringen is sprake van een AC-profiel. In het betreffende deel van het plangebied met een intact bodem is vervolgonderzoek (proefsleuvenonderzoek) geadviseerd indien hier bodemverstoring optreedt. Aangezien dit terrein nagenoeg grenst aan het onderhavige plangebied, zijn de resultaten meegenomen in een analyse van de verstoringsdikte en de NAP-hoogte van de nog intacte dekzandtop, zie paragraaf 4.2.

2.4 HISTORIE

Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)8 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) grotendeels aangeduid als bouwland. Het meest oostelijke deel ligt in een heideveldje. Hoewel niet gekarteerd op de Cultuurhistorische inventarisatiekaart behoren deze bouwlanden tot de ‘vochtige kampontginningen’. De ontginningen vonden plaats in de (Late) Middeleeuwen en hiermee behoren deze tot de oudste landbouwontginningen op deze vochtige zandgronden

6

Brouwer, M.C., 2020

7

Porreij-Lyklema, 2020

8

bron: hisgis.nl 13

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

Afbeelding 4. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is blauw omlijnd. Bruin: bouwland, lichtgroen: weideland, donkergroen: bos/opgaand hout, paars: heide, rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl.

Afbeelding 5. Uitsnede Cultuurhistorische inventarisatiekaart gemeente Barneveld. Bron: gemeente Barneveld.

14

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

Op bovenstaande afbeeldingen is te zien dat aanvankelijk een houtwal door het plangebied liep. Westelijk liep een eveneens verdwenen wal. Ongeveer 120 m NW en ten ZO liggen gemeentelijke monumenten. Laatstgenoemde betreft de begraafplaats van Barneveld. Noordwestelijk ligt het historisch erf Oldenbarneveld, dat tenminste tot 1700 is terug te voeren (bron: gemeente Barneveld) maar waarschijnlijk tot in de Late Middeleeuwen is te herleiden. Vermoedelijk was dit een versterkt huis.9 Nog steeds is een gracht rondom het erf aanwezig. De oudste nog aanwezige bebouwing op deze locatie dateert uit 1910.10

Afbeelding 6. Uitsnede uit de topografische kaart van 1900. Bron: topotijdreis.nl. Tussen circa 1832 en 1900 is het heideveldje in het oostelijke plangebied ontwikkeld tot landbouwgrond. Zuidelijk lag een parkachtig gebied; op latere kaarten is dit aangeduid als schietterrein (zie onder). Het akkerperceel tussen plangebied en schietbaan is in het begin van de vorige eeuw in gebruik genomen als begraafplaats, vernoemd naar het nabijgelegen erf De Plantage.

9

bron: Boerderij- en huisnamen in de kadastrale gemeenten Barneveld, Garderen en Voorthuizen. 10

bron: bagviewer.nl 15

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1931. Bron: topotijdreis.nl. Rond 1955 (niet afgebeeld) is het gehele plangebied in gebruik genomen als grasland. De eerste bebouwing in en rond het plangebied verschijnt in 1973 op de topografische kaart (bebouwing in het plangebied dateert uit 1968)11. Inmiddels is begraafplaats De Plantage uitgebreid.

11

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), geraadpleegd op 22-05-2022 16

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

3C

ONCLUSIE EN VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE

Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Het plangebied ligt op een dekzandrug waarop een plaggendek is aangebracht. Waarschijnlijk is het terrein in de Late Middeleeuwen ontgonnen tot bouwland (kampontginning). In de omgeving staat erve Oudbarneveld, dat tenminste tot 1700 maar waarschijnlijk tot in de Late Middeleeuwen is terug te voeren. Vermoedelijk was dit ooit een versterk huis. Het plangebied ligt op de rand van de kampontginning; rond 1832 grensde het bouwland aan een heideveldje. Wat zuidelijker loopt een beekje (Barneveldsche beek). Zuidwestelijk van de kampontginning ligt een wat lagergelegen terrein dat rond 1832 nog een onontgonnen heidegebied was. In de omgeving is een (administratief geplaatste) vondst uit het Neolithicum-Bronstijd bekend. Tijdens naburig onderzoek is onder een (recent) opgehoogd dek een deels intact podzolprofiel aangetroffen. Pas rond 1970 raakte het plangebied bebouwd. Deze bebouwing wordt binnenkort gesloopt. Het plangebied raakte pas vanaf circa 1970 deels bebouwd.

3.2 VERWACHTINGSMODEL

Op basis van de aanwezigheid van een dekzandrug met daarop een laatmiddeleeuwse ontginning en een plaggendek kunnen resten uit de periode Midden-Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen worden verwacht (hoge verwachting). Op basis van de bebouwingsgeschiedenis en de resultaten van aangrenzend archeologisch onderzoek mag ervan worden uitgegaan dat het bodemprofiel in het plangebied nog grotendeels intact is. Resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroeg-Neolithicum worden niet verwacht. Resten uit deze periode zijn vooral in de buurt van zoetwaterbronnen te vinden, of bij steilkanten. Daarvan is in en in de directe omgeving van het plangebied geen sprake. Resten uit de Nieuwe Tijd worden evenmin verwacht: op oude kaarten is het gebied onbebouwd en grotendeels in gebruik als akker of heideveld. Pas rond het laatste kwart van de afgelopen eeuw verschijnt bebouwing in het plangebied. Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode Bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).12

12

bron: Tol e.a., 2006. 17

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, direct onder het vermoedelijk aanwezige plaggendek en latere ophogingslagen. Mobiele resten (bewerkt vuursteen, aardewerk en dergelijke) kunnen ook in de onderzijde van het plaggendek worden verwacht. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich een (veld)podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden; in bewoningskernen al eerder). Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.

18

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

4V

ELDONDERZOEK

4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK

Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Voor het booronderzoek niet-toegankelijke en/of verstoorde delen zijn aangegeven op de kaart in bijlage 3. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld13 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van 10 verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB.

De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 9. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 8.

4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING

Het typerende bodemprofiel bestaat uit een verstoord pakket van gemiddeld ongeveer 115 cm dik14, gevolgd door een C-horizont (dekzand). De minimale verstoringsdikte is 90 cm (boringen 2 en 9); de maximale verstoringsdikte is 160 cm (boring 6).

13

Brouwer, 2022

14

mediaan is 113 cm; modus is 90 cm (2 boringen). 19

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

De kleur en humeuziteit van het verstoorde pakket varieert sterk. In het algemeen gaat het om zeer fijn, zwak siltig zand, waarbij de kleur varieert van lichtbeigewit (opgebracht cunetzand) tot sterk humeus, donkergrijs/zwart zand. De lagen zijn vaak sterk gevlekt met goed gedefinieerde, scherp begrensde vlekken. Kleine fragmentjes industrieel gebakken baksteen zijn sporadisch aangetroffen in boring 1 (tussen 10-40 cm -mv), boring 4 (40-70 cm -mv) en boring 10 (15-55 cm -mv). In boring 4 is tevens een brokje mortel gezien (70-90 cm –mv). Onderstaande afbeelding toont een interpolatie van de aangetroffen verstoringsdikte. Hierbij zijn de resultaten van een eerder booronderzoek zuidwestelijk van het plangebied verwerkt (zie paragraaf 2.3.3, zaakid. 4775278100). De betreffende boringen zijn daarbij omgenummerd van 1 tot en met 6 naar 101 tot en met 106.

Afbeelding 8. Dikte verstoord pakket (interpolatie) in plangebied (boringen 1 t/m 10) en eerder onderzocht terrein (boringen 101 t/m 106). Het onderliggende intacte dekzand bestaat uit zwak siltig, zeer fijn zand. Onderstaande kaart toont een interpolatie van de NAP-hoogte van de nog intacte dekzandtop. De C-horizont is overwegend geel of lichtgeel van kleur. In boring 8 is een circa 10 cm dikke intacte donkerbruine B-horizont met daaronder een bruingele BC-horizont aangetroffen. In drie boringen (boringen 6, 8 en 10) is tussen ongeveer 150 en 160 cm –mv (circa 8,30 tot 8,55 m +NAP) wat grind aangetroffen in de Chorizont. Waarschijnlijk gaat dit om verspoeld dekzand.

20

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

Afbeelding 9. Top intacte dekzand in m NAP (interpolatie) in plangebied (boringen 1 t/m 10) en eerder onderzocht terrein (boringen 101 t/m 106). Uit bovenstaande kaarten blijkt dat in boringen waarin een intacte B-horizont is gezien sprake is van een wat minder diepe verstoring. Dat is het beste te zien in boringen 103 en 105, waar de nog intacte dekzandtop op een hoogte van ongeveer 9,25 m +NAP ligt. In boring 8 ligt de nog intacte dekzandtop ongeveer 35 cm lager (8,90 m +NAP). Ten opzichte van de rondomliggende boringen ligt de dekzandtop in boring 8 ongeveer 30 cm hoger. In grote lijnen lijkt sprake van een naar omlaag hellend vlak in (noord)oostelijke richting. Dat wordt gestaafd door de kadastrale kaart van circa 1832 (afbeelding 4), waar de wat hogere gronden zijn ingericht als bouwland en de lagere, vochtiger gronden in gebruik zijn als heideareaal. De betreffende boring 8 valt hier binnen het voormalige heideveld.

4.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE

Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.15 Tevens is geen herkenbaar plaggendek waargenomen.

15

Het hier uitgevoerde verkennende booronderzoek is niet geschikt om kansrijk eventueel aanwezige archeologische indicatoren op te sporen. Daartoe zijn andere, intensievere onderzoeksvormen vereist. 21

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

5C

ONCLUSIE EN VERWACHTING In de meeste boringen is sprake van een tot in de C-horizont verstoord bodemprofiel. Vermoedelijk is in het westelijke plangebied sprake van een dekzandopduiking; in het oostelijke deel ligt de dekzandtop lager. Alleen in dit oostelijke deel is een grotendeels intacte dekzandtop gezien; elders resteert alleen nog een C-horizont. Op basis van boring 8 kan aangenomen worden dat in het grootste deel van het plangebied ongeveer 30 cm van de dekzandtop is verdwenen.

22

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

6S

ELECTIEADVIES

De in het verwachtingsmodel gepostuleerde hoge verwachting op het aantreffen van resten uit de periode Midden-Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen kan voor het grootste deel van het plangebied worden bijgesteld naar een lage verwachting. Echter: op basis van booronderzoek kan nooit volledig uitgesloten worden dat in het plangebied nog resten van wat diepere grondsporen aanwezig zijn. In één boring (boring 8) is een intacte B- en BC-horizont gezien onder een verstoord pakket van ongeveer 115 cm dik. In principe kunnen op en rondom dit boorpunt archeologische resten (mobiele vondsten en grondsporen) bewaard zijn gebleven. Zo ja, dan betreft dit waarschijnlijk een klein deel van een verder verstoorde vindplaats en is de archeologische waarde niet hoog. Op deze locatie zijn geen diepgaande bodemverstoringen gepland (‘groen en spelen’). Zolang bodemingrepen rondom deze boring beperkt blijven tot maximaal 95 cm -mv16 achten we nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Indien hier wel bodemingrepen dieper dan 95 cm zijn voorzien adviseren we rondom boring 8 een viertal karterende boringen te zetten om vindplaatsen uit te sluiten. Op basis van de aangetroffen B-horizont in het plangebied is de C-horizont elders in het plangebied waarschijnlijk niet tot grote diepte verstoord. Dat betekent dat er grondsporen nog bewaard kunnen zijn gebleven.

Dergelijke grondsporen zijn niet door middel van archeologisch booronderzoek op te sporen. Eventuele mobiele resten (vuursteen, aardewerk en dergelijke) zijn hier niet meer te verwachten, waardoor eventuele grondsporen waarschijnlijk niet of moeilijk gedateerd kunnen worden. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. We adviseren in het bestemmingsplan een aanduiding omtrent archeologie op te nemen rondom boorpunt 8. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Barneveld, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw C. Van Eijk. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

16

Het potentieel archeologische niveau ligt op een diepte van ongeveer 115 cm –mv. In de archeologie is het gebruikelijk een bufferzone bovenop dit niveau van tenminste 20 cm te hanteren waarbinnen geen bodemverstoring mag plaatsvinden. 23

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

literatuur

Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Brouwer, M.C., 2020. Barneveld, Oldenbarnevelderweg De Plantage. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P). BAAC-rapport A-19.0068. ‘sHertogenbosch. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Porreij-Lyklema, 2020. Plangebied onderstation Barneveld te Barneveld, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). RAAP-rapport 4424. Weesp Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB

Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com

Gebruikte kaarten Historische kaarten vanaf 1890 tot en met 2015. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 23-5-2022 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 23-5-2022 Eerste kadastrale kaart (Minuutplan 1832). Bron: hisgis.nl. Geraadpleegd op 23-05-2022. Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 23-5-2022 Gedetailleerde bodemkaart van Barneveld, schaal 1:10.000. Bron: gemeente Barneveld.

24

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zonnebloemstraat Begoniastraat te Barneveld, gemeente Barneveld, Gelderland

Geraadpleegd op 23-5-2022 Geomorfologetische kaart van Barneveld, schaal 1:10.000. Bron: gemeente Barneveld. Geraadpleegd op 23-5-2022 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 20-5-2022

25

BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS

26

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

27

BIJLAGE 3 NIET-TOEGANKELIJKE DELEN VOOR VELDONDERZOEK

28

BIJLAGE 4 GEOMORFOGENETISCHE KAART

29

BIJLAGE 5 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

gwk

30

BIJLAGE 6 BODEMKAART

bodem

31

BIJLAGE 7 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

archis

32

BIJLAGE 8 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK

33

BIJLAGE 9 BOORSTATEN VELDONDERZOEK

Boring 1

RD-coördinaten: 167550/461039

-mv (m) NAP(m) 0

10,01

9,76

40

0,5

9,51

0,75

9,26

90

1

9,01

1,25

8,76

1,5

8,51

RD-coördinaten: 167511/461033

-mv (m) NAP(m)

10

0,25

Boring 2

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ grijs/ bruin, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

0

9,78

20

zand, zeer fijn, zwak siltig, bruin/ bruin/ geel, zwak baksteenhoudend, ondergrens diffuus, gevlekt/ verstoord

0,25

9,53

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

0,5

9,28

zand, zeer fijn, zwak siltig, donkergrijs/ bruin/ beige, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, sterk gevlekt, scherp begrensde vlekken

0,75

9,03

100

zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, donkergrijs/ zwart, 115 onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, brokjes BC- en C

90

1

8,78

100

zand, zeer fijn, zwak siltig, geel, scherpe ondergrens, C-horizont, dekzand

zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgeel/ geel, 120 C-horizont, dekzand

zand, zeer fijn, zwak siltig, donkergrijs/ beige, scherpe 135 ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, geel, C-horizont, dekzand 160

34

Boring 3

RD-coördinaten: 167528/461009

-mv (m) NAP(m) 0

9,84

9,59 30

0,5

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, scherpe ondergrens, graszode zand, zeer fijn, zwak siltig, geel/ bruin/ grijs, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ grijs/ geel, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

9,34

70

0,75

RD-coördinaten: 167573/460990

-mv (m) NAP(m)

10

0,25

Boring 4

9,09

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ grijs/ bruin, matig doorworteld, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

0

9,72

0,25

9,47

zand, zeer fijn, zwak siltig, grijs/ bruin/ grijs, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

40

0,5

9,22

70

0,75

8,97

90

95

1

zand, zeer fijn, zwak siltig, geel, C-horizont, dekzand

8,84

1

8,72

1,25

8,47

1,5

8,22

120

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, sterk baksteenhoudend, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, donkerbruin/ grijs/ beige, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, mortel zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwart/ bruin, zandbrokken, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, 110 bruin/ geel, onscherpe ondergrens, C-horizont, dekzand, humeuze 120 inspoeling zand, zeer fijn, zwak siltig, geel/ bruin, C-horizont, dekzand

150

35

Boring 5

RD-coördinaten: 167566/461016

-mv (m) NAP(m) 0

0,25

0,5

0,75

9,91

20

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ grijs, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

40

zand, zeer fijn, zwak siltig, grijs/ bruin/ geel, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

9,66

zand, zeer fijn siltig, zwak humeus, bruin/ grijs/ geel, humusvlekken, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

9,41

zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, grijs, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

9,16

8,91

115

1,25

8,66

zand, zeer fijn, zwak siltig, bruin/ geel, onscherpe ondergrens, C-horizont, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, geel/ bruin, C-horizont, dekzand

0

9,89 10

20

0,25

9,64

40

0,5

9,39

70

0,75

9,14

1

8,89

1,25

8,64

1,5

8,39

130

1,5

8,41 155

1,75

8,16

RD-coördinaten: 167606/461001

-mv (m) NAP(m)

95

1

Boring 6

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindig, geel/ grijs/ geel, 170 onscherpe ondergrens, C-horizont, dekzand 180

zand, matig grof, zwak siltig, geel, C-horizont, dekzand

1,75

8,14

zand, zeer fijn, zwak siltig, donkergrijs/ grijs/ bruin, matig doorworteld, scherpe ondergrens, graszode zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtgrijs, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, geel/ bruin, veel dunne veen-/ humusbandjes, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgeel/ grijs/ bruin, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ grijs/ geel, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, humeuze brokken

zand, zeer fijn, zwak siltig, bruin, veel dunne veen-/ humusbandjes, 135 onscherpe ondergrens, 140 gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs/ bruin, scherpe ondergrens, 160 gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindig, geel, C-horizont, 180 verspoeld dekzand

36

Boring 7

RD-coördinaten: 167603/460970

-mv (m) NAP(m) 0

9,85

0,25

9,6

Boring 8 -mv (m) NAP(m)

25

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ grijs, zwak doorworteld, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

0

10,07

0,25

9,82

zand, zeer grof, zwak siltig, sterk grindig, lichtgeel, scherpe ondergrens, opgebracht

zand, zeer fijn, zwak siltig, grijs/ bruin/ geel, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

0,5

9,35 55

0,75

9,1

75

95

1

8,85

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin/ grijs/ bruin, zwak roesthoudend, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ grijs/ bruin, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

35

0,5

9,57

0,75

9,32

1

9,07

zand, zeer fijn, zwak siltig, geel/ bruin, C-horizont, dekzand, grind va 120

1,25

RD-coördinaten: 167597/461030

8,6

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtbeige/ geel, scherpe ondergrens, opgebracht

110 113 116

1,25

8,82

130

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, onscherpe 125 ondergrens, gevlekt/ verstoord 135

1,5

8,57

zand, zeer fijn, zwak siltig, sterk humeus, 145 zwart, onscherpe 150 ondergrens, gevlekt/ verstoord 160

zand, zeer fijn, zwak siltig, donkerbruin/ bruin, onscherpe ondergrens, B-horizont, dekzand zand, zeer fijn, zwak siltig, bruin/ geel, onscherpe ondergrens, BC-horizont, dekzand zand, zeer fijn, zwak siltig, geel/ bruin, C-horizont, dekzand zand, zeer fijn, zwak siltig, geel, onscherpe ondergrens, C-horizont, dekzand zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindig, geel, C-horizont, verspoeld dekzand

37

Boring 9

RD-coördinaten: 167592/461080

-mv (m) NAP(m) 0

0,25

9,64

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin/ grijs, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord 9,39

8,89

zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs/ grijs, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

9,14

70

0,75

RD-coördinaten: 167620/461041

-mv (m) NAP(m)

35

0,5

Boring 10

75

zand, zeer fijn, zwak siltig, donkergrijs, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

zand, zeer fijn, zwak siltig, bruin, scherpe ondergrens, dekzand, 100 B-horizont?? wel homogeen

0

9,99

15

0,25

9,74

0,5

9,49

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijs/ bruin/ grijs, zwak baksteenhoudend, scherpe ondergrens, opgebracht

55

0,75

9,24

1

8,99

1,25

8,74

zand, zeer fijn, zwak siltig, bruin/ grijs/ bruin, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord

zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtbeige/ wit/ geel, scherpe ondergrens, opgebracht

90

1

8,64

zand, zeer fijn, zwak siltig, geel, C-horizont, dekzand 120

100

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin/ grijs/ 115 bruin, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, zeer fijn, zwak siltig, geel/ bruin/ 140 grijs, onscherpe ondergrens, C-horizont, gevlekt/ verstoord

1,5

8,49

zand, zeer fijn, zwak siltig, geel, C-horizont, 160 dekzand 170

zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindig, geel, C-horizont, verspoeld dekzand

38

39

BIJLAGE 10VERKLARENDE WOORDENLIJST Administratief geplaatst – administratief geplaatste waarnemingen zijn waarnemingen waarvan de exacte vondstlocatie niet bekend is. Dit betreft vaak oude vondsten of recentere vondsten door een amateurarcheoloog. In Archis3 zijn ze op de topografische kaart geplaatst op het snijpunt van een 100 x 100 m raster. AMK-terreinen - De AMK (Archeologische Monumentenkaart) is een bestand van alle bekende, behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland. Op de kaart staan terreinen van archeologische, hoge archeologische en zeer hoge archeologische waarde (al dan niet wettelijk beschermd) aangegeven. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. ARCHIS3 - Archis3 (Archeologisch Informatiesysteem) is een databank waarin gegevens over archeologisch onderzoek, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Bronstijd - In de Bronstijd (2.000 – 800 voor Chr.) werden voor het eerst voorwerpen van brons – een legering van koper en tin – gemaakt, hoewel vuursteen nog steeds breed toegepast werd. Aardewerk uit deze periode is meestal zeldzaam en van slechte kwaliteit (‘hondebrokaardewerk’). Waarschijnlijk werden veel tradities en gebruiken uit het Neolithicum in deze periode voortgezet, waaronder aanvankelijk het gebruik overledenen in grafheuvels bij te zetten. Later, rond 1.200 voor Chr.

werd begraving vervangen door crematies, die in urnenvelden en soms ook in oudere grafheuvels werden bijgezet. Eemien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 126 – 116 duizend jaar geleden. Het Eemien is een relatief warme periode tussen de laatste en voorlaatste ijstijd, vergelijkbaar met de huidige warme periode (Holoceen). Es – een es (enk, eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar, maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen. Fluvioperiglaciaal – door stromend water afgezet onder periglaciale omstandigheden Formatie van Boxtel – de Boxtel-afzettingen bestaan overwegend uit zand en in wat mindere mate uit leem. Deze afzettingen zijn vooral onder koude, periglaciale omstandigheden gevormd. Het betreft onder andere afzettingen die door de wind zijn afgezet (eolische afzettingen), niet-eolische afzettingen zoals löss, kleinschalige fluviatiele afzettingen, hellingafzettingen, en lacustiene afzettingen. Bodemhorizont – een bodemhorizont is een laag of zone die wordt gevormd door bodemvorming. Een bodemhorizont onderscheidt zich van andere lagen door kleur, textuur, structuur en abiotische factoren.

De aan- of afwezigheid van bodemhorizonten in podzolgronden geeft belangrijke informatie in hoeverre het vroegere loop-/woonniveau nog intact is en in welke mate daarmee archeologische resten zijn te verwachten. De A-horizont ligt meestal aan of vlak onder het maaiveld en is vaak humeus. Vaak vormt de bouwvoor de A-horizont. De E-horizont ligt meestal onder de A-horizont. De E-horizont is ontstaan onder invloed van (regen)water, waardoor klei, humus en/of aluminium omlaag zijn getransporteerd. De E-horizont is vaak lichtgrijs van kleur (‘loodzand’).

40

De B-horizont ligt onder de E-horizont. Dit is een inspoelingslaag. De B-horizont is meestal bruin of donkerbruin gekleurd. DE BC-horizont kan onder de B-horizont voorkomen. Dit is een overgangslaag van B- naar C-horizont. De kleur is meestal donkergeel, bruingeel of geelbruin De C-horizont is de minerale horizont van ongeconsolideerd materiaal. Het is het moedermateriaal waarin de bovenliggende horizonten zijn gevormd. IJzertijd - In de IJzertijd (800 – 12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. IJzer was harder dan brons en ijzererts was veel breder beschikbaar dan de grondstoffen voor brons (koper en tin). Het winnen en smeden van ijzer vereiste echter veel kunde en kennis. Naast aardewerk worden vanaf deze periode soms resten van ijzeroventjes gevonden of afval dat is ontstaan bij ijzerwinning. Op de hogere zandgronden kwamen celtic fields (raatakkers) tot ontwikkeling. Dit waren akkercomplexen die zich soms tot over een groot gebied konden uitstrekken en gekenmerkt werden door relatief kleine akkertjes die omgeven werden door raatvormige wallen. Men woonde temidden van de akkers. Ten opzichte van de voorgaande en latere perioden werden vaak nattere gronden opgezocht. Vanaf de IJzertijd ook werden de zeekleigebieden in gebruik genomen.

Kampontginning – kampontginningen zijn veelal kleinschalige, meestal vrij late ontginningen die vanuit een of een beperkt aantal personen is opgezet (eenmanses). Vaak zijn diverse kampontginningen op den duur samengegroeid tot een grotere es. Laagpakket van Wierden - (Boxtelformatie). Tot dit laagpakket worden de dekzanden gerekend. Dekzand is gedurende het laat-Weichselien – vroeg-Holoceen gevormd onder invloed van de wind Loodzand - In een plaggendek wordt regelmatig loodzand aangetroffen: bij het winnen van plaggen werd eerst de natuurlijke toplaag afgestoken. In deze toplaag was een Ehorizont (uitspoelingslaag) aanwezig met een kenmerkende grijze kleur. Loodzand wordt meestal aangetroffen in de onderzijde van het plaggendek. Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen. Vanaf ongeveer de 10e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen, heide en bos.

Neolithicum - Het Neolithicum (5.300 – 2.000 voor Chr.) wordt gekenmerkt door een overschakeling van jagen/verzamelen naar landbouw en veeteelt. De mens ging zich op een min of meer vaste locatie vestigen. Aanvankelijk werd daarnaast nog gejaagd en verzameld, maar meer en meer werd de mens agrariër. Doordat men zich op een locatie kon vestigen, namen de materiële bezittingen sterk toe. Men bouwde boerderijen en andere constructies en creëerde voorwerpen van aardewerk en geslepen steen. De bevolking kon groeien en de samenlevingen werden complexer. Uit deze periode zijn hunebedden en grafvelden/-heuvels bekend. Paleolithicum - Gedurende het Paleolithicum (300.000 – 8.800 voor Chr.) is Nederland wel bezocht door de mens (Homo Sapiens Sapiens en Homo Sapiens Neanderthalensis) gedurende de warmere perioden. Sporen zijn echter schaars en vaak verstoord. De mens trok destijds als jager/verzamelaar rond in kleine groepen. Afhankelijk van het seizoen en aanwezige voedselbronnen werden steeds wisselende, tijdelijke kampementen bewoond. Pleistoceen - Het Pleistoceen is een geologisch tijdvak binnen het Quartair, van ongeveer 2 miljoen tot 10 duizend jaar geleden. In deze periode vond een afwisseling van ijstijden (stadialen) en warme perioden (interstadialen) plaats. Het Pleistoceen eindigde met de komst van het Holoceen. 41

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW. Het voert wet- en regelgeving uit, ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten, landschap & omgeving, archeologie en roerend erfgoed. Saalien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 236 – 126 duizend jaar geleden. Het Saalien was de voorlaatste ijstijd (voorlaatste glaciaal). Gedurende deze periode kwam het landijs tot in Midden-Nederland. Stuwwallen - de stuwwallen zijn in de loop van de voorlaatste ijstijd (Saalien, 238 – 126 duizend jaar geleden) gevormd. Gedurende deze ijstijd waren grote delen van Nederland bedekt met landijs. Het gewicht van het ijspakket, dat vele honderden meters dik kon zijn, perste oudere afzettingen onder het ijs weg. Aan de voor- en zijkanten van gletsjertongen ontstonden hierdoor opgestuwde heuvels. De stuwwal kenmerkt zich door een patroon van min of meer evenwijdig lopende dagzomen, die soms door een overschuivingsvlak worden gescheiden. Weichselien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 116 – 11,7 duizend jaar geleden. Het Weichselien is de laatste ijstijd (glaciaal) die we in Nederland gehad hebben. Het landijs bereikte de Nederlandse grenzen niet, maar wel was de bodem van grote delen permanent bevroren (permafrost).

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=0f2478b9-845d-4826-b43b-850f2023391e