Woudse Erven I_Bijlagen bij de toelichting _Bijlage 8 Waterhuishouding en rioleringsplan 14 oktober 2019.pdf
Tekst van het document
Rapport Projectnummer: 356656 Referentienummer: SWNL0250540 Datum: 14-10-2019
Waterhuishouding en rioleringsplan Woudse Erven (fase 1) Een verdere uitwerking van het interim-rapport
Definitief
Opdrachtgever: Van de Mheen Planontwikkeling B.V. Westerdorpsstraat 97 3871 AW HOEVELAKEN
Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Postbus 485 6800 AL Arnhem
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Siebe Houtsma Adviseur (stedelijk) water T +31 88 811 63 91 M +31 6 12 46 83 33
Verantwoording Titel
Waterhuishouding en rioleringsplan Woudse Erven (fase 1)
Subtitel
Een verdere uitwerking van het interimrapport
Projectnummer
356656
Referentienummer
SWNL0250540
Revisie
D1
Datum
14-10-2019
Auteur
Siebe Houtsma
E-mailadres
siebe.houtsma@sweco.nl
Gecontroleerd door
Tjeerd Dijkstra
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Ron Buitelaar
Paraaf goedgekeurd
2 (5)
Inhoudsopgave 1
Inleiding .................................................................................................................. 5
1.1
Achtergrond ............................................................................................................. 5
1.2
Plangebied ............................................................................................................... 5
1.3
Aanleiding ................................................................................................................ 6
1.4
Leeswijzer ................................................................................................................ 6
2
Gebiedsinventarisatie ........................................................................................... 7
2.1
Maaiveldhoogte ....................................................................................................... 7
2.2
Bodemopbouw ......................................................................................................... 7
2.3
Infiltratiecapaciteit van de bodem ............................................................................ 8
2.4
Grondwater .............................................................................................................. 8
2.5
Oppervlaktewater..................................................................................................... 9
2.6
Riolering ................................................................................................................. 10
2.7
Samenvatting en aandachtspunten ....................................................................... 11
3
Uitgangspunten en randvoorwaarden ............................................................... 12
3.1
Analyse verhard oppervlak .................................................................................... 12
3.2
Benodigde waterberging ........................................................................................ 12
3.3
Achterpaden .......................................................................................................... 13
3.4
Civiel- en cultuurtechnische eisen ......................................................................... 13
4
Civieltechnische uitwerking ............................................................................... 15
4.1
Matenplan .............................................................................................................. 15
4.2
Ontwerp en systeembeschrijving ........................................................................... 15
4.3
Aandachtspunten ................................................................................................... 18
5
Rioleringsplan ...................................................................................................... 20
5.1
Uitgangspunten...................................................................................................... 20
5.2
Systeembeschrijving .............................................................................................. 20
5.3
Aandachtspunten ................................................................................................... 21
6
Mogelijkheden tot verduurzamen ...................................................................... 22
6.1
Verwilderde wadi’s ................................................................................................. 22
6.2
Groen parkeren...................................................................................................... 22
6.3
Stimuleren van groen op particuliere terreinen en daken ..................................... 22
3 (5)
Bijlage 1
Terreinhoogtes Woudse Erven (Sweco ’17)
Bijlage 2
Weg- en puthoogtes Nederwoudseweg (Gemeente Barneveld ’19)
Bijlage 3
Boorprofielen (Sweco ’17)
Bijlage 4
Verhard oppervlak Woudse Erven
Bijlage 5
Principeschets particuliere waterbergingsvoorziening
Bijlage 6
Ontwerp watersysteem Woudse Erven
Bijlage 7
Dwarsprofielen en overzichtstabel berging
4 (5)
1
Inleiding
1.1 Achtergrond Dit rapport is een vervolg op het interim-rapport ‘Waterhuishouding Woudse Erven, fase 1’ (kenmerk: SWNL0213941, 06 oktober 2017). Tijdens de studie. voorafgaand aan het opstellen van het interim-rapport, is een gebiedsinventarisatie gedaan. Daarbij zijn de huidige situatie, de uitgangspunten en afwateringsmogelijkheden in kaart gebracht. In voorliggend rapport is gebruik gemaakt van de gegevens uit het interim-rapport; waar nodig zijn de gegevens geactualiseerd en bijgewerkt. Het doel van dit rapport is het uitwerken van de waterhuishoudkundige inrichting van ‘Woudse Erven, fase 1’. Het waterhuishoudkundigplan vormt de basis voor de verdere inrichting van het plangebied. 1.2 Plangebied Het plangebied Woudse Erven fase 1 ligt aan de zuidzijde van de kern Barneveld en is onderdeel van nieuwbouwwijk ‘De Burgt’. De Nederwoudseweg begrenst het plangebied aan de noord- en westzijde. Aan de zuidzijde vormt een C-watergang de begrenzing en aan de oostzijde worden de westelijke grenzen van kavels ‘2664’ en ‘5819’ doorgetrokken. Het bruto oppervlak bedraagt circa 5,6 ha. Momenteel is het gebied in agrarisch gebruik. De bebouwing op kavel ‘3615’ blijft behouden. Figuur 1 geeft een overzicht van de ligging en de voorziene inrichting van het plangebied.
Figuur 1 Overzicht van de ligging en voorziene inrichting van het plangebied
5 (5)
1.3 Aanleiding In 2003 is het ‘Masterplan De Burgt’ opgesteld. Dit plan beschrijft de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk – ‘De Burgt’ – aan de zuidzijde van de kern Barneveld. De ontwikkeling vindt gefaseerd plaats. Gemeente Barneveld heeft het voornemen om, samen met Van de Mheen Planontwikkeling B.V., Woudse Erven fase 1 te ontwikkelen. Sweco Nederland B.V. heeft opdracht gekregen om het waterhuishoudkundig plan voor deze ontwikkeling op te stellen. 1.4
Leeswijzer
• Hoofdstuk 2 bestaat uit een gebiedsinventarisatie. • Hoofdstuk 3 beschrijft de randvoorwaarden en uitgangspunten voor het stedenbouwkundigontwerp en de waterhuishouding voor de toekomstige situatie.
• Hoofdstuk 4 geeft de civieltechnische uitwerking van de waterstructuur in de toekomstige situatie.
• In hoofdstuk 5 is het rioleringsplan uitgewerkt. • Hoofdstuk 6 bestaat uit een aantal aanvullende maatregelen die de impact van klimaateffecten verminderen en/of een positief effect op de leefomgeving hebben.
6 (5)
2
Gebiedsinventarisatie
2.1 Maaiveldhoogte Om de maaiveldhoogten binnen het plangebied in beeld te brengen is gebruik gemaakt van: • het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2); • een door Sweco uitgevoerde terreinmeting (Sweco, 14 juni 2017); de resultaten hiervan zijn in bijlage 1 weergegeven; • door gemeente Barneveld ingemeten terreinhoogtes (Gemeente Barneveld, 19 juli 2019); de resultaten hiervan zijn in bijlage 2 weergegeven. Het plangebied helt van (noord)oost naar (zuid)west. Aan de oostzijde liggen de maaiveldhoogtes rond de NAP +9,20 m en aan de westzijde rond NAP +8,50 m. Figuur 2 geeft een overzicht van de maaiveldhoogten in en rondom het plangebied. De hoogtes van de verkeersplateaus in de Nederwoudseweg ten noorden van het plangebied variëren van NAP +9,85 m tot 9,91 m.
Figuur 2 Maaiveldhoogten van het plangebied
2.2 Bodemopbouw Voor de beschrijving van de bodemopbouw en de geohydrologie is gebruik gemaakt van: • gegevens uit REGIS II (TNO, 2008); • zes handboringen tot een diepte van circa 4,0 m -mv (Sweco, 9 juni 2017); de boorprofielen zijn te vinden in bijlage 3.
7 (5)
De bodemtextuur in het plangebied bestaat uit zand, matig fijn tot zeer grof zand, met een relatief goede doorlatendheid. De boringen zijn uitgevoerd in de deklaag, die wordt aangetroffen tot een diepte van circa 10,6 m onder maaiveld. Deze deklaag behoort tot de Formatie van Boxtel. De onderliggende laag heeft een dikte van circa 3,8 m en is slecht doorlatend. Deze laag, die tot de Formatie van Eem-Woudenberg behoort, bestaat uit veen dat kleiig of zandig is. Tabel 1 geeft het volledige overzicht van de geohydrologische opbouw van de bodem voor het plangebied. Tabel 1 Overzicht van de geohydrologische opbouw van de bodem Bovenkant [m – mv]
Onderkant [m – mv]
Laag
Samenstelling
KD [m/dag]
C-waarde [dagen]
0 10,6 14,4 23,7 28,2 121,4 136,9
10,6 14,4 23,7 28,2 121,4 136,9 149,2
Deklaag 1e slecht doorlatende laag 1e watervoerende pakket 2e slecht doorlatende laag 2e watervoerende pakket 3e slecht doorlatende laag 3e watervoerende pakket
Zand, matig fijn tot matig grof Veen, kleiig tot zandig Zand, matig fijn tot uiterst grof Zandige klei en/of kleiig zand Fijn tot grof zand en grind Zandige klei en/of kleiig zand Fijn tot grof zand
520 200 3890 288
180 450 700 -
2.3 Infiltratiecapaciteit van de bodem Tijdens het bodemkundig onderzoek (Sweco, 9 juni 2017) is de doorlatendheid van de bodem (k-waarde) in het veld geschat op basis van de bodemsamenstelling en de korrelgrootte. In tabel 2 zijn de mogelijkheden voor infiltratie per boring beoordeeld. Daarvoor is gebruik gemaakt van de volgende vuistregels: • voor wadi’s geldt een minimale doorlatendheid van 0,4 m/dag; • voor overige infiltratievoorzieningen (o.a. veld, put, koffer, greppel) geldt een minimale doorlatendheid van 2,0 m/dag. Tabel 2 Overzicht van de k-waarde [m/dag] per boring (minimum waarde per traject) Boring B01 B02 B03 B04 B05 B06
Diepte [m –mv] 0,0 - 0,5 m K-waarde [m/dag] K-waarde [m/dag] K-waarde [m/dag] K-waarde [m/dag] K-waarde [m/dag] K-waarde [m/dag]
2,5 2,5 2,0 2,0 2,5 2,5
0,5 - 1,0
1,0 - 4,0
Oordeel
3,0 3,0 2,0 2,5 3,0 2,5
3,5 2,0 2,5 3,0 2,0 2,5
Geschikt voor infiltratie Geschikt voor infiltratie Geschikt voor infiltratie Geschikt voor infiltratie Geschikt voor infiltratie Geschikt voor infiltratie
Ondanks deze beoordeling adviseren wij om op de toekomstige locaties van wadi’s aanvullend infiltratieproeven uit te voeren. Dit geeft een nauwkeuriger beeld en daarmee inzicht in de noodzaak tot het nemen van aanvullende maatregelen. Op de locaties waar wadi’s zijn voorzien, is rekening gehouden met een opbouw, zoals vermeld in Standaard ontwerp- en materiaaleisen van gemeente Barneveld. Daarnaast wordt een IT-riool onder de wadi’s aangebracht. De infiltratiecapaciteit van de wadibodems is berekend met een rekensheet van Waterschap Vallei en Veluwe. 2.4 Grondwater De beschrijving van het grondwatersysteem is gebaseerd op: • geschatte waarden voor de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) op basis van de hydromorfe kenmerken van de boorprofielen (Sweco, 9 juni 2017); • gemeten grondwaterstanden in en rondom het plangebied (gemeente Barneveld).
8 (5)
In het plangebied is een peilbuis aanwezig (’B32G1102’). Aan de westelijke grens, net buiten het plangebied, is nog een peilbuis aanwezig (’B32G1101’). De locaties van de peilbuizen zijn aangegeven in figuur 3. In deze figuur zijn ook de locaties van de boringen opgenomen. Uit de meetreeksen zijn GHG-waarden van NAP +8,96 m en NAP +8,58 m afgeleid voor respectievelijk peilbuis ’B32G1102’ en ’B32G1101’. De GHG-waarden die zijn bepaald op basis van de boringen liggen tussen NAP +8,60 en NAP +9,00 m. De waarden zijn bijgevoegd in figuur 3. Aandachtspunt is dat de GHG op alle locaties dicht onder het maaiveld ligt.
Figuur 3 Overzicht van de GHG-waarden en de locaties van peilbuizen, boringen en dwarsprofielen
2.5 Oppervlaktewater Het plangebied is voor een groot deel omgeven door een C-watergang. De watergang aan de noordzijde buigt af in zuidelijke richting en vormt ook de westelijke grens van de wijk. Op het punt waar de westelijke en zuidelijke watergang bij elkaar komen, krijgt de watergang een B-status. Deze watergangen zorgen voor de ontwatering van de Woudse Erven en de directe omgeving. Het water wordt voornamelijk afgevoerd naar een zijtak van de Modderbeek; met ‘zijtak’ wordt de watergang bedoeld die ten zuiden van de Burgt ligt. Het waterpeil in deze watergang is ongeveer NAP +7,00 m (mededeling Waterschap Vallei en Veluwe van 4 juli 2017).
9 (5)
Sweco heeft profielen ingemeten van een aantal watergangen in de omgeving van het plangebied. De watergangen hebben een diepte die varieert van 0,5 tot 1,0 m en staan een groot deel van het jaar droog. In figuur 3 zijn de locaties van de ingemeten dwarsprofielen rondom het plangebied weergegeven. Tabel 3 geeft een overzicht van de hoogteligging en de dimensies van de watergangen. Tabel 3 Overzicht van de dwarsprofielgegevens (Sweco ’17) Dwarsprofiel [ID] 03 04 05 06 07 09 10 17
Status [-]
Bodemhoogte [m +NAP]
Bodembreedte [m]
Insteekbreedte [m]
Talud links [1:x]
Talud rechts [1:x]
B C C C C C C C
7,92 8,00 8,18 8,08 8,24 8,17 8,38 8,16
0,41 0,37 0,68 0,54 0,56 0,21 0,18 0,23
1,98 2,18 1,79 1,50 3,58 1,44 1,39 1,50
1,33 1,46 1,20 0,98 1,57 0,87 1,04 2,28
1,20 1,21 1,18 1,02 1,61 1,15 1,29 1,46
2.6 Riolering In figuur 4 is de riolering van de wijken die aan het plangebied grenzen weergegeven. Onder de wadi’s langs de Eilandenboog ligt een IT-riool. In Burgthoven II is een gescheiden stelsel aangelegd. Burgthoven fase III sluit aan op het bestaande systeem in de Valkappel. De vuilwaterstreng ten westen van Woudse Erven wordt verlengd. De rioolgegevens zijn aangeleverd door de Gemeente Barneveld (‘P11A0013_280_02.dwg’). Het zwart omcirkelde gedeelte in figuur 4 is recentelijk vervangen. De gegevens van het nieuwe riool zijn verwerkt in de aangeleverde AutoCAD-tekening.
Figuur 4 Overzicht van de riolering van aangrenzende wijken
10 (5)
2.7 Samenvatting en aandachtspunten De schattingen van de k-waarden zoals tijdens het veldwerk bepaald, wijzen uit dat infiltratie van hemelwater in het plangebied goed mogelijk is. Toch adviseren wij om aanvullend de doorlatendheid van de bodem te bepalen op locaties van toekomstige wadi’s. Dit geeft inzicht of aanpassingen dan wel extra maatregelen nodig zijn. Een ander aandachtspunt is de grondwaterstand die op een aantal locaties dicht onder het maaiveld ligt. Om te voldoen aan de voorgeschreven ontwateringsdiepte is ophoging van het plangebied noodzakelijk. Echter, de GHG is het gemiddelde van de drie hoogst gemeten grondwaterstanden in een jaar. De meeste berging is benodigd in de periode buiten het voorkomen van de GHG.
11 (5)
3
Uitgangspunten en randvoorwaarden
3.1 Analyse verhard oppervlak De benodigde waterberging hangt af van het verhard oppervlak in het plangebied. In tabel 4 is een overzicht gemaakt van de verharding in de toekomstige situatie. De oppervlakken zijn bepaald op basis van de aangeleverde AutoCAD-tekening (’DBII_3_WE_BKP-Ed-WJ20190905-nrSweco-2-Model.dwg’). De Nederwoudseweg en de inritten (dammen/bruggen) naar de woningen aan de noordzijde van het plangebied zijn niet meegenomen in de oppervlaktebepaling, aangezien deze buiten de grenzen van het plangebied vallen. In overleg met de gemeente is de particuliere verharding vastgesteld op 50% (dit is overigens het verhard oppervlak exclusief woningen en schuren). Voor de parkeervakken wordt halfverharding toegepast. De afspraak tussen de gemeente en het waterschap is dat bij toepassing van open verhardingstypen geen watercompensatie nodig is. Dit om het gebruik van open verhardingstypen te stimuleren. In bijlage 4 is een overzicht van de oppervlakken toegevoegd. De parkeervakken beslaan een oppervlak van 2.428 m 2. Tabel 4 Overzicht van verharde (afwaterende) oppervlakken Type verharding
Oppervlak [m2]
Panden Wegen Particulier
7.764 15.752 6.998
Totaal
30.514
Verder is gebruik gemaakt van de onderstaande rapporten en tekeningen voor inpassing van het plangebied in de omgeving. Huidige terreinhoogtes, de ligging van de bestaande riolering (voor aansluiting) en het ontwerp van aangrenzende wijken hebben invloed op het ontwerp van het watersysteem van Woudse Erven. • Masterplan De Burgt (document nummer: 12001128); • Interim-rapport (SWNL0213941); • Bijgewerkt stedenbouwkundigontwerp (‘DBII_3_WE_BKP-Ed-WJ-20190905-nrSweco-2Model.dwg’); • Waterhuishoudkundig plan Valkappel (SWNL0244610); • Waterhuishoudkundig plan Eilanden-Oost (GM-0073992); • Rioolgegevens en revisies (‘riolering_2019.dwg’ en ‘P11A0013_280_02.dwg’); • Hoogtes Nederwoudseweg (‘Nederwoudse_brinken_putten-Layout1.pdf’). 3.2 Benodigde waterberging Berging Het uitgangspunt dat de gemeente bij grootschalige nieuwbouwplannen hanteert, is dat de huidige situatie volledig onverhard is. De toename van het verhard oppervlak binnen het plangebied als gevolg van de ontwikkeling, bedraagt circa 3,0 ha. Na intern overleg bij de gemeente is besloten om niet meer de oude normen van 34 mm en 40 cm peilstijging te hanteren, maar de huidige normen van het waterschap. Deze normen zijn gebaseerd op een T=100 neerslaggebeurtenis, oftewel 87 mm in 24 uur. De afvoernorm voor stedelijk gebied bedraagt 1,5 l/s/ha (13 mm/dag) onder normale omstandigheden.
Bij een T=100 neerslaggebeurtenis hanteert het waterschap tweemaal de geldende afvoernorm (26 mm/dag). Dit houdt in dat, na aftrek van een verliesterm van 1 mm, een compensatie van 60 mm nodig is. De bergingsopgave voor de Woudse Erven komt daarmee neer op 1.831 m3. De gemeente geeft aan een peilstijging tot maximaal 20 cm onder maaiveld te willen hanteren bij het dimensioneren van de waterbergingsvoorzieningen.
12 (5)
De gemeente voert het beleid dat bij nieuwbouw een waterbergingsvoorziening op particulier terrein wordt aangelegd. Deze voorzieningen hebben een minimaal volume van één kuub, maar bewoners kunnen ervoor kiezen om een grotere berging aan te leggen. Daarnaast is het wettelijk verplicht een bladvang in de regenpijp te plaatsen. In de praktijk blijkt dit niet overal te gebeuren. Daarom adviseren wij erop toe te zien dat regenpijpen worden voorzien van een bladvang. Bij zware belasting van het stelsel biedt een bladvang de mogelijkheid regenwater te laten uittreden. Door een grindkoffer rondom deze regenpijpen te plaatsen, heeft het water aanvullend de mogelijkheid te infiltreren en niet tot overlast te leiden. Een principeschets van de berging plus grindkoffer is te vinden in bijlage 5. Aandachtspunten zijn: 1. De realisatie van de infiltratievoorziening is onderdeel van de bouw van de woning (door de perceeleigenaar) en niet van het bouw- en woonrijp maken van de openbare ruimte. 2. De perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor het goed blijven functioneren van de voorziening. De perceeleigenaar kan er daarom voor kiezen een zandvang/inspectieput te plaatsen, zodat de waterberging altijd toegankelijk blijft. 3. De in bijlage 5 voorgeschreven dimensies vereisen een minimale diepte van voortuinen van 2,5 m.
Gevolg van dit voorschrift is dat bouwblokken met een kleinere diepte meer naar het midden van de kavel verplaatst moeten worden. In het stedenbouwkundig ontwerp zijn 109 woningen en een appartementencomplex met 20 appartementen voorzien. Bij een bergingsvolume van één kuub per woning, mag 109 m3 in mindering worden gebracht op de bergingsopgave; de restopgave komt daarmee neer op 1.722 m3. 3.3 Achterpaden Voor de achterpaden heeft gemeente Barneveld een aantal uitgangspunten opgesteld. In de onderstaande alinea volgt een beschrijving van deze uitgangspunten. De achterpaden zijn in beheer en onderhoud van de (vereniging van) eigenaren. De eigenaren dienen de afwatering van het achterpad te regelen. Dit zal goed in het koopcontract moeten worden opgenomen. Het advies is om het hemelwater (dat op de achterpaden valt of via de achtertuinen daar komt), op te vangen in infiltratiekolken en de hoogteligging zodanig te kiezen, dat bij extremen een waterstroom richting de openbare weg kan plaatsvinden. De infiltratiekolken moeten worden gereinigd door de eigenaren. Een standaard infiltratiekolk is 1,50 m diep en heeft een diameter van 315 mm. Daaromheen komt een laag van minimaal 30 cm draineerzand. Het advies is om in de achterpaden minimaal twee à drie kolken te plaatsen.
3.4 Civiel- en cultuurtechnische eisen Voor de civieltechnische uitwerking zijn de ontwerp- en materiaaleisen van gemeente Barneveld gehanteerd, zoals beschreven in ’2019-01-01 – Standaard ontwerp en materiaaleisen v2019-01.pdf’. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende hoofdstukken en paragrafen: Hoofdstuk 2 Water • 2.1 Ontwatering en drooglegging • 2.2 Oppervlaktewater
13 (5)
Hoofdstuk 3 Riolering • 3.1 Beleid en uitgangspunten • 3.2 Hoofdleiding • 3.4 Drainage Hoofdstuk 5 Inrichtingsprincipes straatonderdelen • 5.7 Materialen In aanvulling op deze handleiding zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • het vloerpeil van de woningen ligt minimaal 0,30 m boven het laagste punt van de weg; • het Handboek Toegankelijkheid schrijft een maximum afschot voor zoals berekend met de volgende formule: 𝐿 = ((𝐻𝑚𝑎𝑥 − 0,10) ∗ 11,11 + 10) ∗ 𝐻𝑚𝑎𝑥 • het afschot bij wegen en trottoirs (dwars) is 2%; • het afschot in de lengterichting van wegen met goten ten behoeve van bovengrondse afstroming is minimaal 4‰; • de hoogte van trottoirbanden is 0,07 m.
14 (5)
4
Civieltechnische uitwerking
In dit hoofdstuk is de waterhuishouding van het plangebied uitgewerkt. Het hoofdstuk bestaat uit de volgende onderdelen: een matenplan (hoogteligging) en een beschrijving van het toekomstige watersysteem. Het resultaat is een ontwerp dat is te vinden in bijlage 6. 4.1 Matenplan De GHG vormt het uitgangspunt voor het opstellen van het matenplan. Deze bepaalt namelijk de hoogteligging van het plangebied bij een door de gemeente vastgelegde minimale ontwateringsdiepte. Voor woningen met kruipruimte, secundaire wegen en woonstraten is de minimale ontwateringsdiepte 0,70 m bij een onveranderde grondwaterstand. Dit betekent dat een ophoging van het plangebied tot tenminste NAP +9,70 m nodig is. Om het plangebied te laten aansluiten op aangrenzende woonwijken is gekozen voor integrale ophoging. Bij een minimaal hoogteverschil van 0,30 m tussen weg- en vloerpeil, komt het vloerpeil van de woningen daarmee op tenminste NAP +10,00 m te liggen. Andere factoren die invloed hebben op het matenplan zijn: • de hoogte van aangrenzende (bestaande) wijken, percelen en wegen; • de afwatering. Gezien het voorgestelde vloerpeil van de woningen aan de Nederwoudseweg, die gerealiseerd zijn tijdens Burgthoven fase 3 (NAP +9,80 m, SWNL0244610), zal het toekomstige wegpeil van dit gedeelte NAP +9,50 m zijn.
In de ontwerptekening (bijlage 6) is een verdere uitwerking gemaakt, waarin meer details zijn opgenomen. 4.2 Ontwerp en systeembeschrijving Het toekomstige watersysteem bestaat uit de volgende onderdelen: • drie watergangen: één ten noorden en één ten zuiden van het plangebied en een centraal gelegen watergang (de ’centrale ader’); deze loopt parallel aan de noordelijke en zuidelijke watergang; • één watergang/bergingsvoorziening aan de oostzijde van het plangebied; • vijf wadi’s in de aanwezige groenstroken, die voorzien zijn van een overstort, elk naar één van de watergangen. De groenstrook in het noordoosten is vrij gelaten voor speeltoestellen. Ook het veldje in het zuidwesten krijgt gedeeltelijk de functie ‘spelen’. Uitgangspunt in het ontwerp is bovengrondse verwerking van hemelwater. Tabel 5 maakt inzichtelijk hoe het afvoerend oppervlak, dat direct op een voorziening loost, is verdeeld over het watersysteem. Hierbij gaat het om een globale verdeling die op basis van een GISanalyse is gedaan. De wegen in het plangebied liggen daarom op ’één oor’. Het water van het hele dakoppervlak van de woningen watert af naar één van de wadi’s of watergangen. De afwatering van de achtertuinen gebeurt als volgt: • woningen, die grenzen aan een watergang lozen hier rechtstreeks op; • achtertuinen die grenzen aan een achterpad wateren hierop af (zie paragraaf 3.3).
Vanaf daar stroomt het water oppervlakkig naar een wadi of watergang al dan niet via een parkeerkoffer; • het water afkomstig van achtertuinen die niet grenzen aan een achterpad zal van particulier terrein naar openbaar terrein stromen.
15 (5)
De vulling van twee waterbergingsvoorzieningen bestaat, naast directe vulling, uit indirecte vulling. Overtollig water afkomstig van drie wadi’s komt in de centrale ader terecht. Daarnaast is het voorstel om in de definitieve situatie een waterbergende voorziening in de middenberm van de ontsluitingsweg aan te leggen; dit is de weg die het plangebied in het oosten doorkruist in noord-zuidrichting (zie figuur 1). Hierbij valt te denken aan Rockflow, infiltratiekratten of een grindkoffer. Een slokop kan overtollig water afvoeren naar de oostelijke watergang. Om het water naar de middenberm te leiden, is het voorstel om beide weghelften op één oor te leggen. Het totale oppervlak van de ontsluitingsweg is 3.123 m2. Tabel 5 Verdeling van het afvoerend oppervlak over het watersysteem van Woudse Erven Verhard oppervlak Op noordelijke watergang Op wadi’s Op centrale watergang Op zuidelijke watergang TOTAAL
3.344 8.111 10.040 5.896 27.391
m2 m2 m2 m2 m2
Wadi’s De wadi’s in het plangebied hebben een bodemhoogte van NAP +9,20 m en hebben een diepte van 0,50 m. Verder zijn de wadi’s voorzien van tenminste twee slokops met een drempelhoogte van NAP +9,50 m. De slokops staan in verbinding met een drain (IT-leiding, Ø250 mm) onder de wadi. De drains zijn aangesloten op een put die loost op een van de watergangen. In een tweetal wadi’s zijn putten met roosterdeksels geplaatst en fungeren daarmee ook als slokop. Een lijngoot in de zuidoostelijke wadi’s zorgt voor een evenredige verdeling van het water tussen de wadi’s. In de zuidwestelijke wadi vormt de put met roosterdeksel een verbinding tussen de leiding naar de overstortput. De profielen van de wadi’s en de watergangen zijn bijgevoegd in bijlage 7. Gezamenlijk hebben de wadi’s een bergingscapaciteit van 320 m3. Oostelijke watergang wordt berging In het stedenbouwkundigontwerp is aan de oostzijde van het plangebied een watergang gesitueerd. Deze watergang is onderdeel van het watersysteem zoals beschreven in ’Masterplan de Burgt’ en heeft zowel een afvoerende als bergende functie. Het gedeelte in Woudse Erven is berekend op aansluiting van 65% van het toekomstige verhard oppervlak van deze wijk. Met het in bijlage 7 geschetste profiel en een maximale peilstijging tot 0,20 m onder maaiveld bedraagt de berging 720 m3.
Vulling vindt indirect plaats vanuit de centrale ader en in de definitieve situatie ook vanuit de middenberm van de ontsluitingsweg. In de toekomst zal de waterberging/watergang gefaseerd (compartimenten) langs de ontsluitingsweg worden aangelegd en verbonden met het watersysteem benedenstrooms. In de tussenliggende periode vindt de afvoer van deze voorziening plaats in zuidelijke richting via het bestaande watersysteem. Het compartimenteren gebeurt door de aanleg van een grondwal tot een hoogte van NAP +9,50 m, die bestaat uit stenen. De stenen zorgen ervoor dat het water vertraagd naar het volgende compartiment wordt afgevoerd en de berging daarmee gereguleerd. In de tijdelijke situatie voert de berging af naar de watergang die aan de zuidzijde ligt. Het alternatief is het plaatsen van een stuw. Een stuw heeft in deze situatie als nadeel dat de diameter van de knijpconstructie ordegrootte centimeters heeft. Het risico op verstopping is daardoor groot en is vanuit beheertechnisch oogpunt daarom niet wenselijk. Daarnaast oogt een stenenwal natuurlijker dan een stuw en heeft een positief effect op de esthetische waarde van de wijk.
16 (5)
Noordelijke watergang De bestaande watergang (inclusief kruising met de ontsluitingsweg) ten noorden van het plangebied, die na afbuiging ook de westelijke grens vormt, blijft in tact. Dit om de ontwatering van wijken stroomopwaarts te waarborgen (omgeving school). Met het oog hierop is een verbinding met de oostelijke watergang weggelaten; de afvoerende functie van de noordelijke watergang is daarmee gescheiden van de bergende functie van de oostelijke watergang. Door de aanleg van de ontsluitingsweg is een duiker nodig. Uitgaande van een minimale dekking van 1,20 m en afmeting van rond 400 mm, komt de binnenkant onderkant buis (B.O.B.) op NAP 8,05 m te liggen. Aangezien de slootbodem bij profiel 7 een hoogte van NAP +8,24 m heeft (tabel 3), zal de duiker als ’zinker’ worden aangelegd. Aan de westzijde komen eveneens duikers van rond 400 mm te liggen om de verschillende compartimenten met elkaar te verbinden. Centrale ader Deze watergang (de centrale ader) deelt het plangebied in de lengterichting. Woningen en achterpaden die haaks op de watergang staan, wateren rechtstreeks af op de watergang. Bij overschrijding van de bergingscapaciteit van de wadi’s, komt het overschot (gedeeltelijk) in deze watergang terecht. De wadi’s in het noord- en zuidwesten vormen een uitzondering hierop; deze lozen via een overstort op respectievelijk de noordelijke en zuidelijke watergang.
Aan de oostzijde zorgt een put met roosterdeksel (NAP +9,50 m) ervoor dat een deel van het water via een uitstroomvoorziening in de oostelijke watergang/berging terechtkomt. Aan de westzijde zorgt een vergelijkbare put ervoor dat een deel van het water op de noordelijke watergang (die zich inmiddels aan de westzijde bevindt) loost. Bij het voorgestelde profiel bedraagt de berging 142 m3. De compartimenten van de centrale ader zijn verbonden met lijngoten (0,40 m x 0,40 m), omdat de dekking bij toepassing van duikers onvoldoende is. Een uitzondering is het kruispunt ter hoogte van de oostelijke wadi’s. Op deze locatie is, vanwege de grote afstand tussen de compartimenten, gekozen voor de toepassing van een zinker. Verder is het wenselijk om het compartiment ter hoogte van de wadi in het zuidwesten aan de westzijde uit te breiden. Dit zorgt ervoor dat een kortere lijngoot nodig is. In bijlage 7 is een dwarsprofiel van de centrale ader toegevoegd. Zuidelijke watergang In de huidige situatie is de zuidelijke watergang aan de westzijde van het plangebied verbonden met de noordelijke watergang. In de toekomstige situatie is deze verbinding verbroken. Dit gebeurt door een grondwal tot een hoogte van NAP +9,50 m aan te leggen die bestaat uit stenen. De stenen zorgen ervoor dat het water vertraagd naar de noordelijke watergang wordt afgevoerd.
Deze constructie reguleert de berging in de zuidelijke watergang. Aan de oostzijde wordt een vergelijkbare constructie geplaatst. Een grondwal heeft de voorkeur boven een stuw om dezelfde redenen als in ’Oostelijke watergang berging’ genoemd. Ter hoogte van de ontsluitingsweg naar Woudse Erven fase 2, aan de zuidzijde van het plangebied, wordt de watergang onderbroken. Dit om ervoor te zorgen dat een deel van Woudse Erven via de noordelijke watergang afvoert en een deel via de zuidelijke watergang. Hiermee wordt het voorstel van twee afvoerroutes van het interim-rapport gevolgd. Bij het voorgestelde profiel (bijlage 7) bedraagt de berging 690 m3, waarvan de helft ten goede komt aan Woudse Erven fase I.
17 (5)
Bergings- en infiltratiecapaciteit De totale berging in het plangebied komt neer op 1.643 m3. Dit is inclusief de berging op particulier terrein (109 m3) en op een mogelijk groen dak op het appartementencomplex (7 m3). De infiltratiecapaciteit van de wadi’s bedraagt 261 m 3. Daarmee komt de totale capaciteit van het systeem uit op 1.904 m 3. 4.3 Aandachtspunten Algemeen • Wij adviseren het watersysteem in en rondom Woudse Erven (inclusief wijzigingen boven- en benedenstrooms) middels een modelsimulatie door te rekenen. Dit geeft inzicht in het functioneren van het watersysteem. • In het plangebied is op meerdere locaties sprake van een garage, strak tegen een fors lager gelegen trottoir. Dit vraag om afstemming met de bouwende partij. • Op het moment van schrijven is niet bekend of de persleiding (zie hoofdstuk 5) noodzakelijk is. Dit hangt af van de aanleg van de ontsluitingsweg. De afwerking van de middenberm is afhankelijk van de noodzaak van de persleiding en de keuze voor een bepaalde waterbergingsvoorziening. Dit leidt ertoe dat het kwantificeren van de waterberging in deze fase niet mogelijk is. De waterberging in de definitieve situatie komt daarmee hoger te liggen dan in dit rapport is bepaald, waarmee de waterberging robuuster wordt. Afwatering • Het parkeerterrein bij het appartementencomplex watert af in zuidelijke richting.
Vanaf NAP +9,85 m ligt het terrein onder 4 ‰ afschot; dit geldt ook voor de centrale en zuidelijke parkeervakken. Dit wijkt af van de uitgangspunten, zoals beschreven in paragraaf 3.4, maar is door de gemeente akkoord bevonden. • Op het parkeerterrein bij het appartementencomplex is bij de centrale en zuidelijke vakken geen rekening gehouden met trottoirbanden. In plaats daarvan kunnen varkensruggen worden toegepast. • In de parkeerkoffer van het middelste blok voldoet het afschot ter hoogte van de achterpaden niet aan de in paragraaf 3.4 beschreven uitgangspunten. In overleg met de gemeente is gekozen om af te wijken van deze uitgangspunten, omdat: 1) de voorkeur van de gemeente uitgaat naar oppervlakkige afstroming; 2) het vloerpeil van de woningen niet onnodig hoog komt te liggen. Wadi’s • De wadi’s aan de oostzijde voldoen met een diepte van 0,24 m niet aan de voorgeschreven minimale afstand van 0,30 m tussen bodemhoogte en GHG. In overleg met de gemeente is een afstand van 0,24 m acceptabel bevonden. Het argument hiervoor is dat de GHG theoretisch maximaal drie dagen per jaar optreedt in de wintermaanden en piekbuien, wanneer de berging nodig is, in de zomermaanden vallen. • De vorm van de wadi in het zuidwesten is aangepast ten opzichte van het stedenbouwkundig ontwerp.
Noordelijke watergang • Het is wenselijke om de watergang na realisatie op te schonen en opnieuw te profileren, zodat deze aansluit op de toekomstige maaiveldhoogte (doortrekken van het talud) en voldoet aan de voorgeschreven dimensies. Uitgangspunt is dat het bestaande bodempeil wordt gehandhaafd.
18 (5)
• De bebouwing op perceel 3615 (zie figuur 1) blijft behouden. De maaiveldhoogten van dit kavel zal dan ook lager liggen dan de aangrenzende kavels. Het is daarom van belang dat de afvoer in de noordelijke watergang gegarandeerd wordt. Dit om mogelijke opstuwing binnen de perken te houden en daarmee wateroverlast op dit lager gelegen terrein te voorkomen. Het verdient aanbeveling om lokaal, op lager gelegen plekken langs de te graven greppel rondom dit perceel, het terrein te verhogen (grondwallen) om wateroverlast tijdens pieksituaties te voorkomen. • Een mogelijke aanvullende oplossing voor de wateroverlast, die tijdens hevige neerslag optreedt bij de school, is het aanleggen van een HWA-leiding met een uitlaat op de watergang. Zuidelijke watergang • De herprofilering van de zuidelijke watergang zorgt voor een fors bergingsvolume. De helft daarvan (345 m3) is beschikbaar voor de latere ontwikkeling van Woudse Erven fase 2. • Het betreft aanpassingen aan een bestaande watergang. Overleg met het waterschap is nodig om goedkeuring te krijgen op het ontwerp.
19 (5)
5
Rioleringsplan
5.1 Uitgangspunten Om tot een rioleringsontwerp te komen voor het DWA, zijn naast de uitgangspunten in hoofdstuk 3 een aantal aanvullende uitgangspunten gehanteerd: • de stelsels in de Nederwoudseweg en Eilandenboog zijn berekend op aansluiting van extra woonwijken; • het hoogteverschil tussen de hoofdstroom en een inkomende leiding bedraagt minimaal 0,10 m; • de strengen worden onder vrijverval aangelegd (4‰) en hebben een diameter van 250 mm. In bijlage 6 is het ontwerp van de riolering opgenomen. Het totale aanbod van afvalwater in Woudse Erven is: 129 𝑤𝑜𝑛𝑖𝑛𝑔𝑒𝑛 ∗ 2,5 𝑖. 𝑒.∗ 0,012 = 3,87 𝑚3 /𝑢; • de berging in het stelsel bedraagt: 1120 𝑚 ∗ 0,1252 ∗ 𝜋 ≈ 55 𝑚3 , daarmee voldoet het stelsel aan de minimale bergingseis van 48 m 3 bij twaalf uur vuilwaterproductie; • het stelsel voldoet aan de maximale vullingsgraad van 50%, de berekening is als volgt uitgevoerd: 𝑄𝑚𝑎𝑥 [𝑙/𝑠] = 𝑄𝑔𝑒𝑚 ∗ 𝛼, 𝑤𝑎𝑎𝑟𝑏𝑖𝑗 𝛼 = 1,5 + 𝛼 = 1,5 +
2,5 √1,08
2,5 √𝑄𝑔𝑒𝑚
(𝛼𝑚𝑎𝑥 = 3,0)
= 3,9 (𝛼 > 3,0 → 𝛼 = 𝛼𝑚𝑎𝑥 )
𝑄𝑚𝑎𝑥 = 1,08 ∗ 3 = 3,24 𝑙/𝑠 𝑄𝑚𝑎𝑥 3,24 = = 8,5% 𝑄𝑉 38 5.2
Systeembeschrijving
• Centraal in het plangebied is een scheiding in de afstroomrichting aangebracht, • •
•
• • •
waardoor ongeveer de helft van de woningen in westelijke richting afvoert en de helft in oostelijke richting. Het westelijk deel van het stelsel sluit aan op het bestaande stelsel in de Eilandenboog. In de toekomst wordt onder de ontsluitingsweg een riolering aangelegd die aansluit op het stelsel in de Burgemeester Labreelaan. Een gedeelte van de aanleg vindt plaats tijdens de realisatie van Woudse Erven fase 1. Uiteindelijk voert het oostelijk deel van Woudse Erven af via dit riool. Het appartementencomplex sluit aan op het gedeelte van het hoofdriool in de ontsluitingsweg dat wordt aangelegd tijdens de realisatie van Woudse Erven fase 1. De gemeente heeft de wens om de ontsluitingsweg op korte termijn te realiseren. Echter, als realisatie op korte termijn niet mogelijk, wordt het oostelijk deel tijdelijk aangesloten op het stelsel in de Nederwoudseweg. Om de afvoer in de tijdelijke situatie in dit stelsel te krijgen is een persleiding (Ø110 mm) met een pomp (capaciteit 12,6 m 3/uur) nodig. Maatgevend voor de pompcapaciteit is de minimale transportsnelheid in de persleiding van 0,7 m/s. De locatie van het gemaal ligt net ten zuiden van het appartementencomplex in een groenstrook. De persleiding is gesitueerd in de middenberm van de ontsluitingsweg. Het stelsel is op meerdere locaties vermaasd; dit om problemen te voorkomen, wanneer één van de afvoerroutes verstopt raakt.
20 (5)
5.3
Aandachtspunten
• De afvoer van het DWA-stelsel vindt in twee richtingen plaats. • In de tijdelijke situatie zal de DWA van de oostelijke helft naar het stelsel in de •
• • • •
Nederwoudseweg gepompt moeten worden. Een korte analyse laat zien dat aansluiting van het oostelijk deel van Woudse Erven, via het hoofdriool in de ontsluitingsweg, op het stelsel in de Burgemeester Labreelaan mogelijk is bij toepassing van een diameter van 315 mm over een lengte van 680 m. Zodra meer bekend is over de exacte ligging van de ontsluitingsweg kan een gedetailleerde uitwerking uitsluitsel geven. Als de persleiding niet noodzakelijk is, kan de middenberm van de ontsluitingsweg gelijk in de definitieve situatie worden aangelegd (zie paragraaf 4.2). Het westelijk deel van het stelsel wordt verbonden met het stelsel in de Eilandenboog; dit is een wijziging op het ontwerp zoals beschreven in het waterhuishoudkundig plan Burgthoven III. Voor de huisaansluitingen van de woningen aan de zuidzijde van de centrale ader geldt: de aansluiting van twee naast elkaar gelegen woningen dicht bij elkaar leggen, zodat er ruimte is voor het plaatsen van bomen. Huisaansluitingen onder 45º aansluiten op het stelsel. Dit bevordert de doorstroming en voorkomt teveel turbulentie, waardoor onnodig slijtage en gasvorming onder de inlaten optreedt.
21 (5)
6
Mogelijkheden tot verduurzamen
In het waterhuishoudingsplan wordt getracht een duurzaam watersysteem te ontwerpen voor het plangebied van de Woudse Erven. Dit houdt in dat de waterhuishouding zichzelf, zonder teveel ingrepen en met het oog op een veranderend klimaat blijft functioneren. Op een aantal aanvullende punten kunnen keuzes worden gemaakt om het ontwerp duurzamer, dan wel klimaat-robuuster te maken. Dit zijn keuzes die op andere vlakken dan de hiervoor beschreven, vooral civieltechnische, ingrepen gevolgen hebben. 6.1 Verwilderde wadi’s Eén van die keuzes betreft het beplanten van groenvlakken en wadi’s. Vaak wordt voor wadi’s en groenstroken een inrichting gekozen met het karakter ‘(verlaagd) grasveld’. Een duurzamere optie is het beplanten van groenstroken en wadi’s met bijvoorbeeld kruiden en inheemse soorten; het laten verwilderen van de begroeiing. Het voordeel is dat de begroeiing water verbruikt en verdampt. Groene vlakken worden op warme dagen minder heet dan met klinkers en asfalt verharde oppervlakken. Daardoor heeft het een positief effect met het oog op hittestress. De wortelkanalen zorgen ervoor dat de bovenlaag gezond en doorlatend blijft. Een ander voordeel is dat biodiversiteit in begroeide wadi’s en groenstroken meer kans krijgt. Flora en fauna krijgt meer kans tegenover een strak gemaaid grasveld. Uiteraard heeft dit gevolgen voor het beheer en het onderhoud aan de wadi’s.
Traditioneel maaibeheer zal in een verwilderde wadi een andere vorm moeten krijgen. 6.2 Groen parkeren Een andere optie is het toepassen van halfverharding op parkeerterreinen. Door voorziene verharde oppervlakken zoals de parkeerkoffers (deels) te voorzien van halfverharding, krijgt water de kans in de bodem te trekken. Dit ontziet de wadi’s en watergangen, waardoor het geheel robuuster wordt. Om te voorkomen dat de bewoners de auto op modderige parkeervakken moeten zetten, kan ervoor worden gekozen alleen het deel recht onder te auto te voorzien van halfverharding, maar het deel van in- en uitstappen te verharden. Voor groene(re) parkeervakken geldt ook dat groen en begroeiing minder heet wordt dan oppervlakken van klinkers en asfalt en dus positief is voor hittestress. 6.3 Stimuleren van groen op particuliere terreinen en daken Voordat regenwater het openbaar terrein bereikt, is het op (particuliere) daken, achtertuinen en opritten gevallen. 60 tot 70% van de ruimte, waarvan afstroming van regenwater plaats vindt, is in handen van particulieren. Eigenaren worden in Barneveld gehouden één kuub waterberging op eigen terrein aan te leggen. Dit zorgt al voor een vermindering van de opgave waarvoor de gemeente staat. Het scala aan mogelijkheden op particulier terrein is echter veel groter.
Te denken valt aan groene daken (platte daken, maar ook mogelijk op hellende daken), regenwateropvang en gebruik door middel van regentonnen en het stimuleren van groene tuinen. Uiteraard biedt het vergroenen op particulier terrein dezelfde voordelen als in het openbaar terrein; groen wordt minder heet dan tegels, biedt kansen voor biodiversiteit en het verdampt water.
22 (5)
Bijlage 1
Terreinhoogtes Woudse Erven (Sweco ’17)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
A
A
B
B
9.30 9.31 9.17 9.33 9.38
9.36
9.30 9.26
9.37
9.31
C
9.35
8.88
9.39
9.10 9.34
9.43
9.53
C 8.59
11.62
8.74
9.29 11.98
9.25
9.42
12.51 12.56 12.83 12.96
9.66
9.20 9.48 9.37
8.80
8.83
8.81 12.5712.61
9.46 9.60
12.31
9.08
D
8.94 9.07
12.46
8.91
11.87 12.01 9.37 9.34
9.59
D
8.82 9.11
9.24
9.18 8.86
8.90
9.22 8.99 8.91
9.29
8.58
8.91
9.02
8.88
9.24
9.52
9.39
8.76
8.94 9.35
8.72
E
8.95
9.01
9.33
E
9.25 8.72
8.84 9.17
9.18
8.85
9.13
8.80
9.02
9.10
9.21
8.81 8.96
9.07
8.29 8.82
8.37
9.00 10.14
9.05
9.12 9.13
9.07
9.06
10.20
10.07 9.15 9.97 9.199.81 9.20
8.76
9.20
10.17
9.04 9.09
8.46
9.85 9.69 9.169.16
9.94 9.94 9.279.26 10.08 9.20
8.99
8.83
9.14
9.10
8.83
10.01 9.22 9.64 9.13
9.17
9.18
9.04
9.97 9.259.60
8.99
F
9.13
10.24
9.16
8.97
9.10 9.11
9.83 9.95 9.09
9.05
9.12
9.20 9.16 9.13
8.96
8.56
F
9.17 9.04
9.17 9.24
8.71
9.00
10.02 10.07 9.08
9.99 9.12
9.04
9.11
9.29
10.07 9.31 9.08
9.18
G
9.14
8.81
9.14
9.11
9.01
8.56
8.96
8.38 8.37 8.38
7.95
9.04
G
9.15
9.01 9.20
8.96 9.10
9.01 8.97
8.62
9.12
9.45
8.83
9.18
9.09
9.03
9.21 9.24
9.29 9.09
9.16
9.22
9.00
8.67
9.01
9.05
H
H
9.20 9.15 9.06 8.59
9.01
9.27
9.06
9.48
9.23
9.09
9.45
8.97
9.21 9.31
9.09 9.07
9.07
8.66
9.39
9.06
9.31
8.98 9.09 9.08
J
9.23
9.21
9.13
J
9.25
8.62
8.92 9.11
9.32
9.22
9.13
9.09
8.88
8.65
9.06
9.28
9.23
9.27 9.07
9.20
8.73
9.33 9.10
K
8.79
K
9.05 9.04
8.97 9.22
9.21 8.76
9.05 9.23
9.23 9.06
8.83 8.74 9.02 8.90
9.17
L
8.72
L
9.37 9.21
9.13 8.69
9.03 9.11 8.90 9.14 9.02
9.19
9.29
9.18
M
M
9.06 8.88
8.97
9.11 9.15 8.98
9.23
N
N
8.96
9.15 9.09
P
P
Q
Q Opdrachtgever
Sweco Nederland Project
De Burgt Onderdeel
Situatie/hoogte meting profiel locatie Tekeningnummer
R
Rev.
1/2
Bestandsnaam
Formaat
Schaal
G100418 De Burgt_ingezoomd.dwg A0
Kantoor
Projectnummer
Lieren
G100418
Besteknummer
Blad
Aantal
Gez.
Acc.
niet op schaal
Datum van uitgave
Get.
14-06-2017
DKO
www.geogroep.nl
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
R
Bijlage 2
Weg- en puthoogtes Nederwoudseweg (Gemeente Barneveld ’19)
10.09
9.85
9.91 9.52
9.56 9.63 9.43 9.39 9.34
9.68 9.84 9.76
Bijlage 3
Boorprofielen (Sweco ’17)
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Projectnummer: Projectnaam: Boormeester:
356656 De Burgt Barneveld A Polat
Opdrachtgever: Projectleider:
Sweco Sander Hoegen
Boring:
B01
Boring:
B02
Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat: Maaiveld (m ±N.A.P.)
09-06-2017 168234,22 459868,51 8,86
Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat: Maaiveld (m ±N.A.P.)
09-06-2017 168339,07 459920,02 8,93
0
850
akker Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, resten roest, resten wortels, K-waarde: 2,5, donkerbruin, Edelmanboor, geroerd
0
akker Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, resten wortels, resten planten, K-waarde: 2,5, donkerbruin, Edelmanboor, geroerd
40
70
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak roesthoudend, K-waarde: 5,5, lichtbruin, Edelmanboor
45
850
70
Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 3, lichtgrijs, Zuigerboor
800
Zand, matig fijn, zwak siltig, resten roest, K-waarde: 3,5, lichtbruin, Edelmanboor, ongeroerd Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 3, lichtgrijs, Zuigerboor
800
750 750
150
Zand, zeer fijn, zwak siltig, K-waarde: 2, lichtgrijs, Zuigerboor 180
700
Zand, matig grof, zwak siltig, K-waarde: 4,5, lichtgrijs, Zuigerboor
650
190
700
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, K-waarde: 4,5, lichtgrijs, Zuigerboor
650 270
Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, K-waarde: 5,5, lichtgrijs, Zuigerboor
600
600 320
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, K-waarde: 4, lichtgrijs, Zuigerboor
330
550
Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 3,5, lichtgrijs, Zuigerboor
500
500
400
B03
Boring:
B04
Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat: Maaiveld (m ±N.A.P.)
09-06-2017 168383,65 459861,40 9,8
Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat: Maaiveld (m ±N.A.P.)
09-06-2017 168380,82 459793,53 9,11
40
akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, resten planten, K-waarde: 2, donkerbruin, Edelmanboor, geroerd Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, K-waarde: 3,5, lichtbruin, Edelmanboor, ongeroerd
900
400
Boring:
0
950
550
0
900 40 50
850
akker Zand, matig fijn, kleiïg, matig humeus, resten wortels, resten roest, resten planten, K-waarde: 2, donkerbruin, Edelmanboor, geroerd Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, sterk roesthoudend, K-waarde: 2,5, donkerbruin, Edelmanboor, geroerd Zand, matig grof, zwak siltig, sporen roest, K-waarde: 4, licht beigegrijs, Edelmanboor
80
Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 3, lichtgrijs, Zuigerboor 800
110
Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 3, lichtgrijs, Zuigerboor
850 150
Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 3, lichtgrijs, Zuigerboor
750
800
700 750
240
260
Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 2,5, lichtgrijs, Zuigerboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, resten hout, K-waarde: 6, lichtgrijs, Zuigerboor
700
250
Zand, matig grof, zwak siltig, K-waarde: 4,5, lichtgrijs, Zuigerboor
650
600 650 350
Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 3, lichtgrijs, Zuigerboor
550
360
Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 3, lichtgrijs, Zuigerboor
600 400
400
Schaal (A4): Pagina:
1: 40 1 van 2
Projectnummer: Projectnaam: Boormeester:
356656 De Burgt Barneveld A Polat
B05
Boring:
B06
Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat: Maaiveld (m ±N.A.P.)
09-06-2017 168559,31 459803,36 9,3
Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat: Maaiveld (m ±N.A.P.)
09-06-2017 168522,44 459720,46 9,2
30
gras Zand, matig fijn, kleiïg, matig humeus, zwak roesthoudend, resten wortels, K-waarde: 2,5, donkerbruin, Edelmanboor, geroerd Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig roesthoudend, brokken klei, resten grind, K-waarde: 3, donkerbruin, Edelmanboor, geroerd
850
Sweco Sander Hoegen
Boring:
0
900
Opdrachtgever: Projectleider:
0
900 40
850
70
Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, resten roest, K-waarde: 5,5, licht beigegrijs, Zuigerboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, resten roest, K-waarde: 2, licht beigebruin, Zuigerboor
800
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk roesthoudend, K-waarde: 2,5, donkerbruin, Edelmanboor, geroerd Zand, matig grof, zwak siltig, K-waarde: 3,5, licht beigegrijs, Zuigerboor
90
120
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, resten wortels, K-waarde: 3, lichtbruin, Edelmanboor, geroerd
110
Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 3, licht beigegrijs, Zuigerboor
800
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 2,5, lichtgrijs, Zuigerboor
750
750
700 700
650 650
280
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, K-waarde: 4, licht beigegrijs, Zuigerboor
290
Zand, matig grof, zwak siltig, K-waarde: 3,5, lichtgrijs, Zuigerboor 600 600
330
350
Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 3, lichtgrijs, Zuigerboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, K-waarde: 4,5, lichtgrijs, Zuigerboor
550 400
350
Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 0,5, lichtgrijs, Zuigerboor
550
400
Schaal (A4): Pagina:
1: 40 2 van 2
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Bijlage 4
Verhard oppervlak Woudse Erven
Cluster 1
2x
Cluster 2
Cluster 3
12 x
2x
Cluster 4
6x
1x
Cluster 5
Cluster 6
6x
4x
Cluster 1
2x
Cluster 2
Minus kaveloppervlak (4.840 m2)
Cluster 3
Cluster 4
2x
Cluster 5
Cluster 6
Plus achterpad (19 m2)
Ontsluitingsweg Wegoppervlak
Groen
Totaal: 3.112 m2
Totale verharding Cluster
Oppervlak panden
Oppervlak wegen
Particuliere verharding
1
880
1.548
1.039
2
1.264
1.719
1.787
3
1.749
2.912
1.378
4
1.279
3.076
900
5
936
1.382
893
6
1.656
2.003
1.001
Nieuwe ontsluitingsweg Subtotaal Totaal
3.112 7.764
15.752
6.998 30.514
Bijlage 5
Principeschets particuliere waterbergingsvoorziening
Bladvanger / noodoverloop Infiltratiekratten >0.70m
Optioneel: Grindkoffer Inspectieput/Zandvang t.b.v. noodoverloop
> 1.50m
Volume ≥ 1m³
Principe hemelwaterafvoer d.m.v. infiltratiekratten \\SWECO.SE\NL\AMS01\LEGACY\P\ARN\356656\AFD_TECHNIEK\W500-ONTWERP\356656-T003-C2.DWG
Bijlage 6
Ontwerp watersysteem Woudse Erven
+9.9 0 +9.9 6
+10
p.l. 2 2.80
7.94+
25. 60 23.65
14.60 1 2 .6 0
.3 0 p.l. 47
9.15 Ø400
b IT ar
Tanim Ø250
8.23+
53.35
bpa .l. r 6
Tanim
.65
28.00 26.05
49.50 47.50
8. p.l. 6 13+ 1.50
.90
90
38.50 36.40
13.65
PVC
PV p.l. 1 C Ø160 8.10
3.803 .
0 +8.2 +9.8
250 P∅ mP
33.65 31.65
7.99+
44.65 42.15
p.l. 5 6.
70
12.25
19.25 17.25
30.25 28.40
41.20 39.30
3.903
2
Ø250
PVC
8
b.+8
+9.8 4
+9 +9.9.92 9
+9.9 2
6
+7 .43 +7 .4
3
Verklaring:
3.00
+9.8
.05m
2 +9.9
VP+10.30
6
+9.05m
+9.8 +9.8 7 0
10
+9.7 6.7m PP 0
∅25
b.o. b
0
VP+10.20
9 +7
Locatie WADI
.39
+9.7
P∅ 250
0
VP+10.15
41.5
+9.7
mP
2
P∅
+7.95
250
+9.50m
+10
.07
+7.16
b.+8 b.o.
6
+10 +1 +9.90.02 5 5 +9.8
bodem +9.20
IT overstortput drempel op N.A.P.+9.50m b.o.b
VP+10.15
+1 +1 0.07 +9.90.02 5
IT riool PP ∅315mm (b.o.b. N.A.P.+7.95m)
Tijdelijk pompen naar bestaand riool pompcapaciteit 12.6m³/uur
+7.1
.07
0mm
Ontwerp afwerkhoogte verharding (m+N.A.P.)
+9.50
VP+10.20
VP+10.15
∅25 PP
Ontwerp vloerpeilhoogte (m+N.A.P.)
VP+10.20
+9 +9.9.91 7
VP+10.15
Ontwerp DWA
VP+10.20
+7.6
.10
0
mP P∅ 250
b.o.
Stedebouwkundig ontwerp (2019-09-05)
+9.9 1 60+.96.97
+9.7
65.9
0mm
.10
mP
+9.9 +9.8 0 3
+8.2 0
∅40
20 58 2
+7.3
bodem +9.20
+9 +9.7.70 7
+9.8 + +9.8 9 9.81 2
+10 .02 +9.9 8 +9.9 1
20
ker
80
PP
4
+8.
00
7.60
∅25 0mm
+10 .1
VP+10.20
IT Ø4
+10
.+8.
VP+10.20
.04
bar
0
Dui
5
+10
7.77+
2.40 p.l. 2
8.20 0.90 p.l. 5 49.751.40
IT Ø4 00
3 +10 .1 +10 .16
250
TaØn25im 0
+8.0
+7.9
+7.7
5 .64 0 +7.80
15m
+7.6 9 8 +7 .9m .68 PP
4 +7.9
b.o.
.04
0
4
0
b.+8 .
6m +9P. P ∅ 7
5
6.95 6.85
∅25
∅40 0mm
+7
PP
∅2
.13 +10
+10 .15
47. 2m
+9 +9.9.91 +9.9 8 9
+9. 9 +9. 0 83
6
7.00
VP+10.20
VP+10.20
+10
7.05
+9.50m Zin ker
+7. 94
.10
0
bodem +9.20
+9.05m
VP+10.20
7
PVC
27 9.52+
9
.+8. 1 b.o. b
.91
8
26 9.85+
0 +9.7
+9 +9.8.90 3
1 +7
.15
65.
+9 +9.7.70 7
8
bodem +9.20
+7.9
38.05 36.95 35.00
.02
∅25 0
0
8.13+
+9.9
PP
∅25
9
6.90 6.90
44. 1m
PP
9.7 2 2+ p.5l. 23 .70
15.10
+10
∅25 0mm
8
9
+9.8 +9.8 7 0
20 5 +7 81 .31 9.6 8+
30.0
+8.11
8 +10 .1
+10 .02
+9.7
VP+10.20
+9.9
+9.7 0
g e ew s d u wo
3.603
2. 85
.20 +8
50
Aansluiten op bestaande riolering
.04
PP
0 +9.9
32.8 m
15.45
.10
68.8 +9 2 m P.98 P∅ 25
VP+10.20
30
72
50 ∅2
6
∅250 22.4
6
+10 .1
25+08
.04 +
+10
28
26.45
p.l.
b.o
m PP
. 07 +10
P∅
+9.7 8.04 0 +9.7 7
7.77+
4.1 0
44.10
24.85
12.50
+7.33
7.43
+8.20 +
.02 +10
+9 +9.9.83 0
+10 .18
0 9.7
mm
3.203 .20
∅25 0 PP
PP
2 +7.9
mP
25+08
0 8.1
16.6
VP+10.20 mP P∅
26
50
25
1
01 5.3
24
C Ø2
8.33+
p
.l. 5
6 +7.6
+9.50m
+ .b.
PP
6
VP+10.20
BuruPV
12.70 11.95
PE Ø
+8.1
2 +8.1
.31
1.0 0
+
+9.9
39.90
17
+7
0
.70 +9
.87 +9 9.80 +
bodem +9.20
0
16
4.6
.96 +9 .87 +9 .80 +9
.96 +9
.6m 63
0
+7.9
+9.9
50
p.l. 6
+10 .1
250
8.09+
24.9 23.350
15
Ø2
lk)
VP+10.20
+ + 10.02 +1010.09 .10
6
PE
(ko
+9.9
0
14
59 .60
6
39.0 +9.87 +m9.8PP 0 ∅
PP
25.0m P P ∅250
b.o. b.+8 .10 0mm ∅25
+9.9 6 +9.9 0
+9.7 69. 0 8m
+9.7 6
6
50 ∅2
IT Ø2
13
.30
VP+10.20
+7.7
+9.7
.23
21
+9.90
+9.7
∅25 +07.6 6
+7
ol)
PP
7
0.0 +1
+7
VP+10.15
0
cho
.52
.94
7.60 15.8 m
I 7.68+ T Ø400 3 9.985+ p.l. 42.1 PVC 5 Ø250
15.95 13.95
48.50 46.45
37.85 36.00
27.40 25.45
7.57 p.l. 6 + 7.45
00 IT Ø3
6 6 .8 5
12
+9.9 2
44 .8 5
35
41
7.2 0(s
+9.80 +9.87
bodem +9.20
+7. 60 +
IT Ø4
7.05
3.70 p.l. 4 1.70 4.50 11 10.0255 +
0
2058
7.65+
3.70 1.60
5 .9 0
Ø250 PVC
26 9.56+
Ø25
3.95
+7
VP+10.15 ∅25 0
20
3.70
40 28.10
0
PE
p.l. 6
.21
1.45 p.l. 7 70
7.09+
+7.99
.870 +925 80 ∅ +9.
.90 +9 .96 +9
PP
18
10
PP .70 +9
VP+10.15
00
7.99 p.l. 62 + .2 2 5 9.911+
14.75
m
+7
12.50 10.60
18. 15 p.l. 51 .
PVC
PVC Ø3
.16+
Sapa rua 7 7.16+
3.6 9.910 14 +
+9.70
21.0 m
Ø250
16
17.45
.00
Ø315
00
29.00
3
+7. 52
VP+10.15
14
41
4.004
Buru
22
+8.2
+9.50m
PVC
4.20
PP ∅ 2
12
3.9 15 5 10 p.l..094+ .8 43.94 0 5
Ned erwo 7.09+ udse 7.09+ 1we 9.464 g
VP+10.15
VP+10.15
9.130+
10
39
.95
5
+7.2
VP+10.15
.49 As bestaande weg +7
8
37
4.053
24 9.70+p.l. 58 .5
PVC
10.
7.95
9.35
Aansluiten op bestaande riolering
50
mm 00 ∅4 0m r 0 ike +8. Du .o.b. b
7.90+ 7.90+ 20 9.89+
35
.10
IT Ø4
20 9.89+
+
0 +1
VP+10.15
Ø250
6
.6 47
∅2
m .60 +9 9.87 00m 4 + ∅ m r .00 ike .+8 u b D . o. b . 96 +9
PVC
33
4.05 4
7.58+
00 IT Ø3 PVC Ø315
5 28.0
IT Ø
50
.15
VP+10.15
1
50
22.95
10.05 250 PVC Ø31 5
31
4.00
34.10
11.75
81
.9m
.+8.0
0
+9.8
IT inpectieput
5
+9.8
4
4
+9.8 2
+9.8
5
+9.05m
+9.8
+9 +9.8.94 7
315 P∅ 67.0 6m P
5
+9.6
0
+9.7 5
+9. +9.9 87 4
+9.7 0
IT slokop (op N.A.P.+9.50m)
2
+9.8 3 +9.7
70
IT roosterput met putdekselhoogte (m+N.A.P.)
2
+9. +10 93 .00
+7.9 4
+7.9
IT uitstroomvoorziening
+9.7
0
VP+10.15 Groenstroon verlaagd aanleggen Appartementencomplex aansluiten op hoofdriool
kavelnummer
Lijngoot 400x400mm
+6.9 5
68 66 Grondwal op +9.50m met stenen waardoor water kan wegsijpelen
Locatie gemaal, tijdelijk pompen naar bestaand riool Nederwoudseweg Pompcapaciteit 12.6m³/uur
Maatvoering in meters, tenzij anders vermeld Materialen in mm, tenzij anders vermeld Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld
Grondwal op +9.50m met stenen waardoor water kan wegsijpelen
0
5
10
15
20m
CONCEPT
Schaal 1:500 Opdrachtgever
C.V. De Burgt 2 Project
Woudse Erven fase 1 Onderdeel
Ontwerp HWA riolering Projectnummer
Tekeningnummer
356656
356656-T001-C5 -1
Blad
Van
Versie
Datum van uitgave
Ontwerpfase
Contractnummer
09-10-2019
Schaal
Formaat
Kantoor
Get.
1:500
A0
ARNHEM
DE
www.sweco.nl © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
\\sweco.se\NL\AMS01\Legacy\P\ARN\356656\Afd_Techniek\W500-Ontwerp\356656-T001-C5
74.70
p.l. 108.60 90
0 .4 15
.3m
PP
.2 +7
7.57 p.l. 1+ 0 .6 0
33.90 31.90
44.90 43.05
p.l. 47 .40
5
7.25+ p.l. 50 .7 5 11. 75
11.6
11.65
11.7 5
30.05
79 3
Ø315
38.40
11.80
IT Ø2 50
5
83
p.l
7.25+
IT Ø3 00 15
7
50.00
29
4.05
7.78+
4
11.70 11.65
75
VP+10.15
∅2
PVC
5 12.2 8.45+
IT Ø2 50
Ø250
PVC
73
1
. 37 8.30+ .10
51.8m
2 .9 0
Ø315 p.l. 17.50
8.06+
Ø250 PVC 12.60
3.30 7.95+
Sapa 7.95+ ru a
VP+10.20
50
9
31.00
p.l. 37.8 5
9
23.45 2 1 .4 0
IT Ø3 00 7.32+ 7 .3 2 + p.l. 56 .85
8.06+
8.45 8.00
23.85
3.40
3.30 Ø250
7.88+
0 12.2
+8.2
+
Ø250
20.00 19.40
30.45 29.85
13.30
20.75
31.30
39.30
p.l. 44
28.40
38.45
+7.99
p.l.
0
PP
56.40
.80
5.20
13.10
7 +6 .9
50 ∅2 PP .5m 25
+7 .07
PVC
6.9 . 44.85 2+ PV C Ø3 15 l= 20 m
p.l
5. 00
0
Ø 0 P VC
Ø 25
72.40
15.75 25
12 5
Ø
9.85+ p.l. 4705 .29 43.80
-dseweg -- Wou
8.00
8.50 8.50 IT Ø300
9.00 PV C
7.4 4+
32
C .5
.07
23
+7
Du b.o iker .b. ∅ +8 40 .00 0m m m
8.50 8.50
Ø3 15
50 8.
1.
59.15
PV P CØ IT VC Ø 250 Ø3 2 00 50
5.50 8.50 8.50
6.60 6.50
Ø315
11.20
7.50m 00
PV 0
26 .9 5
6.40
2.70
ui 5.0 ke 0 rØ 34.0 00
.9 0
Be to nd
23
13 .5 0
00
7. 00
6.45
8.50
12.6 0
6.
0. 0 00 .0 0
p.l. 14.95
5. nd 8 ui ke 0 rØ 40 0
2. 90
224DR
71
8.45 b.o.b.+
.33 +7 .33 +7 250 ∅ .29 PP +7 .1m 10
1. Be 50 to
+
9. 26
0
0.0
p.l. 32.85
229
Ø250
7.3 5
b.l .1
24.50
Mantelbuis Ø90 Ø len 4 gte
p.l. 4
8.50
0
p.l. 83.65
0
8.50
18.40
8.2 0
PVC
0
6.15
8.2
6.306.20
9.5 0
15 .1 0
16.6
5.10
6.40
11.90
2.20
6.0
6.20
7.00
.3 0
3.2 0
26.50
24
235 9.51+
6.70
p.l. 32.80
228
p. l.
p.l. 42.50
232R
27.10
15.50 13.60 13.50
34.20
21.10
17.60
26.90
15.00
Mantelbuis Ø90 lengte 7.50m
16.60 16.00
8.90
19.00
11
27
1
37 10.26 +
3.803 .85
69
25
4.10 4.00
7.58+
IT Ø2
7.78+ 19 9.90+
7.94+
3.85 3 .85
13
14.55
03 9.85PVC Ø 7.02+ 315 + 7.02 + 12 9.85 +
Buru
23
05
3.8
7.00
9.58 02 +
Ø250
21
4.004 .
3.85
7.00+
17 9.66+
8.95
50
.99 +9 5 0.0 +1 99 . +9
9.88+ p.l. 5 13 7.40
19.95
4.90
PVC
19
4.00
PVC
17.35
IT Ø2 5 PVC 0 Ø315
+9.90 +9.96
+9.50m
15
77
11.00
16 10.00 7.6 + p.l. 4 7+ 1.85
17
4.00
.00
10.00
p.l. 4.95
7.40
IT Ø2 50
p.l. 36 30.70 P VC Ø 10.02 250 +
3
6.15
PP ∅2
7.50
7.47+
7.10
7.87+
36.80
7.47+ 30 7.4 9.98+ PVC Ø3 7+ 7.47+ 15 32 9.99+
25.45
02
49
Buru
4.004
7.40 4.00
22.00 5.00
6.94+
9.74+
38.00
2.75
sewe g
rua
.05
1 9.795+p.l. 45 .95
30.95
12.45
4.004
Ø315
53.85
5.30
7.80
4.95
6.94+
47
4.80
0
5 .5 58
. 41
0 .3 0 30 9.6 2
5 .5
19
0 .0 16
.50 +9
69
r e d e N
0
15
3.95 4 .00
5.30
7.95
VP+10.15
mm 00 4 ∅ r 00m ike .+8. u D .o.b b
0 40 Ø
Grondwal op +9.50m met stenen waardoor water kan wegsijpelen
Ø16
26.95
13
.05
3.90
5.30 9.52+ p.l. 3203 .45
Sapa
28.85
45
0 0+9.9 96 5 ∅2 +9.
.62 +7
PVC
11
4.004
0.8 9.86+215 43.00 p.l. 4 3.75
3.95
47
IT Ø2 50
9
22.45
5.30 4.90
rwoud
2.60
Nede
15
8.00
5.10
43.55
p.l. 4
∅250 12.0m PP
0 .9 0 30 8.9 2
5
.8 19 .9
13
.3m
7.60
2.75
9.46+ 01 PVC Ø3
9.285+
2.85
Aansluiten op bestaande riolering 8.00
13 10.19 p.l. 62+ .65
48.50
43
56.9m
36
9.75+ p.l. 4 12 1.30
2.75
41
+7.76 .76 +7
PP
17 t/m
54.50
2.65
Ø250
Ø
p.l. 3 3.30
5 31
04 9. + p.l.85 47.5049.30
2.80
222 DR
6.88+
9.00
41.40
7
4.054 .00
1 .6 0
9.50
9
+
tk
2
5
0
12.50
7.45
2
24.20
9.90
.3
.45
40
. 43
50
Eik
4
231 p.l
S3 9.44+4
+6.1 65.92
30.45
6
37
40
2. 50
35
3
3.954 .0
PVC
36.60
7.44+
2.5 0
33.
Ø 400
27 . 3 0 (u i t l e gger kete n)
tk
300
176
27. 40
21. 40
0
2 .5 0
05 9. 3+ p.l.94 8.35 8.87+ p.l. 6104 .75
31
33
1
17 10 7.32.0+0+ p.l. 2 8.45
53.55
KPN
IT Ø
23 3R
175
8.16+
8
10.80
p.l .
15. 4
enboog - Beton Ø 125
35 .553 4 32.45 .80
2 9.3 0
0
tk
11.40
17 .65
224DR
107 108
-- Eiland
p.l. 40.00
Ø160
10
Ø250 Ø250
16
9.4
400
12
.85
174
a PVC
Ø250 IT Ø2 50
DR p.l .2 9
2.5 0
S33
tk
3.60
l. 5
ra 0 m-