Woudse Erven I_Bijlagen bij de toelichting _Bijlage 6 Natuurtoets Woudse Erven 31 augustus 2017.pdf
Tekst van het document
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD Gemeente Barneveld
31 AUGUSTUS 2017
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
Contactpersonen Opgesteld door:
R. MULDERS Junior consultant ecologie
T +31625001131 M +31625001131 E remy.mulders@arcadis.com
Gecontroleerd en vrijgegeven door:
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland
H.B. BOUMAN Adviseur
T +31 611562389 M +31 611562389 E Herman.Bouman@arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 4205 3006 AE Rotterdam Nederland
2
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING
4
1.1.
Aanleiding
4
1.2.
Leeswijzer
4
2. PLANGEBIED EN ONTWIKKELING
5
3. SOORTBESCHERMING
7
3.1.
Wettelijk kader
7
3.2.
Methode
7
3.3.
Resultaten
8
4. VERVOLGSTAPPEN EN CONCLUSIE 4.1.
Conclusie
5. BRONNEN
10 10
11
BIJLAGEN BIJLAGE A WETTELIJK KADER WNB
12
BIJLAGE B FOTO-IMPRESSIE
15
3
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
1. INLEIDING 1.1. Aanleiding Voor de realisatie van meer woongelegenheid heeft CV De Burgt, een samenwerking tussen de Gemeente Barneveld en Ontwikkelingsmaatschappij Vink, het voornemen een nieuwe deelwijk van woonwijk De Burcht te realiseren genaamd de Woudse Erven. Bij werkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling is mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten. Daarom dient een quick scan Flora en Fauna te worden uitgevoerd. Het gaat daarbij om soorten die beschermd zijn in het kader van hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) en die voorkomen of leefgebied kunnen hebben ter plaatse van de locatie. Het is daarom noodzakelijk om inzicht te krijgen in de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten en om vast te stellen of de voorgenomen ingreep leidt tot negatieve effecten en daarmee tot overtreden van de verbodsbepalingen van de Wnb. Daartoe is deze quick scan opgesteld. Onderliggende rapportage betreft de resultaten van de uitgevoerde quick scan flora en fauna. Het uitgangspunt van deze quick scan is om wettelijke overtredingen te voorkomen, zie bijlage A voor het wettelijk kader van de soortenbescherming. Indien negatieve effecten te verwachten zijn, dienen mitigerende of compenserende maatregelen getroffen te worden. Daarnaast is het mogelijk dat een ontheffing aangevraagd dient te worden.
Eventueel te nemen vervolgstappen zijn inzichtelijk gemaakt. Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland van de Provincie Gelderland daarom is een NNNtoetsing en aansluitend compensatieplan niet noodzakelijk en dus niet meegenomen in onderliggende quick scan. Verder ligt het plangebied op circa acht km ten zuidwesten van het Natura 2000 gebied De Veluwe. Op basis van de afstand en aard van de werkzaamheden zijn zowel directe als indirecte effecten uitgesloten. Een toetsing in het kader van Natura-2000 is daarom ook niet noodzakelijk en dus niet meegenomen in onderliggende quick scan. In het plangebied bevinden zich geen houtopstanden en deze zijn daarom in het kader van de Wnb niet meegenomen in onderliggende quick scan.
1.2. Leeswijzer In het volgende hoofdstuk zijn het plangebied en het voornemen beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de resultaten, effectbeoordeling en toetsing aan de verbodsbepalingen van Wnb. Hoofdstuk 4 behandelt achtereenvolgens de te nemen vervolgstappen en de conclusie van het onderzoek. In bijlage A is het wettelijk kader van de Wnb met betrekking tot soortenbescherming opgenomen. Bijlage B betreft een foto-impressie van het plangebied.
4
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
2. PLANGEBIED EN ONTWIKKELING Beschrijving plangebied Het plangebied van ongeveer vijf hectare ligt in het zuiden van Barneveld (zie figuur 1). In ‘Bijlage B Fotoimpressie’ is een foto-impressie van het plangebied opgenomen. Het gebied is in agrarisch gebruik met een klein parkeerveld tegenover de Ds. J. Fraanje school aan de Nederwoudseweg. Het parkeerveld is van tijdelijke aard en diende als parkeerruimte voor zolang de parkeergelegenheid in de aangrenzende wijk Eilanden-oost nog niet beschikbaar was. Aan de noord- en westzijde grenst het plangebied aan reeds gerealiseerde deelwijken van woonwijk De Burcht met een asfalt weg er tussenin. Aan de oostzijde grenst het gebied aan twee boerderijen. De zuidzijde is door akkerland begrensd (zie figuur 2).
Figuur 1:Globale ligging plangebied (rood gearceerd) ten opzichte van Barneveld en omgeving
5
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
Figuur 2: Globale ligging plangebied (rood gearceerd) ten opzichte van directe omgeving
Ontwikkeling De geplande werkzaamheden beslaan het bouwrijp maken van het plangebied en de realisatie van ongeveer 120 nieuwe woningen, Figuur 3.
Figuur 3: Schematische weergave plangebied (rood gearceerd). Het plangebied beslaat twee delen, daar waar werkzaamheden zullen plaatsvinden (geel) en woonerven die in dezelfde staat worden behouden (lichtblauw). 6
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
3. SOORTBESCHERMING 3.1. Wettelijk kader De soortenbescherming van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van in het wild voorkomende planten en dieren. De Wnb kent drie verschillende beschermingsregimes: 1. Vogelrichtlijnsoorten 2. Habitatrichtlijnsoorten 3. Andere soorten De verbodsbepalingen zijn een belangrijk onderdeel van de Wnb. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en beschermde planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld. Daarnaast is het niet toegestaan om de directe leefomgeving van beschermde soorten, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren (artikelen 3.1 Vogelrichtlijnsoorten, 3.5 Habitatrichtlijnsoorten en 3.10 Andere soorten). Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het wild levende planten en dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11). De provincies en het Rijk hebben in haar verordeningen uit de lijst van ‘andere soorten’ diersoorten aangewezen waarvoor een vrijstelling geldt en dus geen ontheffing van verbodsbepalingen voor hoeft te worden aangevraagd. Deze lijst met vrijgestelde soorten is per provincie verschillend. De zorgplicht is in alle gevallen van toepassing.
Voor soorten waarvoor (in de betreffende provincie) geen vrijstelling geldt, moet -wanneer niet volgens een gedragscode wordt gewerkt- een ontheffing worden aangevraagd wanneer er een handeling wordt uitgevoerd waardoor een verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wnb wordt overtreden. Of deze ontheffing kan worden verleend, hangt af of voldaan wordt aan de voorwaarden. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan, verschillen per beschermingscategorie. Een nadere toelichting op het wettelijk kader is opgenomen in Bijlage A.
3.2. Methode Ten behoeve van deze quick scan met betrekking tot de beschermde soorten zijn een bureauonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd. Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare informatie, zoals verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar. En zijn de verspreidingsgegevens van de PGO’s (Publieke Gegevensbeherende Organisaties) via www.verspreidingsatlas.nl gebruikt. Verder heeft Arcadis gebruik gemaakt van lokale kennis en ervaring die zij heeft ten aanzien van de verspreiding van beschermde soorten binnen de gemeentegrens. Het veldbezoek is uitgevoerd op 23 augustus 2017 door heer H. Bouman, ecoloog van Arcadis. De omstandigheden tijdens het veldbezoek waren zonnig en circa 22°C. Het onderzoek bestond uit het uitvoeren van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Dit is een veldonderzoek waarbij op basis van de fysieke kenmerken van het plangebied een indicatie wordt gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Tijdens het veldbezoek is hiertoe globaal geïnventariseerd of en welke soorten (mogelijk) in en om het gebied aanwezig zijn.
Hierbij is aandacht besteed aan alle relevante soortgroepen en beoordeeld of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast bij ontwikkelingen. Daarnaast is er gekeken naar nesten die potentieel geschikt zijn voor jaarrond beschermde vogelsoorten en potentiele verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied.
7
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
3.3. Resultaten De volgende tabel geeft een overzicht van de functie van het plangebied voor verschillende soortgroepen op basis van bureaustudie en veldonderzoek. In de bijlage B zijn foto’s van de bevindingen opgenomen. Tabel 1: Aanwezigheid en functie leefgebied beschermde soorten per soortgroep. Soortgroep
Bureauonderzoek en veldbezoek
Conclusie
Planten
Er zijn in de buurt van het plangebied geen waarnemingen bekend van beschermde planten (NDFF, www.verspreidingsatlas.nl). Tijdens het veldwerk zijn binnen het plangebied geen beschermde planten aangetroffen.
De aanwezigheid van strikt beschermde plantensoorten is uitgesloten.
Broedvogels (nestplaats gedurende broedperiode beschermd)
Binnen het plangebied kunnen algemene broedvogelsoorten nestplaatsen hebben. Er staat een bomenrij van eiken langs de noordzijde en een haag langs het tijdelijke parkeerveld die tijdens het broedseizoen ruimte kunnen bieden aan nesten.
Nestplaatsen zijn tijdens het broedseizoen/broeden beschermd. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren worden effecten hierop voorkomen.
Broedvogels (nestplaats jaarrond beschermd)
In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van broedvogels met jaarrond beschermde nestplaats, namelijk: huismus en steenuil (NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn zowel de steenuil als de huismus waargenomen op het perceel van de ‘buren’. Voor de steenuil is in het verleden een compensatieplan opgesteld en een vergunning verleend. Deze locatie is in het verleden reeds gecompenseerd. Er vindt geen fysieke aantasting plaats maar door de nieuwbouw verdwijnt een stuk van het leefgebied. Dit is reeds gecompenseerd. Betreft de huismussen. Deze worden niet fysiek aangetast en er blijft voldoende leefgebied over voor de soort om te kunnen overleven. Er is geen ontheffingsplicht voor jaarrond beschermde vogelsoorten.
Effecten op jaarrond beschermde nestplaatsen zijn reeds gecompenseerd of worden uitgesloten.
Grondgebonden zoogdieren
In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van boommarter, steenmarter en das (NDFF, www.verspreidingsatlas.nl). Ook zijn algemeen voorkomende soorten waargenomen, zoals egel, haas en muisachtigen. Tijdens het veldbezoek zijn geen grondgebonden zoogdieren aangetroffen. Soorten als boommarter, steenmarter en das kunnen wel voorkomen binnen het plangebied, er zijn echter geen sporen, zoals wissel, graafsporen, haren of verblijfplaatsen aangetroffen. De boerenerven (niet bezocht) in de omliggende omgeving vormen echter de perfecte leefomgeving voor de boommarter of steenmarter. In kleine bosjes rondom boerderijen (buiten de begrenzing van het plangebied) komen soms dassenburchten of voor. Indien aanwezig zal het plangebied enkel gebruikt worden als foerageergebied, aangezien het voor een verblijfplaats ongeschikt is.
Binnen het plangebied zijn geen beschermde zoogdieren aangetroffen. Wel kunnen beschermde soorten zoals boommarter, steenmarter en das incidenteel binnen het plangebied worden verwacht. Voor de genoemde soorten zijn alternatieven in de omgeving voldoende aanwezig.
Vleermuizen
In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, Rosse vleermuis, watervleermuis, franjestaart, baardvleermuis, meervleermuis en gewone grootoorvleermuis. Binnen het plangebied zijn geen locaties aangetroffen die mogelijk kunnen functioneren als verblijfplaats van vleermuizen. Het gebied is wel geschikt voor vliegroutes en als foerageergebied. Echter zijn er voldoende alternatieven om te foerageren aanwezig. Het lijnvormige element in de vorm van de weg met bomen blijft behouden waardoor aantasting van vliegroutes uitgesloten wordt.
Negatieve effecten op verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen zijn uitgesloten.
Amfibieën
In de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde amfibieën (NDFF). Uit de verspreidingsgegevens (RAVON) komt naar voren dat het plangebied niet binnen het verspreidingsgebied van beschermde amfibieën ligt. Verder is aanwezigheid van beschermde amfibieën en algemeen voorkomende soorten uitgesloten vanwege de afwezigheid van een geschikt biotoop.
De aanwezigheid van stikt beschermde amfibieën is uitgesloten.
Reptielen
Er zijn geen waarnemingen bekend van reptielen in de omgeving van het
De aanwezigheid van 8
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
Soortgroep
Bureauonderzoek en veldbezoek plangebied (NDFF). Uit de verspreidingsgegevens (RAVON) komt naar voren dat het plangebied niet binnen het verspreidingsgebied van beschermde reptielen ligt. Verder is aanwezigheid van beschermde reptielen en algemeen voorkomende soorten uitgesloten vanwege de afwezigheid van een geschikt biotoop.
Conclusie strikt beschermde reptielen binnen het plangebied is uitgesloten.
Vissen
Er zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissen in de omgeving van het plangebied (NDFF, www.verspreidingsatlas.nl ). Verder is aanwezigheid van beschermde vissen uitgesloten door afwezigheid van open water in het plangebied.
De aanwezigheid van strikt beschermde vissen binnen het plangebied is uitgesloten.
Ongewervelden
In de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van (beschermde) ongewervelden (NDFF, www.verspreidingsatlas.nl). Door afwezigheid van rivieren, beken of laagveenmoerassen kan aanwezigheid van beschermde libellen worden uitgesloten. Door het ontbreken van schrale vegetatietypes kunnen beschermde vlinders worden uitgesloten. Verder is aanwezigheid van beschermde watergebonden soorten uitgesloten door afwezigheid van open water in het plangebied.
Beschermde ongewervelden zijn uitgesloten binnen het plangebied.
9
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
4. VERVOLGSTAPPEN EN CONCLUSIE 4.1. Conclusie In opdracht van de gemeente Barneveld heeft Arcadis een quick scan Flora en Fauna uitgevoerd. Op basis hiervan is vastgesteld dat er geen vaste verblijfplaatsen van beschermde soorten binnen het plangebied voorkomen. Een uitzondering hierop zijn algemene broedvogels. Door buiten het broedseizoen te werken, worden effecten op broedvogels voorkomen. Verder geldt bij de uitvoering van het project de zorgplicht. Beide, broedseizoen en de zorgplicht, worden hierna kort toegelicht. •
Zorgplicht: •
•
Houd tijdens de werkzaamheden te allen tijde rekening met de algemene zorgplicht: werk in één richting, de richting waarin soorten kunnen vluchten. Het materieel moet zorgvuldig en deskundig worden gebruikt, zodat geen onnodige schade wordt veroorzaakt of onnodige verstoring van flora en fauna optreedt. Broedvogels (nestplaats gedurende broedperiode beschermd): Voer werkzaamheden buiten het indicatieve broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden. Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn.
10
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
5. BRONNEN Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) RAVON, www.ravon.nl, 2017 Provincie Gelderland, https://www.gelderland.nl/ www.verspreidingsatlas.nl
11
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
BIJLAGE A WETTELIJK KADER WNB Soortbescherming Categorieën De wet maakt onderscheid in drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: • • •
Vogelrichtlijnsoorten; Habitatrichtlijnsoorten; Andere soorten.
Vogelrichtlijnsoorten Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen. Het deel daarvan dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd (art. 3.1 lid 1). Habitatrichtlijnsoorten In deze categorie vallen alle in het wild levende dieren zoals genoemd in: • bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, • bijlage II bij het Verdrag van Bern of; • bijlage I bij het Verdrag van Bonn; (art. 3.5 lid 1) en (in hun natuurlijke verspreidingsgebied) planten van soorten, genoemd in: • bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of; • bijlage I bij het Verdrag van Bern; (art. 3.5, lid 5) De bijlagen zijn zeer uitgebreid en er staan ook veel soorten op genoemd die van nature niet in Nederland voorkomen. Andere soorten Naast de soorten waarvan de bescherming op Europees niveau verplicht is gesteld, is er ook een aantal soorten op nationaal niveau beschermd. Dit is dus een “nationale kop” op de Europese bescherming. Het gaat hierbij om soorten die zeer zeldzaam en/of bedreigd zijn, en waarvan het duurzaam voortbestaan niet is verzekerd als geen beschermingsmaatregelen worden getroffen.
De soorten waar het om gaat zijn opgenomen op de bijlage bij de wet (art. 3.10, lid 1 onder a en c). Verbodsbepalingen Ten aanzien van vogels verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art. 3.1 lid 1), het opzettelijk vernielen van nesten, rustplaatsen en eieren (art. 3.1 lid 2), het rapen of onder zich hebben van eieren (art. 3.1 lid 3) en het opzettelijk storen van vogels (art. 3.1lid 4). Het verbod tot opzettelijk storen geldt niet in het geval de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (art. 3.1 lid 5). Ten aanzien van de overige Habitatrichtlijnen diersoorten verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art 3.5 lid 1), het opzettelijk verstoren (art 3.5 lid 2), het opzettelijk vernielen of rapen van eieren (art 3.5 lid 3) en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.5 lid 4). Ten aanzien van de Habitatrichtlijn plantensoorten verbiedt de wet het opzettelijk te plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen (art 3.5 lid 5). Ten aanzien van de Andere soorten diersoorten geldt slechts een verbod tot het opzettelijk doden of vangen (art 3.10 lid 1 onder a) en het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.10 lid 1 onder b).
Ten aanzien van de Andere soorten plantensoorten geldt een verbod tot opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen (art 3.10 lid 1 onder c).
12
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
Gedragscodes, vrijstellingen en ontheffingen Gedragscode De in het voorgaande beschreven verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd volgens een door de minister van EZ vastgestelde gedragscode (art. 3.31 lid 1). Het moet dan gaan om handelingen die plaatsvinden in het kader van: a. een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; b. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; c. een bestendig gebruik; d. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Vrijstelling Provinciale staten en de minister van EZ kunnen vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen (art 3.3 lid 2-4; 3.8 lid 2-5, 3.10 lid 2). Voor zover het gaat om de hiervoor beschreven verbodsbepalingen, kan in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting een ontheffing worden verleend van de verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 en 3.10, dus ten aanzien van alle beschermde soorten. Een vrijstelling mag alleen worden verleend wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deze zijn gelijk aan de voorwaarden waaronder een ontheffing verleend kan worden (zie hier onder). Voor welke soorten een vrijstelling geldt, verschilt per bevoegd gezag (ministerie van EZ en de afzonderlijke provincies).
De lijst met vrijgestelde soorten van het ministerie is alleen van toepassing op handelingen waarvoor de minister van EZ het gevoegd gezag is. Voor handelingen waarvoor gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn, geldt de vrijstellingslijst van de betreffende provincie. Hieronder is een overzicht opgenomen van de vrijstellingen die in voorliggende situatie gelden. Ontheffing Voor soorten waarvoor (in de betreffende provincie) geen vrijstelling geldt, moet wanneer niet volgens een gedragscode wordt gewerkt een ontheffing worden aangevraagd wanneer er een handeling wordt uitgevoerd waardoor een verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wnb wordt overtreden (art 3.3 lid 1,3; 3.8 lid 1,3, 3.10 lid 2). Of deze ontheffing kan worden verleend, hangt af of voldaan wordt aan de voorwaarden. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan, verschillen per categorie. De eerste eis die wordt gesteld, is dat er geen andere bevredigende oplossing mag zijn. Dat betekent -ook in combinatie met de in artikel 1.11 beschreven zorgplicht- dat wanneer een overtreding redelijkerwijs te voorkomen is, en ontheffing niet mogelijk is. De werkzaamheden moeten dan op zodanige wijze worden uitgevoerd dat er geen overtreding van de wet plaatsvindt. Te denken valt aan het kappen van bomen buiten het broedseizoen, of het afzetten van en het wegvangen van soorten in het werkgebied.
Verder kan een ontheffing alleen worden verleend wanneer is aangetoond dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Daarnaast gelden er per categorie verschillende aanvullende voorwaarden. Voor vogelrichtlijnsoorten kan alleen een ontheffing worden verleend in het geval van: (art 3.3 lid 4): 1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4. ter bescherming van flora of fauna; 5. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of 6. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
13
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
Voor Habitatrichtlijnsoorten kan alleen een ontheffing worden verleend in het geval van: (art 3.8 lid 5): 1. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of 5. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Voor de Andere soorten, gelden de voorwaarden die gelden voor de overige Habitatrichtlijnen soorten aangevuld met: (art 3.10 lid 2): 6.
in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; 7. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; 8. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; 9. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; 10. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; 11. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; 12. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of 13. in het algemeen belang. Aanhaken bij de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) Er kan voor worden gekozen geen ontheffing Wnb aan te vragen, maar de toestemming aan te laten haken bij de Omgevingsvergunning. In dat geval dient het betreffende onderzoek gevoegd te worden bij de aanvraag Omgevingsvergunning.
Het bevoegd gezag voor de Omgevingsvergunning vraagt vervolgens een verklaring van geen bedenking (vvbg) aan bij het bevoegd gezag Wnb. De voorwaarden waaronder de vvgb wordt afgegeven maken vervolgens onderdeel uit van de Omgevingsvergunning. Wanneer ervoor wordt gekozen de toestemming Wnb niet aan te laten haken, moet de ontheffing Wnb zijn aangevraagd voordat de Omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Vrijstelling Gedeputeerde staten van de provincie Gelderland heeft voor de in navolgende tabel opgenomen algemeen voorkomende ‘Andere soorten’ een generieke vrijstelling ten behoeve voor ruimtelijke ingrepen afgegeven. Tabel 2: Soorten waarvoor vrijstelling geldt in de provincie Gelderland. Zoogdieren Konijn Aardmuis Ondergrondse woelmuis Bosmuis Ree Bunzing Rosse woelmuis Dwergmuis Tweekleurige bosspitsmuis Dwergspitsmuis Veldmuis Egel Vos Gewone bosspitsmuis Wezel Haas Woelrat Hermelijn Huisspitsmuis
Amfibieën Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker
14
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
BIJLAGE B FOTO-IMPRESSIE
1
2
3
3
3
4 3
3
5
6 3
3
7
8
3
3
15
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
9
10
3
11
12 5 3
16
NATUURTOETS WOUDSE ERVEN NEDERWOUDSWEG BARNEVELD
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland +31 (0)88 4261 261
www.arcadis.com
Projectnummer: C05062.000205.0300 Onze referentie: 079554432 A
17