Wolweg III_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Wolweg III
6 oktober 2021 bestemmingsplan Plannr. 1523
Wolweg III
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen
6 6 6
Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Perceel 3.2 Bestemmingsplan
8 8 9
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente
11 11 11 13 14 19 19
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water
24 24 24 25 27 28 28 29 29 30 30 32 33 34 34 35
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving
37 37 37 38 41 42 42
Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Grondexploitatie
44 44
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Zienswijzen
45 45 45 45
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 2
Stikstofonderzoek "Wolweg III" (vastgesteld)
Wolweg III
Bijlage 2
Quickscan flora en fauna
Bijlage 3
Verkeersonderzoek
"Wolweg III" (vastgesteld)
3
Wolweg III
4
"Wolweg III" (vastgesteld)
Wolweg III
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor het perceel aan de Wolweg 2 in Stroe is een verzoek ingediend voor een uitbreiding van de bedrijfsbebouwing. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld.
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.
"Wolweg III" (vastgesteld)
5
Wolweg III
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Wolweg 2 in Stroe, circa 800 meter ten zuidoosten van de kern Stroe, ten noordoosten van het kruispunt Wolweg-Harskamperweg-Kootwijkerbroekweg-Ravenweg. Het plangebied ter plaatse van het bedrijf wordt aan de westzijde begrensd door de Wolweg en aan de overige zijden deels door houtsingels en deels door agrarische gronden. Het plangebied ter plaatse van de nieuw aan te leggen uitweg van de oostzijde van het perceel naar de Heetkamperweg word aan de westzijde begrenst door een houtsingel, aan de zuidzijde door de Heetkamperweg en aan de overige zijde door agrarische gronden. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.
Afbeelding 2.1: Begrenzing plangebied
2.2
Geldende bestemmingen
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De gronden ter plaatse van het bedrijf aan de Wolweg 2 heeft de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch' met de functieaanduidingen 'opslag', 'specifieke vorm van bedrijf - slachterijen en pluimveeslachterijen' en 'specifieke vorm van waarde - archeologie 1 - hoge verwachtingswaarde'. Ten zuidwesten, oosten en noordoosten van de bedrijfsbestemming liggen stroken met de bestemming Groen. Ter plaatse van de nieuw te realiseren van de oostzijde van de bedrijfsbestemming naar de Heetkamperweg geldt de bestemming 'Agrarisch'. Verder geldt voor het gehele plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde Beplanting en Verkaveling' en 'Waarde - Waterhuishouding'. Ook vast het plangebied grotendeels binnen de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV' en deels binnen 6
"Wolweg III" (vastgesteld)
Wolweg III 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied GV'. In artikel 6.2.2 onder c van het bestemmingsplan wordt de maximaal toegestaan bebouwde oppervlakte van de bedrijfsgebouwen op het perceel Wolweg 2, 2-01 en 2A beperkt tot 6.330 m². Realisatie van de gewenste uitbreiding waarmee de bedrijfsbebouwing boven de 6.330 m² uitkomt is binnen de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch' niet toegestaan.
Afbeelding 2.2: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan
In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door een wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
"Wolweg III" (vastgesteld)
7
Wolweg III
Hoofdstuk 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Perceel
Op het perceel Wolweg 2 in Stroe is een pluimveeverwerkingsbedrijf gevestigd. Het bedrijf wilt graag de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing uitbreiden zodat zij onder andere de koelcapaciteit kunnen verbeteren en het laden en lossen op een efficiëntere, hygiënischere wijze overdekt kan plaatsvinden. Zo kunnen zij ook in de toekomst voldoen aan de eisen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De productiecapaciteit van het pluimveeverwerkingsbedrijf wordt met de uitbreiding niet verhoogd. De bedrijfsbebouwing wordt uitgebreid naar in totaal 7.460 m². De uitbreiding vindt plaats op het midden van het bestaande terrein, tussen de bestaande bebouwing. De ruimtelijke impact van de nieuwe bebouwing blijft daarmee beperkt. De nieuwe bebouwing krijgt een maximale hoogte van 12 meter. Om het zicht op zowel de bestaande als de nieuwe uitbreiding van de bedrijfsbebouwing verder weg te nemen wordt aan de noordzijde van de bebouwing een houtwal gerealiseerd.
Afbeelding 3.1: Schetsplan nieuwe situatie
Afbeelding 3.2: Impressie bebouwing nieuwe situatie
8
"Wolweg III" (vastgesteld)
Wolweg III
Door de houtwal en vanwege het overdekt kunnen laden en lossen van de vrachtwagens in de nieuwe bebouwing zal door de uitbreiding ook de eventuele geluidsoverlast van de vrachtwagens verminderd worden. Verder zal er een nieuwe uitweg aan de oostzijde van het perceel komen zodat de relatief smalle Wolweg minder belast wordt met het vrachtverkeer van het bedrijf.
Afbeelding 3.3: Schetsplan nieuwe situatie uitweg De aanleg van een tweede uitweg is tevens onderdeel van de compensatie in het kader van het beleid Menukaart Regio FoodValley. Andere onderdelen uit de compensatiepunten zijn een esthetische verbetering van de voorgevel van het bedrijf en de realisatie van een bankje en insectenhotel op een perceel elders (zie verder § 4.4.2).
3.2
Bestemmingsplan
De maximale bedrijfsbebouwing binnen de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch' wordt uitgebreid van de huidige 6.330 m² naar 6.985 m², met de mogelijkheid om deze later middels een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid (art. 4.4.9) met een omgevingsvergunning nog uit te kunnen breiden tot maximaal 7.460 m². Zaken zoals de landschappelijke inpassing en de stedenbouwkundige opzet gaan wel uit van de uiteindelijk maximaal te realiseren bedrijfsbebouwing. De maximale hoogte van de nieuw te bouwen bedrijfsbebouwing wordt vastgezet op een maximale gooten bouwhoogte van 12 meter. De hoogte van de bestaande bedrijfshal wordt vastgezet op een maximale goot- en bouwhoogte van 10 meter. Dit is passend bij de huidige en nog te realiseren bedrijfsbebouwing. De bedrijfsbestemming behoudt verder de functieaanduidingen voor 'specifieke vorm van bedrijf slachterijen en pluimveeslachtere' en 'opslag', net als in de huidige situatie. Het perceel heeft in de huidige situatie twee bedrijfswoningen op Wolweg nummer 2A en 2/01. Omdat de bedrijfswoning op 2A naar verwachting op termijn verwijderd zal worden is vooruitlopend daarop de locatie van deze woning buiten het bouwvlak gehouden. De bedrijfswoning mag daarmee blijven staan onder het overgangsrecht, maar als deze in de toekomst gesloopt wordt kan deze niet meer herbouwd worden en wordt Wolweg 2/01 de enige bedrijfswoning van het bedrijf.
Het bedrijfsperceel wordt verder voor een groot deel ingekaderd door de bestemming 'Groen', waarmee plek gegeven wordt aan de landschappelijke inpassing. Op de plek waar de nieuwe oostelijke uitweg uitkomt op de bedrijfsbestemming is de bestaande groenbestemming omgezet naar Agrarisch om ruimte te bieden "Wolweg III" (vastgesteld)
9
Wolweg III aan de nieuwe uitweg.
Afbeelding 3.4: Verbeelding nieuwe bestemmingsplan Verder gelden er over het gehele plangebied een drietal voorwaardelijke verplichtingen (art. 11.1) en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' (art. 5.2.1). De dubbelbestemming 'Waterstaat Waterhuishouding' (art.7) blijft behouden.
10
"Wolweg III" (vastgesteld)
Wolweg III
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.
4.2
Rijk
4.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In 2012 is de nationale Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze vervangt onder andere de Nota Ruimte. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze van invloed zijn op de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is de ministeriële regeling. Op 30 december 2011 zijn het Barro en de Rarro in werking getreden. In Barneveld zijn het Barro en de Rarro van toepassing in verband met de aanwezige militaire terreinen. Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen.
Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De 13 nationale belangen zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3) Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6) Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen (nationaal belang 7) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9) Ruimte voor
behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten (nationaal belang 11) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12) "Wolweg III" (vastgesteld)
11
Wolweg III Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten (nationaal belang 13) Doorwerking in plangebied In dit geval is geen sprake van één van deze 13 nationale belangen. De SVIR vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig plan.
4.2.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.2.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing.
12
"Wolweg III" (vastgesteld)
Wolweg III
4.3
Provincie
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.
4.3.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Doorwerking in plangebied De ontwikkeling betreft de uitbreiding van bedrijfsbebouwing om de bestaande productie te verbeteren. Deze ontwikkeling past bij de Omgevingsvisie aangezien er ruimte wordt gegeven aan bedrijven om hun bedrijvigheid goed te kunnen blijven uitvoeren.
Dit draagt positief bij aan het economisch vestigingsklimaat.
4.3.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op kaart 3: Regels Glastuinbouw. Het plan betreft echter geen glastuinbouw, waarmee er geen extra regels vanuit de Omgevingsverordening gelden. Doorwerking in plangebied
"Wolweg III" (vastgesteld)
13
Wolweg III
Nu er vanuit de kaarten geen regels worden gesteld, is het plan in overeenstemming met de Omgevingsverordening.
4.4
Regio
4.4.1
Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016
In maart 2017 is het “Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016” vastgesteld. Dit betreft een actualisering van de regionale beleidsafspraken over hoe de betrokken gemeenten om willen gaan met het toenemende probleem van leegstand van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Het beleid stelt (voormalige) agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Daarnaast leidt het tot kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloopverplichting van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik / nieuwbouw ten behoeve van nieuwe woonfuncties of niet- agrarische bedrijfsfuncties. Dit regionale beleid is destijds tot stand gekomen als uitwerking van het provinciale functieveranderingsbeleid vanuit het Streekplan 2005. In 2008 is hiervoor de “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten vastgesteld met in 2012 een “Nadere invulling” daarvan. Vanuit onder meer de praktijkervaringen van de regiogemeenten en jurisprudentie is de wens ontstaan om de beide beleidskaders uit 2008 en 2012 samen te voegen en te actualiseren. Het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 is dan ook primair geen nieuw beleid.
Wel zijn enkele beleidsaanpassingen/-toevoegingen gedaan; Vereenvoudiging van de systematiek voor afroming/korting van sloopmeters; Een toekomstbestendige en flexibele basissystematiek voor functieverandering naar wonen/werken; (Lichte) stijging van de benodigde compensatie van sloopmeters voor functieverandering naar wonen en werken om in te spelen op de trend en ontwikkeling dat meer agrarische bedrijven zullen stoppen en dat meer (voormalige) agrarische bebouwing vrijkomt; Deelnemende gemeenten Het regionale beleid voor functieverandering is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten in het Gelderse gedeelte van de regio Food Valley en de gemeente Putten. Het gebied waarop het regionale beleid van toepassing is omvat de gemeenten Nijkerk, Putten, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en Wageningen. Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters Om alle sloopmeters gelijkwaardig te maken en de voorgaande systematiek van afroming te vereenvoudigen, worden sloopmeters als eerste stap in een functieveranderingsproces vóór gebruik of verkoop 'omgezet' naar een 'inzetbare sloopmeters'. Bij hergebruik van bestaande bebouwing geldt ditzelfde. De oppervlakte van de te hergebruiken bebouwing wordt eerst berekend als 'sloopmeters', waarna de omzetting plaatsvindt naar 'inzetbare sloopmeters'.
Voor het omzetten van de sloopmeters naar inzetbare sloopmeters wordt een korting toegepast (voorheen was dit de afroming), afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Regionale inzetbaarheid van inzetbare sloopmeters Het slopen van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters. Dit betekent dat er de mogelijkheid is om salderingslocaties te benutten die in een andere regiogemeente liggen dan de locatie waar de meters worden ingezet. De markt voor aankoop en/of verkoop van inzetbare sloopmeters door marktpartijen is daarmee groter. Basissystematiek Vanuit het functieveranderingsbeleid zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door middel van compensatie van inzetbare sloopmeters mogelijk in twee hoofdvormen met een basissystematiek; functieverandering naar wonen; functieverandering naar werken: (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies. De basissystematiek is opgebouwd met een standaard 'recht' voor een nieuwe woning/wooneenheid of 14
"Wolweg III" (vastgesteld)
Wolweg III niet-agrarisch bedrijf, het woningrecht en het bedrijfsrecht waarvoor een compensatie van inzetbare sloopmeters nodig is. Daarnaast wordt compensatie van inzetbare sloopmeters gevraagd per 1 m³ inhoud van de woning of 1 m² vloeroppervlakte niet-agrarisch bedrijf. Verbrede mogelijkheden (gemeentelijke keuze) In het geactualiseerde beleid is evenals in de voorgaande beleidsdocumenten een 'gereedschapskist' aan verbrede mogelijkheden voor de inzet van inzetbare sloopmeters opgenomen. Gemeenten hebben de keuzemogelijkheid uit deze regionaal afgestemde 'gereedschapskist' die onderdelen te kiezen die hen passen. Dit in aanvulling op de hoofdopzet van het beleid. De met de actualisering toegevoegde mogelijkheden geven meer ruimte voor nieuwe (maatwerk) ontwikkelingen. Een toegevoegde mogelijkheid is functieverandering van een woning naar een woongebouw, voor onder meer mogelijk toekomstige mantelzorgsituaties of meergeneratiewoningen. Daarnaast is een maatwerkmogelijkheid toegevoegd om in nog niet uitgewerkte situaties oplossingen te bewerkstelligen die in overeenstemming zijn met de lijn en de systematiek van dit beleid. Doorwerking in het plangebied Het functieveranderingsbeleid maakt uitbreidingen van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied mogelijk tot maximaal 1.000 m².
Uitbreidingen die boven deze oppervlakte uitkomen vallen onder het beleid van de Menukaart Regio FoodValley, zoals in paragraaf 4.4.2 beschreven. Onderdeel van de compensatie voor de Menukaart is dat er voor de uitbreiding van bedrijfsbebouwing volgens de hoogste staffel van het functieveranderingsbeleid inzetbare sloopmeters aangeleverd moeten worden. In dit geval betreft de hoogste staffel 3 m² aan inzetbare sloopmeters per 1 m² aan toe te voegen bedrijfsbebouwing. De in te zetten sloopmeters moeten tevens voldoen aan de regels van het functieveranderingsbeleid. Conclusie Voorliggend plan valt buiten de regels van het functieveranderingsbeleid omdat de bedrijfsbebouwing uitgebreid wordt tot boven de 1.000 m². Het plan moet wel voldoen aan de eisen die gesteld worden vanuit de Menukaart, welke deels gelinkt zijn aan het functieveranderingsbeleid. Het functieverandersbeleid vormt daarmee geen belemmering voor dit plan. 4.4.2
Menukaart Regio FoodValley
Op 3 oktober 2018 heeft de gemeenteraad van Barneveld de Menukaart Regio FoodValley vastgesteld. De Menukaart is een regionaal afwegingskader voor (agrarische en niet agrarische) bedrijven die verder willen uitbreiden dan dat het bestemmingsplan toestaat. De Menukaart werkt voor niet-agrarische bedrijven aanvullend op het Functieveranderingsbeleid Regio Foodvalley 2016. De Menukaart kent een meervoudige doelstelling: - Het bieden van groeiruimte aan ondernemers die zich duurzaam willen doorontwikkelen - Het afspreken en vastleggen van tegenprestaties die leiden tot een betere kwaliteit van de leefomgeving - Het betrekken van de samenleving bij de economische ontwikkeling van het platteland. Dat houdt in dat een ontwikkeling wordt gecombineerd met een maatschappelijke tegenprestatie op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, milieu, dierenwelzijn en/of gezondheid en dat dat plaatsvindt in overleg met de ondernemer, de buurt en de gemeente. De menukaart sluit goed aan bij de aanstaande Omgevingswet en bevat onder andere een regionale vertaling van het Gelderse Plussenbeleid. De acht regiogemeenten hebben hierbij samengewerkt met de provincies Utrecht en Gelderland, het waterschap Vallei en Veluwe. Ook zijn in een aantal themasessies de LTO en natuur- en milieuorganisaties betrokken. De menukaart maakt een onderscheid in vaste randvoorwaarden en menukaart-voorwaarden.
De menukaart-voorwaarden hebben betrekking op de inzet van sloopmeters en het leveren van een extra maatschappelijke tegenprestatie, bovenop de eisen die de gemeente stelt voor de realisatie van de plannen. De maatschappelijke tegenprestatie moet minimaal ter hoogte van 8% van de bouwsom van de te realiseren ontwikkeling zijn. Voor de maatschappelijke tegenprestatie gelden een aantal voorwaarden: de tegenprestatie is altijd fysiek van aard en waar mogelijk ruimtelijk relevant; prestaties mogen alleen bovenwettelijke maatregelen zijn (dus ook buiten de eisen die het bestemmingsplan al stelt). Zo stellen bestemmingsplannen vanuit de watertoets de eis dat een initiatief waterneutraal moet zijn. Waterberging als compensatie voor nieuw verhard oppervlak telt "Wolweg III" (vastgesteld)
15
Wolweg III daarom niet mee bij de maatschappelijke tegenprestatie; de tegenprestatie wordt in principe voorafgaand of tijdens de bouw geleverd. Als dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld in verband met het plantseizoen, dan kan een gemeente nadere afspraken maken in een anterieure overeenkomst; de tegenprestatie wordt in principe op of zo dicht mogelijk bij de planlocatie gerealiseerd. Behalve de maatschappelijke tegenprestatie is er ook de voorwaarde van een 'buurtdialoog' met de naaste omgeving (alle omwonenden binnen een afstand van 250 meter van het plangebied). Dit met het doel een stuk wederzijds begrip te kweken en inspiratie op te doen over wat de omwonenden graag zouden willen zien als maatschappelijke compensatie. Voor de buurtdialoog wordt verwezen wordt naar paragraaf 8.1). Doorwerking in het plangebied Het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' geeft bedrijven in de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch' de mogelijkheid om de bedrijfsoppervlakte uit te breiden tot een maximum van 1.000 m². In dit geval groeit de bedrijfsoppervlakte van de reeds toegestane 6.330 m² naar 6.985 m², met de optie om deze later middels een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid (art. 4.4.9) met een omgevingsvergunning nog uit te kunnen breiden tot maximaal 7.460 m². Deze uitbreiding zit al ruim boven de genoemde 1.000 m², waardoor de regels van de Menukaart hier van toepassing zijn.
Omdat het bestemmingsplan uiteindelijk een uitbreiding mogelijk maakt naar 7.460 m² wordt er, los van of de eigenaar gebruikt maakt van de afwijkingsbevoegdheid, wel van deze maximale vergroting uitgegaan bij het bepalen van de minimale compensatie voor de Menukaart. Naast sloopcompensatie geldt er de eis om 8% van de bouwsom te investeren in maatschappelijke verbeteringen die niet reeds noodzakelijk zijn voor het plan zelf. Op 12 januari 2021 is er een buurtoverleg georganiseerd waarbij de plannen toegelicht zijn en waarbij gevraagd is daar potentiële verbeteringen in het kader van de Menukaart. In dit geval wordt aan de maatschappelijke compensatie voldaan door middel van de volgende drie ontwikkelingen: Aanleg nieuwe uitweg De extra uitweg aan de achterzijde van het bedrijfsperceel die uitkomt op de Heetkamperweg heeft een positief effect voor de omgeving omdat de verkeersdrukte met vrachtwagens vermindert en de verkeersveiligheid aan de Wolweg hiermee verbeterd wordt. Omdat de productie van het bedrijf niet vergroot wordt, worden er ook geen extra vrachtwagens verwacht ten opzichte van de huidige situatie. Het aanleggen van de extra uitweg was daardoor ook geen vereiste voor dit plan. De aanleg van de nieuwe uitweg is met een voorwaardelijke verplichting vastgelegd in het bestemmingsplan (artikel 11.1.2).
Opwaardering van de gevel De voorzijde van de bedrijfsbebouwing aan de Wolweg 2 is inmiddels wat verouderd. De gevel krijgt een architectonische investering waarmee het gebouw er weer representatief uit komt te zien. Wanneer men over de Wolweg rijdt is het zicht op de voorzijde van de pluimveeverwerker niet te ontgaan. Door deze esthetisch aantrekkelijker te maken krijgt de omgeving gelijk een positieve impuls. Deze opwaardering is tevens met een voorwaardelijke verplichting vastgelegd in het bestemmingsplan (artikel 11.1.3)
Afbeelding 4.1: Impressiebeeld opgewaardeerde gevel Realisatie bankje en insectenhotel 16
"Wolweg III" (vastgesteld)
Wolweg III Op circa 130 meter afstand ten zuidwesten van de planlocatie ligt aan de zuidzijde van de Ravenweg 2 (De Overtuin) een moes- en kruidentuin van de Hersteld Hervormde Gemeente. Hier wordt in overleg met de kerkvoogdij een openbaar bankje en een inectenhotel gerealiseerd. Wandelaars, fietsers en omwonenden kunnen van het bankje gebruik maken en het insectenhotel komt de biodiversiteit ten goede. De exacte uitvoering van het bankje en het insectenhotel wordt bij de realisatie besloten.
Afbeelding 4.2: Impressie te realiseren bankje en insectenhotel
Het is niet mogelijk om de realisatie van het bankje en het insectenhotel middels een voorwaardelijke verplichting vast te leggen in dit bestemmingsplan. Dit komt doordat de locatie waar deze gerealiseerd worden buiten het plangebied van dit bestemmingsplan ligt. Om de realisatie alsnog te borgen is er een overeenkomst met een borgbedrag opgesteld met de initiatiefnemer. Sloopcompensatie Voorliggend bestemmingsplan maakt een uitbreiding van bedrijfsbebouwing mogelijk van 6.330 m² naar 6.985 m², met de optie om deze later middels een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid met een omgevingsvergunning nog uit te kunnen breiden tot maximaal 7.460 m². Deze uitbreidingen moeten als voorwaarde van de Menukaart volgens de hoogste staffel van het Functieveranderingsbeleid Regio Food Vally 2016 gecompenseerd worden, namelijk driemaal de m² aan inzetbare sloopmeters van de beoogde uitbreiding. Met dit bestemmingsplan wordt vooralsnog een uitbreiding van 655 m² aan bedrijfsbebouwing mogelijk gemaakt. Hiervoor is er reeds 1.965 m² aan sloopmeters aangeleverd van de volgende locaties: - Groot Hellerweg 44a in Putten (1.241 m²) "Wolweg III" (vastgesteld)
17
Wolweg III
- Lange Zuiderweg 116 in Voorthuizen (724 m²) Hiermee wordt voldaan aan de benodigde sloopeis. Om gebruik te maken van de binnenplanse afwijking om de bedrijfsbebouwing nog uit te breiden van in totaal 7.460 m² zal tevens driemaal het aantal aan sloopmeters aangeleverd moeten worden voor elke m² boven de met dit bestemmingsplan toegestane 6.985 m². Deze eis is opgenomen binnen de voorwaarden van de afwijkingsmogelijkheid (art. 4.4.9 van de Regels). Conclusie Voorliggend plan is daarmee in overeenstemming met de regels uit de Menukaart Regio FoodValley.
4.4.3
Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe
Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.
Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.
In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
18
"Wolweg III" (vastgesteld)
Wolweg III
4.5
Waterschap
4.5.1
Waterbeheerprogramma 2016-2021Waterschap Vallei en Veluwe
Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten. Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied.
Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.5.2
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.6
Gemeente
4.6.1
Structuurvisie Buitengebied Barneveld
De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande "Wolweg III" (vastgesteld)
19
Wolweg III ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten. Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren.
Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied.
Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.
20
"Wolweg III" (vastgesteld)
Wolweg III
Afbeelding: Uitsnede Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda
Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het "Agrarisch bedrijvenlandschap" en valt tevens in de "Overgangszone landschap, landbouw en recreatie".
4.6.1.1
Agrarisch bedrijvenlandschap
Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor de toekomstgerichte bedrijven die in staat zijn om te groeien en daarin te investeren. Karakteristiek Het deelgebied wordt gekarakteriseerd door afwisselend kleinschalig landschap met diverse cultuurhistorische landschapstypes (kampenlandschap, heideontginningslandschap et cetera). Deze verschillende landschapstypen zijn op veel plekken niet langer direct herkenbaar. De agrarische bedrijven zijn op de voorgrond aanwezig in dit gebied. Sommige delen van het gebied zijn dichter dan andere delen door kleinschalige landschapselementen als houtsingels en door erfbeplanting. Daarbij vormen lanen en beken belangrijke landschappelijke elementen. De lanen zijn echter niet altijd consequent doorgezet en daardoor worden routes niet geaccentueerd. De beken vallen in de kleinschaligheid van het landschap nauwelijks op. In het groeiseizoen draagt de maïsteelt bij aan het kleinschalige karakter van het gebied. Gebruik Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor bedrijven die in staat zijn om te investeren.
Andere bedrijven zullen stoppen met hun agrarische activiteiten. In het kader van het functieveranderingsbeleid worden, in gevallen van vrijkomende en leegstaande agrarische bebouwing, planologische mogelijkheden geboden voor functiewijziging naar niet-agrarische bedrijvigheid. Vanwege het primaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw, wordt in het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) in beginsel geen medewerking verleend aan verzoeken om functiewijziging naar wonen. Voor al aanwezige niet-agrarische bedrijven is het uitgangspunt dat eventuele uitbreiding alleen onder strenge voorwaarden wordt toegestaan. Hervestiging op een bestaand of nieuw bedrijventerreinen in de gemeente Barneveld is wenselijk. Behoudens de hiervoor genoemde mogelijkheden van functieverandering van stoppende agrarische bedrijven, worden in dit agrarische productiegebied geen nieuwe woningen of niet-agrarische bedrijven toegelaten. Deze functies horen thuis in de kernen. Het streefbeeld voor dit landschap is gericht op vernieuwing. "Wolweg III" (vastgesteld)
21
Wolweg III
Bestaande waardevolle natuur- en landschappelijke waarden worden beschermd en zijn nevengeschikt aan de hoofdfunctie landbouw.
4.6.1.2
Overgangszone landschap, landbouw en recreatie
Het ruimtelijk beleid richt zich vooral op handhaving en versterking van het functioneren van de bestaande verblijfsrecreatieve sector, primair door verbetering van de kwaliteit van bestaande verblijfsrecreatiebedrijven. Een landschappelijk aantrekkelijke overgang tussen Veluwe en Vallei is wenselijk.
Doorwerking in het plangebied In dit geval betreft het plan de uitbreiding van een niet-agrarisch bedrijf, waarbij de uitbreiding hiervan alleen onder strenge voorwaarden wordt toegestaan. Omdat het hier al een bestaand groot bedrijf betreft waarbij de uitbreiding niet zozeer het vergroten van de productie maar het verbeteren van de bestaande bedrijvigheid betreft is het op deze locatie acceptabel. Daarnaast wordt er op verschillende manieren gecompenseerd (sloopmeters, maatschappelijke compensatie, landschappelijke inpassing) waardoor de omgeving hier voordelen uit haalt. De ruimtelijke verbeteringen zijn tevens positief voor de bezoekers van de recreatieve voorzieningen in de omgeving. Met voorliggend plan wordt de milieusituatie en de veiligheid van het bedrijf verbeterd. Zo wordt niet de productiecapaciteit vergroot maar wordt de koeling verbeterd waarbij onder andere de vrachtwagens overdekt kunnen laden en lossen in plaats van in de buitenlucht. Dit scheelt energie, zorgt voor een betere werkomgeving, geeft minder geluidsoverlast richting de omgeving en zorgt voor het veiliger verwerken van het vlees. Ook de aanleg van de uitweg richting het zuiden zorgt ervoor dat de Wolweg veiliger wordt qua verkeer omdat hier minder verkeersbewegingen door vrachtwagens nodig zijn. Conclusie De structuurvisie vormt geen belemmering voor dit plan.
4.6.2
Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'
Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van de totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.6.3
Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is 22
"Wolweg III" (vastgesteld)
Wolweg III medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden. Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen.
Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is.
Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Doorwerking in plangebied De uitbreiding van de bedrijfsbebouwing is voornamelijk bedoeld om het koelsysteem te verbeteren. Vrachtwagens kunnen in de nieuwe situatie overdekt lossen en laden, waardoor ze minder in de zon staan en minder hoeven te koelen. Tevens heeft het bedrijf verschillende maatregelen geïmplementeerd om energieverbruik te verminderen zoals ledverlichting, hergebruik van vrijkomende warmte, verminderen van watergebruik, een elektrische auto voor personeel, et cetera.
"Wolweg III" (vastgesteld)
23
Wolweg III
Hoofdstuk 5
RANDVOORWAARDEN
5.1
Bodem
5.1.1
Bodemkwaliteit
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval heeft er in december 1999 al een bodemonderzoek plaatsgevonden.Destijds waren er geen belemmeringen, maar wel werd er melding gemaakt van puin in de bovengrond. Volgens de huidige standaarden wordt puin gezien als een indicator voor asbest. De gegevens geven wel voldoende inschatting dat de eventuele verontreiniging geen risico zal hebben voor de financiële haalbaarheid van voorliggend plan. Wel zal de bodemkwaliteit bij latere vergunningsaanvragen verder onderzocht moeten worden om de exacte kwaliteit van de bodem te bepalen. 5.1.2
Niet gesprongen explosieven
Op de gemeentebrede Conventionele Explosieven (CE) kaart is het plangebied niet als risicogebied aangegeven. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
5.2
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving.
5.2.1
Archeologie
Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting.
24
"Wolweg III" (vastgesteld)
Wolweg III
5.2.1.1
Archeologie hoge verwachting
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 250 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Passend bij deze grenzen wordt de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 3" op het plangebied opgenomen. Omdat de ontwikkeling plaatsvindt op grond die reeds beroerd is, worden er geen archeologische resten meer verwacht. De nieuwe uitweg ligt op nog onberoerde grond, maar deze valt binnen de grenswaarden. Nader onderzoek is hierdoor niet noodzakelijk. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. 5.2.1.2
Historische kern/Historisch boerenerf
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat het perceel aan de Wolweg 2 niet binnen een historische kern/historisch boerenerf valt.
5.2.2
Historischestedenbouwkundige waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde. Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. Ook hiervan is in het plangebied geen sprake.
5.2.3
Cultuurlandschappelijke waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat wordt aangeduid als 5 met een 'Zeer hoge waarde' waardering. Passend bij deze waarde krijgt het gehele plangebied de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 3". Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor dit plan.
5.3
Ecologie
De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang. "Wolweg III" (vastgesteld)
25
Wolweg III
5.3.1 5.3.1.1
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming
Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Het plangebied ligt op circa 450 meter ten westen van een Natura 2000-gebied. Om de eventuele effecten op dit gebied te beoordelen is er een AERIUS-berekening gedaan. Deze berekening is te vinden in Bijlage 1 van dit bestemmingsplan. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling geen significant negatief effect op het Natura-2000 gebied heeft.
5.3.1.2
Soortenbescherming
Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming beschermt bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is er een natuurtoets uitgevoerd door een ecologisch onderzoeksbureau. Het onderzoek (kenmerk 'Q2020.090 - Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe', versie V.1.0, d.d. 6 juli 2020) is te vinden in Bijlage 2 van dit bestemmingsplan. Uit dit onderzoek is gebleken dat er mogelijk vaste verblijfplaatsen van de beschermde vleermuis aanwezig zijn op het perceel. Deze zijn gevonden in de bestaande bedrijfswoning aan de Wolweg 2a. Deze woning werd in het oorspronkelijke plan gesloopt. Omdat er eerst aanvullend onderzoek nodig is en eventueel een ontheffing van de provincie, is de sloop van de betreffende woning uit voorliggend plan gehaald. De grond van de woning krijgt wel alvast de agrarische bestemming, voor het geval dat de woning in de toekomst alsnog gesloopt wordt.