CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Wolweg III_Toelichting_Bijlage 2 Quickscan flora en fauna.pdf

Gemeenteraad 6 oktober 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Wolweg III in Stroe7.237 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wolweg 2 te Stroe - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming -

Opdrachtgever

VanWestreenen B.V.

Datum veldbezoek

26 juni 2020

Kenmerk rapport

Q2020.090- Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe

Datum rapport

6 juli 2020

Versie

V1.0

Auteur

K.H. Eymael

Controle

ing. J.M. de Wever

EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Abraham Teerlinkstraat 10, 7424 DM Deventer Bezoekadres: Engelenburgstraat 57, 7391 MV Twello www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418

Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT

5 5 5 5 5

2 ONDERZOEKSOPZET

6

2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEK

6 6

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGENONDERZOEK 4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 BEVINDINGEN VELDONDERZOEK 5 EFFECTENBEOORDELING 5.1 EFFECTEN BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 5.2 EFFECTEN SOORTEN 6 CONCLUSIE

6 7 11 12 12 12 16 16 16 19

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.

Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Bronnen

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 3

SAMENVATTING In opdracht van VanWestreenen B.V. heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Wolweg 2 te Stroe (gemeente Barneveld) een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Stroe en betreft een woning, een verhard terrein, enkele bomen op het perceel en een deel van het weiland ten oosten van het bebouwde perceel. De initiatiefnemer is voornemens om een nieuwe weg aan te leggen. Deze weg zal langs de houtwal op het oostelijk gelegen weiland worden aangelegd. Om een inrit te creëren zullen enkele bomen worden gekapt. Ten behoeve van sloopmeters voor het aanleggen van deze weg zal onder andere een woning op het perceel worden geamoveerd. Verder zal er in het kader van dierwelzijn (meer schaduw) een overkapping gerealiseerd worden op een verhard terrein. Oppervlaktewateren zullen niet worden gedempt. Het plangebied zal landschappelijk worden ingericht door ander andere de aanleg van een houtsingel en het aanplanten van solitaire bomen zoals zomereik, hazelaar en veldesdoorn. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Onderhavige quickscan is gebaseerd op een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Het veldbezoek heeft op 26 juni 2020 plaatsgevonden.

Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat: → Het plangebied buiten het Gelders Natuurnetwerk ligt en er in Gelderland geen externe werking van toepassing is. Verdere toetsing aan het GNN wordt niet noodzakelijk geacht. → Onderhavige quickscan geen Voortoets betreft die nodig kan zijn bij ligging naast/ nabij een Natura2000-gebied (Wnb-Natura2000-soorten). Mogelijk wordt een dergelijke toetsing noodzakelijk geacht door bevoegd gezag; Op basis van alleen de quickscan wordt significante verstoring niet direct verwacht; → Er niet aan stikstof getoetst is (Wnb-Natura2000-stikstof). Een AERIUS-berekening zal mogelijk nodig zijn; → Er geen gevolgen zijn aangaande het onderdeel Wnb- houtopstanden; → Er bij de woning een nader onderzoek naar vleermuizen plaats dient te vinden (Wnb-soorten); → Voor algemeen voorkomende soorten een algemene vrijstelling geldt als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht altijd van toepassing is.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 4

1 INLEIDING In opdracht van VanWestreenen B.V. heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Wolweg 2 te Stroe (gemeente Barneveld) een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens om een nieuwe weg aan te leggen. Deze weg zal langs de houtwal op het oostelijk gelegen weiland worden aangelegd. Om een inrit te creëren zullen enkele bomen worden gekapt. Ten behoeve van sloopmeters voor het aanleggen van deze weg zal onder andere een woning op het perceel worden geamoveerd. Verder zal er in het kader van dierwelzijn (meer schaduw) een overkapping gerealiseerd worden op een verhard terrein. In verband met de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.

Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het GNN of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. 1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig.

Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd nest dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 5

2 ONDERZOEKSOPZET In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde planten diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. Het onderzoek zal zich met name richten op de soortenbescherming en beperkt op het gebiedsbeschermingsdeel van de wet (Natura2000). Onderhavige quickscan is dan ook geen Voortoets zoals noodzakelijk kan zijn bij de ligging nabij een Natura2000-gebied. Tevens is er geen stikstofberekening (AERIUS) uitgevoerd. 2.1 Bronnenonderzoek Alvorens het terrein is bezocht zijn diverse (digitale) verspreidingsatlassen geraadpleegd. De waarnemingen zijn gedaan tussen 2015 en 2020. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er streng en strikt beschermde soorten voorkomen in het kilometer-/uurhok waarin het plangebied is gelegen. Diverse kaarten (waaronder kernkwaliteiten GNN en GO, Natura2000 en Natuurbeheerplan) van de provinciale site gelderland.nl zijn geraadpleegd in juni 2020. Op internet is gezocht naar openbare rapportages van ecologische onderzoeken die in de directe omgeving van onderhavig plangebied zijn uitgevoerd. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 26 juni 2020 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was het zonnig en droog bij een temperatuur van rond de 28°C. Het gehele plangebied was ten tijde van het veldbezoek toegankelijk.

De directe omgeving van het plangebied is eveneens bekeken. Tijdens het onderzoek is de initiatiefnemer geïnterviewd. Tijdens het veldonderzoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). Het onderzoek is uitgevoerd door ecoloog K.H. Eymael met een relevante MBO4 opleiding (ecologie en wildlife management). Tevens worden door de ecologen van EcoTierraecologisch adviesbureau diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoeker is in het bezit van diverse certificaten, waaronder de cursus diersporen voor ecologen (Weylin Tracking).

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 6

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven waarbinnen de activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Stroe en betreft een te amoveren woning (4), een verhard terrein (3), enkele bomen op het perceel (2) en een deel van het weiland ten oosten van het bebouwde perceel (1). De te amoveren woning beschikt over een pannendak met dakbeschot. Tevens is er een spouw aanwezig. Op het weiland wordt mais verbouwd. De houtwal naast de aan te leggen weg bestaat uit maximaal twee bomen naast elkaar. De directe omgeving bestaat uit agrarische percelen, groenstructuren, infrastructuur en het Natura2000-gebied ‘Veluwe’.

3

2 1

4

Afbeelding 1: Rode kaders; daadwerkelijke plangebied. 1- locatie nieuwe toegangsweg. 2- de te kappen bomen. 3- de te realiseren overkapping. 4- de te amoveren woning. Blauwe kader; bekeken gebied.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 7

Foto’s: Indrukken plangebied. Locatie nieuw aan te leggen weg.

Foto’s: Indrukken plangebied. De te kappen bomen.

Foto’s: Indrukken plangebied. Locatie overkapping.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 8

Foto’s: Indrukken plangebied. De te amoveren woning.

Foto’s: Indrukken plangebied. De te amoveren woning, binnen.

\

Foto’s: Indrukken directe omgeving. Houtwal naast nieuw aan te leggen weg.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 9

Foto’s: Indrukken directe omgeving. Houtwal naast nieuw aan te leggen weg.

Foto’s: Directe omgeving. Bestaande weg waarop de nieuw te realiseren weg zal aansluiten, agrarische percelen en groenstructuren in de omgeving.

Foto’s: Directe omgeving. Bestaande weg nabij plangebied en maisveld nabij nieuw aan te leggen weg.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 10

3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens om een nieuwe weg aan te leggen. Deze weg zal langs de houtwal op het oostelijk gelegen weiland worden aangelegd en aansluiten op een reeds bestaande weg. De nieuwe weg zal, volgens de initiatiefnemer, voornamelijk gebruikt worden door vrachtauto’s. De verwachting is dat er circa 15 vrachtauto’s per dag/ nacht, met beperkte snelheid, over de weg zullen rijden. Om een inrit te creëren zullen enkele bomen worden gekapt. Ten behoeve van sloopmeters voor het aanleggen van deze weg zal onder andere een woning op het perceel worden geamoveerd. Verder zal er in het kader van dierwelzijn (meer schaduw) een overkapping gerealiseerd worden op een verhard terrein. Oppervlaktewateren zullen niet worden gedempt. Het plangebied zal landschappelijk worden ingericht door ander andere de aanleg van een houtsingel en het aanplanten van solitaire bomen zoals zomereik, hazelaar en veldesdoorn. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

Afbeelding 2: Plattegrond gewenste toekomstige situatie (bron: VanWestreenen B.V.).

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 11

4 BEVINDINGENONDERZOEK Hieronder worden de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek besproken. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek In de databases van de provincie is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Gelders Natuurnetwerk en geen Natuurbeheertypen heeft meegekregen in het vigerende Natuurbeheerplan. Het plangebied betreft geen weidevogelgebied. Op circa 450 meter afstand is het Natura2000-gebied ’Veluwe’ gelegen. Dit Natura2000gebied betreft een Habitat- en Vogelrichtlijngebied.

Afbeelding 3: Ligging plangebied t.o.v. het Natura2000-gebied (bron: gelderland.nl).

Volgens de geraadpleegde bronnen (betreft vaak bronnen die met kilometer- of uurhokken werken) kunnen er in de omgeving soorten (niet uitputtend opgesomd en relevant voor plangebied) als das, eekhoorn, boommarter, gewone, ruige en kleine dwergveermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, meervleermuis, franjestaart, baardvleermuis, tweekleurige vleermuis, boomvalk, havik, sperwer, buizerd, bosuil, kerkuil, roek, gierzwaluw en huismus voorkomen. Er zijn geen relevante rapportages gevonden van planlocaties in de directe omgeving van onderhavige planlocatie. 4.2 Bevindingen veldonderzoek Interview De tijdens het veldbezoek geïnterviewde initiatiefnemer kon geen relevante informatie geven over het voorkomen van soorten. Flora Beschermde flora is niet aangetroffen binnen het plangebied. Het plangebied bestaat voornamelijk uit bebouwing en verharding. Het overige gedeelte betreft weiland en bomen. De aanwezige bomen betreffen voornamelijk eiken.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 12

Vogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen het daadwerkelijke plangebied diverse vogels waargenomen, waaronder koolmees, pimpelmees, kauw, huiszwaluw, merel en buizerd (in de lucht en wegvliegend uit houtwal). De te amoveren woning is onderzocht op sporen en geschiktheid voor soorten met een jaarrond beschermd nest, zoals huismus en gierzwaluw. De woning wordt beperkt geschikt geacht voor huismus, de pannen zijn erg plat waardoor weinig ruimte is tussen beschot en de dakpannen. Er zijn dan ook geen fecalien of sporen als strootjes waargenomen bij de woning. Tevens zijn er gedurende het veldbezoek van ruim twee uur geen huismussen waargenomen. De aanwezige opstallen en groenstructuren zijn goed onderzocht. Het plangebied ligt redelijk geïsoleerd. Indien de soort voor zou komen binnen/ nabij het plangebied was de huismus tijdens het onderzoek zeker waargenomen. De aanwezigheid van gierzwaluwnesten wordt niet verwacht, de gierzwaluw is een typische stads-/ dorpsbewoner. Onderhavige locatie ligt ver van de bebouwde kern. Tevens zijn er in de te amoveren woning geen geschikte holtes voor deze soort waargenomen. Onder de windveer van de woning zijn enkele bezette nesten van huiszwaluw aangetroffen.

Foto: Huiszwaluwnesten onder de windveer van de woning.

Binnen het plangebied en de directe omgeving ervan zijn geen nesten of sporen (veren, braakballen, fecaliën en dergelijke) van uilen aangetroffen. Verder zijn er ook geen roest- of winterbomen van ransuil waargenomen. In de houtwal waar de nieuwe weg langs zal komen is een horst van mogelijk buizerd aangetroffen. Tijdens het onderzoek is uitvoerig (meer dan een uur) onderzocht of het nest bezet was. Er zijn geen jongen gezien/ gehoord of volwassen buizerds op/ nabij het nest gezien. Wel vloog een buizerd weg uit een ander deel van de houtwal. Tevens zijn er geen sporen gevonden onder de horst die duiden op de aanwezigheid van jongen. Er zijn ook geen andere vogels op/ nabij het nest gezien.

Foto: Nest van mogelijk buizerd.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 13

Het plangebied betreft, gezien de geschikte omgeving, geen significant foerageergebied voor roofvogels en uilen. Mogelijk dat er wel eens uilen of roofvogels foerageren op de naastgelegen weilanden. De houtwal kan dienen als uitkijkpost. Ook kunnen prooidieren in de houtwal voorkomen. Binnen het daadwerkelijke plangebied worden geen nesten van weidevogels verwacht. Er zijn hoge groenstructuren aanwezig die door predatoren als uitkijkpunt kunnen worden gebruikt. Tevens kunnen roofdieren in de houtwal schuilen. Vogelsoorten zonder jaarrond beschermd nest zullen ongetwijfeld broeden in de aanwezige bomen en struiken binnen het plangebied en de directe omgeving ervan. Mogelijk wordt er ook in de te amoveren woning gebroed. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen exemplaren of voortplantings- en/ of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Binnen het plangebied zijn geen concrete aanwijzingen aangetroffen, zoals latrines, die duiden op een vaste verblijfplaats van een steenmarter. Er zijn geen sporen (pootafdrukken, mest- en snuitputjes, haren en dergelijke) of verblijfplaatsen (pijp of burcht) van das aangetroffen binnen en rondom het plangebied. Het is niet ondenkbaar dat de das foerageert nabij het plangebied.

De houtwal is goed onderzocht op mogelijk verblijfplaatsen van kleine marterachtigen en boommarter. Er zijn geen elementen als takkenrillen, holen in de grond en holten in bomen waargenomen. Dergelijke plekken kunnen tijdens het veldbezoek gemist zijn gezien de bomen vol in blad stonden en de bodem door de aanwezigheid van vegetatie op bepaalde plekken niet grondig te onderzoeken was. Mogelijk gebruiken kleine marterachtigen de houtwal en de naastgelegen weilanden als jachtgebied. Er zijn geen exemplaren, sporen of nesten van eekhoorn waargenomen in en rondom de aanwezige bomen binnen en rondom het plangebied. Algemeen voorkomende soorten zoals haas, konijn, ree, egel, vos en huis- en veldmuis kunnen worden verwacht binnen en nabij het plangebied. Vleermuizen De woning is door openingen bij de dakpannen, openingen in de muur en overige openingen, zoals openingen bij de windveer/dakrand, geschikt bevonden voor vleermuizen.

Foto’s: Openingen bij de woning die toegang kunnen bieden naar mogelijke vaste verblijfplaatsen van vleermuizen.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 14

De te kappen bomen zijn niet geschikt als vleermuizenboom(bomen met holtes, scheuren of loszittend schors). Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen zijn derhalve bij de te kappen bomen uitgesloten. Vleermuizen hebben mogelijk wel verblijfplaatsen in de houtwal waarlangs de nieuwe weg zal worden gerealiseerd. Er zijn geen concrete verblijfplaatsen waargenomen, maar de bomen waren niet volledig te onderzoeken op geschikte verblijfplaatsen. Er zal door vleermuizen gefoerageerd worden binnen en nabij het plangebied. Met name bij de groenstructuren. Essentiële vliegroutes worden binnen het daadwerkelijke plangebied niet verwacht. Mogelijk gebruiken vleermuizen de onderzochte houtwal als vliegroute. In de directe omgeving zijn meerdere lijnvormige structuren aanwezig in de vorm van groenstructuren/ houtwallen. Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Mogelijk dat algemeen voorkomende soorten weggekropen zitten onder groenstructuren. Het plangebied is niet geschikt bevonden voor reptielen door het ontbreken van geschikt leefgebied (zoals water, broeihopen en geschikt landhabitat).

Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn. Die soorten hebben vaak specifieke ecologische eisen die in dergelijke plangebieden beperkt aanwezig zijn.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 15

5 EFFECTENBEOORDELING Hieronder zijn de effecten van de voorgenomen ingrepen op eventueel aanwezige beschermde gebieden en de aanwezige flora en fauna getoetst aan de Wet natuurbescherming. 5.1 Effecten beschermde gebieden/ houtopstanden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het GNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Het plangebied betreft tevens geen weidevogelgebied of een ander gebied dat is beschermd overeenkomstig het provinciale natuurbeleid. Dergelijk beschermd gebied zal derhalve niet verloren gaan of aangetast worden. Het plangebied is gelegen op circa 450 meter afstand van het Natura2000-gebied ’Veluwe’. Door de aard van de ingreep, de onderlinge afstand en de reeds bestaande verstoring door twee wegen (de Heetkamperweg en de N310) wordt er geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting door bijvoorbeeld verdroging verwacht op soorten die voor het genoemde Natura2000-gebied zijn aangewezen. Onderhavige rapportage betreft echter geen Voortoets zoals nodig kan zijn bij de ligging nabij een Natura2000-gebied. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna.

In het kader van de Wnb- Natura2000 dient mogelijk een AERIUSberekening te worden uitgevoerd. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen enkele bomen gekapt. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is in onderhavige situatie niet van toepassing daar er geen houtopstand wordt gekapt (houtopstand is onder andere gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat). 5.2 Effecten soorten Er wordt in het kader van de vigerende wetgeving nagegaan of beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen door het project opzettelijk worden aangetast (vernield, beschadigd of ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten waargenomen binnen het plangebied. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden in de voortplantingsperiode van onder andere buizerd.

Wanneer er jongen aanwezig waren geweest op het aangetroffen nest in de houtwal was dit zeer waarschijnlijk waargenomen. Het aangetroffen nest zal in de toekomstige situatie tevens niet worden aangetast. Indien het nest in de toekomst toch in gebruik zal zijn, dan is er niet veel meer verstoring te verwachten dan in de huidige situatie. Op geringe afstand van

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 16

het nest vinden al werkzaamheden plaats en rijden er ook al meerdere vrachtauto’s rond. Uiteraard dienden de werkzaamheden (aanleg weg) wel buiten de voortplantingsperiode (globaal februari t/m augustus) van buizerd plaats te vinden. Binnen het plangebied zijn enkele vogels/ nesten waargenomen die een zogenaamd categorie 5 nest (nesten die als jaarrond beschermde verblijfplaats kunnen worden gekwalificeerd indien geen/ onvoldoende alternatieve locaties aanwezig zijn) hebben, zoals huiszwaluw, koolmees en pimpelmees. Deze soorten hebben in onderhavige situatie echter voldoende alternatieve broedplekken. Er is derhalve geen sprake van een jaarronde bescherming. Voor de huiszwaluw kunnen speciale nesten worden aangebracht aan de overige opstallen. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied voor roofvogels en uilen. Vogelsoorten zonder jaarrond beschermd nest zullen broeden binnen en nabij (zoals houtwal) het plangebied. De sloop-, bouw- en kapwerkzaamheden en het aanleggen van de nieuwe weg dienen derhalve buiten het broedseizoen plaats te vinden (broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met juli/augustus, afhankelijk van soort en weersomstandigheden). Het gaat erom of een broedgeval wordt verstoord of niet. Indien aan genoemde voorwaarden wordt voldaan zijn er geen negatieve effecten op vogels te verwachten.

Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen soorten, of verblijfplaatsen ervan, waargenomen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of niet zijn vrijgesteld door de provincie (zie bijlage 1 voor vrijgestelde soorten). Mogelijk maken kleine marterachtigen gebruik van de houtwal en de weilanden rondom om tijdelijk te verblijven, zich te verplaatsen en te foerageren. Gezien de aan te leggen weg beperkt gebruikt zal worden (tot 15 vrachtauto’s per dag) en er met beperkte snelheid gereden zal worden, is de verwachting dat de eventueel aanwezige soorten gebruik kunnen blijven maken van de houtwal en de omgeving. Mogelijk komen er algemeen voorkomende soorten voor. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande grondgebonden zoogdieren, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Vleermuizen De sloop van de woning kan tot gevolg hebben dat jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen vernietigd worden. In dit kader zal er een nader onderzoek naar vleermuizen moeten plaatsvinden.

Dit nadere onderzoek dient vast te stellen of er (zo ja, welke soorten en welke functie) gebruik gemaakt wordt van de opstal en dient plaats te vinden op basis van het vigerende protocol voor vleermuisinventarisaties (GaN). Bij de onderzoeksopzet dient gelet te worden op de diverse functies die de opstal kan hebben, op de verschillende soorten vleermuizen die gebruik van de opstal kunnen maken en op de zogenaamde 75% regel uit het vleermuizenprotocol. Soorten Vleermuis

Onderzoeksperiode 15 mei-15 juli

15 augustus- 1 oktober

Mogelijk dienen er naar aanleiding van het nadere onderzoek een ontheffing aangevraagd te worden en mitigerende maatregelen genomen te worden.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 17

Mogelijk hebben vleermuizen verblijfplaatsen in de aanwezige bomen van de houtwal. Dergelijke verblijfplaatsen zullen door de voorgenomen ingrepen niet direct of indirect worden aangetast. Wel dient verstoring door licht voorkomen te worden tijdens de aanleg van de weg en in de toekomstige situatie. Er zal door vleermuizen gefoerageerd worden binnen het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn. Er gaan geen vliegroutes verloren het kader van onderhavig project, de houtwal langs de nieuw aan te leggen weg blijven gehandhaafd. Wel dient verstoring door licht op deze houtwal en de nog aan te planten houtwal voorkomen te worden. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen exemplaren waargenomen of vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende amfibieën kunnen voorkomen binnen het plangebied. Dergelijke soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten.

Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Ongewervelden/ overige soorten Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of voorkomen op de ‘nationale lijst’. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande overige soorten. De zorgplicht (art 1.11 Wnb) De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan waarschijnlijk ook al uitgevlogen.

Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 18

6 CONCLUSIE Op basis van onderhavige quickscan is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Voor toelichting bij de conclusie dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden. Onderdeel

Overtreding Wnb/ overige wetgeving Nee Nee

Nader onderzoek naar/ vervolg actie

Periode

Mitigatie

Nee Nee

N.v.t. N.v.t.

N.v.t. N.v.t.

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

AERIUS berekening noodzakelijk

N.v.t

N.v.t

Houtopstanden

Mogelijk, niet aan getoetst Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Flora

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Nee

Nee

Nee

Aanleg weg buiten broedseizoen

- Functioneel leefgebied

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

- Niet jaarrond beschermde nesten

Nee

Zorgplicht

Broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m juli/ augustus

Ingrepen buiten broedseizoen uitvoeren

Grondgebonden zoogdieren Habitatrichtlijn en Nationaal - Verblijfplaatsen

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

- Functioneel leefgebied

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Vleermuizen -Vaste verblijfplaatsen opstallen

Mogelijk

Nader onderzoek Conform vigerend vleermuizenprotocol

15 mei tot 1 oktober

N.v.t.

Vaste verblijfplaatsen bomen

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

- Essentieel foerageergebied

Nee

Nee.

N.v.t.

Geen verlichting op houtwal

- Essentiële vliegroute

Nee Nee

Nee Nee

N.v.t. N.v.t.

N.v.t.

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t

Nee

Zorgplicht

Altijd

- Zoveel mogelijk werken buiten kwetsbare periodes als kraam- en winterperiode - verplaatsen exemplaren -voorkomen vestiging/ aanwezigheid

GNN Natuurbeheertype Natura2000 -soorten Natura2000 - stikstof

Vogels - Jaarrond beschermde nesten Buizerd

Amfibieën/ reptielen/vissen Ongewervelden/ overige soorten Vrijgestelde soorten en alle overige dieren en planten

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 19

BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 20

Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 21

De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).

- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 22

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.

Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 23

Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 24

(Bron: Website Ecologica, december 2019).

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 25

- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer.

Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied.

Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt).

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 26

De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is. In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 27

Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden.

De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het netwerk kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant. Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In het NNN liggen: bestaande natuurgebieden (waaronder Natura2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden (beheerd volgens agrarisch natuurbeheer) en ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee. In het netwerk geldt voor nieuwe ontwikkelingen het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gemitigeerd. De kernkwaliteiten en

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 28

omgevingscondities vormen het toetsingskader. De initiatiefnemer dient onderzoek te doen naar eventuele significant negatieve effecten die een activiteit kan hebben op het NNN. Overige natuurgebieden Buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming en het NNN bevinden zich ook natuurgebieden beschermd middels provinciaal beleid, veelal beschreven in Omgevingsplannen of Streekplannen. In dit provinciale beleid is de bescherming van bijvoorbeeld ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied uitgewerkt. Rode Lijst Rode Lijst soorten zijn soorten die zijn opgenomen op officiële, door het parlement bekrachtigde en in de Staatscourant gepubliceerde, lijsten van soorten die gevoelig of kwetsbaar zijn of zelfs direct in hun voortbestaan bedreigd worden. De bedreigde dier- en plantensoorten op de Rode Lijsten hebben geen juridische status, tenzij ze ook in de wet zijn opgenomen. De aanwijzing van nationale soorten is mede gebaseerd op de status die de soorten in de rode lijsten hadden ten tijde van het opstellen van de Wnb.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 29

BIJLAGE 2 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 30

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 31

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 32

BIJLAGE 3 JAARROND BESCHERMDE NESTEN (CATEGORIE 1-4) Mogelijk dat in de loop der tijd per provincie de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt aangepast. Voor een actuele stand van zaken dient altijd de stand van zaken in de desbetreffende provincie bekeken te worden.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 33

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 34

BIJLAGE 4 BRONNEN

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 35

www.google.nl minez.nederlandsesoorten.nl/soorten www.natura2000.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl www.

- Q2020.090-Quickscan flora en fauna Wolweg 2 te Stroe -

Pagina | 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9b6d6eb0-6e14-46e1-b5a3-417d1aef378d