CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Wesselseweg XXVII, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting_Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek (2020)

Gemeenteraad 25 oktober 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Wesselseweg XXVII, partiële herziening buitengebied 2012, Barneveld28.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest aan de Wesselseweg 75 te Barneveld Opdrachtgever: Gemeente Barneveld Contactpersoon: De heer E. Morren Datum: 18 augustus 2020 Projectnummer: P20M0079

Colofon Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. Valkseweg 62 - 3771 RG Barneveld Postbus 99

- 3770 AB Barneveld

tel. 0342 - 406 406 e-mail milieu@vink.nl www.vink.nl

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ..................................................................................................................................... 1

2.

VOORONDERZOEK ..................................................................................................................... 3 2.1. Algemeen ....................................................................................................................................... 3 2.2. Actuele situatie en toekomstig gebruik .......................................................................................... 3 2.3. Voormalig bodemgebruik ............................................................................................................... 6 2.4. Voorgaand bodemonderzoek ........................................................................................................ 8 2.5. Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................................................. 9 2.6. Conclusie vooronderzoek .............................................................................................................. 9

3.

VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING ....................................................... 11 3.1. Onderzoeksstrategie .................................................................................................................... 11 3.2. Veldwerkprogramma.................................................................................................................... 12 3.3. Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................... 13

4.

VERKENNEND ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING .......................................... 15 4.1. Toetsingskader ............................................................................................................................ 15 4.2. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ............................................................................. 16 4.3. Analyseresultaten deellocatie A: Bovengrondse dieseltank van 1.200 liter ................................ 16 4.4. Analyseresultaten deellocatie B: Drupzone(s)............................................................................. 17 4.5. Analyseresultaten deellocatie C: Erf ............................................................................................ 18 4.6. Analyseresultaten deellocatie D: Overig terrein (weilanden) ....................................................... 21

5.

CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 23 5.1. Conclusie deellocatie A: Bovengrondse dieseltank van 1.200 liter ............................................. 23 5.2. Conclusie deellocatie B: Drupzone(s) ......................................................................................... 23 5.3. Conclusie deellocatie C: Erf......................................................................................................... 24 5.4. Conclusie deellocatie D: Overig terrein (weilanden) ................................................................... 25 5.5. Aanbevelingen ............................................................................................................................. 25

(KAART) BIJLAGEN: A. Toetsingstoelichting B. Analyseresultaten C. Analysecertificaten D. Profielbeschrijving Omgevingskaart Kadastrale kaart Kaart met situering boorpunten

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

1.

INLEIDING

Gemeente Barneveld heeft ons op 6 juli 2020 opdracht gegeven tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest aan de Wesselseweg 75 te Barneveld. Voor de ligging van de locatie wordt verwezen naar de kaartbijlagen. Aanleiding voor het verkennend onderzoek is de beoogde aankoop van de locatie. Het doel van het onderzoek is: 

aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden.

vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatische grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden.

met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de: 

NEN 5725 [Bodem ‐ Landbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017].

NEN 5740 [Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009] en het wijzigingsblad NEN 5740/A1 van februari 2016.

NEN 5707 [Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem, augustus 2015], het wijzigingsblad NEN 5707/C1 van augustus 2016 en het wijzigingsblad NEN 5898/C1 van augustus 2016.

In dit rapport zal achtereenvolgens worden ingegaan op het vooronderzoek, de verrichte werkzaamheden en de resultaten van het onderzoek. Ten slotte worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. is een onafhankelijk adviesbureau dat beschikt over een gecertificeerd kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2015 en is gecertificeerd volgens BRLSIKB 2000 'Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek'. Tussen Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. en de opdrachtgever bestaat geen relatie die strijdig is met de functiescheiding zoals omschreven in de BRL SIKB 2000 (versie 6). Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden, maar blijft een steekproefsgewijze benadering. Het is voor ons daarom onmogelijk

1

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van het bodemonderzoek. Dit betekent dat Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door ons uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn niet altijd zonder fouten en/of volledig. Voor het verkrijgen van informatie zijn wij wel afhankelijk van diverse bronnen, waardoor wij niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde gegevens voor het vooronderzoek. Tot slot is het onderzoek een momentopname. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door bouwrijp maken, aanvoer van grond van elders of door de verspreiding van een verontreiniging van elders via het grondwater. De onderzoeksresultaten hebben daardoor een beperkte geldigheidsduur.

2

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

2.

VOORONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vooronderzoek, bestaande uit de inventarisatie van actuele en historische locatiegegevens, het toekomstige gebruik en de bodemopbouw en geohydrologie. Op basis van de geïnventariseerde gegevens vindt hypothesestelling plaats ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemeen Het doel van het vooronderzoek conform de NEN 5725:2017 is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Het vooronderzoek heeft zich niet specifiek gericht op aanwezigheid van onder meer niet gesprongen explosieven/ conventionele explosieven, kabels en leidingen en archeologische waarden. De gebruikte informatiebronnen betreffen: voorgaande bodemonderzoeken1,2, relevante bouwvergunningen, sloopvergunningen, beschikbare milieuvergunningen, (gemeentelijk) tank- en bodeminformatiesysteem, Dienst voor het kadaster en de openbare registers Nederland, TNO grondwaterkaart van Nederland, Bodemloket, BAG viewer, Topotijdreis, Actueel Hoogtebestand Nederland en de opdrachtgever. Op 8 juli 2020 is relevante bodeminformatie toegezonden door de gemeente Barneveld. 2.2.

Actuele situatie en toekomstig gebruik De onderzoekslocatie aan de Wesselseweg 75 te Barneveld heeft een oppervlakte van circa 2,1 hectare en is kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie B, nummers 5166, 6294 (deels). De locatiecoördinaten zijn X = 171461 en Y = 462600. Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster. Op 15 juli 2020 heeft een terreinverkenning plaatsgevonden. De locatie betreft een (voormalige) boerderij met woonhuis, drie stallen of schuren met omliggend weiland. Onder de stallen zijn mestgoten aanwezig en in de meest westelijke schuur is een bovengrondse dieseltank van 1.200 liter aanwezig.

1

Verkennend bodemonderzoek Wesselweg 79 te Barneveld, Midden Nederland Milieu, projectnummer vo/vdb/2004/082, 6 oktober 2004.

2

Verkennend bodemonderzoek Wesselweg (aanleg rondweg) te Barneveld, Midden Nederland Milieu, projectnummer P14M0114, 25 september 2014.

3

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

Het erf is grotendeels verhard met klinkers of beton. Verder is de locatie onverhard en begroeid met gras, beplanting en bomen. Tussen de rondweg (Hanzeweg-Zuid) en de meest westelijke schuur is een watergang (sloot) aanwezig. Ook zijn er sloten aanwezig langs de Hanzeweg en Wesselseweg. De oprijlaan, vanaf de Wesselseweg richting het woonhuis en schallen/schuren maakt, geen deel uit van de onderzoekslocatie. De meest westelijke schuur (foto 3) is op basis van een asbestinventarisatierapport3 onverdacht ten aanzien van de asbest. Op de twee overige schuren (foto 6 en 9) is asbestverdachte dakbedekking toegepast zonder dakgoot. De dakplaten zijn (sterk) verweerd. De waterafloop/druppelzone van twee dakranden komen uit op een onverhard terreindeel binnen de onderzoekslocatie. De overige dakranden komen uit op een verhard terreindeel (klinkers of beton). De bodem beneden deze dakranden is onverdacht ten aanzien van asbest. Tijdens de visuele terreininspectie zijn geen overige mogelijk bodembelastende omstandigheden of activiteiten waargenomen op de onderzoekslocatie. Voor een indruk van de locatie wordt verwezen naar de onderstaande foto's.

Foto 1:

3

Woonhuis.

Foto 2:

Erf en gras rondom de schuren en het woonhuis.

Asbestinventarisatie Wesselseweg 75 te Barneveld, AsbestdakAdvies BV, kenmerk P190947, 5 november 2019.

4

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

Foto 3:

Twee schuren waarvan de linker schuur (asbest)onverdacht is en de drupzone ter plaatse van rechter schuur wel (asbest)verdacht is.

Foto 4:

Meest westelijke schuur met bovengrondse dieseltank.

Foto 5:

Impressie van de middelste stal.

Foto 6:

Twee stallen met asbesthoudende dakbedekking met onderliggend verhard terreindeel.

Foto 7:

Impressie van de meest oostelijke stal met mestgoot.

Foto 8:

Erf aan de achterzijde van de stallen.

5

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

Foto 9:

Meest verdachte stal met sterk verweerd asbestverdachte dakbedekking.

Foto 11: Weiland met sloot richting de rondweg (HanzewegZuid).

Foto 10:

Meest oostelijke stal met sterk verweerde (asbestverdachte)dakbedekking waaronder de waterafloop terecht komt op een klinkerverharding.

Foto 12: Weiland met woning en op de achtergrond de Wesselseweg.

De onderzoekslocatie bevindt zich in een agrarische omgeving met voornamelijk veeteelt. Rondom de onderzoekslocatie vinden voor zover bekend geen activiteiten plaats die de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk sterk beïnvloeden. 2.3. Voormalig bodemgebruik Op basis van de BAG Viewer is het woonhuis in 1975 en zijn de stallen in 1940 gebouwd. De locatie heeft van oudsher een agrarische bestemming. Hierna volgen oude kaartfragmenten, waar de ontwikkeling van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zichtbaar is.

6

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

Fragment topografische kaart 1940

Fragment topografische kaart 1970

Fragment topografische kaart 1985

Fragment topografische kaart 1990

Fragment topografische kaart 2000

Fragment topografische kaart 2019

Voor dit perceel zijn diverse bouw- en milieuvergunningen afgegeven. Twee stallen/schuren zijn voorzien van asbesthoudende golfplaten. In geen van de gelichte vergunningen zijn, met uitzondering van de bovengrondse dieseltank, bodembedreigende activiteiten binnen de onderzoekslocatie opgenomen.

7

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

Op 31 oktober 2019 is door AsbestdakAdvies BV een asbestinventarisatie met betrekking tot het daken de gevelconstructies van de schuren met aangrenzende ruimtes binnen de onderzoekslocatie uitgevoerd [noot 3]. Uit deze inventarisatie blijkt dat er geen aanwijzingen zijn om inpandig asbesthoudend materiaal te verwachten. De dakbedekking van de meest westelijke stal/schuur (foto 2, 3 en 4) bestaat uit asbestvrij materiaal. Op de daken van de overige schuren is asbesthoudend materiaal aanwezig. Dit betreft in totaal 1.620 m2. Op de meest oostelijke schuur is ook 8 m2 asbesthoudend gevelmateriaal aanwezig. In het verleden hebben in de directe omgeving van de onderzoekslocatie voor zover bekend geen bodembelastende activiteiten plaatsgevonden. 2.4. Voorgaand bodemonderzoek Er zijn geen resultaten van voorgaand bodemonderzoek beschikbaar voor de onderzoekslocatie. De onderstaande bodemonderzoeken zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. en gemeente Barneveld. In 2004 is door Midden Nederland Milieu een verkennend bodemonderzoek op het perceel ten oosten van de onderzoekslocatie uitgevoerd [noot 1]. Zintuiglijk zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een verontreiniging. In de boven- en ondergrond zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetoond. In het grondwater zijn geen gehalten boven de streefwaarde gemeten.

In de verhardingslaag ter plaatse van de inrit is zintuiglijk een klein stukje asbest waargenomen. Analytisch is in het samengestelde mengmonster 6,7 mg/kgds aan asbest aangetoond. In 2014 is door Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. een verkennend bodemonderzoek aangrenzende ten westen van de onderzoekslocatie uitgevoerd [noot 2]. Dit onderzoek is destijds uitgevoerd voor de aanleg van de rondweg (Hanzeweg-Zuid). Zintuiglijk zijn tijdens de werkzaamheden geen kenmerken waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging. In de bovengrond is plaatselijk lood boven de achtergrondwaarde aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. In het grondwater is nikkel plaatselijk boven de interventiewaarde of tussenwaarde aangetoond. Daarnaast zijn naftaleen, xylenen en diverse zware metalen boven de streefwaarde aangetroffen. Er is destijds geconcludeerd dat er geen oorzaak voor de verhogingen is. Er is vermoedelijk sprake van gereduceerde omstandigheden of complexvorming met DOC (mobilisatie nikkel), waardoor van nature aan de bodem geadsorbeerde metalen in oplossing raken. Er kan een relatie zijn met bemesting in het verleden, maar vooralsnog worden de gehalten aan zware metalen toegeschreven aan natuurlijke bodemprocessen. De aangetoonde verontreinigen zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader bodemonderzoek.

8

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

Bodemkwaliteitskaart Door de gemeente Barneveld is in samenwerking met een aantal buurgemeenten een bodemkwaliteitskaart4 opgesteld, waarbij grondgebieden zijn opgedeeld in zones met een vergelijkbare bodemkwaliteit. De onderzoekslocatie ligt in zone ‘Overig (buitengebied). Voor deze zone geldt dat de bodemkwaliteit van zowel de boven- als ondergrond na verwachting voldoet aan de achtergrondwaarde. 2.5. Bodemopbouw en geohydrologie De onderzoekslocatie ligt globaal op 11 meter +NAP. Het eerste watervoerende pakket reikt tot aan het maaiveld en behoort tot de formatie van Boxtel. Deze formatie is opgebouwd uit zanden, die overwegend matig grof tot matig fijn zijn. De dikte van het eerste watervoerende pakket is circa 28 meter. De transmissiviteit van het eerste watervoerende pakket is 500 tot 2.000 m² per dag. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 9 meter +NAP. De eerste scheidende laag is opgebouwd uit kleiige afzettingen van mariene oorsprong behorende tot de Eem Formatie. De eerste scheidende laag heeft een dikte van circa 16 meter. Over de verticale hydraulische weerstand van deze laag zijn weinig gegevens bekend; wellicht loopt deze op tot enkele duizenden dagen.

Algemeen kan gesteld worden, dat het grondwater van de hooggelegen gestuwde gebieden naar de as van de Gelderse Vallei stroomt en dat over een belangrijk deel van dat traject voeding door infiltrerende neerslag plaatsvindt. De algemene grondwaterstroming is westelijk gericht. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Binnen een straal van 1.000 meter bevinden zich voor zover bekend geen kwetsbare objecten met betrekking tot de grondwaterkwaliteit. 2.6. Conclusie vooronderzoek De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 2,1 hectare. Op basis van het vooronderzoek kan het volgende worden aangenomen: 

De milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de bovengrondse dieseltank is mogelijk aangetast door olieproducten als gevolg van het gebruik ervan. De hypothese luidt ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’

De milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het erf is naar verwachting niet of slechts in lichte mate aangetast. De hypothese van de luidt 'kleinschalig’ onverdacht (ONV-NL)'.

De milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de weilanden is naar verwachting niet of slechts in lichte mate aangetast. De hypothese van de luidt 'grootschalig onverdacht (ONVGR-NL)'.

4

Nota bodembeheer regio De Vallei, 8 februari 2012

9

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

Ter plaatse van het erf zijn er mogelijk bijmengingen met puin aanwezig in de bodem. Daarom luidt de hypothese ten aanzien van asbest ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’.

Ter plaatse van de stallen/schuren met asbestverdachte dakbedekking zonder dakgoot welke afwateren op een onverhard terreindeel (druppelzones) luidt de hypothese ten aanzien van asbest ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’.

10

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

3.

VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING

In het navolgende worden de opzet en de uitvoering van het onderzoek behandeld. Daarbij wordt ingegaan op de onderzoeksstrategie, het veldwerkprogramma en het laboratoriumonderzoek. 3.1. Onderzoeksstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie zijn de in hoofdstuk 1 genoemde NEN normen als richtlijn gehanteerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De onderzoeksstrategie is in het navolgende per deellocatie omschreven. Deellocatie A: Bovengrondse dieseltank van 1.200 liter De hypothese voor deellocatie A luidt ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank (VEP)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.3 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Er heeft gerichte monsterneming plaatsgevonden om een eventuele verontreinigingskern aan te kunnen tonen. Als verdachte bodemlaag is het bodemtraject van 0,0 tot 0,5 m-mv aangemerkt. Het onderzoek heeft zich gericht op minerale olie in de grond. Het grondwater is onderzocht op minerale olie en vluchtige aromaten. Deellocatie B: Drupzone(s) De hypothese voor deellocatie B luidt ten aanzien van asbest ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 6.4.5 van de NEN 5707:2015.

Tevens is het onderzoek afgeleid van het rapport ‘Bijzonder inventariserend onderzoek Erosie van asbestdaken’5 waarbij de onverharde bodem tot een halve meter aan weerszijden van de afwateringszone (‘druppelzone’) en de bovenste 10 cm als verdachte laag worden beschouwd. Deellocatie C: Erf Deellocatie C omvat het erf met de daarop aanwezige woonhuis met stallen/schuren. De oppervlakte van deellocatie C bedraagt circa 4.700 m². Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit niet of slechts in lichte mate is aangetast. Er is geen sprake van een lijnvormige bron. De hypothese voor deellocatie C luidt '(kleinschalig) onverdacht'. Het onderzoek heeft zich gericht op de parameters van het standaardpakket voor grond en grondwater. Door het gebruik van het erf en de aanwezigheid van stallen/schuren met asbestverdachte dakbedekking luidt de hypothese ten aanzien van asbest ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’.

5

Bijzonder inventariserend onderzoek: Erosie van asbestdaken (in opdracht van de provincie Overijssel en Gelderland), 20131980/J00S, d.d. 29 september 2014, door Geofox-Lexmond b.v. en Eelerwoude b.v.

11

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

Deellocatie D: Overig terrein (weilanden) De hypothese voor deellocatie D luidt ‘grootschalig onverdacht’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als beschreven in § 5.2 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de parameters van het standaardpakket voor grond en grondwater. 3.2. Veldwerkprogramma De boringen en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd onder certificaat en in overeenstemming met de protocollen 2001, 2002 en 2018 (allen versie 6). Het veldwerk is uitgevoerd door D. Karsten van Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. op 15, 16 en 23 juli 2020. Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, verdachte geuren en kleuren en eventuele bodemvreemde bestanddelen zoals puin, afval of asbestverdachte materialen. De waarnemingen zijn in het veld in profielbeschrijvingen vastgelegd. Peilbuizen worden bemonsterd na een minimale rusttijd van één week. Alle monsters zijn individueel verpakt in geschikte monsterverpakkingen en zijn volgens de geldende richtlijnen geconserveerd. Er is 15 juli 2020 is een visuele inspectie van het maaiveld uitgevoerd. Een volledige maaiveldinspectie conform de NEN 5707 was niet mogelijk aangezien het grootste deel van de locatie is bebouwd, verhard of begroeid.

Tijdens de locatie-inspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Deellocatie A: Bovengrondse dieseltank van 1.200 liter Ter plaatse van de bovengrondse dieseltank is 1 boring met peilbuis verricht verricht tot een diepte van 3,5 meter beneden maaiveld (m-mv). Deellocatie B: Drupzones In totaal zijn er twee drupzones onderzocht. Per drupzone zijn in totaal 3 inspectiegaten gegraven met een lengte, breedte en diepte van 0,3 x 0,3 x 0,1 meter in de actuele contactzone. Ter plaatse van één drupzone zijn aanvullend 3 inspectiegaten gegraven tot een diepte van 0,5 m-mv om de (verticale) omvang van de verontreinigde drupzone te kunnen bepalen. Deellocatie C: Erf Systematisch verdeeld over het erf zijn in totaal 16 boringen verricht tot een diepte van 0,5 m-mv. Er zijn 4 boringen doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv, waarvan er 1 is verwerkt tot peilbuis voor bemonstering van het ondiepe grondwater. Ter plaatse van de boringen zijn 16 inspectiegaten gegraven met een lengte, breedte en diepte van 0,3 x 0,3 x 0,5 meter in de actuele contactzone. Daarnaast is er 1 sleuf gegraven met lengte, breedte en diepte van 2,0 x 0,3 x 0,07 meter in het verdachte bodemtraject van inspectiesleuf 02.

12

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

De vrijgekomen grond is per inspectiegat voorbehandeld op locatie. De grove fractie is (indien aanwezig) afgescheiden door uitharken en visueel onderzocht op asbestverdachte materialen. Van de fijne fractie zijn per inspectiegat een proportioneel aantal grepen genomen van circa 0,5 kilogram ten behoeve van 3 analysemonsters. De gaten zijn na afloop van het onderzoek gedicht door de uitgegraven grond terug te storten. Deellocatie D: Overig terrein (weilanden) Systematisch verdeeld over het weiland zijn in totaal 24 boringen verricht tot een diepte van 0,5 m-mv. Er zijn 7 boringen doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv, waarvan er 3 zijn verwerkt tot peilbuis voor bemonstering van het ondiepe grondwater. 3.3. Laboratoriumonderzoek De monsters zijn met gekoeld monstertransport voor analyse aangeboden aan het door het RvA geaccrediteerde milieulaboratorium SYNLAB Analytics & Services b.v. te Rotterdam. De asbestmonsters zijn aangeboden aan het RvA geaccrediteerde milieulaboratorium Eurofins ACMAA Testing te Deurningen. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de samengestelde (meng)monsters en uitgevoerde analyses. Tabel 1: (Meng)monsters en uitgevoerde analyses

Nr.1

Omschrijving

Matrix

Boorpunt, diepte (cm-mv)

Deellocatie A: Bovengrondse dieseltank van 1.200 liter 5 Verdachte (boven)laag Grond 91: 10-60 Pb91 Peilbuis Grondwater 91-1: 250-350 Deellocatie B: Drupzone(s) V200701697 Mengmonster toplaag V200701698 Mengmonster toplaag V200800331 Mengmonster bovengrond en verticale onderafperking

Analyse(s)

Minerale olie, organische stof Minerale olie, vluchtige aromaten2

Grond Grond Grond

71: 0-10, 72: 0-10, 73: 0-10 81: 0-10, 82: 0-10, 83: 0-10 81: 20-50, 82: 20-50, 83: 2050

Asbest2 Asbest Asbest

Deellocatie C: Erf 1 Mengmonster bovengrond

Grond

Standaardpakket grond3

2

Mengmonster bovengrond (onder aangebracht straatzand) Mengmonster ondergrond (humeus) Mengmonster ondergrond

Grond

03: 0-50, 04: 0-40, 06: 0-50, 09: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-25, 12: 0-20, 13: 0-30, 14: 0-50, 15: 0-50 01: 15-50, 02: 15-30, 07: 3050, 08: 25-50, 17: 15-30

Standaardpakket grond

Peilbuis Grove fractie inspectiegat 02 Fijne fractie inspectiegat 02 Fijne fractie inspectiesleuf 01 ter

Grondwater Materiaal

02: 50-70, 05: 50-90, 08: 50100, 16: 70-100 02: 70-100, 02: 100-150, 02: 150-200, 05: 90-140, 05: 140-190, 16: 100-150, 16: 150-200 02-1: 250-350 02: 8-15

Grond

02: 8-15

Asbest

Grond

S01: 8-15

Asbest

3 4

Pb02 001 V200701696 V200800332

Grond Grond

Standaardpakket grond

Standaardpakket grond

Standaardpakket grondwater4 Asbest2

13

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

Nr.1

Omschrijving plaatse van inspectiegat 02 Mengmonster ‘tuin’

Matrix

Boorpunt, diepte (cm-mv)

Analyse(s)

Grond

Asbest

V200701700

Mengmonster ‘zwarte’ grond (humeus)

Grond

V200701701

Mengmonster ‘witte’ grond

Grond

03: 0-50, 04: 0-40, 05: 0-50, 06: 0-50, 09: 0-50, 10: 0-50 01: 15-50, 02: 30-50, 07: 3050, 08: 25-30, 11: 0-25, 12: 0-20, 13: 30-50 01: 7-15, 02: 15-30, 07: 830, 08: 8-25, 11: 25-50, 12: 20-50, 13: 30-50, 16: 8-50,

V200701699

Asbest

Asbest

Deellocatie D: Overig terrein (weilanden) 6 Mengmonster Grond bovengrond (humeus)

31: 0-50, 32: 0-50, 34: 0-50, Standaardpakket grond3 35: 0-50, 36: 0-50, 37: 0-50, 38: 0-50, 39: 0-50, 43: 0-50, 44: 0-50 7 Mengmonster Grond 40: 0-50, 41: 0-50, 45: 0-50, Standaardpakket grond bovengrond (humeus) 46: 0-50, 48: 0-50, 49: 0-50, 50: 0-40, 51: 0-50, 52: 0-50, 54: 0-50 8 Mengmonster Grond 34: 50-80, 43: 50-80, 48: 50Standaardpakket grond ondergrond (humeus) 80 9 Mengmonster Grond 34: 130-180, 36: 100-150, Standaardpakket grond ondergrond 36: 150-200, 43: 130-180, 45: 110-160, 45: 160-200, 48: 130-180, 50: 90-140, 50: 140-190, 52: 100-150 Pb36 Peilbuis Grondwater 36-1: 200-300 Standaardpakket grondwater Pb43 Peilbuis Grondwater 43-1: 200-300 Standaardpakket grondwater Pb50 Peilbuis Grondwater 50-1: 200-300 Standaardpakket grondwater 1 Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B.

2 Vluchtige aromaten: Benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen 2 Asbest: Chrysotiel (witte asbest), amosiet (bruine asbest), crocidoliet (blauwe asbest), anthophylliet (gele asbest), tremoliet (grijze asbest), actinoliet (groene asbest) 3 Standaardpakket grond: Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10 VROM) Polychloorbifenylen (7 PCB) Minerale olie Organische stof en lutum 4 Standaardpakket grondwater: Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen) Gehalogeneerde koolwaterstoffen (1,1-dichloorethaan, 1,2-dichloorethaan, 1,1-dichlooretheen, cis-1,2dichlooretheen (cis), trans- 1,2-dichlooretheen, dichloormethaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,2-dichloorpropaan, 1,3 dichloorpropaan, tetrachlooretheen (per), tetrachloormethaan (tetra), 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2-trichloorethaan, trichlooretheen (tri), chloroform, vinylchloride, bromoform) Minerale olie

14

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

4.

VERKENNEND ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING

De resultaten van het uitgevoerde onderzoek worden in dit hoofdstuk geïnterpreteerd en getoetst aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Ingegaan wordt op het genoemde toetsingskader en aansluitend de bodemopbouw, de zintuiglijke waarnemingen en de toetsing van de analyseresultaten van de grond en het grondwater. 4.1. Toetsingskader Het toetsingskader van de Wet bodembescherming (Wbb) gaat uit van achtergrond- dan wel streefen interventiewaarden voor de bodem. Bij een overschrijding van de achtergrond-/ streefwaarde is in beginsel sprake van aantoonbare verontreiniging. Bij een overschrijding van de interventiewaarde is in beginsel sprake van dreigende vermindering of ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier. De achtergrond- en interventiewaarden voor grond zijn bodemspecifiek en afhankelijk van het lutumgehalte en het organische stofgehalte. Voor de berekening van toetsingswaarden voor organische parameters is het lutumgehalte niet van toepassing. Bij een organische stofgehalte van minder dan 2,0% wordt voor de berekening van de toetsingswaarden van de organische verbindingen het minimaal te hanteren organische stofgehalte van 2,0% toegepast. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld, maar een interventiewaarde (100 mg/kgds gewogen).

Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR) maar op het veel strenger Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR). Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s. Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Bij materialen niet zijnde bodem is geen sprake van een interventiewaarde, maar van een restconcentratienorm (100 mg/kgds gewogen asbest). Een uitgebreidere toelichting op het toetsingskader van de Wbb wordt gegeven in bijlage A. De getoetste analyseresultaten en de analysecertificaten 6 zijn opgenomen in bijlage B en C. De resultaten worden getoetst met behulp van BoToVa, de Bodem Toets- en Validatie Service van de overheid via elektronische data uitwisseling.

6

Op de analysecertificaten staan voetnoten, die betrekking kunnen hebben op de betrouwbaarheid van de uitgevoerde analyse of duiden op een indicatief gehalte. Bij beschouwing van de voetnoten op de bijgevoegde analysecertificaten is er geen aanleiding om te verwachten dat deze van invloed zijn op de betrouwbaarheid van dit bodemonderzoek.

15

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

4.2. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De bodemprofielen van de verrichte boringen en de zintuiglijke waarnemingen staan vermeld in bijlage D ‘profielbeschrijving’. In tabel 3 is een schematische weergave van de bodemopbouw van de onderzoekslocatie opgenomen. Tabel 3: Schematische weergave van de bodemopbouw

Bodemtraject (m-mv)

Hoofdmengsel

Bijmengsel(s)

Kleur

0,0 – circa 0,7 Circa 0,7 - 3,5

Zand, matig fijn Zand, matig fijn

Matig siltig, zwak humeus Matig siltig

Donker bruin Licht bruin

De gemeten grondwaterstand(en) staan vermeld bij de analyseresultaten van het grondwater. In het straatzand (van 0,08 tot 0,15) van boring 02 is één stukje asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Dit stukje is aanvullend geanalyseerd op asbest. Daarnaast is het bodemtraject individueel geanalyseerd op asbest (fijne fractie). Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen (overige) kenmerken waargenomen, die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging. 4.3. Analyseresultaten deellocatie A: Bovengrondse dieseltank van 1.200 liter De analyseresultaten en toetsing van deellocatie A zijn opgenomen in tabel 4. Tabel 4: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater

Monsternr.1 eenheid Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen

5 mg/kgds

Pb91 µg/l 1,54 6,6 512

-

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen Interventiefactor PAK (10 VROM) Minerale olie Totaal olie C10-C40 5 91: 10-60 Pb91 91-1: 250-350 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde

16

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de (boven)grond, de meest verdachte bodemlaag, geen minerale olie boven de achtergrondwaarde is aangetoond. In het grondwater zijn geen vluchtige aromaten en/of minerale olie boven de streefwaarde gemeten. 4.4. Analyseresultaten deellocatie B: Drupzone(s) Er zijn ter plaatse van deellocatie B op het geïnspecteerde maaiveld en in de gegraven inspectiegaten zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. De analyseresultaten van de fijne fractie zijn opgenomen in tabel 5. Tabel 5: Analyseresultaten (mg/kgds); druppelzone(s) schuren, fijne fractie

Monster

Aangeleverd (kg) Gemeten asbestconcentratie Gewogen asbestconcentratie Ondergrens (95% betr. interv.) Bovengrens (95% betr. interv.) Gemeten serpentijngehalte Gemeten amfiboolgehalte Berekende bepalingsgrens Niet hechtgebonden asbest (-) n.a. (niet aangetoond)

Inspectiegat 71: 0-10, 72: 0-10, 73: 0-10

Inspectiegat 81: 0-10, 82: 0-10, 83: 0-10

Inspectiegat 81: 20-50, 82: 20-50, 83: 20-50

12,5 <2 n.a. 1,7 n.a. n.a. 2 <2

10,4 1.100 1.100 640 1.800 1.100 n.a. 2 1.100

14,6 <2 n.a. 1,3 n.a. n.a. 2 <2

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de fijne fractie van de inspectiegaten 71 t/m 73, ter plaatse van de middelste schuur, géén asbest is aangetoond. Ter plaatse van de drupzone van de meest oostelijke schuur is in de inspectiegaten 81 t/m 83 een gewogen asbestconcentratie van 1.100 mg/kgds aangetoond. Deze concentratie is boven de interventiewaarde (van 100 mg/kgds). Naar aanleiding van de interventiewaarde-overschrijding is een mengmonster samengesteld onder de verontreinigde toplaag/drupzone. In de verticale onderafperking (van 0,20 tot 0,50 m-mv) is géén asbest aangetroffen. In de onderstaande alinea is de omvang van de asbestverontreiniging in grond bepaald. Omvangsbepaling asbestverontreiniging De verontreinigingscontour binnen de onderzoekslocatie is aanwezig aan één zijde van de schuur over een lengte van circa 40 meter (waarvan momenteel 10 meter verhard is met klinkers, maar wel een bodemverontreiniging te verwachten is). De oppervlakte, uitgaande van 2 meter breed, betreft circa 80 m2. De dikte varieert tussen de 10 en 20 centimeter dat resulteert in een omvang van maximaal 16 m3. Voor verontreinigingen met asbest geldt voor de bepaling van ernst en urgentie geen volumecriteria. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

17

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

4.5. Analyseresultaten deellocatie C: Erf De analyseresultaten en toetsing van deellocatie C zijn opgenomen in de tabellen 6 t/m 10. Tabel 6: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater

Monsternr.1 eenheid

1 mg/kgds

2 mg/kgds

3 mg/kgds

4 mg/kgds

Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

2,0 6,2 418

-

-

-

-

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10 VROM)

Pb02 µg/l

160 * -

-

-

6,75 *

-

-

Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen Cis 1,2-dichlooretheen (cis) Trans 1,2-dichlooretheen Som 1,2-dichloorethenen Dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan Som dichloorpropanen Tetrachlooretheen (per) Tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Chloroform Vinylchloride Bromoform

-

Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

-

-

-

-

Minerale olie Totaal olie C10-C40

-

-

-

-

-

18

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

1 03: 0-50, 04: 0-40, 06: 0-50, 09: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-25, 12: 0-20, 13: 0-30, 14: 0-50, 15: 0-50 2 01: 15-50, 02: 15-30, 07: 30-50, 08: 25-50, 17: 15-30 3 02: 50-70, 05: 50-90, 08: 50-100, 16: 70-100 4 02: 70-100, 02: 100-150, 02: 150-200, 05: 90-140, 05: 140-190, 16: 100-150, 16: 150-200 Pb02 02-1: 250-350 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit de analyseresultaten blijkt dat in mengmonster (2), in de oorspronkelijk bovengrond onder het in het verleden aangebrachte straatzand, PAK boven de achtergrondwaarde is aangetoond. In de overige mengmonsters is geen van de geanalyseerde parameters in een gehalte boven de achtergrondwaarde aangetoond. In het grondwater is barium boven de streefwaarde gemeten. De bovengrond (tot de ongeroerde ondergrond) is onderzocht op de parameters van het standaardpakket en asbest. De analyseresultaten van de grove fractie zijn weergegeven in tabel 7 en de resultaten van fijne fractie zijn weergegeven in tabel 8 en 9. Zoals weergeven bij de zintuiglijke waarnemingen in paragraaf 6.2 en de profielbeschrijvingen in bijlage D, is in inspectiegat 02 een plaatje asbestverdacht materiaal waargenomen. Tabel 7: (Analyse)resultaat (mg/kgds); inspectiegat 02, grove fractie

Locatie Monster

Inspectiegat 02: 8-15

Massa (g) Soort asbest1 Asbestgehalte (%)

9,99 Chrysotiel 12,5

Gehalte in gat 02 (gewogen) Gehalte asbest (mg/kgds) Ondergrens (mg/kgds) Bovengrens (mg/kgds)

125 100 150

Uit de analyseresultaten blijkt dat het stukje asbest bevat. Het betreft 10 tot 15% chrysotiel asbest. Op basis van de grove fractie wordt de interventiewaarde overschreden. Deze concentratieberekening is exclusief het gehalte aan asbest in de fijne fractie. De analyseresultaten van de fijne fractie zijn opgenomen in tabel 8 en 9. Tabel 8: Analyseresultaten asbestgehalte fijne fractie (mg/kgds); inspectiegat 02 / inspectiesleuf 01

Monster

Aangeleverd (kg) Gemeten asbestconcentratie Gewogen asbestconcentratie Ondergrens (95% betr. interv.)

Inspectiegat G02: 8-15 16,7 <2 13 10

Inspectiesleuf S01: 8-15 16,5 <2 n.a. -

19

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

Monster Bovengrens (95% betr. interv.) Gemeten serpentijngehalte Gemeten amfiboolgehalte Berekende bepalingsgrens Niet hechtgebonden asbest (-) n.a. (niet aangetoond)

Inspectiegat G02: 8-15 17 13 n.a. 2 <2

Inspectiesleuf S01: 8-15 1,1 n.a. n.a. 2 <2

Uit de analyseresultaten blijkt dat in het inspectiegat (02), waarin asbesthoudend plaatmateriaal is waargenomen, een asbestconcentratie van 13 mg/kgds is aangetoond. Op basis van het beperkte bodemtrajectvolume (0,3 m x 0,3 m x 0,07 m = 0,0063 m3) van inspectiegat 02 en op basis van de inschatting/ inspectie van de veldwerker is ter plaatse van het inspectiegat een inspectiesleuf (01) gegraven. Deze inspectiesleuf heeft een inspectievolume van 0,042 m3 (2 m x 0,3 x 0,7 m). In deze inspectiesleuf is géén asbest gedetecteerd. Een sleufonderzoek kent een grotere onderzoeksinspanning (er wordt meer materiaal onderzocht), waardoor de resultaten van de gegraven sleuf betrouwbaarder zijn dan die van het asbestgat. Op basis van de grove en fijne fractie gezamenlijk is in de onderstaande tabel de asbestconcentratie van inspectiegat 02 en inspectiesleuf 01 weergegeven. Tabel 9: Berekende gewogen asbestgehalten (mg/kgds); ter plaatse van inspectiegat 02/inspectiesleuf 01

Monster

Grove fractie Fijne fractie (na correctie grove fractie) Totaal n.a. (niet aangetoond)

Inspectiegat 02 : 8-15

Inspectiesleuf 02: 8-15

125 13

18 n.a.

138

18

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat ter plaatse van inspectiegat 02 de interventiewaarde is overschreden. Het aangetroffen asbesthoudende plaatmateriaal duidt op een toevalstreffer. In inspectiesleuf 02 is zintuiglijk geen asbesthoudend materiaal waargenomen. In de fijne fractie is geen asbest gedetecteerd. Het berekende asbestgehalte (grove en fijne fractie gezamenlijk) is 18 mg/kgds. Dit gehalte ligt onder de interventiewaarde (van 100 mg/kg). In de navolgende tabel zijn de overige analyseresultaten van de fijne fractie weergegeven. Tabel 10: Analyseresultaten asbestgehalte fijne fractie (mg/kgds); erf

Monster

Aangeleverd (kg) Gemeten asbestconcentratie

Inspectiegaten Tuin 03: 0-50, 04: 0-40, 05: 0-50, 06: 0-50, 09: 0-50, 10: 0-50

15,1 <2

Inspectiegaten Inspectiegaten ‘Zwarte’ ‘Witte’ grond (humeuze) grond 01: 7-15, 02: 15-30, 01: 15-50, 02: 30-50, 07: 8-30, 08: 8-25, 07: 30-50, 08: 25-30, 11: 25-50, 12: 20-50, 11: 0-25, 12: 0-20, 13: 30-50, 16: 8-50, 13: 30-50 15,6 <2

17,1 <2

20

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

Gewogen asbestconcentratie Ondergrens (95% betr. interv.) Bovengrens (95% betr. interv.) Gemeten serpentijngehalte Gemeten amfiboolgehalte Berekende bepalingsgrens Niet hechtgebonden asbest (-) n.a. (niet aangetoond)

n.a. 1,3 n.a. n.a. 2 <2

n.a. 1,2 n.a. n.a. 2 <2

n.a. 1,1 n.a. n.a. 2 <2

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de overige geanalyseerde mengmonsters geen asbest is gedetecteerd. 4.6. Analyseresultaten deellocatie D: Overig terrein (weilanden) De analyseresultaten van deellocatie D zijn opgenomen in tabel 11. Tabel 11: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater

Monsternr.1 eenheid

6 mg/kgds

7 mg/kgds

8 mg/kgds

9 mg/kgds

Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

-

-

-

-

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10 VROM) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen Cis 1,2-dichlooretheen (cis) Trans 1,2-dichlooretheen Som 1,2-dichloorethenen Dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan Som dichloorpropanen

-

-

-

Pb36 µg/l

Pb43 µg/l

Pb50 µg/l

1,59 6,3 401

1,62 6,5 376

1,51 6,5 398

100 * 35 * -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

21

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

Monsternr.1 eenheid Tetrachlooretheen (per) Tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Chloroform Vinylchloride Bromoform Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

6 mg/kgds

7 mg/kgds

8 mg/kgds

9 mg/kgds

-

-

-

-

Pb36 µg/l -

Pb43 µg/l -

Pb50 µg/l -

Minerale olie Totaal olie C10-C40 6 31: 0-50, 32: 0-50, 34: 0-50, 35: 0-50, 36: 0-50, 37: 0-50, 38: 0-50, 39: 0-50, 43: 0-50, 44: 0-50 7 40: 0-50, 41: 0-50, 45: 0-50, 46: 0-50, 48: 0-50, 49: 0-50, 50: 0-40, 51: 0-50, 52: 0-50, 54: 0-50 8 34: 50-80, 43: 50-80, 48: 50-80 9 34: 130-180, 36: 100-150, 36: 150-200, 43: 130-180, 45: 110-160, 45: 160-200, 48: 130-180, 50: 90-140, 50: 140190, 52: 100-150 Pb36 36-1: 200-300 Pb43 43-1: 200-300 Pb50 50-1: 200-300 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de grond geen van de geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalten boven de achtergrondwaarde. In het grondwater van peilbuis 36 is (plaatslijk) barium en nikkel boven de streefwaarde gemeten. In het grondwater van de overige peilbuizen is geen van de geanalyseerde parameters boven de streefwaarde aangetoond.

22

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

5.

CONCLUSIE EN ADVIES

In opdracht van Gemeente Barneveld is een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest aan de Wesselseweg 75 te Barneveld uitgevoerd. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest is de voorgenomen aankoop van de locatie. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. 5.1. Conclusie deellocatie A: Bovengrondse dieseltank van 1.200 liter Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem ter plaatse van de voormalige tankplaats mogelijk verontreinigd is met olieproducten en daarom de hypothese ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank’ geldt. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende: 

Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden waargenomen.

In de (boven)grond, de meest verdachte bodemlaag, is geen minerale olie boven de achtergrondwaarde aangetoond.

In het grondwater zijn geen vluchtige aromaten en/of minerale olie boven de streefwaarde gemeten.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank’ kan worden verworpen. De milieuhygiënische bodemkwaliteit is afdoende bekend. 5.2. Conclusie deellocatie B: Drupzone(s) Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem ter plaatse van de druppelzone, ter plaatse van de schuren met asbestverdachte dakbedekking zonder dakgoot en onverhard terreindeel, mogelijk verontreinigd is met asbest en daarom de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ geldt. Dit onderzoek ter plaatse van de drupzones is afgeleid van het rapport ‘Bijzonder inventariserend onderzoek Erosie van asbestdaken’. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende: 

Zintuiglijk zijn er geen asbestverdachte materialen waargenomen.

In de drupzone (0 - 0,1 m-mv), van de meest oostelijke schuur binnen de onderzoekslocatie, is in de inspectiegaten 81 t/m 83 een gewogen asbestconcentratie van 1.100 mg/kgds aangetoond. Deze concentratie is boven de interventiewaarde (van 100 mg/kgds) gemeten. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

In de onderliggende bodem (0,2 - 0,5 m-mv) van de verontreinigde drupzone is geen asbest aangetroffen.

De verontreinigingscontour binnen de onderzoekslocatie is aanwezig aan één zijde van de schuur over een lengte van circa 40 meter (waarvan momenteel 10 meter verhard is met

23

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

klinkers, maar wel een bodemverontreiniging te verwachten is). De oppervlakte betreft circa 80 m2. De dikte varieert tussen de 10 en 20 centimeter dat resulteert in een omvang van maximaal 16 m3. 

In de inspectiegaten 71 t/m 73, ter plaatse van de middelste schuur, is géén asbest aangetoond.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ dient te worden geaccepteerd. Bij (eventuele) herontwikkeling van de locatie ter plaatse van de aangetoonde verontreiniging met asbest dient de bodem gesaneerd te worden. 5.3. Conclusie deellocatie C: Erf Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem van het erf niet of slechts licht verontreinigd is en derhalve de hypothese ‘onverdacht’ (kleinschalig) geldt. Door het jarenlange gebruik van het erf en de aanwezigheid van stallen/schuren met asbestverdachte dakbedekking luidt de hypothese ten aanzien van asbest ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: 

Zintuiglijk is in het laagje straatzand (0,08 tot 0,15 m-mv) van inspectiegat 02 één stukje asbestverdacht plaatmateriaal van 9,9 gram waargenomen. Dit plaatje is geanalyseerd op asbest en blijkt asbesthoudend (chrysotiel) te zijn.

Analytisch (fijne fractie) is in inspectiegat 02 een asbestconcentratie van 13 mg/kgds aangetoond. Vanwege het beperkte bodemtrajectvolume (0,3 m x 0,3 m x 0,07 m = 0,0063 m3) is de gewogen asbestconcentratie (grove en fijne fractie gezamenlijk) boven de interventiewaarde aangetoond. Op basis van de expertise en inschatting van de veldwerker lijkt het aangetroffen asbestplaatje mogelijk een toevalstreffer te zijn. Daarom is er plaatse van inspectiegat 02 inspectiesleuf 01 gegraven (schaalvergroting).

In inspectiesleuf 01 is zintuiglijk geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. Ook is er analytisch (fijne fractie) geen asbest gedetecteerd. Het gewogen asbestconcentratie (grove en fijne fractie gezamenlijk) betreft in totaal 18 mg/kgds. Dit gehalte ligt onder de interventiewaarde (van 100 mg/ kgds).

In de overige samengestelde mengmonsters op het erf is geen asbest aangetroffen.

In de oorspronkelijk bovengrond, onder het in het verleden aangebrachte straatzand, is PAK boven de achtergrondwaarde aangetoond.

In de overige mengmonsters van de grond is geen van de geanalyseerde parameters aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde.

In het grondwater is een licht verhoogde concentratie barium aangetoond.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘onverdacht’ kan worden aangenomen. De aangetoonde lichte concentratie in de grond en het grondwater is niet verontrustend en geeft geen aanleiding tot nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische bodemkwaliteit is afdoende bekend.

24

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest; Wesselseweg 75 te Barneveld Projectnummer: P20M0079 Datum: 18 augustus 2020

Ten aanzien van asbest dient de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ te worden verworpen. Het waargenomen stukje asbesthoudende plaatmateriaal blijkt na schaalvergroting een toevalstreffer te zijn. De gewogen asbestconcentraties bevinden zich beneden de interventiewaarde van 100 mg/kg ds en is onverdacht ten aanzien van asbest. 5.4. Conclusie deellocatie D: Overig terrein (weilanden) Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem van het overig terrein (weilanden) niet of slechts licht verontreinigd is en derhalve de hypothese ‘grootschalig onverdacht’ geldt. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende: 

Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden waargenomen.

In de grond is geen van de geanalyseerde parameters aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde.

In het grondwater zijn (plaatselijk) barium en nikkel licht verhoogd gemeten.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘grootschalig onverdacht’ kan worden aangenomen. De aangetoonde lichte concentraties in het grondwater is niet verontrustend en geeft geen aanleiding tot nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische bodemkwaliteit is afdoende bekend. 5.5. Aanbevelingen Uit het bodemonderzoek blijkt dat er sprake is van een bodemverontreiniging met asbest. Bij eventuele herontwikkeling van de locatie dient de bodem ter plaatse van de aangetoonde verontreiniging met asbest gesaneerd te worden. In hoeverre de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit een belemmering vormt voor de voorgenomen transactie is afhankelijk van het (voorlopig) koopcontract. De milieuhygiënische bodemkwaliteit speelt een rol bij grondverzet. Voor de grond geldt dat dit mag worden hergebruikt op het perceel. Indien de grond verplaatst wordt naar een locatie elders, moet dit worden gemeld bij het Meldpunt bodemkwaliteit (https://meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl) en gelden samenstellingseisen met betrekking tot verschillende mogelijkheden voor hergebruik conform het Besluit bodemkwaliteit en de regionale Nota Bodembeheer. Wanneer verplaatsing van de grond niet mogelijk is, wordt aanbevolen de grond af te voeren naar een grondbank of een erkend verwerker (eventueel) op basis van een indicatieve kwaliteitsbepaling van de grond.

25

BIJLAGE A Toetsingstoelichting

TOETSINGSTOELICHTING In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de toetsingswaarden die binnen het Nederlands bodembeleid worden gebruikt om de milieuhygiënische bodemkwaliteit te beoordelen. Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te kunnen interpreteren zijn toetsingswaarden opgenomen in de Wet bodembescherming (Wbb) dan wel hieronder vallende Besluiten en Amvb's. Bodem omvat zowel vaste bodem (grond) als grondwater en waterbodem (slib). Bodemonderzoek kan zich richten op één of meerdere van deze compartimenten. De toetsingswaarden voor de vaste bodem, het grondwater en waterbodem zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013 (Stcrt. 2013, nr. 16675) en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397 en de hierop volgende wijzigingen van de Regeling. Er wordt onderscheid gemaakt in landelijke achtergrondwaarden (AW2000-project) voor grond en waterbodem en streefwaarden voor grondwater en in interventiewaarden voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater. Daarnaast wordt bij de interpretatie van analyseresultaten gebruik gemaakt van de tussenwaarde of het criterium voor nader onderzoek, die wordt berekend als het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde voor grond en de streef- en interventiewaarde in geval van grondwater.

Ten slotte zijn voor enkele stoffen zogenaamde indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgelegd. Voor de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor de vaste bodem en waterbodem geldt een bodemtypecorrectie. Streefwaarde De streefwaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarboven wel en waaronder geen sprake is van grondwaterverontreiniging. Achtergrondwaarde (AW 2000) De achtergrondwaarde komt overeen met de achtergrondconcentraties van verschillende stoffen in de Nederlandse bodem. Een achtergrondwaarde kan worden beschouwd als een indicatief concentratieniveau, waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging in grond. Gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde Het gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde wordt gebruikt als hulpmiddel om te bepalen of de aangetroffen gehalten aanleiding geven tot vervolgonderzoek. Interventiewaarde De interventiewaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarbij sprake kan zijn van ernstige verontreiniging, waardoor de bodem niet, of mogelijk niet meer, geschikt is voor elke vorm van bodemgebruik. De interventiewaarden zijn onderbouwd met gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en dier. Hierbij is uitgegaan van het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR): het gehalte waarboven ontoelaatbare effecten voor mens, plant of dier kunnen gaan optreden.

Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte in

minimaal 25 m³ vaste bodem of in het grondwater van ten minste 100 m³ bodemvolume hoger te zijn dan de interventiewaarde. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor enkele verontreinigende stoffen zijn gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en/of dier voorhanden, maar niet genoeg om een interventiewaarde vast te stellen, of ontbreken gestandaardiseerde analysemethoden. Voor deze stoffen zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Deze indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarde. Overschrijding ervan leidt niet zonder meer tot het vaststellen van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat niet altijd met zekerheid vastgesteld kan worden dat er sprake is van mogelijk risico voor mens, plant en/of dier. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld. Sinds 1 januari 2003 geldt een interventiewaarde van 100 mg/kgds voor asbest gewogen voor de vaste bodem en waterbodem. Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) maar op het veel strengere Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR), gezien de bijzondere eigenschappen van asbest.

Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s (Beoordeling van de risico’s van bodemverontreiniging met asbest, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, RIVM rapport 711701034/2003, Bilthoven, 2003). Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Chrysotiel (wit asbest) is een serpentijn asbest. Amosiet (bruin asbest), crocidoliet (blauw asbest), anthophylliet (geel asbest), tremoliet (grijs asbest) en actinoliet (groen asbest) behoren tot de groep van amfibool asbest. Amfibool asbest vormt een groter risico voor de gezondheid omdat de asbestvezels van deze soort asbest gemakkelijk in de lengte splijten, waarbij steeds dunnere vezels ontstaan. Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken is het eerder genoemde volume-criterium niet van toepassing. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest indien de gemiddelde concentratie binnen een ruimtelijke eenheid (RE) hoger is dan de interventiewaarde van 100 mg/kgds gewogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=913c714e-363b-45de-977b-8f1fb80e11de