Weergave Raadstafelgesprek dorpsplannen def.pdf
Tekst van het document
Weergave Raadstafelgesprek dorpsplannen Datum: 12 april 2023 Deelnemers aan het gesprek Raadsleden: de heer Hazeleger (SGP), mevrouw Van Veen (Lokaal Belang), mevrouw De Kwant (ChristenUnie), mevrouw Van den Berg (Pro ’98), de heer Van den Broek (CDA), de heer van Schaik (VVD), de heer Lasscher (BurgerInitiatief). Plaatselijk Belangen: de heren Hogeweg (Voorthuizen), Uljee (Kootwijkerbroek), Van Krevel (Garderen), Van Oosterom (Stroe), Brand (De Glind), Kleijer (wijkplatform De Valk). Afwezig: Kootwijk Vooruit, Zwartebroek-Terschuur, Barneveld. Hun schriftelijke bijdragen zijn voorgelezen is staan bij de raadstafel (openbaar). Gemeente Barneveld: de heren Oosterwijk (wethouder) en Komdeur (concernstrateeg). Voorzitter: de heer Den Boon Secretaris: mevrouw Hooijer Doel Doel van deze raadstafel is om inzicht te krijgen in hoe met dorpsplannen en -visies in de gemeente Barneveld wordt omgegaan. En om inzichtelijk te krijgen hoe het proces van uitvoering zou moeten lopen. De ervaringen kunnen worden gebruikt om de werkwijze met betrekking tot dorpsplannen te verbeteren en eenduidiger te maken. Ook kunnen deze als input gebruikt worden voor het door de gemeente op te stellen dorpenbeleid. Discussiepunten raadstafel gesprek Door Pro’98, die verzocht heeft om deze raadstafel, zijn discussiepunten aangedragen waarlangs het gesprek verliep.
Wat is de ervaring met de werkwijze rondom uitvoering van de dorpsplannen en dorpsvisies in de verschillende kernen? ➢ Opstellen van de dorpsplannen is een intensief traject. Veel tussentijdse terugkoppeling naar inwoners is wenselijk. Zij moeten zien wat er met hun input gebeurt. ➢ Aanpak verschilt per dorp: wel of niet met bedrijven. Meestal wel, omdat ondernemers veelal ook inwoners zijn. ➢ Gemene deler vinden voor dorpsplan kan lastig zijn doordat belangen van inwoners (bijv. agrarische belangen versus dorpsbelang) erg verschillen. ➢ Hulp bij het opstellen van een dorpsplan of -visie van de gemeente is wenselijk en wordt ook verkregen. Ambtelijk en/of financieel. ➢ Behoefte aan verwachtingenmanagement. Wenselijk is dat gemeente, vóór het opstellen van het plan, duidelijk aangeeft of wensen haalbaar zijn en op welke termijn. Dit scheelt veel tijd en frustratie bij vrijwilligers. ➢ Gemeente werkt met lange termijn planning, terwijl de verwachting van dorpsbewoners op een veel kortere termijn liggen. Stip op de horizon is prima. Inwoners willen ook (tussentijdse) resultaten zien. ➢ Bij het (voornemen tot) het opstellen van een plan geeft de gemeente soms al een gevoel dat de gemeente er toch niets mee gaat doen. ➢ Planvorming in samenwerking met gemeente gaat veelal prima. Stagnatie bij de uitvoering/opvolging. Dit zorgt voor frustratie bij de vrijwilligers.
➢ Blij met gebiedsregisseurs. Wel wat tegenslag (uitval, vervanging), daardoor stagnatie in voortgang. Hoe zouden de plaatselijk belangen de werkwijze willen (input voor het Dorpenbeleid 2.0)? ➢ Gefaseerde aanpak: van visie naar (uitvoerings) plan naar resultaten.
➢ Heldere communicatie door gemeente. ➢ Verwachtingenmanagement: wat is (wettelijk/juridisch/financieel) haalbaar? En wanneer? ➢ Gemeente moet over het dorp praten met de inwoners, niet alleen met de bedrijven (lees: zorgsinstellingen, geldt voor De Glind). Wat zijn de succesfactoren voor het volledig uitvoeren van een dorpsplan/visie? ➢ Verwachtingenmanagement: duidelijkheid over uitvoerbaarheid, financiële haalbaarheid, relatie met Omgevingswet/Omgevingsplannen, dorpenbeleid. ➢ Duidelijkheid over voortgang bij gemeente, rollen. ➢ Heldere communicatielijnen. ➢ Duidelijkheid over functie gebiedsregisseur, ook de in gemeentelijke organisatie. Zijn er voor alle kernen nu gebiedsregisseurs en worden er overal gebiedsagenda’s gemaakt? Zo nee, wat is de oorzaak en welke andere aanpak is er dan per dorp? ➢ Er zijn overal gebiedsregisseurs. ➢ Nog niet overal worden gebiedsagenda’s gemaakt. ➢ Over het algemeen positief over het werken met gebiedsregisseurs en het opstellen van gebiedsagenda’s (moet geen poging tot vertraging van uitvoering zijn). ➢ Gebiedsregisseurs moeten niet overvoerd worden: wat rechtsreeks bij de gemeente gemeld kan worden moet rechtstreeks. ➢ Duidelijkheid geven over functie van buitengebied regisseur en verhouding tot gebiedsregisseur.
Reactie wethouder De wethouder geeft aan dat werken met gebiedsregisseurs nog moet wennen en verder ingeregeld moet worden in de organisatie. Ook wordt aangegeven dat in het dorpenbeleid geformuleerd wordt hoe de gemeente wil samenwerken met de dorpen. De werkwijze kan per dorp verschillen.
Samenvattend: ➢ Dorpsplannen/visie maken is intensief traject voor inwoners/vrijwilligers, waarbij ondersteuning van gemeente gewenst is en ook verkregen wordt; ➢ Er wordt stagnatie en onduidelijkheid ervaren bij de concretisering en uitvoering van de plannen; ➢ Er is behoefte aan verwachtingenmanagement zowel bij het opstellen van de plannen als de uitvoering ervan. En heldere communicatielijnen door de gemeente; ➢ Het werken met gebiedsregisseurs en gebiedsagenda’s wordt als positief ervaren, of de verwachting hiervan is in ieder geval positief; ➢ Een te grote workload van de gebiedsregisseurs wordt als risicofactor benoemd, evenals onduidelijkheid over de functie, binnen de gemeentelijke organisatie.
Vervolg Van de bespreking wordt een beknopt verslag gemaakt, dat naar alle gespreksdeelnemers gaat. De ervaringen van dorpsbewoners kunnen in een commissievergadering besproken worden. Dit bepaalt de raad (agendacommissie). Voor deze commissievergadering worden de Plaatselijk Belangen uitgenodigd.