CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

was-wordt-tabel wmv (1).pdf

Gemeenteraad 9 februari 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Integrale actualisering Warenmarktverordening Gemeente Barneveld5.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Wijziging Warenmarktverordening gemeente Barneveld Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. markt: een door het college ingestelde warenmarkt; b. standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; c. vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; d. dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; e. standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel. f. standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; g. vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; h. Anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats, gesorteerd op datum verlening vaste standplaatsvergunning. i.

marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college; j. marktcommissie: commissie bestaande uit maximaal drie vaste standplaatshouders, die alle vaste standplaatshouders vertegenwoordigen. k. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld.

Nieuwe tekst Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. markt: een door burgemeester en wethouders op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet ingestelde warenmarkt; b. standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; c. vaste standplaats: de standplaats die voor een termijn van maximaal 20 jaar ter beschikking is gesteld; d. dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats toegewezen dan wel ingenomen is; e. standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel; f. standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een standwerker; g. marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door burgemeester en wethouders; h. marktcommissie: commissie bestaande uit maximaal drie vaste standplaatshouders, die door de vaste standplaatshouders zijn aangewezen hen te vertegenwoordigen; i. vergunninghouder: degene aan wie door burgemeester en wethouders vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats of standwerkersplaats.

Toelichting: Alleen wat de definities van ‘vaste standplaats’ en ‘dagplaats’ betreft is er sprake van een wijziging die niet louter tekstueel, maar ook inhoudelijk van aard is. Voor uitleg wordt verwezen naar de toelichting bij de artikelen 7 en 10. 1

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2 Inrichting van de markt; Het college bepaalt ten aanzien van de markt: a. het aantal standplaatsen; b. de afmetingen van de standplaatsen; c. de opstelling en indeling van de markt; d. welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats en als standwerkersplaats.

Nieuwe tekst Artikel 2 Inrichting van de markt 1. Burgemeester en wethouders bepalen ten aanzien van de markt: a. de dagen en de uren waarop en eventueel de periode waarin de markt wordt gehouden (markttijd); b. het aantal standplaatsen; c. de afmetingen van de standplaatsen; d. de opstelling en indeling van de markt; e. welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats en als standwerkersplaats. 2. Burgemeester en wethouders kunnen voor iedere markt vaststellen: a. een lijst met artikelgroepen of branches; b. het maximum aantal standplaatsen per branche. 3. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen, dat: a. er om bijzondere redenen geen markt wordt gehouden, bijvoorbeeld vanwege (verwachte) weersomstandigheden, zoals harde wind; b. een markt geheel of gedeeltelijk op een andere locatie wordt gehouden.

Toelichting De nieuwe tekst van artikel 2 is uitgebreider dan de bestaande tekst. De toevoegingen betreffen grotendeels onderwerpen die eerder nog niet expliciet benoemd waren, zoals de bevoegdheid om wegens bijzondere redenen de markt niet door te laten gaan of te verplaatsen. Het tweede lid van de nieuwe tekst geeft burgemeester en wethouders een bevoegdheid om wat de inrichting van de markt te sturen op artikelgroepen en/of branches voor het geval er een situatie zou ontstaan waarin er op een warenmarkt een gebrek aan variatie is of dreigt. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3 Nadere regels Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening

Nieuwe tekst Artikel 3 Nadere regels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen betreffende hetgeen bepaald is in deze verordening.

Toelichting De wijzigingen in artikel 3 zijn louter tekstueel van aard. Een inhoudelijke wijziging ten opzichte van de huidige tekst is hiermee niet beoogd.

2

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4 Voorschriften en beperkingen 1. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.

Nieuwe tekst Artikel 4 Voorschriften en beperkingen 1. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, als dit nodig is, gezien de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.

Toelichting De wijzigingen in artikel 4 zijn louter tekstueel van aard. Een inhoudelijke wijziging ten opzichte van de huidige tekst is hiermee niet beoogd. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5 Standplaatsvergunning 1. Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college. 2. Een vergunning kan door het college op aanvraag worden verstrekt aan een natuurlijk persoon.

Nieuwe tekst Artikel 5 Vergunning 1. Het is verboden om een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van burgemeester en wethouders. 2. Het is verboden om als standwerker op een markt op te treden zonder vergunning van burgemeester en wethouders.

Toelichting De nieuwe tekst van artikel 5 verschilt ten opzichte van de bestaande tekst op het punt van de reikwijdte van de vergunningplicht. Anders dan volgens de bestaande tekst is er niet alleen een vergunning nodig voor het innemen van een vaste standplaats, maar ook voor het innemen van een standwerkersplaats. Vanwege het verschil in de wijze waarop vaste standplaatsen en standwerkersplaatsen gebruikt worden, worden deze standplaatsen separaat van elkaar behandeld. Mede gezien dat verschil worden eventuele niet-ingenomen vaste standplaatsen niet verdeeld onder standwerkers, maar onder geïnteresseerden voor een standplaats (zie artikel 10). De eis voor een vergunningaanvraag uit het tweede lid van de bestaande tekst is verplaatst naar het nieuwe artikel 6, waarin alle aanvraagvereisten zijn opgenomen.

3

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst [nieuwe bepaling, dus geen bestaande tekst]

Nieuwe tekst Artikel 6 Toetsing aanvraag 1.Voor toewijzing van een vergunning voor een standplaats of standwerkersplaats komt uitsluitend een handelingsbekwaam natuurlijk persoon in aanmerking, die: a. een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij burgemeester en wethouders; b. gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten; en c. staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. 2. De aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en plaats, het adres en de woonplaats van de natuurlijke persoon; b. een duidelijke omschrijving van het soort artikelen dat of de soorten artikelen, die de aanvrager verhandelt; c. een kopie van de inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. d. een foto van de verkoopwagen of de marktkraam waarbij de lengte en de breedte van de verkoopwagen of marktkraam, wordt aangegeven. e. een eventueel noodzakelijke aansluiting op het elektriciteitsnetwerk en de benodigde stroomsterkte en spanning, waarmee het benodigde vermogen kan worden berekend; f. het benodigde type aansluiting op het elektriciteitsnetwerk van de markt. g. een geldige verklaring van goedkeuring van de elektrische installatie en elektrische arbeidsmiddelen conform NEN 1010 en 3140.

3.Burgemeester en wethouders vragen de marktcommissie advies over de te verlenen vergunning voor het innemen van een standplaats of een standwerkersplaats. Hierbij wordt getoetst of: a. het maximaal aantal standplaatsen per branche niet wordt overschreden; b. er een standplaats beschikbaar is die aansluit bij de gevraagde ruimte; en c. een standplaats voldoende afstand heeft ten opzichte van een al aanwezige standplaatshouder, die handelt in dezelfde branche.

4

Toelichting: De bestaande tekst bevat nauwelijks voorwaarden waaraan een vergunningaanvraag moet voldoen. De toevoegingen in artikel 6 van de bestaande tekst betreffen grotendeels punten die nog niet expliciet benoemd waren. Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 6 Inhoud vaste standplaatsvergunning Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van de locatie en de afmetingen daarvan; c. de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken; d. het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen e. de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitlijst

Artikel 7 Inhoud vergunning Een vergunning wordt voor de duur van 20 jaar verleend en vermeldt in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen standplaats of standwerkersplaats met vermelding van de locatie en de afmetingen daarvan; c. de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats of standwerkersplaats mag gebruiken; d. het soort artikelen dat of de soorten artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen; e. de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst hiervoor een vergunning is verleend, wanneer het gaat om een vaste standplaats.

Toelichting Het aantal vaste standplaatsen op een warenmarkt is beperkt, zodat de daarvoor te verlenen vergunningen als schaars zijn aan te merken. Uit rechtspraak blijkt dat schaarse vergunningen in beginsel slechts voor beperkte tijd verleend mogen worden. Na het verstrijken van de geldingsduur kunnen in principe weer alle geïnteresseerde marktkooplieden een poging wagen om voor de aldus vrijgekomen vergunning in aanmerking te komen. De in te trekken warenmarktverordening gaat echter nog uit van verlening van een vaste standplaatsvergunning voor een onbepaalde tijd, met als gevolg dat geïnteresseerde marktkooplieden die nog niet beschikken over een vergunning pas een poging kunnen wagen als een ondernemer uit eigen beweging besluit zijn vergunning voor een vaste standplaats op te geven. Bij het bepalen van de geldigheidsduur dient vooral rekening gehouden te worden met de tijd die marktkooplieden nodig hebben om hun investeringen terug te verdienen. Naar verwachting is een periode van 20 jaar hiervoor voldoende. Overigens is volgens artikel 18 van de nieuwe verordening het uitgangspunt dat de vergunningen die al onder de in te trekken warenmarktverordening verleend waren, dus ook hun geldingsduur voor onbepaalde tijd, gerespecteerd worden.

Verder is, net als in artikel 5, de tekst van artikel 7 dusdanig aangepast dat deze eisen (grotendeels) ook gelden voor het innemen van een standwerkersplaats. Zie verder bij de toelichting bij artikel 5. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 7 Volgorde toewijzing vaste standplaatsen Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens toegewezen aan:

Nieuwe tekst Artikel 8 Toewijzing vaste standplaatsen Als meerdere aanvragers voor toewijzing van een beschikbare vaste standplaats in aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens toegewezen aan: 5

a. de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan de marktmeester schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitlijst; b. een nieuwe vergunninghouder die door de marktmeester geselecteerd is uit de reacties op een advertentie in een vakblad na advies van de marktcommissie.

a. de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan de marktmeester de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen op volgorde van schriftelijke melding van die wens bij de marktmeester en voor zover deze wens de indeling van de totale markt niet verstoort; b. een nieuwe vergunninghouder die gereageerd heeft op een advertentie in een vakblad en, na advies van de marktcommissie, door de marktmeester geselecteerd is.

Toelichting Wie van de huidige vergunninghouders het meeste recht heeft op een vrijgekomen andere vaste standplaats op dezelfde markt is niet meer afhankelijk van de vraag hoe lang de betreffende vergunninghouder al over een vergunning beschikt, maar het tijdstip waarop hij zijn wens voor een andere standplaats schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de marktmeester. Dit is logischer en sluit beter aan bij de praktijk, waarin feitelijk al geen sprake meer was van een anciënniteitslijst. Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 8 Overschrijving vaste standplaatsvergunning 1. In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde. Daarnaast is het mogelijk om de vaste standplaatsvergunning over te laten schrijven op een medewerker van de marktkoopman. Deze dient echter minimaal 6 maanden bij hem in dienst te zijn. 2.

Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder of een medewerker de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien het kind tenminste 18 jaar oud is en de medewerker ten minste zes maanden in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd 3. Als bedrijfsopvolger kan op grond van de verordening worden aangewezen : a De partner, al of niet gehuwd, al of niet samenwonend en b. het kind, bij een minimum leeftijd van 18 jaar c. Een medewerker die tenminste zes maanden in loondienst is. 4. Bij overschrijving vaste standplaats naar een bedrijfsopvolger wordt de bedrijfsopvolger, ook als er sprake is van een partner dan wel aan het kind

Nieuwe tekst Artikel 9 Overschrijving vaste standplaatsvergunning 1. In geval van overlijden, blijvende arbeidsongeschiktheid, of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de vergunninghouder kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op één van de volgende personen: a. de echtgeno(o)te, de geregistreerde partner of een andere persoon met wie de vergunninghouder aantoonbaar duurzaam samenwoont of samenwoonde; b. een kind van de vergunninghouder, als deze persoon tenminste 18 jaar oud is; of c. een medewerker van de vergunninghouder, die minimaal zes maanden bij het marktbedrijf van de vergunninghouder in loondienst is of gedurende dezelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. 2. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen drie maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 3. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd wordt de aanvraag tot overschrijving ten minste drie maanden voor de datum waarop de vergunninghouder de pensioengerechtigde leeftijd bereikt ingediend. 4. Een overschrijving van de vaste standplaatsvergunning vindt plaats voor de resterende duur van de vergunning. Als in een over te schrijven vaste standplaatsvergunning geen 6

opnieuw op de anciënniteitlijst ingeschreven en vervallen alle voorgaande rechten. 5. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 6. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.

geldingsduur is vastgelegd, wordt bij overschrijving een geldingsduur van 20 jaar in de vergunning opgenomen.

Toelichting Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de eerste drie leden van de bestaande tekst te herschrijven tot één lid waardoor de leesbaarheid beter geworden is. Daarnaast miste het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd als reden om een vergunning voor een vaste standplaats over te kunnen schrijven. Deze reden is in de nieuwe tekst toegevoegd. Verder komt de bepaling over de gevolgen van overschrijving voor de volgorde op de anciënniteitslijst te vervallen, omdat een dergelijke lijst de afgelopen jaren al niet meer toegepast wordt. Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 10 Toewijzing dagplaats 1. Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen. 2. De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf vóór 07.00 uur aanmelden bij de marktmeester.

Nieuwe tekst Artikel 10 Toewijzing dagplaats Als dertig minuten voor aanvang van de markt een vaste standplaats niet is ingenomen, wijst de marktmeester deze standplaats als dagplaats toe op volgorde van aanmelding van andere marktondernemers. Hierbij geldende de volgende voorwaarden: a. deze toewijzing mag niet leiden tot overschrijding van het maximaal aantal toe te laten marktbedrijven in een bepaalde branche, bedoeld in artikel 2, tweede lid; b. de indeling van de markt mag hierdoor niet zodanig worden dat de handelaars in dezelfde artikelen dicht bij elkaar komen te staan.

Toelichting Er is voor gekozen om dagplaatsen niet meer te onderwerpen aan een vergunningenstelsel. Dat past beter bij het karakter van dergelijke plaatsen. De beschikbaarheid hiervan is immers voornamelijk afhankelijk van de vraag of een houder van een vaste standplaats zich voor een bepaalde marktdag afgemeld heeft. Omdat er dus geen garantie op beschikbaarheid van dagplaatsen bestaat en omdat houders van een vaste standplaats een beginselplicht hebben hun standplaats in te nemen, is het logischer om deze door de marktmeester te laten toewijzen op het moment dat duidelijk is of en, zo ja, hoeveel standplaatsen de komende marktdag niet in gebruik worden genomen, op volgorde van aanmelding van geïnteresseerden voor een eventuele dagplaats.

7

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 11 Toewijzing standwerkersplaats 1. De marktmeester, wijst een standwerkersplaats toe op volgorde van aanmelding bij de marktmeester. 2. Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan.

Nieuwe tekst Artikel 11 Toewijzing standwerkersplaats 1. De marktmeester wijst een standwerkersplaats toe op volgorde van de aanmelding bij de marktmeester. 2. Als een standwerker zich wil laten bijstaan, meldt deze dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan.

Toelichting De wijzigingen in artikel 11 zijn louter tekstueel van aard. Een inhoudelijke wijziging ten opzichte van de huidige tekst is hiermee niet beoogd. Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 12 Persoonlijk innemen standplaats; bijstand 1. De standplaats die de vergunninghouder is toegewezen wordt door of namens de vergunninghouder persoonlijk ingenomen. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. 2. De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan. 3. De vergunninghouder en degene die hem bijstaat mogen zich niet schuldig maken aan wangedrag of bedrog. Artikel 13 Aantal keren innemen vaste standplaats De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt ten minste eenmaal per twee weken en twaalfmaal per dertien weken zijn standplaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 14 en 15. Artikel 14 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden 1. De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het marktmeester. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. 2. De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende marktdag gedaan.

Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan. Artikel 15 Ontheffing en vervanging

Nieuwe tekst Artikel 12 Innemen standplaats; bijstand en vervanging 1. De standplaats die toegewezen is, wordt door de vergunninghouder persoonlijk ingenomen. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. 2. De vergunninghouder mag zich op de standplaats laten bijstaan door één of meerdere personen. 3. De vergunninghouder en degene(n) die hem bijstaat (bijstaan) mogen zich niet schuldig maken aan bedrog of andere vormen van wangedrag. 4. De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 14, ten minste elfmaal per dertien weken zijn standplaats op de markt in. 5. De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is om zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk of per e-mail mee aan de marktmeester. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. 6. De schriftelijke mededeling wordt op een dusdanig tijdstip gedaan dat deze ten minste 24 uur voor de desbetreffende marktdag de marktmeester bereikt. Een verhindering die redelijkerwijs niet eerder te voorzien was kan ook mondeling of telefonisch aan de marktmeester gemeld worden. 7.

In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats tijdelijk aan hem een ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste elfmaal per dertien weken de standplaats op de markt in te nemen. 8

1. In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en twaalfmaal per dertien weken de standplaats op de markt in te nemen. 2. Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon. Toelichting Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de artikelen 12, 13, 14 en 15 van de bestaande tekst te herschrijven tot één nieuw artikel 12, waardoor de leesbaarheid beter geworden is. Verder is de mogelijkheid voor een vergunninghouder om een vergunning te verkrijgen zich op zijn standplaats te laten vervangen komen te vervallen. Deze bepaling staat namelijk haaks op de bepalingen uit deze verordening op basis waarvan de vergunning juist persoonlijk is en is ook moeilijk te rijmen met het uitgangspunt dat dergelijke schaarse vergunningen voor een ieder beschikbaar moeten zijn. Daarnaast heeft een vereenvoudiging plaatsgevonden ten aanzien van het minimaal aantal keer dat een standplaats per periode ingenomen moet zijn. Voor de rest bevat het nieuwe artikel 12 louter tekstuele wijzigingen, waarmee geen inhoudelijke wijzigingen beoogd zijn.

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 16 Legitimatie en identiteit vergunninghouder Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is.

Nieuwe tekst Artikel 13 Legitimatie en identiteit vergunninghouder Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, toont op het eerste verzoek van de marktmeester aan dat deze de vergunninghouder is.

Toelichting Het nieuwe artikel 13 bevat ten opzichte van de bestaande tekst van artikel 16 louter tekstuele wijzigingen, waarmee geen inhoudelijke wijzigingen beoogd zijn. Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 17 Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen 1. Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan twee uur voor aanvang en meer dan twee uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren. 2. De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen. 3. Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk om 07.00 uur heeft ingenomen, wordt

Nieuwe tekst Artikel 14 Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen 1. Het is vergunninghouders en degenen die een dagplaats innemen niet toegestaan om meer dan twee uur voor aanvang en meer dan twee uur na afloop van de markt op het marktterrein op welke manier dan ook ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren. 2. De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen.

9

de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt.

Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag van de vergunninghouder hem een ontheffing verlenen. 3. Als de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk dertig minuten voor aanvang van de markt heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt. Een verzoek hiertoe is tijdig ingediend als dit minimaal dertig minuten voor de aanvang van de markt de marktmeester heeft bereikt. 4. De vergunninghouder en degenen die een dagplaats ingenomen hebben, ontruimen na sluiting van de markt de standplaats, verwijderen zelf het achtergelaten afval en voeren dit zelf af. Uiterlijk twee uur na sluiting van de markt hebben de vergunninghouders en degenen die een dagplaats hebben ingenomen de standplaats geheel ontruimd, intact en schoon opgeleverd. Tevens zijn dan eventuele stroomkabels verwijderd en aansluitpunten afgesloten.

Toelichting Los van de tekstuele wijzigingen waarmee geen inhoudelijke wijzigingen beoogd zijn, is een nieuw vierde lid aan deze bepaling toegevoegd ter waarborging dat de standplaats, standwerkersplaats of dagplaats aan het einde van de marktdag netjes achtergelaten wordt. Daarnaast is het tijdstip waarop de vaste standplaats ingenomen moet zijn gewijzigd van 7 uur naar 30 minuten voor aanvang van de markt, omdat dit beter bij de praktijk aansluit. Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 9 Intrekking vastestandplaatsvergunning 1. Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in: a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 8 de vergunning wordt overgeschreven. 2. Het college kan een vastestandplaatsvergunning intrekken: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 13 genoemde vereisten. 3. Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 8 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.

Nieuwe tekst Artikel 15 Intrekking vergunning 1. Burgemeester en wethouders trekken een vergunning in: a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 9 de vergunning wordt overgeschreven. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning, al dan niet voorwaardelijk of tijdelijk, intrekken als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; c. de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of

10

Artikel 19 Intrekking en schorsing vastestandplaatsvergunning Onverminderd artikel 9 kan het college een vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

d. de houder van een vergunning voor een standwerkersplaats niet als standwerker actief is op een aan hem toegewezen standwerkersplaats. 3. Als degene op wie een vergunning ingevolge artikel 9 is overgeschreven, al beschikt over een vergunning voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, dan wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.

Toelichting In het nieuwe artikel 15 zijn de bestaande artikelen 9 en 19 samengevoegd, zodat de intrekkingsgronden voor een vergunning niet meer verspreid zijn over de verordening. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat ‘niet meer voldoen aan het minimum aantal keren dat een vaste standplaats ingenomen moet worden’ en ‘het zich schuldig maken aan wangedrag of bedrog’ weliswaar niet meer expliciet genoemd worden als intrekkingsgrond in de nieuwe tekst, maar nog steeds als intrekkingsgrond gelden. Zij vallen beide immers onder de intrekkingsgrond ‘het overtreden van het bepaalde bij of krachtens deze verordening of voorschriften van de vergunning’. Verder is het niet meer gebruikte begrip ‘schorsing’ in juridisch opzicht hetzelfde als het tijdelijk intrekken van een vergunning. Omdat een standwerker ook een vergunning nodig zal hebben, is in artikel 15, tweede lid, onderdeel d van de nieuwe tekst opgenomen dat diens vergunning ingetrokken mag worden, indien hij niet actief is op zijn standwerkersplaats. Anders dan bij vergunningen voor vaste standplaatsen is een dergelijke verplichting niet elders in de verordening geregeld, zodat een dergelijke situatie niet kan vallen onder de intrekkingsgrond ‘het overtreden van het bepaalde bij of krachtens deze verordening of voorschriften van de vergunning’.

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 18 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Nieuwe tekst Artikel 16 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt bestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden bestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Toelichting Het nieuwe artikel 16 bevat ten opzichte van de bestaande tekst van artikel 18 louter tekstuele wijzigingen, waarmee geen inhoudelijke wijzigingen beoogd zijn. Bestaande tekst Artikel 20 Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker

Nieuwe tekst [bepaling komt te vervallen, daarom geen nieuwe tekst] 11

Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien deze: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats; d. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Toelichting Artikel 20 van de bestaande tekst komt te vervallen. Het ‘uitsluiten voor een aantal marktdagen’ is in juridisch opzicht hetzelfde als het tijdelijk intrekken van een vergunning. De bevoegdheid tot intrekking van een vergunning (voor vaste standplaatsen en standwerkersplaatsen) is geregeld in artikel 15 van de nieuwe tekst. Zoals in de toelichting bij artikel 10 is uitgelegd, geldt voor dagplaatsen geen vergunningsplicht meer, zodat een bevoegdheid tot intrekking daarvan dus niet meer nodig is.

Bestaande tekst Artikel 21 Onmiddellijke verwijdering Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats.

Nieuwe tekst [bepaling komt te vervallen, daarom geen nieuwe tekst]

Toelichting Artikel 21 van de bestaande tekst vervalt. Dat betekent echter niet dat burgemeester en wethouders marktkooplieden niet meer kunnen gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich niet houden aan de regels. Deze bevoegdheid is namelijk een vorm van spoedbestuursdwang, zijnde het gelasten een illegale situatie -in geval van noodzaak daartoe- spoedig te beëindigen, bij gebreke waarvan deze van gemeentewege op kosten van de overtreder beëindigd wordt. In de artikelen 125 van de Gemeentewet, in samenhang gelezen met artikel 5:31 de Algemene wet bestuursrecht, zijn de voorwaarden opgenomen waaronder deze bevoegdheid toegepast mag worden. Uitvoering van deze bevoegdheid dient onder andere zo spoedig mogelijk alsnog als een last onder bestuursdwang schriftelijk vastgelegd te worden, zodat daartegen bezwaar aangetekend kan worden. Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 22 Toezichthouders

Nieuwe tekst Artikel 17 Toezichthouders

12

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester, zijn directe medewerkers, de bijzondere opsporingsambtenaren en de bij besluit van het college aangewezen personen.

De marktmeester en zijn directe medewerkers, alsmede de buitengewone opsporingsambtenaren en de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen zijn belast met het toezicht op de naleving van hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald.

Toelichting Het nieuwe artikel 17 bevat ten opzichte van de bestaande tekst van artikel 22 louter tekstuele wijzigingen, waarmee geen inhoudelijke wijzigingen beoogd zijn. Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 24 Overgangsbepalingen Artikel 18 Overgangsbepalingen 1. Besluiten van het college die genomen zijn op 1. Vergunningen of ontheffingen, die op grond van grond van de in artikel 23 ingetrokken Verordening de verordening bedoeld in artikel 19 zijn verleend, gelden als besluiten genomen krachtens deze gelden als vergunning of ontheffing op grond van verordening. deze verordening. Desalniettemin kunnen burgemeester en wethouders deze ambtshalve 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van vervangen door een vergunning of ontheffing op deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de ingetrokken Verordening is ingediend grond van deze verordening. Ambtshalve en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze vervanging kan gepaard gaan met een wijziging van verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, beperkingen en voorschriften. 2. Vergunningen voor het innemen van een vaste wordt daarop deze verordening toegepast.

standplaats die op grond van de verordening bedoeld in artikel 19 voor onbepaalde tijd zijn verleend, kunnen op grond van artikel 9 worden overgeschreven, met dien verstande dat bij een overschrijving de vergunning in afwijking van het bepaalde in artikel 9, vijfde lid, de geldingsduur van de vergunning maximaal 20 jaar bedraagt. 3. Voor vaste standplaatshouders die op de datum van de inwerkingtreding van deze verordening in het bezit zijn van een vergunning of aan wie niet een vergunning is verleend maar wel aantoonbaar minimaal 12 maanden voorafgaand aan die datum een vaste standplaats hebben ingenomen en hiervoor aantoonbaar marktgeld hebben betaald, geldt dat de maximale geldingsduur van 20 jaar niet van toepassing is, tenzij burgemeester en wethouders besluiten de vergunning overeenkomstig het eerste lid ambtshalve te vervangen door een vergunning of ontheffing op grond van deze verordening. Toelichting Uit de nieuwe tekst van artikel 18 blijkt dat de vergunningen (en ontheffingen) die voor de inwerkingtreding van deze verordening verleend zijn in beginsel gerespecteerd worden. Het gevolg hiervan is dat de degenen die nog beschikken over een vergunning voor het innemen van een vaste standplaats voor een onbepaalde tijd deze in beginsel behouden.

Dit geldt ook voor degenen die minimaal 12 maanden voor de inwerkingtreding van deze verordening een vaste standplaats innamen en daarvoor aantoonbaar marktgeld betaald hebben. Deze laatste categorie is belangrijk om te noemen omdat niet uit te sluiten is dat een huidige marktgeld betalende vaste standplaatshouder alleen beschikt 13

over een mondelinge toestemming om een plaats in te nemen. Bij een eventuele overschrijving van dergelijke vergunningen overeenkomstig artikel 9 zal echter wel een ‘omzetting’ naar een vergunning voor 20 jaar plaatsvinden. Artikel 19 komt als volgt te luiden: Bestaande tekst Artikel 23 Intrekking oude regeling De Verordening regelende de warenmarkten in de gemeente Barneveld, vastgesteld op 1 juli 2006, wordt ingetrokken.

Nieuwe tekst Artikel 19 Intrekking oude verordening De Warenmarktverordening gemeente Barneveld, vastgesteld op 28 februari 2012 en in werking getreden op 15 maart 2012, wordt ingetrokken.

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 25 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 15 maart 2012

Nieuwe tekst Artikel 20 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de dag waarop deze bekendgemaakt is.

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 26 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Warenmarktverordening gemeente Barneveld".

Nieuwe tekst Artikel 21 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Warenmarktverordening gemeente Barneveld.

Toelichting De nieuwe tekst van de artikelen 19, 20 en 21 behoeft geen toelichting.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=ae3011a6-d4cb-4921-a83a-f4f19e54a077