Verzoek tot interpellatie dossier De Groene Slinger en dossier langdurige afsluiting van de A30
Tekst van het document
Gemeente Barneveld T.a.v. de voorzitter van de gemeenteraad Raadhuisplein 2 3770 AB Barneveld Kopie aan: Gemeenteraad en College van Burgemeester en Wethouders Datum: 4 februari 2026 Betreft: Verzoek tot interpellatie Geachte voorzitter van de gemeenteraad, In de afgelopen periode is de gemeenteraad van Barneveld geconfronteerd met tekortschietende en onvoldoende proactieve communicatie van het college in meerdere dossiers. In het bijzonder betreft dit het dossier De Groene Slinger en het dossier rondom de langdurige afsluiting van de A30. Het gaat om twee afzonderlijke dossiers. In beide gevallen constateren onze fracties echter een overeenkomstig patroon, namelijk in de communicatie en handelwijze van de verantwoordelijk wethouder. Dit roept bij onze fracties serieuze vragen op over bestuurlijke verantwoordelijkheid, timing en normstelling. Daarom verzoeken de fracties van Burger Initiatief en de Barneveldse VVD om een interpellatie te kunnen houden tijdens de raadsvergadering van 4 februari 2026. Reden voor de interpellatie De fracties wensen via een interpellatie: • opheldering te verkrijgen over de tekortschietende communicatie van het college in het dossier De Groene Slinger; • opheldering te verkrijgen over het uitblijven van proactieve gemeentelijke communicatie in het dossier van de langdurige afsluiting van de A30.
Eventuele verslagen, schriftelijke correspondentie of overige communicatie (waaronder e-mails en tekstberichten) die relevant zijn voor deze interpellatie, ontvangen wij graag uiterlijk woensdag 4 februari om 12.00 uur. De volgende vragen zijn gericht aan het college, in het bijzonder aan de verantwoordelijk wethouder voor de dossiers De Groene Slinger en de langdurige afsluiting van de A30. I. De Groene Slinger Herkenning van verantwoordelijkheid 1. Klopt het dat Plaatselijk Belang Voorthuizen op 18 december 2025 formeel het vertrouwen in de wethouder heeft opgezegd? 2. Wanneer werd voor de wethouder duidelijk dat het proces rondom de Groene Slinger spaak begon te lopen. Wat heeft de wethouder daarna gedaan en wie heeft de wethouder hierover geïnformeerd? a. Kunt u deze tijdlijn vooraf aanleveren? 3. De Groene Slinger is een project waarin cocreatie van groot belang is. Deelt de wethouder de opvatting dat, wanneer in een dergelijk project het vertrouwen van de maatschappelijke organisatie in de samenwerking is verstoord, het primair aan de wethouder is om te werken aan herstel van dat vertrouwen? a. Zo ja, waarom is dit initiatief tussen 17 december 2025 en 20 januari 2026 niet genomen? b. Zo nee, welke bestuurlijke norm hanteert de wethouder in dergelijke situaties?
1
Feitelijk handelen 4. Welke concrete acties rondom het proces van de Groene Slinger zijn door of namens de wethouder ondernomen in de periode tussen 17 december 2025 en de commissievergadering van 20 januari 2026 richting: a. Plaatselijk Belang Voorthuizen; b. de gemeenteraad? 5. Indien geen acties zijn ondernomen: was dit een bewuste keuze of een omissie? Graag toelichting. 6. Welke concrete acties rondom het proces van de Groene Slinger zijn door of namens de wethouder ondernomen in de periode tussen de commissievergadering van 20 januari 2026 en de raadsvergadering van 4 februari 2026? Normstelling 7. De wethouder heeft tijdens de commissievergadering van 20 januari 2026 meerdere malen excuses aangeboden. a. Waarvoor precies zijn deze excuses aangeboden? b. Aan wie zijn deze excuses gericht? c. Acht de wethouder dat het aanbieden van excuses op dit moment in lijn is met de norm van tijdige en proactieve communicatie vanuit het college? Waarom wel of waarom niet? Timing van informatie 8. Hoe verklaart de wethouder dat deze informatie over de vervuiling van Park Molenveen pas op 19 januari 2026 met de raad is gedeeld, terwijl deze reeds op 6 januari 2026 bekend was bij de wethouder? II. Langdurige afsluiting A30 Herkenning van verantwoordelijkheid 9.
Klopt het dat de gemeente Barneveld op 18 juni 2025 op ambtelijk niveau betrokken is geweest bij de scope en mogelijke varianten van de onderhoudswerkzaamheden aan de A30? 10. Klopt dat de wethouder op 15 oktober 2025 is geïnformeerd middels een memo van Rijkswaterstaat over de onderhoudswerkzaamheden aan de A30? 11. Kan de wethouder uitleggen hoe het mogelijk is dat de gemeente Barneveld op 18 juni 2025 werd geïnformeerd over de scope en mogelijke varianten van de onderhoudswerkzaamheden aan de A30, terwijl de wethouder pas maanden later op de hoogte is gesteld? a. Hoe verklaart de wethouder dit? b. Wat is hier in die tussentijd precies op ambtelijk en bestuurlijk niveau gebeurd? 12. Deelt de wethouder de opvatting dat deze betrokkenheid aanleiding had moeten zijn om de raad eerder te informeren dan op 22 oktober 2025? a. Zo ja, waarom is dat niet gebeurd? b. Zo nee, waarom niet? Feitelijk handelen 13. In de Barneveldse Krant van 4 december 2025 wordt gesteld dat de gemeente een bijeenkomst met Rijkswaterstaat en de aannemer heeft georganiseerd, terwijl het ondernemerscollectief op 12 januari 2026 stelt dat de gemeente slechts is aangesloten bij een door hen georganiseerde bijeenkomst. a. Welke van deze lezingen is feitelijk juist? b. Welke bijeenkomsten zijn aantoonbaar door de gemeente geïnitieerd? 14.
Welke concrete communicatieve of fysieke maatregelen zijn door de wethouder genomen in de periode tussen 22 oktober 2025 en 2 februari 2026 om de impact van de afsluiting voor inwoners en ondernemers te beperken? 15. Zijn scholen, inwoners en ondernemers voorafgaand aan de afsluiting voorzien van een alternatief verkeers- of omleidingsplan? a. Zo ja, wanneer en op welke wijze? b. Zo nee, waarom niet?
2
III. Structurele communicatie Structureel karakter 16. Herkent de wethouder dat de gang van zaken in zowel het dossier de Groene Slinger als de langdurige afsluiting van de A30 past binnen een breder patroon van onvoldoende proactieve communicatie richting raad en de samenleving? Verbetering naar de toekomst 17. Welke concrete en toetsbare maatregelen gaat de wethouder nemen om de proactieve communicatie richting de raad en maatschappelijke organisaties structureel te verbeteren? 18. Op welke wijze en binnen welke termijn worden deze maatregelen met de raad gedeeld en geëvalueerd? 19. Welke concrete stappen worden gezet om co-creatie en tijdige betrokkenheid structureel te verankeren binnen de interne organisatie? Met vriendelijke groet, Namens de fracties van Burger Initiatief en de Barneveldse VVD, Judith van den Wildenberg Fractievoorzitter Burger Initiatief Jarne van Schaik Fractievoorzitter Barneveldse VVD
3