Vertrekpuntennotitie 1-2-21.pdf
Tekst van het document
2020 - 2021
VERTREKPUNTENNOTITIE
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
GEMEENTE BARNEVELD Paula Valkier Rene Huls Alfred Gijlers Martine Tekelenburg
Versie 30-12-2020 Vaststelling gemeenteraad op:
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD 2. Samenvatting.....................................................................5 3. Leeswijzer..........................................................................9 4. Aanleiding..........................................................................10 4.1 Omgevingswet.................................................................................. 10 4.2 Omgevingsvisie ................................................................................ 11 4.3 Omgevingsplan ................................................................................ 14 4.4 Programma’s..................................................................................... 15 4.5 Beleidscyclus ................................................................................... 15
5. Aanpak, huidige opgaven en vertrekpunten......................16 5.1.Visie op aanpak en resultaat............................................................. 16 5.2 Huidige ambities en opgaven voor de nieuwe Omgevingsvisie........ 17 5.3 Vertrekpunten voor het vervolg......................................................... 20
6. Proces op hoofdlijnen.......................................................30 6.1 Mijlpalen............................................................................................ 30 6.2 Projectstructuur................................................................................ 31 6.3 Financien........................................................................................... 32
7. Opdrachtbeschrijving bureau............................................33
2
“
VOORWOORD
Voor u ligt de Notitie ‘Vertrekpunten Omgevingsvisie Barneveld’. In deze notitie schetsen
wij voor u de aanpak om te komen tot een gemeentebrede Omgevingsvisie. Daarin leggen we onze visie vast, bepalen we vertrekpunten en maken we keuzes ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van onze leefomgeving. Deze aanpak is een vervolg op, en een verdere uitwerking van de eerder vastgestelde Startnotitie Omgevingsvisie uit 2017. We houden daarbij rekening met nieuwe opgaven, uitgangspunten en richtingen die er de afgelopen jaren bij zijn gekomen. Aanleiding is de inwerkingtreding van de Omgevingswet die nu gepland staat voor 1 januari 2022. Daarbij is de verwachting dat (o.a.) gemeenten in 2024 over een operationele Omgevingsvisie moeten beschikken en in 2029 over een actueel en operationeel Omgevingsplan, conform de systematiek van de nieuwe wet. De Omgevingsvisie is richtingevend voor het Omgevingsplan.
GARDEREN
ZWARTEBROEK
VOORTHUIZEN
STROE
TERSCHUUR
KOOTWIJKERBROEK BARNEVELD
DE GLIND
KOOTWIJK
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
4
Wethouder Bennie Wijnne: “de Omgevingsvisie geeft richting hoe de gemeente zich kan ontwikkelen in de toekomst. Het gaat dan om een diversiteit van thema’s zoals wonen, verkeer, veiligheid en gezondheid. En ook economie, energie en klimaatadaptatie krijgen een plek in de Omgevingsvisie. De visie maken we samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en medewerkers van overheden. De Gemeente Barneveld wil nu en in de toekomst een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving zijn om te wonen, werken en recreëren. De belangen en wensen van partners en inwoners willen we daar zo goed mogelijk in meenemen. We hebben op dat vlak meerdere opgaven en we zullen keuzes moeten maken. De uitdaging is om hierin een evenwicht te vinden”. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie beginnen we niet bij nul: er ligt al veel informatie, er is al veel beleid, er zijn op veel terreinen in het verleden ook keuzes gemaakt. We bouwen hierop verder en betrekken hierbij ook nieuwe ontwikkelingen die op ons afkomen. Die ontwikkelingen zijn er immers volop. We noemen bijvoorbeeld de verstedelijkingsopgaven vanuit de regio Amersfoort en Arnhem/Nijmegen/Foodvalley, waarin de gemeente Barneveld participeert. Barneveld heeft zelf een aanzienlijke autonome groeiopgave. Daarnaast is er nog de druk vanuit de Randstad . Bij de verstedelijksopgaven wordt nadrukkelijk ook naar Barneveld gekeken.
Dit vraagt om een visie op de rol die Barneveld hierin wil vervullen. In de Omgevingsvisie krijgt dit een plek. De regio’s wachten hier echter niet op. Vandaar dat we vooruitlopend op de Omgevingsvisie het komende half jaar de hoofdlijnen bepalen ten aanzien van de ontwikkelings- (en eventuele groei)opgaven, zodat duidelijk is waar Barneveld voor staat. De Omgevingsvisie is een nieuw instrument waar nog weinig ervaring mee is. Stap voor stap gaan we dit samen verder invullen. Van sectoraal naar integraal werken en meer ruimte geven aan initiatieven uit de samenleving vraagt een andere manier van werken. De eerste Omgevingsvisie voor Barneveld wordt daarom een groeimodel waarbij we aan de slag gaan met het integraal werken en meer ruimte geven aan de samenleving. Meer denken vanuit doelen, minder vanuit de regel. De Omgevingsvisie moet ons daarbij verder helpen.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
5
2. Samenvatting De verwachting is dat (o.a.) gemeenten in 2024 over een operationele Omgevingsvisie moeten beschikken. De Omgevingsvisie gaat aan de andere instrumenten van de Omgevingswet vooraf en legt daarvoor de beleidsmatige grondslag. De Omgevingsvisie is een nieuw instrument waar nog weinig ervaring mee is. Er is geen blauwdruk beschikbaar en de inhoud van de visie is vormvrij. Gekozen wordt om het proces stap voor stap verder in te vullen. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden of de Omgevingsvisie alleen over de hoofdlijnen gaat en een beperkte omvang kent of een complete uitwerking van het beleid in de Omgevingsvisie. Het eerste zorgt ervoor dat er vermoedelijk veel beleid in één of meer programma’s uitgewerkt gaat worden. In dat geval krijgt het college veel positie. En bij het tweede zal de gemeenteraad veel positie innemen. Hier zal de komende tijd een goed werkbare balans in gevonden moeten worden. We gaan dit proces niet in zonder te kijken naar het verleden. Ook toen zijn, met redenen omkleed, bepaalde keuzes gemaakt op thema of voor specifieke gebieden binnen de gemeente. We beginnen niet blanco aan het opstellen van de Omgevingsvisie, maar maken juist ook gebruik van de uitkomsten van de Strategische Visie, het Sociaal Beleidsplan ‘Mensen Voorop’, de huidige Structuurvisies, de gebiedsvisies en de dorpsvisies.
We zien dat als waardevolle input voor de Omgevingsvisie. HOOFDLIJNENNOTITIE Behalve terugkijken, kijken we ook om ons heen. Daar spelen de nodige ontwikkelingen die consequenties voor Barneveld hebben. Vooruitlopend daarop is echter wel actie gewenst om op goede wijze op deze externe ontwikkelingen in te kunnen spelen en het Barneveldse belang op een goede en democratisch gelegitimeerde wijze te waarborgen. Dit resulteert in een knip in de aanpak, waarbij een extra schakel komt tussen de Strategische Visie enerzijds en de nieuwe Omgevingsvisie anderzijds: de Hoofdlijnennotitie. Deze Hoofdlijnennotitie bevat de kaders op hoofdlijnen voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Barneveld. De focus ligt daarbij op de ontwikkelings- (en eventuele groei)opgaven die we voorzien. Daarvoor worden meerdere scenario’s uitgewerkt met wat de consequenties zijn voor Barneveld met als doel richting te kunnen geven. Ook deze uitkomsten vormen een bouwsteen voor de Omgevingsvisie, zet de contouren voor de Omgevingsvisie op bepaalde onderdelen al enigszins neer. We beginnen dus vanuit het bestaande beleid, de opgaven die er voor ons liggen en de scenario’s en kaderstellende uitspraken. Welke vertrekpunten we nog meer gaan hanteren kunt u in beknopte versie in deze samenvatting lezen. Per onderwerp staat het vertrekpunt weergegeven.
Voor de uitgebreide toelichting kunt u de overige hoofdstukken raadplegen.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
1. Vertrekpunt sturing gemeenteraad: Door middel van raadswerkgroepen wordt de gemeenteraad gevraagd voor input en daarnaast geïnformeerd over de voortgang. In aanvulling hierop worden inhoudelijke bijeenkomsten formeel georganiseerd met de gehele raad. 2. Vertrekpunt kaderstellend: Voorgesteld wordt om niet met een blanco vel te beginnen. Vooraf worden scenario’s en kaderstellende richtingen vastgesteld. Daarnaast worden de in de Strategische Visie Barneveld 2030 opgenomen ambities en de kernwaarden uit het beleidsplan Sociaal Domein ‘Mensen Voorop’ verder geconcretiseerd in de Omgevingsvisie. Tevens zijn er op een aantal terreinen ambities en keuzes gemaakt en liggen er een actuele nota’s en visies (o.a. Woonvisie). Het is niet de bedoeling om deze opnieuw ter discussie te stellen. 3. Vertrekpunt regionaal: • Binnen een half jaar de positie van Barneveld bepalen ten aanzien van de regionale verstedelijkingsopgave. Medio 2021 ligt een Hoofdlijnennotitie voor waarbij de raad richtinggevende uitspraken doet. Deze uitspraken worden uitgewerkt in de Omgevingsvisie. •
We willen een zelfbewuste speler zijn in de regionale samenwerking, zodat het meerwaarde zowel voor onszelf als voor de omgeving op kan leveren.
4. Vertrekpunt Strategische Visie versus Hoofdlijnennotitie: Bij de totstandkoming van de Hoofdlijnennotitie wordt nadrukkelijk ook gereflecteerd op de Strategische visie: wat waren de ambities, wat komt er op ons af, wat is nog bruikbaar en waar moeten we anders naar kijken. Die reflectie wordt in het kader van de Omgevingsvisie niet over gedaan. Met de Omgevingsvisie gaan we verder daar waar de Hoofdlijnennotitie ophoudt en maken we dus gebruik van wat in dat kader is opgehaald. 5. Vertrekpunt integraal en deregulering: Naast de thema’s uit de Strategische Visie is er een veelheid aan andere sectorale en thematische beleidsvisies en –nota’s die raakvlakken hebben met de Omgevingsvisie. Integraal werken en integraal beleid is een belangrijk uitgangspunt voor de Omgevingsvisie. In de Strategische Visie en Beleidsplan Sociaal Domein zijn hiervoor al eerste stappen gezet. De Omgevingsvisie is geen optelsom van de geldende beleidsvisies en –nota’s: er moet daarom integraal gekeken worden welke doelen we willen bereiken en welk beleid hiervoor benodigd is. In het proces om te komen tot een Omgevingsvisie willen wij ons daarom de vraag stellen welk beleid noodzakelijk is en welk beleid kan komen te vervallen, omdat dit bijvoorbeeld gedateerd is of niet meer past bij de rol van de gemeente in een netwerksamenleving.
6
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
7
6. Vertrekpunt gebiedswaarden: We nemen per te onderscheiden gebied in de visie in ieder geval een beschrijving van de gebiedswaarden en kwaliteiten op. Op basis daarvan wegen we af of en waar we willen beschermen dan wel ontwikkelen. We streven naar een uitnodigende visie die voldoende concreet aangeeft welke beweging we per gebied in Barneveld op lange termijn willen maken. 7. Vertrekpunt Structuurvisies: De huidige Structuurvisies evalueren en daaruit lering trekken voor de op te stellen Omgevingsvisie. 8. Vertrekpunt beleidskaders: We evalueren het bestaande beleid en ambities. Wat hebben we bereikt, wat werkt wel en wat niet? Is er samenhang tussen bestaande doelen? Bestaan er tegenstrijdigheden tussen doelstellingen? Deze evaluatie gebruiken we als input voor het bepalen van de doelen en opgaven in de nieuwe Omgevingsvisie. 9. Vertrekpunt milieueffectrapportage: Er is sprake van een reële kans op de plicht tot het voeren van een PlanMER-procedure. Bij het inrichten van het proces om te komen tot een nieuwe Omgevingsvisie houden we hiermee rekening. 10. Vertrekpunt Participatie en stakeholders: Kaderstellende richtingen te combineren met ruimte geven aan ideeën uit de samenleving. Dit door middel van thematische en gebiedsgerichte bijeenkomsten. Op basis van een stakeholdersanalyse richten we het participatieproces verder in. 11.
Vertrekpunt planhorizon: De Omgevingsvisie is een dynamisch beleidsdocument met een planhorizon tot 2040, maar met mogelijkheid voor tussentijdse actualisatie. Ontwikkelingen in de maatschappij gaan snel waardoor we niet altijd 10-15 jaar vooruit kunnen kijken. Het wordt een dynamisch beleidsdocument waarvan het de voorkeur heeft om de actualisaties aan te laten sluiten op andere besluitvormingscycli (college- & raadsperiode).
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
RESULTAAT OMGEVINGSVISIE Een gedragen integrale visie met duidelijke kaderstelling en heldere en zorgvuldige formulering van de doelen op de ontwikkeling van het grondgebeid van Barneveld op lange termijn, waarin belangen zijn afgewogen en de meest wenselijke ontwikkeling is verbeeld en verwoord.
8
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
3. Leeswijzer In deze notitie gaan we eerst wat dieper in op de achtergronden en doelstellingen van de Omgevingswet, voor zover deze van invloed zijn op de nog op te stellen Omgevingsvisie, en volgt de toelichting op de samenhang tussen de instrumenten (hoofdstuk 4). Daarna zoomen we in op de Strategische visie en Sociaal Beleidsplan ‘Mensen Voorop’ welke de basis vormen voor de Omgevingsvisie. Op de onderdelen waarop de Strategische Visie naar haar aard niet in heeft voorzien dan wel niet meer actueel is, moet een Hoofdlijnennotitie komen. Deze notitie zal met name focussen op de integrale afweging van de (groei) ambities en ontwikkelopgaven. Naast deze ambities en opgaven zijn er nog verschillende thema’s waarvoor gevraagd wordt een keuze te maken die leidend gaat zijn voor de verdere opzet van het proces om tot de Omgevingsvisie te komen, en de inhoud daarvan. Daar hebben we een aantal vertrekpunten voor opgesteld die richtinggevend zijn hoe we dit proces gaan opzetten (hoofdstuk 5). Naast deze vertrekpunten is de aanpak voor het vervolg (op hoofdlijnen) en de bijbehorende projectstructuur, budgetten en planning inzichtelijk gemaakt (hoofdstuk 6). Het document wordt afgesloten met een opdrachtbeschrijving aan een extern bureau (hoofdstuk 7). Het opstellen van de Omgevingsvisie zelf besteden we uit.
Dit bureau vragen wij ons te begeleiden en adviseren bij het uitwerken van de participatie en het opstellen van de Omgevingsvisie.
VERTREKPUNTNOTITIE
9
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
10
4. Aanleiding 4.1 Omgevingswet
In juni 2020 is bekend geworden dat de Omgevingswet in 2022 in werking gaat treden. Daarbij is aangegeven dat (o.a.) gemeenten in 2024 over een operationele Omgevingsvisie moeten beschikken en in 2029 over een actueel en operationeel Omgevingsplan, conform de systematiek van de nieuwe wet. De vertrekpunten van de Omgevingsvisie beschrijven we in dit document. De kapstok hiervoor is wel de Omgevingswet. Daarom is het goed om hier eerst nog even verder op in te gaan.
Barneveld
OMGEVINGSWET
De afgelopen jaren is er in Barneveld al veel tijd gestoken in de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk gaan we in op de achtergronden en doelstellingen van de wet, voor zover deze van invloed zijn op de nog op te stellen Omgevingsvisie – en de wijze waarop we daar in Barneveld mee willen omgaan. DOELEN VAN DE OMGEVINGSWET Met de Omgevingswet worden alle regelingen en wetgeving binnen het fysiek domein bijeengebracht onder een systeem. De wet heeft als doel om regelgeving inzichtelijker en voorspelbaarder te maken. Ook moet de Omgevingswet bijdragen aan snellere en betere besluitvorming over het fysiek domein. Al met al vraagt de wetswijziging om een geheel andere manier van werken. De Omgevingswet benoemt vier concrete verbeterdoelen: 1. Het vergroten van de inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht. 2. Een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. 3. Het vergroten van de (lokale) bestuurlijke afwegingsruimte om doelen voor de fysieke leefomgeving te realiseren. 4. Het versnellen en verbeteren van de besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
11
Vervolgens introduceert de Omgevingswet zes instrumenten: 1. De Omgevingsvisie, waarin de hoofdlijnen van het beleid op lange termijn voor de hele fysieke leefomgeving worden beschreven; 2. Het Omgevingsprogramma, dat gericht is op uitvoering van het in de Omgevingsvisie omschreven beleid en/of waarin maatregelen worden genomen met het oog op de doelen voor de fysieke leefomgeving; 3. Het Omgevingsplan, waarin de regels worden vastgelegd voor activiteiten en functies op locaties; 4. Vier algemene maatregelen van bestuur, die de bevoegdheden tussen overheden regelen, algemene toestemmingsregels en instructieregels bevatten voor overheden en burgers. 5. De Omgevingsvergunning, waarin toestemmingen voor activiteiten in de fysieke leefomgeving worden geregeld; 6. Het Projectbesluit voor grote infrastructurele projecten op Rijks, provinciaal of waterschapsniveau. Van deze zes hebben er twee een duidelijke relatie met de Omgevingsvisie: het Omgevingsprogramma en het Omgevingsplan. Later in dit hoofdstuk komen deze twee instrumenten meer uitgebreid aan de orde. PARTICIPATIE Een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet is participatie. Zowel van initiatiefnemers als overheden wordt veelal gevraagd de samenleving te betrekken bij ontwikkelingen en verantwoording af te leggen van het participatieproces.
‘IN DE GEEST VAN DE OMGEVINGSWET’ In de Omgevingswet krijgen gemeenten meer ruimte om eigen afwegingen te maken. Dat betekent dat elke gemeente voor zichzelf moet bepalen op welke wijze zij gebruik wil maken van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. De beleidsinhoudelijke grondslag daarvoor wordt gelegd in de Omgevingsvisie. De procesmatige grondslag, de manier van werken onder de Omgevingswet wordt gelegd in het Koersdocument Implementatie Omgevingswet. Daarin wordt vastgelegd hoe Barneveld bijvoorbeeld aankijkt tegen een samenhangende benadering van de leefomgeving, tegen meer of minder flexibiliteit en maatwerk en tegen de uitgangspunten voor participatie. Die “geest van de Omgevingswet” werkt vervolgens weer door in de aanpak van de Omgevingsvisie.
4.2 Omgevingsvisie De Omgevingsvisie is een integrale visie op de fysieke leefomgeving en de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Een Omgevingsvisie gaat onder meer in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer en cultureel erfgoed.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
12
Door in één overkoepelende, richtinggevende Omgevingsvisie op deze samenhang te sturen is het mogelijk om een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie wordt door de gemeenteraad vastgesteld en is alleen bindend voor de gemeente zelf, niet voor derden. De Omgevingswet stelt geen eisen aan de vorm van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie komt in de plaats van de twee huidige ruimtelijke structuurvisies (Structuurvisie Buitengebied Barneveld 2011 en Structuurvisie Kernen Barneveld 2022), maar gaat een bredere reikwijdte hebben omdat in de Omgevingsvisie het beleid voor de gehele fysieke leefomgeving wordt beschreven. Zo wordt in de Omgevingsvisie ook het beleid op het gebied van bijvoorbeeld milieu, cultureel erfgoed, gezondheid en de sociale aspecten van de fysieke leefomgeving vervat. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie moeten de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet in het oog worden gehouden. Deze doelen zijn in de Omgevingswet als volgt omschreven (artikel 1.3): “Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b.
doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” “DOELEN STAAN CENTRAAL” Een kenmerk van integraal werken onder de Omgevingswet is ook dat niet de regel voorop staat, maar het doel. In het Koersdocument is ook opgenomen dat we in Barneveld willen leren werken met doelen in plaats van regels. Het is dan wel belangrijk dat de kaders goed zijn geformuleerd. Daartoe dient de Omgevingsvisie, later al dan niet uitgewerkt in één of meer programma’s. Het centraal stellen van doelen en het daarmee vanuit de samenhang werken, is in feite geen vrijwillige keuze. De Omgevingswet brengt met zich mee dat elke afweging in het fysieke domein gemotiveerd moet kunnen worden vanuit de vertaling van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet naar de Barneveldse situatie. Niet alleen worden de doelen van de wet beschreven, maar ook wordt aangegeven dat deze doelen in hun onderlinge samenhang moeten worden afgewogen en gekozen. Dat vraagt om een manier van werken waarbij een open blik en samenwerken belangrijk zijn. Bij de formulering en uitwerking van de doelen moeten we dus werken vanuit brede thema’s, zoals “gezondheid”, “leefbaarheid”, “duurzaamheid” etc.
Om een integrale benadering te waarborgen, kan worden gekozen voor een gebiedsgerichte benadering, zoals “buitengebied”, “woonwijken”, etc., of zelfs voor een puur geografische verdeling. Een combinatie is ook goed denkbaar. Het is, zoals al aangegeven, noodzakelijk om ook het sociaal domein daar met grote regelmaat bij te betrekken. Temeer waar de doelen die daar
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
worden gesteld gevolgen kunnen hebben voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. En omgekeerd, is de inrichting van de fysieke leefomgeving van invloed zijn op de manier waarop mensen met elkaar samenleven. Die samenhang is in de afbeelding hieronder weergegeven.
De Omgevingsvisie gaat aan de andere instrumenten van de Omgevingswet vooraf en legt daarvoor de beleidsmatige grondslag. De verhouding tussen Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma: de eerste wordt door de raad vastgesteld, de tweede door het college. UITWERKING Wanneer de Omgevingsvisie echt alleen over de hoofdlijnen gaat en een beperkte omvang kent, wordt er vermoedelijk veel beleid in één of meer programma’s uitgewerkt. In dat geval krijgt het college veel positie. Andersom betekent een grotendeels complete uitwerking van het beleid al in de Omgevingsvisie dat de gemeenteraad veel positie inneemt. Hier zal
13
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
14
een goed werkbare balans gevonden moeten worden. Het werken met programma’s ligt temeer voor de hand nu het niet past bij het karakter van een Omgevingsvisie om daarin al het beleid volledig uit te werken. Bovendien is het gelet op het ontwikkelkarakter van de gemeente en het grote aantal beleidsvelden ook praktisch en feitelijk niet te doen om al het beleid in de Omgevingsvisie uit te werken. Vanuit het Koersdocument is daarom het voorstel om één Omgevingsvisie vast te stellen waarin de hoofdlijnen van het beleid op lange termijn zijn beschreven, waarbij wel alle voor Barneveld relevante thema’s worden beschreven en heldere ontwikkelrichtingen worden bepaald.
4.3 Omgevingsplan De Omgevingsvisie gaat ook richtinggevend zijn voor het Omgevingsplan. Deze staan dus niet los van elkaar net zo min als de programma’s los kunnen worden gezien. Dit instrument bevat meer dan alleen ruimtelijke regels, zoals het bestemmingsplan. De regels in het Omgevingsplan hebben betrekking op de hele fysieke leefomgeving: dus ook regels op het gebied van milieu, water, natuur, duurzaamheid, gezondheid, etc. Ook alle regels die nu verspreid in verordeningen staan, inclusief de APV, verhuizen naar het Omgevingsplan, voor zover deze regels betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Het Omgevingsplan ontleent zijn beleid aan de Omgevingsvisie en eventuele uitwerkingen daarvan uit de afzonderlijke programma’s. Het is noodzakelijk – meer dan voorheen – dat de doelen uit de Omgevingsvisie en mogelijk programma’s voldoende concreet zijn, om adequaat door te kunnen vertalen in de regels van het Omgevingsplan. Voor zover dat namelijk niet voldoende concreet zou zijn, wordt het moeilijk om de regels in het Omgevingsplan goed te kunnen motiveren vanuit het beleid c.q. de gestelde doelen voor de leefomgeving in Barneveld.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
15
4.4 Programma’s Zodra de Omgevingsvisie er is, wordt ook duidelijk of en welke programma’s de gemeente Barneveld wil maken ter uitwerking en uitvoering van de Omgevingsvisie. Er wordt een verschil gemaakt tussen verplichte en vrijwillige programma’s. Dat eerste is vermoedelijk voor Barneveld niet aan de orde (deze verplichting volgt uit de Europese richtlijn omgevingslawaai). Een programma is een pakket van beleidsvoornemens en maatregelen om omgevingswaarden of doelen in de fysieke leefomgeving te bereiken en te behouden. Programma’s behandelen één of meerdere onderdelen van de fysieke leefomgeving (thematisch programma) of een specifiek gebied (gebiedsprogramma). De thematische of gebiedsgerichte programma’s komen in de plaats van de huidige meer sectorale beleidsnotities. Volgens het Koersdocument zullen er één of meer Programma’s volgen waarin het beleid wordt uitgewerkt. De Omgevingsvisie stelt hierover heldere kaders en beschrijft ook de opdracht tot uitwerking in een programma. Daarnaast wordt de visie richtinggevend voor het Omgevingsplan, waarin de regels voor de leefomgeving worden opgenomen.
4.5 Beleidscyclus De Omgevingswet gaat uit van de hieronder weergegeven beleidscyclus. De ontwikkeling van het beleid vindt lokaal plaats in de Omgevingsvisie. De doorwerking of de uitwerking ervan in Omgevingsprogramma’s en, via de regels, in het Omgevingsplan. Geldende algemene regels en de Omgevingsvergunning zijn uitvoeringsinstrumenten. Het sluitstuk van de cyclus wordt gevormd door toezicht en handhaving en door monitoring en evaluatie. Op basis van de uitkomsten daarvan wordt bezien of het beleid moet worden bijgesteld en geactualiseerd. Aldus is de cyclus rond en begint deze weer van voren af aan. De organisatie zal hierop moeten zijn ingericht. Vooral het sluitstuk van de cyclus zal vermoedelijk extra aandacht vragen: toezicht en handhaving, alsmede monitoring en evaluatie. Verder kan dit alleen goed werken als het beleid goed ontsloten en toegankelijk is.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
16
5. Aanpak, huidige opgaven en vertrekpunten 5.1. Visie op aanpak en resultaat We gaan dit proces niet in zonder ook om te kijken naar het verleden. Ook toen zijn, met redenen omkleed, bepaalde keuzes gemaakt op thema of voor specifieke gebieden binnen de gemeente. We beginnen niet blanco aan het opstellen van de Omgevingsvisie, maar maken juist ook gebruik van de uitkomsten van de Strategische Visie, het Sociaal Beleidsplan ‘Mensen Voorop’, de huidige Structuurvisies, de gebiedsvisies en de dorpsvisies. We zien dat als waardevolle input voor de Omgevingsvisie. Behalve terugkijken, kijken we ook om ons heen. Daar spelen de nodige ontwikkelingen die consequenties voor gemeente Barneveld hebben. Met de komst van de Omgevingswet zijn ook Rijk en provincies bezig met hun Omgevingsvisie. Dat werkt door naar Barneveld met bijvoorbeeld de Regionale Energie Strategie (RES) en de verstedelijkingsopgaven die regionaal worden opgepakt. Dan zijn er nog de stikstofproblematiek en de landbouwtransitie. Binnen de Regio Foodvalley wordt daar met andere partners volop ingezet. Bovengenoemde opsomming is niet uitputtend, maar maakt wel duidelijk dat het noodzakelijk is een bij de tijdse visie daarop te hebben. De Omgevingsvisie moet daarin gaan voorzien.
Vooruitlopend daarop is echter wel actie gewenst om op goede wijze op deze externe ontwikkelingen in te kunnen spelen en het Barneveldse belang op een goede en democratisch gelegitimeerde wijze te waarborgen. Dit resulteert in een knip in de aanpak, waarbij een extra schakel komt tussen de Strategische Visie enerzijds en de nieuwe Omgevingsvisie anderzijds: de Hoofdlijnennotitie. Deze Hoofdlijnennotitie bevat de kaders op hoofdlijnen voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Barneveld. De focus ligt daarbij op de ontwikkelings- (en eventuele groei) opgaven die we voorzien. Daarvoor worden meerdere scenario’s uitgewerkt met wat de consequenties zijn voor Barneveld met als doel richting te kunnen geven. Ook deze uitkomsten vormen een bouwsteen voor de Omgevingsvisie, zet de contouren voor de Omgevingsvisie op bepaalde onderdelen al enigszins neer. Deze uitkomsten worden aan de samenleving voorgelegd en gevraagd daarop te reflecteren en die aan te vullen met de behoeften en wensen vanuit de samenleving. We beginnen dus vanuit het bestaande beleid, de opgaven die er voor ons liggen en de scenario’s en kaderstellende uitspraken. We zien het opstellen van de Omgevingsvisie als onderdeel van het traject van de Omgevingswet en we maken ook hier de keuze om aan te sluiten bij de relevante lopende beleidstrajecten en initiatieven.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
17
RESULTAAT OMGEVINGSVISIE: Een gedragen integrale visie met duidelijke kaderstelling en heldere en zorgvuldige formulering van de doelen op de ontwikkeling van het grondgebied van gemeente Barneveld op lange termijn, waarin belangen zijn afgewogen en de meest wenselijke ontwikkeling is verbeeld en verwoord.
DIGITAAL STELSEL We starten nu met het maken van een Omgevingsvisie vooruitlopend op de komst van Omgevingswet. De komende periode is de implementatie nog in ontwikkeling waardoor nog niet alle consequenties en vereisten van het nieuwe omgevingsrecht in beeld zijn. Verder zijn de standaarden voor het landelijke digitale stelsel (DSO) nog in ontwikkeling. Bij het maken van het document houden we wel rekening dat het document te zijner tijd gepubliceerd kan worden volgens de DSO geldende standaarden (STOP/TPOD).
5.2 Huidige ambities en opgaven voor de nieuwe Omgevingsvisie Zoals gezegd, starten we in het proces om te komen tot een Omgevingsvisie niet blanco. De gemeenteraad heeft in het verleden, ook meer recent nog, op verschillende terreinenen beleidsuitspraken gedaan. Een speciale positie daarin hebben de Strategische visie Barneveld 2030 en het Beleidsplan Sociaal Domein ‘Mensen Voorop’ . DE STRATEGISCHE VISIE BARNEVELD 2030 Op 28 september 2016 is de Strategische Visie Barneveld 2030 door de raad vastgesteld als integrale en overkoepelende toekomstvisie voor Barneveld. Hierin is op hoofdlijnen de koers voor Omgevingsvisie al bepaald. De Strategische visie vormt de basis voor de Omgevingsvisie en de kernambities (centrale keuzes) zijn leidend bij de verdere uitwerking. Samengevat zijn voor de Omgevingsvisie de volgende centrale keuzes van belang: Te werken vanuit het principe Zelf-samen-gemeente: iedereen is in eerste instantie verantwoordelijkheid voor zichzelf; daarna is er een rol voor de omgeving en maatschappelijke verbanden; de gemeente zorgt voor een vangnet; Aan te sluiten op burgerinitiatieven en nieuwe netwerken;
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
18
Een sterke partner te zijn in de Regio FoodValley; De groei naar 65.000 – 70.000 inwoners in 2040 te faciliteren, met daarbij passende werkgelegenheid en met behoud van leefbaarheid en eigen identiteit van de kernen; Meer variatie en flexibiliteit in woningen en voorzieningen te realiseren in wijken en dorpen; Een samenhangend en geïntegreerd digitaal platform te ontwikkelen voor het verzamelen en delen van informatie en diensten; Ons economisch te profileren met de agro-food en logistieke waardeketens en bijzondere aandacht te hebben voor groeisectoren zoals ICT; Te werken aan zowel een optimale externe bereikbaarheid van de gemeente als geheel als van de individuele woon- en werklocaties ten behoeve van een optimale mobiliteit; De kansen voor multimodaal transport van mensen en goederen goed te benutten en te faciliteren; Variatie te ontwikkelen in werklocaties: ruimte voor sectorale en thematische bundeling en voor slimme functiecombinaties; Het toeristisch potentieel en een aantrekkelijk landschap te versterken; Ruimte te bieden aan duurzame groei/ontwikkeling van de primaire agrarische sector in combinatie met passende nieuwe functies; Een energieneutrale en klimaatbestendige gemeente te worden; De circulaire economie en bio-based kringlopen leidende principes te laten zijn bij nieuwe ontwikkelingen; Sterk in te zetten op schone mobiliteit.
Deze centrale keuzes zijn uitgewerkt in een aantal koersen die verdeeld zijn over 7 verschillende thema’s. De koersen gelden als vastgesteld kader voor beleid en uitvoering. Vanwege nieuwe opgaven die op ons af komen (onder andere de verwachte verdere toename van de groei, de verstedelijkingsopgave, de landbouwtransitie naar kringlooplandbouw en het benoemen van doelen in hun onderlinge samenhang) is dit document op onderdelen niet actueel of voorziet niet in de integrale afweging die voor de Omgevingsvisie nodig is. Het biedt echter op een groot aantal onderdelen voldoende basis voor een meer uitgewerkte en concrete ruimtelijke vertaling naar de Omgevingsvisie en juist daaraan bestaat in Barneveld grote behoefte. INTEGRATIE MET SOCIAAL DOMEIN Het is, zoals al aangegeven, ook aan de orde om bij dit proces samen op te trekken met het sociaal domein. Het Beleidsplan Sociaal Domein “Mensen voorop” is een uitwerking van de koers en de opgaven voor het sociaal domein die in de Strategische Visie Barneveld 2030 zijn benoemd. Waar de Omgevingsvisie zich richt op de omgeving waarin mensen leven, richt
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
19
het Beleidsplan Sociaal Domein zich op de mensen zelf. De relatie tussen beide domeinen is in hoofdstuk 4 al treffend in beeld gebracht met de boom waarin de fysieke uitwerking (de stam en takken) letterlijk geworteld is in het sociale domein. Zo zullen de doelen die daar worden gesteld gevolgen hebben voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. En omgekeerd. Het Beleidsplan Sociaal Domein ‘Mensen Voorop’ geeft naast de Strategische Visie duidelijke richting mee voor de fysieke leefomgeving. Het benoemt de volgende kernwaarden als uitgangspunt: Kinderen groeien op in een rookvrije omgeving Voor iedereen zijn er - dichtbij en toegankelijk - aantrekkelijke plekken De leefomgeving is beweegvriendelijk en draagt bij aan een gezond gewicht Wonen en druk verkeer zijn gescheiden Functies (wonen, werken, voorzieningen) zijn goed gemengd, overlastgevende bedrijven staan op afstand Actief vervoer (lopen en fietsen) is in beleid, ontwerp en gebruik de standaard Tussen kernen zijn goede (e-)fietsverbindingen en OV-verbindingen Het binnenklimaat van gebouwen is prettig, veilig en gezond Minimaal één zijde (gevel) van een woning is aangenaam Er zijn voldoende betaalbare levensloopgeschikte woningen DE HOOFDLIJNENNOTITIE ALS VERBINDENDE SCHAKEL Op die onderdelen waarop de Strategische Visie te kort schiet dan wel niet actueel is, moet de Hoofdlijnennotitie dat gat vullen.
De notitie zal met name focussen op het onderdeel ontwikkelings- (en groei)opgaven. Landelijk is er sprake van een opgaaf tot 2030 van 845.000 woningen, die belegd moet gaan worden. Daarbij wordt ook nadrukkelijk gekeken naar de Foodvalley. Dat betekent dat er ook andere getallen in beeld komen, meer dan voorzien in de Strategische visie. Dit vraagstuk heeft ook een raakvlak met veel andere centrale keuzes zoals het voorzieningenaanbod, de werklocaties, de mobiliteit, de agrarische sector.
Vertrekpunt Hoofdlijnennotitie: Bij de totstandkoming van de Hoofdlijnennotitie wordt nadrukkelijk ook gereflecteerd op de Strategische visie: wat waren de ambities, wat komt er op ons af, wat is nog bruikbaar en waar moeten we anders naar kijken. Die reflectie wordt in het kader van de Omgevingsvisie niet over gedaan. Met de Omgevingsvisie gaan we verder daar waar de Hoofdlijnennotitie ophoudt en maken we dus gebruik van wat in dat kader is opgehaald.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
20
5.3 Vertrekpunten voor het vervolg Naast de opgaven uit de Strategische Visie en Sociaal Beleidsplan ‘Mensen Voorop’ zijn er nog verschillende beleidsterreinen waar ambities en opgaven zijn genoemd die voor Barneveld een ruimtelijk gevolg hebben. Hieronder in het kort een opsomming van deze beleidskaders welke in het proces zijn vertaling krijgt in de Omgevingsvisie. RIJK, PROVINCIE EN WATERSCHAP VALLEI EN VELUWE Voor een deel kunnen we als gemeente onze eigen koers bepalen. Voor een ander deel worden we geconfronteerd met beleid en regels van andere overheden, die onze beleidsvrijheid inperken. Belangrijke voorbeelden daarvan zijn de provinciale Omgevingsvisie en -verordening of sectorale regelgeving als de Wet Natuurbescherming (o.a. stikstof op Natura2000-gebieden). Bij het opstellen van de Visie dient eveneens rekening te worden gehouden met de volgende bouwstenen vanuit Rijk, Provincie en Waterschap:
Vertrekpunten bouwstenen: •
De Nationale Omgevingsvisie;
•
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland met de geactualiseerde Omgevingsverordening;
•
Blauwe Omgevingsvisie 2050.
REGIONAAL De Omgevingswet biedt gemeenten meer eigen afwegingsruimte. Dat betekent bijvoorbeeld meer mogelijkheden om te variëren in normen op het gebied van geluid, geur of andere waarden die we belangrijk vinden voor de kwaliteit van onze leefomgeving. Omdat daarmee de kans groter wordt dat er verschillen ontstaan in beleid tussen gemeenten, mag worden verwacht dat er ook meer regionaal afgestemd zal gaan worden. Maar ook andere doelen, ambities en opgaven kunnen soms alleen gerealiseerd worden in afstemming en samenwerking met omliggende gemeenten, de regio Foodvalley, de regio Amersfoort of nog andere netwerken. Denk aan onderwerpen als de energietransitie, mobiliteit, het sociaal domein of de woonopgave. Zoals in het Koersdocument is aangegeven, wordt in Barneveld heel verschillend aangekeken tegen het motief van regionale samenwerking. De bestuurlijke lijn is “lokaal wat kan, regionaal wat moet”. Een rode draad is verder dat we de opgave de aard van de samenwerking willen laten bepalen. Daarbij ligt onze basis in de regio FoodValley. In die samenwerking zit een element van wederkerigheid: we kijken niet alleen wat we uit de regio kunnen ophalen, maar ook wat we kunnen doen voor de regio.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
21
Barneveld heeft een aanzienlijke autonome groeiopgave. Daarnaast is er nog de druk vanuit de regio Amersfoort en vanuit het knooppunt Arnhem – Nijmegen. Bij de verstedelijksopgaven wordt nadrukkelijk ook naar Barneveld gekeken Dit vraagt om een visie op de positie van Barneveld in de regio en binnen dit krachtenveld. In de Omgevingsvisie kan dit een plek krijgen. Dat geldt niet alleen voor de verstedelijksopgave, maar ook voor zaken als de toekomst van het buitengebied en de agrarische sector. De binding aan de regio of de provincie biedt hierin ook kansen voor Barneveld. Een goede samenwerking helpt ons bij het realiseren van onze lokale doelen. Overigens wordt er binnen de Regio Foodvalley, maar ook in andere netwerken al veel samengewerkt op onderwerpen waarvoor de regionale aanpak zich beter leent dan de gemeentelijke aanpak. Zo wordt in regionaal verband gewerkt aan de verstedelijkingsopgaaf, de landbouwtransitie en wordt een regionale ruimtelijke verkenning gemaakt. Met de Omgevingsvisie zal hierop worden aangehaakt. Zoals eerder benoemd, is er een urgentie om op korte termijn de positie van Barneveld te bepalen ten aanzien van de genoemde verstedelijksopgave. Met de Hoofdlijnennotitie gaat daarin voorzien worden. De uitkomsten daarvan vormen input voor de Omgevingsvisie en worden voorgelegd aan de samenleving om hun wensen hierop aan te vullen. Vertrekpunt regionaal: •
Binnen een half jaar de positie van Barneveld bepalen ten aanzien van de regionale verstedelijkingsopgave. Medio 2021 ligt een Hoofdlijnennotitie voor waarbij de raad richtinggevende uitspraken doet. Deze uitspraken worden uitgewerkt in de Omgevingsvisie.
•
We willen een zelfbewuste speler zijn in de regionale samenwerking, zodat het meerwaarde zowel voor onszelf als voor de omgeving op kan leveren.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
22
STRUCTUURVISIES “KERNEN BARNEVELD 2022” EN “BUITENGEBIED BARNEVELD 2011” De beide structuurvisies bevatte onder andere de hoofdkeuzes en het ontwikkelingsperspectief van de gemeente Barneveld ten aanzien van de kernen en buitengebied. Conform de beleidscyclus worden de huidige structuurvisies geëvalueerd om hieruit lering te trekken voor de op te stellen Omgevingsvisie. Hoewel de Omgevingsvisie enigszins lijkt op de traditionele structuurvisie zijn er twee belangrijke verschillen. In de Omgevingsvisie worden meerdere sectorale visies samengebracht tot één integraal verhaal over de fysieke leefomgeving. Denk aan cultureel erfgoed, water, wonen, milieu, landschap, gezondheid, bodemkwaliteit, mobiliteit, economie en vestigingskwaliteit. Ook de hoofdlijnen van het beheer van de bestaande fysieke leefomgeving, de bescherming van onderdelen van de fysieke leefomgeving en van de voorgenomen ontwikkelingen maken deel uit van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie gaat de structuurvisies vervangen.
Vertrekpunt Structuurvisies: De huidige Structuurvisies evalueren en daaruit lering trekken voor de op te stellen Omgevingsvisie.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
23
OVERIGE BELEIDSKADERS De Omgevingswet vraagt ons de maatschappelijke opgaven integraal en samenhangend op te pakken. Naast de thema’s uit de Strategische Visie is er nog een veelheid aan andere sectorale en thematische beleidsvisies en –nota’s die raakvlakken hebben met de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is geen optelsom van de geldende beleidsvisies en – nota’s: er moet daarom gekeken worden welke doelen we willen bereiken en welk beleid hiervoor benodigd is. Bij het maken van de Omgevingsvisie is het noodzakelijk om te bepalen welke ambities/ koersen werkte en welke niet. Zijn er nieuwe keuzes nodig en is er samenhang te vinden tussen doelen van verschillende beleidsdocumenten. Waar liggen kansen of waar schuurt het? Het verbinden van bestaande doelen helpt om kansen en uitdagingen scherp te krijgen. Hieronder volgen enkele beleidskaders/documenten waaruit mogelijke doelen kunnen volgen die ruimtelijke gevolgen hebben en dus input kunnen worden voor de Omgevingsvisie (naast de Strategische Visie en Sociaal Beleidsplan). Woonvisie
Landschapsontwikkelingsplan de Gelderse Vallei
Visie Verblijfsrecreatie
Visie Toerisme en Recreatie
Gemeentelijk Rioleringsplan
Milieubeleidsplan
Verkeers- en Vervoersplan
Monumentenverordening
Dorpsvisies
Detailhandelsvisie
Watervisie Barneveld
Energievisie
Grondwaterbeleidsplan
Windvisie
Hemelwaterplan
Speelruimtebeleidsplan
Nota Horecabeleid
Groenstructuurplan, ed.
Vertrekpunt beleidskaders: We evalueren het bestaande beleid en ambities. Wat hebben we bereikt, wat werkt wel en wat niet? Is er samenhang tussen bestaande doelen? Bestaan er tegenstrijdigheden tussen doelstellingen? Deze evaluatie gebruiken we als input voor het bepalen van de doelen en opgaven in de nieuwe Omgevingsvisie.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
24
MILIEU- EFFECTRAPPORTAGE De scenario’s moeten zo goed als zeker de noodzakelijk m.e.r. – procedure (milieueffectrapportage) volgen. Hiermee wordt getoetst of het te nemen besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Indien op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de scenario’s die uit de Visie voortvloeien geen negatief significant effect teweegbrengen op nabij gelegen Natura2000-gebieden, bestaat er een PlanMER-plicht. Er is sprake van een reële kans op de plicht tot het voeren van een PlanMER-procedure.
Vertrekpunt milieueffectrapportage: Er is sprake van een reële kans op de plicht tot het voeren van een PlanMERprocedure. Bij het inrichten van het proces om te komen tot een nieuwe Omgevingsvisie houden we hiermee rekening.
BESTUURLIJK PROCES EN STURING In de Strategische Visie is opgenomen dat we inzetten op het uitbouwen van de netwerksamenleving, waarin gemeente en samenleving op basis van gelijkwaardigheid samenwerken en eigen verantwoordelijkheid nemen (‘Zelf-Samen-Gemeente’). Er komt meer ruimte voor (initiatief uit) de samenleving. De Omgevingswet vraagt hier ook om. Dit vraagt van ons een andere manier van werken en besluiten nemen dan dat wij gewend zijn. De Omgevingsvisie is een nieuw instrument waar nog weinig ervaring mee is. Er is geen blauwdruk beschikbaar en de inhoud van de visie is vormvrij. Gekozen wordt daarom om het proces stap voor stap verder in te vullen. Van sectoraal naar integraal werken en meer ruimte geven aan initiatieven uit de samenleving vraagt een andere manier van werken. De eerste Omgevingsvisie voor gemeente Barneveld wordt daarom een groeimodel waarbij we aan de slag gaan met het integraal werken en meer ruimte geven aan de samenleving. De basis van de Omgevingsvisie gaat bestaan uit hoofdlijnen van het beleid op lange termijn, waarbij wel alle voor Barneveld relevante thema’s worden beschreven en heldere ontwikkelrichtingen worden bepaald. Zodat dit werkelijk vraagt om op een andere manier te gaan werken. Bovendien geeft een goede kaderstelling de gemeenteraad het comfort om meer te kunnen loslaten.
Leren denken in doelen in plaats van regels en leren werken met open normen in plaats van gesloten normen is een ontdekkingstocht. De ervaringen van Centrumvisie Barneveld worden voor het opstellen van de Omgevingsvisie ook gebruikt.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
25
Op welke wijze wil de raad betrokken worden bij de totstandkoming Omgevingsvisie? Op verschillende momenten worden tijdens het proces keuzes gemaakt en besluiten voorgelegd aan de raad. Zie daarvoor ook de aanpak en planning verderop in dit document. Per gebied en/of opgave gaan we leren wat wel en niet werkt. Er zijn verschillende mogelijkheden om deze bijeenkomsten vorm te geven: •
Reguliere voortgang gaat via de raadswerkgroep;
•
Aan te vullen met enkele inhoudelijke bijeenkomsten met de gehele raad;
•
Aparte bijeenkomsten in het kader van de participatie, waarbij de raad als toehoorder is uitgenodigd.
Vertrekpunt sturing gemeenteraad: Door middel van raadswerkgroepen wordt de gemeenteraad gevraagd voor input en daarnaast geïnformeerd over de voortgang. In aanvulling hierop worden inhoudelijke bijeenkomsten formeel georganiseerd met de gehele raad.
PARTICIPATIE EN COMMUNICATIE Hoe willen we plan- en beleidsvorming met de samenleving doen? De Omgevingswet schrijft niet voor hoe de participatie met de stakeholders plaats moeten vinden. Wel moet er in de Omgevingsvisie staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. En wat de resultaten daarvan zijn. Deze motiveringsplicht is geregeld in artikel 10.7 van het Omgevingsbesluit. Wij mogen zelf bepalen hoe we daar invulling aan geven. Participatie in twee rondes We organiseren twee rondes participatie. De eerste ronde bestaat uit het voorleggen van de scenario’s en kaderstellende uitspraken van de raad. De samenleving wordt gevraagd daarop te reflecteren en die aan te vullen met de behoeften en wensen vanuit de samenleving. Daarnaast bestaat de ronde uit een aantal thematische en gebiedsgerichte bijeenkomsten. Samen met de overige bronnen verwerken we deze inbreng in de “potloodschets”; het Toekomstbeeld van Barneveld. Tijdens de tweede ronde willen we deze schets voorleggen en nodigen de samenleving uit ons daarop feedback te geven.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
Vertrekpunt Participatie en stakeholders: Kaderstellende richtingen te combineren met ruimte geven aan ideeën uit de samenleving. Dit door middel van thematische en gebiedsgerichte bijeenkomsten. Op basis van een stakeholdersanalyse richten we het participatieproces verder in.
De inzet van interactieve online kanalen kunnen we gebruiken om de diverse stakeholders te bereiken. Daarbij nemen we de online ervaringen mee vanuit het project Omgevingsvisie Barneveld-centrum (Buurbook) en andere projecten zoals de grondstoffenstrategie (Webinargeek). Daarnaast leent de Omgevingsvisie zich ook om met nieuwe vormen van democratie te experimenteren (bijvoorbeeld burgerraad, dorpsgesprek). Voor een goede samenwerking tussen gemeenten en initiatiefnemers in toekomstige projecten, is hiernaast een heldere participatieaanpak gemeentebreed nodig. Hiervoor wordt in 2020 een participatiebeleid en participatieverordening opgesteld. Dit valt niet binnen de scope van dit project maar is als apart project opgepakt binnen de werkgroep burgerparticipatie.
26
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
27
Samen gebiedsgericht en themagericht in gesprek Dé uitdaging wordt om partijen te enthousiasmeren en inbreng te leveren. Het abstractieniveau spreekt niet iedereen aan (minder concreet dan uitvoeringprogramma’s en het toekomstige Omgevingsplan). De Omgevingsvisie is echter concreter dan de Strategische Visie. Hierbij ligt ook de opgave om een verbinding te leggen met verschillende initiatieven uit de samenleving, waaronder de dorpsvisies. De verwachting is dat er daardoor in dit traject meer animo is voor participatie omdat we gebiedsgericht en themagericht in gesprek gaan. REIKWIJDTE Willen we een open proces of willen we aan de voorkant kaders stellen? Een goede kaderstelling geeft de gemeenteraad het comfort om meer te kunnen loslaten. Bij de voorbereiding op het Koersdocument is vanuit de raad aangegeven dat zij dit pad op willen, maar ook dat dit moeilijk is. Leren denken in doelen in plaats van regels en leren werken met open normen in plaats van gesloten normen is een ontdekkingstocht. Vanuit de voorbereiding ontstaat daarmee het beeld dat gemeente Barneveld het niet van het ene op het andere moment helemaal anders wil doen, maar geleidelijk het pad wil bewandelen naar meer loslaten. Onderweg ontdekken we dan wat werkt en wat niet werkt. Het uiteindelijke doel blijft wel duidelijk voor ogen en dat is gebruik maken van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt.
Vertrekpunt kaderstellend: Voorgesteld wordt om niet met een blanco vel te beginnen. Vooraf worden scenario’s en kaderstellende richtingen vastgesteld. Daarnaast worden de in de Strategische Visie Barneveld 2030 opgenomen ambities en de kernwaarden uit het beleidsplan Sociaal Domein ‘Mensen Voorop’ verder geconcretiseerd in de Omgevingsvisie. Tevens zijn er op een aantal terreinen ambities en keuzes gemaakt en liggen er een actuele nota’s en visies (o.a. Woonvisie). Het is niet de bedoeling om deze opnieuw ter discussie te stellen.
Willen we integraler en uitnodigender gaan werken? De mate waarin we willen bewegen naar integraler werken, loslaten en maatwerk per gebied zal gaan verschillen. Soms moet de nadruk liggen op vasthouden, namelijk daar waar we het behouden van de kwaliteit van de leefomgeving voorop stellen. Voor het overige is het mogelijk om de nadruk meer te leggen op loslaten en uit te nodigen, vooral daar waar we ruimte willen bieden voor ontwikkelingen. Vanuit het Koersdocument is aangegeven dat integraliteit nodig is en dat afwegen belangrijker is dan het afvinken van toetsingscriteria.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
28
Vertrekpunt integraal en deregulering: Naast de thema’s uit de Strategische Visie is er een veelheid aan andere sectorale en thematische beleidsvisies en –nota’s die raakvlakken hebben met de Omgevingsvisie. Integraal werken en integraal beleid is een belangrijk uitgangspunt voor de Omgevingsvisie. In de Strategische Visie en Beleidsplan Sociaal Domein “Mensen Voorop” zijn hiervoor al eerste stappen gezet. De Omgevingsvisie is geen optelsom van de geldende beleidsvisies en –nota’s: er moet daarom integraal gekeken worden welke doelen we willen bereiken en welk beleid hiervoor benodigd is. In het proces om te komen tot een Omgevingsvisie willen wij ons daarom de vraag stellen welk beleid noodzakelijk is en welk beleid kan komen te vervallen, omdat dit bijvoorbeeld gedateerd is of niet meer past bij de rol van de gemeente in een netwerksamenleving.
BELEIDSCYCLUS EN PLANHORIZON Wordt de omgevingsvisie een continu proces of een beleidsvisie voor 5 à 10 jaar? De Omgevingsvisie is een nieuw, vormvrij en dynamisch document zodat bij nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen de Omgevingsvisie kan wijzigen. De gemeenteraad kan zelf een redelijke frequentie voor actualisatie kiezen. Wij stellen voor dit in ieder geval eens per 4 jaar te doen en daarmee aansluitend op een raadsperiode. Verder moet de vraag worden beantwoord hoever we willen dat de Omgevingsvisie vooruit kijkt. De Omgevingsvisie is echt voor de hoofdlijnen van het beleid op lange termijn. Je kunt daarbij 10 jaar wel als een minimum zien. Maar er zijn ook opgaven waarvan de horizon verder weg ligt. Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie. Die loopt tot 2050. In de praktijk kan de planhorizon per opgave variëren. Maar we stellen voor als algemeen ijkpunt voor de planhorizon het jaar 2040 te nemen.
Vertrekpunt planhorizon: De Omgevingsvisie is een dynamisch beleidsdocument met een planhorizon tot 2040, maar met mogelijkheid voor tussentijdse actualisatie. Ontwikkelingen in de maatschappij gaan snel waardoor we niet altijd 10-15 jaar vooruit kunnen kijken. Het wordt een dynamisch beleidsdocument waarvan het de voorkeur heeft om de actualisaties aan te laten sluiten op andere besluitvormingscycli (college- & raadsperiode).
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
29
GEBIEDSWAARDEN EN KWALITEITEN Omgevingsvisie als afwegingskader voor omgevingsplan, hoe concreet wordt de visie? Naast een integrale visie op het fysieke domein is het van belang dat de Omgevingsvisie voldoende houvast biedt voor het Omgevingsplan. Het is noodzakelijk – meer dan voorheen – dat het beleid voldoende concreet is, om adequaat door te kunnen vertalen in de regels van het Omgevingsplan. De Omgevingswet biedt afwegingsruimte voor afwijkingen van wettelijke standaardwaarden voor bijvoorbeeld geur en geluid. De vraag is of en in hoeverre wij daarvan gebruik willen blijven maken van lokaal maatwerk, zoals dat tot nog toe gebeurt (bijvoorbeeld in de Geurvisie). Daarbij zal ook de vraag beantwoord moeten worden of en waar we met concrete omgevingswaarden willen werken. In de Omgevingsvisie zullen hierover keuzes moeten worden gemaakt en uitgangspunten worden opgenomen.
Vertrekpunt gebiedswaarden: We nemen per te onderscheiden gebied in de visie in ieder geval een beschrijving van de gebiedswaarden en kwaliteiten op. Op basis daarvan wegen we af of en waar we willen beschermen dan wel ontwikkelen. We streven naar een uitnodigende visie die voldoende concreet aangeeft welke beweging we per gebied in Barneveld op lange termijn willen maken.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
30
6. Proces op hoofdlijnen 6.1 Mijlpalen In dit hoofdstuk beschrijven we op hoofdlijnen de aanpak voor het maken van de Omgevingsvisie. Na het vaststellen van deze notitie werken we het plan van aanpak verder uit, vooral waar het betreft de voorbereidingen voor de communicatie en de participatie. Na de zomervakantie van 2021 kan dan worden gestart met het feitelijke proces. Vooralsnog is de formele vaststellingsprocedure voorzien vanaf het 1e kwartaal van 2023. De lange aanloop is mede een gevolg van de zo goed als zeker noodzakelijk m.e.r. – procedure (milieueffectrapportage). In het werkproces gaan we uit van de volgende mijlpalen: 1. Opstellen Notitie Vertrekpunten Omgevingsvisie inclusief proces op hoofdlijnen en opdrachtbeschrijving bureau (nov t/m feb 21); 2. Tussentijds input ophalen bij de raad over Notitie Vertrekpunten Omgevingsvisie en procesontwerp (jan 21); 3. Themabijeenkomst met de raad over de ontwikkeling van Barneveld (mrt 21); 4. Vaststellen Notitie Vertrekpunten Omgevingsvisie (mrt 21); 5. Gunning bureau (mrt/ april 21) 6. Uitwerken Plan van Aanpak inclusief Communicatie- en participatieplan (jan/ april 21) 7. Hoofdlijnennotitie inclusief scenario’s laten vaststellen door de raad (mei 21). 8. Eerste participatieronde inclusief kaderstellende notitie en scenario’s voorleggen aan de samenleving (Q3 2021); 9.
Opstellen ‘potloodschets’ (beeld van de toekomst) (Q3 t/m Q1 2022); 10. Opstellen milieueffectrapportage (Q2 en Q3 2022); 11. Tweede participatieronde (Q3/ Q4 2022); 12. Vaststellen Ontwerp Omgevingsvisie (Q1/ Q2 2023) 13. Inbedden beleidscyclus (Q4 2023) Om de Omgevingsvisie op te stellen hebben we de hulp van een extern bureau nodig. Via een inkoopprocedure zal deze worden geworven. Na gunning werken we het proces voor de mijlpalen 8 t/m 13 samen met het bureau verder uit. Naar verwachting is het per 31 december 2024 verplicht om een Omgevingsvisie voor het gehele grondgebied van Barneveld vastgesteld te hebben.
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
31
6.2 Projectstructuur Organisatorisch wordt gekozen voor een model zonder uitgebreide structuren, waarin we snel kunnen schakelen en waarin we de juiste verbanden kunnen leggen. Er is een Visieteam gevormd dat bestaat uit de projectleider, strategisch omgevingsadviseur, adviseur wonen, adviseur economische zaken, projectleider Omgevingsvisie Centrum, communicatieadviseur en junior projectleider. In dit Visieteam vindt de wekelijkse voorbereiding op de totstandkoming van de Omgevingsvisie plaats en worden de verschillende documenten voorbereid. Naast het Visieteam functioneert er een stuurgroep met de naam Voorbereidingsgroep. In de voorbereidingsgroep zitten de beide betrokken portefeuillehouders, de directeur Ruimtelijke Ontwikkeling (die tevens de ambtelijke opdrachtgever is), de afdelingshoofden Ruimtelijke Ontwikkeling en Bestuur & Dienstverlening, alsmede de projectleider Omgevingswet. Daarnaast neemt de projectleider Omgevingsvisie aan het overleg deel als de agenda dat vereist. De voorbereidingsgroep bepaalt de hoofdlijnen en de kwaliteit van het implementatieproces, stelt vast of documenten voldragen zijn voor besluitvorming door college en raad en kan dienen als escalatiestap indien dat nodig mocht zijn. PROJECTSTRUCTUUR OMGEVINGSVISIE
SOCIAAL DOMEIN
RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
VOOR-
BEREIDINGS-
KERNTEAM OMGEVINGSWET
BESTUUR & DIENSTVERLENING
GROEP
PROJECTLEIDER OMGEVINGSVISIE
JUNIOR PROJECTLEIDER
VISIE TEAM
STRATEGISCH OMGEVINGSADVISEUR
ADVISEUR WONEN
COMMUNICATIEADVISEUR
PROJECTLEIDER OMGEVINGSVISIE CENTRUM
ADVISEUR ECONOMISCHE ZAKEN
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
Door het Visieteam wordt expertise vanuit de vakafdelingen opgehaald en aangestuurd. De dagelijkse leiding is in handen van de projectleider. Zij onderhoudt ook de contacten met het college en de gemeenteraad (griffie). De projectleider werkt ook nauw samen met de medewerker communicatie. Naast het opstellen van een Omgevingsvisie wordt er ook een communicatie- en participatieplan opgesteld voor de interne en externe communicatie over de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Deze volgt zodra deze Notitie is vastgesteld.
6.3 Financien Vanuit de Programmabegroting 2020 is voor het opstellen van de Omgevingsvisie een budget beschikbaar van € 100.000,--, in de vorm van een beleidstoevoeging. Dit budget was oorspronkelijk bedoeld voor een update van de Strategische Visie. Er is voorgesteld dit budget in te zetten om te kunnen starten met het opstellen van de Omgevingsvisie. De volgende activiteiten worden gedekt vanuit de genoemde beleidstoevoeging: (Voorbereiding) communicatie en participatie (opstellen communicatie- en participatieplan, ondersteuning extern, organiseren bijeenkomsten, publiciteit, website, rapporten/drukwerk: € 50.000,1ste deel opdracht extern bureau voor het opstellen van de Omgevingsvisie: € 50.000,-
Een bedrag van € 100.000,- is niet voldoende voor het opstellen van de Omgevingsvisie. In het Koersdocument Implementatie Omgevingswet is een financiële paragraaf opgenomen. Daarin worden alle kosten voor de implementatie van de Omgevingswet opnieuw geraamd, waaronder de resterende kosten voor het maken van de Omgevingsvisie. Nadat de gemeenteraad het Koersdocument heeft vastgesteld, zullen de gevolgen daarvan worden verwerkt in de programmabegroting.
32
Barneveld
OMGEVINGSVISIE
VERTREKPUNTNOTITIE
33
7. Opdrachtbeschrijving bureau Het opstellen van de Omgevingsvisie zelf besteden we uit aan een extern bureau. Dit bureau vragen we ons te begeleiden, adviseren, uitwerken van de participatie en opstellen van de Omgevingsvisie. Het analyseren en evalueren van het huidige beleid naast het aanleveren van de inhoud blijft geborgd in de organisatie. De opdracht hiervoor luidt als volgt: De Omgevingsvisie bevat het beleid op hoofdlijnen voor lange termijn, met een heldere ontwikkelrichting voor de toekomst. Alle voor Barneveld relevante thema’s die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving worden daarin beschreven. Het bureau levert naast het inhoudelijke product (rapport/digitaal bestand) ook een belangrijke bijdrage aan het communicatie-en participatieproces. Onderdeel van de Omgevingsvisie is een uitvoeringsparagraaf op te stellen. Hierin wordt waar aan de orde tevens aangegeven hoe de gemeenteraad de doelen tot uitvoering wil gaan brengen door middel van één of meer Omgevingsprogramma’s. Verder maakt onderdeel van de opdracht uit dat de Omgevingsvisie moet worden opgesteld in een voor het DSO geschikt format (STOP/TPOD standaard). De onderstaande (streef)planning geeft enig inzicht in het tijdpad van deze aanbesteding en welke fasen daarvan deel uit maken. Deze planning is indicatief.