Veluweweg XVIII_Toelichting
Tekst van het document
Veluweweg XVIII
(maart 2024) bestemmingsplan Plannr. 1787
Veluweweg XVIII
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen
6 6 6
Hoofdstuk 3
8
PLANBESCHRIJVING
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente
12 12 12 13 15 16 17
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Ontplofbare oorlogsresten 5.14 Veiligheid en gezondheid 5.15 Verkeer 5.16 Water
25 25 25 27 29 30 31 33 33 33 34 35 36 36 37 38 38
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving
39 39 42
Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Kostenverhaal en zekerstellingen
44 44
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen
45 45 46 46 46
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Tekening bestaande situatie
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
2
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
Veluweweg XVIII
Bijlage 4
AERIUS - bouwfase
Bijlage 5
AERIUS - gebruiksfase
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
3
Veluweweg XVIII
4
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
Veluweweg XVIII
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor de locatie Veluweweg 15 in Kootwijkerbroek is een verzoek ingediend om een extra woning met bijgebouw (ten oosten van de bestaande woning op nummer 15) te realiseren.
Afbeelding ligging locatie (met rood is de locatie aangegeven) De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
5
Veluweweg XVIII
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Veluweweg 15 in de kern Kootwijkerbroek. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door nieuwbouw aan de Broekhof. Aan de oostzijde vormt Veluweweg 17 en de Drieënhuizerweg de grens van het plangebied. De grens aan de zuidzijde wordt gevormd door de Veluweweg. Aan de westzijde ligt woonbebouwing (Veluweweg 13). Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.
Afbeelding ligging locatie plangebied
2.2
Geldende bestemmingen
2.2.1
Bestemmingsplan
Het plangebied, kadastraal bekend gemeente Garderen, sectie G, nummers 3592 en 4482, ligt in het bestemmingsplan "Kootwijkerbroek-Stroe" en heeft de bestemming 'Tuin' en 'Wonen - 1' (met een bouwvlak, voor de bestaande vrijstaande woning). Realisatie van een extra woning is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. Het bestemmingsplan laat binnen de bestemmingen 'Tuin' en 'Wonen - 1' namelijk de gevraagde woning niet toe. Hiervoor ontbreekt een bouwvlak. Tevens geldt voor het perceel het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie". Het perceel heeft hierin de bestemming 'Waarde - archeologie 1' (gedeeltelijk) en 'Waarde - archeologie 2' (gedeeltelijk)'. Hiermee is de dubbelbestemming uit het bestemmingsplan "Kootwijkerbroek-Stroe" komen te vervallen.
6
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
Veluweweg XVIII
Afbeelding uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Buitengebied 2012" In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. 2.2.2
Voorbereidingsbesluit
Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor het voorliggende plan.
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
7
Veluweweg XVIII
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
Bestaande situatie Op dit moment is er één woning in het plangebied aanwezig, met een aantal bijgebouwen. Zie onderstaande afbeelding. In de huidige situatie zijn er de nodige bijgebouwen in het plangebied aanwezig.
Afbeelding bestaande situatie (luchtfoto 2023)
8
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
Veluweweg XVIII
Afbeelding tekening huidige situatie Gewenste situatie De bijgebouwen op het perceel zullen worden verminderd (slopen) en dit wordt dan getransformeerd naar een extra schuurwoning. De schuur die gesloopt wordt heeft een oppervlakte van circa 144 m2 en de te verwijderen overkapping een oppervlakte van circa 51,5 m2. Het betreft de gebouwen E en F op de tekening die als bijlage 1 bij de toelichting is gevoegd (en hierboven is afgebeeld). Op de plek van de schuur ten oosten van de bestaande woning Veluweweg 15 is namelijk verzocht een nieuwe woning te realiseren. Er zijn in de nieuwe situatie twee bouwvlakken met een woonbestemming: één voor de bestaande woning op het perceel Veluweweg 15 en één voor de nieuwe op te richten woning, ten oosten van de bestaande woning. Parkeren zal in de nieuwe situatie op eigen terrein plaatsvinden. De ontsluiting van de bestaande woning en de nieuwe woning zal plaatsvinden vinden via de bestaande uitrit. Er komt een fruitboomgaard (in het oosten van het plangebied) en er komen beukenhagen bij.
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
9
Veluweweg XVIII
Afbeelding gewenste nieuwe situatie Stedenbouw Stedenbouwkundig is de ontwikkeling aanvaardbaar. Het perceel is dermate groot dat twee woningen in de setting van een oude hoeve hier mogelijk is. De nieuwe woning (huidige schuur) moet als een nieuwe schuurwoning in ongeveer dezelfde bouwmassa en architectuur terugkomen. Het oude centrale erf en de bijgaande uitrit dienen ook niet te wijzigen, behalve dat er voldoende parkeerplaatsen moeten komen en het erf op de oude wijze gezamenlijk voor beide woningen ontsloten wordt. Om de boerenschuur te wijzigen naar een woning dient een deel van de huidige hoofdwoning te wijzigen in een bijgebouw (het oude deel). Alle bebouwing op het perceel is goed in beeld gebracht, zie hiervoor bijlage 1 van de toelichting. De huidige setting is ruimtelijk acceptabel, maar het maximum aan bijbehorende bouwwerken is bereikt (ook vergunningsvrij). Er mag niet meer bebouwing bij komen. Daarom wordt het bouwvlak strak om de woningen gelegd, en zal er een specifieke aanduiding voor de bouwwerken die buiten het bouwvlak zijn gelegen gaan komen zodat er geen extra bijgebouwen/aanbouwen dan nu aanwezig en aangegeven op de tekening komen.
Daarnaast zal op de bestemming 'Tuin' (achterzijde) een specifieke aanduiding ('specifieke bouwaanduiding - bijbehorend bouwwerk uitgesloten') komen te liggen, waarmee wordt geregeld dat bij die aanduiding geen bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan en dat die gronden met die aanduiding niet zijn aan te merken als achtererfgebied, zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Ook komt daar de aanduiding 'groen', zodat er ook geen verharding gerealiseerd mag 10
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
Veluweweg XVIII worden. Aan de voorzijde van de nieuwe woning mag geen bijgebouw komen: op deze locatie is aan de voorzijde de woonkamer gewenst, geen garage. Eventueel kan aan de zijgevel op het westen een smalle garage aangebouwd worden met een knik in het dak. De kavel is dermate klein dat het bouwvlak zeer strak om de woning is gelegd. Verkeer Parkeren dient op eigen terrein te geschieden conform de gemeentelijke Nota Parkeernormen. Per woning dienen drie parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd. Deze drie parkeerplaatsen moeten goed en onafhankelijk van elkaar te bereiken zijn en moeten worden ingetekend op een inrichtingstekening. Op de inrichtingstekening (zie bijlage 2 van de regels) zijn in totaal 6 parkeerplaatsen weergegeven. Dit is in lijn met de Nota parkeernormen (2020). Ook de breedtematen van de parkeerplaatsen zijn akkoord. Bovendien is de manoeuvreerruimte op het eigen terrein voldoende. De in-/uitrit blijft onveranderd. Landschap Vanuit landschappelijk oogpunt is het van belang dat de nieuwe woning een duidelijke voor- en achtertuin moet hebben, met daaromheen een groene erfafscheiding door middel van haaggoed. De bestaande bomen worden behouden. Dat is positief. Daarnaast wordt de achtertuin voorzien van een nieuwe fruitboomgaard. Er is een beplantingsplan opgesteld. Vanuit landschappelijk oogpunt is het plan passend in de omgeving.
Er komt een haag als groene erfafscheiding en er wordt een fruitboomgaard toegevoegd. Voor de bestaande woning staat een boom. Het toevoegen van een boom bij de nieuwe woning is niet aan de orde, omdat dat niet toekomstbestendig zal zijn. Het inrichtingsplan wat betreft de landschappelijke inpassing is door de gemeentelijke landschapsdeskundige akkoord bevonden. Met het opnemen van een voorwaardelijke verplichting wordt de realisatie en instandhouding van een groene inrichting gewaarborgd. De voorwaardelijke verplichting ziet overigens ook op: de aanleg van de parkeerplaatsen en infiltratiekratten. Concluderend Concluderend kan hier - gelet op het voorgaande alsmede hetgeen in hoofdstuk 4 t/m 8 van de toelichting is aangegeven - gesteld worden dat het ruimtelijk aanvaardbaar is om een woning in te breiden ten oosten van de bestaande woning Veluweweg 15 in Kootwijkerbroek.
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
11
Veluweweg XVIII
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.
4.2
Rijk
4.2.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking Het beoogde plan is een kleinschalig plan dat voorziet in woningbouw op een inbreidingslocatie. Het is in lijn met de prioriteiten. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.2.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.2.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn 12
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
Veluweweg XVIII verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want het plan voorziet in minder dan 11 woningen.
4.3
Provincie
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die 1 januari 2024 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.3.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerking in plangebied Dit plan voorziet in kleinschalige woningbouw. Er wordt landschappelijk ingepast. Het plan is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
13
Veluweweg XVIII
4.3.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 9: Regels Water en Milieu (intrekgebied) Eerst wat betreft glastuinbouw: het bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw. Dan wat betreft water en milieu: het plangebied maakt deel uit van 'intrekgebieden'. Een intrekgebied is een beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn. In de Omgevingsverordening is bepaald dat het verboden is in een intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie. In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde.
Vanuit deze kaarten behorend bij de Omgevingsverordening volgen geen specifieke aanduidingen die relevant zijn voor het plan. Wonen In de verordening is een instructieregel opgenomen over de doorwerking regionale woonagenda. Op grond van het bepaalde in artikel 2.2 van de Omgevingsverordening maakt een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door gedeputeerde staten vastgestelde woonagenda. Onderhavig plan past hierbinnen. In paragraaf 4.6.7 van de toelichting is dit nader uiteengezet. Klimaatadaptatie In artikel 2.65b van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.
waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.
Veranderende klimaatomstandigheden dwingen ons ertoe maatschappelijk aandacht te besteden aan de gevolgen ervan. Door tijdig maatregelen te nemen kunnen wateroverlast, overlast van hitte en aantasting van natuur wellicht in redelijke mate worden voorkomen. Waterveiligheid: de waterveiligheid in het plangebied is goed geborgd. Het perceel is gelegen in een landelijk gebied op de Veluwe met een hoogte van circa 15,92 meter boven NAP. Hierdoor zal er weinig/tot geen kans op overstromingen zijn. In het gebied is dit ook een hoger gelegen deel waardoor het water ook verder wegzakt richting lager gelegen delen in de omgeving van het gebied. Het hoogste punt in de regio ligt bij Apeldoorn, de verwachting is dat bij grote extreme waterval er geen risico’s wat betreft waterveiligheid waargenomen zullen worden. Wateroverlast: wateroverlast kan in vier subcategorieën worden onderverdeeld, namelijk: Waterberging: qua waterberging is er rekening gehouden met de normen die de gemeente Barneveld stelt voor waterberging bij nieuwe ontwikkelingen. Daarbij is het principe dat er voor enkel m2 verharding 30 mm waterberging op eigen terrein wordt gerealiseerd. Afwatering: de afwatering gebeurt veelal natuurlijk. De verharding wordt oppervlakkig afgevoerd naar het 14
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
Veluweweg XVIII aanliggende maaiveld waarbij het natuurlijk infiltreert. Enkel de bebouwing zal aangesloten worden op een HWA-stelsel, waar het vervolgens naar een waterberging(eigen terrein) wordt geloodst. Waterdiepte: de nieuwe gebouwen zullen hoog genoeg liggen ten opzichte van de gemiddelde hoogte van het aangrenzende maaiveld. Hierdoor zal er geen schade aan gebouwen optreden bij extreme regen of overstromingen. Waterneutraal: de ontwikkeling is waterneutraal. Er is minder verhard oppervlak aanwezig in de nieuwe situatie ten opzichte van de bestaande situatie. Hemelwater wordt zoveel als mogelijk op eigen perceel vastgehouden en in de bodem gebracht. Droogte: soms kan er sprake zijn van (extreme) droogte. Hierbij dient schade aan bebouwing, wegen en groen voorkomen te worden. Voor wat betreft het groen dient het water zoveel als mogelijk op eigen perceel vastgehouden te worden en in de bodem gebracht, dit met het oog op toenemende droogte op hogere zandgronden. Doordat de verharding afneemt en een toename van groen is kan het water beter de grond inzakken. De hoogteligging zal niet toenemen, waardoor dit geen nadelige effecten heeft. De gebouwen en wegen zijn droogtebestendig door de nieuwbouw en kwaliteit hiervan. Hitte: doordat er sprake is van een landelijk gebied is er minder sprake van hittestress.
Volgens de hittestresskaart is er op het perceel nagenoeg geen sprake van extra stedelijk hitte-eiland effect. Doordat er in het voorgenomen plan sprake is van verminderd verhardingsoppervlak en de toename van bomen/groen wordt het plan gezien als een positieve ontwikkeling. Doorwerking in plangebied De regels inzake Glastuinbouw en Water en Milieu vormen geen belemmering voor dit plan. Ook wordt voldaan aan de instructieregels. Het plan is in overeenstemming met de verordening.
4.4
Regio
4.4.1
Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe
Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.
Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, "Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
15
Veluweweg XVIII Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120. In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het RAP zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
4.5
Waterschap
4.5.1
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.5.2
Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.
Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van het BOP zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
16
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
Veluweweg XVIII
4.6
Gemeente
4.6.1
Structuurvisie Buitengebied Barneveld
De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De vastgestelde versie is gepubliceerd op 29 december 2011 (Staatscourant, nr. 23938). De gemeente Barneveld heeft op 28 september 2016 de Strategische Visie Barneveld 2030 vastgesteld. De Strategische Visie geeft aan welke doelen het gemeentebestuur nastreeft voor de periode tot 2030. Daaraan voorafgaand heeft de raad in januari 2009 de Structuurvisie 2009 vastgesteld waarin de stedelijke ontwikkelingen voor de komende 10 jaar zijn weergegeven. Mede op basis van de Strategische Visie is de Structuurvisie 2009 geactualiseerd door de vaststelling van de Structuurvisie Kernen 2022. De Structuurvisie Buitengebied is het derde en laatste onderdeel van deze beleidstrilogie. In de op 21 september 2011 vastgestelde Structuurvisie Buitengebied wordt specifiek ingegaan op onderwerpen als landbouw, recreatie en landschap in de periode tot 2020. De twee structuurvisies vullen elkaar hierbij inhoudelijk aan. De strategische visie geeft aan wat de overkoepelende doelen zijn. Met deze Structuurvisie Buitengebied biedt de gemeente Barneveld ruimte voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon - en leefmilieu.
Ontwikkelingen in de landbouw en bij recreatieve bedrijven zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap en woon- en leefomgeving. Deze omgevingskwaliteiten zijn ook de belangrijkste vestigingsfactoren voor het buitengebied. Initiatieven beoordeelt de gemeente daarom mede op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon en leefmilieu, verkeer en natuur. Dit moet leiden tot een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat op die manier wordt ingericht is een aangename plek om te werken en te recreëren. De structuurvisie beoogt daarbij ontwikkelingsruimte te bieden aan goede initiatieven en wil een basis zijn voor samenwerking om die te realiseren. Bovenstaande aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast worden deelgebieden onderscheiden met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie (zie bijlage 8 van de Structuurvisie). Per deelgebied en zone is een ontwikkelingsrichting met kwaliteitsbeeld beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum) eisen zijn kaderstellend voor het bestemmingsplan.
In dit geval ligt de locatie Veluweweg 15 in de Structuurvisie Buitengebied Barneveld in bebouwd gebied. Zie onderstaande afbeelding.
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
17
Veluweweg XVIII
Afbeelding uitsnede van de Structuurvisie Buitengebied Barneveld (in geel omcirkeld de locatie) Het ingekomen verzoek is in overeenstemming met deze structuurvisie. 4.6.2
Structuurvisie Kernen Barneveld 2022
De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Uit de kaart behorende bij de structuurvisie blijkt dat de planlocatie niet in bestaand bebouwd gebied ligt
18
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
Veluweweg XVIII
Het plan is in de Structuurvisie Kernen Barneveld 2022 nog gelegen buiten het bebouwde gebied. Er heeft functieverandering plaatsgevonden op de percelen in de omgeving (bestemmingsplannen "Drieënhuizerweg IV' en "Drieënhuizerweg V"). Hierdoor is Veluweweg ruimtelijk gezien gelegen binnen de bebouwde kom en kan het plan dat nu voorligt als een inbreidingslocatie aangemerkt worden. Het plan betreft een inbreidingslocatie. Onder inbreiding wordt verstaan: intensiveren: de ruimte wordt intensiever benut; combineren: de ruimte wordt voor verschillende functies ingericht en gebruikt; revitaliseren: het opknappen en/of opnieuw inrichten van verouderde woongebieden of bedrijventerreinen. De gemeente zal de komende jaren blijven werken aan inbreidingslocaties. Dit is een voortzetting van het huidige beleid. Bij inbreiding gaat aandacht uit naar het realiseren van woningen voor ouderen. Het bouwen op inbreidingslocaties is van belang voor een kwalitatieve ontwikkeling van de kernen. Door de groeiende bevolking kan woningbouw een motor zijn achter lastige herstructureringen. In de tweede plaats liggen meerdere inbreidingslocaties gunstig ten opzichte van voorzieningen, waarmee door woningbouw een belangrijke doelgroep kan worden bediend. Tenslotte kan de herinvulling van inbreidingslocaties bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid van de dorpse structuur.
De ruimtelijke mogelijkheden voor woningbouw en voorzieningen in bestaand bebouwd gebied (inbreiding) zullen optimaal worden benut. Het ingekomen verzoek is in overeenstemming met deze structuurvisie. 4.6.3
Ruimtelijke visie Kootwijkerbroek
Het plangebied Veluweweg 15 is gelegen in de Ruimtelijke visie Kootwijkerbroek (bijlage 1 van de toelichting van het bestemmingsplan "Kootwijkerbroek-Stroe". In de ruimtelijke visie Kootwijkerbroek is onder meer aangegeven dat nu de nadruk ligt op inbreiding voor uitbreiding. Onder bepaalde voorwaarden kunnen inbreidingslocaties mogelijk zijn, zowel op de locaties die tot de kern of tot het buitengebied worden gerekend.
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
19
Veluweweg XVIII
In dit geval gaat het om een inbreiding van een locatie die inmiddels tot de kern gerekend kan worden. 4.6.4
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG).
Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Sinds 1 april 2021 worden geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. De nieuwe woning zal worden voorzien van een warmtepomp om aardgasvrij te kunnen werken. Dit is ook nodig om te voldoen aan de bijna energie neutrale (BENG) eis (omdat deze niet meer op een aardgasleiding mag worden aangesloten). Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen.
De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Op de nieuwe woning zullen PV-panelen worden toegepast. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. In dit geval zal voor de nieuw woning gekeken worden naar gezonde en duurzame materialen. Dit zal verwerkt worden in de MPG-rapportage die volgens de minimale eisen van het Bouwbesluit (/opvolger onder de Omgevingswet: Besluit bouwwerken leefomgeving, Bbl) zullen voldoen. De materialen welke toegepast worden zullen bestaan uit duurzame materialen. Laadpalen 20
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
Veluweweg XVIII
Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Om de woning toekomstbestendig te maken komt er een eigen stroompunt om eventuele elektrische auto’s te kunnen laden. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Duurzaamheid staat bij dit plan hoog in het vaandel en dit wordt doorgetrokken naar het buitenterrein. Dit wordt mogelijk gemaakt door zo min mogelijk verhard terrein te realiseren. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg.
We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.16). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. In dit geval wordt voor platte daken later onderzocht of het mogelijk is om dit uit te voeren in een sedumdak. Dit om opwarming op te gaan en het hemelwater op een natuurlijke manier op te kunnen vangen. Hemelwater wordt geïnfiltreerd op eigen terrein. Doorwerking Gelet op het voorgaande wordt in dit plan rekening gehouden met duurzaamheid.
Zo komen er onder meer PV-panelen, een warmtepomp wordt toegepast en er komt een eigen stroompunt om eventuele elektrische auto's te kunnen laden. Daarnaast blijkt dat ook het buitenterrein zo min mogelijk verhard terrein zal worden. 4.6.5
Groenstructuurplan Barneveld (2011)
De doelstelling van het Groenstructuurplan Barneveld (2011) is het beschrijven van de lange termijn visie ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen van de gemeente Barneveld om de groenstructuren in en de herkenbaarheid van de kernen te behouden, ontwikkelen en versterken. Om de gewenste groenstructuur te realiseren worden in het groenstructuurplan een aantal verbetervoorstellen gedaan.
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
21
Veluweweg XVIII
Afbeelding gewenste groenstructuur Kootwijkerbroek Voor de kern Kootwijkerbroek is in het Groenstructuurplan over de Veluweweg het volgende aangegeven: "De weg heeft een groen karakter aan de oostzijde van de kern. Nabij de Nederlands Hervormde kerk staan volwassen bomen, tegenover de kerk staat een rij jonge eiken, de begraafplaats en tot slot het bos naast de kerk bepalen het groene karakter aan de oostzijde van de Veluweweg. Ten westen van de begraafplaats is de Veluweweg onbeplant en heeft deze een stenig karakter." Doorwerking in plangebied De groene invulling van het plangebied blijft behouden, het wordt zelfs versterkt hier (vanwege een nieuwe fruitboomgaard en haaggoed dat wordt toegevoegd). Het groenstructuurplan vormt geen belemmering voor het plan. 4.6.6
Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.
Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 22
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
Veluweweg XVIII
4.6.7 Woonvisie Barneveld 2021-2025en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. In deze visie is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen. In verband met de grote woningbouwopgaven in Nederland is in de Woondeal met het Rijk voor Barneveld tot en met 2030 een programma van circa 5.400 woningen overeengekomen. Daarmee komt de programmering op gemiddeld 600 woningen per jaar. In oktober 2022 zijn de prijsklassen aangepast naar de huidige marktomstandigheden. Dit betekent dat gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 260.000 en sociale koop hoog van € 260.000 tot € 320.000), 20% middeldure woningen (midden dure huur tot € 1.080,- (prijspeil 2023) en koop van € 320.000 tot € 390.000 (prijspeil jan. 2024) en tot de actuele NHG grens van € 435.000,-, prijspeil 2024) en 30% duurdere woningen vanaf de NHG-grens en 10% vrij in te delen.
In regio FoodValley zijn in verband met deze Woondeal onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2022 t/m 2030 zo'n 5.400 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, FoodValley, waarbij er in de periode 2020-2040 in FoodValley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zou dit een opgave van tenminste 8.000 woningen tot 2040 betekenen. Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van de voortgangsrapportage woningbouw wordt halfjaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden).
Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2023 t/m 2027 is een programma van gemiddeld bruto 740 woningen per jaar voorzien. Dit is ruim 120% ten opzichte van de gewenste uitbreiding met zo'n 600 woningen per jaar. Rekening houdend met planuitval, vertraging en dergelijke en het gegeven dat in 2022 minder dan 300 woningen zijn opgeleverd, wordt deze 120% programmering als wenselijk beschouwd. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2022 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en middendure huurwoningen.
In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (25 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (15 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening.
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
23
Veluweweg XVIII
Doorwerking in plangebied Op verschillende locaties in de kern Kootwijkerbroek worden de komende jaren woningbouwontwikkelingen gerealiseerd. Er wordt met dit plan voldaan aan de Woonvisie.
24
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
Veluweweg XVIII
Hoofdstuk 5 5.1
RANDVOORWAARDEN
Bodem
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Zie bijlage 2 van de toelichting van dit plan voor dit uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. Dit rapport is door de bodemspecialist van de Omgevingsdienst de Vallei (OddV) beoordeeld en akkoord bevonden. Hieronder is de beoordeling van deze bodemspecialist opgenomen. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is op een juiste wijze uitgevoerd en geeft een globaal beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Het plangebied valt binnen de contour van de onderzoekslocatie. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de zintuiglijk schone boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters zijn aangetoond.
Het grondwater bevat een licht verhoogde concentratie aan xylenen. Zintuigelijk is op het maaiveld en in de opgeboorde grond geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. De onderzoeksresultaten geven verder geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek of -sanering en zijn voldoende voor de voorgenomen bestemmingsplanherziening van de locatie. Ondanks dat het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de geldende protocollen/richtlijnen betreft het een steekproefsgewijze benadering van de bodemkwaliteit. Bij de voorgenomen herontwikkeling en de daarbij behorende sloop- en grondroerende werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het plaatselijk aantreffen van onvoorziene bodemverontreiniging. Aan-/afvoer van grond, bouwstoffen et cetera naar/van de onderzoekslocatie dient te voldoen aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit en het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Conclusie Op basis van het voorgaande zijn er geen bezwaren tegen de voorgenomen bestemmingsplanherziening en nieuwbouw op de locatie.
5.2
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving.
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
25
Veluweweg XVIII
5.2.1 5.2.1.1
Archeologie Archeologie lage en middelhoge verwachting
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een lage en een middelhoge archeologische verwachting geldt.
Afbeelding uitsnede van de archeologische waarden- en verwachtingenkaart De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 besloten dat voor de zone met een middelhoge archeologische verwachting archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 2.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 28 september 2010 eveneens besloten dat voor de zone met een lage archeologische verwachtingswaarde archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (ahn.nl) lijkt de lichte verhoging in het landschap eerder samen te hangen met de bestaande schuren en verharding rondom. De verwachting kan daarom worden bijgesteld naar laag. Er zijn geen argumenten die archeologisch onderzoek rechtvaardigen (vondsten en/of historische bebouwing). Archeologisch onderzoek is dus niet noodzakelijk. Wel is voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen, toegepast bij een ondergrondse bouwdiepte van 0,3 m, in gebieden met een lage verwachtingswaarde.
Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht.
26
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
Veluweweg XVIII
5.2.2
Historischestedenbouwkundige waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarden. Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. In het plangebied en omgeving zijn geen monumenten aanwezig. Dit bestemmingsplan is niet strijdig met historische stedenbouwkundige waarden. 5.2.3
Cultuurlandschappelijke waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat wordt aangeduid met waarde 2 (regelmatig ingedeelde broeken, in 1850 met akkers en bewoning). De nieuwbouw is niet strijdig met de cultuurlandschappelijke waarde. Dit bestemmingsplan is niet strijdig met deze waardering. Conclusie Culthuurhistorie vormt geen belemmering voor uitvoering van dit plan.
5.3
Ecologie
De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang. 5.3.1 5.3.1.1
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming
Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Stikstof Het plangebied ligt niet in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied (zie hiervoor kaart 5 Themakaart Natuur- en landschapsbeleid van de provinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelderland). Voor zowel de bouwfase (tijdens de bouw, sloop en aanleg) als voor de gebruiksfase zijn de stikstofemissies beoordeeld. Er zijn voor de locatie AERIUS-berekeningen uitgevoerd van de aangevraagde situatie (zie bijlage 4 van de toelichting voor de bouwfase en bijlage 5 van de toelichting voor de gebruiksfase).
Conclusie van het rapport/de uitgevoerde berekeningen is dat er geen effect is met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn voor het plan.
"Veluweweg XVIII" (vastgesteld)
27
Veluweweg XVIII
5.3.1.2
Soortenbescherming
Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is de locatie in 2021 bezocht door een flora- en faunacontroleur. Er is op het perceel een steenuilenkast aanwezig (onder de overkapping op het perceel, dat gesloopt gaat worden met dit plan). Geconstateerd is dat er geen (steen)uil onder de overkapping van de te slopen schuur aanwezig is. Door een deskundige moet gecontroleerd worden of de steenuilennestkast in gebruik is (of is geweest, in het broedseizoen, en dan ook naar andere soorten binnen de invloedssfeer). Er is daarom in 2023 nogmaals gekeken of er een uil huisde onder de overkapping. Er is in september 2023 contact geweest met de coördinator van de Steenuilenwerkgroep IVN Barneveld. Na dat contact is er een week later een bezoek gebracht door een deskundige en is wederom geconstateerd dat er geen uil onder de overkapping is aangetroffen.
Er zijn geen beschermde inheemse diersoorten aanwezig die leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming wanneer uitvoering wordt gegeven aan het voorliggende plan. Soortenbescherming staat zodoende de uitvoering van het plan niet in de weg. In het kader van biodiversiteit en natuurinclusief bouwen wordt overigens wel een nestkast voor een steenuil, een nestvoorziening van een huismus alsmede een fruitboomgaard en een haag aangeplant. Dit bevordert en draagt bij aan een verbetering van de biodiversiteit. Algemene zorgplicht Voor de uitvoering van werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht. Alle broedende vogels, hun broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd tijdens de broedperiode. Het verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit en dient buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden. Verstorende werkzaamheden dienen niet tijdens de broedperiode (grofweg maart - augustus) uitgevoerd te worden, tenzij geconstateerd is dat er geen vogelbroedgeval aanwezig is. Een ieder is verplicht om voldoende zorg in acht te nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 5.3.1.3
Houtopstanden
De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bossen en beplanting in Nederland te behouden. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van een oppervlakte van tien are of meer of een bomenrij die twintig (of meer) bomen omvat. Voor het kappen of rooien van een houtopstand geldt een meld- en herplantplicht wanneer de houtopstand buiten de vastgestelde bebouwde kom ligt. De Wet natuurbescherming beschermt geen houtopstanden binnen de bebouwde kom. Een herplantplicht in het kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. De locatie ligt binnen de bebouwde kom. Geconcludeerd kan worden dat de Wet natuurbescherming uitvoering van dit plan niet in de weg staat. 5.3.2