Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012_Regels
Tekst van het document
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
(juli 2024) bestemmingsplan Plannr. 1777
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
4 4
Hoofdstuk 2 Artikel 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Agrarisch Wonen
5 5 5
Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Algemene regels Schakelbepaling partiële herziening Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels
6 6 6 6
Hoofdstuk 4 Artikel 7 Artikel 8
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
8 8 8
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Inrichtingsplan Tekening bij inrichtingsplan Te slopen bebouwing Veenburgerweg 12/12a Verkennend bodemonderzoek Veenburgerweg 12/12a Zwartebroek Aanvullend bodemonderzoek Veenburgerweg 12/12a Zwartebroek
9 10 40 42 44 141
2
"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Regels
"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
3
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In dit plan wordt verstaan onder: 1.1
plan
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012 met identificatienummer NL.IMRO.0203.1777-0002 van de gemeente Barneveld; 1.2
bestemmingsplan "Buitengebied 2012"
het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" met identificatienummer NL.IMRO.0203.1056-0004, vastgesteld door de gemeenteraad van Barneveld d.d. 28 mei 2013, en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad;
4
"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 2 Artikel 2
Bestemmingsregels
Agrarisch
De regels van artikel 3 van de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" worden niet herzien.
Artikel 3
Wonen
De regels van artikel 20 van de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" worden niet herzien.
"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
5
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 3
Algemene regels
In dit plan wordt verstaan onder:
Artikel 4 4.1
Schakelbepaling partiële herziening
van toepassing verklaring
Op deze partiële herziening zijn van toepassing de regels en verbeelding welke deel uitmaken van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012", met dien verstande dat de verbeelding en regels worden herzien op de wijze zoals aangegeven in de artikelen 4.2 en 4.3. 4.2
herziening verbeelding
De verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" wordt herzien, zoals weergegeven op de verbeelding van deze partiële herziening, in die zin dat ter plaatse van de Veenburgerweg 12/12a: a. het agrarische bouwvlak en de functieaanduiding 'intensieve veehouderij' komen te vervallen; b. drie bestemmingsvlakken 'Wonen' worden toegevoegd ten behoeve van de bestaande woning en twee nog te realiseren woningen, waar ter plaatse de bestemming 'Agrarisch' vervalt; c. twee bouwvlakken worden toegevoegd voor de nog te realiseren woningen; d. de maatvoeringsaanduiding 'maximum volume (402 m3)' wordt toegevoegd aan deze twee nieuwe bouwvlakken; e. de aanduiding 'specifieke vorm van bos - onderhoudsgebouw' wordt toegevoegd op twee plekken op het perceel van de bestaande woning op nummer 12; f. de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' wordt toegevoegd ter plaatse van de onderhoudsgebouwen; g. de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m2)' wordt toegevoegd ter plaatse van één van de onderhoudsgebouwen; h. de gebiedsaanduidingen 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1', 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 2' en 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 3' worden toegevoegd.
De verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" wordt herzien, zoals weergegeven in de verbeelding van deze partiële herziening, in die zin dat ter plaatse van de Veenburgerweg 4: a. de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarische nevenactiviteit' komt te vervallen. De verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" wordt voor het overige niet herzien.
4.3
herziening regels
De regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" worden herzien in die zin dat de regels worden aangepast op de wijze zoals opgenomen in artikel 6.1 van de regels van deze partiële herziening. De regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" worden voor het overige niet herzien.
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6
Algemene aanduidingsregels
Aan de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" wordt in het artikel Algemene aanduidingsregels het volgende toegevoegd:
6
"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
6.1
voorwaardelijke verplichtingen
6.1.1
overige zone - voorwaardelijke verplichting 1
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1' geldt - in afwijking van de daar geldende bestemming(en) - dat het gebruik volgens de bestemming(en) alleen is toegestaan op voorwaarde dat binnen twee jaar na het inwerkingtreden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de twee woningen, zoals bedoeld in Artikel 3, de landschappelijke inpassing is gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden overeenkomstig het inrichtingplan 'Landschappelijke versterking Veenburgerweg 12A ZwarteBroek' en bijbehorende tekening, zoals opgenomen in Bijlage 1 en Bijlage 2 van de regels. 6.1.2
overige zone - voorwaardelijke verplichting 2
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 2' geldt dat de (voormalige agrarische) (bedrijfs)bebouwing welke als 'te slopen bebouwing' is aangemerkt op de tekening in Bijlage 3 van de regels, dient te worden gesloopt alvorens het bevoegde gezag een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning kan afgeven. 6.1.3
overige zone - voorwaardelijke verplichting 3
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 3' geldt dat het slopen van de bebouwing en andere grondroerende activiteiten alleen zijn toegestaan indien de aanwezige asbestverontreiniging ter plaatse van de druppelzone, zoals beschreven in Bijlage 4 en Bijlage 5, onder milieukundige begeleiding is gesaneerd. Indien niet aan deze verplichting wordt voldaan, is het als zodanig gebruiken van de gronden waarop deze verplichting is opgenomen in strijd met deze bestemming.
"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
7
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
De regels van Hoofdstuk 4 van de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" worden niet herzien. In dit plan wordt verstaan onder:
Artikel 7 7.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 7.2
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 8
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het plan "Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" van de gemeente Barneveld. Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Barneveld
8
"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlagen
"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
9
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 1 Inrichtingsplan
10
"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Landschappelijke versterking Veenburgerweg 12A ZwarteBroek Inrichtingsplan Deelnemernr: Naam: Straat: Postcode, plaats:
PA21TOP Fam. Top Veenburgerweg 12A 3785 LH ZwarteBroek
E-mail: Telefoonnr: Afwijkend postadres:
nvt
Opsteller plan:
Eward Timmerman
Datum:
8-6-2022
Versie
3
Stichting Landschapsbeheer Gelderland Rosendael 2a, 6891 DA Rozendaal 026 35 37 444 info@landschapsbeheergelderland.nl www.landschapsbeheergelderland.nl
Inrichtingsplan Fam. Top is bezig met een ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied van de gemeente Barneveld. Om te voldoen aan de planologische procedure vraagt de gemeente Barneveld onder anderen voor een landschappelijke inpassing van deze ruimtelijke ontwikkeling en het versterken van het omringende landschap. Stichting Landschapsbeheer Gelderland is gevraagd hiervoor een passend advies voor uit te brengen. Dit plan is een samensmelting van een drietal ontwerpprincipes en uitgangspunten. Zo heeft de erfadviseur in dit plan de analyse van het landschap waarin de ontwikkeling plaats vind (Veenontginningslandschap (bijlage 2)) en de bijbehorende cultuurhistorische (bijlage 3) principes gekoppeld aan uw eigen wensen en ideeën. Uiteraard is er gekozen voor de aanplant van inheemse, lokaal passende boom- en struiksoorten.
Leeswijzer In het plan wordt per aan te leggen landschapselement een korte toelichting gegeven op de cultuurhistorische waarde van dit element op uw terrein. Daarnaast is er een uitwerking gemaakt resulterend in een lijst van aan te leggen soorten en aantallen. Ten aanzien van de uitvoering, welke u zelf gaat organiseren, wil ik u wijzen op onze website www.landschapsbeheergelderland.nl waar, naast aanleg, ook de beheeraspecten van de diverse landschapselementen middels instructiefilmpjes te zien zijn.
Beplanting De beplanting ten behoeve van de landschappelijke versterking bestaat uit de volgende landschapselementen; • Knip- en scheerheggen [nr. 1,2,3,4,5,6,7] • Vrij uitgroeiende struweelhaag [nr. 8 ] • Vogelbosje en geriefbosje [nr. 9 ] • Solitaire boom, laanboom of bomengroep [nr. 10,11,12,13,14,15] • Houtwal en houtsingel [nr. 16,17 ] • Elzensingel en elzenhakhoutsingel [nvt.] • Hoogstamboomgaard [nr. 18, 19 ] • Knotbomen [nr. 20,21 ] • Leibomen [nvt. ] • Kruidenrijke vegetatie in boomgaard [22]
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
2
1. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Bestaande haagstructuur langs de noordelijke erfgrens doorplanten langs de kavelgrens.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 45 meter 4 stuks per meter 180 Eenstijlige meidoorn 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten. De hoogte ligt tussen de 1.00 en 1.50 meter.
Cultuurhistorische waarde Knip- en scheerheggen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. Deze lijnvormige landschapselementen kennen een sterke samenhang met het omringde landschap. Nabij boerderijen en rondom boomgaard en moestuin waren veelal de heggen te vinden. Vaak diende de heggen als eigendoms- of perceelsscheiding. De doornige heg had daarnaast ook nog een belangrijke veekerende functie. Langs de rivieren dienden de heggen om de waterstroom bij overstromingen te remmen en te verdelen, zodat het vruchtbare slib kon bezinken. Knip- en scheerheg Inmiddels zien we dat veel heggen bedreigd worden. Veel heggen zijn uit het landschap verdwenen door de komst van prikkeldraad, de ruilverkavelingen en achterstallig onderhoud. Alle reden om de heg weer terug te brengen in het landschap. Heggen zijn namelijk nog altijd functioneel als windscherm en als veekering, ook bij hoge rivierwaterstanden zorgen ze voor een permanente afrastering. Daarnaast houden ze de grond vast en dragen ze bij aan een goede waterhuishouding. Ook veel dieren hebben profijt van de aanwezigheid van een heg. Vogels gebruiken het als broedplaats; veel kleine zoogdieren vinden er voedsel en een schuilplaats en voor vleermuizen is een haag erg belangrijk als oriëntatiepunt.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
3
2. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Bestaande haag rond het erf/tuin aanvullen doorplanten.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 65 meter 4 stuks per meter 260 Gewone beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten. De hoogte ligt tussen de 1.00 en 1.50 meter.
3. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein De oostelijke erfgrens aanzetten met een haagstructuur.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 30 meter 4 stuks per meter 120 Eenstijlige meidoorn 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten. De hoogte ligt tussen de 1.00 en 1.50 meter.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
4
4. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein De oostelijke erfgrens van nieuwe woning 1 aanzetten met een haagstructuur.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 50 meter 4 stuks per meter 200 Veldesdoorn (alternatief, haagbeuk/ gewone beuk) 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten. De hoogte ligt tussen de 1.00 en 1.50 meter.
5. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Natuurlijke scheiding tussen erf en Boomgaard/ weide.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 30 meter 4 stuks per meter 120 Eenstijlige meidoorn 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten. De hoogte ligt tussen de 1.00 en 1.50 meter.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
5
6. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Natuurlijke scheiding langs de achterzijde van de boomgaard.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort
: : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Zie ontwerpkaart 60 meter 4 stuks per meter 240 120 x Eenstijlige meidoorn 40 x veldesdoorn 40 x sleedoorn 20 x hondsroos 20 x hazelaar 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten. De hoogte ligt tussen de 1.00 en 1.50 meter.
7. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein De zuid westelijke erfgrens van nieuwe woning ll aanzetten met een haagstructuur.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 20 meter 4 stuks per meter 80 Veldesdoorn (alternatief, haagbeuk/ gewone beuk) 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten. De hoogte ligt tussen de 1.00 en 1.50 meter.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
6
8. Struweelhaag ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Vrij uitgroeiende haag als natuurlijke scheiding tussen beide erven en inpassing van de te behouden schuur
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantrijen Plantwijze Aantal Soort
: : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Zie ontwerpkaart 55 2 Plantrijen 1 stuks per meter 110 15 x Eenstijlige meidoorn 20 x hazelaar 15 x wilde liguster 15 x Gelderse roos 15 x haagbeuk 15 x rode kornoelje 15 x veldesdoorn 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Cultuurhistorische waarde Gelderland kent een grote diversiteit aan lijnvormige landschapselementen, waaronder de vrij uitgroeiende haag en de struweelhaag. De vrij uitgroeiende haag bestaat uit een enkele rij struiken die vrijuit kunnen groeien en de struweelhaag bestaat uit meerdere rijen. De functie van deze hagen was perceelsscheiding en veekering, daarom bestonden de hagen vroeger voornamelijk uit doornsoorten. Soms werden ook nog wat andere struiken en bomen in de haag aangeplant, denk hierbij aan hondsroos, sleedoorn, braam, wilg, eik of es. De Struweelhaag hagen boden beschutting voor het vee en zorgden voor gebruikshout. Door de komst van het prikkeldraad, de schaalvergroting en de ruilverkavelingen zijn veel van deze elementen verdwenen. Vaak worden de termen heggen en hagen door elkaar gebruikt, en regionaal hebben ze soms verschillende betekenissen. De term heg gebruiken we voor strak geschoren elementen, de term haag gebruiken we voor de meer breed en hoog uitgroeiende elementen. Soms is er sprake van speciale beheervormen zoals bij het leggen of vlechten van hagen. Hagen hebben een grote natuurwaarde. Ze zijn vaak een schuilplaats voor veel vogels en kleine zoogdieren en vergroten daardoor de landschappelijke en ecologische variatie.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
7
9. Vogelbosje/ geriefbosje ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein In de punt bij de entree naar het erf aan weerszijde van de toegangsweg naar het erf een bosje aanleggen.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Oppervlakte Plantwijze Aantal Soort
: : : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Zie ontwerpkaart 30 meter +25 meter 20 meter + 20 meter 400 + 300 = 700 m2 Vierkantsverband 1,50 m x 1,50 m 310 50 x haagbeuk 50 x veldesdoorn 50 x zwarte els 25 x lijsterbes 25 x hazelaar 25 x zomer eik 15 x tamme kastanje 15 x Eenstijlige meidoorn 15 x zoete kers 15 x vuilboom 15 x lijsterbes 10 x hondsroos 60 -80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Cultuurhistorische waarde Vogelbosjes of Bijenbosjes kom je vaak tegen op het erf. Een vogelbosje of bijenbosje is een bosje die voornamelijk uit struiken bestaat en vaak niet groter is dan 500 m² met een gemiddelde oppervlakte van 200 m². De soorten die in het bosje aangeplant worden, zijn vooral besdragende struiken als meidoorn, gelderse roos en lijsterbes om vogels aan te trekken of struiken met gevarieerde bloeitijden die aantrekkelijk zijn voor bijen. Een vogelbosje wordt gebruikt als broedplaats en Geriefbosje schuilplaats door zowel vogels als klein zoogdieren. Daardoor voegt een vogelbosje veel toe aan de ecologische diversiteit op en rondom het erf. Geriefhoutbosjes zijn vaak vrijliggende elementen in het landschap. Vaak komt u ze tegen in een overhoekje tussen de weilanden, al dan niet omgeven door een sloot. De sloot deed dan dienst als veekering. Een geriefhoutbosje is vaak groter dan 500 m² en werd vroeger aangeplant om in geriefhout, hout voor dagelijks gebruik, te voorzien. Een geriefhoutbosje was vroeger vaak een monocultuur van bijvoorbeeld eik, es, wilgen of elzen. Doordat een
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
8
geriefhoutbosje voor de houtvoorziening op eigen erf meestal niet meer van toepassing is, worden tegenwoordig vaak vogelbosjes aangeplant om iets meer variatie te krijgen. Geriefhoutbosjes kunnen door de rust die er heerst en de geringe betreding veel betekenen voor planten en dieren. Ook landschappelijk zijn geriefhoutbosjes van groot belang. Ze doorbreken de vlakke horizon en zorgen voor afwisseling in het landschap.
10.
Solitaire boom
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Een beeldbepalende boom op het nieuwe erf
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze
: : : :
Aantal Soort
: :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plantafstand, de boom minimaal 10 meter uit de bebouwing planten 2 1 x walnoot 1 x winterlinde 12 -14 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Cultuurhistorische waarde Een solitaire boom of bomengroep werd regelmatig in het weiland aangeplant als schaduw voor het vee of om het landschappelijke beeld compleet te maken. Ook werd een solitaire boom regelmatig op de hoek van het perceel aangeplant als afbakening (grensboom). Verder vindt men ook regelmatig solitaire bomen rondom het huis. Veel boomsoorten hadden een functie. Zo werd een walnoot vaak in de buurt van de keuken aangeplant omdat de walnoot muggen en vliegen weert en ook zorgde voor schaduw. Laanbomen kennen een historische functie op Solitaire boom bijvoorbeeld landgoederen en grotere boerderijen en buitenplaatsen als onder andere aankleding van wandellanen. Door deze aanplant ontstond er schaduw op het wandelpad. De welgestelde bewoners konden op deze manier geriefelijk wandelen zonder dat men werd gebruind door de zon. Iets wat in die dagen als teken van armoede werd gezien. De statigheid van een rij laanbomen werd door het gebruik van speciale soorten bomen versterkt.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
9
11.
Bomenrij
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Een drietal bomen in de houtsingel
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze
: : : :
Aantal Soort
: :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
12.
Zie ontwerpkaart 30 meter Nvt Plantafstand 8 meter, de boom minimaal 10 meter uit de bebouwing planten 3 3 x zomerlinde (bomen mogen op termijn ook geknot worden (knotlinde) 12 -14 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Solitaire boom
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Een beeldbepalende boom in de boomgaard
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze
: : : :
Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : :
Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plantafstand, de boom minimaal 10 meter uit de fruitbomen planten 1 1 x walnoot 12 -14 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
10
13.
Solitaire boom
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein De hout singel gaat in duidelijke richting over in een bomenrij. De groenstructuur loopt op termijn door via de kronen van de bomen.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort
: : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
14.
Zie ontwerpkaart 30 meter Nvt Plantafstand 8-10 meter 3 2 x zomer linde 1 x Tamme kastanje 12 -14 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Laan
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein De toegangsweg naar het erf aanzetten met een dubbele bomenrij zodat er een laan ontstaat. De oostzijde van de weg aanvullen, de westzijde in zijn geheel aanplanten.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 95 meter Nvt Plantafstand 10 meter 15 15 x zwarte els (alternatief linde, zomereik, berk) 12 -14 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
11
15.
Laan
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein De kavelbeplanting langs de zuidwestzijde van het erf versterken en in noordelijke richting doorplanten.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 315 meter Nvt Plantafstand 8-10 meter 30 30 x zwarte els 8-10 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte/ of veren Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
12
16.
Houtwal en houtsingel
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Natuurlijke scheiding tussen de verschillende erven. De beplanting zorgt voor privacy en luwte op de erven.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantrijen Plantwijze Aantal Soort
: : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Zie ontwerpkaart 55 meter 250 m2 Plantafstand 1.50 bij 1.50 115 15 x rode kornoelje 15 x hazelaar 15 x veldesdoorn 15 x Gelderse roos 15 x krent 15 x haagbeuk 15 x Liguster 10 x Eenstijlige meidoorn 60 -80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Bomen minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten struiken minimaal 0,5 meter
Cultuurhistorische waarde Een houtwal is een lijnvormig door de mens opgeworpen zandlichaam waarop bomen en/of struiken groeien. De wallen dienden vroeger om vee binnen of wild buiten het omgeven gebied te houden. Houtwallen werden ten tijde van de ontginningen (middeleeuwen) op de hogere zandgronden aangelegd. Langs houtwallen vind je vaak aan één of beide zijden greppels. Deze werden gegraven om met de vrijkomende grond de wal op te kunnen werpen. De wallen waren tussen de 50 en 100 cm hoog. Een houtsingel is een lijnvormige aanplant van bomen Houtsingel en/of struiken van 4 tot maximaal 20 meter breed. Houtsingels lijken veel op houtwallen. Er is echter geen sprake van een opgeworpen wal. Houtsingels werden vooral op de lagere zandgronden aangelegd, meestal parallel aan sloten. De singels leverden brand- en geriefhout, waaraan in het gemengde bedrijf grote behoefte was. Omdat de boer verschillende diktes hout nodig had, werd een hakhoutbeheer gevoerd. Door de komst van prikkeldraad, de schaalvergroting en ruilverkavelingen zijn vele kilometers van deze elementen verdwenen. De houtwal en houtsingel hebben landschappelijk en ecologisch een belangrijke verbindende functie. Ze zijn tevens van belang voor vleermuizen om zich te oriënteren en als
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
13
verbindingszone voor fauna. Bij de houtwal zorgt met name de wal voor extra ecologische waarde door de variatie in nat-droog en warm-koud.
Mantel-zoom vegetatie ……………………………………………………………………………………………………………………… Voor houtsingels/ bosjes of andere (kleinere en grotere) boselementen is het zeer waardevol om een gevarieerd ecologische beheer toe te passen en om op de juiste plaatsen een mantel-zoom vegetatie te ontwikkelen. Een mantel-zoom vegetatie bestaat uit 3 onderdelen die een natuurlijke overgang maken van de gras,- en kruidenlaag, de struikenlaag en het opgaande bos. Deze overgangen zijn zeer waardevol, zeker wanneer deze door de zon beschenen worden. ( wanneer de mantelzoom zone oost-west gericht ontwikkeld wordt is dit het meest interessant)
Mantel-zoom vegetatie
Bij aanleg van bosjes/houtwallen kan door het gebruik van de diversiteit van soorten (struikvormers/boomvormers) de basis worden gelegd voor een goede mantelzoom vegetatie. Een eenvoudige ingreep daarbij is het plaatsen van een raster op 2 meter buiten de aanplant. Er ontstaat dan vanzelf ruigte/ kruiden wat samen met de aanplant de basis vormt voor de mantelzoom vegetatie. De opbouw van de mantelzoomvegetatie wordt versterkt door het toepassen van hakhoutbeheer
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
14
17.
Houtwal en houtsingel
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Aanzetten van de kavelgrens met inheemse opgaande beplanting.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantrijen Plantwijze Aantal Soort
: : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Zie ontwerpkaart 165 meter 2 plantrijen Plantafstand 1.50m tussen de rijen en 1.50m in de rij 220 50 x zwarte els 25 x zoete kers 25 x lijsterbes 25 x Eenstijlige meidoorn 25 x hazelaar 15 x veldesdoorn 15 x Gelderse roos 15 x haagbeuk 15 x Liguster 10 x hondsroos 60 -80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Bomen minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten struiken minimaal 0,5 meter
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
15
18.
Hoogstamboomgaard
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein In de weide achter de woning een boomgaardje realiseren. De boomgaard bied extra foerageer mogelijkheden voor de steenuil en op termijn voor nest gelegenheid
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Rassen Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 30 meter 40 meter Plantafstand 8/10 meter 6 Zie rassentabel hoogstam Zie informatievellen in de bijlage
Cultuurhistorische waarde Al vele eeuwen wordt in Nederland fruit geteeld in hoogstamboomgaarden. Aanvankelijk waren het vooral kloosters, kastelen en landgoederen. Eind 19de eeuw begon een grote uitbreiding aan fruitboomgaarden. Onder invloed van de landbouwcrisis stapten veel agrariërs in het rivierengebied over van graanteelt naar hoogstamfruit. Een groot voordeel van het hoogstamfruit was dat er dieren onder konden grazen. Vanaf 1950 is het areaal aan hoogstamboomgaarden flink achteruit gegaan, vanwege de opkomst van de moderne fruitteelt (laagstam). Hoogstamboomgaarden hebben een grote ecologische waarde. Ze leveren nestgelegenheid aan allerlei vogels. De steenuil is een Hoogstamboomgaard soort die graag broedt in holle takken van fruitbomen. Een heg om de boomgaard als windsingel vergroot de natuurwaarde van de boomgaard. Rassentabel: Ras appel Lemoenappel* Schone van Boskoop* peren Pondspeer Beurre d'Hardenpont pruimen Dubbele Boerenwitte* Reine Claude Verte
moes/hand
smaak
bloeitijd
pluktijd
Houdbaar
ziektes
hand/moes hand/moes/keuken
zachtzuur Zuur
vroeg Vroeg
oktober eind sep
zeer goed zeer goed
ongevoelig Gevoelig
stoof hand
zoet sappig
Laat vroeg
Oktober oktober
Zeer goed zeer goed
ongevoelig ongevoelig
wit groen
vroeg midden
half aug augustus
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
ongevoelig ongevoelig
16
19.
Hoogstamboomgaard
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Ten westen van de woning een hoogstamboomgaard aanlegen.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Rassen Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 35 meter 30 meter Plantafstand 10 meter 6 Zie rassentabel hoogstam Zie informatievellen in de bijlage
Cultuurhistorische waarde Al vele eeuwen wordt in Nederland fruit geteeld in hoogstamboomgaarden. Aanvankelijk waren het vooral kloosters, kastelen en landgoederen. Eind 19de eeuw begon een grote uitbreiding aan fruitboomgaarden. Onder invloed van de landbouwcrisis stapten veel agrariërs in het rivierengebied over van graanteelt naar hoogstamfruit. Een groot voordeel van het hoogstamfruit was dat er dieren onder konden grazen. Vanaf 1950 is het areaal aan hoogstamboomgaarden flink achteruit gegaan, vanwege de opkomst van de moderne fruitteelt (laagstam). Hoogstamboomgaarden hebben een grote ecologische waarde. Ze leveren nestgelegenheid aan allerlei vogels. De steenuil is een soort die graag broedt in holle takken van fruitbomen. Een heg om de boomgaard als windsingel vergroot de Hoogstamboomgaard natuurwaarde van de boomgaard. Rassentabel: Ras appel Court-Pendu Groninger kroon*
moes/hand
smaak
bloeitijd
pluktijd
Houdbaar
ziekte
hand hand/keuken /verwerking
zoet/zuur
laat
nov
zeer goed
ongevoelig
zoetzuur
midden
oktober
goed
ongevoelig
hand hand/stoof
sappig zoet
vroeg vroeg
oktober sept
zeer goed redelijk
ongevoelig ongevoelig
blauw wit
laat vroeg
half aug half aug
peer Beurre d'Hardenpont Heerenpeer pruimen Belle de Louvain* Dubbele Boerenwitte*
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
ongevoelig ongevoelig
17
20.
Knotbomenrij
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Langs de veenburgerweg een knotbomenrij aanplanten.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 65 meter Plantafstand 8 meter 8 8 x Schietwilg (Salix alba) 250-350 cm lengte Zie informatie vellen in de bijlage Worden de knotbomen langs een watergang gepoot? Dan is daarvoor mogelijk een watervergunning nodig van het waterschap. Deze kunt u zelf aanvragen bij uw waterschap
Cultuurhistorische waarde Wilg, populier, es, els, eik en haagbeuk kwamen al voor het begin van onze jaartelling als knotbomen voor. Knotbomen deden dienst als grensafscheiding of als houtleverancier. De knotboom levert gemakkelijk oogstbaar hout op dat voor allerlei doeleinden werd gebruikt. Zo werd het gebruikt voor bezems, manden, oeverbeschoeiingen, takkenbossen en gebruikshout zoals hekken en gereedschapsstelen. Oudere knotbomen herbergen allerlei planten en dieren. Het aantal diersoorten dat in een knotboom huist is zeer groot. Van de vele vogels die in een knotboom te vinden zijn, is de steenuil een van de trouwste bewoners.
21.
Knotbomen
Knotbomenrij
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Langs de veenburgerweg een knotbomenrij aanplanten.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer
: : : : : : :
Zie ontwerpkaart 80 meter Plantafstand 10 meter 8 8 x Schietwilg (Salix alba) 250-350 cm lengte Zie informatie vellen in de bijlage
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
18
Overig
22.
:
Worden de knotbomen langs een watergang gepoot? Dan is daarvoor mogelijk een watervergunning nodig van het waterschap. Deze kunt u zelf aanvragen bij uw waterschap
Kruidenrijke beheer
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Kruidenrijke vegetatie ontwikkelen omvormen in de boomgaard
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Oppervlakte Aanleg en beheer Overig
: : : : : :
Niet aangegeven op de kaart 75 m 33 m 2500m2 Geen onderdeel van dit project Nvt
Ecologische en/of cultuurhistorische waarde Vooral in de maanden juni en juli zijn er voor bijen en andere insecten weinig bloemen voor het verzamelen van stuifmeel en nectar. De meeste inheemse bomen en struiken zijn dan al uitgebloeid. In deze periode kunnen we bijen en insecten goed helpen door de ontbrekende schakels in de zogeheten bloeiboog aan te vullen. De bloeiboog is de – bij voorkeur aanééngesloten- periode van voedselaanbod voor bestuivers. Het betreft hier zowel stuifmeel als nectar. Door specifieke bomen en struiken aan te planten en door middel van ecologisch beheer kunnen we de bloeiboog completer maken. Het inzaaien van kleine randen of overhoeken op of om het erf, kan bijdragen aan een gesloten bloeiboog. Het is hierbij van belang dat een inheems, meerjarig zaadmengsel wordt gebruikt. Want deze plantensoorten zijn voor wilde bijen en vlinders een geschiktere voedselbron dan de zogenaamde ‘carnavalsmengsels’ met plantensoorten die van nature niet in ons land voorkomen.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
19
Kruidenrijk grasland beheer ………………………………………………………………………………………………………………………
Ecologische en/of cultuurhistorische waarde De manier waarop hooiland wordt beheerd, is belangrijk voor plant en dier. Bij SLG streven we naar een extensief beheer waarbij zoveel mogelijk kruiden in het grasland tot bloei komen. Wij onderscheiden hierin twee beheertype, te weten maaien en afvoeren en sinusbeheer. Maaien en afvoeren Na het maaien van het grasland wordt het maaisel eerst Sinusbeheer gedroogd, gehooid en daarna verwijderd. Door 1 tot 2 keer per jaar te maaien en steeds af te voeren krijg je een soortenrijkere vegetatie. Door het maaisel te laten drogen voordat het afgevoerd wordt, kunnen zaden nog narijpen en op de bodem vallen. Door gefaseerd te maaien en 10 tot 25% van de vegetatie te laten staan houd je rekening met blijvende schuilgelegenheid voor de aanwezige fauna. Sinusbeheer Sinusbeheer is een alternatieve manier van gefaseerd maaien, waarbij vrijheid en flexibiliteit sleutelwoorden zijn. In het kort komt sinusbeheer erop neer dat je als beheerder zelf bepaalt waar, wanneer en hoe vaak je maait, met als richtlijn dat bij elke maaibeurt ca. 40% van de oppervlakte blijft staan. Advies is om het maaisel af te voeren; dit verhoogt in de meeste situaties sterk de soortenrijkdom van de vegetatie.
Sinusbeheer in een notendop • Laat bij iedere maaibeurt +/- 40% van de begroeiing staan; • Maai een slingerend maaipad van ca. 2 meter breed en voer het maaisel af; • Maai na enige tijd de binnenzijde van het pad en voer het maaisel af. Het pad zelf en de buitenzijde blijft ongemaaid. • Deze twee stappen kunnen, wanneer een terrein of het weer daarom vraagt, meerdere keren per jaar (meestal 2x) herhaald worden.
Eerst een sinuspad maaien (1), een paar weken later de binnenzijde van het pad maaien (2); dit proces herhaalt zich (3) Afbeeldingen: Jurgen Couckuyt
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
20
Voor de ontwikkeling van vegetatie is het tijdstip van maaien van belang. Maaiadvies is afhankelijk van de voedselrijkdom van de bodem en de reeds aanwezige vegetatie. Is de bodem niet extreem voedselrijk en is de begroeiing reeds soortenrijk, dan kunt u de eerste maaibeurt uitstellen tot na 15 juni. Daarmee houdt u de aanwezige soortenrijkdom in stand. Heeft u echter een hoogproductieve soortenarme grasbegroeiing, dan is verschralen wenselijk. Dat bereikt u door vaker te maaien (met afvoeren van maaisel) en door de eerste maaibeurt vroeg in het seizoen uit te voeren, bijvoorbeeld in de tweede helft van mei. Maar check wel of er weidevogels broeden die u zou kunnen verstoren. Voor meer informatie over sinusbeheer kunt u terecht op www.vlinderstichting.nl/sinusbeheer.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
21
Beplantingslijst ……………………………………………………………………………………………………………………… Onderstaande plantsoenlijst omvat de beplanting die nodig is om het voorgestelde plan uit te voeren. Fam. Top Nederlandse naam Bosplantsoen 2 jarig maat 60-80 Veldesdoorn Zwarte els Krent Haagbeuk Rode kornoelje Hazelaar Eenstijlige meidoorn Beuk (groen) Wilde liguster Zoete kers Sleedoorn Zomereik Wegedoorn Hondsroos Lijsterbes Gelderse roos Tamme kastanje Veren Zwarte els (tbv knot) Boompalen Boompalen Boombeschermer Laanbomen Zwarte els Tamme kastanje Walnoot Winterlinde Zomerlinde Fruitbomen Appel Appel Appel Appel Peer Peer Peer Pruim Pruim Pruim
Maat
Aantal
Acer campestre Alnus glutinosa Amelanchier lamarckii Carpinus betulus Cornus sanguinea Corylus avellana Crataegus monogyna Fagus sylvatica Ligustrum vulgare Prunus avium Prunus spinosa Quercus robur Rhamnus cathartica Rosa canina Sorbus aucuparia Viburnum opulus Castanea sativa
60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 100-125
415 100 15 95 30 105 605 260 45 30 40 25 15 40 65 45 15
Alnus glutinosa
250-350
16
Onbehandeld Anti knab
8x250 78
66 12
Alnus glutinosa Castanea sativa Juglans regia Tilia cordata Tilia platyphyllos
10-12 10-12 10-12 10-12 10-12
45 1 2 1 5
Court Pendu Groninger Kroon* Lemoenappel(*) Schone van Boskoop Beurre d'Hardenpont Heerenpeer Pondspeer Belle de Louvain* Dubbele Boerenwitte Reine Claude Verte
hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam
1 1 1 1 2 1 1 1 2 1
*Soorten kunnen in overleg met de gemeente worden gewijzigd
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
22
Bijlage 1 Plankaart ………………………………………………………………………………………………………………………
Bijlage 2 Gebiedskenmerken Het (Veen) ontginningslandschap: De nadruk ligt hier op het behouden van de structuren kenmerkend voor het (Veen) ontginningslandschap: • • •
Behoud en versterking van smalle open structuren en zichtrelaties naar het achterliggende landschap. Herstel en behoud laanbeplantingen (eiken, wilgen en elzen) ter geleiding van de ontginningsas. Herstel en behoud van rijen knotbomen en houtsingels in de karakteristieke richting.
Kavel vorm •
Langwerpige stroken (slagen)
Bouwblok omvang structuur • • •
Bebouwing in de lengterichting van het landschap plaatsen. Bijgebouwen integreren in, of plaatsen achter (ten opzichte van de openbare weg), het woongebouw/de woongebouwen. Bijgebouw en/of bedrijfsgebouw ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Te bereiken door middel van ligging en beplanting. Een lagere goothoogte kan dit effect versterken. Op deze manier wordt een goede presentatie van de gehele bebouwingscluster naar de openbare weg bewerkstelligd.
Erfinrichting/ beplanting • • • •
(Knot)elzen- of (Knot)wilgen langs sloten en op de kavelgrenzen in de lengterichting van het landschap. Voorzijde complex inrichten als weide, moes– of siertuin. Solitair of groepen op het erf. Elzensingels ter verzachting van de lange gevels.
Bijlage 3 Boerenerven Traditioneel gebruik Van oudsher stonden boerderijen en boerenerven in dienst van de agrarische bedrijfsvoering. Alles wat te vinden was op en rond het erf had een functie. Nut ging altijd voor sier en niets was toevallig. De boerenerven verschillen per regio. De grondsoort en de oorspronkelijke agrarische bedrijfsvoering had grote invloed op de inrichting van het erf en de keuze van bomen en struiken. Maar ook de godsdienst drukte onbewust een stempel op het erf. Katholieke erven in het rivierengebied stonden vol bloemen, terwijl in de protestantse gebieden van de achterhoek het erf veel eenvoudiger was ingericht, zonder uitbundige bloemen. Opbouw van een boerenerf Ook de taakverdeling tussen de boer en boerin heeft een belangrijke invloed gehad op de traditionele erfinrichting. De taken waren duidelijk verdeeld en daarmee de grond rondom de boerderij ook. De vrouw had de verantwoordelijkheid over het woongedeelte, het daar dichtbij liggende terrein met de bleek, de moestuin, de huisweide, eventueel de siertuin met boerenerf met een voor en achter structuur bloemperken en de boerenboomgaard. Op de boerderij werd dat meestal “voor” genoemd en “voor” was het domein van de boerin.
Voor deze delen van het boerenerf was een goede zichtbaarheid vanuit het woonhuis vereist, omdat in de boomgaard bijvoorbeeld de jonge kalveren liepen, die extra aandacht nodig hadden. De man had de verantwoordelijkheid voor de dieren, de wagens, de werktuigen en het bedrijfsgedeelte. Kortom, hij had de zorg voor “achter”. “Voor” is van oorsprong meestal een stuk groener dan “achter”. Voor staan de meeste bloemen, struiken en bomen. Ook speelde aan de voorkant het laten zien dat het goed ging, een belangrijke rol. Daarom werden daar later parkbomen zoals de treurbeuk, de paardekastanje, de rode beuk, (lei)linden en sierstruiken, kortom, de wat meer luxe soorten, aangeplant. Het voorste deel van het boerenerf was meer gericht op het gezin en had een bepaalde beslotenheid. Aan de achterkant moest men ruimte hebben om met paard en wagen te manoeuvreren en later met steeds groter wordende tractors. “Achter” stonden ook de schuren. De boer was er de hele dag te vinden. Hij hield zich bezig met het bewerken van het land, de verzorging van het vee óf met onderhoud en reparaties aan machines en bedrijfsgebouwen. “Achter” werden de zakelijke contacten met de omgeving afgehandeld, koop en verkoop van zaken vonden vooral daar plaats. Aan de achterkant lag ook de verbinding met de bij het bedrijf behorende percelen.
De beplanting aan de achterkant bestond meestal uit bomen en struiken die ook in de omgeving voorkwamen. De beplanting achter was hoog, los en afwisselend en bestond uit singelachtige beplantingen. Ook kwamen vaak solitaire bomen voor.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
2
Voor en achter worden nog altijd door een denkbeeldige lijn tussen de verschillende gebouwen van elkaar gescheiden. Deze lijn kan globaal over het gehele erf worden doorgetrokken, waardoor de functionele scheiding tussen wonen en werken goed zichtbaar wordt. Variatie Vanwege de functionaliteit van veel landschapselementen was er van oudsher veel beplanting op en rondom het erf aanwezig. Dit zorgde voor een grote variatie aan beplanting en beplantingsstructuren. Landschapsbeheer Gelderland streeft er dan ook naar deze structuren weer terug te brengen op erven, aan de hand van onze 4 lagen benadering. Dit houdt in dat we zowel kruiden, hagen, hoogstamfruit en singels met hoge bomen graag op erven zien. Dit vergroot de biodiversiteit en biedt veel kansen voor vogels en zoogdieren.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
3
Bijlage 4 Algemene plant informatie Struiken en bosplantsoen Algemeen Dit zijn soorten die of in een rij of per oppervlakte beplant worden. De maat van het geleverde materiaal is doorgaans 60-100 cm hoog. Struiken planten we 1,25 x 1,25 meter uiteen. Bosplantsoen 1,50 x 1,50 meter. In de meeste gevallen krijgt u een gevarieerd sortiment. Er zitten dan wat boomvormers in en wat struikvormers. Met name de manier waarop de menging wordt uitgevoerd kan bepalend zijn voor een goed of minder goed resultaat. Boomvormers: Berk, Es, Els, Eik, Beuk, Esdoorn zijn boomvormers die ook in een beplanting met struiken kunnen voorkomen. De boomvormers dient men als ze gemengd worden geplant met struiken in het midden van een beplanting (niet aan de rand dus) aan te leggen. Struikvormers: Gelderse roos, Sleedoorn, Kardinaalsmuts, Hondsroos en Egelantier zijn soorten die aan de rand van een beplanting het beste resultaat leveren. De Krent, Vuilboom, Hulst, Lijsterbes, Kornoelje en Hazelaar zijn de soorten die beter schaduw verdragen kunnen. Het is dan wel raadzaam om deze soorten in groepjes (wanneer mogelijk, 3-5 stuks) aan te planten. Aanleg De beplanting kan in verschillende verbanden aangeplant worden, in rijen, in driehoeksverband, in een wildverband enz. Voor alle verbanden geldt dat er in zwarte grond geplant dient te worden. Van tevoren ploegen, spitten of frezen is van groot belang.
Daarnaast dient de grond onkruid vrij te zijn en na aanplant ook de eerste jaren onkruidvrij te blijven (gebruik geen gif aangezien de jonge aanplant hier sterk van te lijden heeft). Het planten zelf kan vrij vlug uitgevoerd worden. Let op dat u niet te diep plant. De diepte is o.a. afhankelijk van de omvang van het wortelstelsel. Steek een gat, (houdt de grond op de schop), plaats het plantje zo dat alleen de wortels in het gat zitten. Gooi de grond weer in het gat, terwijl u het plantje vasthoudt. De grond iets aanduwen. Onderhoud De beplanting begint klein, na 2 tot 3 jaar echter zal de beplanting gesloten raakt (d.w.z. de takken van de beplanting elkaar raken) er moet worden gesnoeid. Een beplanting van alleen struikvormers kunt u onderhouden om jaarlijks takken die problemen geven af te knippen. Ook is het mogelijk om dunningen uit te voeren, door struiken af te zetten. Zo kunnen de struiken zich ontwikkelen tot een mooie dichte, met kleurige bessen en bloemen, groene beplantingsvorm. Doet u daarna niks meer dan
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
4
schieten bepaalde soorten door en wordt de beplanting hol van onderen. Er moet een verjonging plaatsvinden. Verjonging, als de struiken mooi in sluiting zijn, kan plaatsvinden door bijvoorbeeld jaarlijks 1/4 deel af te zetten (niet te laag 15-20 cm). Na 4 jaar is de gehele beplanting dan verjongd. Dit afzetten kan het beste, evenals de dunningen in het najaar plaatsvinden. Voor een beplanting met alleen boomvormers, wat op termijn dus bos dient te worden geldt dat de plantafstand groter is namelijk 1.50 x 1.50 meter en dat het daardoor de eerste jaren niet nodig is om te snoeien e.d. Wanneer de beplanting in sluiting komt, d.w.z. dat de kruinen van de bomen elkaar raken dan is het zaak om de zogeheten "blijvers" te kiezen. Met andere woorden welke bomen mogen groot en oud worden. Deze bomen moeten de ruimte krijgen om zich in goed te kunnen ontwikkelen, de bomen die rechtstreeks de blijvers hinderen kunnen verwijderd worden. Deze dunning moet verstandig uitgevoerd worden, haal niet teveel weg. Dit proces kan op de langere termijn nog eens uitgevoerd worden zodat de bomen die uiteindelijk moeten overblijven wederom meer ruimte krijgen.
Wilt u een beplanting krijgen van bomen met daaronder een struikenetage dan dient u de struiken/boompjes die u wilt behouden vrij te stellen door, wanneer de beplanting gesloten raakt, de omliggende beplanting af te zetten op 15-20 cm boven de grond. Laat de beplanting weer in sluiting komen en herhaal dan deze ingreep. Op deze manier krijgt u een mooie dichte beplanting met opgaande soorten. Dit snoeien kan het beste in het najaar plaats vinden. Voor alle drie de beplantingsvormen geldt dat water geven en onkruidbestrijding in de eerste jaren van groot belang is. Ook is het belangrijk dat het vee of het wild niet bij de jonge beplanting kan komen. Tevens is het raadzaam om voor het juiste onderhoud de cursus landschappelijke beplantingen van Stichting Landschapsbeheer Gelderland te volgen.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
5
Heggen en Hagen Algemeen Door het regelmatig knippen van bepaalde boom- en struiksoorten kan er een haag ontstaan. Dit knippen zorgt ervoor dat er geen verticale groei plaatsvindt, en dat daardoor de beplanting dichter wordt. Soorten die gebruikt worden als haag zijn o.a. beuk, veldesdoorn, haagbeuk, taxus, hulst, mei- en sleedoorn en liguster. De hoogte van het plantmateriaal is doorgaans 60-100 cm. De haag dient minimaal een op halve meter van de erfgrens geplant te worden. De plantafstand is doorgaans om de 25 cm, 4 per meter dus. Taxus en hulst kunnen om de 40 cm geplant worden (5 per 2 meter). Aanleg Graaf een geul langs een gespannen lijn van ongeveer 50 cm diep. Vul deze aan met compost of goede potgrond voor een betere groei. Verdeel eerst de planten langs de geul en plant ze vervolgens. Voor een mooie strakke haag kan het raadzaam zijn om de eerste jaren de haag tussen twee draden te laten opgroeien. Knip direct na het planten 15-20 cm uit de kop van het plantje, dit stimuleert om sneller en breder te groeien. Liguster daarentegen kan men het beste direct na het planten tot 15 cm boven de grond afknippen (eenmalig), zo ontstaat een betere vertakte en dichtere haag. Onderhoud Een haag wordt bij voorkeur twee maal per jaar geknipt.
Wanneer jaarlijks eenmaal wordt geknipt, wat de haag een wat ruwer voorkomen geeft, kan dit het beste na de langste dag gebeuren (eind juni). De hoofdgroei is dan al voorbij. Knipt men twee maal dan zijn de maanden mei en september geschikt. Knip wanneer het bewolkt, niet te warm is. De uiteindelijke hoogte van de haag is afhankelijk van het knippen. Houdt daarbij het doel van de haag duidelijk in ogenschouw. De eerste jaren na aanplant moet er goed voor de plantjes gezorgd worden, dit houdt in: - Water geven in droge perioden. (2 x per week een grote hoeveelheid) - Beschermen tegen vraat van geiten, paarden, koeien, konijnen enz door de dieren minimaal 1 meter van de haag te houden.
Voor plantinstructie: www.landschapsbeheergelderland.nl
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
6
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 2 T ekening bij inrichtingsplan
40
"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Bijlage 1: Inrichtingsplan
7
15. Bomenrij
VHZ02A 03138G0000
VHZ02A 02597G0000
18. Hoogstamboomgaard VHZ02A 02600G0000
2. Knip- of Scheerheg
17. houtsingel 5
VHZ02A 02598G0000
1. Knip- of Scheerheg
3. Knip- of Scheerheg
VHZ02A 02602G0000 NKK01G 02241G0000
VHZ02A 03055G0000
8. Struweelhaag VHZ02A 02601G0000
4. Knip- of Scheerheg
aan te planten knotboom
VHZ02A 03139G0000
11. Bomenrij
2A
-1 12
aan te planten fruitboom
VHZ02A 02861G0000
VHZ02A 01681G0000
ll
16. houtsingel
10. Solitaire boom tuin
aan te planten boom
5. Knip- of Scheerheg
VHZ02A 01603G0000
tuin
13. Bomenrij
bestaande boom
12. Solitaire boom
bestaand groen
19. Hoogstamboomgaard l
aan te leggen groen
VHZ02A 02303G0000
4
verharding
VHZ02A 02475G0000
7. Knip- of Scheerheg
kruidenrijke vegetatie
6. Knip- of Scheerheg VHZ02A 02595G0000
9. Bosje
erf/ tuin
VHZ02A 02304G0000
VHZ02A 02300G0000
21. Knotbomenrij
nieuwe woning
VHZ02A 01687G0000 VHZ02A 02301G0000
6
nieuwe schuur VHZ02A 03052G0000
VHZ02A 02596G0000
VHZ02A 01686G0000
14. Laan
Landschappelijke inpassing Veenburgerweg 12A
18
0
14
20
Schaal
20. Knotbomenrij
30
40
50 m
: 1:1500
Project : Landschappelijke inpassing Deelnemernr : PA21TOP Naam : Fam. Top Adres : Veenburgerweg 12A PC, Plaats : 3785 LH ZwarteBroek Opsteller Plan : E. Timmerman Datum : november 2022 Versie : V4
N O
W zorg voor ons landschap
Z
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 3 T e slopen bebouwing Veenburgerweg 12/12a
42
"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek Veenburgerweg 12/12a Zwartebroek
44
"Veenburgerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
V.O.F. Top-Kosters Verkennend bodem- en asbestonderzoek op de locatie aan de Veenburgerweg 12-12a te Zwartebroek Projectnummer: 230254/dh/sh Datum: 2 juni 2023
Opdrachtgever V.O.F. Top-Kosters Veenburgerweg 12a 3785 LH ZWARTEBROEK Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl
BRL-SIKB 2000
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 8
3.1 3.2 3.3 3.4 4
ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 3 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 5 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................. 6 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 7 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 8 LABORATORIUM ONDERZOEK .............................................................................. 9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN NEN-PARAMETERS................... 9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASBEST ................................... 12
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 13
4.1 4.2 4.3
ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 13 VASTE BODEM EN GRONDWATER ....................................................................... 13 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 14
BIJLAGEN: 1 2 3 4 5
Kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten vaste bodem, grondwater en asbest Monsternemingsplan en -formulier asbest Historische informatie
TEKENING 1-1 Situatie met monsterpunten, peilbuizen en contourlijn asbest
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
1
INLEIDING
In opdracht van V.O.F. Top-Kosters is in april en mei 2023, door Hunneman MilieuAdvies Raalte BV, een verkennend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Veenburgerweg 12-12a te Zwartebroek. Voor een kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie en omgeving verwijzen wij naar bijlage 1. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bestemmingswijzing en nieuwbouw op de locatie. Het onderzoek heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA.
De van toepassing zijnde protocollen in dit onderzoek zijn: ☒ 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen ☒ 2002: Het nemen van grondwatermonsters ☐ 2003: Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek ☒ 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Veenburgerweg 12-12a te Zwartebroek
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).
1
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2
VOORONDERZOEK
In de NEN-5725 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:
verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN
1. locatiegegevens
eigendomssituatie hoogteligging 2.bodemopbouw en bodemopbouw geohydrologie antropogene lagen in de bodem geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de geval van ernstige bodemverontreiniging bodemkwaliteit kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken 4. gebruik/beïnvloeding van voormalig de locatie, verdachte huidig situatie, activiteiten, toekomst ongewoon voorval asbestverdacht 5. terreinverkenning voorafgaand aan de uitvoering
Aanleidingen tot vooronderzoek A
B
O
O
O O
C
D
E
F
O
G
A. bodemonderzoek, par. 6.2.1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3; D. partijkeuring, par. 6.2.4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel
2.1
Onderzoeksaanleiding
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie verstrekt door de opdrachtgever; terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; informatie Omgevingsdienst de Vallei; informatie Gemeente Barneveld; asbestdakenkaart Provincie Gelderland; omgevingsrapportage Provincie Gelderland; www.bodemloket.nl; www.topotijdreis; Bagviewer; Kadaster; grondwaterkaart van Nederland. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 5.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Veenburgerweg 12-12a te Zwartebroek
2
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.2
Achtergrondinformatie
De onderzoekslocatie is gesitueerd aan de Veenburgerweg 12-12a te Zwartebroek en staat kadastraal bekend als: gemeente Voorthuizen, sectie A, nummers 2473, 2475 en 3056. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 12.100 m2. Op de locatie is een woonhuis met diverse agrarische opstallen gesitueerd. Het voornemen bestaat om de schuren A, D t/m G te slopen en twee woningen met bijgebouwen te bouwen (zie figuur 1). Het maaiveld is deels voorzien van een klinker- en betonverharding. Het overige terrein is in gebruik als tuin/weiland. De opstallen dateren uit de periode van 1972 tot 2012. Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar tekening 1-1. Figuur 1: huidige situatie met te slopen schuren