Vastgesteld Raadsbesluit 23-7.docx
Tekst van het document
RAADSBESLUIT Besluit van de raad van de gemeente Barneveld tot vaststelling van het ‘Protocol Agressie tegen raads- en collegeleden van de gemeente Barneveld’ Nummer 23-7 De raad van de gemeente Barneveld, Gelezen het voorstel van het presidium d.d. 30 januari 2023 Besluit: Vast te stellen het
Protocol Agressie tegen raads- en collegeleden van de gemeente Barneveld Inleiding Raadsleden, commissieleden en collegeleden moeten vrij zijn om hun politieke mening te kunnen verkondigen. De gevolgen van agressie en geweld tegen raads- en collegeleden zijn ingrijpend voor de persoon in kwestie. Daarnaast wordt de democratie ondermijnd op het moment dat een raadslid of collegelid niet in vrijheid zijn stem uit kan brengen. Ter bescherming van alle raads-, commissie- en collegeleden en ter bescherming van de lokale democratie stellen de raad en het college het volgende: Agressie en geweld tegen raads-, commissie- en collegeleden is onacceptabel en wordt nooit getolereerd. Dit protocol maakt hiervan een heldere vertaling, benoemt de rollen en de stappen die worden gezet in voorkomende gevallen. Er is voor gekozen de te nemen stappen niet bij het betrokken college- of raadslid te laten maar over te laten nemen door de gemeente. In de praktijk blijkt te vaak dat bedreigde college- en raadsleden geen aangifte durven te doen of vrezen niet langer waardevrij en conform hun ambtseed of -belofte hun werk te kunnen voortzetten. Die individuele afweging draagt niet bij om als collectief een heldere grens te bekrachtigen.
Er wordt een krachtig signaal afgegeven door de gemeente in alle gevallen, met instemming van de betrokkene, aangifte te laten doen wanneer er strafbare feiten worden vastgesteld. Agressie en geweld tegen de functionaris college- of raadslid is onacceptabel en wordt nooit getolereerd, de reactie hierop is uniform. Deze eenduidige reactie vormt een ‘hitteschild’ waardoor de betreffende college- en raadsleden worden beschermd en hun werkzaamheden kunnen blijven uitvoeren. Bovendien wordt over die aangifte intern noch extern gecommuniceerd, tenzij dit in het belang van het onderzoek is. Voor afscherming van persoonsgegevens wordt gezorgd, de privacy is nadrukkelijk gewaarborgd. Door deze werkwijze wordt het college- of raadslid beschermd/uit de wind gehouden. Voorwaarde is wel dat het betrokken college- of raadslid, in de rol van benadeelde, zijn of haar volledige medewerking verleent aan het onderzoek. Dit protocol is ook van toepassing op commissieleden die niet tevens raadslid zijn. Kortheidshalve worden zij in dit protocol verder begrepen onder raadsleden. 1. Basisafspraak
1
De basisafspraak is dat de individuele bestuurder (burgemeester of wethouder) of politicus (raadslid) grensoverschrijdend gedrag vanwege zijn of haar functie altijd intern meldt en vervolgens de vastgelegde handelswijze in dit protocol volgt. De afspraken zijn erop gericht regie te voeren zodra er sprake is van grensoverschrijdend gedrag tegen college- en/of raadsleden. Waar in dit protocol wordt gesproken over college- en/of raadsleden wordt ook verstaan oudraadsleden en oud-collegeleden voor zover grensoverschrijdend gedrag betrekking heeft op hun functioneren als (voormalig) raadslid of collegelid. 2. Emotie of grensoverschrijdend? Onder emotioneel gedrag wordt verstaan dat een inwoner op een emotionele manier begrip vraagt voor zijn persoonlijke situatie, kritiek geeft op de regels of op het beleid van de gemeente, of bijvoorbeeld boos is over een beslissing van de gemeente. Emotioneel gedrag is van korte duur en laat zich corrigeren. Voor dergelijk gedrag kan (enig) begrip worden getoond. Emotioneel gedrag is niet verboden, boosheid is niet grensoverschrijdend en is geen agressie. Grensoverschrijdend gedrag is: aanhoudend emotioneel gedrag, aanhoudende boosheid of het aanhoudend uiten van beledigingen en gedrag dat – nadat de inwoner erop is aangesproken – niet verandert of juist verergert.
Het gedrag is gericht op: het veroorzaken van onbehagen, bijvoorbeeld door belediging, bedreigingen, intimidaties; het verstoren van de orde of op ontoelaatbare wijze beïnvloeden van de taakuitoefening; het veroorzaken van pijn, letsel of schade. Onder agressie wordt in navolging van de zogenaamde Eenduidige Landelijke Afspraken verstaan: Lichamelijke en verbale agressie, belaging, intimidatie en bedreiging gepleegd in of door omstandigheden die verband houden met de uitvoering van de publieke taak. Dit kan gepaard gaan met beschadiging van goederen. Onder agressie wordt in dit protocol ook verstaan ieder gebruik van geweld. 3. Melden van grensoverschrijdend gedrag Grensoverschrijdend gedrag wordt altijd eerst intern gemeld. Raadsleden melden incidenten bij de burgemeester of griffier. De burgemeester en griffier stellen elkaar direct op de hoogte van de melding en betrekken hierbij ook de teamleider VVT (Veiligheid, Vergunningen en Toezicht). Wethouders melden incidenten bij de burgemeester of gemeentesecretaris. De burgemeester en gemeentesecretaris stellen elkaar direct op de hoogte van de melding en betrekken hierbij ook de teamleider VVT. De burgemeester meldt een incident bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris stelt direct de griffier en de teamleider VVT hiervan op de hoogte.
Alle meldingen worden door de teamleider VVT via een meldingsformulier geregistreerd in het zaaksysteem van de gemeente. Op grond van de Wet openbare overheid (WOO) ligt de privacy van gevoelige zaken vast. Documenten kunnen doorgestuurd worden bijvoorbeeld naar een advocaat maar dan worden de persoonlijke gegevens weggelakt/weggehaald. De griffier respectievelijk de gemeentesecretaris bepalen in samenspraak met de teamleider VVT wie toegang heeft tot het zaaksysteem. 4. Interne maatregelen Na iedere interne melding wordt besproken welke maatregelen tegen de veroorzaker worden genomen. Daarbij zijn de teamleider VVT en de beleidsmedewerker Juridische Zaken van de gemeente beschikbaar voor ondersteuning. Al naar gelang de ernst van het grensoverschrijdend gedrag (en als sprake is van herhaald gedrag) kan de gemeente: de persoon verwijderen uit een gebouw/van een terrein; de persoon mondeling of schriftelijk waarschuwen;
2
-
-
-
(tijdelijk) de dienstverlening beperken of (tijdelijk) de toegang ontzeggen tot gemeentelijke gebouwen. De burgemeester en de college- en/of raadsleden zijn altijd bevoegd een burger te verzoeken een gebouw te verlaten. De burgemeester kan mondeling de toegang tot een gebouw ontzeggen; collegeleden, raadsleden, gemeentesecretaris en griffier kunnen dit in overleg met de burgemeester. De schriftelijke ontzegging voor een bepaalde tijd is een besluit van de burgemeester. Als hier geen gevolg aan wordt gegeven dan wordt de politie direct in kennis gesteld en is er sprake van een strafbaar feit (huisvredebreuk) waarvan aangifte zal volgen; de persoon oproepen voor een (orde‐ of herstel-) gesprek met een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de gemeente over het ongewenste gedrag; het voorval melden bij de politie (als het gedrag niet strafbaar is, maar wel grensoverschrijdend, kan melding worden gedaan bij de politie, zodat het incident in ieder geval bekend is bij de politie); aangifte doen bij de politie; andere maatregelen treffen, al naar de omstandigheden.
Maatregelen kunnen worden toegepast na iedere (interne) melding. Ook als wordt besloten dat van een incident melding of aangifte wordt gedaan bij de politie. De maatregelen die door de gemeente worden genomen jegens de veroorzaker worden zo mogelijk meteen bij het doen van aangifte of bij de melding aan de politie doorgegeven en anders zo spoedig mogelijk na het nemen van deze maatregelen. 5. Melding, aangifte en klacht Grensoverschrijdend gedrag kan strafbaar zijn. Het is van groot belang dat van mogelijk strafbaar gedrag zo snel mogelijk aangifte wordt gedaan of een klacht wordt ingediend. Is er sprake van belaging, dan geldt er namelijk een termijn van 3 maanden waarbinnen een klacht ingediend moet zijn. Het registreren van incidenten geeft inzicht in de aard, de vorm en mogelijke toename of afname van incidenten binnen de gemeente en is de basis voor de te nemen (preventieve) maatregelen. Het registreren van incidenten is ook belangrijk voor het, mogelijk later, aangifte doen bij de politie en voor het verhalen van mogelijke schade. Voorbeelden van grensoverschrijdend gedrag die strafbaar kunnen zijn: beledigingen, (doods)bedreigingen uiten, bedreiging met represailles, bedreigen (van familieleden) en uitvoeren van dreigementen, schoppen, spugen en andere fysieke agressie, letsel toebrengen of materiele schade veroorzaken en gedrag dat anderen in gevaar brengt.
achtervolgen, opbellen, e-mailen, laster, smaad, toezenden van cadeaus, (belaging/stalking) 1. Een bedreigd of belaagd college- of raadslid meldt dit altijd aan de burgemeester, gemeentesecretaris of griffier. Zij informeren direct elkaar en de teamleider VVT. 2. De burgemeester informeert het Openbaar Ministerie (OM) en politie hier zo spoedig mogelijk over. 3. De burgemeester agendeert elke melding van bedreiging, belaging of agressie jegens een college- of raadslid in de eerstvolgende vergadering met OM en politie (lokale driehoek). 4. Zo spoedig mogelijk na de melding volgt een gesprek met het bedreigde of belaagde college- of raadslid en een daartoe gespecialiseerde politieambtenaar die vaststelt of er sprake is van strafbare feiten. 5. Ook als een raads- of collegelid twijfelt of er sprake is van grensoverschrijdend gedrag, is het altijd mogelijk contact op te nemen met de burgemeester, griffier en/of de teamleider VVT. Na het contact wordt bepaald of en wat er nodig is. Via de teamleider VVT kan maatwerk geleverd worden ook als er zorg nodig/noodzakelijk is. Na het contact kan ook duidelijk worden dat er verder geen nazorg of iets anders nodig is. 6. Als er sprake is van strafbare feiten doet in alle gevallen, met instemming van de betrokkene, de gerechtigd vertegenwoordiger van de gemeente daarvan aangifte
3
waarbij materiële en immateriële schade altijd wordt verhaald als de dader bekend is. Betreft het belaging, dan dient de betrokkene zelf, binnen 3 maanden, een klacht in. De griffier respectievelijk de gemeentesecretaris, dan wel de teamleider VVT ondersteunt de betrokkene hierbij. 7. Over de aangifte of klacht wordt niet gecommuniceerd tenzij het betreffende raadslid daarmee instemt ten behoeve van het onderzoek. 8. Het betreffende college- of raadslid wordt juridisch als benadeelde beschouwd. 9. Het betrokken college- of raadslid verleent als benadeelde volledige medewerking aan het politieonderzoek. 6. Noodgevallen en alarmering beveiliging Wanneer zich een noodgeval voordoet, belt de bedreigde altijd 112 en geeft aan waar hij/zij zich bevindt en (indien mogelijk) wat de situatie is. Zolang de dreiging duurt en de bedreigde niet weg kan komen, staat de eigen veiligheid van de bedreigde voorop. De bedreigde geeft de bedreiger zijn zin en laat dit uit houding en gedrag blijken. De bedreigde probeert kalm te blijven en de bedreiger niet te provoceren (met een grapje, onverwachte beweging of iets dergelijks). De bedreigde draagt zo mogelijk zorg voor alle informatie die kan leiden tot een snelle aanhouding van de verdachte. 7.
Follow-up na melding en/of aangifte bij de politie De Hoofdofficier van Justitie wordt door de politie op de hoogte gesteld bij een dreigingsmelding en/of een aangifte. - Bij dreiging tegen een persoon ligt de verantwoordelijkheid voor de beslissing over het treffen van beveiligingsmaatregelen, in het kader van de strafrechtelijke handhaving en het bewaken en beveiligen, bij de Hoofdofficier van Justitie en doet de politie voorstellen over de te nemen maatregelen (artikel 1 lid 2 Politiewet, aanwijzing beveiliging van personen, objecten en diensten). - Als de burgemeester zelf onderwerp is van dreiging, blijft de Hoofdofficier van Justitie verantwoordelijk en kan worden overlegd met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Als de burgemeester slachtoffer is, wordt tevens de Commissaris van de Koning op de hoogte gesteld. - De werkgever is verplicht de Arbeidsinspectie te waarschuwen uiterlijk binnen 24 uur na het incident. De Arbeidsinspectie wordt binnen 24 uur gewaarschuwd door de teamleider VVT als er sprake is van een ernstig incident waarbij een politieke ambtsdrager lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, in het ziekenhuis moet worden opgenomen, blijvende schade overhoudt aan de gezondheid of overlijdt aan de gevolgen.
De gemeentesecretaris en/of de griffier zorgen voor terugkoppeling aan de betrokkenen en aan het college respectievelijk de gemeenteraad over de strafrechtelijke vervolging en de resultaten daarvan. Nazorg Nazorg is belangrijk. De politieke ambtsdragers – en indien nodig ook de directe familieleden en collega’s - kunnen er van uitgaan dat ze ondersteund worden tijdens en na het incident van agressie en geweld. De burgemeester of gemeentesecretaris vangt de wethouder op, de burgemeester of griffier de raadsleden. De burgemeester en griffier respectievelijk de gemeentesecretaris organiseren de benodigde hulp. Zij kunnen altijd deskundigen om hulp vragen, zoals de adviseur Arbo en gezondheid, vertrouwenspersoon en preventiemedewerker. Een adviseur Arbo en gezondheid neemt de verdere zorg over, een en ander in samenspraak met de griffier respectievelijk de gemeentesecretaris. De medewerker Arbo en gezondheid kan de arbodienst of andere deskundigen inschakelen en het verdere proces regelen. 8. Communicatie De burgemeester is ten overstaan van de gemeenteraad (al dan niet vertrouwelijk) woordvoerder als het gaat om bedreiging van één of meer wethouders of raadsleden. De burgemeester kan zich desgewenst laten bijstaan door de Gebiedsofficier van Justitie.
Als de burgemeester direct betrokken is, wordt in overleg met de burgemeester, de locoburgemeester en eventueel de Commissaris van de Koning de handelwijze bepaald.
4
Andere politieke ambtsdragers worden met instemming van het slachtoffer op de hoogte gebracht van een incident, tijdens een collegevergadering, respectievelijk besloten overleg van het presidium. Vertrouwelijkheid wordt daarbij, zo nodig, in acht genomen. In het geval van voortdurende dreiging is het van groot belang dat niemand uitspraken doet die leiden tot verhoging van veiligheidsrisico’s. Zodra er een strafrechtelijk onderzoek is begonnen ligt de woordvoering bij het OM. Communicatie en contacten met de pers worden overgelaten aan het OM in samenspraak met de burgemeester en politie. De adviseur van de gemeente stemt, over een eventuele communicatieboodschap bij een ernstige (be)dreiging, altijd af met de afdeling voorlichting van het Openbaar Ministerie. Getroffen (politionele) maatregelen in de publieke ruimte worden nooit naar de pers gecommuniceerd. Afspraken over woordvoering worden altijd in acht genomen. 9. Ondersteuningsteam Meer dan de helft van de burgemeesters en wethouders en ook veel raadsleden krijgen te maken met bedreiging en intimidatie, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Dat heeft natuurlijk een grote impact. Niet alleen op de politici zelf, maar ook op de familie. Bedreiging en intimidatie laat niemand onberoerd.
Dergelijk ongewenst gedrag tast ook, vaak onbewust, de manier waarop beslissingen in het werk tot stand komen aan. Onzekerheid over eventuele gevolgen maakt het lastig om de situatie met anderen te bespreken. Een isolement is vaak het gevolg. Het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur is een aanvulling op de ondersteuning die de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie en Veiligheid, de Commissarissen van de Koning en politieke partijen vanuit hun rol bieden. Het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur biedt een breed en snel in te schakelen netwerk van vakgenoten, experts en ervaringsdeskundigen. Hoe werkt het? U kunt vertrouwelijk contact opnemen via het telefoonnummer 070-3738314. U krijgt dan een van de contactpersonen van het Ondersteuningsteam aan de lijn. Dit team bestaat uit vertrouwenspersonen van de beroeps- en belangenverenigingen van burgemeesters, wethouders, raadsleden en statenleden en het ministerie van BZK. Deze contactpersoon denkt met u mee, adviseert en schakelt waar nodig netwerkpartners in. Dit netwerk van vak-/ambtsgenoten en ervaringsdeskundigen in de regio is beschikbaar voor snelle, praktische adviezen. Ook kunnen experts op het gebied van bijvoorbeeld beveiliging, rechtshulp en nazorg worden ingeschakeld. 10. Schade, opvang en nazorg na incidenten.
Het kan zijn dat er schade is geleden door de gemeente zelf, aan persoonlijke eigendommen van de betrokkene of dat er aanvullende kosten moeten worden gemaakt (bijvoorbeeld medische). Los van de vraag of de gemeente of de betrokkene verzekerd is voor de schade is het uitgangspunt dat schade zoveel mogelijk wordt verhaald op de veroorzaker. In dit geval kan contact opgenomen worden met de afdeling Juridische Zaken van de gemeente. Voor overige ondersteuning kan men contact opnemen met de teamleider VVT. De teamleider VVT kan via de juristen van de gemeente advies en hulp krijgen. De juristen kunnen de benadeelde zo nodig bijstaan bij voeging ter terechtzitting. Slachtofferhulp kan hier ook een rol spelen. Dit protocol is vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Barneveld d.d. 22 maart 2023.
de griffier
de voorzitter
5