Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Toetsing In dit geval is het bestemmingsplan niet via dit spoor m.e.r.-plichtig want de activiteit komt niet voor op de lijst in onderdeel C of D van het Besluit milieueffectrapportage. Daarnaast heeft toetsing aan de in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn opgenomen criteria uitgewezen dat er geen sprake zal zijn van belangrijke milieugevolgen, zodat een m.e.r. achterwege kan blijven. Passende beoordeling via de Wet natuurbescherming Voor het vaststellen van plannen die significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied kunnen hebben, dient een passende beoordeling gemaakt te worden (artikel 7.2a Wet milieubeheer juncto artikel 2.8, eerste lid Wet natuurbeschermingswet). Uit de beoordeling van het aspect ecologie (zie paragraaf 5.3) blijkt dat er voor dit plan geen passende beoordeling nodig is. De plan-m.e.r-plicht op grond van de noodzaak van een passende beoordeling voor de Wet natuurbescherming is hier niet aanwezig. Er is voor dit plan geen passende beoordeling nodig. Provinciale milieuverordening Provinciale Staten kunnen in de provinciale milieuverordening extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aanwijzen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben en dus m.e.r.-plichtig zijn (artikel 7.6 Wet milieubeheer). Dit is dus aanvullend op de m.e.r.-plicht op basis van onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r.
(en dus ook aanvullend op de verplichting vanuit de Europese richtlijnen) én conform dezelfde systematiek. Provinciale staten van Gelderland hebben geen extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten 28
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012 aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en zo m.e.r.-plichtig zijn). Conclusie Voor de voorgenomen ontwikkeling is geen milieueffectrapportage vereist.
5.11
Milieuzonering
Ten aanzien van bedrijvigheid geldt als uitgangspunt dat toekomstige woningen geen onevenredige milieuhinder (geur, geluid etc.) mogen ondervinden van nabijgelegen bedrijvigheid. In de publicatie ´Bedrijven en milieuzonering´ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, editie 2009, worden in verband met de aanwezigheid van milieubelastende functies indicatieve afstandsnormen voorgeschreven tot milieugevoelige functies, vooral wonen. De toegestane bedrijfsacitiviteiten op de planlocatie vallen onder de activiteit 'handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven'. De bedrijven vallen in milieucategorie 2. Dit houdt in dat de minimale richtafstand in het kader van geluid 30 meter moet zijn. De nieuw te bouwen bedrijfshal van Valkseweg 184 komt op een kortere afstand dan 30 meter te liggen ten opzicht van de woning van Valkseweg 190. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting en goed woon- en leefklimaat niet in de weg staat en aan de grenswaarden wordt voldaan. Veiligheidszone - Activiteitenbesluit Binnen de grenzen van het bestemmingsplan is geen gasdrukmeet- en regelstation aanwezig. In het Activiteitenbesluit zijn veiligheidsafstanden opgenomen die moeten worden aangehouden tussen kwetsbare respectievelijk beperkt kwetsbare objecten en (onder andere) een gasdrukmeet- en regelstation (4-6 meter).
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten volgens het Activiteitenbesluit zijn dezelfde objecten als die genoemd zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het gaat dan om onder andere woningen, ziekenhuizen en bedrijven. Binnen de veiligheidsafstand kunnen eveneens geen beperkt kwetsbare objecten worden opgericht. Er wordt voldaan aan de voorgeschreven afstand van 4 meter die geldt voor beperkt kwetsbare objecten. Liander heeft op 7 januari 2022 aangegeven geen belangen in het gebied te hebben, daarom hoeven er in dit bestemmingsplan geen veiligheidsafstanden opgenomen te worden. Conclusie Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan.
5.12
Natuur en landschap
De beplanting aan de westzijde en zuidwestzijde van het plangebied wordt versterkt en uitgebreid. Verder wordt de bestaande coniferenhaag aan de oostzijde van het plangebied vervangen door een beukenhaag en worden er twee notenbomen geplant. Aan de zuidoostzijde wordt de bestaande houtsingel uitgebreid.
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
29
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding 5.2 Schets landschappelijke inpassing Om te garanderen dat de beoogde groenelementen gerealiseerd worden en in stand gehouden worden, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen (zie artikel 7.1 van de regels). Deze voorwaardelijke verplichting ligt op het gehele plangebied is gelinkt aan het inrichtingsplan. De verplichting regelt dat het gebruik volgens de bestemmingen alleen is toegestaan op voorwaarde dat binnen twee jaar na het inwerkingtreding van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voor het bouwen van het bedrijfsgebouw en het bijgebouw bij de bedrijfswoning, het perceel is ingericht volgens het inrichtingsplan. Indien niet aan deze verplichting wordt voldaan, is het als zodanig gebruiken van de gronden waarvoor een verplichte inrichting is voorgeschreven in strijd met deze bestemming. Conclusie Het aspect natuur en landschap vormt geen belemmering voor dit plan.
30
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
5.13
Veiligheid
Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.
Situatie Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes. Dit zal gebeuren bij de bouwplannen en inrichtingsplannen. Conclusie Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
5.14
Verkeer
De parkeervraag wordt op eigen terrein opgelost. Aan de bestaande inritten van de bedrijven en de verkeersgeneratie verandert niets. Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor dit plan.
5.15
Water
Deze waterparagraaf vormt het resultaat van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Het is verplicht de watertoets toe te passen. Hiermee wordt beoogd om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in het ruimtelijk planproces. De watertoets heeft betrekking op het grond-, oppervlakte-, afval- en hemelwater. Het behandelt alle relevante waterhuishoudkundige aspecten zoals ontwatering, wateroverlast en waterkwaliteit. De waterparagraaf beschrijft het relevante waterbeleid, de betrokkenheid en het advies van de waterbeheerder en de waterhuishoudkundige uitwerking van het plan. Waterbeleid BOP 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel.
Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
31
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie.
Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en Hemelwaterplan 2017 - 2020 Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Huidige situatie De bedrijfspercelen Valkseweg 180, 184 te Barneveld betreffen twee autogarages. De percelen bestaan uit een bedrijfswoning, twee bedrijfsgebouwen en een schuurtje/ daarnaast ruimte voor opslag van inventaris en voorraad. Het perceel is aangesloten op drukriolering gelegen in de Valkseweg. Toekomstige situatie Op het perceel Valkseweg 184 wordt een van de bestaande bijgebouwen gesloopt. In de plaats hiervoor wordt er een extra bijgebouw en bedrijfsgebouw gerealiseerd met een gezamenlijk oppervlak van 240 m2.
De extra bebouwing zal afwateren op de te realiseren wadi in de oostelijke groenstructuur. Daarnaast wordt er een groot deel verhard oppervlak aangelegd/gelegaliseerd op beide percelen. De afwatering van het verharde oppervlak op perceel nr. 180 zal afwateren richting een wadi gelegen in de zuidelijke groenstrook en zal hier infiltreren. Het verhard oppervlak gelegen op perceel 184 zal afwateren naar de wadi in de oostelijke groenstructuur. Bij de realisatie van de bijgebouwen worden uit duurzaamheidsoogpunt geen uitlogende bouwmaterialen gebruikt. De ontwikkeling sluit aan bij de waterhuishoudkundige doelen van de gemeente en het waterschap. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor dit plan.
32
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 6 6.1
JURIDISCHE ASPECT EN
Inleiding
Deze partiële herziening is gebaseerd op het moederplan "Buitengebied 2012" (met identificatienummer NL.IMRO.0203.1056-0004), vastgesteld op 28 mei 2013 en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijking- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Hoofdstuk 4 betreft het overgangsrecht en de slotbepaling. Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk of de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.
6.2
Inleidende regels
Begrippen In artikel 1 van de partiële herziening zijn de begrippen plan en bestemmingsplan "Buitengebied 2012" gedefinieerd. Het kan bij een partiële herziening voorkomen dat er een begrip wordt toegevoegd. Er wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik.
6.3
Bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 van de partiële herziening zijn de bestemmingsregels opgenomen. Op de in dit hoofdstuk en de daarin opgenomen bepalingen over de bestemmingen 'Bedrijf - Niet agrarisch', 'Agrarisch' en 'Groen' en de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie 1' na, worden de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" niet herzien. Tevens is de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" op de locatie gewijzigd in die zin dat de bestemmingsvlakken 'Bedrijf', 'Groen' en 'Agrarisch zijn aangepast, het bouwvlak is gewijzigd en een gebiedsaanduiding met betrekking tot een voorwaardelijke verplichting op het gehele plangebied is toegevoegd. Zie verder de toelichting bij het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Hieronder volgt een nadere uiteenzetting van enkele specifieke onderdelen van de partiële herziening.
6.4
Algemene regels
In hoofdstuk 3 is aangegeven dat de algemene regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012", en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad, niet zijn gewijzigd. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen.
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
33
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
6.4.1
Schakelbepaling
Er is in de regels een schakelbepaling opgenomen. Door middel van deze schakelbepaling opgenomen in artikel 5.2 van de planregels bij deze partiële herziening is nader aangegeven wat er op de verbeelding en/of in de regels verandert.
Dit is in paragraaf 6.3 van de toelichting van deze partiële herziening ook toegelicht. 6.4.2
Algemene aanduidingsregels
De algemene aanduidingsregels bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. De volgende soorten gebiedsaanduidingen zijn toegepast: 'overige zone - voorwaardelijke verplichting' 6.4.2.1
Voorwaardelijke verplichting
Bij wijzigingen van het bestemmingsplan is het veelal noodzakelijk afspraken met betrekking tot het slopen van gebouwen of het realiseren van inrichtingsmaatregelen dan wel andere voorwaarden vast te leggen. Om dit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij worden aan het bestemmingsplan specifieke regels toegevoegd die de verzoeker verplichten om bij gebruikmaking van de toegestane ontwikkeling ook de inrichtingsmaatregelen te realiseren of bebouwing te slopen. In onderhavige partiële herziening is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die verband houdt met de realisatie en de instandhouding van de afgesproken landschappelijke inpassing.
6.5
Overgangs- en slotregels
In het laatste hoofdstuk zijn de regels ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen. Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van voorliggende partiële herziening.
6.6
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: De regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving. Handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren. Niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (zoals in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijking van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.
In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei.
34
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: De regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels. Het beleid voor afwijkingen. In het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012"), en daarmee ook in deze partiële herziening, is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012") opgenomen afwijkingsmogelijkheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
35
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 7
ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID
Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Tijdens haar vergadering van 27 april 2010 heeft de gemeenteraad de bevoegdheden tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan bij een besluit tot wijzigen van het bestemmingsplan gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders.
De kosten voor het opstellen van het plan worden gedekt door het heffen van leges. Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een afzonderlijke overeenkomst gesloten. De inhoud voldoet aan die van een anterieure overeenkomst in de zin van artikel 6.24 Wro. Er zijn bij dit plan geen andere kosten die in een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst opgenomen moeten worden.
36
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID De procedure voor het gedeeltelijk herzien van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op DATUM in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennis gegeven van het voornemen om de voorliggende patiële herziening van het geldende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van de partiële herziening opgestart.
8.1
Participatie
De initiatiefnemer heeft overleg gevoerd met buren. Hierbij zijn omwonenden geïnformeerd over de plannen.
8.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Dit plan is deels gebaseerd op het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 en voldoet daar ook aan. Verder is er geen sprake van provinciale belangen, zodat ook is afgezien van vooroverleg met de provincie Gelderland. Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan derhalve worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 4.000 m² en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval. Om die reden heeft geen vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden.
Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding.
8.3
Inspraak
De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Op 15 december 2009 heeft het college besloten dat bij bestemmingsplannen alleen inspraak wordt gevoerd bij plannen waarbij maatschappelijke belangen een rol spelen, die politiek gevoelig liggen of waarbij inspraak een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en/of snellere doorlooptijd van het plan.
8.4
Zienswijzen
Het ontwerp voor de partiële herziening heeft van 21 oktober 2022 tot en met 1 december 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken zijn geen reacties ingediend.
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
37
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
38
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlagen bij de toelichting
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
39
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 1 Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen Het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.1056-0004), welk bestemmingsplan is vastgesteld op 28 mei 2013 (en onherroepelijk geworden op 16 september 2015), is inmiddels gewijzigd door het college, herzien door de raad en gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. In eerste instantie is een tweetal uitspraken verwerkt: de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 29 april 2015, zaaknummer 201307247/1/R2, 201305071/1/R2, 201305215/1/R2 en 201402967/1/R2; de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 16 september 2015, zaaknummer 201307247/5/R2. Daarnaast is het intrekkingsbesluit "Wijziging van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" door het intrekken van enkele onderdelen" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.IB1056-0001), vastgesteld op 11 november 2014, verwerkt, waardoor enkele onderdelen (diverse locaties) van het moederplan "Buitengebied 2012" zijn ingetrokken. Daarnaast is het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" inmiddels vervangen door een aantal bestemmingsplannen (met op zichzelf staande bestemmingsplanregelingen, de zogenaamde postzegelplannen) en tevens een provinciaal inpassingsplan "Rondweg Voorthuizen N303" (met IMRO-idn. NL.IMRO.9925.IPN303Voorthuizen-VST1).
Deze plannen zijn niet relevant, in die zin dat ze geen planologische gevolgen hebben, voor onderhavig plan. Verder is een aantal uiteenlopende wijzigingsplannen door het college - met toepassing van de binnen het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" opgenomen wijzigingsbevoegdheden - en partiële herzieningen door de raad vastgesteld en verwerkt. De wijzigingsplannen en een deel van de partiële herzieningen zijn op perceelsniveau doorgevoerd en hebben geen directe invloed op (op het gehele grondgebied van) onderhavig plan. De volgende partiele herzieningen zijn doorgevoerd, waarbij ook de regels van het moederplan c.q. het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" zijn gewijzigd en daarmee wel van invloed zijn op onderhavig plan: Naam partiële herziening
IMRO-identificatienummer
Datum vastgesteld
4e partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1268-0002
13-4-2016
Apeldoornsestraat-Kieftveen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1368-0002
14-12-2016
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1580-0002
3-2-2021
Dronkelaarseweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1611-0002
26-5-2021
Elzenkamperweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1467-0002
4-7-2018
Esvelderweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1397-0002
30-1-2019
Esvelderweg-Vinkekampweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1484-0002
22-5-2019
Garderbroekerweg-Harskamperweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1371-0002
24-5-2017
Grote Muntweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1414-0002
31-1-2018
Harremaatweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1366-0002
1-2-2017
Kapweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1623-0002
6-10-2021
Kerkendelweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1440-0002
25-4-2018
Kerkweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1510-0002
9-10-2019
Lange Zuiderweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1475-0002
14-11-2018
Meentweg-Valkseweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1439-0002
7-3-2018
Overhorsterweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1485-0002
10-7-2019
40
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
Parapluherziening De Puurveense Molen
NL.IMRO.0203.1248-0002
30-9-2014
Parapluherziening Molenbiotopen
NL.IMRO.0203.1598-0002
21-4-2021
Parapluherziening functieveranderingsbeleid 2016 en woninginhoud
NL.IMRO.0203.1391-0002
5-7-2017
partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1241-0001
25-2-2014
Plaggenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1370-0002
1-2-2017
Sleedoornweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1626-0002
6-10-2021
Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1596-0002
18-3-2021
Tweede partiele herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1253-0003
8-7-2014
Vergroten inhoud woningen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1376-0002
1-2-2017
Verzamelherziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1349-0002
8-11-2017
Vinkelaar II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1421-0002
7-3-2018
Vrouwenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1501-0002
10-7-2019
Welgelegenweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1503-0002
10-7-2019
Zeumerseweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1529-0002
11-12-2019
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
41
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 2 Bodemonderzoek
42
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek
"Valkseweg XXIV, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
43
Brouwer 1 5521 DK Eersel T +31 (0) 618245726 E e.philippens@tecmap.nl www.tecmap.nl K.v.K 70589895 IBAN NL86 RABO 326 7949 99
Referentie 20210124-02 Titel Valkseweg 184 te Barneveld Akoestisch onderzoek Datum
12 augustus 2022
Opdrachtgever
PTA Midden Nederland De Spil 6a 3774 SE Kootwijkerbroek de heer J. van den Brink
Contactpersoon
Behandeld door
20210124-2
ir. E.H.J. Philippens Tel: + 31 (0)6 18 24 57 26
12 augustus 2022 Pagina 1
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Uitgangspunten onderzoek
4
2.1 2.2
Situering onderzocht plangebied Beschrijving activiteiten en representatieve bedrijfssituatie
4 4
3
Toetsing
6
3.1 3.2 3.3
Ruimtelijk spoor Milieuspoor Indirecte geluidhinder
6 8 8
4
Rekenmodel
10
4.1 4.2 4.3
Immissiepunten Objecten, schermen en bodemvlakken Geluidbronnen – directe hinder
10 10 10
5
Rekenresultaten en toetsing
13
5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2
Ruimtelijk spoor Directe hinder - Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Directe hinder - Maximale geluidniveaus Milieuspoor Directe hinder - Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Directe hinder - Maximale geluidniveaus
13 13 13 14 14 14
6
Conclusie en samenvatting
15
Figuren Figuur 1 Figuur 2 Figuur 3 Figuur 4 Figuur 5
situering inrichting overzicht indeling bedrijfshal overzicht rekenmodel met positie rekenpunten overzicht rekenmodel met positie objecten, bodemvlakken en schermen overzicht rekenmodel met positie geluidbronnen directe hinder
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Invoergegevens rekenmodel langtijdgemiddelde beoordelingsniveau rekenresultaten langtijdgemiddelde beoordelingsniveau invoergegevens rekenmodel maximale geluidniveaus rekenresultaten maximale geluidniveaus Bronsterkteberekeningen
20210124-2
12 augustus 2022 Pagina 2
1
Inleiding
In opdracht van PTA Midden Nederland is voor het perceel aan de Valkseweg 184 te Barneveld een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bouw van een autowerkplaats. In de nu voorliggende rapportage is de te verwachten geluidemissie van het garagebedrijf gekwantificeerd en beoordeeld. Hiertoe is de geluiduitstraling van de inrichting berekend op basis van de met het bedrijf besproken representatieve bedrijfssituatie en bureauervaringsgegevens. Ter bepaling van de geluidbelasting ter hoogte van de bestaande woningen is een rekenmodel opgesteld. Om te beoordelen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening wordt gebruik gemaakt van de systematiek zoals beschreven in bijlage 5 uit de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzonering. Hiertoe is een berekening uitgevoerd ter plaatse van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen waarbij zowel de directe als indirecte hinder (verkeersaantrekkende werking) is beoordeeld. Met de voorliggende rapportage wordt verslag gedaan van de uitgangspunten en bevindingen van het uitgevoerde akoestisch onderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999). De rapportage is aangepast naar aanleiding van opmerkingen van het bevoegde gezag op een eerdere versie.
20210124-2
12 augustus 2022 Pagina 3
2
Uitgangspunten onderzoek
Ten behoeve van het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: - Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999). - Aangeleverde informatie betreffende de bedrijfsvoering. - VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering.
2.1
Situering onderzocht plangebied
Het inrichtingsterrein aan de Valkseweg 184 te Barneveld wordt anders ingedeeld. Er worden bestaande gebouwen gesloopt en op het zuidelijk deel van het inrichtingsterrein wordt een nieuwe werkplaats met opslag gerealiseerd. In oostelijke richting is op korte afstand een woning van derden gelegen (Valkseweg 190). In afbeelding 2.1 is de gewenste situatie weergegeven. Het achterste deel van de woning aan de Valkseweg 190 is niet ingericht als woonruimte. Woning derden
Nieuwe werkplaats Afbeelding 2.1: gewenste situering woningen ten opzichte van bedrijf
De globale situering van het perceel ten opzichte van woningen is ook weergegeven in figuur 1. In figuur 2 is de opbouw en indeling van het nieuwe bedrijfsgebouw van het autobedrijf weergegeven.
2.2
Beschrijving activiteiten en representatieve bedrijfssituatie
Op een doordeweekse dag is het bedrijf geopend vanaf 08:15 tot 17:00 uur. Rekening houdend met pauzes vinden er gedurende 8 uur in de werkplaats werkzaamheden plaats die in een relevante geluidemissie kunnen resulteren. Op zondagen is de werkplaats gesloten en op zaterdagen is het bedrijf van 09:00 tot 12:00 uur geopend. Voor de representatieve bedrijfssituatie is uitgegaan van 8 uur werkzaamheden in de werkplaats. Voor de maximale dagsituatie is uitgegaan van een occasions verkoop waarbij 9 klanten van en naar het terrein rijden en er sprake is van 1 proefrit door een klant (20 bewegingen).
20210124-2
12 augustus 2022 Pagina 4
Wel is rekening gehouden met de bevoorrading waarbij maximaal 3 bestelwagens het terrein op en afrijden voor de levering van diverse goederen. Voor de toekomst is, naast de reeds beschouwde vervoersbewegingen van klanten, rekening gehouden met 3 auto’s van het personeel dat van en naar de locatie rijdt. Tijdens de maximaal representatieve bedrijfssituatie is sprake van het aantal transporten zoals weergegeven in tabel 2.1. Volgens opgave komen geen middelzware of zware vrachtwagen op het terrein. Tabel 2.1: Overzicht aantal transporten tijdens de representatieve bedrijfssituatie Vervoersmiddelen
Aantal bewegingen1 tijdens de Dagperiode
07.00-19.00 uur Personenauto personeel Personenauto klanten
Bestelwagen leveringen
Avondperiode
19.00-23.00 uur
Nachtperiode
23.00-07.00 uur
3
--
--
3
--
--
10
--
--
Er is verder geen sprake van een incidentele bedrijfssituatie die minder dan 12 maal per jaar kan plaatsvinden en die in een hogere geluidemissie resulteert.
1 1 transport resulteert in twee bewegingen (vertrek en aankomst)
20210124-2
12 augustus 2022 Pagina 5
3
Toetsing
Bij de toetsing van geluid wordt onderscheid gemaakt tussen de geluidbijdrage die ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen ontstaat vanwege activiteiten en installaties die binnen de grenzen van de inrichting plaatsvinden (directe geluidhinder) en de geluidbijdrage vanwege het verkeer dat van en naar de inrichting rijdt (indirecte geluidhinder).
3.1
Ruimtelijk spoor
Of sprake is van een goede ruimtelijke ordening wordt gebruik gemaakt van de systematiek zoals beschreven in bijlage 5 uit de VNG publicatie. Deze beschrijft de beoordeling van geluidhinder in een 4 stappenplan: Stap 1: Als de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven. Stap 2: Als stap 1 niet toereikend is, is een geluidonderzoek noodzakelijk waarbij moet worden aangetoond dat aan de volgende grenswaarden wordt voldaan: - op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk: o 45 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; o 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden); o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking - op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied: o 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; o 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking Stap 3: Als stap 2 niet toereikend is: - op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk: o 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; o 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking - op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied: o 55 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; o 70 dB(A) maximaal
(piekgeluiden) exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; o 65 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Het bevoegd gezag kan daarbij gebruik maken van gemeentelijk geluidbeleid, indien de te verwachten geluidbelasting voldoet aan de in dit gemeentelijk geluidbeleid vastgestelde grenswaarden voor het betreffende gebied.
20210124-2
12 augustus 2022 Pagina 6
Stap 4: Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal inpassing niet mogelijk zijn. Indien het bevoegde gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. De indeling in milieucategorieën volgens de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering gebeurt op basis van de grootste afstand tussen een gevoelig object en de activiteit voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De indeling is hieronder in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1: overzicht milieu categorieën en aanbevolen richtafstanden Milieucategorie
Richtafstand in meter
1
2
3.1
3.2
4.1
4.2
5.1
5.2
5.3
6
10
30
50
100
200
300
500
700
1000
1500
De richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Dit betekent dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de aangegeven afstand niet meer mag bedragen dan 45 dB(A) tijdens de dagperiode, 40 dB(A) tijdens de avondperiode en 35 dB(A) tijdens de nachtperiode. Er is sprake van een zekere functiemenging in het gebied. Dit betekent dat bij de toetsing of bij de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat mag worden uitgegaan van de richtwaarden behorende bij een gemengd gebied. Volgens het huidige bestemmingsplan is het inrichtingsterrein aanwezen als “Bedrijf – Niet agrarisch (artikel 6)”. De maximale milieucategorie bedraagt 2. Volgens bovenstaande tabel bedraagt de richtafstand tot woningen dan 30 meter voor een rustige woonwijk en 10 meter voor een gemengd gebied. Binnen deze afstanden zijn woningen gelegen zodat volgens het stappenplan een geluidonderzoek moet plaats vinden. In figuur 3.1 is de situatie weergegeven waarbij tevens is aangegeven waar de geluidgevoelige objecten zijn gelegen.
20210124-2
12 augustus 2022 Pagina 7
Valkseweg 188
Valkseweg 190 30 meter 10 meter
Afbeelding 3.1: Situering inrichting ten opzichte van woningen
3.2
Milieuspoor
Voor het bedrijf zal het Activiteitenbesluit van toepassing zijn. Tabel 3.2 geeft een samenvatting van de toetsingscriteria volgens dit besluit (artikel 2.17). Tabel 3.2: overzicht normstelling volgens Activiteitenbesluit Beoordelingslocatie
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT
Ter plaatse van gevels van geluidgevoelige gebouwen In in- en aanpandige gevoelige gebouwen Maximaal geluidniveau LAmax
Ter plaatse van gevels van geluidgevoelige gebouwen In in- en aanpandige gevoelige gebouwen
Dagperiode
Avondperiode
Nachtperiode
07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
70 dB(A)*
65 dB(A)
60 dB(A)
35 dB(A)
55 dB(A)*
30 dB(A)
50 dB(A)
25 dB(A)
45 dB(A)
* = piekgeluiden ten gevolge van laad- en losactiviteiten blijven buiten beschouwing
Het besluit biedt overheden de mogelijkheid om gemotiveerd in de vorm van maatwerkvoorschriften af te wijken van de normstelling volgens tabel 3.2. Bijvoorbeeld om meer aan te sluiten op een gemeentelijk geluidbeleid. Zover is kunnen nagaan beschikt de gemeente Barneveld niet over een specifiek geluidbeleid ten aanzien van “industrielawaai”.
3.3
Indirecte geluidhinder
Voor de beoordeling of sprake is van indirecte hinder wordt aansluiting gezocht met de systematiek zoals omschreven in de Circulaire Indirecte Hinder. Deze stelt dat de geluidbijdrage vanwege het verkeer dat van 20210124-2
12 augustus 2022 Pagina 8
en naar de inrichting rijdt en akoestisch herkenbaar is ten opzichte van het reguliere verkeer, in eerste instantie ter plaatse van woningen getoetst moet worden aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde tot ten hoogste 65 dB(A) is mogelijk indien het binnenniveau in de geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedraagt dan 35 dB(A) etmaalwaarde. Uit de bedrijfsinventarisatie blijkt dat er van en naar het inrichtingsterrein slechts sprake is van een beperkt aantal voertuigen. Dit in combinatie met het gegeven dat de woningen op enige afstand van de openbare weg zijn gelegen, is er geen sprake van een relevante geluidbijdrage vanwege het verkeer dat van en naar de garage zal rijden. Ter hoogte van woningen zal ruimschoots voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Vanwege het verkeer over de openbare weg is er dan volgens de beoordelingssystematiek uit de Circulaire geen indirecte hinder te verwachten.
20210124-2
12 augustus 2022 Pagina 9
4
Rekenmodel
Ten behoeve van de berekeningen is gebruik gemaakt van een rekenmodel. In het rekenmodel zijn alle relevante objecten, waarneempunten, bodemvlakken, schermen en geluidbronnen opgenomen. Er is gerekend met het rekenpakket Geomilieu versie V2020.2. Dit programma berekent de geluidimmissie volgens methode II.8 zoals beschreven in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999. Er is gerekend met een volledig geluidsabsorberende bodem (1) buiten de ingevoerde harde bodemvlakken.
4.1
Immissiepunten
In het rekenmodel zijn rekenpunten opgenomen ter plaatse van de woningen van derden. Ter hoogte van woningen is voor de dagperiode een beoordelingshoogte van 1,5 meter boven het plaatselijke maaiveld en voor de avond- en nachtperiode een beoordelingshoogte van 5 meter gehanteerd. De locatie van de gehanteerde beoordelingspunten is weergegeven in figuur 3 en de gedetailleerde invoergegevens zijn opgenomen in bijlage 1. Het achterste deel van de woning Valkseweg 190 betreft een bijgebouw. Voor de volledigheid zijn hier wel rekenpunten in het rekenmodel opgenomen maar wordt de berekende geluidbijdrage niet getoetst.
4.2
Objecten, schermen en bodemvlakken
Voor een gedetailleerd overzicht van de in het rekenmodel opgenomen objecten en bodemvlakken wordt verwezen naar bijlage 1. De posities van deze items is weergeven in figuur 4.
4.3
Geluidbronnen – directe hinder
De akoestisch relevante geluidbronnen binnen de inrichting bestaan uit voertuigbewegingen over het inrichtingsterrein en werkzaamheden in de werkplaats. De werkplaats bevat geen afzuiging of luchtbehandeling die in een relevante geluidemissie richting woningen resulteert. Wel zal sprake zijn van een roetafzuiging. Bij het autoreparatiebedrijf kunnen In de werkplaats kunnen verschillende bewerkingen worden uitgevoerd aan auto’s. Ook zullen APK keuringen gaan plaatsvinden. Voor de bepaling van het gemiddelde geluidniveau in de werkplaats is gebruik gemaakt van meetresultaten bij een vergelijkbaar bedrijf. De werkzaamheden variëren per dag waardoor het gemiddelde geluidniveau in de werkplaats sterk fluctueert. Er is bij de berekeningen uitgegaan van een over 8 uur gemiddeld geluidniveau van 78 dB(A). De geluidemissie van de roetafzuiging is sterk afhankelijk van het type en merk. Bij een vergelijkbaar bedrijf is een bronsterkte van 87 dB(A) meetkundig vastgesteld. Voor een nieuw op te richten bedrijf moet de Best Beschikbare technieken worden toegepast. Het is verdedigbaar om van een bronsterkte van 85 dB(A) uit te gaan(maximaal 74 dB(A) op 1 meter afstand). De roetafzuiging wordt zover mogelijk van de woningen af op het dak van de inrichting geplaatst. De afzuiginstallatie zal gemiddeld 25% van de tijd daadwerkelijk in bedrijf zijn.
In het rekenmodel is een bedrijfstijd van 2 uur aangehouden. In het algemeen zal het gemiddelde geluidniveau in de hal lager zijn maar bij de berekeningen is uitgegaan van het worst-case scenario. In bijlage 5 is de volledige bronsterkteberekening opgenomen voor de geluiduitstraling via de wanden, deuren en dak.
20210124-2
12 augustus 2022 Pagina 10
Door de opdrachtgever is aangegeven dat de constructiewerkplaats als volgt is opgebouwd: Vloeropbouw: rc:3,7 Betonvloer Drukvaste isolatie
-
Wandopbouw RC 4,7: Potdeksel staalprofiel Sandwichpaneel 100 mm Binnenwanden vellingblokken
-
Dakopbouw 6,3: Sandwichpaneel
-
Er is ervan uitgegaan dat de roldeur in de westgevel gedurende maximaal 0.5 uur in de dagperiode geopend kunnen zijn bij werkzaamheden binnen voor de onmiddellijke doorlaat van goederen. Voor het rustig over het terrein rijden van een personenauto en een bus is een bronsterkte van respectievelijk 90 en 94 dB(A) aangehouden. Voor het optrekken van een personenauto is 93 dB(A) aangehouden. Verder is op verschillende locaties op het terrein rekening gehouden met het sluiten van een portier waarbij een maximaal piekbronsterkte van 98 dB(A) is aangehouden gebaseerd op eigen meetresultaten. In het rekenmodel zijn de rijroutes over het inrichtingsterrein opgenomen waarbij een gemiddelde rijsnelheid van 10 km/uur is aangehouden. Tabel 4.1 en tabel 4.2 geeft een totaal overzicht van de geluidbronnen die in het rekenmodel zijn opgenomen. Tabel 4.1: overzicht geluidbronnen rekenmodel Nr.
Bronomschrijving
Lw in dB(A)
Bedrijfstijden in uren tijdens de Dagperiode
Avondperiode
Nachtperiode
gem.
max.
07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
G01
Uitstraling oostgevel werkplaats
56
--
8
--
--
G03
Uitstraling Westgevel werkplaats
56
--
8
--
--
D01-D14
Uitstraling door dak werkplaats
60
--
8
--
--
G02b
Uitstraling door noordgevel hoog
51
--
8
--
--
01-03
Overheaddeur werkplaats open
84
--
0.5
--
--
H01
Werkzaamheden heftruck (lijnbron)
87
--
0.5
Max01-max03
Sluiten portier
--
98
X
--
--
Max04-max06
Optrekken personenauto
--
93
X
--
--
G02
01b-03b
20210124-2
Uitstraling Noordgevel werkplaats
Overheaddeur werkplaats dicht
57
60
--
--
8
7.5
--
--
--
--
12 augustus 2022 Pagina 11
Tabel 4.2: overzicht mobiele geluidbronnen rekenmodel. Nr.
Bronomschrijving
Lw in dB(A) gemiddeld
Voertuigbewegingen Dagperiode
Avondperiode
Nachtperiode
07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
mb01
personenauto klanten
90
2 x 10
--
--
mb03
Bestelwagen
94
2x3
--
--
mb02
Personenauto personeel
90
2x3
--
--
De invoergegevens van het rekenmodel zijn opgenomen in bijlage 1 (rekenmodel LAr,LT), bijlage 3 (rekenmodel LAmax). In figuur 5 zijn de bronlocaties binnen het rekenmodel weergegeven.
20210124-2
12 augustus 2022 Pagina 12
5
Rekenresultaten en toetsing
5.1
Ruimtelijk spoor
5.1.1
Directe hinder - Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
Tabel 5.1 geeft een overzicht van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) in de beoordelingspunten. In de tabel is tevens een toetsing opgenomen aan de voorgestelde geluidnormen. De gedetailleerde rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 2. Tabel 5.1: overzicht toetsing berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
Rekenpunt
Nr.
Omschrijving
1
Valkseweg 178
3
Valkseweg 190
2 4 5 6 7
Valkseweg 188 Valkseweg 205
Valkseweg 205a Valkseweg 209 Valkseweg 211
LAr,LT in dB(A) tijdens de Dagperiode
Avondperiode
07.00-19.00 uur
Nachtperiode
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
Berek.
Norm
Over.
Berek.
Norm
Over.
Berek.
Norm
Over.
32
50
--
--
45
--
--
40
--
29
50
39
--
50
26
--
50
26
--
50
23
--
50
22
--
50
Berek.
Berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
Over.
Berekende overschrijding ten opzichte van de norm
--
---
45
--
45
--
--
45
--
--
45
--
--
45
--
--
45
--
---
40
--
40
--
--
40
--
--
40
--
--
40
--
--
40
--
Uit de tabel blijkt dat ruimschoots wordt voldaan aan de voorgestelde normstelling volgens stap 2 uit de VNG publicatie bedrijven en milieuzonering. 5.1.2
Directe hinder - Maximale geluidniveaus
Voor de beoogde situatie zijn tevens de maximale geluidniveaus berekend invallend op de gevel van woningen. Het resultaat van de berekeningen en de toetsing is weergegeven in tabel 5.2. Voor een uitgebreid en gedetailleerd overzicht van de rekenresultaten wordt verwezen naar bijlage 4. Tabel 5.2: overzicht toetsing berekende maximale geluidniveaus (LAmax) Maximale geluidniveaus
Rekenpunt
Nr.
Omschrijving
1
Valkseweg 178
3
Valkseweg 190
2 4 5
Valkseweg 188 Valkseweg 205
Valkseweg 205a
20210124-2
LAmax in dB(A) tijdens de Dagperiode
Avondperiode
07.00-19.00 uur
Nachtperiode
19.00-23.00 uur
Berek.
Norm
Over.
Berek.
Norm
Over.
64
70
--
--
65
56 65 53 54
70 70 70 70
-----
-----
65 65 65 65
23.00-07.00 uur Norm
Over.
--
60
--
--
60
----
Berek.
60
60 60
-----
12 augustus 2022 Pagina 13
Maximale geluidniveaus
Rekenpunt
Nr.
Omschrijving
6
Valkseweg 209
7 Berek. Over.
Valkseweg 211
LAmax in dB(A) tijdens de Dagperiode
Avondperiode
07.00-19.00 uur
Nachtperiode
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
Berek.
Norm
Over.
Berek.
Norm
Over.
Berek.
Norm
Over.
49
70
--
--
65
--
--
60
--
51
70
--
--
65
--
--
60
--
Berekende maximale geluidniveaus
Berekende overschrijding ten opzichte van de norm
De maximale geluidniveaus worden bepaald door het optrekkende verkeer. Uit de tabel en bijlage 4 blijkt dat worden kan voldaan aan de voorgestelde geluidnorm.
5.2
Milieuspoor
5.2.1
Directe hinder - Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
Wanneer aan de grenswaarden voor het ruimtelijk spoor wordt voldaan, wordt ook automatisch voldaan aan de grenswaarden volgens het Activiteitenbesluit. Immers de geluidnormen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau volgens het Activiteitenbesluit zijn overeenkomstig de richtwaarden behorende bij een gemengd gebied. Er wordt ruimschoots voldaan aan de normstelling volgens het Activiteitenbesluit. 5.2.2
Directe hinder - Maximale geluidniveaus
Volgens het Activiteitenbesluit zijn de piekniveaus vanwege voertuigen die tussen 07.00 en 19.00 uur van en naar het inrichtingsterrein rijden uitgesloten van toetsing. De normstelling voor het maximale geluidniveau volgens het Activiteitenbesluit is overeenkomstig de richtwaarden behorende bij een gemengd gebied. Er wordt voldaan aan de normstelling volgens het Activiteitenbesluit.
20210124-2
12 augustus 2022 Pagina 14
6
Conclusie en samenvatting
Door TecMaP is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluiduitstraling van de voorgenomen van een garagebedrijf op het perceel Valkseweg 184 te Barneveld. Uitgaande van de door de opdrachtgever aangereikte gegevens is een rekenmodel opgesteld. Met dit rekenmodel is de geluidbijdrage ter plaatse van woningen bepaald. Uit de rekenresultaten en toetsing blijkt het volgende: - Directe hinder: o Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) bedraagt ter plaatse van woningen minder dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Er wordt ruimschoots voldaan aan stap 2 uit de VNG publicatie bedrijven en milieuzonering behorende bij een gemengd gebied. o Er wordt ten aanzien van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ook ruimschoots voldaan aan de normstelling volgens het Activiteitenbesluit. o Het maximale geluidniveau (LAmax) bedraagt ter plaatse van woningen maximaal 65 dB(A) in de dagperiode. De normstelling behorende bij stap 2 uit de VNG publicatie wordt gerespecteerd. o Er wordt ten aanzien van de maximale geluidniveaus ruimschoots voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. - Indirecte hinder: o Vanwege het beperkte aantal verkeersbewegingen over de openbare weg, is ter plaatse van de woningen geen sprake van een relevante geluidbijdrage vanwege het verkeer dat over de Valkseweg naar het garagebedrijf rijdt.
De Valkseweg is een drukke doorgaande weg zodat het verkeer met bestemming garage akoestisch niet herkenbaar is ten opzichte van het reguliere verkeer. Uit bovenstaande blijkt dat de voorgenomen bedrijfsactiviteiten bij het autobedrijf op het perceel Valkseweg 184 dermate beperkt zijn dat bij de woningen nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
TecMaP
ir. E.H.J. Philippens Senior adviseur
20210124-2
12 augustus 2022 Pagina 15
Barneveld
TecMaP LLP
31 mrt 2021, 15:00 Gebouwen Schermen Bedrijven Hulpvlakken
0m
40 m schaal = 1 : 1051
460600
460500
460400
172100 HMRI, industrie, [situatie 2018 - Barneveld] , Geomilieu V2022.2 rev 1 Licentiehouder: TecMaP LLP
figuur 1: situering autobedrijf te Barneveld
172200
Figuur 2: Schetsen nieuwe werkplaats
Barneveld
TecMaP LLP
31 mrt 2021, 15:03 Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Bedrijven Hulplijnen
0m
40 m schaal = 1 : 1097
460600
04
05
06
02
01 03-I 03-II 03-III 460500
172100 HMRI, industrie, [situatie 2018 - Barneveld] , Geomilieu V2022.2 rev 1 Licentiehouder: TecMaP LLP
figuur 3: Overzicht rekenmodel met situering rekenpunten
172200
07
Barneveld
TecMaP LLP
31 mrt 2021, 15:04 Bodemgebieden Gebouwen Schermen 460700
0m
50 m schaal = 1 : 1215
29
13 7 4
21
11
1
9
460600
6
12
11
10
22
3
9 2
17
1
7
4
23 3
16
18
15
2
5
31
14
172100 HMRI, industrie, [situatie 2018 - Barneveld] , Geomilieu V2022.2 rev 1 Licentiehouder: TecMaP LLP
27
32 30 G 0 2
28 24
20
0 3 G 26
G 0 1
5
12
8
25
19
10 460500
8
13
6
172200
figuur 4: Overzicht rekenmodel met situering objecten, schermen en bodemvlakken
172300
Barneveld
TecMaP LLP
31 mrt 2021, 15:06 Mobiele bron Puntbronnen Uitstralende gevels Gebouwen Schermen Bedrijven
2 m b 0 0m
10 m schaal = 1 : 349
460520
1 b 0 3 mb0 m
460480
G0 3
172200 HMRI, industrie, [situatie 2018 - Barneveld] , Geomilieu V2022.2 rev 1 Licentiehouder: TecMaP LLP
figuur 5a: Overzicht rekenmodel met ligging geluidbronnen -LAr,LT-
G 0 1
G 0 2 G02b D12 D01 D11 D02 1 1b D10 D03 D09 D04 2 2b D14 D13 D08 D05 3 3b D07 4 D06
Barneveld
TecMaP LLP
31 mrt 2021, 15:06 Mobiele bron Puntbronnen Uitstralende gevels Gebouwen Schermen Bedrijven
max07
2 m b 0
max04
0m
10 m schaal = 1 : 349
460520
max05 1 b 0 3 mb0 m
max02
460480
G0 3
max03
172200 HMRI, industrie, [situatie 2018 - Barneveld] , Geomilieu V2022.2 rev 1 Licentiehouder: TecMaP LLP
figuur 5b: Overzicht rekenmodel met ligging geluidbronnen -LAmax-
G 0 1
G 0 2 G02b D12 D01 D11 D02 1 1b max01 D10 D03 D09 D04 max06 2b 2 D14 D13 D08 D05 3 3b D07 4 D06
Bijlagen Bijlage 1: invoergegevens rekenmodel LAr,LT Deze bijlage bevat alle voor het onderzoek relevante details van het rekenmodel dat gebruikt is voor de berekeningen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT zoals dit tijdens representatieve en eventueel incidentele bedrijfssituaties kan ontstaan.
20210124-2
19 juli 2022
bijlage 1 Model: Groep: Naam
Barneveld (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
172127,06 172123,31 172159,89 172228,43 172127,20
460585,82 460483,61 460571,47 460602,86 460468,41
Y-1
Hoogte
Maaiveld
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
Cp
Refl. 63
Refl. 125
Refl. 250
Refl. 500
Refl. 1k
Refl. 2k
Refl. 4k
6 7 8 9 10
172178,30 172173,40 172202,87 172279,61 172120,18
460583,06 460646,44 460540,89 460594,00 460515,03
2,99 3,19 5,29 5,30 6,02
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
11 12 13 14 15
172212,75 172289,60 172270,84 172223,91 172138,96
460616,45 460538,26 460619,47 460526,67 460474,99
3,67 5,52 3,92 4,09 2,98
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
16 17 18 19 20
172199,28 172261,12 172161,07 172143,68 172237,16
460519,93 460536,62 460506,90 460521,51 460491,04
6,00 6,21 5,59 6,20 2,26
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
21 22 23 24 25
172278,68 172227,51 172122,64 172157,18 172196,18
460619,07 460589,80 460494,57 460454,16 460527,30
3,66 6,00 1,98 2,70 6,66
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
26 27 28 29 30
172211,25 172230,95 172200,00 172242,16 172212,46
460484,12 460486,23 460467,45 460659,40 460482,61
3,41 1,93 1,84 3,36 4,00
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
172207,70 172222,64
460491,72 460464,41
3,00 6,60
0,00 0,00
0 dB 0 dB
0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80
1 2 3 4 5
31 32
Omschr.
nieuwe loods bijgebouw
X-1
3,37 0,97 6,00 5,62 2,52
Geomilieu V2022.2 rev 1 Licentiehouder: TecMaP LLP
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
19-7-2022 11:25:59
bijlage 1 Model: Groep: Naam 1 2 3 4 5
Barneveld (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr.
X-1
Y-1
Bf
172059,92 172063,82 172122,45 172129,40 172146,01
460501,54 460513,57 460461,37 460526,96 460531,70
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
6 7 8 9 10
172220,04 172193,59 172235,54 172198,89 172150,61
460485,53 460544,62 460556,16 460552,69 460539,45
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
11 12 13
172211,43 172258,50 172262,27
460556,24 460569,13 460562,80
0,00 0,00 0,00
Geomilieu V2022.2 rev 1 Licentiehouder: TecMaP LLP
19-7-2022 11:26:20
bijlage 1 Model: Groep: Naam G01 G02 G03
Barneveld (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr. nok gevel
Cp
2 dB 0 dB 0 dB
Refl.L 31
0,00 0,00 0,00
Refl.R 31
0,00 0,80 0,80
H-1
8,00 4,00 4,00
H-n
8,00 4,00 4,00
M-1
0,00 0,00 0,00
M-n
0,00 0,00 0,00
Geomilieu V2022.2 rev 1 Licentiehouder: TecMaP LLP
X-1
172220,91 172217,25 172220,18
Y-1
460464,04 460463,16 460484,25
X-n
172216,37 172225,06 172212,49
Y-n
460483,39 460464,99 460482,58
19-7-2022 11:26:33
bijlage 1 Model: Groep:
Barneveld (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Naam
Omschr.
Valkseweg 178 Valkseweg 188 Valkseweg 190 Valkseweg 205 Valkseweg 205a
172144,31 172203,33 172201,85 172163,87 172173,90
460519,66 460539,01 460510,65 460572,11 460574,96
Y
Maaiveld
Hoogte A
Hoogte B
Hoogte C
Gevel
06 07 03-II 03-III
Valkseweg 209 Valkseweg 211 Valkseweg 190 bijgebouw Valkseweg 190 bijgebouw
172222,52 172229,76 172204,10 172205,59
460573,00 460573,93 460502,91 460500,99
0,00 0,00 0,00 0,00
1,50 1,50 1,50 1,50
5,00 5,00 5,00 5,00
-----
Ja Ja Ja Ja
01 02 03-I 04 05
X
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
Geomilieu V2022.2 rev 1 Licentiehouder: TecMaP LLP
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
------
Ja Ja Ja Ja Ja
19-7-2022 11:26:45
bijlage 1 Model: Groep: Naam mb01 mb02 mb03
Barneveld (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr.
personenauto klanten personenauto personeel bestelwagen leveranciers
H-1
0,75 0,75 0,75
H-n
0,75 0,75 0,75
M-1
0,00 0,00 0,00
M-n
0,00 0,00 0,00
Vormpunten
Geomilieu V2022.2 rev 1 Licentiehouder: TecMaP LLP