Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan_vastgesteld_1_Toelichting
Tekst van het document
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
(maart 2024) bestemmingsplan Plannr. 1736
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen
6 6 6
Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Beschrijving plan 3.2 Beeldkwaliteit
8 8 10
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente
16 16 16 17 18 19 20
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Ontplofbare oorlogsresten 5.14 Veiligheid 5.15 Verkeer 5.16 Water
25 25 25 27 29 30 31 32 32 32 33 34 35 35 36 36 37
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving
39 39 43
Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Kostenverhaal en zekerstellingen
45 45
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen
46 46 47 47 47
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Aanmeldnotitie m.e.r.
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek industrielawaai
2
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 4
Besluit m.e.r.-beoordeling
Bijlage 5
Bodemonderzoek
Bijlage 6
Bodemonderzoek Valkseweg 101
Bijlage 7
BoomEffectAnalyse
Bijlage 8
Overzicht aan te planten en te kappen bomen
Bijlage 9
Parkeerbalans appartementen
Bijlage 10
Parkeerbalans woningen
Bijlage 11
Quickscan flora en fauna
Bijlage 12
Stikstofonderzoek
Bijlage 13
Waterhuishoudingsplan
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
3
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
4
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor het perceel tussen de Valkseweg en de Dr. Willem Dreeslaan is een verzoek ingediend om 29 appartementen, 12 grondgebonden woningen en bijbehorende voorzieningen te realiseren.
Afbeelding 1.1: Ligging locatie De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
5
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt tussen de Valkseweg en Dr. Willem Dreeslaan in Barneveld. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de Dr. Willem Dreeslaan. Aan de zuidzijde vormt de Valkseweg en de daaraan gelegen percelen Valkseweg 99 en Valkseweg 101 de grens van het plangebied. De grens aan de westen noordzijde wordt gevormd door bestaande bedrijfspercelen aan de Voltastraat 10 en Pascalstraat 30-32. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.
Afbeelding 2.1: Begrenzing plangebied
2.2
Geldende bestemmingen
2.2.1
Bestemmingsplan
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan Barneveld-Zuidoost (vastgesteld op 03-10-2018) en heeft de bestemming Agrarisch - Onbebouwd. Realisatie van woningen is binnen deze bestemming niet toegestaan. Met de parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' gekregen.
6
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Afbeelding 2.2: Geldend bestemmingsplan In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. 2.2.2
Voorbereidingsbesluit
Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor het voorliggende plan.
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
7
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
Het plangebied betreft een open plek in een gebied dat gekenmerkt wordt door vrijstaande woningen met een enkele tweekapper (vrij kleinschalige bebouwing) aan de Valkseweg. Langs de Dr. Willem Dreeslaan zijn grotere gebouwen gelegen. Parallel aan de Dr. Willem Dreeslaan loopt een doodlopend straatje (Pascalstraat), dat eindigt tegen het plangebied aan. Door het bedrijventerrein en plangebied loopt een oude watergang met knotwilgen en bosschages.
Afbeelding 3.1 Luchtfoto van de huidige situatie
3.1
Beschrijving plan
Het plan beoogt de bouw van 6 vrijstaande woningen, 6 twee-onder-één kap woningen en 29 appartementen met bijbehorende ontsluitingswegen, parkeerplaatsen, groen en andere bijkomende voorzieningen mogelijk te maken. De bebouwing langs de Valkseweg wordt doorgezet, ook in het middengebied. Langs de Dr. Willem Dreeslaan zijn appartementen gesitueerd. Het plangebied is zowel vanaf de Dr. Willem Dreeslaan/Pascalstraat als de Valkseweg toegankelijk. Daarnaast is een langzaam verkeersroute opgenomen richting de Hooilanden/het Lavendelplein. Ook is rekening gehouden met een afstand van 30 8
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan meter van het dichtstbijzijnde bedrijfsgebouw. Het perceel wordt opgedeeld in twee deelgebieden die afzonderlijk toegankelijk zijn. De huidige oude watergang vormt de grens tussen deze twee deelgebieden. Hiermee blijft de bestaande structuur van het perceel in het plan behouden. In het deelgebied aan de zijde die wordt ontsloten aan de Dr. Willem Dreeslaan wordt een 4-laags appartementengebouw (met 29 appartementen) gerealiseerd. Aan de zijde met de ontsluiting aan de Valkseweg, worden de 12 grondgebonden woningen gerealiseerd. Voor de ontwikkeling van het plan zullen naast 21 risicobomen (bomen die niet duurzaam te behouden zijn) ook 8 duurzaam te behouden bomen op de planlocatie worden gekapt. Dit is echter nodig om onder andere de inrit en een woning te realiseren. Verder blijft een groot deel van de bomen behouden en worden er circa 30 nieuwe bomen geplant.
Afbeelding 3.2 Weergave van de gewenste situatie` (links de Valkseweg en rechts de Dr. Willem Dreeslaan) De ontwikkeling is ingestoken vanuit de wens de woningbouw te versnellen en nog onder de huidige wetgeving (Wet ruimtelijke ordening) tot stand te laten komen. Het project draagt bij aan de vraag naar verschillende typen woningen in de kern Barneveld en draagt bij in de autonome groei. Daarnaast betreft het plan inbreiding, wat past binnen de gemeentelijke visie dat inbreiding boven uitbreiding gaat. Het plangebied betreft immers een open plek in een gebied dat gekenmerkt wordt door vrijstaande woningen met een enkele tweekapper (vrij kleinschalige bebouwing) aan de Valkseweg. Stedenbouw Uitgangspunt is twee deelgebieden die afzonderlijk toegankelijk zijn. Aan de zijde van Dr. Willem Dreeslaan is een 4-laags appartementengebouw (met 29 appartementen) in een groene setting gelegen welke benaderbaar is via de Pascalstraat. De 12 grondgebonden woningen worden ontsloten via de Valkseweg. De oude watergang vormt de grens tussen beide deelgebieden. Deze opzet sluit goed aan op de omgeving en is dan ook passend. Daarmee wordt ook de oude structuur behouden.
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
9
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Landschap De oude structuur van de watergang blijft behouden. Weliswaar is groen al verloren gegaan maar ook is een bomeninventarisatie uitgevoerd alsmede een boomeffectanalyse. Naar aanleiding daarvan blijft een groot deel van de bestaande (kapvergunningplichtige) bomen behouden. Daarnaast worden nieuwe bomen en groen aangeplant. Wonen De appartementen in het appartementengebouw liggen in verschillende prijscategorieën waarmee er sprake is van een gedifferentieerd woningaanbod aangezien de grondgebonden woningen in het dure segment vallen. Het appartementengebouw zelf is alzijdig waardoor er geen sprake meer is van achterkantsituaties. Dit past goed bij de plek. De grondgebonden woningen sluiten goed aan bij de huidige vraag en de directe omgeving. Verkeer en inrichting openbare ruimte De grondgebonden woningen worden ontsloten via de Valkseweg. De nabijgelegen wegversmalling vervalt doordat ter plaats van een aansluiting een plateau wordt gesuggereerd. De langzaam verkeersroute richting de Hooilanden/het Lavendelplein zorgt voor een verkorting van de route van de Valkseweg naar de supermarkt. Deze route is hierdoor een aanwinst, ook voor de bestaande bewoners van de Valkseweg. Voor wat betreft het parkeren wordt in de twee deelgebieden voldaan aan de normen uit de meest recente Nota Parkeernormen.
Bij het appartementengebouw is sprake van medegebruik van de parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan de Pascalstraat . Conclusie Overall gezien is er sprake van een plan dat inspeelt op de huidige structuur en waarbij sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
3.2
Beeldkwaliteit
Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden. Aan het zuidkant (Valkseweg) ligt het gebied 'Lint en middengebied'. Aan de noordzijde (verlengde Pascalstraat) ligt het gebied 'Appartementengebouw'.
10
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Afbeelding 3.3 Deelgebieden 'Lint en middengebied' (oranje) en 'Appartementengebouw' (groen) In het 'Lint en middengebied' worden zes vrijstaande woningen, vier 2-onder-1 kap woningen en twee geschakelde woningen gerealiseerd. Deze bestaan uit twee lagen met een kap. Het 'Appartementengebouw' bestaat uit 29 appartementen in maximaal 4 bouwlagen. Vooruitlopend op de gewenste architectuurbeelden, worden de 'accenten' benoemd. Dit betreffen delen van gebouwen die verbijzonderd moeten worden. Het gaat om zogenaamde zichtplekken. Op de onderstaande afbeelding zijn in rood de plekken aangegeven waar een gevelaccent noodzakelijk is en met donkerblauw een herkenbare zichtlocatie. Met oranje zijn die plekken aangeduid waar aandacht moet zijn voor de aansluiting op de bestaande bebouwing terwijl groen/blauw de representatieve gevels zijn. Als laatste is met groen de zichtbare entree aangeduid.
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
11
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Afbeelding 3.4 Verbijzonderingen De twee deelgebieden kennen ook verschillen streefbeeld qua architectuur, al sluiten deze wel bij elkaar aan. In het deel voor de grondgebonden woningen (Lint en middengebied) is de insteek de Kempische stijlkenmerken terug te laten komen. Het gaat dan om: gemêleerde gevelsteen keramische pan duidelijk zichtbare plint gemarkeerde entree roedenverdeling accenten, bijvoorbeeld luiken, erkers, zijpunten en ronde ramen De afbeeldingen hierna geven een beeld/impressie van de beoogde stijl:
12
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Afbeelding 3.5 Impressie en sfeerbeelden grondgebonden woningen: Kempische stijlkenmerken Voor het appartementengebouw (deelgebied B) gelden de volgende stijlkenmerken: modern blok met perforaties gemêleerde steen duidelijke plint gemarkeerde entree "Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
13
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan Heldere orde en ritmiek in de gevel bijzonder element op zichtlocatie duidelijke dakrand De afbeeldingen hierna geven een beeld/impressie van de beoogde stijl:
14
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Afbeelding 3.6 Impressie en sfeerbeelden appartementengebouw "Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
15
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.
4.2
Rijk
4.2.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking De voorgenomen ontwikkeling op het perceel tussen de Valkseweg en Dr. Willem Dreeslaan is gericht op inbreiding en het realiseren van extra woningen. De bestaande watergang blijft behouden op het perceel, waardoor dit bijdraagt aan de ruimte voor klimaatadaptatie. Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.2.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
16
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
4.2.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen.
Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet van toepassing, want de voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de bouw van meer dan 11 woningen. Het gaat om 42 woningen in totaal.
4.3
Provincie
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting 1 januari 2023 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.3.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie "Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
17
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerking in plangebied Het plangebied valt onder de themakaart Ruimtelijk Beleid. Deze themakaart is voornamelijk toegespitst op het aandachtsgebied Windenergie. Doordat er geen sprake is van realisatie van windturbines of zonneparken, vormt dit onderdeel geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan. Voor de ontwikkeling uit voorliggend bestemmingsplan is wel het onderwerp woon- en leefklimaat van toepassing. Het plan ziet toe op realisatie van een divers aanbod aan woningen (appartementen en vrijstaande woningen). Deze diversiteit aan woningtypen sluit aan bij de lijn van de Omgevingsvisie. 4.3.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op Kaart 2: Regels Glastuinbouw. Vanuit deze kaart behorend bij de Omgevingsverordening volgen geen specifieke aanduidingen die relevant zijn voor het plan. Klimaatadaptatie In artikel 2.65b van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt.
In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.
waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.
Doorwerking in plangebied In het plan wordt ruimte gecreëerd voor de opvang van water in wadi's tussen beide plandelen. Daarnaast worden nieuwe bomen aangeplant voor enerzijds een groene aankleding maar anderzijds ook om hittestress te beperken. Hiermee is het plan in overeenstemming met de verordening.
4.4
Regio
4.4.1
Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe
Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, 18
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio. Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur.
Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120. In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
4.5
Waterschap
4.5.1
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.5.2
BOP 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. "Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
19
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
4.6
Gemeente
4.6.1
Structuurvisie Kernen Barneveld 2022
De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Uit de kaart behorende bij de structuurvisie blijkt dat de planlocatie in bestaand bebouwd gebied ligt.
Afbeelding 4.1 Structuurvisie kernen 2022
20
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Voor het gebied zijn geen specifieke doelstellingen gedefinieerd in de structuurvisie. Wel biedt de structuurvisie een aanknopingspunt omdat het een inbreidingslocatie betreft. Onder inbreiding wordt verstaan: intensiveren: de ruimte wordt intensiever benut; combineren: de ruimte wordt voor verschillende functies ingericht en gebruikt; revitaliseren: het opknappen en/of opnieuw inrichten van verouderde woongebieden of bedrijventerreinen. De gemeente zal de komende jaren blijven werken aan inbreidingslocaties. Dit is een voortzetting van het huidige beleid. Bij inbreiding gaat aandacht uit naar het realiseren van woningen voor ouderen. Het bouwen op inbreidingslocaties is van belang voor een kwalitatieve ontwikkeling van de kernen. Door de groeiende bevolking kan woningbouw een motor zijn achter lastige herstructureringen. In de tweede plaats liggen meerdere inbreidingslocaties gunstig ten opzichte van voorzieningen, waarmee door woningbouw een belangrijke doelgroep kan worden bediend. Tenslotte kan de herinvulling van inbreidingslocaties bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid van de dorpse structuur. Het ingekomen verzoek is in overeenstemming met deze structuurvisie. 4.6.2
Bestemmingsplannen globaal en flexibel
Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld.
Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven. Doorwerking in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de volgende kaders uit de notitie toegepast: binnenplanse afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden; de hoofdstructuur van wegen, water en groen vast te leggen; ruimere bouwvlakken in te tekenen op de verbeelding. 4.6.3
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas.
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
21
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden. Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Sinds 1 januari 2021 gelden er nieuwe energieprestatie-eisen voor nieuwbouw. In de plaats van de EPC gelden er nieuwe energieprestatie-eisen voor nieuwbouw: 'bijna energieneutrale gebouwen' (BENG). De BENG-eisen zijn een aanscherping ten opzichte van de EPC. In BENG wordt de energieprestatie van een gebouw uitgedrukt met drie indicatoren: BENG 1 Energiebehoefte: de hoeveelheid energie die een gebouw nodig heeft voor verwarming en koeling uitgedrukt in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar. Deze indicator gaat over het beperken van de energievraag van het gebouw zelf. Aandachtspunten: stedenbouwkundig ontwerp, oriëntatie, compact ontwerp, schilisolatie, luchtdichtheid, zomernachtventilatie, ventilatiesysteem en zonwering.
BENG 2 Primair energiegebruik: de hoeveelheid fossiele brandstof in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar die nodig is voor verwarming, koeling, warm water en installaties. Let op: voor netstroom wordt het rendement van elektriciteitsproductie verrekend. Aandachtspunten: efficiënte installaties, warmteafgifte op lage temperatuur, warmwater met korte leidingen en warmteterugwinning en toepassing van hernieuwbare energie (ook BENG 3). BENG 3 Aandeel hernieuwbare energie: het percentage (in procenten) hernieuwbare energie van het totale energiegebruik. Aandachtspunten: toepassing van PV, zonneboiler, bodemenergie, omgevingswarmte, biomassa en externe warmtelevering (mits hernieuwbaar). Uit de BENG-beoordeling van het woningbouwontwerp (bij de aanvraag omgevingsvergunning) moet blijken dat wordt voldaan aan de gestelde eisen conform Bouwbesluit 2012. 4.6.4
Groenstructuurplan Barneveld (2011)
De doelstelling van het Groenstructuurplan Barneveld (2011) is het beschrijven van de lange termijn visie ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen van de gemeente Barneveld om de groenstructuren in en de herkenbaarheid van de kernen te behouden, ontwikkelen en versterken. Om de gewenste groenstructuur te realiseren worden in het groenstructuurplan een aantal verbetervoorstellen gedaan. Binnen het Groenstructuurplan is de locatie aangeduid als wijkgroenstructuur. Het gaat daarbij om zowel een vlak (het weiland) als een lijn (de bomenstructuur). Voor het gebied bevat het plan geen verbetervoorstellen.
Afbeelding 4.2 Groenstructuurplan: huidige groenstructuur Het vlak (weiland) gaat door de woningbouw verloren. Het betreft echter een afweging tussen het realiseren van voldoende woningen enerzijds en het behouden van groen in het dorp. Doordat de bomenstructuur behouden blijft én rondom het appartementengebouw het gebied een groen karakter houdt, is de ontwikkeling acceptabel.
22
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
4.6.5
Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.
Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.6.6 Woonvisie Barneveld 2021-2025en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen. In verband met de grote woningbouwopgaven in Nederland is in de Woondeal met het Rijk voor Barneveld tot en met 2030 een programma van circa 5.400 woningen voor Barneveld overeengekomen. Daarmee komt de programmering op gemiddeld 600 woningen per jaar. In oktober 2022 zijn de prijsklassen aangepast naar de huidige marktomstandigheden.
Dit betekent dat gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 260.000,- (prijspeil 2023) en sociale koop hoog van € 260.000 tot € 320.000 (prijspeil 2023), 20% middeldure woningen (midden dure huur tot € 1.096,- en koop van € 320.000 tot NHG-grens, thans € 405.000) en 30% duurdere woningen vanaf de NHG-grens en 10% vrij in te delen. Binnen de categorie middeldure woningen onderscheiden we ook de betaalbaarheidsgrens, die door BZK in de Woondeal is geïntroduceerd. Deze grens ligt in 2023 bij € 355.000,- en in 2024 op € 390.000,-. Samen met sociale huur en middenhuur moet worden gekomen tot tweederde betaalbaarheid binnen de totale nieuwbouwprogrammering. In regio FoodValley zijn in verband met deze Woondeal onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij gemeente Barneveld voor de periode 2022 t/m 2030 zo'n 5.400 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley, waarbij er in de periode 2020-2040 in Foodvalley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zal dit een opgave van tenminste 8.000 woningen beteken. Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt.
Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor.
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
23
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Door middel van de 'voortgangsrapportage woningbouw gemeente Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2024 t/m 2027 is een programma van gemiddeld bruto 785 woningen per voorzien. Dit is 130% ten opzichte van de gewenste uitbreiding met zo'n 600 woningen per jaar. Rekening houdend met planuitval, vertraging en dergelijke wordt deze 130% programmering als wenselijk beschouwd. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2022 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen.
Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen (opgesplitst ins sociale koop laag tot € 260.000 en sociale koop hoog € 260.000 - € 320.000) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 1.080,- in 2021). In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (25 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (15 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op €70.000, voor sociale koop laag op € 60.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijsen inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerking in plangebied Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan opgesteld.
Het stedenbouwkundig plan gaat uit van 29 appartementen en 12 grondgebonden woningen. Met dit programma worden zowel jongeren als ouderen bediend. Uit de onderstaande tabel blijkt dat 71% van het plan valt onder de betaalbaarheidsgrens (tot NHG-grens).
Tabel: Programma Valkseweg - Dr. Willem Dreeslaan Het programma, kan gezien de vraag vanuit de markt en de gewenste toevoeging, op voldoende belangstelling rekenen.
24
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Hoofdstuk 5 Hoofdstuk5
5.1
RANDVOORWAARDEN
RANDVOORWAARDEN
Bodem
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval is er sprake van een verdachte locatie. Er is een onderzoek uitgevoerd (Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, kenmerk 201205/dh/sh van 30 april 2021), zie Bijlage 5. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat plaatselijk in de zintuiglijk schone bovengrond een licht verhoogd gehalte aan kwik is aangetoond. In de eveneens zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters gemeten. Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties aan barium, cadmium, nikkel en/of zink. Zintuiglijk is op het maaiveld en in de opgegraven/opgeboorde grond geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen.
In de samengestelde mengmonsters van de bovengrond voor analyse op asbest is analytisch geen asbest aangetoond. Zintuiglijk zijn in de waterbodem en onderliggende bodem geen bodemvreemde materialen waargenomen. De bovenlaag van de waterbodem wordt indicatief ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse industrie. De onderliggende bodemlaag wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de voorgenomen herontwikkeling van het terrein en de daarbij behorende grondroerende werkzaamheden moet rekening worden gehouden met het plaatselijk aantreffen van onvoorziene bodemverontreiniging. Dit gelet op de vroeger aanwezige schuren. Daarnaast is er sprake van een (gedempte) sloottracé. Hiervoor is het noodzakelijk om de aanwezige waterbodem met de herontwikkeling van het terrein te ontgraven en af te voeren naar een erkend verwerker. De aan-/afvoer van grond, bouwstoffen etc. naar/van de onderzoekslocatie dient te voldoen aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit en het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Voor het perceel achter de Valkseweg 101 is een separaat onderzoek uitgevoerd (Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, kenmerk 230070/lvh01 van 21 februari 2023), zie Bijlage 6. Geconcludeerd wordt dat de locatie niet verdacht is voor bodemverontreiniging.
Wel is ter plaatse van de aanwezige caravanstalling aan de noordzijde van dit deel een druppelzone aanwezig is. Deze betreffende druppelzone is verdacht voor de aanwezigheid van asbest(vezels) in de bodem ontstaan door afstromend water. Deze druppelzone valt echter niet binnen de voorgenomen nieuwbouwlocatie van de woning. Voordat hier grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd is onderzoek noodzakelijk naar de aanwezigheid van uitgespoelde asbestvezels. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.2
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. "Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
25
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.2.1
Archeologie
Het overgrote deel van het plangebied heeft een lage archeologische verwachting. Slechts de kavel achter de Valkseweg 101 heeft een hoge archeologische verwachting.
Afbeelding 5.1 Gebied met een hoge archeologische verwachting 5.2.1.1
Archeologie lage verwachting
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Het project valt onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. 5.2.1.2
Archeologie hoge verwachting
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt.
26
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 250 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Het project valt echter onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. 5.2.2
Cultuurlandschappelijke waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt buiten de zones 'waarde 4' en 'waarde 5' (respectievelijk hoge en zeer hoge waarde) en cultuurhistorie vormt daarom bij dit plan geen belemmering. 5.2.3
Historischestedenbouwkundige waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde(n). Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. Binnen het plangebied zijn geen bouwkundige momunmenten aanwezig. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.3
Ecologie
De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang. 5.3.1 5.3.1.1
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming
Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. De voorgenomen plannen leiden niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt binnen bebouwd gebied en is niet direct zichtbaar vanuit nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is daardoor geen sprake. Gelet op de ligging van het plangebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebied door licht, geluid of trilling op voorhand worden uitgesloten.
Stikstof Voor zowel de bouwfase (tijdens de bouw, sloop en aanleg) als voor de gebruiksfase zijn de "Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
27
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan stikstofemissies beoordeeld. Er zijn voor de locatie AERIUS-berekeningen uitgevoerd van de aangevraagde situatie (Voortoets Wnb, onderdeel gebiedsbescherming, aspect stikstof,, Valkseweg 99 van Craeft Advies, rapport 23.00133-7 van 9 november 2023. Conclusie van het rapport/de uitgevoerde berekeningen (zie Bijlage 12) is dat er geen effect is met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. 5.3.1.2
Soortenbescherming
Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Uit de ecologische quickscan (Quickscan Wet natuurbescherming Valkseweg 99 te Barneveld van Veldbiologische Werken, rapportnummer VBW t 2022-51 r van 28 oktober 2022), zie Bijlage 11, is gebleken dat er bij de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden geen overtredingen op basis van de Wet Natuuurbescherming en/of de Omgevingsvisie- en verordening van de Provincie Gelderland zullen zijn. Er moet echter wel rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van egels, hazen en/of konijnen. Daarom worden opslag en afgesloten terreindelen voorkomen, zodat deze dieren hier niet in kunnen gaan verblijven en zichzelf in veiligheid kunnen brengen. Algemene zorgplicht Voor de uitvoering van werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht. Alle broedende vogels, hun broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd tijdens de broedperiode.
Het verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit en dient buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden. Verstorende werkzaamheden dienen niet tijdens de broedperiode (grofweg maart - augustus) uitgevoerd te worden, tenzij geconstateerd is dat er geen vogelbroedgeval aanwezig is. Een ieder is verplicht om voldoende zorg in acht te nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 5.3.1.3
Houtopstanden
De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bossen en beplanting in Nederland te behouden. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van een oppervlakte van tien are of meer of een bomenrij die twintig (of meer) bomen omvat. Voor het kappen of rooien van een houtopstand geldt een meld- en herplantplicht wanneer de houtopstand buiten de vastgestelde bebouwde kom ligt. De Wet natuurbescherming beschermt geen houtopstanden binnen de bebouwde kom. Als onderdeel van de planontwikkeling is een BoomEffectAnalyse uitgevoerd (Pius Floris, projectnummer PFBV.21.TH.056, van 13 april 2021), zie Bijlage 7. Daarnaast is een overzicht gemaakt van de aan te planten bomen en te kappen bomen (DRONG, Bovengrondse infrastructuur incl. te kappen bomen, tekeningnummer 2209601-VO-05-T10 van 10 okotber 2023), zie Bijlage 8. In totaal worden er 36 vergunningplichtige bomen gekapt en 25 bomen aangeplant. Van de te kappen bomen is de helft al dood of in slechte tot matige conditie. De andere helft is in redelijke conditie. Geen van de te kappen bomen is in goede conditie.
Gelet op belang van woningbouw binnen het bestaande dorp, de grote behoefte aan woningen en de nieuwe aanplant is dat acceptabel.
28
"Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan
Afbeelding 5.2 Overzicht te kappen bomen (rood) en aan te planten bomen (groen) Geconcludeerd kan worden dat de Wet natuurbescherming uitvoering van dit plan niet in de weg staat. 5.3.2
Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones
Het plangebied ligt niet binnen de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de opvolger van de EHS. Met het bestuursakkoord Natuur is de realisatie en het beheer van het NNN de verantwoordelijkheid van de provincies geworden. In de periode tot 2027 willen Rijk en provincies een forse extra stap zetten op weg naar realisatie van de doelen van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Hierbij moet maximale synergie worden bereikt tussen natuur- en watermaatregelen. De provincies geven elk in hun eigen provincie uitwerking aan het natuurbeleid op basis van het Natuurpact. Voor de EHS uit de Structuurvisie Gelderland zijn in de Omgevingsvisie twee nieuwe natuurcategorieën in de plaats gekomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO.) Het plangebied ligt niet in het GNN of de GO zodat dit niet leidt tot (aanvullende) eisen of regels.
5.4
Externe veiligheid
Doel Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Eerst wordt het wettelijk kader op nationaal niveau beschreven, daarna het gemeentelijk beleid en vervolgens overige wet- en regelgeving die voor het plangebied relevant is. Tot slot wordt zo nodig het groepsrisico verantwoord. Wettelijk kader "Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan" (vastgesteld)
29
Valkseweg-Dr. Willem Dreeslaan Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt: april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2015). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen Plaatsgebonden risico en Groepsrisico. Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jaar) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jaar) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'. Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Plasbrandaandachtsgebied (PAG) Binnen het werkveld externe veiligheid wordt sinds jaren gewerkt met twee risiconormen, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Bij de ontwikkeling van het Basisnet is hieraan een derde voorwaarde toegevoegd: het plasbrandaandachtsgebied (PAG). Hiermee wordt het effectgebied weergegeven van het scenario met de grootste kans van voorkomen: de plasbrand. In deze gebieden moet er in samenhang met mogelijkheden van plasbrandbestrijding en bouwtechnische maatregelen beargumenteerd worden waarom er gebouwd wordt. Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 is het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen van kracht geworden. Dit Basisnet geeft aan over welke routes (spoor, water en weg) gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het Basisnet spoor heeft betrekking op het vervoer van gevaarlijke stoffen over het hoofdspoorwegennet. Op basis van de wet- en regelgeving omtrent het Basisnet worden, rekening houdend met te verwachten groei van vervoer van gevaarlijke stoffen door Nederland en verdichting van de ruimte naast het spoor (binnen een afstand van 200 m van het spoor) in met name stedelijke kernen, afspraken gemaakt over de risicoruimte. Beleidsvisie externe veiligheid In 2009 heeft de gemeente Barneveld de 'Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. In deze visie is onder meer vastgelegd hoe in Barneveld nabij risicobronnen zal worden omgegaan met het veiligstellen van een acceptabel niveau van risico's externe veiligheid en beheersbaarheid.