CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.pdf

Gemeenteraad 3 februari 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Dr. Willem Dreeslaan I, partiele herziening Barneveld-Noordoost.12.423 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Conclusie Het aspect m.e.r. vormt geen toetsingskader voor dit plan.

5.11

Milieuzonering

Ten aanzien van bedrijvigheid geldt als uitgangspunt dat toekomstige woningen geen onevenredige milieuhinder (geur, geluid etc.) mogen ondervinden van nabijgelegen bedrijvigheid. In de publicatie ´Bedrijven en milieuzonering´ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, editie 2009, worden in verband met de aanwezigheid van milieubelastende functies indicatieve afstandsnormen voorgeschreven tot milieugevoelige functies, vooral wonen. In dit kader zijn voor dit plan het volgende bedrijf en aspecten van belang: - Valkseweg 113: dit bettreft een bouwbedrijf. Echter de aanwezigheid van dit bedrijf heeft geen effect op het plangebied, omdat er geen (bedrijfs)woning binnen het plangebied aanwezig is. Er is sprake van een gebied met functiemenging. "Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost" (vastgesteld)

27

Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost

De aan de noordzijde gevestigde detailhandel, diensten en centrumfunctie staan op een minimale afstand van ruim 75 meter. Deze afstand is ruim voldoende voor de activiteiten waarvoor volgens de VNG richtlijnen een afstand van 10 en/of 30 meter voor moet worden aangehouden, ten opzichte van woningen. Van een toevoeging van woningen is hier geen sprake.

Veiligheidszone - Activiteitenbesluit Binnen de grenzen van het bestemmingsplan is geen gasdrukmeet- en regelstation aanwezig. In het Activiteitenbesluit zijn veiligheidsafstanden opgenomen die moeten worden aangehouden tussen kwetsbare respectievelijk beperkt kwetsbare objecten en (onder andere) een gasdrukmeet- en regelstation (4-6 meter). Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten volgens het Activiteitenbesluit zijn dezelfde objecten als die genoemd zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het gaat dan om onder andere woningen, ziekenhuizen en bedrijven. Het plan voldoet aan de voorgeschreven afstand, daarbij is hier geen sprake van een woning. Conclusie Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan.

5.12

Natuur en landschap

Binnen het perceel komt naast het huidige pompgebouw een waterreservoir voor. Deze heeft een hoogte van ongeveer 6 meter en heeft een groen omhulsel. naast de openplekken, die begroeid zijn met kruidachtigen, komt er opgaande beplanting in de vorm van bomen en struiken voor.

afbeelding: huidige situatie

Voor de herbouw van bouw van het nieuwe pompgebouw moeten een aantal bomen worden verwijderd, waarvoor een kaapaanvraag wordt ingediend. Voor herplant is ruimte op het perceel.

Natuurinclusief inpassingsplan Het doel is het versterken van de ecologische functionaliteit terrein én inzetten als stapsteen tussen buurt en buitengebied Het door sloop vrijkomende gebied wordt niet ingezet als nieuw bos. Het plan voorziet in de versterking van de rand van het oostelijke bosje, met enkele nieuwe bomen en inheemse heesters. Het middendeel krijgt een open en natuurlijke invulling. Een bloemrijk grassenmengsel in combinatie met een natuurlijke vijver vormen nieuwe natuurlijke elementen, die de ecologische functionaliteit van de plek vergroten. Enkele

28

"Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost" (vastgesteld)

Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost lindes in de randen van het terrein (drachtplanten) vergroten de ecologische aantrekkingskracht. De open, gradientrijke plek, sluit aan op een bestaande noord-zuid gerichte vleermuisvliegroute van wijk naar buitengebied. Bij het loofbosje, ten noorden van de nieuwbouw, worden te handhaven bomen aangevuld met enkele nieuwe, waardoor er enerzijds een robuust groen kader richting aanwonenden ontstaat, en anderzijds de hoofdstructuur weer samenhangend en herkenbaar wordt. De zuidoever van de sloot aan de noordzijde wordt op delen verflauwd, waardoor er meer ruimte is voor een goede oevervegetatie. Door een bestaande wilg om te trekken, ontstaan kansen voor een ijsvogelwandje. Het oostelijke deel, rond de reinwaterkelder, kent achterstallig onderhoud. Zieke of dode bomen vormen een treurig beeld, zware overhangende takken zorgen voor een donker fietspad. Dit deel krijgt na oplevering van het gebouw een onderhoudsbeurt: gezonde bomen blijven staan, slechte bomen worden vervangen door nieuwe waarbij het talud wordt voorzien van heesters en een extensief te beheren grassenmengsel. De bestaande betonnen wanden van de buren worden voorzien van een voorzetwand van draadstaafmat, met daar doorheen groeiend klimplanten. Diverse stadsvogels kunnen hier in de toekomst nestgelegenheid vinden.

Door bovengenoemde maatregelen krijgt het perceel weer een logische plek én betekenis voor zowel de wijk als het buitengebied. Door waardevolle bosstructuren te versterken, nieuwe gradiënten in het terrein aan te brengen én een bloemrijk, extensief grassenmengsel toe te voegen wordt het geheel weer zorgvuldig landschappelijk ingepast in wijk en buitengebied. Zie Bijlage 5 voor een visualisatie van de inrichting.

Conclusie Het aspect natuur en landschap vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan.

5.13

Veiligheid

Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Door de Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.

Situatie Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes. Door de Veiligheidsdienst (Brandweer) is aangegeven dat er geen belemmeringen zijn. het betreft een bestaande situatie waarbij voldaan wordt aan de Handreiking. Brandwerende voorzieningen worden getoetst bij de bouwplannen en inrichtingsplannen.

Conclusie Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. "Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost" (vastgesteld)

29

Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost

5.14

Verkeer

De ontsluiting van het terrein blijft ongewijzigd. Voor het parkeren is er voor technische onderhoud en dergelijke voldoende ruimte op eigen terrein aanwezig.

Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.

5.15

Water

Watertoets Een wateradvies is een onderdeel van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Het is wettelijk verplicht de watertoets toe te passen. Hiermee krijgt water een evenwichtige plaats in het ruimtelijk planproces. Uiteindelijk vormt de waterparagraaf in het bestemmingsplan het resultaat van de watertoets. De initiatiefnemer dient tekstueel en/of op een inrichtingstekening aan te geven hoe dit advies in het plan is verwerkt. Dit vormt de input voor de waterparagraaf.

Planontwikkeling en toetsing De planontwikkeling (slopen van bestaand pompgebouw en realiseren van nieuw pompgebouw) is getoetst aan het gemeentelijk waterbeleid en het beleid van het Waterschap Vallei en Veluwe. Het algemene uitgangspunt is dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding mag hebben. Onder waterhuishouding vallen alle vormen van water: hemelwater, oppervlaktewater, grondwater en afvalwater. Belangrijk is dat er geen afwenteling van de waterafvoer op de directe omgeving (en in de tijd) plaatsvindt.

Hemelwater In het plan wordt aangegeven dat het nieuwe gebouw 'minimaal' 150-170 m2 zal worden. Door de realisatie van dit plan (sloop 165 m2 bebouwing en realisatie minimaal 150-170 m2 bebouwing) is er sprake van ongeveer gelijkblijvend verhard oppervlak (daken en terreinen) in vergelijking met de originele situatie. Hierdoor treedt bij neerslag een gelijke afstroming van het hemelwater op. De verandering van de hoeveelheid terreinverharding is niet volledig in beeld gebracht. Bij een toename van >50 m2 verhard oppervlak (dak plus terrein) vindt de waterberging op eigen terrein plaats. Deze waterberging dient dan een inhoud te hebben van minimaal 30 mm maal het nieuw verhard oppervlak. Er kan een overloop worden gerealiseerd van de waterberging op eigen terrein naar het hemelwaterriool van het gescheiden rioolstelsel. De bestaande hoeveelheid verharding is ca 688 m2. In de nieuwe erfopzet wordt het geheel compacter gemaakt: het nieuwe pompstation komt dichter op de weg, en is niet meer rondom het hele gebouw verhard. Door het parkeren in de nabijheid van de entree te situeren zijn de looplijnen kort, en het gebruik van verhardingen beperkt. Aan de zuidkant van het gebouw is een ingang die enkel bij groot onderhoud bereikbaar hoeft te zijn, deze zone wordt met grasbetonstenen geschikt gemaakt voor incidenteel bereiden.

In de nieuwe situatie resteert er ca 360 m2 elementenverharding en ca 100 m2 grasbetonsteen. De afname in verhard oppervlak is circa 225 m2. Het geheel draagt bij aan de duurzaamheidsdoelen van de gemeente Barneveld, om hoeveelheid verhardingen op particuliere terreinen terug te dringen en deze te vergroenen. Hemelwater dat op verhard oppervlak (daken en/of terreinen) valt, mag net als in de huidige situatie niet op 30

"Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost" (vastgesteld)

Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost het vuilwaterriool worden aangesloten. De verharding wordt, qua waterhuishouding, opgedeeld in enkele zones. Door de toegangsweg op één oor te leggen, en naast de weg een iets lager deel te maken, kan het water van de toegangsweg in de bermen infiltreren. Het pleintje voor de entree watert af van de gevel, richting molgoot. Het water vanaf de groene helling van de reinwaterkelder én van het pleintje wordt via de goot naar een kolk en een ondergrondse leiding gestuurd, en loost dan (net zoals nu) op de sloot). Ten oosten van de nieuwbouw wordt een natuurlijke vijver aangelegd, die gekoppeld wordt aan de bestaande sloot. Zowel het dak van de nieuwbouw als de verharding van de parkeerplaatsen wateren hier op af. Door deze ingrepen wordt het hemelwater ter plekke vastgehouden, krijgt ruimte om te infiltreren en wordt uiteindelijk vertraagd afgevoerd via bestaande waterlopen en sluit daarmee aan op de doelen verantwoord om te gaan met regenwater én het rioleringsstelsel niet verder te belasten.

Bedrijfsmatig afvalwater Het afvalwater afkomstig van het bedrijf kan aangemerkt worden als huishoudelijk afvalwater. Er komt geen afvalwater vrij van bedrijfsprocessen. Dit huishoudelijk afvalwater wordt, overeenkomstig de huidige situatie, aangesloten op het vuilwaterriool.

Grondwater Om grondwateroverlast te voorkomen, dient rekening te worden gehouden met de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Een grove indicatie is dat het GHG <40 cm onder maaiveld zit in het plangebied. Het is van belang om een goed beeld te krijgen van de grondwaterstanden en hier rekening mee te houden tijdens de planontwikkeling. (Bijlage 7 bemalingsadvies) Onder het gebouw wordt een kelder aangelegd. om goed rekening te kunnen houden met de grondwatwerstanden is een bemalingsonderzoek uitgevoerd. Het rapport bevat een bemalingsadvies ten behoeve van de aanleg van de kelderconstructie. Gedurende de bouwfase zal er bemalen moeten worden om de kelder te kunnen bouwen. Hiervoor is een vergunningaanvraag bij het waterschap Vallei en Veluwe aangevraagd en inmiddels verleend.

Bouwmaterialen In het kader van duurzaam bouwen en vanwege de beoogde grond- en oppervlaktewaterkwaliteit mogen in principe geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) worden toegepast. Er zijn voldoende milieuvriendelijke alternatieven die vergelijkbaar zijn wat betreft uitstraling, gebruiksgemak, levensduur en onderhoud.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.

"Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost" (vastgesteld)

31

Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost

Hoofdstuk 6 6.1

JURIDISCHE ASPECTEN

Inleiding

Deze partiële herziening is gebaseerd op het moederplan "Barneveld-Zuidoost" (met identificatienummer NL.IMRO.0203.1056-0004), vastgesteld op 3 oktober 2018.

De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijking- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Hoofdstuk 4 betreft het overgangsrecht en de slotbepaling. Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk of de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.

6.2

Inleidende regels

Begrippen In artikel 1 van de partiële herziening zijn de begrippen plan en bestemmingsplan "Barneveld-Zuidoost" gedefinieerd. Het kan bij een partiële herziening voorkomen dat er een begrip wordt toegevoegd. Er wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik.

6.3

Bestemmingsregels

In hoofdstuk 2 van de partiële herziening zijn de bestemmingsregels opgenomen. In dit hoofdstuk en de daarin opgenomen bepalingen over de bestemming 'Bedrijf - 2' en de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1' worden de regels van het bestemmingsplan "Barneveld-Zuidoost" niet herzien. Tevens is de verbeelding van het bestemmingsplan "Barneveld-Zuidoost" op de locatie gewijzigd in die zin dat het bouwvlak is aangepast en gebiedsaanduidingen met betrekking tot voorwaardelijke verplichtingen toe te voegen. Zie verder de toelichting bij het bestemmingsplan "Barneveld-Zuidoost". Hieronder volgt een nadere uiteenzetting van enkele specifieke onderdelen van de partiële herziening.

6.4

Algemene regels

In hoofdstuk 3 is aangegeven dat de algemene regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Barneveld - Zuidoost", en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad, niet zijn gewijzigd. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen.

32

"Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost" (vastgesteld)

Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost

6.4.1

Algemene aanduidingsregels

De algemene aanduidingsregels bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. De volgende soort gebiedsaanduiding is toegepast: 'overige zone - voorwaardelijke verplichting'. 6.4.1.1

Voorwaardelijke verplichting

Bij wijzigingen van het bestemmingsplan is het veelal noodzakelijk afspraken met betrekking tot het slopen van gebouwen of het realiseren van inrichtingsmaatregelen dan wel andere voorwaarden vast te leggen. Om dit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij worden aan het bestemmingsplan specifieke regels toegevoegd die de verzoeker verplichten om bij gebruikmaking van de toegestane ontwikkeling ook de inrichtingsmaatregelen te realiseren of bebouwing te slopen. In dit geval zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen om de landschappelijke inrichting en de sloop van de huidige te vervangen gebouwen te borgen.

6.5

Overgangs- en slotregels

In het laatste hoofdstuk zijn de regels ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen. Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van voorliggende partiële herziening.

6.6

Handhaving

De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: De regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving. Handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren. Niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (zoals in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijking van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.

In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: De regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels. "Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost" (vastgesteld)

33

Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost Het beleid voor afwijkingen. In het moederplan (bestemmingsplan "Barneveld-Zuidoost"), en daarmee ook in deze partiële herziening, is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het moederplan (bestemmingsplan "Barneveld-Zuidoost") opgenomen afwijkingsmogelijkheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.

34

"Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost" (vastgesteld)

Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost

Hoofdstuk 7

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Doordat het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is, het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels niet noodzakelijk is, behoeft de raad op grond van artikel 6.12, tweede lid Wro in dit geval geen exploitatieplan vast te stellen.

"Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost" (vastgesteld)

35

Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De procedure voor het gedeeltelijk herzien van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op 20 augustus 2020 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennis gegeven van het voornemen om de voorliggende patiële herziening van het geldende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van de partiële herziening opgestart.

8.1

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Verder is er geen sprake van provinciale belangen, zodat ook is afgezien van vooroverleg met de provincie Gelderland. Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan derhalve worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 4.000 m² en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval. Om die reden heeft geen vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden. Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding.

8.2

Participatie

De initiatiefnemer heeft overleg gevoerd met buren en belanghebbenden. Hierbij zijn omwonenden geïnformeerd over de plannen met een huis-aan-huis brief.

8.3

Inspraak

De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Op 15 december 2009 heeft het college besloten dat bij bestemmingsplannen alleen inspraak wordt gevoerd bij plannen waarbij maatschappelijke belangen een rol spelen, die politiek gevoelig liggen of waarbij inspraak een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en/of snellere doorlooptijd van het plan. Hiervan is bij dit plan geen sprake.

36

"Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost" (vastgesteld)

Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost

8.4

Zienswijzen

Op 26 februari 2013 heeft de gemeenteraad de 'Coördinatieverordening gemeente Barneveld' vastgesteld. Deze verordening is van toepassing op het coördineren van de voorbereiding van een besluit om een bestemmingsplan vast te stellen in samenhang met een besluit omtrent de verlening van een omgevingsvergunning en overige besluiten die verband houden met het bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders heeft op (datum) besloten om de coördinatieregeling van toepassing te verklaren op het voorliggende bouwplan. Omdat de coördinatieregeling wordt toegepast, is voor het bouwplan inmiddels een aanvraag omgevingsvergunning (activiteiten bouwen/milieu enz.) ingediend. De gevraagde besluiten (bestemmingsplanherziening, omgevingsvergunning, hogere grenswaarde enz.) worden gecoördineerd voorbereid. Dit betekent dat het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning gelijktijdig voor een termijn van zes weken ter visie worden gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft – tezamen met de overige ontwerpstukken – van 6 november tot en met 17 december 2020 ter ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken zijn geen reacties ingediend.

"Dr. Willem Dreeslaan I, partiële herziening Barneveld-Zuidoost" (vastgesteld)

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=8ecfe30b-0b86-4502-a01d-db5306b7da35