CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting_Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Paulus Potterstraat/Frans Halsstraat.17.219 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

7 juli 2021 bestemmingsplan Plannr. 1630

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

7 7 8

Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Paulus Potterstraat 3.2 Frans Halsstraat

10 10 12

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Regio 4.4 Waterschap 4.5 Gemeente

15 15 17 18 19 19

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water

25 25 26 27 29 31 31 32 33 33 33 35 36 37 37 37

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving

40 40 44

Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Grondexploitatie

46 46

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

47 47 47 47 48

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek - Paulus Potterstraat

Bijlage 2

Aanvullend bodemrapport - Paulus Potterstraat

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek - Frans Halsstraat

2

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

Bijlage 4

Rapport AERIUS berekening

Bijlage 5

Quickscan flora en fauna

Bijlage 6

Aanvullend rapport flora en fauna

Bijlage 7

Staat van wijzigingen

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

3

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

4

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor de percelen Paulus Potterstraat 2 tot en met 14-01 en Frans Halsstraat 22 en 24 in Voorthuizen is een verzoek ingediend om 15 woningen te realiseren, waar momenteel 10 woningen mogelijk zijn.

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

5

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied Paulus Potterstraat 2 t/m 14-01 en Frans Halsstraat 22-24

De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende een herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.

6

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

Hoofdstuk 2

BESTAANDE SITUATIE

2.1

Begrenzing plangebied

2.1.1

Paulus Potterstraat

Het eerste deel van het plangebied ligt aan de Paulus Potterstraat in het noorden van de kern Voorthuizen. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Paulus Potterstraat en aan de oostzijde door de Frans Halsstraat. De noord- en oostzijde worden begrensd door de aangrenzende woonbestemmingen. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.

Afbeelding 2.1: Plangebied - deel Paulus Potterstraat 2.1.2

Frans Halsstraat

Het tweede deel van het plangebied ligt aan Frans Halsstraat, tevens in het noorden van de kern Voorthuizen. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de Frans Halsstraat en aan de zuidzijde door de Pieter de Hooghstraat. De noord- en westzijde wordt begrensd door de aangrenzende woonbestemmingen. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.

Afbeelding 2.2: Plangebied - deel Frans Halsstraat

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

7

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

2.2

Geldende bestemmingen

2.2.1

Paulus Potterstraat

Het plangebied aan de Paulus Potterstraat 2 tot en met 14-01 ligt in het bestemmingsplan "Voorthuizen-West" en heeft de bestemmingen 'Wonen-1', 'Tuin', 'Verkeer' en 'Groen'. Verder geldt voor het plangebied de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie-1" met de bijhorende functieaanduiding "specifieke vorm van waarde - archeologie 1 - middelhoge verwachtingswaarde". Binnen de woonbestemming geldt de bouwaanduiding "twee-aaneen" en liggen in totaal vier bouwvlakken. Binnen alle bouwvlakken geldt de maatvoering voor een maximum bouwhoogte van 12 meter en een maximum goothoogte van 7 meter. Tevens in de "Parapluherziening Parkeernormen" op het perceel van toepassing.

Afbeelding 2.3: Verbeelding geldend bestemmingsplan - locatie Paulus Potterstraat

In totaal zijn er 8 woningen toegestaan binnen de vier bouwvlakken van de woonbestemming. Realisatie van 12 woningen is binnen deze bestemming niet toegestaan. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

8

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

2.2.2

Frans Halsstraat

Net als de Paulus Potterstraat ligt het plangebied aan de Frans Halsstraat 22-24 in het bestemmingsplan "Voorthuizen-West" en heeft de bestemmingen 'Wonen-1' en 'Tuin', en ook hier geldt de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie-1" met de bijhorende functieaanduiding "specifieke vorm van waarde - archeologie 1 - middelhoge verwachtingswaarde". Binnen de woonbestemming geldt de bouwaanduiding "twee-aaneen" en er is één bouwvlak aanwezig. Binnen het bouwvlak geldt de maatvoering voor een maximum bouwhoogte van 12 meter en een maximum goothoogte van 7 meter. Tevens in de "Parapluherziening Parkeernormen" op het perceel van toepassing.

Afbeelding 2.4: Verbeelding geldend bestemmingsplan - locatie Frans Halsstraat

In totaal zijn er 2 aaneengebouwde woningen toegestaan binnen het bouwvlak van de woonbestemming. Realisatie van 3 aaneengebouwde woningen is binnen deze bestemming niet toegestaan. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

9

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

3.1

Paulus Potterstraat

3.1.1

Perceel

Op de Paulus Potterstraat 2 tot en met 14-01 stonden tot voor kort 4 twee-onder-een-kapwoningen (in totaal 8 woningen) in de sociale huursector, inclusief enkele bijgebouwen. Deze zijn inmiddels gesloopt. Het betrof gedateerde seniorenwoningen die asbest bevatten en waarvan de indeling niet meer voldeed aan de huidige eisen. Met voorliggend plan wordt deze bebouwing vervangen door 12 nieuwbouw seniorenwoningen, tevens voor de sociale huursector. In plaats van 4 losse bouwvlakken komen er 3 nieuwe bouwvlakken voor terug. Aan de oostzijde van het perceel, met de voorzijde gericht naar de Frans Halsstraat in het oosten, komt een blok met 3 aaneengebouwde woningen. In het midden van het perceel komt een blok met 4 aaneengebouwde woningen en aan de westzijde een blok met 5 aaneengebouwde woningen, allen gericht naar de Paulus Potterstraat ten zuiden van het perceel.

Afbeelding 3.1: Situatie Paulus Potterstraat vóór de sloop

De nieuwbouw betreft levensloopbestendige seniorenwoningen van één laag met kap, met aan de achterzijde ruimte voor (kleine) individuele terrassen en bergingen in een gemeenschappelijke tuin. Tussen het westelijke en centraal gelegen bouwvlak ligt een voetpad om de bergingen te bereiken. De exacte groene invulling van de tuin is in dit stadium nog niet bekend, maar zal op een later moment verder uitgewerkt worden door de ontwikkelaar. Tussen de voorgevel van de woningen en de openbare stoep is ruimte gelaten voor een Delfts stoepje voor het huis en een haagje als scheiding met de openbere stoep. Tevens worden er aan de voorzijde, aan de Paulus Potterstraat, 17 nieuwe openbare parkeerplaatsen gerealiseerd in het openbaar gebied. De stoep wordt hiervoor iets naar achteren verlegd en tussen de stoep en de parkeerplaatsen komt ruimte voor een grasstrook met enkele bomen en een haag. Ook ten noorden van het oostelijke bouwblok en ten westen van het westelijke bouwblok is ruimte voor een (particuliere) parkeerplaats.

10

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

Afbeelding 3.2: Schets nieuwe situatie 3.1.2

Bestemmingsplan

Het bestemmingsplan wordt aangepast zodat er in plaats van de huidige twee-onder-een-kapwoningen aaneengebouwde woningen gerealiseerd kunnen worden. De locaties van de nieuwe bebouwing wordt vastgelegd middels bouwblokken, waarbinnen een maximale bouw- en goothoogte van 12 en 7 meter. Deze maatvoering is hetzelfde als in de huidige situatie en aansluited bij vrijwel alle woningen in de directe omgeving. De stoep wordt ten opzichte van de huidige situatie deels iets verlegd en krijgt de bestemming 'Verkeer'. Tussen de stoep en de woonbestemming ligt een tuinbestemming. De 17 nieuwe openbare parkeerplaatsen aan de Paulus Potterstraat krijgen tevens de verkeersbestemming, en worden ingekaderd door de bestemming 'Groen', waarmee ruimte wordt gegeven aan de groene inpassing. Binnen de groenbestemming is verder een functieaanduiding opgenomen die het voorkomt dat er speeltoestellen op de groenstroken geplaatst worden.

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

11

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

Afbeelding 3.3: Verbeelding nieuwe bestemmingsplan

3.2

Frans Halsstraat

3.2.1

Perceel

Op de Frans Halsstraat 22-24 stond tot voor kort één twee-onder-een-kapwoning in de sociale huursector. Deze is inmiddels gesloopt. Ook hier betrof het seniorenwoningen die inmiddels gedateerd waren, asbest bevatten en waarvan de indeling niet meer voldeed aan de huidige eisen. Met voorliggend plan wordt de bebouwing vervangen door drie aaneengebouwde nieuwbouw seniorenwoningen voor de sociale huursector. Ook hier betreft het levensloopbestendige woningen van één laag met kap.

Afbeelding 3.4: Situatie Frans Halsstraat voor de sloop 12

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

De nieuwe woningen blijven, net als in de huidige situatie, met de voorzijde gericht naar het oosten naar de Frans Halsstraat. Aan de zuidzijde, aan de Pieter de Hooghstraat, worden 4 parkeerplaatsen gerealiseerd, ingepast met een haag. Aan de noordzijde, tussen de nieuwe bebouwing en de Frans Halsstraat 20 is ook nog ruimte voor een parkeerplaats. Aan de westzijde krijgt elke woning een klein (individueel) terras en een eigen berging.

Afbeelding 3.5: Schets nieuwe situatie 3.2.2

Bestemmingsplan

Het bestemmingsplan wordt aangepast zodat er in plaats van de huidige twee-onder-een-kapwoning aaneengebouwde woningen gerealiseerd kunnen worden. De locatie van de nieuwe bebouwing wordt vastgelegd middels een bouwblok, waarbinnen een maximale bouw- en goothoogte van 12 en 7 meter. Deze maatvoering is hetzelfde als in de huidige situatie en aansluitend bij vrijwel alle woningen in de directe omgeving. Tussen de woonbestemming en de stoep komt de bestemming 'Tuin' te liggen, met uitzondering van de zuidkant. Daar wordt een vak met de verkeersbestemming bestemd ten behoeve van 4 nieuwe openbare parkeerplaatsen. Om de parkeervakken komt de bestemming 'Groen' te liggen, met een functieaanduiding die het voorkomt dat er speeltoestellen op de groenstroken geplaatst worden.

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

13

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

Afbeelding 3.6: Verbeelding nieuwe bestemmingsplan

14

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

Hoofdstuk 4

BELEIDSKADER

4.1

Rijk

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Op 13 maart 2012 is de SVIR vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Ruimte. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De SVIR vervangt verschillende nota's, waaronder ook de Nota Ruimte en geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Met de SVIR zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Er is nu te vaak sprake van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale blik met negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van Nederland. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. De SVIR geeft invulling aan het streven van het kabinet naar deregulering en decentralisatie van de ruimtelijke ordening. Het Rijk heeft gekozen voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk gaat er vanuit dat de nationale belangen die via wet- en regelgeving opgedragen worden aan de andere overheden goed door hen worden behartigd.

Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De 13 nationale belangen zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3) Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6) Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem

te waarborgen (nationaal belang 7) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9) Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten (nationaal belang 11) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12) Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten (nationaal belang 13)

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

15

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat Doorwerking in plangebied In dit geval is er geen sprake van één van deze 13 nationale belangen. De SVIR vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

4.1.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.1.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen.

Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, omdat het bestemmingsplan per saldo slechts 5 woningen extra mogelijk maakt en de overige punten niet aan de orde zijn.

16

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

4.2

Provincie

4.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.

4.2.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerking in plangebied Voorliggend plan voorziet in het vergroten van de woongelegenheid door het toevoegen van 5 extra woningen ten opzichte van de huidige situatie.

Dit vindt plaats op percelen waarbij de huidige bebouwing niet meer aan de huidige standaarden voldoet, en waar efficiënter van de ruimte gebruik gemaakt kan worden. Door het perceel op te knappen en hier nieuwe (sociale) woningen toe te voegenkrijgt de omgeving een positieve inpuls. Het plan past hiermee in de Omgevingsvisie.

4.2.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: "Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

17

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 6: Regels Water en Milieu De bijhorende regels hebben geen betrekking tot het voorliggende plan. Op 22 september 2020 hebben Gedeputeerde Staten het ontwerp voor de Omgevingsverordening "Actualisatieplan 7" vastgesteld. Het ontwerp lag van 2 oktober 2020 tot en met 13 november 2020 ter inzage. Vanuit deze (ontwerp)actualisatie zijn vooralsnog geen strijdigheden met het voorliggende plan aanwezig. Doorwerking in plangebied Het plan is in overeenstemming met de verordening.

4.3

Regio

4.3.1

Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe

Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.

Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.

In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De genomen maatregelen in dit plan zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

18

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

4.4

Waterschap

4.4.1

Waterbeheerprogramma 2016-2021Waterschap Vallei en Veluwe

Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert, is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten. Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied.

Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.4.2

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.5

Gemeente

4.5.1

Structuurvisie Kernen Barneveld 2022

De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Uit de kaart behorende bij de structuurvisie blijkt dat de planlocaties in bestaand bebouwd gebied liggen.

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

19

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

Afbeelding 4.1: Uitsnede kaart Structuurvisie Kernen Barneveld 2022

Het plan betreft een inbreidingslocatie. Onder inbreiding wordt verstaan: intensiveren: de ruimte wordt intensiever benut; combineren: de ruimte wordt voor verschillende functies ingericht en gebruikt; revitaliseren: het opknappen en/of opnieuw inrichten van verouderde woongebieden of bedrijventerreinen. De gemeente zal de komende jaren blijven werken aan inbreidingslocaties. Dit is een voortzetting van het huidige beleid. Bij inbreiding gaat aandacht uit naar het realiseren van woningen voor ouderen. Het bouwen op inbreidingslocaties is van belang voor een kwalitatieve ontwikkeling van de kernen. Door de groeiende bevolking kan woningbouw een motor zijn achter lastige herstructureringen. In de tweede plaats liggen meerdere inbreidingslocaties gunstig ten opzichte van voorzieningen, waarmee door woningbouw een belangrijke doelgroep kan worden bediend. Tenslotte kan de herinvulling van inbreidingslocaties bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid van de dorpse structuur. Doorwerking in plangebied Het ingekomen verzoek is in overeenstemming met deze structuurvisie.

20

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

4.5.2

Dorpsplannen en -visies

In alle dorpen in Barneveld zetten verenigingen plaatselijk belang zich actief in voor de leefbaarheid en toekomst van de dorpen en buurtschappen. Verschillende dorpen hebben in dit kader hun visie op de toekomst vastgelegd in een dorpsplan of –visie of zijn daar mee bezig. De dorpsplannen bevatten zowel een visie op de toekomst als een overzicht van concrete ideeën en wensen om de leefbaarheid van het dorp te versterken en zijn in samenspraak met veel inwoners en de gemeente tot stand gekomen. Vanuit de visie op burgerkracht ('Zelf-samen-gemeente') en netwerksamenleving is in de Strategische Visie 2030 (september 2016) ten aanzien van de dorpsplannen een voorstel opgenomen om een andere werkwijze te gaan volgen die de plannen een sterkere positie geeft. Op die manier kan recht worden gedaan aan de geleverde inspanningen en de lokaal gemaakte keuzes. Dorpsplannen hebben - waar mogelijk - een positie bij de ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid. Dit geldt in ieder geval voor de recente dorpsplannen (die opgesteld zijn na 2016) die in samenspraak met de gemeente tot stand gekomen zijn. Deze dorpsplannen bevatten een goede weergave van de ideeën en behoeften die er leven in de kernen. De gemeente houdt daarom bij ruimtelijke plannen en –initiatieven rekening met de inhoud van het dorpsplan en kan – indien nodig – hierover in overleg gaan met Plaatselijk Belang.

Dorpsvisie Voorthuizen (2017) De dorpsvisie van Voorthuizen gaat in op belangrijke thema's voor de bewoners. Ontwikkelen door inbreiding wordt gezien als positief. Enkele thema's waar voorliggend plan in aanraking mee komt zijn: - Behoud van het dorpse karakter - Tegengaan van leegstand - Verbeteren van de parkeersituatie Met het voorliggende plan worden verouderde (sociale) seniorenwoningen vervangen voor nieuwbouw. Hiermee wordt vermeden dat de bebouwing er verouderd en vervallen uit gaat zien. De 12 oude woningen worden vervangen door 15 nieuwbouw (sociale) seniorenwoningen. Het blijven woningen van één laag met dak, net als in de huidige situatie en passend bij het dorpse karakter. Door extra woningen op de percelen mogelijk te maken wordt er efficienter omgegaan met de beschikbare grond, en krijgt de uitstraling weer een positieve impuls. Door de realisatie van extra openbare parkeerplaatsen wordt direct ook gezorgd dat de parkeerdruk op de wijk verbetert. Het plan is daarmee in overeenstemming met de dorpsvisie.

4.5.3

Bestemmingsplannen globaal en flexibel

Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld.

Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven. Doorwerking in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen. Voor het overige is geen toepassing gegeven "Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

21

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat aan de kaders uit de notitie, omdat het bestemmingsplan een postzegelplan betreft. 4.5.4

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.

Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). De woningen worden aan de achterzijde (tuinzijde) voorzien van warmepompen met een omkasting. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking.

In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid 22

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. Doorwerking in het plangebied De 15 levensloopbestendige woningen worden Bijna Energie Neutraal Gebouwd (BENG) conform de huidige wet- en regelgeving geldend in 2020. Bovendien wordt er met het ontwerp van de woning al invulling gegeven aan de nieuwe BENG-eisen geldend per 01-01-2021, berekend conform de nieuwe NTA8800 rekenmethodiek: de energiebehoefte-indicator in kWh/m2 (BENG-1) de primaire fossiele energie-indicator in kWh/m2 (BENG-2) het aandeel hernieuwbare energie in % (BENG-3) De woningen kennen een duurzaam en toekomstbestendig energieconcept. De woningen worden verwarmt middels een luchtwaterwarmtepomp. Het warmtapwater wordt tevens verzorgd door deze warmtepomp en wordt tijdelijk opgeslagen in een boilervat.

Het toepassen van een dergelijk duurzaam systeem stimuleert de toekomstige bewoners om duurzaam om te gaan met hun huishoudelijke verbruik. De woningen worden voorzien van zonnepanelen, welke zorgen voor duurzame opwekking van energie. Een groot deel van het installatietechnische verbruik én huishoudelijk verbruik kan worden opgevangen aan de hand van de opbrengst van deze zonnepanelen. Daarnaast wordt de woning voorzien van buitenzonwering waardoor oververhitting in de woning wordt tegengegaan. Naast het energieconcept wordt er ook veel aandacht besteed aan natuur inclusief bouwen. De kopgevels van de woningen worden voorzien van open stootvoegen waardoor er ruimte is voor de dwergvleermuis en er worden vogelvides in de dakvoet aangebracht. Daarnaast worden de bergingen voorzien van een sedumdak, wat tevens bijdraagt aan het duurzaam opvangen en bergen van hemelwater. De binnentuin zal worden voorzien van wadi's en krijgt een gemeenschappelijk karakter. 4.5.5

Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.

Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

23

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

4.5.6 Woonvisie Barneveld 2017-2021en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In december 2016 heeft de raad de Woonvisie 2017-2021 'Samen werken aan Wonen' met doorkijk tot 2025 en verder, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 400 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen (met een bandbreedte van 360 tot 440 woningen), waarvan gemiddeld 30% ten behoeve van goedkope woningen (sociale huur en goedkope koop tot € 200.000), 32,5% middendure woningen (midden dure huur tot € 950 en koop tot € 300.000) en 37,5 % duurdere woningen vanaf € 300.000. In regio FoodValley zijn in 2017 onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.500 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. In Barneveld is vooral in het eerste tijdvak (2017 t/m 2021) sprake van een grotere woningbehoefte dan in de tweede 5-jaarsperiode, als gevolg van natuurlijke groei en migratie.

Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2017 t/m 2020 is een programma van ruim 2.300 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, gemiddeld betekent dit zo'n 435 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, goedkope koopwoningen (prijsgrens € 200.000 in 2020) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 991,- in 2020).

In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (10 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (10 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en goedkope koopwoningen ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 50.000, voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang (in 2018 is dit € 41.056). Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerking in plangebied Voorliggend plan vervangt 10 bestaande sociale huurwoningen voor 15 nieuwbouw sociale huurwoningen. De Woonvisie vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling.

24

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

Hoofdstuk 5

RANDVOORWAARDEN

5.1

Bodem

5.1.1

Bodemkwaliteit

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval is er voor beide locaties sprake van een verdachte locatie. Er is onderzoek uitgevoerd ter plekke van de te bebouwing grond voor beide locaties. Paulus Potterstraat Uit de onderzoeksresultaten van het verkennend en nader bodemonderzoek blijkt dat plaatselijk in de boven- en ondergrond zwakke tot matige bijmengingen aan puin, baksteen, kolen, slakken en/of glas zijn aangetroffen. In de zwak tot matig puin-, kolen - en/of glashoudende ondergrond ter plaatse van boring 01/101 zijn sterk verhoogde gehalten aan koper en zink en licht verhoogde gehalten aan kobalt, nikkel, molybdeen, cadmium, kwik, lood en PAK gemeten.

De aangetoonde sterke verontreiniging met koper en zink is verticaal en horizontaal in voldoende mate afgeperkt en betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging (minder dan 25 m3). Het betreft vermoedelijk een stortgat. Ter plaatse van het overig terreindeel zijn in boven- en ondergrond geen verhoogde gehalte aan de onderzochte parameters aangetoond. Het grondwater bevat een licht verhoogde concentratie aan barium. Zintuiglijk is op het maaiveld en in de opgegraven/opgeboorde grond van de onderzoekslocatie geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. In de samengestelde mengmonsters van de toplaag ter plaatse van de vier aanwezige druppelzones voor analyse op asbest is analytisch geen gewogen asbestconcentratie boven de saneringsnorm/hergebruiksnorm (100 mg/kg d.s.) gemeten. Maximaal is in de bovengrond/toplaag ter plaatse van de onderzochte druppelzones 4,0 mg/kg d.s. aan gewogen asbest gemeten. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van een extra nader bodem- en/of asbestonderzoek. In kader van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie is de aangetoonde sterke verontreiniging met koper en zink in de ondergrond ter plaatse van boring 01/101 reeds onder milieukundige begeleiding gesanneerd. Het rapport "Verkennend bodem- en asbestonderzoek Paulus Potterstraat 2 t/m 14-1 te Voorthuizen", d.d.

20 maart 2020, opgesteld door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV is als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan toegevoegd. Het rapport "Nader bodemonderzoek Paulus Potterstraat 2 t/m 14-1 te Voorthuizen", d.d. 22 mei 2020, opgesteld door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV is als Bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan toegevoegd. Frans Halsstraat Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de zintuiglijk schone bovengrond een licht verhoogd gehalte aan PAK is gemeten. In de zintuiglijk schone ondergrond en in het grondwater zijn geen verhoogde gehalten/concentraties aan de onderzochte parameters aangetoond. Zintuiglijk is op het maaiveld en in de opgeboorde grond van de onderzoekslocatie geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek of -sanering. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt ons inziens geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingsplan-/functiewijziging. Het rapport "Verkennend bodemonderzoek Frans Halsstraat 22-24 te Voorthuizen", d.d. 19 maart 2020, opgesteld door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo BV is als Bijlage 3 bij de toelichting van dit "Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

25

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat bestemmingsplan toegevoegd.

5.1.2

Niet gesprongen explosieven

Beide locaties van het plangebied liggen in onverdacht gebied volgens de Conventionele Explosieven (CE) kaart van Barneveld. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect bodem heeft geen belemmeringen voor het voorliggende plan.

5.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.2.1

Archeologie

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied hoge archeologische verwachting geldt.

Afbeelding 5.1: Uitsnede nieuwe archeologische beleidskaart (2018)

Het betreft hier de realisatie van 15 woningen. Het plan is om aan de Paulus Potterstraat 12 woningen te realiseren en aan de Frans Halsstraat 3 woningen. De realisatie van de 12 woningen aan de Paulus 26

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat Potterstraat betreft een oppervlakte van ca. 3500 m². Op deze locatie aan de Paulus Potterstraat staan momenteel 6 ouderenwoningen onder de vloer van de woningen zit een kruipruimte met een basis van stambeton ondersteund door funderingspalen met een diepte van ca. 40 cm. De realisatie van de 3 woningen aan de Frans Halsstraat betreft een oppervlakte van ca. 880 m². Op deze locatie aan de Frans Halsstraat staan momenteel twee ouderenwoningen onder de vloer van de woningen zit een kruipruimte met een basis van stambeton ondersteund door funderingspalen met een diepte van ca. 40 cm. Op de locatie van de bestaande woningen zal de grond daardoor verstoord zijn. Op historische kaarten vanaf 1850 zijn beide locaties onbebouwd en in gebruik als akker- en landbouw of weidegronden. In nabijgelegen onderzoek aan de Rembrandstraat is alleen in het noorden van het plangebied een (deels) intact plaggendek aangetroffen. Maar er zijn geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen waarna het advies is gegeven om de verwachting voor het gebied naar beneden af te stellen. Op de geomorfologische kaart liggen beide plangebieden in ongekarteerd gebied. Als naastgelegen gebieden worden geëxtrapoleerd naar de plangebieden lijken ze in een dekzandvlakte te liggen. Een dekzandvlakte heeft een lage verwachting.

De hoge verwachting is vooral afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN), maar de hogere ligging lijkt vooral ingegeven door de aanwezigheid van een woonwijk. De verwachting kan daarom worden bijgesteld naar laag met vrijstellingsgrenzen van 10.000 m² en 0,3m -Mv bijgesteld. Dit betekent dat er geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Voor beide locaties van het plangebied wordt de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 opgenomen. Meldingsplicht Indien bij de werkzaamheden vondsten (aardewerk, vuursteen, oude funderingen, opvallende donkere verkleuringen in het gele zand etc.) worden gedaan waarvan men redelijkerwijs mag vermoeden dat deze van archeologische betekenis zijn, dient hiervan onmiddellijk melding te worden gemaakt (art. 5.10 Erfgoedwet). 5.2.2

Historischestedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde.

5.2.3

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat op de cultuurlandschappelijke waardenkaart Barneveld wordt aangeduid als bebouwd of sterk veranderd gebied, zonder waarde. De plannen zijn niet strijdig met de cultuurlandschappelijke waarde. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.

5.3

Ecologie

De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang.

"Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat" (vastgesteld)

27

Paulus Potterstraat-Frans Halsstraat

5.3.1 5.3.1.1

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming

Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. De locaties van het plangebied liggen op ruim 3.5 km afstand van dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Om uit te sluiten dat de ontwikkeling geen toename in stikstof veroorzaakt is er een AERIUS berekening uitgevoerd. De resultaten van de berekening zijn toegevoegd als Bijlage 4 van deze toelichting.

Met de berekening wordt geconcludeerd dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j ten aanzien van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied ‘De Veluwe’ en op grotere afstand gelegen Natura-2000 gebieden. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.

5.3.1.2

Soortenbescherming

Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is er een natuurtoets uitgevoerd. Het rapport "Natuuronderzoek sloop gebouwen Voorthuizen", d.d. 17 april 2019, opgesteld door Tauw BV is als Bijlage 5 bij de toelichting van dit bestemmingsplan toegevoegd. Het onderzoek kon onvoldoende uitsluiten of er beschermde diersoorten op de percelen aanwezig waren, waarna er een aanvullend onderzoek heeft plaatsgevonden. Het aanvullende rapport "Soortgericht onderzoek, mitigatieplan en werkprotocol complex 706, Voorthuizen", d.d. 19 december 2019, opgesteld door Regelink Ecologie en Landschap is als Bijlage 6 bij de toelichting van dit bestemmingsplan toegevoegd. Uit het vervolgonderzoek is gebleken dat er voor het uitvoeren van de werkzaamheden van deze ontwikkeling een Wnb-ontheffing nodig is voor wat betreft de gewone dwergvleermuis. Op 23 juni 2020 heeft de provincie Gelderland deze ontheffing afgegeven.

Verder zijn er enkele natuur inclusieve elementen opgenomen in het ontwerp van de woningen. Zo worden de kopgevels van de woningen voorzien van open stootvoegen waardoor er ruimte is voor de dwergvleermuis en er worden vogelvides in de dakvoet aangebracht. Ook worden de bergingen voorzien van groene sedumdaken. Algemene zorgplicht Voor de uitvoering van werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht. Alle broedende vogels, hun broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd tijdens de broedperiode. Het verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit en 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=c7d4c707-5ae9-463c-9334-8471fb6de1ce