CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting_Bijlage 8 Verkennend onderzoek flora en fauna, Ravenweg 15

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Pilot gedeeltelijke functieverandering partiële herziening buitengebied 20124.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gertjan Cozijnsen De haarstraat 1 3861 VE Nijkerk Kvk:85564753 Btw-id: NL004115333B71 Iban: NL61RABO0189385928 Tel: 0642926885 Email: info@cozijnsenflorafaunaadvies.nl

VERKENNEND ONDERZOEK NAAR BESCHERMDE FLORA EN FAUNA AAN DE RAVENWEG 15 TE STROE

Opdrachtgever: Contactpersoon: Kenmerk rapport: Datum veldbezoek: Datum rapport: Versie Auteur

Familie Romein Dhr. Romein 23VC019 2 februari 2023 3 februari 2023 1.0 Gertjan Cozijnsen

Ravenweg 15 te Stroe

1

Inhoudsopgave

1.INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL 1.2 OMSCHRIJVING GEBIED

2 3 3

2.OMSCHRIJVING PERCEEL 2.1 ALGEMEEN 2.2 BESCHRIJVING

4 4 4 T/M 5

3. ONDERZOEKSMETHODE 3.1 OPZET 3.2 BRONNENONDERZOEK 3.3 VELDBEZOEK

6 6 6 6

4.NATUURWETGEVING EN BELEID 4.1 WET NATUURBESCHERMING 4.2 ZORGPLICHT EN VERBODSBEPALINGEN

7 T/M 8 7 7 T/M 8

5.EFFECTEN VAN HET PLAN / DE ACTIVITEITEN 5.1 INGREPEN 5.2 BESCHERMING HOUTOPSTANDEN 5.3 BESCHERMING VAN SOORTEN 5.4 FLORA 5.5 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 5.6 VLEERMUIZEN 5.7 VOGELS 5.8 AMFIBIEËN EN REPTIELEN 5.9 VISSEN 5.10 INSECTEN, LIBELLEN EN ONGEWERVELDEN 5.11 EFFECTENBEOORDELING 5.12 GEBIEDSBESCHERMING

9 9 9 9 9 10 10 11 11 11 11 12 13 T/M 14

6.CONCLUSIE EN ADVIES 6.1 CONCLUSIE 6.2 ADVIES

15 15 15

7.BRONNEN BIJLAGE 1 FOTO OVERZICHT BIJLAGE 2 OVERZICHTSTEKENING BIJLAGE 3 REGISTRATIEFORMULIE FLORA FAUNA INVATARISATIE BIJLAGE 4 TOELICHTING REGISTRATIEFORMULIER

16 17 T/M 18 19 T/M 20 21 T/M 22 23 T/M 24

Ravenweg 15 te Stroe

2

1.Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van dhr. Romein heeft Cozijnsen flora fauna advies een QuickScan uitgevoerd aan de Ravenweg 15 te Stroe, in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). De aanleiding voor dit verzoek zijn de voorgenomen plannen voor een agrarische bestemmingswijziging met een gedeeltelijke sloop in combinatie met bouwvlakverkleining. Het woonhuis blijft behouden en de agrarische opstallen zullen worden gesloopt. Deze QuickScan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen plannen gewijzigd worden dient voorliggend onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in deze QuickScan zijn drie jaar geldig. Het doel van dit onderzoek is door middel van een oriënterend bronnenonderzoek en veldbezoek te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot overtredingen van de wet natuur bescherming (Wnb).

Bron: bewerkte versie kadestralekaart.com, perceel rode vlakken te slopen opstallen.

1.2 Omschrijving gebied Het perceel bevindt zich ten zuiden van Stroe in de Gelderse Vallei. Ten noorden is de rijksweg A1 gelegen. Ten oosten is de Stroese Heide gelegen. Het betreft een agrarische omgeving met afwisselend graslanden en akkerbouw.

Ravenweg 15 te Stroe

3

2.Omschrijving perceel 2.1 Algemeen Het plangebied is te vinden aan de Ravenweg 15 te Stroe. Het voornemen is om de agrarische opstallen hieronder in de rode vlakken aangegeven als (1) en (2) te amoveren. De woning en overige bebouwing blijft behouden met het voorgenomen plan. 2 1

Figuur 1: (1) rode vlak betreft de opstal ten westen van de woning, (2) rode vlak betreft de opstallen ten oosten van de woning. Regionale ligging kaartinzet rechts. Bron: PDOK Viewer.

2.2 Beschrijving Het daadwerkelijke plangebied bestaat uit bebouwing, erfverharding en weide, aan de randen zijn opgaande beplanting in de vorm van struiken en bomen te vinden. Op het perceel buiten het rood gemarkeerde plangebied is een huis met goed onderhouden tuin aanwezig hier zullen geen werkzaamheden plaatsvinden. Tijdens ons bezoek is het gehele perceel onderzocht om de invloedsfeer van de werkzaamheden buiten het daadwerkelijke plangebied te kunnen vaststellen. Opstal (1) ten westen Dit betreft een vrijstaande kalverenschuur de schuur staat leeg, binnen is de voormalige kalveren inrichting reeds verwijderd. De schuur heeft geïsoleerde dakplaten, daardoor is het dak volledig afgesloten. De gevels zijn gemetselde gevels. Een deel aan de voorzijde bestaat uit geïsoleerde damwandplaat. De stenen gevels hebben een luchtspouw, tijdens het onderzoek is geconsenteerd dat deze is geïsoleerd met glaswol isolatie. Dit was goed waar te nemen doordat er op enkele plaatsen toegangskozijnen verwijderd waren (zie foto bijlage1). Verder zijn er geen openingen, kierende overstekken, of open stootvoegen aanwezig. Het gebied rond de schuur bestaat uit straatverharding en grasmengsels dat gemaaid en begraasd wordt door schapen.

Ravenweg 15 te Stroe

4

Foto impressie opstal nr. (1)

(2) opstallen ten oosten Dit betreffen 5 aan elkaar geschakelde opstallen en een aangebouwd schapenverblijf. In de schuren was geen vee aanwezig met uitzondering van het aangebouwde schapenverblijf. De schuren zijn volledig afgesloten en een groot deel wordt gebruikt als opslag. Het dak van de opstallen bestaat uit asbestverdachte golfplaten, de binnenzijde van het dak is geïsoleerd. De gevels zijn gemetseld zonder openingen of stootvoegen. aan de achterzijde zijn ventilatie deuren aanwezig, welke zijn afgedicht met gaas. Het gebied rond de schuur bestaat uit straatverharding en grasmengsels dat gemaaid en begraasd wordt door schapen.

Foto impressie opstallen nr. (2)

Ravenweg 15 te Stroe

5

3.Onderzoeksmethode 3.1 Opzet In dit verkennend onderzoek is de locatie onderzocht op de aanwezigheid van beschermde plantsoorten en diersoorten. Voordat de locatie bezocht werd, heeft er eerst een bronnenonderzoek plaatsgevonden.

3.2 Bronnenonderzoek Voordat de locatie is bezocht zijn de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en diverse andere verspreidingsatlassen geraadpleegd. Hierdoor is voorafgaand aan het locatieonderzoek een indicatief beeld gekregen of er beschermde soorten voorkomen in het te onderzoeken gebied.

3.3 Veldbezoek De locatie is op 2 februari 2023 in de ochtend bezocht. Tijdens het onderzoek is de omgeving en de locatie onderzocht op mogelijke soorten en/of sporen. Tijdens het onderzoek was het bewolkt weer en viel er af en toe een bui de tempratuur was 6°C. Tijdens het veldbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde soorten. Waarnemingen (zicht en geluid) en sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, holen, nesten, uitwerpselen, haren, beschermde plantsoorten e.d.. Het veldbezoek wordt met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd, echter is het niet per definitie uit te sluiten dat er bepaalde soorten voorkomen die niet in dit rapport genoemd zijn. Het verkennend onderzoek is op 2 februari 2023 uitgevoerd door Gertjan Cozijnsen gecertificeerd Flora-Faunacontroleur ruime ervaring in faunabeheer en natuurlijk landschap onderhoud en inrichting. Tijdens het onderzoek was een verrekijker, holtecamera en een zaklamp voorhanden.

Ravenweg 15 te Stroe

6

4.Natuurwetgeving en beleid 4.1 Wet natuurbescherming Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren en planten die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn; de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier of plant. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht.

4.2 zorgplicht en verbodsbepalingen De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In de Wet natuurbescherming bestaat uit een drietal hoofdstukken waarin de volgende zaken worden beschermd: • Gebiedenbescherming (Natura 2000) • Soortenbescherming • Houtopstandenbescherming In dit verkennend onderzoek wordt alleen getoetst aan het hoofdstuk soortenbescherming. In de wet spreekt men van ‘algemene zorgplicht’. Daarnaast bevat de wet een aantal verbodsbepalingen. Alleen de meest relevante verbodsbepalingen worden hieronder genoemd. Artikel 2 de zorgplicht: De Zorgplicht houdt in dat je schade aan Natura 2000-gebieden en in het wild levende planten en dieren, alsmede hun directe leefomgeving probeert te; a. Voorkomen b. Beperken c. Ongedaan maken. Verboden soortbescherming: In de wet natuurbescherming wordt onderscheidt gemaakt tussen soorten welke onder het beschermingsregime van de Europese soorten: Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en de Nationale soorten: overige beschermde soorten vallen. Hiervoor gelden de volgende verboden:

Ravenweg 15 te Stroe

7

Om aantoonbaar invulling te geven aan de zorgplicht moet er aantoonbaar zorgvuldig gehandeld worden. Dit kan: • •

Praktisch: voorkomen/beperken overtreden van de verbodsbepalingen. Juridisch: Inzet van het juiste instrument voor werkzaamheden op locaties met beschermde soorten (zie bijlage 3: Beschermde soorten van Ministerie van LNV)

De instrumenten zijn: •

Vrijstelling: o Provinciale vrijstelling van de verbodsbepalingen: Slechts de zorgplicht van toepassing. Geldt voor bepaalde soorten. Bron: provinciale verordening. • Gedragscode: o Een specifieke vrijstelling voor het uitvoeren van beheer en/of ruimtelijke ontwikkeling, opgesteld door de branche/sector en goedgekeurd door de rijksoverheid en provincie. • Ontheffing: o (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie • Omgevingsvergunning: (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie.

Ravenweg 15 te Stroe

8

5.Effecten van het plan / de activiteiten 5.1 Ingrepen De ingrepen zijn permanent van karakter en betreffen: *Amoveren van de bestaande agrarische bebouwing (nr 1 en 2) *Realiseren van een nieuw bijgebouw *Inrichten van het terrein

5.2 Bescherming houtopstanden Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Indien een of meerder bomen binnen de bebouwde kom worden geveld, is de gemeente het bevoegd gezag. In de meeste gevallen zal er dan een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Dit is na te gaan op de gemeentelijke website.

5.3 Bescherming van soorten Bij het onderdeel soortenbescherming is het uitgangspunt dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer sprake is of kan zijn van een overtreding, dan dient er onderzocht te worden of een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn.

Verwachting/bureau onderzoek Het daadwerkelijke plangebied, rood gemarkeerd, bestaat uit bebouwing, erfverharding en weide. Aan de randen zijn opgaande beplanting in de vorm van struiken en bomen te vinden. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een potentieel geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde Ravenweg 15 te Stroe

9

diersoorten. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van diersoorten uit onderstaande soortgroepen: • vogels • vleermuizen • grondgebonden zoogdieren • amfibieën

5.4 Flora Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: Akkerogentroost, Dennenorchis (in een straal van 1 - 5 km). Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het daadwerkelijke plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Vrijwel alle groenstructuren worden gehandhaafd. In de wet zijn plantensoorten opgenomen die bescherming genieten. Geen van deze soorten zijn aangetroffen. Het gebied rondom de bebouwing bestaat uit erfverharding en gazon. Gezien het gevoerde beheer maaien, erfverharding en tuinonderhoud zijn standplaatsen van beschermde soorten hier niet aanwezig. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande flora.

5.5 Grondgebonden zoogdieren Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: Bunzing, Wezel, Boommarter, Das, Eekhoorn, Egel, Steenmarter, Rosse woelmuis en Damhert (in een straal van 1 - 5 km). Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat grondgebonden zoogdieren een rust- of voortplantingsplaats bezetten in het plangebied. Het plangebied is grotendeels omheind en zal door de aanwezigheid van mensen en het gevoerde beheer door (grotere) grondgebonden zoogdieren gemeden worden. De inrichting en het gevoerde beheer maakt het tot een ongeschikt leefgebied voor kleine grondgebonden zoogdieren, zoals veldmuis, egel of steenmarter. Potentiële verblijfplaatsen (in gebouwen, bomen en omliggend perceel) zijn niet aangetroffen. Als gevolg van de sloop zal de geschiktheid van het perceel niet afnemen doordat het plangebied nu bebouwd en verhard is en er naar de werkzaamheden meer ruimte zal zijn voor groen.

Door het de werkzaamheden worden er geen beschermde grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield.

5.6 Vleermuizen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals : Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Rosse vleermuis, Gewone/Grijze grootoorvleermuis en Gewone grootoorvleermuis (in een straal van 1 - 5 km).

Ravenweg 15 te Stroe

10

De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen. In deze tijd van het jaar bezetten vleermuizen de winterrustplaats en zitten ze diep weggekropen in gebouwen. Gewone dwergvleermuizen hebben in de periode half augustus-half september de massawinterverblijfplaatsen bezocht tijdens de donkere uren van de nacht (zogenaamde middernachtzwermen), wat vaak duidelijk zichtbaar is door de aanwezige uitwerpselen en urine op muren, ramen en op de grond nabij de invliegopening(en). Er is in het onderzoeksgebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rustverblijfplaatsen van vleermuizen. Daarbij is gezocht naar vleermuizen en aanwijzingen die op de aanwezigheid van een verblijfplaats in het plangebied duiden. Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten. Opstal (1) beschikt over luchtspouw deze is echter geïsoleerd met glaswol en daarom ongeschikt als verblijf . Verder zijn in het plangebied geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen, zoals een holle ruimte achter een boeiboord, windveer, loodslab of gevelbetimmering aangetroffen. Tevens zijn er geen holenbomen in het plangebied waargenomen die een potentiële rust- of voortplantingsplaats voor vleermuizen kunnen bieden.

Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Er zullen geen essentiële onderdelen van een mogelijke vliegroute verdwijnen. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield.

5.7 Vogels Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor kunnen komen zoals: de huismus, gierzwaluw, boerenzwaluw, huiszwaluw, spreeuw, zwarte roodstaart, steenuil, ransuil, sperwer en de roek deze komen voor in een straal van (1-5 km). De bebouwing vormt geen potentiële nestplaats voor huismus of gierzwaluw en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat steen- of kerkuil een vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten. Ook zijn geen aanwijzingen gevonden dat roofvogels of uilen in de bomen net buiten het plangebied nestelen. Het plangebied wordt als functioneel leefgebied voor verschillende vogelsoorten beschouwd. Algemene soorten benutten de buitenruimte rond het plangebied mogelijk als foerageergebied, en kunnen in de aanwezige struiken en bomen tot broeden komen dit betreft algemene soorten waarvan de staat van instandhouding gunstig is en waarbij de nestlocatie alleen beschermd is bij een bezet nest. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen gestart zullen worden zal er voor af nog een broedvogelcheck in de naastgelegen bomen en struiken uitgevoerd moeten worden, om verstoring van een bezet nest te voorkomen. De planlocatie maakt geen deel uit van een belangrijk leefgebied van soorten door de huidige inrichting en de beperkte omvang van het perceel.

Negatieve effecten zijn met de voorgenomen activiteiten uit gesloten.

5.8 Amfibieën en reptielen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: de bruine kikker, groene kikker, bastaardkikker, gewone pad.

Ravenweg 15 te Stroe

11

Er zijn tijdens het veldbezoek geen amfibieën waargenomen, gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als een weinig geschikt leefgebied voor amfibieën beschouwd. Mogelijk duikt er incidenteel een ‘verdwaalde’ kikker op in het plangebied, maar amfibieën bezetten er geen (winter)rust- of voortplantingsplaats. Het plangebied heeft geen functie als foerageergebied. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden geen amfibieën verwond of gedood en worden geen (winter)rust- of voortplantingsplaatsen beschadigd of vernield.

5.9 Vissen Er bevind zich geen open water in de directe omgeving van de te slopen opstallen effecten op (beschermde) vissen zijn daarom per definitie uitgesloten.

5.10 Insecten, libellen en ongewervelden Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: gevlekte witsnuitlibel, rivierrombout en grote vos (1-5km). Er zijn slechts enkele libellensoorten die binnen de Wet natuurbescherming een strenge bescherming genieten. Deze zijn voor wat betreft hun verspreiding gebonden aan specifieke habitateisen, die veelal alleen in natuurgebieden te vinden zijn. Beschermde soorten zijn op deze locatie uit te sluiten. Beschermde dagvlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat, bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan zeldzame waardplanten, die vaak alleen in natuurterreinen zijn te vinden. Geschikte waardplanten voor beschermde vlindersoorten ontbreken binnen het plangebied. Op de planlocatie zijn gedurende het veldbezoek geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Ook is er geen sprake van oud hout, of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden.

Negatieve effecten op de soortgroep zijn uitgesloten.

5.11 Effectenbeoordeling Invloedsfeer In dit onderzoek wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de werkzaamheden, zoals het slopen van bebouwing, het verwijderen van erfverharding en grondverzet. Beoordeling: De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid, stof en trillingen waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn echter incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied.

Ravenweg 15 te Stroe

12

Nationaal beschermde soorten Voor deze soorten is er geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op algemene soorten zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog.

Verlichting Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien ook in de schemering en het donker wordt gewerkt dan dient eventuele bouwverlichting afgewend te worden van aanwezige groenstructuren om eventuele aanwezige vleermuizen niet negatief te beïnvloeden.

5.12 Gebiedsbescherming Natura 2000 Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of Habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die de instandhoudingsdoelstellingen kunnen schaden. Als een plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben op Natura 2000gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen negatieve effecten zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante effecten niet kan worden uitgesloten dan moet, conform artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden gemaakt. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer een AERIUS berekening te laten opstellen voor de aanlegfase. Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen. Een berekening voor de gebruiksfase achten wij niet nodig, omdat het nieuwe bijgebouw minder of niets uitstoot ten opzichte van de huidige woning. De stikstofuitstoot zal daarom dalen.

Ravenweg 15 te Stroe

13

NNN gebieden De Wet natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, een ‘nee, tenzij’- beschermingsregime. Activiteiten die de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk aantasten zijn niet toegestaan, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. De locatie is niet in een Natura2000 gebied gelegen

Bron: https://www.natura2000.nl

Ravenweg 15 te Stroe

14

Bron: www.gelderland.maps.arcgis.com

6.Conclusie en advies 6.1 Conclusie *Er zijn geen nadelige gevolgen voor wat betreft streng en strikt beschermde soorten of hun beschermde verblijfplaats(Wnb-soorten). * Juridische borging door instrumenten; gedragscode, ontheffing of vrijstelling is niet noodzakelijk *Zorgplicht is altijd van toepassing. *Er zijn geen gevolgen aangaande het onderdeel Wnb-houtopstanden (er wordt niet gekapt). *Het plangebied ligt niet in een Natura2000 gebied.

6.2 Advies *Bij uitvoering van de werkzaamheden altijd invulling geven aan de ZORGPLICHT. Dit houd in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. *Mits deze maatregelen in acht worden genomen kunnen negatieve effecten worden voorkomen, bij calamiteiten direct ecologisch deskundige inschakelen. *Tijdens de werkzaamheden zal dit onderzoek op locatie aanwezig moeten zijn. Ook het separaat toegezonden document gedragscode Soortenbescherming zal op de locatie aanwezig moeten zijn. *Door het uitvoeren van bovengenoemde maatregelen wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen worden overtreden en aan de zorgplicht wordt voldaan. Ravenweg 15 te Stroe

15

7.Bronnen

www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.infomil.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.arcgis.com www.waarneming.nl www.bij12.nl www.kadastralekaart.com www.rijksoverheid.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl www.earth.google.com www.vleermuisprotocol.nl

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Cozijnsen Flora Fauna Advies kan door de opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

Ravenweg 15 te Stroe

16

Bijlage 1 foto overzicht

Opstal (1) spouw is geïsoleerd met glaswol isolatie, geen nesten/potentiële verblijfplaatsen aangetroffen.

Muren en dak zijn dicht in de stootvoegen zijn insectenroosters aanwezig.

Ravenweg 15 te Stroe

17

Opstal (2) gezien vanaf de Ravenweg,

voorzijde ventilatie deuren afgesloten

straat verharding voorzijde

voorzijde is geheel verlicht

achterzijde zit gaas

achterzijde weide word begraasd

woning

Ravenweg 15 te Stroe

18

Bijlage 2 overzichtstekening

Bron: www.kadestralekaart.com bewerkte versie.

Ravenweg 15 te Stroe

19

Ravenweg 15 te Stroe

20

Bijlage 3 Registratieformulier Flora Fauna inventarisatie

Registratieformulier Flora en fauna inventarisatie Deel 1: (Vaste) rust en voortplantingsplaatsen (V)RVP), groeiplaatsen (GP) en geef de locaties op de kaart aan. Maak zo nodig een duidelijke schets op de achterzijde voor de locatie van de (V)RVP en GP> Benoem kort alle mogelijk gevonden kenmerken en geef zo nodig aan of inspectie nodig is. Deel 2: Leefgebied, invoeren indien soort slechts is waargenomen of sporen aanwezig zijn en geen rust- en voortplantingsplaats is gevonden. Begrens het leefgebied op de kaart. Gemeente: Barneveld Straat: Ravenweg 15 Nadere plaatsbepaling:3776 MP Stroe

Deel 1: Vaste rust/ voortplantingsplaatsen en groeiplaatsen Volg Type (V)RVP plaats Beheer groep Nr: of GP

gebruik

Soortgroep

Soort

T-P

Opmerking/ Inspectie x

1

Geen………………………………………… Inspectie ……………………………………………

2

Inspectie ……………………………………………

3

Inspectie Ravenweg 15 te Stroe

21

2 Leefgebied Code A V23

Soortgroep

Soort merel

waarneming Omgeving plangebied

Opmerking/Inspectie x GEEN Inspectie

B

V30

kraai

vliegend

x

GEEN Inspectie

C

V27

koolmees

Naastgelegen perceel

x

GEEN Inspectie

D

V13

houtduif

Boom perceel

x

GEEN Inspectie

E

GEEN Inspectie

F

x GEEN Inspectie

G

GEEN x s Inspectie x

Ravenweg 15 te Stroe

22

Bijlage 4 Toelichting Registratieformulier

Ravenweg 15 te Stroe

23

Ravenweg 15 te Stroe

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=e6b878a3-723b-42b6-bf27-38c6f197f1f7