CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting_Bijlage 7 Verkennend onderzoek flora en fauna, Bijschoterweg 16

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Pilot gedeeltelijke functieverandering partiële herziening buitengebied 20127.962 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERKENNEND ONDERZOEK NAAR BESCHERMDE FLORA EN FAUNA BIJSCHOTERWEG 16 TE VOORTHUIZEN

Gertjan Cozijnsen De haarstraat 1 3861 VE Nijkerk Kvk:85564753 Btw-id: NL004115333B71 Iban: NL61RABO0189385928 Tel: 0642926885 Email: info@cffa.nl

Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Omgevingswet

Plangebied aan de Bijschoterweg 16 te Voorthuizen de (globaal) rood gearceerde bebouwing zal worden geamoveerd. Bron kaart www.perceelloep.nl (2022). De bebouwing welke nog te zien is op deze kaart (blauwe stip) is reeds geamoveerd.

Opdrachtgever Contactpersoon Kenmerk rapport Datum veldbezoek Datum rapport Versie Auteur

Struikhoeve Advies BV. Dhr. A. Ruitenbeek 24FF047-02 20 februari 2024 23 februari 2024 aangepast d.d. 29 maart 2024 1.0 Gertjan Cozijnsen

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

1

Inhoudsopgave 1.INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL 1.2 OMSCHRIJVING GEBIED

3 3 4

2.OMSCHRIJVING PERCEEL 2.1 ALGEMEEN 2.2 BESCHRIJVING

5 5 5

3. ONDERZOEKSMETHODE 3.1 OPZET 3.2 BRONNENONDERZOEK 3.3 VELDBEZOEK

6 6 6 6

4.NATUURWETGEVING EN BELEID 4.1 OMGEVINGSWET

7 7

5.DE ACTIVITEITEN 5.1 INGREPEN

8 8

6. HOUTOPSTANDENBESCHERMING IN OMGEVINGSWET 6.1 BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN 6.2 EFFECTENBEOORDELING HOUTOPSTANDENBESCHERMING

8 8 9

7. SOORTENBESCHERMING IN OMGEVINGSWET 7.1 BESCHERMING VAN SOORTEN 7.2 VERWACHTING/BUREAU ONDERZOEK 7.3 FLORA 7.4 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 7.5 VLEERMUIZEN 7.6 VOGELS 7.7 AMFIBIEËN EN REPTIELEN 7.8 VISSEN 7.9 INSECTEN, LIBELLEN EN ONGEWERVELDEN 7.10 EFFECTENBEOORDELING SOORTENBESCHERMING

9 9 9 10 11 12 14 16 17 17 18

8 GEBIEDENBESCHERMING IN OMGEVINGSWET 8.1 BESCHERMING VAN NATURA 2000 GEBIEDEN 8.2 NNN EN OVERIGE NATUURGEBIEDEN 8.3 EFFECTENBEOORDELING GEBIEDENBESCHERMING

20 20 23 23

9.CONCLUSIE EN ADVIES 9.1 CONCLUSIE 9.2 ADVIES

24 24 25

10.BRONNEN BIJLAGE 1 FOTO OVERZICHT BIJLAGE 2 OVERZICHTSTEKENING BIJLAGE 3 REGISTRATIEFORMULIE FLORA FAUNA INVATARISATIE BIJLAGE 4 TOELICHTING REGISTRATIEFORMULIER

26 27 31 32 34

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

2

1.Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van Struikhoeve Advies BV. heeft Cozijnsen Flora Fauna Advies een QuickScan natuur uitgevoerd aan de Bijschoterweg 16 te Voorthuizen, in het kader van de Omgevingswet (Ow). De aanleiding voor dit verzoek is een bestemmingswijziging t.b.v. deze wijziging zullen er veestallen en een loods worden geamoveerd. Deze QuickScan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen plannen gewijzigd worden dient voorliggend onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in deze QuickScan zijn drie jaar geldig, mits binnen deze periode de omstandigheden op de planlocatie, de wetgeving en de provinciale verordening niet wezenlijk veranderen. Het doel van dit onderzoek is door middel van een oriënterend bronnenonderzoek en veldbezoek te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot overtredingen van de Omgevingswet waar vanaf 1 januari 2024 de natuurbescherming onderdeel van uitmaakt.

Figuur 1.1: Sloopoverzicht de te slopen bebouwing betreft nr. 12, 11A en 6A. - De overige bebouwing in rood met uitzondering van gebouw 4 is reeds geamoveerd.

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

3

1.2 Omschrijving gebied Het perceel bevindt zich aan de Bijschoterweg 16 te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in de provincie Gelderland. Ten zuiden van het perceel is de Rijksweg A1 gelegen met zuidelijk daarvan industrieterrein Harselaar. Ten noorden van het perceel is de Harselaarsche Beek gelegen. De dorpskern van Voorhuizen is ten noordoosten van de projectlocatie gelegen.

1975

2023 Bron: www.topotijdreis.nl

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

4

2.Omschrijving perceel 2.1 Algemeen Het plangebied is te vinden aan de Bijschoterweg 16 te Voorthuizen, gemeente Barneveld in de provincie Gelderland. De veestallen in figuur 2.1 (nr.12, 6A en een gedeelte van de loods 11A) zullen worden gesloopt.

Figuur 2.1: De te slopen bebouwing aangegeven als 12 – 11 A – 6 A, de overige gebouwen (in rood) zijn reeds gesloopt. Regionale ligging kaartinzet rechts. Bron: PDOK Viewer.

2.2 Beschrijving De te slopen veestallen zijn vrijwel gelijk qua bouwstijl. De gevels bestaan uit dicht metselwerk er zijn geen openstootvoegen, kieren of scheuren waargenomen. De golfplaat daken van de te slopen veestallen zijn strak dicht en bestaan golfplaat, de geïsoleerde daken zijn voorzien van vogelschroot. De gevelplank sluit vrijwel naadloos op de gevels aan. De te slopen loods is aan de voorzijde open, de gevels zijn enkelsteens het dakvlak bestaat uit golfplaat. De loods staat geschakeld aan een houten schuur deze blijft behouden. Ten zuiden van de te slopen veestallen buiten het plangebied bevindt zich een woning met een onderhouden tuin hier vinden met betrekking tot de sloopwerkzaamheden geen werkzaamheden plaats, wel is dit deel van het erf betrokken bij het onderzoek om de invloedsfeer van de werkzaamheden te kunnen vaststellen. Het plangebied rond de opstallen is geheel verhard er is hier vrijwel geen opgaand groen aanwezig. Rondom het perceel bestaat de omgeving uit agrarisch gebied. Voor een verdere beschrijving van de planlocatie verwijzen we u naar de fotobijlage hier zijn een aantal foto’s in opgenomen.

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

5

3.Onderzoeksmethode 3.1 Opzet In dit verkennend onderzoek is de locatie onderzocht op de aanwezigheid van beschermde plantsoorten en diersoorten. Voordat de locatie bezocht werd, heeft er eerst een bronnenonderzoek plaatsgevonden, daarbij wordt onder andere rekening gehouden met aanwezigheid van waargenomen beschermde soorten in de afgelopen 3 jaar binnen een afstand van 5 km van het plangebied.

3.2 Bronnenonderzoek Voorafgaande aan het veldonderzoek is doormiddel van beschikbare literatuur, online raadpleegbare websites met verspreidingsgegevens (o.a., NDFF, RAVON, SOVON, Vlinderstichting, Zoogdiervereniging, FLORON, telmee.nl) een goed beeld verkregen van de (potentieel) te verwachten beschermde soorten in of nabij het plangebied. Deze kennis is vervolgens meegenomen tijdens het veldonderzoek.

Figuur 3.2: lidmaatschap NDFF

3.3 Veldbezoek De locatie is op 20 februari 2024 in de ochtend bezocht. Tijdens het onderzoek is de omgeving en de locatie onderzocht op mogelijke soorten en/of sporen. Tijdens het onderzoek was het droog weer, de temperatuur was circa 10°C. Tijdens het veldbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde soorten. Waarnemingen (zicht en geluid) en sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, holen, nesten, uitwerpselen, haren, beschermde plantsoorten e.d. Het veldbezoek wordt met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd, echter is het niet per definitie uit te sluiten dat er bepaalde soorten voorkomen die niet in dit rapport genoemd zijn. Het veldbezoek is uitgevoerd door Gertjan Cozijnsen gecertificeerd Flora-Faunacontroleur, actief vrijwilliger bij de Zoogdiervereniging (Vleermuiswerkgroep Leusden), ruime ervaring in faunabeheer en natuurlijk landschap onderhoud en inrichting. Tijdens het onderzoek was een verrekijker, zaklamp, holtecamera en een warmtebeeldcamera voorhanden, hiermee kunnen eventueel aanwezige soorten op lichaamswarmte worden waargenomen.

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

6

4.Natuurwetgeving en beleid in de Omgevingswet 4.1 Omgevingswet Algemene zorgplicht (afd. 1.3 OW): Een ieder is verantwoordelijk voor een veilige en gezonde leefomgeving, door nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk te voorkomen, te beperken en ongedaan te maken. Dit geldt altijd, tenzij er een specifieke zorgplicht betrekking op de handeling heeft. Algemeen verbod om zonder omgevingsvergunning bepaalde activiteiten te mogen verrichten (Par. 5.1.1 Ow) • •

Flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelingen Natura 2000-activiteit (vergunningsplicht indien kans op significante gevolgen op Natura 2000 gebied, zie Hoofdstuk 8 van dit rapport)

Flora- en fauna-activiteit betreft een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten, dan gelden de regels in; Art. 11.27 Bal (specifieke zorgplicht) Art. 11.28 Bal (voorkomen onnodig lijden dieren) Paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal: vergunningplicht bij schadelijke handelingen, regels vergunningsvrije gevallen (via gedragscodes, vrijstellingen in de omgevingsverordening of ministeriele regeling) Specifieke zorgplicht Flora-Fauna-activiteiten (art. 11.27 Bal) Iedereen die activiteiten uitvoert die nadelige gevolgen kunnen hebben, moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. Dit wordt verder uitgewerkt in art. 11.27, 2e lid Bal: • • •

Nagaan of er aanwijzingen zijn van aanwezigheid beschermde en bedreigde soorten Indien ja; vaststellen of nadelige gevolgen voorkomen kunnen worden Indien niet te voorkomen, dan; passende preventieve maatregelen of passende herstelmaatregelen

Naast de specifieke zorgplichten zijn er 3 categorieën beschermingsregimes (par. 11.2.2 t/m 11.2.4 Bal): • Par. 11.2.2 Bal: Vogelrichtlijnsoorten • Par. 11.2.3 Bal: Habitatrichtlijnsoorten + conventie van Bern l+ll & conventie van Bonn l • Par. 11.2.4 Bal: Nationaal beschermde soorten Rode lijst soorten; alleen beschermd indien op lijsten, beschermd onder EU richtlijnen of onder de specifiek zorgplicht.

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

7

5.De Activiteiten 5.1 Ingrepen De ingrepen zijn permanent van karakter en betreffen: *Saneren van eventueel aanwezige asbesthoudende materialen. *Slopen van de opstallen 6a, 11a en 12, zie figuur 1.1 van dit rapport. *Netjes afwerken en inrichten van het terrein. De exacte uitwerking van de nieuwbouwplannen zijn op moment van schrijven voor ons niet bekend.

6.Houtopstandenbescherming 6.1 Bescherming van houtopstanden in de omgevingswet Regels bescherming houtopstanden en bomenrijen (afd. 11.3 Bal) •

• •

Specifieke zorgplicht houtopstanden (art. 11.116 Bal) o Geldt voor vellen houtopstanden en herbeplanten van grond o Verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen/beperken/achterwege te laten (art. 11.112 Bal) o Oogmerken zijn doelstellingen voor regels over vellen en herbeplanten: natuurbescherming, de instandhouding bosareaal en bescherming landschappelijke waarden Algemene meldplicht voorafgaand aan kap Herplantingplicht: houtopstanden vanaf 10 are of bomenrijen meer dan 20 bomen

Regels gelden niet voor (art. 11.111, lid 2 Bal) • Houtopstanden kleiner dan 10 are; • Bomenrijen bestaande uit 20 bomen of minder; • Houtopstanden op erven of in tuinen; • Bomen of struiken voor de teelt van vruchten of noten; • Windschermen om boomgaarden; • Kerstbomen niet ouder dan 20 jaar; • Kweekgoed; • Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen of eenrijige beplantingen langs landbouwgronden • Dunningen; • Beplantingen populieren, wilgen, essen of elzen voor productie biomassa, die tenminste eens in de 10 jaar geoogst, minsten 10.000stoven/ha/beplantingseenheid en zijn aangelegd na 1 januari 2013. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

8

die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de ‘bebouwingscontour houtkap’ (omgevingsplan gemeenten art. 5.165b Bkl). Indien een of meerder bomen binnen de bebouwde kom worden geveld, is de gemeente het bevoegd gezag. In de meeste gevallen zal er dan een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Dit is na te gaan op de gemeentelijke website.

6.2 Effectenbeoordeling Houtopstandenbescherming Er zal niet worden gekapt op de locatie waardoor er geen effecten plaatsvinden.

7.Soortenbescherming 7.1 Bescherming van soorten Bij het onderdeel soortenbescherming is het uitgangspunt dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “Nationaal beschermde soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer sprake is of kan zijn van een overtreding, dan dient er onderzocht te worden of een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een vergunning noodzakelijk zijn.

7.2 Verwachting/bureau onderzoek Op basis van het bureau onderzoek wordt onderzocht welke soorten er op de planlocatie en de directe omgeving voor kunnen komen en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. In het voorliggend onderzoek is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. Op basis van bronnenonderzoek, omgeving, bouwstijl en gebruikte bouwmaterialen, aard, omvang en gebruik van het onderzoeksgebied, dan lijkt het onwaarschijnlijk dat er beschermde soorten worden aangetroffen uit tabel 1:

1.Niet te verwachten soortgroepen Vissen Vaatplanten Libellen Reptielen Kevers

Mogelijk aanwezige soortgroepen Vogels Grondgebonden zoogdieren Amfibieën Vleermuizen

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

9

Figuur 7.2: Vrijgestelde soorten per provincie - Bron, www.habitus.nl

7.3 Flora Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: stijve wolfsmelk (in een straal van 1-5km). Verder wordt alleen op grote afstand melding gemaakt van beschermde flora, akkerogentroost, blaasvaren en dennenorchis (5-10 km). Stijve wolfsmelk staat op open, zonnige tot licht beschaduwde, vochtige, stikstofrijke, matig voedselrijke, weinig of niet bemeste klei-, en mergelbodems, vaak op stenige plaatsen. Ze groeit in akkers, langs boszomen, op kapvlakten, op slootkanten en dijken, bij heggen en in bermen. (bron: www.verspreidingsatlas.nl).

Tijdens het veldbezoek werden geen beschermde of bedreigde plantensoorten of resten hiervan aangetroffen. Vanuit het bureauonderzoek worden diverse vaatplanten waargenomen op grote afstand van de projectlocatie. De aanwezigheid van water, bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. Binnen het grotendeels verharde plangebied is vast te stellen dat deze beschermde vaatplanten op de locatie niet zijn te verwachten. Ook de directe omgeving bestaat uit bemeste agrarische percelen hier groeien algemene soorten die kenmerkend zijn voor vrij rijke tot zeer rijke gronden. Hiermee ontbreekt het aan geschikte plaatsen voor vegetatie en plekken waar beschermde planten kunnen groeien. Er zijn geen muren met (beschermde) muurvegetatie aanwezig. De beoogde ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot het habitat van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek. Hiermee kan worden uitgesloten dat er sprake is van het opzettelijk vernielen van beschermde planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Soortenbescherming Flora

Effecten Omgevingswet Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t. Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

10

7.4 Grondgebonden zoogdieren Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: boommarter, bunzing, wezel, das, steenmarter, eekhoorn, egel, woelrat, bosmuis, huisspitsmuis, veldmuis, rosse woelmuis, haas, konijn, ree en vos (in een straal van 0-5km). De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Zelfs in afgravingen en onder gebouwen worden soms verblijfplaatsen van de das aangetroffen. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven. De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie. Ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied. Een wezel leeft het liefst in een open en droog natuurlandschap. Hij kan leven in zowel bosgebieden, duinen, weilanden en akkerlanden. Bij voorkeur leeft hij in een gebied waar woelmuizen voorkomen. De wezel heeft graag een plek waar hij zich kan verschuilen, zoals oude muizenholen of konijnenholen. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn waarnemingen bekend van bunzing, wezel en das.

Als gevolg van de voorgenomen ingreep vindt er geen aantasting van het functioneel leefgebied van deze soorten plaats, structuurrijke vegetaties, bloemrijke graslanden, takkenrillen, holen, struwelen, vermolmde boomstobben en bos zijn in het vrijwel geheel verharde plangebied afwezig. De ingreep heeft met name betrekking op verharding en bebouwing waar de wezel, bunzing en das geen gebruik van zullen maken. Van deze soorten zijn tijdens het veldbezoek geen sporen aangetroffen zoals latrines, krabsporen of prooiresten. De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. Dit kunnen bijvoorbeeld boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes zijn. De te slopen bebouwing is door de gesloten bouwstijl niet toegankelijk voor de steenmarter. Tijdens het veldbezoek zijn er geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door de steenmarter. Bij intensief gebruik van een locatie door deze soort zijn dergelijke sporen vrij eenvoudig aan te treffen. De boommarter is een uitgesproken bosbewoner onder de marterachtigen en komt voor in grote, structuurrijke bossen - zowel naald-, loof- als gemengd bos – vormen zijn typisch biotoop. De planlocatie biedt geen geschikt biotoop voor de boommarter.

De rode eekhoorn leeft in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos (Zoogdiervereniging eekhoorn, 2022). Bomen met holten en grote boomnesten zijn afwezig, waardoor aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van de eekhoorn is uitgesloten. De egel leeft in bijna alle landschappen. In sommige gebieden zijn ze echter algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn (Zoogdiervereniging egel 2023). Het voorkomen van de egel op de planlocatie is door het ontbreken van groen en potentiële schuilplaatsen voor deze soort uitgesloten. Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

11

Van de strikt beschermde zoogdiersoorten vindt er als gevolg van de voorgenomen ingreep geen aantasting van het functioneel leefgebied van deze soorten plaats. Op de planlocatie ontbreekt het aan geschikt leefgebied vanwege de eisen die deze zoogdieren stellen aan hun leefgebied. Op en rondom de planlocatie zijn geen holen, nesten of sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de Omgevingsverordening van de provincie vallen. Er is ten aanzien van grondgebonden zoogdieren geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Omgevingswet. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn waarnemingen bekend van algemeen beschermde soorten waar een vrijstelling voor geldt, voor deze soorten geldt de algemene zorgplicht. De zorgplicht schrijft voor dat we nadelige gevolgen voor inheemse planten en dieren moeten voorkomen (of ze nu beschermd zijn of niet) en zorgvuldig met onze omgeving om moeten gaan. Deze zorgplicht geldt voor iedereen. Soortenbescherming Grondgebonden zoogdieren

Effecten Omgevingswet Geen

Vervolgstappen Algemene soorten/ Algemene Zorgplicht

7.5 Vleermuizen

Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals : gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis (in een straal van 0-5 km). Onderzoek Tijdens een veldbezoek worden bomen en eventueel aanwezige bebouwing onderzocht op mogelijkheden voor potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen, daarbij wordt er gelet op eventuele openingen die geschikt kunnen zijn en gebruikt bouwmateriaal, eventuele aangetroffen sporen van vleermuizen, eventuele verlichting rondom het pand etc. Ons onderzoek is gebaseerd op het vleermuisprotocol 2021, verschillende literatuur van onder andere Drs H.J.G.A. Limpens en eigen ervaring met vleermuisonderzoek. De locatie was goed te beoordelen als hulpmiddel is een warmtebeeldcamera en verrekijker gebruikt met 8x42 vergroting. Verblijfplaatsen Vleermuizen zitten overdag vooral op beschutte donkere plekken, zoals in de spouw of onder de dakbedekking. Ook achter betimmering van daken of in dubbelwandige schoorstenen vinden vleermuizen soms een geschikt onderkomen. De temperatuur in het verblijf is van groot belang voor de groei en ontwikkeling van de jongen. Afhankelijk van de buitentemperatuur zoeken vleermuizen warme, heel warme of juist iets koelere plekken op.

Vleermuizen kiezen dan ook het liefst gebouwen met een spouwruimte uit, waarbinnen ze de ruimten met verschillende temperaturen kunnen gebruiken. Herkennen verblijfplaatsen aan de hand van sporen Er zijn twee soorten sporen die kunnen worden onderscheiden: uitwerpselen, veeg en vetsporen. Sporen van vleermuizen worden gevonden aan de buitenschil van objecten (bijvoorbeeld op gevels, raamkozijnen, lekdorpels, zonneschermen, en boomschors) en aan de binnenzijde van objecten (open ruimtes die vleermuizen gebruiken om te verblijven). Vet en veeg sporen worden gevonden op oppervlaktes waar vleermuizen regelmatig en veelvuldig langs bewegen en schuren. Naast sporen die duiden op aanwezigheid, wordt er ook gezocht naar sporen die duiden op afwezigheid van vleermuizen. Vleermuizen maken alleen gebruik van vrije invliegopeningen en het gebruik van een in Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

12

vliegopening door vleermuizen houdt de invliegopening ook relatief vrij en schoon (op sporen van aanwezigheid na). Openingen die gevuld zijn met stof spinrag worden niet gebruikt door vleermuizen. Daarnaast zijn vleermuizen relatief schone dieren, ze gaan niet tussen vuil zitten. Wanner een ruimte te stoffig is, te tochtig is, te veel spinrag bevat en/of te gevuld is met rommel, mestgeur (ammoniak) dan wordt een ruimte ongeschikt om als verblijfplaats te gebruiken. Wanneer er geen sporen van aanwezigheid worden aangetroffen in of op een object, dan kan de aanwezigheid van stof, tocht, spinrag, rommel en mestgeur een bevestiging zijn voor de afwezigheid van vleermuizen in een object. Om een verblijfplaats van vleermuizen vast te stellen op basis van sporen is het niet noodzakelijk de gehele ruimte op de cm te controleren op de aanwezigheid van sporen. Sporen van vleermuizen zijn altijd te vinden binnen 1.tot 1,5 m van een invliegopening, zowel aan de binnenkant als buitenkant van een verblijfplaats. Daarbij wordt er tijdens het veldbezoek altijd gelet op een combinatie van factoren en op de bouwkundige aspecten. Wanneer tijdens het sporenonderzoek blijkt dat er potentieel geschikte verblijfplaatsen aanwezig zijn die niet zijn te overzien wordt er aanvullend onderzoek geadviseerd.

Verblijfplaatsen Er is in het onderzoeksgebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rustverblijfplaatsen van vleermuizen. Daarbij is gezocht naar vleermuizen en aanwijzingen die op de aanwezigheid van een verblijfplaats in het plangebied duiden. De veestallen zijn niet geschikt voor gebouwbewonende soorten vleermuizen. De gevels bestaan uit dicht metselwerk er zijn geen openstootvoegen, kieren of scheuren waargenomen. De golfplaat daken van de te slopen veestallen zijn strak dicht en bestaan golfplaat, de geïsoleerde daken zijn voorzien van vogelschroot. De gevelplanken sluiten vrijwel naadloos op de gevels aan. De loods biedt vanwege de bouwstijl, openvoorzijde, golfplaat dak en enkelsteens muur eveneens geen geschikte verblijfplaatsen. De bedrijfswoning op het perceel zou eventueel geschikt kunnen zijn voor verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. De woning en de tuin blijft behouden zoals deze nu is dus de eventueel voorkomende verblijfplaatsen blijven daarmee ook behouden. De beoogde ingreep leidt niet tot aantasting van verblijfplaatsen van vleermuizen waardoor er geen verdere stappen op het gebied van een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn met betrekking tot het onderzoeken van potentiële verblijfplaatsen.

Verblijfplaatsen buiten het plangebied Het is door de onderlinge afstand tot de bebouwing in de verder gelegen omgeving niet aannemelijk dat er in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatieve invloed kunnen ondervinden van de werkzaamheden. Bomen Er zullen met de voorgenomen plannen geen bomen worden gekapt daarnaast zijn er geen bomen aangetroffen die potentieel geschikt zijn als vaste rust en verblijfplaats daarmee zijn boombewonende vleermuizen uit te sluiten. Foeragerende vleermuizen De functie van het plangebied als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het plangebied. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen er worden geen groenstructuren aangetast, in de omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig.

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

13

Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. De beoogde ingreep leidt niet tot een aantasting van een vliegroute. Tijdens de werkzaamheden dient er wel voorzichtig worden omgegaan met het toepassen van verlichting om passeerde en jagende vleermuizen in de omgeving niet te hinderen. Vleermuizen kunnen gedesoriënteerd raken als gevolg van sterke verlichting. Soortenbescherming Vleermuizen

Effecten Omgevingswet Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t. / Algemene Zorgplicht

7.6 Vogels Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor kunnen komen zoals: blauwe reiger, boerenzwaluw, gierzwaluw, huiszwaluw, zwarte roodstaart, huismus, spreeuw, boomkruiper, boomvalk, buizerd, havik, raaf, roek, ransuil, kerkuil en steenuil deze komen voor in een straal van (0-5 km). De gebouwen zijn onderzocht op eventuele nesten/ verblijfplaatsen van vogels. Bij de inventarisatie is ook speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten, zoals uitwerpselen en achtergelaten nestmateriaal. De boerenzwaluw nestelt vaak binnen gebouwen van boerderijen. Deze soort maakt een komvormig nest van gras, stro en modder. Door de gesloten bouwstijl is er geen mogelijkheid om te nestelen in de bebouwing. Van de boerenzwaluw zijn er geen nesten aangetroffen. Verstoring en aanwezigheid ten aanzien van de boerenzwaluw kan op voorhand worden uitgesloten. Huiszwaluwen maken hun nesten vaak tegen de gevel onder de dakrand van bebouwing. De komvormige nesten worden van klei en zand gemaakt. Aan de bebouwing zijn er geen nestkommen waargenomen. Hierdoor is de aanwezigheid van de huiszwaluw uit te sluiten. De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor.

Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aanen uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Deze koloniebroeders gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest. Op de planlocatie zijn geen geschikte holtes aanwezig waar gierzwaluwen hun nesten zouden kunnen hebben. De huismus is voor het maken van nesten afhankelijk van bebouwing of nestkasten. Door de gesloten bouwstijl en door de afwezigheid van geschikte ruimtes, waaronder dakpannen en beschoten kap zijn de te slopen veestallen niet geschikt als broedlocatie voor de huismus. De te slopen loods is aan de voorzijde open. Het golfplaat dak van de loods rust op een spantconstructie en heeft geen dakbeschot of verborgen ruimtes. De loods biedt geen vestigingsplekken voor de huismus mede door het ontbreken van dakbeschot. Teven zijn er geen nesten en sporen aangetroffen welke kunnen duiden op de aanwezigheid van huismusnesten op de balken (zie fotobijlage). De beoogde sloopwerkzaamheden leiden niet tot aantasting van nestlocaties en functioneel leefgebied van de huismus. Wel zal er bij de uitvoering van de sloop rekening moeten worden gehouden met de aanwezigheid van de huismus doordat deze tijdens ons veldbezoek waargenomen is in de vogelvriendelijke tuin aan de voorzijde van het woonhuis (nr. 1 in figuur 7.6).

Ook is de huismus Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

14

waargenomen op de veranda met het pannendak (nestlocatie) aan de oostzijde van deze woning) (nr. 2 in figuur 7.6). De woning, veranda en omliggende tuin blijven geheel behouden, hier vinden geen werkzaamheden plaats. Aan de oostzijde van de veranda bevindt zich een dierenverblijf (aangegeven als 3 in figuur 7.6) met meerdere groenelementen, zanderige ondergrond, hagen en een natuurlijke vijver dit gebied geheel blijft eveneens behouden met de voorgenomen plannen (foerageergebied). Op een dergelijk erf is er door de aanwezigheid van machines altijd al sprake van een bepaalde mate van verstoring, echter zullen de sloopwerkzaamheden meer verstoring met zich meebrengen op het reeds genoemde te behouden gebied waar de essentiële functionaliteiten liggen. Om verstorende effecten door de werkzaamheden te voorkomen zal er buiten de broedperiode van de huismus gesloopt moeten gaan worden (zie tabel 7.7 voor de meest gunstige periode). Voorafgaand aan de sloop zal er eerst nog controle moeten plaatsvinden op de aanwezigheid van nesten van de huismus en eventuele broedgevallen.

Figuur 7.6 Plattegrond.

Figuur 7.7 Groen=meest geschikte periode voor de sloopwerkzaamheden.

Tijdens het veldbezoek is de bebouwing gecontroleerd op de geschiktheid voor nestplaatsen van uilen. Door de gesloten bouwstijl zijn de veestallen niet toegankelijk voor uilen. De openloods heeft eveneens geen donkere nissen of hoeken die dienst kunnen doen als nestplaats. Bij regelmatig gebruik zijn er veel sporen zoals braakballen, krijtstrepen en ruiveren aan te treffen dit is op de onderzoekslocatie niet het geval. Bij aanwezigheid van een vaste rust- of verblijfplaats van uilen, buiten de onderzoekslocatie, treedt bij de voorgenomen plannen geen verlies van essentieel foerageergebied op doordat deze elementen buiten de planlocatie liggen en behouden blijven. Ransuilen nestelen bij voorkeur in naaldbomen, welke op de onderzoekslocatie niet voorkomen. Ze jagen daarnaast voornamelijk in open velden, langs wegbermen en open plekken in bossen.

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

15

Aangezien er in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied aanwezig zijn in de vorm van open velden, bermen en ruigtes is het redelijkerwijs uit te sluiten dat er negatieve effecten optreden. Tijdens het veldonderzoek zijn er geen potentieel geschikte jaarrond beschermde nesten van roofvogels aangetroffen van de buizerd, boomvalk of havik. Binnen het plangebied is geen geschikt leefgebied voor genoemde vogels met jaarrond beschermde nesten door het ontbreken van geschikt broedhabitat en foerageergebied. Ook voor de ransuil die broedt in oude kraaien- of eksternesten en bij voorkeur roestplaatsen onderhoud in naaldbomen, ontbreekt geschikte nestgelegenheid. In het plangebied zijn geen nesten aanwezig. De roek is een koloniebroeder met slordige nesten in de toppen van hoge bomen. Roekenkolonies bevinden zich vaak in vrijstaande hoge groepen bomen langs wegen, sporen of kanalen. Roekenkolonies zijn makkelijk te herkennen aan de manier van nestelen in kolonies. Nabij de onderzoeklocatie is er geen kolonie aangetroffen. Negatieve effecten zijn uitgesloten. Bij uitvoering van de plannen verdwijnen geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status. Tijdens het veldbezoek zijn er geen oude/nesten aangetroffen.

De omgeving van de planlocatie vormt voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels mogelijk geschikte nestlocaties dit blijft onaangetast. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Ten aanzien van de huismus kunnen de werkzaamheden worden opgestart buiten de broedperiode (maart - augustus). Voorafgaand aan de werkzaamheden zal de locatie nog geïnspecteerd op aanwezige nesten en eventuele broedgevallen. Soortenbescherming Algemene Vogels Vogels jaarrond beschermd Huismus

Effecten Omgevingswet Geen overtreding Geen overtreding verstoring voorkomen

Vervolgstappen Broedvogelcheck Sloop uitvoeren buiten het broedseizoen

7.7 Amfibieën en reptielen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: de bruine kikker, gewone pad, groene kikker (Onb.) en de kleine watersalamander. Verder de muurhagedis (in een straal van 1-5km). Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van amfibieën en reptielen. Op basis van landschappelijke kenmerken kan goed beoordeeld worden wat de potentie van het onderzoeksgebied is voor beschermde soorten. Groene kikkers komen in heel Nederland voor. Het zijn echte waterkikkers die vrijwel het hele jaar in en rondom het water te vinden zijn (bron Padden.nu). De kleine watersalamander is de meest algemene salamander in Nederland. De soort komt nog veelvuldig voor in sloten en poelen, mits deze maar niet al te veel vis bevatten. Hij stelt weinig eisen aan zijn biotoop. Hij komt zowel voor in stadstuinen als in kleinschalige cultuurlandschappen en bosen heidegebieden. De voortplantingsbiotoop bestaat uit allerlei soorten ondiep stilstaand en zwak stromend water die niet al te groot of beschaduwd zijn en wat onderwatervegetatie bevatten (bron Padden.nu).

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

16

Volgens verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de muurhagedis bij kritische determinaties blijken deze waarnemingen vaak niet om muurhagedissen te gaan. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soort. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is uitgesloten. Voor amfibieën en reptielen ontbreekt het in het verharde plangebied aan geschikt leefgebied en potentiële verblijfplaatsen. Het is niet uit te sluiten dat incidenteel algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad voorkomen op de planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op basis van de vastgestelde provinciale verordeningen. Er is ten aanzien van amfibieën geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Omgevingswet. In het kader van de zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Soortenbescherming Amfibieën en reptielen

Effecten Omgevingswet Geen overtreding

Vervolgstappen Algemene soorten/ Algemene Zorgplicht

7.8 Vissen Op de planlocatie en binnen de invloedssfeer van de beoogde werkzaamheden bevindt zich geen oppervlaktewater. Er is ten aanzien van vissen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Omgevingswet. Soortenbescherming Vissen

Effecten Omgevingswet Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t.

7.9 Insecten, libellen en ongewervelden Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: de gevlekte witsnuitlibel en kempense heidelibel. Verder grote vos en gentiaanblauwtje (in een straal van 1-5km). De habitat van de gevlekte witsnuitlibel zijn laagveenmoerassen, duinplassen en vegetatierijke vennen. De habitat van de kempense heidelibel bestaat vaak uit ondiepe moerassen en brede verlandingszones van vennen en plassen. De grote vos is een vlinder die vanwege een sterk zwervend gedrag op veel plekken in het land wordt gezien. De waardplant van deze soort is iep, zoete kers en enkele wilgensoorten. Het gentiaanblauwtje komt voor in zorgvuldig beheerde natuurgebieden met vochtige heide. De vlinder gebruikt de klokjesgentiaan voor de ei-afzet en is afhankelijk van de aanwezigheid van mierennesten (bron vlinderstichting.nl). Beschermde keversoorten zijn gebonden aan oude, rottende bomen in bosgebieden of komen zeldzaam voor in (groter) permanent, helder open water van goede kwaliteit op veengrond (eisnederland.nl, Janssen en Schamineé, 2004). Er is geen geschikt habitat voor deze beschermde Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

17

soorten aanwezig. Er zijn ook geen waarnemingen bekend in de directe omgeving van de onderzoek locatie. Op de vrijwel geheel verharde planlocatie zijn geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie groeien voorgenoemde waardplanten niet. Er is geen sprake van voortplantingsplaats. Er is geen oppervlaktewater aanwezig ook is er geen sprake van oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Er is ten aanzien van insecten en andere ongewervelden geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Omgevingswet. Soortenbescherming Insecten, libellen en ongewervelden

Effecten Omgevingswet Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t.

7.10 Effectenbeoordeling soortenbescherming Invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie is er gekeken naar de uitvoering van de werkzaamheden en is er een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten. Beoordeling De invloedsfeer van de uitvoering is lokaal en wordt uitgevoerd op reeds bestaande wegen en verharding. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid en stof waarneembaar buiten het perceel, deze effecten zijn naar verwachting incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het perceel. Samenvatting soortbescherming: Soortenbescherming Flora Grondgebondenzoogdieren

Effecten Omgevingswet Geen overtreding Geen overtreding

Vleermuizen

Geen overtreding

Algemeen vogels

Geen overtreding

Vogels jaarrond Beschermd huismus Amfibieën en reptielen

Geen overtreding verstoring voorkomen Geen overtreding

Vissen Insecten, libellen en ongewervelden

Geen overtreding Geen overtreding

Vervolgstappen N.v.t. Algemene soorten/ Algemene Zorgplicht N.v.t./ Algemene zorgplicht m.b.t. verlichting Broedvogelcheck bij start in het broedseizoen Sloop uitvoeren buiten het broedseizoen van de huismus Algemene soorten/ Algemene Zorgplicht N.v.t. N.v.t.

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

18

Beschermde soorten Om verstorende effecten door de werkzaamheden te voorkomen zal er buiten de broedperiode van de huismus gesloopt moeten gaan worden (zie tabel voor de meest gunstige periode). Voorafgaand aan de sloop zal er eerst nog controle moeten plaatsvinden op de aanwezigheid van nesten van de huismus en eventuele broedgevallen.

Groen=meest geschikte periode voor de sloopwerkzaamheden.

Algemene soorten In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Indien het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen dan zijn deze opgenomen in dit rapport. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden. Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Verlichting Veel algemene en beschermde diersoorten (bijvoorbeeld vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht.

Indien er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige bebouwing en groenstructuren in de omgeving om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd natuurvriendelijk te verlichten door amberkleurige lichtbronnen te gebruiken.

Bron afbeelding: www.rijkswaterstaat.nl

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

19

8. Gebiedenbescherming 8.1 Bescherming van Natura 2000 gebieden Natura 2000 Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of Habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die de instandhoudingsdoelstellingen kunnen schaden. Als een plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben op Natura 2000gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen significante gevolgen zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante gevolgen niet kan worden uitgesloten dan moet een passende beoordeling (PB) inclusief mogelijke ADC-toets worden gemaakt. Significantie: ‘als door ingreep toekomstige areaal habitat of leefgebied, het aantal van een soort of de kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significatie gevolgen’ De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het Natura2000 gebied Veluwe is op het kortst gemeten op een afstand van ca. 5.9km gelegen.

Bron: www.pdok.nl

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

20

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

21

Bron: www.natura2000.nl

Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels zijn uit te sluiten. De ontwikkeling wordt uitgevoerd op een reeds bestaand en bebouwd plangebied buiten Natura 2000 gebied. Tijdens de werkzaamheden is er wellicht kortdurend sprake van bronbemaling, geluid en stof. De werkzaamheden zijn van dien aard dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om in overleg te treden met bevoegd gezag om een AERIUS berekening te laten opstellen voor de aanlegfase (sloopfase). Bevoegd gezag zal hier specifiek om vragen. Aangezien de exacte nieuwbouwplannen ons nog niet bekend zijn is een berekening voor de gebruiksfase vooralsnog niet aan de orde. Zodra de plannen verder uitgewerkt zijn zal daar een berekening voor opgesteld moeten worden, voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase.

8.2 NNN gebieden en overige natuurgebieden De omgevingswet draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, een ‘ja, mits’- beschermingsregime (art. 7.8, lid 2 Bkl). Activiteiten die de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk aantasten zijn niet toegestaan, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale omgevingsverordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen.

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

22

Bron: www.gelderland.maps.arcgis.com

De onderzoeklocatie is niet in het Gelders Natuurnetwerk en/of groene ontwikkelzone gelegen. Door het uitvoeren van de plannen worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN gebied. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

8.3 Effectenbeoordeling gebiedenbescherming Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels zijn uit te sluiten. De ontwikkeling wordt uitgevoerd op een reeds bestaand en bebouwd plangebied buiten Natura 2000 gebied. Ter plaatse zijn geen habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels aanwezig en kunnen daar ook niet ontwikkelen. Tijdens de werkzaamheden is er wellicht korte tijd sprake van bronbemaling, geluid en stof echter negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Veluwe zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om in overleg te treden met bevoegd gezag om een AERIUS berekening te laten opstellen voor zowel de aanlegfase (sloopfase). Bevoegd gezag zal hier specifiek om vragen. Aangezien de exacte nieuwbouwplannen ons nog niet bekend zijn is een berekening voor de gebruiksfase vooralsnog niet aan de orde. Zodra de plannen verder uitgewerkt zijn zal daar een berekening voor opgesteld moeten worden, voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase. De onderzoeklocatie is niet in het Gelders Natuurnetwerk en/of groene ontwikkelzone gelegen. Door het uitvoeren van de plannen worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN gebied. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

23

9.Conclusie en advies 9.1 Conclusie Houtopstandenbescherming *Er zal niet worden gekapt op de locatie waardoor er geen effecten plaatsvinden. Soortenbescherming *Om verstorende effecten door de werkzaamheden te voorkomen zal er buiten de broedperiode van de huismus gesloopt moeten gaan worden (zie tabel voor de meest gunstige periode). Voorafgaand aan de sloop zal er eerst nog controle moeten plaatsvinden op de aanwezigheid van nesten van de huismus en eventuele broedgevallen.

Groen=meest geschikte periode voor de sloopwerkzaamheden.

*De verharde inrichting maakt het daadwerkelijke plangebied tot een weinig geschikt functioneel leefgebied van beschermde dieren en tot een ongeschikte groeiplaats van beschermde planten. Grondgebonden zoogdieren bezetten er geen vaste rust- en voortplantingsplaats. Amfibieën bezetten er een geen (winter)rustplaats. Er nestelen geen vogels in het plangebied en vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. *Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van algemeen voorkomende vogelsoorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 augustus. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige. * In het kader van de algemene zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen vergunning vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht.

Te denken valt aan het aanpassen van de werkwijze zodat onverhoopte aanwezige soorten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. *Veel algemene en beschermde diersoorten (bijv. vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige groenstructuren om eventuele aanwezige soorten in de omgeving niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd natuurvriendelijk te verlichten door amberkleurige lichtbronnen te gebruiken. * Zorgplicht is altijd van toepassing. Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

24

Gebiedenbescherming *Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels zijn uit te sluiten. De ontwikkeling wordt uitgevoerd op een reeds bestaand en bebouwd plangebied buiten Natura 2000 gebied. Ter plaatse zijn geen habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogels aanwezig en kunnen daar ook niet ontwikkelen. Tijdens de werkzaamheden is er wellicht korte tijd sprake van bronbemaling, geluid en stof echter negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Veluwe zijn uitgesloten. *Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om in overleg te treden met bevoegd gezag om een AERIUS berekening te laten opstellen voor zowel de aanlegfase (sloopfase). Bevoegd gezag zal hier specifiek om vragen. *Aangezien de exacte nieuwbouwplannen ons nog niet bekend zijn is een berekening voor de gebruiksfase vooralsnog niet aan de orde. Zodra de plannen verder uitgewerkt zijn zal daar een berekening voor opgesteld moeten worden, voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase. *De onderzoeklocatie is niet in het Gelders Natuurnetwerk en/of groene ontwikkelzone gelegen. Door het uitvoeren van de plannen worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN gebied. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

9.2 Advies *Tijdens de verdere inrichtingswerkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). *Tijdens de werkzaamheden zal dit onderzoek op locatie aanwezig moeten zijn. *Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct gestopt te worden met de werkzaamheden en contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. *Door het uitvoeren van bovengenoemde maatregelen wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen worden overtreden en aan de zorgplicht wordt voldaan. *In veel gemeenten wordt er gewerkt met een puntensysteem om bestaande natuurwaarden te behouden en te versterken, hiervoor dient dan een plan opgesteld te worden met welke soorten er rekening wordt gehouden en welke bestaande natuurwaarden er worden versterkt. Het natuur inclusief bouwen biedt met relatief simpele en goedkope oplossingen een plekje voor planten en dieren die het hard nodig hebben. Het plan ten aanzien van de biodiversiteit is geen onderdeel van deze QuickScan maar kan op aangeven van onze opdrachtgever, eventueel door ons uitgewerkt worden.

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

25

10.Bronnen

www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.infomil.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.arcgis.com www.waarneming.nl www.bij12.nl www.kadastralekaart.com www.rijksoverheid.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl www.earth.google.com www.vleermuisprotocol.nl

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Cozijnsen Flora Fauna Advies kan door de opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

26

Bijlage 1 foto overzicht De te slopen veestallen zijn vrijwel gelijk qua bouwstijl. De gevels bestaan uit dicht metselwerk er zijn geen openstootvoegen, kieren of scheuren waargenomen. De golfplaat daken van de te slopen veestallen zijn strak dicht en bestaan golfplaat, de geïsoleerde daken zijn voorzien van vogelschroot. De gevelplank sluit vrijwel naadloos op de gevels aan. De te slopen loods is aan de voorzijde open, de gevels zijn enkelsteens het dakvlak bestaat uit golfplaat. De loods staat geschakeld aan een houten schuur deze blijft behouden. Ten zuiden van de te slopen veestallen buiten het plangebied bevindt zich een woning met een onderhouden tuin hier vinden met betrekking tot de sloopwerkzaamheden geen werkzaamheden plaats, wel is dit deel van het erf betrokken bij het onderzoek om de invloedsfeer van de werkzaamheden te kunnen vaststellen. Het plangebied rond de opstallen is geheel verhard er is hier vrijwel geen opgaand groen aanwezig. Rondom het perceel bestaat de omgeving uit agrarisch gebied.

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

27

Open loods

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

28

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

29

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

30

Bijlage 2 overzichtstekening

Sloopoverzicht: betreft, gebouw 12 – 11A- 6A.

Tekening nieuwe situatie.

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

31

Bijlage 3 Registratieformulier Flora Fauna inventarisatie

Registratieformulier Flora en Fauna inventarisatie Deel 1: (Vaste) rust en voortplantingsplaatsen (V)RVP), groeiplaatsen (GP). Deel 2: Leefgebied, invoeren indien soort slechts is waargenomen of sporen aanwezig zijn en er geen rust- en voortplantingsplaats is gevonden. Plaats: Voorthuizen

Straat/locatie: Bijschoterweg 16

Deel 1: (vaste) rust voortplantingsplaatsen en groeiplaatsen Volg nr.

Type (V)RVP of GP

1

Huismus nestlocatie en leefgebied buiten het daadwerkelijke plangebied

Plaats

Beheer groep

Gebruik

Soortgroep

Soort

Huismus

T-P

Opmerking-Inspectie ja/nee

Nee geen aantasting van nestlocatie/uitvoering vindt plaats buiten het broedseizoen. Voor sloop check.

2 3 4 5 6 7 8

2: Leefgebied Code

Soortgroep

Soort

Waarneming

Opmerking-Inspectie ja/nee

A

V29

Kauw

Boom buiten plangebied

N.v.t.

B

V13

Houtduif

Plangebied

N.v.t

C

V22

Roodborst

Tuin woning

N.v.t

D

V24

Merel

Plangebied

N.v.t

E

V32

Huismus

Buiten plangebied – tuin woonhuis

Nee geen aantasting van nestlocatie/uitvoering vindt plaats buiten het broedseizoen.

F G H

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

32

Bijlage 4 Toelichting Registratieformulier

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

33

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

34

Bijschoterweg 16 - Voorthuizen

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=cbc7cf5a-e386-49d3-9287-9236ffb62216