Toelichting_Bijlage 2 Flora en faunaonderzoek Garderbroekerweg 42
Tekst van het document
VERKENNEND ONDERZOEK NAAR BESCHERMDE FLORA EN FAUNA GARDERBROEKERWEG 42 - VOORTHUIZEN
Gertjan Cozijnsen De haarstraat 1 3861 VE Nijkerk Kvk:85564753 Btw-id: NL004115333B71 Iban: NL61RABO0189385928 Tel: 0642926885 Email: info@cozijnsenflorafaunaadvies.nl
Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming
Bron: www.perceelloep.nl
Opdrachtgever: Contactpersoon: Kenmerk rapport: Datum veldbezoek: Datum rapport: Versie Auteur
3 ontwerp- en tekenbureau Dhr. R. van Drie 23VC110 21 september 2023 27 september 2023 1.0 Gertjan Cozijnsen
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
1
Inhoudsopgave 1.INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL 1.2 OMSCHRIJVING GEBIED
3 3 4
2.OMSCHRIJVING PERCEEL 2.1 ALGEMEEN 2.2 BESCHRIJVING
5 5 5
3. ONDERZOEKSMETHODE 3.1 OPZET 3.2 BRONNENONDERZOEK 3.3 VELDBEZOEK
7 7 7 7
4.NATUURWETGEVING EN BELEID 4.1 WET NATUURBESCHERMING 4.2 ZORGPLICHT EN VERBODSBEPALINGEN
8 8 8
5.DE ACTIVITEITEN 5.1 INGREPEN
10 10
6. HOUTOPSTANDENBESCHERMING 6.1 BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN 6.2 EFFECTENBEOORDELING HOUTOPSTANDENBESCHERMING
10 10 10
7. SOORTENBESCHERMING 7.1 BESCHERMING VAN SOORTEN 7.2 VERWACHTING/BUREAU ONDERZOEK 7.3 FLORA 7.4 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 7.5 VLEERMUIZEN 7.6 VOGELS 7.7 AMFIBIEËN EN REPTIELEN 7.8 VISSEN 7.9 INSECTEN, LIBELLEN EN ONGEWERVELDEN 7.10 EFFECTENBEOORDELING SOORTENBESCHERMING
11 11 11 12 12 13 16 17 17 17 18
8 GEBIEDENBESCHERMING 8.1 BESCHERMING VAN NATURA 2000 GEBIEDEN 8.2 NNN EN OVERIGE NATUURGEBIEDEN 8.3 EFFECTENBEOORDELING GEBIEDENBESCHERMING
20 20 23 23
9.CONCLUSIE EN ADVIES 9.1 CONCLUSIE 9.2 ADVIES
24 24 25
10.BRONNEN BIJLAGE 1 FOTO OVERZICHT BIJLAGE 2 OVERZICHTSTEKENING BIJLAGE 3 REGISTRATIEFORMULIE FLORA FAUNA INVATARISATIE BIJLAGE 4 TOELICHTING REGISTRATIEFORMULIER
26 27 29 30 32
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
2
1.Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van 3 ontwerp- en tekenbureau heeft Cozijnsen Flora Fauna Advies een QuickScan uitgevoerd aan de Garderbroekerweg 42 te Voorthuizen, in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). De aanleiding voor dit verzoek is in een bestemmingsplan wijziging van bedrijf naar wonen. Op het perceel is een dieren pension gevestigd (honden/katten). De initiatiefnemer is voornemens de bedrijfsactiviteiten te gaan beëindigen en de dierenverblijven te amoveren. Deze QuickScan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen plannen gewijzigd worden dient voorliggend onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in deze QuickScan zijn drie jaar geldig, mits binnen deze periode de omstandigheden op de planlocatie, de wetgeving en de provinciale verordening niet wezenlijk veranderen. Het doel van dit onderzoek is door middel van een oriënterend bronnenonderzoek en veldbezoek te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot overtredingen van de wet natuur bescherming (Wnb).
Bron: www.perceelloep.nl . Perceel blauw gemarkeerd, afbeelding rechts (rode arcering) betreft de te slopen bebouwing.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
3
1.2 Omschrijving gebied
Het perceel bevindt zich aan de Garderbroekerweg 42 te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in de provincie Gelderland. Het perceel is op circa 550 meter ten noorden van de rijksweg A1 gelegen. Ten noorden van de locatie is Voorthuizen gelegen. Op korte afstand ten westen is recreatiegebied Zeumeren gelegen. Recreatiegebied Zeumeren is een recreatiegebied welke is ontstaan door zandwinning. De Zeumerse beek vindt hier zijn oorsprong en mondt uit in de Esvelder beek.
1975
2022 Bron: topotijdreis.nl
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
4
2.Omschrijving perceel 2.1 Algemeen Het plangebied is gelegen aan de Garderbroekerweg 42 te Voorthuizen in de gemeente Barneveld, provincie Gelderland. Op het perceel is een dieren pension gevestigd (honden/katten). De initiatiefnemer is voornemens de bedrijfsactiviteiten te gaan beëindigen en de dierenverblijven te amoveren.
De bebouwing (globaal rood gearceerd) zal gesloopt worden met de voorgenomen plannen. Regionale ligging kaartinzet rechts. Bron: PDOK Viewer.
2.2 Beschrijving Op het perceel is een huis met goed onderhouden tuin aanwezig, hier zullen geen werkzaamheden plaatsvinden. Achter de woning zijn de dierenverblijven te vinden welke zullen worden gesloopt. Deze zijn genummerd als (1,2,3). Naast de woning is een carport gebouw welke zal worden gedemonteerd om tijdens de sloop toegang te krijgen tot de achterzijde van de woning. Tijdens ons bezoek is het gehele perceel onderzocht om de invloedsfeer van de werkzaamheden buiten het daadwerkelijke plangebied te kunnen vaststellen.
De te slopen bebouwing, (1) dierenverblijf met aangebouwde opslagruimte- 2 dierenverblijf- 3 dierenverblijf.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
5
Dierenverblijf (1): Dit betreft een hondenverblijf. De muren van dit verblijf zijn gemetseld enkel steens, hierdoor is er geen luchtspouw aanwezig. Het dakvlak bestaat uit golfplaat waarvan de golfopeningen dicht zijn. Aan de voorzijde van het dierenverblijf zijn buitenkennels gebouwd zodat de dieren naar buiten kunnen. Geschakeld aan het verblijf is een opslagruimte/ garage gebouwd, deze heeft gemetselde gevels zonder spouwruimte. Het dakvlak is deels plat dakleer gedekt, het andere gedeelte heeft een zadeldak bedekt met dakleer singels.
Dierenverblijf (2): Dit honden verblijf heeft de zelfde bouwstijl als verblijf (1). Aan de achterzijde van dit verblijf is er een schuur van het naastgelegen perceel gebouwd deze blijft behouden. Aan de oost zijde is het verblijf tegen de aanbouw van de woning gebouwd, de aanbouw van de woning blijft eveneens behouden.
Dierenverblijf (3): Dit verblijf heeft de zelfde bouwstijl als gebouw (1 en 2). Dit is een vrijstaand verblijf en staat in lijn met gebouw (1).
Carport: Dit betreft een houtconstructie op palen met een plat dak. De zijkanten zijn open.
Voor een verdere beschrijving van de te slopen bebouwing verwijzen we u naar de foto bijlage hier zijn een aantal detail fotos in opgenomen.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
6
3.Onderzoeksmethode 3.1 Opzet In dit verkennend onderzoek is de locatie onderzocht op de aanwezigheid van beschermde plantsoorten en diersoorten. Voordat de locatie bezocht werd, heeft er eerst een bronnenonderzoek plaatsgevonden.
3.2 Bronnenonderzoek Voorafgaande aan het veldonderzoek is doormiddel van beschikbare literatuur, online raadpleegbare websites met verspreidingsgegevens(o.a., NDFF, RAVON, SOVON, Vlinderstichting, Zoogdiervereniging, FLORON, telmee.nl) een goed beeld verkregen van de (potentieel) te verwachten beschermde soorten in of nabij het plangebied. Deze kennis is vervolgens meegenomen tijdens het veldonderzoek.
3.3 Veldbezoek De locatie is op 21 september 2023 in de middag bezocht. Tijdens het onderzoek is de omgeving en de locatie onderzocht op mogelijke soorten en/of sporen. Tijdens het onderzoek was het droog de tempratuur was circa 20°C. Tijdens het veldbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde soorten. Waarnemingen (zicht en geluid) en sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, holen, nesten, uitwerpselen, haren, beschermde plantsoorten e.d.. Het veldbezoek wordt met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd, echter is het niet per definitie uit te sluiten dat er bepaalde soorten voorkomen die niet in dit rapport genoemd zijn. Het veldbezoek is uitgevoerd door Gertjan Cozijnsen gecertificeerd Flora-Faunacontroleur, actief vrijwilliger bij de Zoogdiervereniging (Vleermuiswerkgroep Leusden), ruime ervaring in faunabeheer en natuurlijk landschap onderhoud en inrichting. Tijdens het onderzoek was een verrekijker, holtecamera en een zaklamp voorhanden.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
7
4.Natuurwetgeving en beleid 4.1 Wet natuurbescherming Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren en planten die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn; de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier of plant. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht.
4.2 zorgplicht en verbodsbepalingen De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In de Wet natuurbescherming bestaat uit een drietal hoofdstukken waarin de volgende zaken worden beschermd: • • •
Houtopstandenbescherming Soortenbescherming Gebiedenbescherming (Natura 2000)
In de wet spreekt men van ‘algemene zorgplicht’. Daarnaast bevat de wet een aantal verbodsbepalingen. Alleen de meest relevante verbodsbepalingen worden hieronder genoemd. Artikel 2 de zorgplicht: De Zorgplicht houdt in dat je schade aan Natura 2000-gebieden en in het wild levende planten en dieren, alsmede hun directe leefomgeving probeert te; a. Voorkomen b. Beperken c. Ongedaan maken. Verboden soortbescherming: In de wet natuurbescherming wordt onderscheidt gemaakt tussen soorten welke onder het beschermingsregime van de Europese soorten: Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en de Nationale soorten: overige beschermde soorten vallen. Hiervoor gelden de volgende verboden:
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
8
Om aantoonbaar invulling te geven aan de zorgplicht moet er aantoonbaar zorgvuldig gehandeld worden. Dit kan: • •
Praktisch: voorkomen/beperken overtreden van de verbodsbepalingen. Juridisch: Inzet van het juiste instrument voor werkzaamheden op locaties met beschermde soorten (zie bijlage 3: Beschermde soorten van Ministerie van LNV)
De instrumenten zijn: •
Vrijstelling: o Provinciale vrijstelling van de verbodsbepalingen: Slechts de zorgplicht van toepassing. Geldt voor bepaalde soorten. Bron: provinciale verordening. • Gedragscode: o Een specifieke vrijstelling voor het uitvoeren van beheer en/of ruimtelijke ontwikkeling, opgesteld door de branche/sector en goedgekeurd door de rijksoverheid en provincie. • Ontheffing: o (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie • Omgevingsvergunning: (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
9
5.De Activiteiten 5.1 Ingrepen De ingrepen zijn permanent van karakter en betreffen: *Demonteren van de carport om toegang te krijgen tot de achterliggende bebouwing *Saneren van eventueel aanwezige asbesthoudende materialen *Slopen van de dierenverblijven en de opslagruimte (1 t/m 3) *Netjes afwerken en inrichten van het terrein
6.Houtopstandenbescherming 6.1 Bescherming van houtopstanden Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. Indien een of meerder bomen binnen de bebouwde kom worden geveld, is de gemeente het bevoegd gezag. In de meeste gevallen zal er dan een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Dit is na te gaan op de gemeentelijke website.
6.2 Effectenbeoordeling Houtopstandenbescherming Er zullen geen bomen worden gekapt op de locatie waardoor er geen effecten plaatsvinden. Wel zullen er een aantal lage coniferen en klimop verwijderd worden, advies is om dit buiten het broedseizoen uit te voeren of, indien uitvoering binnen het broedseizoen, vooraf te checken op eventueel aanwezige nesten.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
10
7.Soortenbescherming 7.1 Bescherming van soorten Bij het onderdeel soortenbescherming is het uitgangspunt dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer sprake is of kan zijn van een overtreding, dan dient er onderzocht te worden of een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn.
7.2 Verwachting/bureau onderzoek Op basis van het bureau onderzoek wordt onderzocht welke soorten er op de planlocatie en de directe omgeving voor kunnen komen en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. In de voorliggend onderzoek is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. Op basis van bronnenonderzoek, omgeving, bouwstijl en gebruikte bouwmaterialen, aard, omvang en gebruik van het onderzoeksgebied, dan lijkt het onwaarschijnlijk dat er beschermde soorten worden aangetroffen uit tabel 1: 1. Niet te verwachten soortgroepen Vissen Vaatplanten Libellen Reptielen Kevers
Mogelijk aanwezige soortgroepen Vogels Grondgebonden zoogdieren Amfibieën vleermuizen
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
11
7.3 Flora Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: Er wordt in een straal van 1-5km van het plangebied alleen melding gemaakt van akkerogentroost. Akkerogentroost is op basis van de zeldzaamheid en het ontbreken akkerranden en graanakkers binnen het plangebied en de directe omgeving uit te sluiten. Het plangebied bestaat volledig uit bebouwing, gazon en verharding. Daardoor is het voorkomen van bovengenoemde beschermde planten uitgesloten op de planlocatie. Enkele waargenomen soorten betreffen: hedera klimop, paardenbloem en straatgras. Er zijn geen muren met (beschermde) muurvegetatie aanwezig. De beoogde ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot het habitat van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek. Hiermee kan worden uitgesloten dat er sprake is van het opzettelijk vernielen van beschermde planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Soortenbescherming Flora
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t.
7.4 Grondgebonden zoogdieren Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: boommarter, bosmuis, das, eekhoorn, egel, haas, konijn, ree, vos, steenmarter, bunzing en wezel. De boommarter is een uitgesproken bosbewoner onder de marterachtigen en komt voor in grote, structuurrijke bossen - zowel naald-, loof- als gemengd bos – vormen zijn typisch biotoop. De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. Dit kunnen bijvoorbeeld boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes zijn. Maar ook spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen. De rode eekhoorn leeft in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos (Zoogdiervereniging eekhoorn, 2022). De egel leeft in bijna alle landschappen. In sommige gebieden zijn ze echter algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn (Zoogdiervereniging egel 2023). Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen.
Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. Bij intensief gebruik van een locatie door deze soort zijn dergelijke sporen vrij eenvoudig aan te treffen.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
12
Voor de boommarter geldt dat deze soort geen gebruik zal maken van de onderzoekslocatie. Deze soort is namelijk te vinden in grote structuurrijke bossen. De onderzoekslocatie biedt geen geschikt biotoop voor de boommarter. Van de wezel en bunzing zijn geen verblijfplaatsen in het plangebied aanwezig. Structuurrijke vegetaties, bloemrijke graslanden, takkenrillen, holen, struwelen en vermolmde boomstobben zijn in het plangebied afwezig, en daarmee voor deze dieren essentiële dekkings- en foerageermogelijkheden. Het plangebied herbergt geen geschikte vaste rust en verblijfplaatsen (zoals grondholen) voor das. Bomen met holten en boomnesten zijn afwezig, waardoor aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van de eekhoorn is uitgesloten. Het voorkomen van de egel op de planlocatie is door het ontbreken van groen en potentiële schuilplaatsen voor deze soort uitgesloten. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn waarnemingen bekend van boommarter, bosmuis, das eekhoorn, egel, haas, konijn, ree, bunzing, wezel en steenmarter. Als gevolg van de voorgenomen ingreep vindt er geen aantasting van het functioneel leefgebied van deze soorten plaats doordat de ingreep zal plaatsvinden in een gebied wat reeds bebouwd, verhard is en het voor deze soorten ontbreekt aan geschikt leefgebied vanwege de eisen die deze zoogdieren stellen aan hun leefgebied.
Negatieve effecten zijn dan ook uit te sluiten voor deze soorten. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn waarnemingen bekend van algemeen beschermde soorten waar een vrijstelling voor geldt zoals ree, egel, haas, konijn, en vos. voor deze soorten geldt de algemene zorgplicht. Op en rondom de planlocatie zijn geen holen, nesten of sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde zoogdiersoorten die buiten de Omgevingsverordening van de provincie vallen. Er is ten aanzien van grondgebonden zoogdieren geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Grondgebonden zoogdieren
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen Algemene soorten / Zorgplicht
7.5 Vleermuizen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals : gewone dwergvleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis (in een straal van 1-5 km). Onderzoek: Tijdens een veldbezoek worden bomen en eventueel aanwezige bebouwing onderzocht op mogelijkheden voor potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen, daarbij wordt er gelet op eventuele openingen die geschikt kunnen zijn en gebruikt bouwmateriaal, eventuele aangetroffen sporen van vleermuizen, eventuele verlichting rondom het pand etc. Ons onderzoek is gebaseerd op het vleermuisprotocol 2021, verschillende literatuur van onder andere Drs H.J.G.A. Limpens en eigen ervaring met vleermuisonderzoek. De locatie was goed te beoordelen als hulpmiddel is een verrekijker gebruikt met 8x42 vergroting.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
13
Verblijfplaatsen: Vleermuizen zitten overdag vooral op beschutte donkere plekken, zoals in de spouw of onder de dakbedekking. Ook achter betimmering van daken of in dubbelwandige schoorstenen vinden vleermuizen soms een geschikt onderkomen. De temperatuur in het verblijf is van groot belang voor de groei en ontwikkeling van de jongen. Afhankelijk van de buitentemperatuur zoeken vleermuizen warme, heel warme of juist iets koelere plekken op. Vleermuizen kiezen dan ook het liefst gebouwen met een spouwruimte uit, waarbinnen ze de ruimten met verschillende temperaturen kunnen gebruiken. Herkennen verblijfplaatsen aan de hand van sporen: Er zijn twee soorten sporen die kunnen worden onderscheiden: uitwerpselen, veeg en vetsporen. Sporen van vleermuizen worden gevonden aan de buitenschil van objecten (bijvoorbeeld op gevels, raamkozijnen, lekdorpels, zonneschermen, en boomschors) en aan de binnenzijde van objecten (open ruimtes die vleermuizen gebruiken om te verblijven). Vet en veeg sporen worden gevonden op oppervlaktes waar vleermuizen regelmatig en veelvuldig langs bewegen en schuren. Naast sporen die duiden op aanwezigheid, wordt er ook gezocht naar sporen die duiden op afwezigheid van vleermuizen.
Vleermuizen maken alleen gebruik van vrije invliegopeningen en het gebruik van een in vliegopening door vleermuizen houdt de invliegopening ook relatief vrij en schoon (op sporen van aanwezigheid na). Openingen die gevuld zijn met stof spinrag worden niet gebruikt door vleermuizen. Daarnaast zijn vleermuizen relatief schone dieren, ze gaan niet tussen vuil zitten. Wanner een ruimte te stoffig is, te tochtig is, te veel spinrag bevat en/of te gevuld is met rommel, mestgeur (ammoniak) dan wordt een ruimte ongeschikt om als verblijfplaats te gebruiken. Wanneer er geen sporen van aanwezigheid worden aangetroffen in of op een object, dan kan de aanwezigheid van stof, tocht, spinrag, rommel en mestgeur een bevestiging zijn voor de afwezigheid van vleermuizen in een object. Om een verblijfplaats van vleermuizen vast te stellen op basis van sporen is het niet noodzakelijk de gehele ruimte op de cm te controleren op de aanwezigheid van sporen. Sporen van vleermuizen zijn altijd te vinden binnen 1.tot 1,5 m van een invliegopening, zowel aan de binnenkant als buitenkant van een verblijfplaats. Daarbij wordt er tijdens het veldbezoek altijd gelet op een combinatie van factoren en op de bouwkundige aspecten. Wanneer tijdens het sporenonderzoek blijkt dat er potentieel geschikte verblijfplaatsen aanwezig zijn die niet zijn te overzien wordt er aanvullend onderzoek geadviseerd.
Verblijfplaatsen in het plangebied: Er is in het plangebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rust- verblijfplaatsen van vleermuizen. Het plangebied is bezocht op een moment op de dag dat vleermuizen niet foerageren en geen lijnvormige landschapselementen benutten als vliegroute. De mogelijke betekenis van het plangebied als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het plangebied. De te slopen bebouwing is nauwkeurig geïnspecteerd op de aan- dan wel afwezigheid van potentiële verblijfplaatsen en geschikte invliegopeningen. De gevels en het dakvlak is gecontroleerd op eventuele openingen als open stootvoegen, kierende daklijsten, ontbrekende specie en overige gevelafwerkingen die vleermuizen toegang kunnen verlenen tot de spouwmuur of het gebouw. De verblijven hebben geen spouwruimte en zijn laag. Wegens het ontbreken van muren met voldoende hoogte, spouw, holtes, kieren en vrije aanvliegroute is het voor vleermuizen onmogelijk om in de bebouwing een geschikte verblijfplaats te vinden. De bebouwing op de onderzoekslocatie is vanwege de afwezigheid van geschikte openingen, ongeschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten. De bebouwing was goed te beoordelen Daarnaast zijn er ook geen sporen van vleermuizen die duiden op aanwezigheid aangetroffen.
Door het ontbreken van potentiële invliegopeningen, verblijfplaatsen ,donkere schuilplaatsen met een voldoende stabiel klimaat en het niet vinden aantreffen van soorten en/of sporen zijn negatieve effecten door de sloop van de bebouwing uit te sluiten. Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
14
Verblijfplaatsen buiten het plangebied: Het is door de onderlinge afstand tot de bebouwing in de omgeving niet aannemelijk dat er in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatieve invloed kunnen ondervinden van de werkzaamheden. Bomen: Er zijn geen bomen aanwezig op de onderzochte locatie die potentieel geschikt zijn als vaste rust en verblijfplaats daarmee zijn boombewonende vleermuizen uit te sluiten. Foeragerende vleermuizen: Gelet op de omgeving, de bebouwde inrichting van het perceel en het ontbreken van groen wordt het plangebied niet als foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vliegroutes: Vleermuissoorten gebruiken lijnvormige elementen als oriëntatie punten tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook lantarenpalen en gevels van gebouwen. De bebouwing vormt geen schakel in een lijnvormig element en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Soortenbescherming Vleermuizen
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t.
Kader-Vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Watervleermuis is voornamelijk boom bewonende en gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis bewonen zowel bomen als gebouwen. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Holten en spleten in bomen en ruimtes achter loszittend schors zijn voorbeelden van verblijfplaatsen in bomen. Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de stand van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant verblijfklimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2,5cm voldoende om naar binnen te kruipen. Bij bomen gaat het meestal om dikke, oude bomen met een dikke restwand.
Kader- Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden. Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt daarom onderzocht of er voldoende alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur. Van vleermuizen is bekend dat onderbrekingen in de lijnstructuur maximaal 100 tot 200 meter mogen bedragen (kleinere en langzaam vliegende soorten 50 meter). Wanneer de onderbrekingen groter zijn dan deze afstand kunnen sommige soorten deze afstand niet overbruggen en zullen ze afwijken naar alternatieve vliegroutes en foerageergebieden.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
15
7.6 Vogels Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor kunnen komen zoals: blauwe reiger, ooievaar boerenzwaluw, oeverzwaluw, gierzwaluw, zwarte roodstaart, huismus, grote gele kwikstaart, spreeuw, boomkruiper, boomvalk, buizerd, havik, raaf, roek, kerkuil, ransuil en steenuil deze komen voor in een straal van (0-5 km). Het gebied is visueel onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. Enkele algemene vogelsoorten zoals houtduif en tortelduif kunnen nog een nestplaats bezetten de meeste hebben reeds uitgevlogen jongen. Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. De te slopen bebouwing heeft een flauwe dakhelling van golfplaat waarvan de openingen zijn dicht gemaakt en/of- dakleer bedekking waarin geschikte nestplaatsen ontbreken. Daarnaast ontbreken geschikte nissen in de gevels waardoor de huismus kan worden uitgesloten, tevens is de soort niet waargenomen. Potentieel essentieel functioneel leefgebied voor huismus is binnen het plangebied afwezig. Voor uilensoorten zoals kerkuil en steenuil herbergt het plangebied geen geschikte broedplaatsen zoals hierboven genoemd (daarnaast zijn er geen steenuil- en kerkuilnestkasten aanwezig). Voor ooievaar zijn geen geschikte plekken in het plangebied aanwezig.
Nestkasten, nestpalen en ooievaarsnesten zijn afwezig binnen het plangebied. Grote gele kwikstaart wordt niet verwacht binnen het plangebied wegens het ontbreken van snelstromende watergangen. Nestplaatsen bevinden zich vaak onder bruggetjes of duikers nabij dit habitat. Ransuilen nestelen bij voorkeur in naaldbomen, welke op de onderzoekslocatie niet voorkomen. Ze jagen daarnaast voornamelijk in open velden, langs wegbermen en open plekken in bossen. Aangezien er in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied aanwezig zijn in de vorm van open velden, bermen en ruigtes is het redelijkerwijs uit te sluiten dat er negatieve effecten optreden. De meeste zwaluwsoorten zijn voor het maken van nesten afhankelijk van bebouwing of nestkasten. Zwaluwen of (oude) nesten zijn tijdens ons bezoek niet waargenomen. De gierzwaluw is een koloniebroeder en geeft de voorkeur aan stedelijk gebied met een ruim aanbod aan van nestlocaties. Op de planlocatie zijn geen geschikte nestlocaties waargenomen. Bij de voorgenomen plannen zal dan ook geen verstoring of vernietiging van een vaste rust/of verblijfplaats van de zwaluwsoorten optreden. Binnen de begrenzing van het plangebied zijn geen grote bomen, of bosschages aanwezig. Daarnaast bevindt het plangebied zich in bebouwd en druk door mensen bezocht gebied.
Tijdens het verkennend veldonderzoek werden in de bomen buiten het perceel geen nesten waargenomen die kunnen dienen als vaste rust- en verblijfplaats van vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen. Mede op basis hiervan kan aanwezigheid van soorten als ransuil, boomvalk, buizerd, havik, sperwer en roek worden uitgesloten. Aan de achterzijde van dierenverblijf (3) is een klimstruik en enkele lage coniferen aanwezig, tijdens het veldbezoek zijn hier geen nesten aangetroffen. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van algemeen voorkomende soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 augustus. Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen de sloopwerkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie (verwijderen klimstruik en coniferen). Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
16
dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige. Soortenbescherming Algemene Vogels Vogels jaarrond beschermd
Effecten Wnb Geen overtreding Geen overtreding
Vervolgstappen Algemene soorten/zorgplicht N.v.t.
7.7 Amfibieën en reptielen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: de bruine kikker, gewone pad en de kleine watersalamander (in een straal van 0-5km). Verder ringslang, hazelworm, zandhagedis en levendbarende hagedis (in een straal van 1-5km). Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van amfibieën en reptielen. Op basis van landschappelijke kenmerken kan goed beoordeeld worden wat de potentie van het onderzoeksgebied is voor beschermde soorten. Binnen het plangebied is geen open water aanwezig beschermde amfibieën en reptielen worden niet verwacht. broeihopen, structuurrijke vegetaties, heidevelden, voedselarme poelen en zandverstuivingen zijn in het plangebied afwezig. Derhalve kunnen deze worden uitgesloten. De onderzoekslocatie vormt geen geschikt landhabitat voor amfibieënsoorten. Mogelijk benutten soorten als gewone pad, of bruine kikker incidenteel de buitenruimte als foerageergebied tijdens de nachtelijke uren. Daarbij gaat het vermoedelijk om zeer lage aantallen (één of enkele individuen). Amfibieën bezetten geen vaste rust- of voortplantingslocatie in het gebied.
Soortenbescherming Amfibieën en reptielen
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen Algemene soorten, Zorgplicht
7.8 Vissen Op de planlocatie en binnen de invloedssfeer van de beoogde werkzaamheden bevindt zich geen oppervlaktewater. Er is ten aanzien van vissen geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Vissen
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t.
7.9 Insecten, libellen en ongewervelden Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: gevlekte witsnuitlibel en kempense heidelibel (1-5km). Dagvlinders grote vos (1-5km). Gedurende het veldbezoek zijn geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aanwezig die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Ook is er geen sprake van Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
17
oud hout, zure vennetjes of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Er is ten aanzien van insecten en andere ongewervelden geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Insecten, libellen en ongewervelden
Effecten Wnb Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t.
7.10 Effectenbeoordeling soortenbescherming Invloedsfeer: Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie is er gekeken naar de uitvoering van de sloop werkzaamheden en is er een inschatting gemaakt van de mogelijke effecten. Beoordeling: De invloedsfeer van de uitvoering is lokaal en wordt uitgevoerd op reeds bestaande wegen en verharding. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid en stof waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn naar verwachting incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied. Samenvatting soortbescherming: Soortenbescherming Flora Grondgebondenzoogdieren Vleermuizen Algemeen vogels Vogels jaarrond Beschermd Amfibieën en reptielen Vissen Insecten, libellen en ongewervelden
Effecten Wnb Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding Geen overtreding
Vervolgstappen N.v.t. Algemene soorten/zorgplicht N.v.t. Algemene soorten/ zorgplicht N.v.t. Algemene soorten/ zorgplicht N.v.t. N.v.t.
Beschermde soorten De inrichting en het gevoerde beheer maken het daadwerkelijke plangebied tot een weinig geschikt functioneel leefgebied van beschermde dieren en tot een ongeschikte groeiplaats van beschermde planten. Grondgebonden zoogdieren bezetten er geen vaste rust- en voortplantingsplaats. Amfibieën bezetten er een geen (winter)rustplaats. Er nestelen geen vogels in het plangebied en vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Algemene soorten In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het aanpassen Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
18
van de werkwijze zodat onverhoopte aanwezige soorten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is in dit geval mogelijk na het ongeschikt maken van de planlocatie (verwijderen groen buiten het broedseizoen).
Verlichting: Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige bebouwing en groenstructuren in de omgeving om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd natuurvriendelijk te verlichten door amberkleurige lichtbronnen te gebruiken.
Bron afbeelding: www.rijkswaterstaat.nl
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
19
8. Gebiedenbescherming 8.1 Bescherming van Natura 2000 gebieden Natura 2000 Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of Habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die de instandhoudingsdoelstellingen kunnen schaden. Als een plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben op Natura 2000gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen negatieve effecten zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante effecten niet kan worden uitgesloten dan moet, conform artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden gemaakt. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied is Veluwe. Het Natura 2000-gebied Veluwe bevindt zich op circa 2.9km afstand ten noordoosten van de onderzoekslocatie.
Bron: www.pdok.nl
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
20
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
21
Bron: www.natura2000.nl
Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten en broedvogels zijn uit te sluiten. De ontwikkeling wordt uitgevoerd op een reeds bestaand en bebouwd plangebied buiten Natura 2000 gebied. De werkzaamheden zijn van dien aard dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om in overleg te treden met bevoegd gezag of een AERIUS berekening noodzakelijk is voor de aanlegfase. (werkzaamheden zijn minimaal, echter bevoegd gezag kan hier specifiek om vragen) Een AERIUS berekening voor de gebruiksfase is niet aan de orde aangezien er geen plannen voor (vervangende) nieuwbouw zijn.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
22
8.2 NNN gebieden en overige natuurgebieden De Wet natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, een ‘nee, tenzij’- beschermingsregime. Activiteiten die de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk aantasten zijn niet toegestaan, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen.
Bron: www.overijssel.tercera-ro.nl
De onderzoeklocatie is niet in een NNN of overig natuurgebied gelegen.
8.3 Effectenbeoordeling gebiedenbescherming Directe effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen (Natura2000) zijn uit te sluiten. De ontwikkeling worden uitgevoerd op een reeds bebouwd en verhard plangebied. Ter plaatse zijn geen habitattypen aanwezig en kunnen daar ook niet ontwikkelen. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Veluwe is uitgesloten. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om in overleg te treden met bevoegd gezag of een AERIUS berekening noodzakelijk is voor de aanlegfase. (werkzaamheden zijn minimaal, echter bevoegd gezag kan hier specifiek om vragen) Een AERIUS berekening voor de gebruiksfase is niet aan de orde aangezien er geen plannen voor (vervangende) nieuwbouw zijn. Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
23
Door het uitvoeren van de plannen worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van een NNN gebied. De situatie blijft ten opzichte van bestaande bebouwing onveranderd. Van afname van areaal is eveneens geen sprake, tevens worden mede door de ligging buiten een NNN gebied geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van een NNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
9.Conclusie en advies 9.1 Conclusie Houtopstandenbescherming * Er zullen geen bomen worden gekapt op de locatie waardoor er geen effecten plaatsvinden. Wel zullen er een aantal lage coniferen en klimop verwijderd worden, advies is om dit buiten het broedseizoen uit te voeren of, indien uitvoering binnen het broedseizoen, vooraf te checken op eventueel aanwezige nesten.
Soortenbescherming * De invloedsfeer van de uitvoering is lokaal en wordt uitgevoerd op reeds bestaande wegen en verharding. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid en stof waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn naar verwachting incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied. *De inrichting en het gevoerde beheer maken het daadwerkelijke plangebied tot een weinig geschikt functioneel leefgebied van beschermde dieren en tot een ongeschikte groeiplaats van beschermde planten. Grondgebonden zoogdieren bezetten er geen vaste rust- en voortplantingsplaats. Amfibieën bezetten er een geen (winter)rustplaats. Er nestelen geen vogels in het plangebied en vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. *Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is in dit geval mogelijk er worden geen bezette nesten worden verstoord.
* In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het aanpassen van de werkwijze zodat onverhoopte aanwezige soorten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
24
*Veel algemene en beschermde diersoorten (bijv. vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige groenstructuren om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd natuurvriendelijk te verlichten door amberkleurige lichtbronnen te gebruiken. * Zorgplicht is altijd van toepassing.
Gebiedenbescherming *Er zijn geen gevolgen voor het dichtstbijzijnde (ca. 2.9km) Natura2000 gebied Veluwe. *Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer om in overleg te treden met bevoegd gezag of een AERIUS berekening noodzakelijk is voor de aanlegfase. (werkzaamheden zijn minimaal, echter bevoegd gezag kan hier specifiek om vragen) *Een AERIUS berekening voor de gebruiksfase is niet aan de orde aangezien er geen plannen voor (vervangende) nieuwbouw zijn. *Er zijn geen gevolgen voor NNN of overige natuurgebieden.
8.2 Advies * Tijdens de verdere inrichtingswerkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). *Tijdens de werkzaamheden zal dit onderzoek op locatie aanwezig moeten zijn. * Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. *Door het uitvoeren van bovengenoemde maatregelen wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen worden overtreden en aan de zorgplicht wordt voldaan.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
25
10.Bronnen
www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.infomil.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.arcgis.com www.waarneming.nl www.bij12.nl www.kadastralekaart.com www.rijksoverheid.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl www.earth.google.com www.vleermuisprotocol.nl
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Cozijnsen Flora Fauna Advies kan door de opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
26
Bijlage 1 foto overzicht Impressie te amoveren bebouwing.
Dierenverblijf (1) met aangebouwde berging/garage, plat dak geen spouw.
Berging/garage, geen spouw, dak bedekt met dak singels, dakranden sluiten naadloos.
Dierenverblijf (2) golfplaat dak waarvan de openingen dicht zijn- Geen spouw rode pijl.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
27
Dierenverblijf (3) zelfde bouwstijl.
De buitenverblijven – Woning blijft behouden – te demonteren carport.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
28
Bijlage 2 overzichtstekening
De bebouwing (globaal rood gearceerd) zal gesloopt worden met de voorgenomen plannen. Regionale ligging kaartinzet rechts. Bron: PDOK Viewer.
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
29
Bijlage 3 Registratieformulier Flora Fauna inventarisatie
Registratieformulier Flora en fauna inventarisatie Deel 1: (Vaste) rust en voortplantingsplaatsen (V)RVP), groeiplaatsen (GP) en geef de locaties op de kaart aan. Maak zo nodig een duidelijke schets op de achterzijde voor de locatie van de (V)RVP en GP> Benoem kort alle mogelijk gevonden kenmerken en geef zo nodig aan of inspectie nodig is. Deel 2: Leefgebied, invoeren indien soort slechts is waargenomen of sporen aanwezig zijn en geen rust- en voortplantingsplaats is gevonden. Begrens het leefgebied op de kaart. Plaats: Voorthuizen Straat: Garderbroekerweg 42 Nadere plaatsbepaling: N.v.t.
Deel 1: Vaste rust/ voortplantingsplaatsen en groeiplaatsen Volg Type (V)RVP plaats Beheer groep Nr: of GP
gebruik
Soortgroep
Soort
T-P
Opmerking/ Inspectie ……………
1
Inspectie ……………………………………………
2
Inspectie ……………………………………………
3
Inspectie
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
30
2 Leefgebied Code A V13
Soortgroep
Soort houtduif
waarneming vliegend
Opmerking/Inspectie x GEEN Inspectie
B
V27
koolmees
naastgelegen perceel
x
GEEN Inspectie
C
V30
kraai
vliegend
x GEEN Inspectie
D
V23
merel
vliegend
x
GEEN Inspectie
E
GEEN Inspectie
F
V13
tortel duif
boom
GEEN Inspectie
G
V29
Kauw
buiten plangebied
GEEN x X Inspectie s x
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
31
Bijlage 4 Toelichting Registratieformulier
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
32
Garderbroekerweg 42 - Voorthuizen
33