Toelichting_Bijlage 18 Beoordelingsbesluit m.e.r.
Tekst van het document
Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld inzake de m.e.r.-beoordeling “Oude Essenerweg 13 Kootwijkerbroek”. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld, gelet op artikel 7.17 van de Wet milieubeheer, besluit: dat, omdat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn, ten behoeve van het vaststellen van het bestemmingsplan Oude Essenerweg 13 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld, er geen milieueffectrapportage behoeft te worden uitgevoerd. Toelichting Aan de Oude Essenerweg 13 in Kootwijkerbroek is een agrarisch bedrijf met kalveren, jongvee en vleesvarkens gevestigd. Initiatiefnemers hebben het verzoek ingediend om het perceel te splitsen voor de vestiging van twee niet-agrarische bedrijven. Op het ene deel (aangeduid als plangebied A) wil het bedrijf Energy Team zich vestigen. Energy Team koppelt en monteert door derden aangeleverde zonnepanelen. Energy team is gespecialiseerd in grootschalige professionele projecten. De eerste jaren zal het buitenterrein voor een deel worden verhuurd aan Promid voor opslag. Voor Energy Team is het verzoek om het bestemmingsplan te wijzigen in sb-4: bouwbedrijf, milieucategorie 3.2.
Het andere deel, aangeduid met plangebied B, zal worden gebruikt door het bedrijf Verhoef als opslagruimte voor machines en werktuigen en voor de opslag van de grond, vulzand en materiaal ten behoeve van de grond-, weg- en waterbouw. Hier is het verzoek de bestemming te wijzigen in sb-85: groothandel in zand en grind, milieucategorie 3.2 en sb-140: aannemingsbedrijf in de grond- weg en waterbouw. De Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Oude Essenerweg 13 te Kootwijkerbroek is opgesteld door VanWestreenen in opdracht van de initiatiefnemer. Om de beoordelen of voor het voornemen een milieueffectrapportage moet worden uitgevoerd, moet het voornemen worden getoetst aan de criteria van Bijlage III van de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling. Dat betekent dat het voornemen moet worden getoetst op de aspecten “kenmerken van het voornemen”, “de plaats van het voornemen” en de “kenmerken van de gevolgen”. 1. De kenmerken van het voornemen. Het voornemen bestaat uit twee verschillende bedrijfsmatige activiteiten. In het ene bedrijf gaat het vooral om montage en opslag, bij het andere bedrijf gaat het om opslag. Er vindt zwaar transport plaats, maar dat is beperkt. 2. Plaats van het project De plaats van het voornemen is bijzonder in de zin dat het grenst aan het Natura 2000-gebied de Veluwe.
Vanwege de korte afstand tot de Veluwe kan het aspect stikstof een belangrijke factor zijn. Nu is er op deze locatie volgens het bestemmingsplan een bedrijf gevestigd met vleeskalveren, jongvee en vleesvarkens. Het bedrijf is in het bezit van een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 en mag op grond van deze vergunning 7.979 kg per jaar ammoniak uitstoten. In de nieuwe situatie is er geen sprake van een dergelijke emissie van stikstof.
Vanwege de ligging naast de Veluwe kan het voorkomen van beschermde flora en fauna een aspect zijn dat van belang is. Om dit te beoordelen is een quick scan flora en fauna uitgevoerd. De conclusie van de quick scan is dat door uitvoering van de voorgenomen activiteiten de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en vogels niet afneemt. Wel is de quick scan aanleiding voor het aanvragen van een ontheffing bij de provincie Gelderland in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze ontheffing is inmiddels verleend. 3. Kenmerken van het potentiële effect De aanmeldnotitie gaat uitgebreid in op de gevolgen van het voornemen voor het milieu. De aanmeldnotitie gaat in op de aspecten geur, ammoniakuitstoot, luchtkwaliteit, geluid, bodem, archeologie, water, ecologie, energie- en watergebruik, bodembescherming en afvalwater en gezondheid. Uit de analyse blijkt dat het voornemen niet zal leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dat er geen milieueffectrapportage behoeft te worden opgesteld, omdat de voorgenomen activiteiten niet leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Vastgesteld op 21 juni 2023. Burgemeester en wethouders voornoemd, namens deze,
M. Vervoorn Teamleider Stedenbouw, Duurzaamheid en Omgevingsbeleid