Toelichting_Bijlage 14 Ontwerp ontheffing GS (marterachtigen)
Tekst van het document
Ontwerpbesluit Verlenen ontheffing
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Onderwerp
Wet natuurbescherming soortbescherming
MDG Kootwijkerbroek T.a.v. de heer T. W. Van Middendorp Krollerweg 11 3774 RG Kootwijkerbroek
Inlichtingen bij
Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad
1 van 15
Locatie
Gemeente
Oude Essenerweg 13 te Kootwijkerbroek
Barneveld
Activiteit
Herontwikkeling
Beste meneer Van Middendorp Hierbij ontvangt u een ontwerpbesluit over bovengenoemde aanvraag. Wij verlenen u deze ontheffing. De bijlagen zijn onderdeel van dit besluit Bijlage 1 bevat een toelichting op ons besluit. Ook zijn de voorschriften van deze ontheffing beschreven in bijlage 1. In bijlage 2 zijn kaarten van het projectgebied opgenomen en in bijlage 3 de mitigerende maatregelen. Neem alle bijlagen goed door. Ontwerpbesluit U ontvangt nu het ontwerpbesluit. U mag pas met de activiteiten beginnen als u het definitieve besluit heeft ontvangen. Wij publiceren dit ontwerpbesluit op www.overheid.nl. Belanghebbenden kunnen op dit besluit reageren door middel van het indienen van een zienswijze. Als wij reacties ontvangen, krijgt u hierover bericht. Wilt u een zienswijze indienen? Dat kan mondeling door contact op te nemen met het Provincieloket, telefoonnummer 026 359 99 99, schriftelijk via Gedeputeerde Staten van Gelderland, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem of digitaal via post@gelderland.nl.
Markt 11 | 6811 CG Arnhem Postbus 9090 | 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl www.gelderland.nl
BNG Bank Den Haag NL74BNGH0285010824 BIC-code BNG Bank: BNGHNL2G Btw-nummer: NL001825100.B03 KvK-nummer: 51468751
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
2 van 15
Meer informatie Heeft u nog vragen? Kijk daarvoor op gelderland.nl. U kunt ook contact opnemen met het Provincieloket via telefoonnummer 026 359 99 99. Houdt u het zaaknummer van deze brief bij de hand. We kunnen u dan sneller helpen. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
Erik Steenbergen Teammanager Vergunningverlening
Documentnummers inzage stukken: 03682845, 03682842, 03625106, 03625104, 03625103, 03625102, 03625099, 03625097
Bijlagen Bijlage 1 – Toelichting besluit Bijlage 2 – Kaarten projectgebied Bijlage 3 – Mitigerende maatregelen
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
3 van 15
BIJLAGE 1 – TOELICHTING BESLUIT
Beslissing van GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND op het verzoek van MDG Kootwijkerbroek, Krollerweg 11, 3774 RG Kootwijkerbroek, hierna te noemen de aanvrager, van 3 februari 2022 om een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming, hierna de Wnb. De opbouw van deze beslissing is als volgt: Allereerst worden de ingediende aanvraag en het procesverloop toegelicht; Daarna volgt het besluit met inbegrip van de voorschriften; Onder het kopje beoordeling wordt de onderbouwing van het besluit gegeven; De beslissing wordt afgesloten met een conclusie en overige verplichtingen. AANVRAAG EN PROCESVERLOOP Op 3 februari 2022 ontvingen wij een aanvraag van MDG Kootwijkerbroek voor een ontheffing in het kader van hoofdstuk 3 van de Wnb op grond van artikel 3.10 lid 1b voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de steenmarter, wezel en bunzing. De ontheffing wordt aangevraagd op basis van het in de wet genoemde belang van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde. De aanvraag maakt deel uit van deze ontheffing. Er is voor het aangevraagde project niet eerder een ontheffing verleend. Er wordt geen gebruik gemaakt van een gedragscode.
Deze aanvraag is nog niet getoetst aan het gebiedendeel zoals neergelegd in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. Mogelijk zijn er door het project ook effecten van stikstof en is hier ook een vergunning Wnb voor nodig. Indien dit het geval is, dient de aanvrager deze ook bij de provincie aan te vragen. Op deze aanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
4 van 15
BESLUIT Gedeputeerde Staten van Gelderland HEBBEN BESLOTEN gelet op artikel 3.10 lid 2 van de Wet natuurbescherming ONTHEFFING TE VERLENEN aan MDG Kootwijkerbroek, Krollerweg 11, 3774 RG Kootwijkerbroek; voor de soorten, verbodsbepaling en het wettelijke belang zoals weergegeven in tabel 1 Tabel 1 Soorten, verbod(en) en belang(en) Soort Verbod Steenmarter Artikel 3.10 lid Het opzettelijk beschadigen of vernielen (Martes foina) 1b van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen Wezel (Mustela nivalis)
Belang A
Bunzing (Mustela putorius) Belang: A. Artikel 3.10 lid 2 onder a van de Wnb: in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde.
Aan deze ontheffing zijn op grond van artikel 5.3 van de Wet natuurbescherming de volgende voorschriften verbonden: Algemene voorschriften 1.
De ontheffing geldt voor Oude Essenerweg 13 te Kootwijkerbroek zoals aangegeven in figuur 1 en 2 van bijlage 2.
2.
De werkzaamheden moeten uiterlijk 31 december 2027 uitgevoerd zijn.
3.
De ontheffing geldt uitsluitend voor de soorten, verbodsbepaling en het belang zoals weergegeven in tabel 1.
4.
De ontheffinghouder dient direct contact op te nemen met de provincie Gelderland indien er verbodsbepalingen worden overtreden, waarvoor geen ontheffing is verleend. Dit kan het geval zijn als er negatieve effecten optreden op soorten waarvoor geen ontheffing is verleend of als er onverwachte negatieve effecten van de activiteiten optreden. Dit kan via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2022-002618.
5.
Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder blijft verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing.
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
5 van 15
6.
De in voorschrift 5 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de activiteiten van de ontheffing worden uitgevoerd over een (digitale) kopie van deze ontheffing, en tonen deze op verzoek aan de daartoe bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren.
7.
De in voorschrift 5 genoemde (rechts)personen zijn op de hoogte van de inhoud en het doel van deze ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven.
8.
Indien de ontheffinghouder de ontheffing in zijn geheel wil overdragen dan dient voor deze naamswijziging toestemming te worden gevraagd bij de provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2022-002618.
9.
Minimaal twee weken voor aanvang van de werkzaamheden waardoor verbodsbepalingen worden overtreden moet melding worden gedaan van de datum van start van de werkzaamheden bij de provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2022-002618.
10. De voorgenomen werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige1 op het gebied van de steenmarter, bunzing en wezel. 11. Minimaal twee weken voor aanvang van de werkzaamheden waardoor verbodsbepalingen worden overtreden wordt door de ontheffinghouder een ondertekende opdrachtbevestiging van de ecologische begeleiding verstrekt aan de provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2022-002618. In de opdrachtbevestiging dient een omschrijving van de ecologische begeleiding, de naam en het telefoonnummer van de ecologisch deskundige te worden vermeld. 12. Vanaf het moment dat verstorende werkzaamheden plaatsvinden is de ontheffinghouder ervoor verantwoordelijk dat de ecologisch deskundige tijdens de ecologische begeleiding alle bevindingen bijhoudt in een logboek. In het logboek wordt vermeld op welke data de deskundige aanwezig was, welke werkzaamheden zijn uitgevoerd en begeleid, en hoeveel exemplaren en verblijfplaatsen van welke beschermde soorten op welke locatie zijn waargenomen. Tevens dienen er duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de geplaatste voorzieningen te worden opgenomen in het logboek. Het logboek moet altijd aanwezig zijn op de projectlocatie en dient door de ontheffinghouder op verzoek van een toezichthouder direct te worden overhandigd. 13.
Het logboek dient door de ontheffinghouder uiterlijk twee weken na afronding van de werkzaamheden aan de provincie Gelderland te worden verstrekt via post@gelderland.nl, onder vermelding van zaaknummer 2022-002618.
1 De provincie Gelderland verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie, habitats en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en ((soort)specifieke) ecologische kennis heeft. De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus. Met betrekking tot soorten of specifieke soorten kan als deskundige ook iemand worden aangemerkt die: op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied) en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
6 van 15
Soortspecifieke voorschriften 14. Alle mitigerende maatregelen zoals genoemd in tabel 2 en die zijn opgenomen in bijlage 3 van deze ontheffing dienen te worden uitgevoerd. 15. De deskundige zoals genoemd in voorschrift 10 begeleidt in elk geval het plaatsen of aanbrengen van de mitigerende maatregelen en het ongeschikt maken van het projectgebied voor de steenmarter, bunzing en wezel.
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
7 van 15
BEOORDELING VAN DE AANVRAAG Project In de aanvraag beschreven project Initiatiefnemer is voornemens het projectgebied te herontwikkelen. Het plan is om de huidige bebouwing en verharding te amoveren en het terrein gedeeltelijk te betrekken bij een naastgelegen bedrijf. Het zuidelijke deel wordt deels ingericht als agrarische grond en deels als woonerf inclusief nieuw te bouwen woning. In figuur 3 in bijlage 2 is het eindbeeld weergegeven. Naar verwachting wordt in het najaar van 2022 gestart met de werkzaamheden. In het bij de aanvraag toegevoegde projectplan “Activiteitenplan Soortbescherming Oude Essenerweg 13 te Kootwijkerbroek” (Lycens, 2022) zijn opgenomen: Het uitgevoerde ecologisch onderzoek en de resultaten; Een effectbeoordeling van het project; De te nemen mitigerende of compenserende maatregelen; Alternatievenafweging; Onderbouwing wettelijk belang; Beoordeling staat van instandhouding. In de aanvraag beschreven ecologische waarden en effecten van het project op de ecologische waarden Er heeft ecologisch onderzoek plaatsgevonden in 2021/2022. Als vooronderzoek is door Natuurbank Overijssel bronnenonderzoek gedaan, waarbij de NDFF en verspreidingsatlassen zijn geraadpleegd, en is een veldbezoek uitgevoerd op 2 maart 2021. Bij het veldbezoek is het onderzoeksgebied te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden.
Op basis van de resultaten uit het vooronderzoek is in de periode november 2021-januari 2022 nader onderzoek gedaan naar de bunzing en wezel conform de richtlijnen uit de ‘Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming’ van de provincie Noord-Brabant (Bouwens, 2017) en naar de steenmarter. Tijdens de onderzoeken zijn aangetroffen: Verblijfplaatsen van de bunzing en wezel; Verblijfplaatsen van de steenmarter; Geschikt broedhabitat voor algemene broedvogelsoorten als de zwarte roodstaart, witte kwikstaart, houtduif, vink, merel, tjiftjaf, zwartkop, koolmees, pimpelmees, boomkruiper, winterkoning, heggenmus en roodborst. Niet aangetroffen zijn: Reptielen, amfibieën, overige zoogdieren, jaarrond beschermde vogelnesten, beschermde planten, vissen, vlinders of andere ongewervelden. Door de werkzaamheden worden: Verblijfplaatsen van de bunzing en wezel vernietigd; Verblijfplaatsen van de steenmarter vernietigd; Mogelijk nesten en/of eieren van algemene broedvogelsoorten vernietigd en kunnen (jonge) vogels worden gedood, verwond of verstoord. Preventieve maatregelen De werkzaamheden worden buiten het broedseizoen uitgevoerd zodat negatieve effecten op algemene broedvogelsoorten worden voorkomen.
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
8 van 15
Mitigerende maatregelen Tabel 3 geeft een overzicht van alle uit te voeren mitigerende maatregelen voor de steenmarter, bunzing en wezel. In bijlage 3 van deze ontheffing zijn de locaties van de mitigerende maatregelen opgenomen. Tabel 3 Overzicht van alle uit te voeren mitigerende maatregelen Soorten waarop negatief effect wordt verwacht Steenmarter, bunzing en wezel
Vermijden gevoelige periodes
Tijdelijke mitigatie
Ongeschikt maken of verjagen ruim vóór de ingreep
Permanente mitigatie
De werkzaamheden vinden buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van de steenmarter, bunzing en wezel plaats (buiten de periode 15 maart – 1 september).
N.v.t. omdat er direct permanente maatregelen worden gerealiseerd.
Ongeveer 2 weken voor de start van het bouwrijp maken dient het plangebied ongeschikt te worden gemaakt door voorzichtig de beplanting te rooien, de schuren volledig leeg te halen, het dakbeschot in de schuren te verwijderen, alle puin en rommel van het terrein te verwijderen en de vegetatie tot op circa 10 cm. hoogte te maaien. De werkzaamheden dienen in één richting (de richting van de compensatielocaties) plaats te vinden.
Ter compensatie voor het verdwijnen van verblijfplaatsen van de steenmarter worden 2 marterhopen in het plangebied gerealiseerd. Voor de wezel en bunzing worden 4 nestkasten geplaatst. Hiernaast worden nog 6 takkenrillen aangebracht. De alternatieve verblijfplaatsen worden minstens 3 maanden voor het ongeschikt maken van het plangebied aangebracht. De huidige houtsingels blijven grotendeels aanwezig en worden aangevuld met dichte ondergroeibeplanting. Daarnaast wordt struweel aangelegd en wordt beplanting herplant. Op deze manier blijven lijnvormige elementen behouden waar de marters zich langs kunnen verplaatsen. In bijlage 3 zijn de eisen aan de alternatieve verblijfplaatsen opgenomen qua afmetingen, materialen en locaties. Tevens zijn de maatregelen met betrekking tot het behouden van
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
9 van 15
lijnvormige elementen in kaart gebracht.
Beoordelingskader Tabel 4 geeft een overzicht weer van de relevante aspecten waarop getoetst is in het kader van de Wnb. Tabel 4 Beoordeling van het toetsingskader Toetsingskader Er is voldoende onderzoek uitgevoerd naar alle mogelijk voorkomende soortgroepen en alleen op de aangevraagde soorten treedt een effect op door het project. Er is onvoldoende onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd. De binnenkant van de stallen is toegankelijk voor vleermuizen en er zijn hier geschikte ruimtes aanwezig waar vleermuizen kunnen wegkruipen (bijvoorbeeld tussen de balkconstructie en het dak). Daarbij zijn er in de NDFF ook recente waarnemingen uit de buurt bekend van de gewone dwergvleermuis. Er wordt aangegeven dat er tijdens het eenmalige veldbezoek geen sporen van vleermuizen zijn gevonden, maar het is onwaarschijnlijk dat tijdens dit veldbezoek de grote stallen helemaal op uitwerpselen konden worden gecontroleerd. Hierdoor bestaat de kans op doden, verwonden of vernielen van verblijfplaatsen van vleermuizen bij de werkzaamheden. Het onderzoek naar de aangevraagde soorten is door deskundigen uitgevoerd en door ons als voldoende beoordeeld. De negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden worden met de voorgeschreven maatregelen voldoende gemitigeerd en gecompenseerd.
De alternatieve locaties, werkwijze, inrichting en planning zijn voldoende afgewogen en er is geen bevredigend alternatief. Het wettelijk belang waarvoor is aangevraagd zoals aangegeven in tabel 1 is van toepassing en voldoende onderbouwd. De lokale staat van instandhouding van de aangevraagde soorten blijft gewaarborgd door het nemen van de voorgeschreven maatregelen.
Beoordeling Nee
Ja Ja Ja Ja Ja
Conclusie Gelet op het voorgaande kan de gevraagde ontheffing worden verleend. OVERIGE VERPLICHTINGEN Wij wijzen u erop dat u zelf verantwoordelijk bent voor het verkrijgen van eventueel benodigde ontheffingen, vergunningen of toestemmingen op grond van andere wet- en regelgeving.
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
10 van 15
BIJLAGE 2 – KAARTEN PROJECTGEBIED
Figuur 1. Globale ligging projectgebied. Bron: Lycens, 2022.
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
11 van 15
Figuur 2. Begrenzing projectgebied. Bron: Lycens, 2022.
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
12 van 15
Figuur 3. Eindbeeld. Bron: Lycens, 2022.
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
13 van 15
BIJLAGE 3 – MITIGERENDE MAATREGELEN
Nestkasten bunzing en wezel In het plangebied worden 4 permanente nestkasten voor de bunzing en wezel geplaatst. De nestkasten voor de bunzing en wezel dienen met minimaal 50 cm. natuurlijk materiaal als takken en bladeren bedekt te worden. Bij voorkeur worden ze in de takkenrillen geplaatst in de houtsingel. In de binnenruimte van de nestkast wordt hooi aangebracht als extra isolatie. De ingang moet van een voorportaal worden voorzien, als bescherming tegen de elementen. De kast dient op een stevige en droge bodem te worden geplaatst. De opening mag niet op het (zuid)westen komen te liggen. Er moet voor een goede toegang naar de kast worden gezorgd. Eventueel kan voor de opening een stukje pvc-buis (± 50 cm. lang) worden bevestigd. Het is belangrijk dat de ingang goed beschut is en in verbinding staat met lijnvormige groene elementen zodat de kasten veilig bereikt kunnen worden. In figuur 1 zijn de eisen met betrekking tot de afmetingen van de nestkasten weergegeven.
Figuur 1. Afmetingen nestkasten wezel en bunzing. Bron: Westra & Kuiters, 2018 (eigen bewerking). Marterhoop steenmarter Voor de steenmarter worden 2 marterhopen in het plangebied gerealiseerd. Op de bodem van de marterhoop dient dun materiaal als riet, gras of takjes te worden aangebracht. Daarop komt een kern van dikke takken en gestapelde stammen van minimaal 1 meter hoog. In de ontstane holten dienen twijgen en takken gebracht te worden zodat de hoop niet instort. Hierna dient een isolerende laag van riet of hooi van minimaal een halve meter dik aangebracht te worden. Deze laag wordt jaarlijks aangevuld om de isolerende werking te behouden. Om de marterhoop onderhoudsvriendelijk te houden kan bijvoorbeeld een nestkast worden aangebracht in de hoop. De hoop dient uiteindelijk 1 meter hoog, 2 meter breed en 3 meter lang te zijn. De steenmarter is groter dan de bunzing en wezel en heeft daardoor ook een andere kast nodig. Een voorbeeld van een geschikte kast is de steenmarterkast van de
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
14 van 15
Zoogdiervereniging. De bouwtekening van deze kast is te vinden in figuur 2. Er dient voor een goede toegang naar de kast te worden gezorgd.
Figuur 2. Bouwtekening steenmarterkast. Bron: Zoogdiervereniging, 2020. Takkenrillen In het plangebied worden 6 takkenrillen geplaatst. Deze takkenrillen hebben een onderlaag van dikkere stammen (10-15 cm. diameter), zijn minimaal 1 m. hoog en minimaal 1 m. breed. In figuur 3 zijn de indicatieve locaties van de takkenrillen en marterhopen weergeven. Deze alternatieve voorzieningen worden geplaatst in de houtsingels aan de westzijde en zuidzijde van het plangebied. Deze houtsingels zijn rustiger gelegen dan de houtsingel ten oosten van het plangebied, op een grotere afstand van de weg. De nestkasten voor de bunzing en wezel worden eveneens in deze houtsingel geplaatst, bij voorkeur in de takkenrillen. In de figuur zijn ook de maatregelen met betrekking tot het behouden van lijnvormige elementen in kaart gebracht (aanbrengen ondergroeibeplanting, aanleggen struweel een beplanting herplanten).
Datum
17 juni 2022 Zaaknummer
2022-002618 Blad
15 van 15
Figuur 3. Mitigerende maatregelen. Bron: Lycens, 2022 (eigen bewerking).