CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69_Regels

Gemeenteraad 22 april 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Wijziging TAM omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek10.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Omgevingsplanactiviteit inpandige bijgebouwen

Indien een bijgebouw wordt gerealiseerd overeenkomstig het bepaalde in de tweede volzin van artikel 1.15: 1. telt dit bijgebouw niet mee voor de bepaling van de inhoud van de woning; 2. telt de (vloer)oppervlakte van dit gebouw mee als oppervlakte aan bijgebouwen. 14.4

Voorwaardelijke verplichting

14.4.1 overige zone - voorwaardelijke verplichting 3 Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 3' geldt dat de voormalige agrarische bedrijf)bebouwing welke als 'te slopen bebouwing' is aangemerkt op de situatietekening Sloopoverzicht (projectnr. 3569), gedateerd 8 juni 2023, opgesteld door Landborg, zoals opgenomen in Bijlage 2 van de regels, dient te worden gesloopt alvorens het bevoegde gezag een omgevingsvergunning voor het bouwen van het bedrijfsgebouw bedoeld voor opslag kan afgeven.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)

27

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69

Artikel 15 15.1

Algemene gebruiksregels

Voorwaardelijke verplichting

15.1.1 overige zone - voorwaardelijke verplichting 2 Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 2' geldt - in afwijking van de daar geldende functie(s) - dat het gebruik volgens de functie(s) alleen is toegestaan op voorwaarde dat binnen vier jaar na het inwerkingtreden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw ten behoeve van opslag, zoals bedoeld in artikel 7.2, de landschappelijke inrichting met het verleggen van de Grote Beek, aanleg van watergangen, realiseren van een wadi en aanleg van nieuwe natuur binnen deze aanduidingsgrens zijn ingericht en vervolgens ingericht blijven overeenkomstig het inrichtingsplan en beheersplan, zoals opgenomen in Bijlage 3. 15.2

Gebruik overeenkomstig de functie

Als gebruik overeenkomstig de functie wordt aangemerkt: 1. het gebruiken van een woning voor particuliere vakantie-verhuur met dien verstande dat: a. dit niet meer dan 60 nachten per kalenderjaar is; b. geen onevenredige aantasting van de milieusituatie plaatsvindt; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig wordt aangetast; en d. parkeren op eigen terrein plaatsvindt. 2. het gebruik van grond als paardrijbak, mits: a. de paardrijbak wordt gebruikt ten dienste van bewoners van de woning die ligt in het bouwvlak dan wel de functiegrens waartoe de paardrijbak behoort; b. de paardrijbak binnen een bouwvlak dan wel aansluitend aan het bouwvlak dan wel de functiegrens ligt waartoe de paardrijbak behoort; c. de paardrijbak achter de voorgevelrooilijn ligt; d. de oppervlakte van de paardrijbak niet meer dan 800 m2 bedraagt, uitgezonderd ter plaatse van de functie 'Agrarisch - Paardenhouderij', want daar geldt de maximum oppervlakte van 1.200 m2; en e. de afstand tot een woning van een derde niet minder dan 50 m bedraagt; 15.3

Gebruik strijdig met de functie

Het volgende gebruik van de gronden en de gebouwen en andere bouwwerken is verboden: a. het (laten) gebruiken van de gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, uitgezonderd het gebruik dat in Hoofdstuk 2 uitdrukkelijk is toegestaan; b. het (laten) gebruiken van gronden voor sport- en wedstrijdterreinen, uitgezonderd het gebruik dat in Hoofdstuk 2 uitdrukkelijk is toegestaan; c. het (laten) gebruiken van gronden voor motor- en modelvliegtuigsport; d. het (laten) gebruiken van gronden voor militair oefenterrein met motorvoertuigen, uitgezonderd het gebruik dat in Hoofdstuk 2 uitdrukkelijk is toegestaan; e. het (laten) gebruiken van gronden voor een seksinrichting dan wel coffeeshop; f. het (laten) gebruiken van gronden voor een landingsplaats voor vliegtuigen, helikopters en/of ultralighthelikopters, niet zijnde traumahelikopters; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbehorend bouwwerk uitgesloten' is geen bijbehorend bouwwerk toegestaan. Bovendien zijn de gronden niet aan te merken als achtererfgebied, zoals bedoeld in artikel 22.27, onder a van afdeling 22.2.

Artikel 16 16.1

Algemene afwijkingsregels

Omgevingsplanactiviteiten met afwegingsruimte functieregels

16.1.1 Omgevingsplanactiviteit aanpassen grenzen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de grens of de richting van wegen, parkeerstroken, paden, bermen en sloten en ligging van bebouwingsgrenzen aan te passen. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: 28

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69 a. bij de uitmeting blijkt dat de aanpassing noodzakelijk is gelet op de werkelijke toestand van het terrein; b. die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is weergegeven niet meer bedragen dan 10 m; c. geen sprake is van een onevenredige aantasting van: het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de brandveiligheid; de externe veiligheid; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 16.1.2 Omgevingsplanactiviteit afmetingen bebouwing 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning om te bouwen in afwijking van de bepalingen ten aanzien van de afmetingen van de bebouwing. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. de afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan weergegeven maten; b. de afwijkingen geen betrekking hebben op de in het plan weergegeven afmetingen van oppervlakte en inhoudsmaten; c. geen sprake is van een onevenredige aantasting van: het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de brandveiligheid; de externe veiligheid; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 16.1.3 Omgevingsplanactiviteit grotere inhoud inpandige bedrijfswoning 1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning om de inhoud van de (voormalige) bedrijfswoning in een (voormalig) agrarisch bedrijfsgebouw te vergroten. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarde verleend dat de bestaande architectonische en/of cultuurhistorische waarde van het (voormalige) agrarische bedrijfsgebouw gehandhaafd blijft dan wel versterkt. 16.1.4 Omgevingsplanactiviteit afwijken voorwaardelijke verplichting inrichtings- en beheersplan 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden op een andere gelijkwaardige wijze in te richten en in stand te houden in afwijking van het bepaalde in artikel 14.4 en 15.1. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; c. de gemeentelijke landschapsadviseur akkoord gaat met de voorgestelde andere gelijkwaardige wijze van inrichting. 16.1.5 Omgevingsplanactiviteit afwijken voorwaardelijke verplichting wering van het wegverkeerslawaai 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden op een andere gelijkwaardige wijze in te richten en in stand te houden in afwijking van het bepaalde in artikel 15.1. 2.

De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)

29

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69 a. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit; c. met de alternatieve maatregelen een vergelijkbaar resultaat wordt bereikt als met het geluidscherm en dit blijkt uit een onderzoeksrapportage van een geluidsdeskundige. 16.1.6 Omgevingsplanactiviteit buitengevelisolatie 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de maximum goot- en bouwhoogte, de grenzen van een bouwvlak, en/of de maximum inhoud te overschrijden ten behoeve van het realiseren van buitengevelisolatie (met nieuwe gevelbekleding) aan een bestaand gebouw of bouwwerk. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. de overschrijding beperkt blijft tot een afstand van 0,5 m; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld; c. de daartoe aangewezen adviescommissie positief adviseert voor zover sprake is van een rijks- of gemeentelijk monument. 16.1.7 Omgevingsplanactiviteit plaatsen van zonnepanelen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning zonnepanelen te plaatsen. 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a.

de zonnepanelen ten dienste staan van een woning, bedrijfswoning, woongebouw of bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak of functiegrens; b. de grond waarop de zonnepanelen geplaatst worden direct grenst aan de functiegrens of het bouwvlak waartoe de zonnepanelen behoren of, als dat om landschappelijke reden en/of aanwezig groen onwenselijk is, zo aansluitend mogelijk aan de functiegrens of het bouwvlak; c. het aantal zonnepanelen evenredig is aan het (te verwachten) zelfvoorzienend particuliere gebruik van elektriciteit voor de maanden februari tot en met november; d. de aanwezige daken van woning(en) en (bedrijfs)gebouwen onvoldoende geschikt zijn door draagconstructie, vorm, monumentale waarde, afmeting of oriëntatie om de panelen op te bevestigen; e. de zonnepanelen buiten het bouwvlak een maximale hoogte hebben van 1,5 meter; f. de totale oppervlakte die gebruikt wordt voor het plaatsen van zonnepanelen maximaal 250 m² bedraagt; g. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; i. geen significante aantasting plaatsvindt van ecologische waarden; j. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap, omgeving en beeldkwaliteit; k.

het plaatsen gebeurt aan de hand van een inpassingsplan dat de zichtbaarheid van de panelen vanuit de openbare ruimte tot een minimum beperkt; 16.2

Omgevingsplanactiviteit gebruik paardrijbak

1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden voor de voorgevelrooilijn te gebruiken als paardrijbak; 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de verleend onder voorwaarden dat: a. de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige landschapswaarden, tenzij hieraan door het nemen van maatregelen voldoende tegemoet kan worden gekomen.

30

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69

16.3

Omgevingsplanactiviteit gebruik paddock

1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken als paddock; 2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend onder de voorwaarden verleend dat: a. de paddock wordt hobbymatig gebruikt ten dienste van bewoners van de woning of een woongebouw; b. de paddock ligt binnen het bouwvlak of aansluitend aan het bouwvlak; c. de paddock ligt achter de voorgevelrooilijn; d. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 360 m2; e. de afstand tot een woning van een derde niet minder dan 30 m bedraagt; f. niet gelegen in gronden met de aanduiding 'overig - kernrandzone'; g. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van landschap en beeldkwaliteit.

Artikel 17 17.1

Overige regels

Parkeren

17.1.1 Parkeernorm Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zoals nieuwbouw- of verbouwplannen) waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is, geldt dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn (en te blijven) conform de Nota Parkeernormen 2020 (zie Bijlage 4 bij hfst. 22y Nota Parkeernormen (2020). Indien de nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging. 17.1.2 Uitzondering Het in bepaalde in 17.1.1 is niet van toepassing op het vergroten van een woning.

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)

31

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69

Hoofdstuk 4 Artikel 18

Overgangsregels

Overgangsrecht bouwwerken

1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan mag, mits; a. deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het vorige lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het vorige lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar niet zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 19

Overgangsrecht gebruik

1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in het vorige lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

32

"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=d8074085-a56a-4ca0-984a-dcbe5fc29df1