TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Wencopperweg 69_Motivering_Bijlage 3 Ecologische Quickscan
Tekst van het document
Ecologische Quickscan
Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek I n het kade r van fu n c t i e v e r a n d e r i n g e n h e r i n r i c h t in g
Het Laar 30d 6733BZ Wekerom 0318 655 626 ecologie@deslijpkruik.nl www.deslijpkruik.nl
Colofon Titel
Ecologische quickscan Wencopperweg Kootwijkerbroek
Betreft
Ecologische quickscan
Locatie
Wencopperweg 69, Kootwijkerbroek
Auteur
B. Visser & L. Ligtvoet
Contactpersoon
B. Visser (visser@deslijpkruik.nl)
Opdrachtgever
Struikhoeve Advies B.V.
Datum
28-11-2025
Status
Versie 1
Projectcode
P25-0531
Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving (Omgevingswet). Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. De Slijpkruik Ecologie BV is niet aansprakelijk voor beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door De Slijpkruik Ecologie BV uitgevoerde onderzoek. Daarnaast is De Slijpkruik Ecologie BV niet aansprakelijk voor gevolgschade, of voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van uitgevoerde onderzoeken door De Slijpkruik Ecologie BV. © De Slijpkruik Ecologie B.V. (2025) Niets uit dit rapport mag openbaar worden gemaakt of gepubliceerd door middel van; druk, fotokopie of anderzins, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De Slijpkruik Ecologie B.V.
of de opdrachtgever. Wijze van citeren: Visser, B. & Ligtvoet, L. 2025. Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek, De Slijpkruik Ecologie BV. Omslagfoto: Impressie van het plangebied. Bronvermelding; foto’s zijn door de auteur gemaakt tenzij anders aangegeven. ja dat is zo hoor ja echt waar dit is gewoon hoe het is en niet anders bra
Inhoud 1
Inleiding 4
1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborging 2
Resultaten 11
2.1 Vogels 2.2 Vleermuizen 2.3 Overige zoogdieren 2.4 Overige soortgroepen 2.5 Vaatplanten 2.6 Samenvatting bevindingen 3
Gebiedsbescherming 16
3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) en andere provinciaal beschermde natuurgebieden 3.2 Natura 2000 3.3 Houtopstanden 4
Rode lijst 18
4.1 Resultaten en effectbeoordeling 4.2 Maatregelen zorgplicht
5
Conclusies en aanbevelingen 20
5.1 Overzicht van de bevindingen 5.2 Conclusies en aanbevelingen
Bijlagen 22 Bijlage 1 Samenvatting wettelijk kader
3
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt uitgewerkt wat de aanleiding en het doel van het uitgevoerde onderzoek is. Ook wordt een beschrijving gegeven van het plangebied en de beoogde ingreep. Daarnaast komt ook de methode van het onderzoek aan bod. 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van Struikhoeve Advies B.V. voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. een ecologishe quickscan uit op een perceel aan de Wencopperweg 69 te Kootwijkerbroek. Het betreft een perceel ten noordwesten van Kootwijkerbroek in het buitengebied. De initiatiefnemer is voornemens om een deel van de bestaande bebouwing te slopen en nieuwbouw te realiseren. Omdat effecten op beschermde soorten niet op voorhand zijn uitgesloten is toetsing aan de Omgevingswet (OW) noodzakelijk. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Ook wordt het effect van de ingreep op nabijgelegen Natura 2000-gebieden of provinciaal beschermde natuurgebieden zoals Natuurnetwerk Nederland beoordeeld. De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal drie jaar. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep Het perceel bevindt zich in het buitengebied van Kootwijkerbroek. Op het perceel zijn momenteel: een wonig, een kalverenstal, een loods, een rundveestal, een berging en een kippenhok aanwezig. Verder is het perceel ingericht met verharding, intensief beheerd grasland en overige groenstructuren (struiken en bomen vooral aan de randen van het perceel). Op het terrein zijn ook een aantal grote bomen aanwezig. Het perceel is volledig omringd door weilanden en akkers (agrarische percelen). De intiatiefnemer is voornemens om een functieverandering te realiseren in het plangebied. Er wordt een agrarische functie omgezet in een niet-agrarische bedrijfsfunctie. Volgens de huidige plannen worden de woning, kalverenstal, loods, berging/overkappingen en het kippenhok gesloopt. Er wordt dus ook nieuwe bebouwing gerealiseerd, namelijk; een woongebouw, een bijgebouw en een bedrijfsruimte. Daarnaast wordt het plangebied ook opnieuw ingericht in het kader van natuurontwikkeling.
De rest van het perceel wat nu als intensief beheerd grasland wordt gebruikt, zal plaatsmaken voor; 2 poelen, een boomgaard en een aantal groenstroken. Het deel van het plangebied wat behouden blijft in de toekomstige situatie, zal niet geschoond worden. 1.3 Opzet onderzoek De quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), rapportages van soortgericht onderzoek uit de buurt, websites et cetera), veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. Voor het bronnenonderzoek zijn de NDFF-waarnemingen binnen een straal van ongeveer 2 kilometer van het plangebied opgevraagd. Voor wat betreft vogels zijn alleen de vogels genoemd die een jaarrond beschermd nest hebben. De locatie is op 14 november 2025 bezocht door B. Visser, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op aanwezigheid van en geschiktheid voor verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen en de geschiktheid van de aanwezige groenstructuren als foerageergebied en vliegroute van vleermuizen. Het locatiebezoek is onder bewolkte omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 12 0C en zwakke wind, 1 Bft.
4
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie B.V. is kandidaat van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en hanteert haar richtlijnen, soortinventarisatieprotocollen en/of richtlijnen uit kennisdocumenten van BIJ12 tenzij anders vermeld. Op regelmatige basis vindt toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen plaats met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers.
Afbeelding 1: Kaart met ligging plangebied in het buitengebied van Kootwijkerbroek. Bron: Google Maps, 2025.
Afbeelding 2: Kaart van het plangebied (rode kader). De aangetroffen nestkast van steenuil is aangegeven met een rode stip. Bron ondergrond: Google Maps, 2025.
5
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
Afbeelding 3: Overzichtskaart van het plangebied, huidige situatie. Bron: aangeleverd door opdrachtgever.
Afbeelding 5: Overzichtskaart van het plangebied, sloopoverzicht. Bron: aangeleverd door opdrachtgever.
6
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
Afbeelding 4: Overzichtskaart van het plangebied, nieuwe situatie. Bron: aangeleverd door opdrachtgever.
Afbeelding 6: Zuid-oostzuide van het plangebied. Kopse kant van de loods (nummer 3 op afbeelding 3). Het overstek sluit strak aan op de muur.
Afbeelding 7: Zuid-oostzijde van het plangebied. Kopse kant van de kalverenstal (nummer 2 op afbeelding 3). De dakbedekking sluit strak aan op de muur.
Afbeelding 8: Binnenkant van de loods. Steens muur zonder spouw en de dakbedekking is van binnen uit volledig te overzien.
Afbeelding 9: Binnenkant van de kalverenstal. Dakbedekking is volledig te overzien. Geen esten aangetroffen.
7
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
Afbeelding 10: Kalverenstal openingen onder golfplaten, dicht door hout.
Afbeelding 11: Grote eiken in het plangebied blijven behouden.
Afbeelding 12: Tijdelijke (nieuwe) woonunit op het oostelijk deel van het perceel.
Afbeelding 13: Tijdelijke woonunit. Geen openingen onder dakbedekking aanwezig.
Afbeelding 14: Tijdelijke woonunit. Geen openingen (onder dakbedekking) aanwezig.
Afbeelding 15: Tijdelijke woonunit. Geen openingen bij overstek aanwezig.
8
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
Afbeelding 16: Tijdelijke schaftsvoorziening. Geen openingen aanwezig.
Afbeelding 17: Oostzijde van het plangebied. Tijdelijke schaftvoorziening. Geen geschikte openingen aangetroffen.
Afbeelding 18: Oostzijde van het plangebied. Tijdelijke schaftvoorziening. Geen geschikte openingen aangetroffen.
Afbeelding 19: Noord-westzijde van het plangebied. Tijdelijke woonunit.
Afbeelding 20: Noord-westzijde van het plangebied. Tijdelijke woonunit. Geen openingen aanwezig.
Afbeelding 21: Noord-westzijde van het plangebied. Tijdelijke woonunit. Geen geschikte openingen aangetroffen.
9
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
Afbeelding 22: Midden van het plangebied. Woning.
Afbeelding 23: Midden van het plangebied. Woning. Geen geschikte openingen onder de dakrand of overstek. De dakpannen sluiten ook strak aan op het overstek.
Afbeelding 24: Midden van het plangebied. Kozijn van de woning. Geen geschikte openingen rondom het kozijn.
Afbeelding 25: Midden van het plangebied. Dak van de woning. Geen ruimte onder de dakpannen door platte dakpannen en doordat de nokpannen zijn afgewerkt met cement.
Afbeelding 26: Midden van het plangebied. Woning. Geen geschikte openingen onder de dakrand.
Afbeelding 27: Westzijde van het plangebied. Berging.
10
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
2
Soor tenbescher ming
Dit hoofdstuk beschrijft per soortgroep de bevindingen voor het onderzochte plangebied.
2.1 Broedvogels 2.1.1 Vogels met jaarrond beschermde rust- en nestplaatsen categorie 1 2.1.1.1 Inventarisatie Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing. Daarnaast gaat het om soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode in gebruik wordt genomen. Ook andere onderdelen van de leefomgeving die van belang zijn voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd, zoals schuil- en slaapplekken van huismussen. In de omgeving van het plangebied zijn in de laatste vijf jaar waarnemingen bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten. Deze soorten worden opgedeeld in categorieën waarbij de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) van categorie 1 soorten onder alle omstandigheden beschermd zijn. In de omgeving van het plangebied zijn de volgende categorie 1 soorten waargenomen: Buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Huismus en gierzwaluw maken vrijwel uitsluitend gebruik van bebouwing als nestplaats.
Binnen het plangebied is bebouwing aanwezig, maar deze biedt geen mogelijkheden voor de huismus of gierzwaluw. De woning heeft platte dakpannen waardoor er geen ruimte onder is. De openingen bij de nokpannen zijn dicht door cement. De andere gebouwen in het plangebied beschikken ook niet over geschikte openingen of nestplaatsen. De openingen onder golfplaten zijn dicht gemaakt met hout of schuimrubber. In veel van de schuren was bovendien van binnenuit de dakbedekking en de rest van de schuren volledig te inspecteren en er zijn geen nesten aangetroffen (op bijvoorbeeld de spanten). Voor overige soorten met jaarrond beschermde nestplaats (roofvogels, uilen, roek) ontbreken geschikte broedplekken en/of geschikt leefgebied. In de bebouwing zijn geen geschikte donkere nissen aanwezig waarin deze vogels kunnen nestelen en welke toegankelijk zijn. Ook zijn er geen aanwijzingen aangetroffen van uilen, zoals braakballen of mestsporen. Het is wel bekend dat er een steenuilenkast aanwezig is ten zuiden van loods 3. De eigenaar van het plangebied geeft aan dat hier ook elk jaar in wordt gebroedt. De boom en deze nestkast blijven behouden. Op en rondom het terrein staan een paar grote eiken, maar in deze bomen zijn geen grote nesten aanwezig, waardoor de aanwezigheid van roofvogels, uilen of andere categorie 1 soorten is uitgesloten.
Het perceel is mogelijk onderdeel van foerageer- of jachtgebied van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats, maar gezien het ontbreken van nestplaatsen in de directe omgeving in combinatie met de aanwezigheid van veel weilanden en andere landbouwgronden in de omgeving die als geschikter foerageergebied kunnen dienen, is uitgesloten dat het hier essentieel foerageergebied betreft. Bovendien blijven alle groenstructuren zoals de grote bomen en struiken rondom het perceel, behouden. 2.1.1.2 Conclusie en advies Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen nesten of mogelijkheden aanwezig van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats. Het is wel bekend dat er elk jaar steenuilen broeden in een steenuilenkast ten zuiden van het plangebied. De boom waarin deze nestkast aanwezig is en de nestkast zelf, blijft behouden. Verstoring van broedende steenuilen moet voorkomen worden door de sloopwerkzaamheden buiten het broedseizoen van steenuilen (februari
11
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
- augustus) uit te voeren. De nestkast is aanwezig aan de rand van het plangebied met geschikt leef-/jachtgebied buiten het plangebied. Daarom is een effect van de werkzaamheden op leef-/ jachtgebied van steenuil niet te verwachten. Als bovengenoemde maatregel (buiten broedseizoen steenuil werken) wordt gevolgd zullen de geplande werkzaamheden niet leiden tot effecten op jaarrond beschermde nestplaats van steenuil. Overtreding van de omgevingswet is dan niet aan de orde en aanvullend onderzoek naar vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats uit categorie 1 is niet nodig. 2.1.2 Vogels categorie 2 (nest jaarrond beschermd, tenzij ecologisch zwaarwegende redenen) 2.1.2.1 Inventarisatie Naast de soorten uit categorie 1, waarvan de nesten altijd jaarrond beschermd zijn, zijn er de categorie 2-soorten waarvan de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) beschermd zijn, tenzij bepaalde omstandigheden (ecologische omstandigheden) uitwijzen dat dit niet zo is. In de omgeving van het plangebied komen verschillende soorten van categorie 2 voor volgens de NDFF. Vanuit de NDFF zijn waarnemingen bekend van diverse soorten waarvan nesten jaarrond beschermd zijn als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen, waaronder boerenzwaluw en groene specht. Voor categorie 2 soorten ontbreken geschikte broedplekken en/of geschikt leefgebied.
Er zijn ook geen nesten van deze soorten aangetroffen tijdens het veldbezoek. In de bomen op het terrein zijn geen geschikte holten of nesten aanwezig, waardoor de aanwezigheid van categorie 2 soorten is uitgesloten. Het perceel is mogelijk onderdeel van foerageer- of jachtgebied van categorie 2 soorten, maar gezien het ontbreken van nestplaatsen in de directe omgeving in combinatie met de aanwezigheid van veel weilanden en andere landbouwgronden in de omgeving die als alternatief foerageergebied kunnen dienen is uitgesloten dat het hier essentieel foerageergebied betreft. Om de bovengenoemde redenen is van een wezenlijk negatief effect op categorie 2-soorten geen sprake op de onderzochte locatie. Voor alle te verwachten soorten uit categorie 2 geldt dat in de omgeving voldoende nestgelegenheid en foerageergebied in de omgeving aanwezig is. Indien er in de toekomst toch een soort van categorie 2 zou gaan broeden is dit nest daarom niet jaarrond beschermd. 2.1.2.2 Conclusie en advies Binnen het plangebied zijn broedgevallen van categorie 2-soorten onwaarschijnlijk. Er zijn geen nesten aangetroffen van deze soorten. Aangezien er veel geschikte alternatieven in de omgeving zijn is er bovendien geen sprake van ecologisch zwaarwegende redenen en zijn eventuele nesten niet jaarrond beschermd. Vervolgonderzoek naar deze soortgroep is niet noodzakelijk.
Voor de categorie 2-soorten geldt wel dat de nesten beschermd zijn zolang deze in gebruik zijn. Hiervoor gelden dezelfde maatregelen als voor overige algemene broedvogels, zie paragraaf 2.1.3. 2.1.3 Overige broedvogels 2.1.3.1 Inventarisatie In de omgeving van het plangebied komen algemene soorten zoals merel en houtduif voor. Tijdens het veldbezoek is er een nest van ekster waargenomen in de oostelijke groenstrook. Alle bebouwing in het plangebied is onderzocht op de aanwezigheid van nesten en er zijn geen nesten waargenomen, maar algemene broedvogels kunnen nestelen in struiken, bomen en bebouwing in of om het plangebied. Tijdens de uitvoering is verstoring of vernieling van bezette nesten niet op voorhand uitgesloten als werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd. Bezette nesten mogen nooit verstoord of vernield worden. Het is niet mogelijk om voor deze overtreding van de omgevingswet een omgevingsvergunning te krijgen. Alleen kortdurende verstoring die niet van invloed is op het broedsucces is toegestaan, maar dient alsnog zoveel mogelijk voorkomen te worden.
12
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
2.1.3.2 Conclusie en advies Het plangebied is geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels. Tijdens het veldbezoek is er een waarneming gedaan van een eksternest. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen eventueel aanwezige nesten in of rond het plangebied beschadigd/ vernietigd of verstoord worden. Dit is in strijd met de omgevingswet en moet voorkomen worden, het is niet mogelijk hiervoor een vergunning te krijgen. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. In de periode oktober t/m februari is de kans op nesten het kleinst. Bij werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een broedvogelcheck, uitgevoerd door een broedvogeldeskundige, uitgevoerd te worden om verstoring van eventuele broedgevallen uit te sluiten. Indien bij de broedvogelcheck bezette nesten worden aangetroffen, moeten werkzaamheden worden uitgesteld of moeten maatregelen getroffen worden om verstoring van de nesten te voorkomen. 2.2 Vleermuizen 2.2.1 Inventarisatie Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn strikt beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar.
Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend uit de NDFF van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten wordt voornamelijk in gebouwen en holtes en scheuren in bomen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. Dat zijn vaak donkere, tochtvrije ruimten die toegankelijk zijn via een geschikte opening met vrije aanvliegroute. In de aanwezige bebouwing zijn geen donkere, tochtvrije ruimten of geschikte openingen aanwezig voor vleermuizen, waardoor mogelijkheden voor gebouwbewonende soorten ontbreken. In een groot aantal schuren ontbreekt een spouwmuur of andere ruimtes doordat deze bestaan uit een steensmuur met golfplaten zonder dakbeschot. Verder zit alle bebouwing dicht, de overstekken sluiten strak aan op de muren en de dakpannen zitten strak op de overstekken.
Ook de onderkant van de kantpannen sluit strak aan op elkaar en het overstek, waardoor er geen openingen aanwezig zijn onder de kantpannen. Er zijn ook geen andere openingen aangetroffen naast kozijnen, vensterbaken of dergelijke structuren. Alle andere bebouwing in het plangebied is geïnspecteerd en daarin zijn geen geschikte ruimten aangetroffen voor verblijfplaatsen van vleermuizen omdat het vooral overkappingen met een enkele wanden betreft. Verder zijn alle bomen geïnspecteerd en hier zijn geen geschikte holten of scheuren in aangetroffen. Een negatief effect op de verblijfplaatsen van gebouwbewonende en boombewonende vleermuizen kan dus worden uitgesloten. Foerageergebied en vliegroutes Het is aannemlijk dat de bomen in het plangebied onderdeel zijn van het foerageergebied van vleermuizen. Echter is er van verwijdering van deze bomen in de huidige plannen geen sprake, de groenstructuren op het plangebied blijven zoveel mogelijk behouden tijdens de werkzaamheden. Daarbij is het waarschijnlijk geen essentieel leefgebied aangezien er genoeg alternatieven zijn in de omgeving van het plangebied. Een negatief effect op foerageergebied is dus niet te verwachten. Er zijn in en rondom het plangebied geen doorlopende lijnvormige structuren aanwezig. Er is dus geen sprake van een vliegroute voor vleermuizen, en een negatief effect op vliegroutes kan dus worden uitgesloten.
13
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
2.2.2 Conclusie en advies De voorgenomen werkzaamheden leiden niet tot verstoring of vernieling van vaste, jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen. Zowel aanvullend onderzoek, als mitigerende of compenserende maatregelen zijn niet noodzakelijk. Er zijn geen doorlopende lijnvormige structuren aangetroffen in en rondom het plangebied die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. De bomen in en om het plangebied zijn waarschijnlijk onderdeel van foerageergebied van vleermuizen, maar deze blijven behouden en bovendien zijn, wat betreft foerageergebied, ruim voldoende alternatieven beschikbaar in de buurt. Negatieve effecten op foerageergebied is daarom niet aan de orde, met mogelijke uitzondering van lichtverstoring. Voorkom lichtverstoring van mogelijk foerageergebied van vleermuizen door spaarzaam om te gaan met (bouw-)verlichting. Voer werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uit of neem maatregelen om uitstraling van kunstlicht richting bomen te voorkomen. Beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik afgeschermde armaturen, amberkleurige ‘batlampen’ en zorg ervoor dat lampen niet op omliggende bomen gericht worden. Wanneer deze maatregelen in acht worden genomen is er geen aanvullend onderzoek nodig ten aanzien van deze gebiedsfuncties.
2.3 Overige zoogdieren 2.3.1 Inventarisatie Met ‘overige zoogdieren’ worden hier alle zoogdieren bedoeld met uitzondering van vleermuizen. Uit het literatuuronderzoek (NDFF) blijkt dat de wezel als enige beschermde soort voorkomt in de omgeving van het plangebied. Het plangebied zou mogelijk als leefgebied voor marterachtigen kunnen dienen vanwege het aanwezige struweel/bosplantsoen en ruigte aan de randen van het plangebied. Deze groenstructuren in het plangebied blijven behouden. De bebouwing is ongeschikt als verblijfplaats voor marterachtigen omdat er geen openingen zijn aangetroffen waardoor marterachtigen naar binnen kunnen komen. Ook zijn er geen sporen van marterachtigen aangetroffen in de bebouwing. Het plangebied bestaat voornamelijk uit bebouwing, verharding en erg kort gazon wat geen geschikt leefgebied voor deze soorten betreft. In de omgeving zijn genoeg alternatieven aanwezig. Een negatief effect op marterachtigen is dus niet te verwachten. Uit de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van eekhoorn in de omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen waarnemingen van deze soort gedaan en ook zijn geen nesten van eekhoorn aangetroffen (terwijl dit goed te zien zou zijn geweest doordat het bald al van de bomen is gevallen). In het plangebied zijn grote bomen aanwezig die mogelijk onderdeel van leefgebied van eekhoorn zouden kunnen zijn.
Doordat het plangebied niet verbonden is met grotere structuren die onderdeel van leefgebied van eekhoorn zouden kunnen zijn, is uitgesloten dat het plangebied essentiëel leefgebied voor eekhoorn betreft. Vanwege bovengenoemde is de aanwezigheid van eekhoorn in het plangebied ook uitgesloten. Voor de overige te verwachten soorten en overige zoogdiersoorten waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving (muizen, egel, haas, konijn, vos), geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen of deze niet niet beschermd, of heeft het plangebied in het geheel geen functie. 2.3.2 Conclusie en advies Aanwezigheid van vaste rust- of voortplantingsplaatsen of van essentieel foerageergebied van marterachtigen en andere beschermde grondgebonden zoogdieren is uitgesloten binnen het plangebied. Er zijn geen vervolgacties, zoals aanvullend soortgericht onderzoek of een omgevingsvergunning, nodig ten aanzien van grondgebonden zoogdieren. De overige soorten die te verwachten zijn binnen het plangebied, zijn vrijgesteld of niet beschermd of er zijn geen effecten te verwachten op deze soorten. Aangaande deze soorten zal zorgvuldig handelen met inachtneming van de zorgplicht voldoende zijn.
14
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
2.4 Overige soortgroepen 2.4.1 Inventarisatie Vanuit verspreidingsgegevens is het voorkomen van de volgende beschermde soorten uit overige soortgroepen in de omgeving bekend; reptielen: muurhagedis. Daarnaast komt van de algemene, vrijgestelde amfibieën de gewone pad voor in de omgeving. Vanuit de NDFF zijn er waarnemingen bekend van muurhagedis. Dit beschermde reptiel leeft in droge, open gebieden die door de zon worden beschenen. Ze komen vaak voor op stenen muren en rotsen, bij voorkeur in ruïnes en op warme, steenrijke plekjes zoals riviervalleien en spoorwegbermen. Het plangebied beschikt niet over de eisen die deze soort stelt aan zijn habitat. Aanwezigheid van deze soort in het plangebied is dus niet te verwachten. Er zijn waarnemingen bekend van algemene amfibieën in de omgeving (gewone pad). Aangaande te verwachten algemene amfibieën die het plangebied sporadisch aan kunnen doen als landhabitat, zal zorgvuldig handelen met inachtneming van de zorgplicht voldoende zijn. Aanwezigheid van andere beschermde soorten uit overige soortgroepen is vanwege de aard van het plangebied (vooral bebouwing, verharding of intensief beheerd gazon en tuin) redelijkerwijs uitgesloten. 2.4.2 Conclusie en advies Aanwezigheid van beschermde, niet-vrijgestelde soorten uit overige soortgroepen is uitgesloten.
Bovendien leiden de voorgenomen werkzaamheden niet tot effecten op mogelijk leefgebied. Vervolgonderzoek naar soorten uit overige soortgroepen is niet nodig. Wel is de zorgplicht van toepassing voor de algemene amfibieën die buiten de voortplantingsperiode op en rond het terrein kunnen voorkomen.
2.5 Vaatplanten 2.5.1 Inventarisatie Er zijn vanuit de NDFF en andere verspreidingsgegevens geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten. De inrichting van het plangebied bestaat vooral uit: bebouwing, verharding en intensief beheerd gazon. Hierdoor wordt de geschiktheid van het plangebied voor beschermde vaatplanten op voorhand beperkt geacht. Op basis van de biotische en abiotische omstandigheden is aanwezigheid van beschermde plantensoorten redelijkerwijs uitgesloten. 2.5.2 Conclusie en advies Binnen het plangebied zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Aanwezigheid en effecten op beschermde planten zijn uitgesloten, nader onderzoek is niet nodig.
2.6 Samenvatting bevindingen Een samenvatting van de bevindingen per soortgroep is terug te vinden in onderstaande tabel 5.1. Hierin staat aangegeven of de voorgenomen werkzaamheden kunnen leiden tot effecten op beschermde soorten en zo ja, welke consequenties dit heeft. Daarnaast geldt voor alle in het wild levende dieren en planten de zorgplicht.
15
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
3
Ge b i e d sb e sc h er ming en h o uto p sta nden
Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van beschermde natuurgebieden en een verkennende beoordeling van een mogelijk effect door de voorgenomen activiteiten op deze gebieden behandeld. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde gebieden waaronder het Natuurnetwerk Nederland en weidevogelgebieden. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig. 3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) en andere provinciaal beschermde natuurgebieden Het plangebied ligt buiten de buiten de begrenzing van het GNN en andere provinciaal beschermde natuurgebieden of weidevogelgebieden (afbeelding 28). Gezien de aard van de ontwikkelingen zijn geen externe effecten te verwachten en is het dus niet nodig om effecten door externe werking te toetsen.
340 M 1,0 KM
.
Afbeelding 28: Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van het GNN (groen). Andere provinciaal beschermde natuurgebieden of weidevogelgebieden zijn niet aanwezig nabij het plangebied. Bron: Atlas leefomgeving, 2025.
3.2 Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ ligt op ca. 4,5 km ten zuiden van het plangebied (afbeelding 29). Het plangebied heeft geen landschappelijke binding met dit Natura 2000-gebied vanwege de weilanden/agrarische percelen die ertussen liggen. Gezien de voorgenomen activiteiten en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn directe negatieve effecten (geluid, licht, trillingen, etc.) op aangewezen soorten uitgesloten, met mogelijke uitzondering van stikstofdepositie. Negatieve effecten door een toename van stikstofuitstoot tijdens de werkzaamheden en toekomstige gebruiksfase zijn niet op voorhand uitgesloten. Voer een berekening uit in Aerius Calculator om te bepalen of er sprake is van een vergunningplicht ten aanzien van stikstof. De beoordeling van het aspect stikstof is geen onderdeel van voorliggende quickscan.
16
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
.
4,55 KM
6,0 KM
Afbeelding 29: Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura 2000-gebied. Bron: Atlas Leefomgeving.
3.3 Toets houtopstanden Kap van bomen is geen onderdeel van de ontwikkelingsplannen, een toets houtopstanden is derhalve niet aan de orde.
17
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
4
Rode Lijst
In dit hoofdstuk worden de bevindingen beschreven met betrekking tot soorten van de Rode Lijst die binnen het plangebied zijn aangetroffen of waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving. In dit hoofdstuk worden enkel de soorten beschreven die op de Rode Lijst als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld en waarvoor het plangebied een wezenlijke functie heeft. Voor soorten van de Rode Lijst waarvoor een wezenlijk negatief effect te verwachten is door toedoen van de geplande werkzaamheden, wordt beschreven op welke manier aan de specifieke zorgplicht kan worden voldaan door aanpassing van de werkwijze, het implementeren van maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of door het bieden van compenserende voorzieningen.
4.1 Resultaten en effectbeoordeling Vaatplanten Vanuit de NDFF zijn waarnemingen bekend van een aantal plantensoorten van de Rode Lijst. Het betreft voornamelijk soorten die groeiplaatsen hebben in bermen, graanakkers en braakliggende terreinen. Dergelijk terrein is niet of nauwelijks binnen het plangebied aanwezig; het perceel heeft vrijwel aan alle kanten intensief beheerd grasland. Het is daarom uitgesloten dat werkzaamheden ten behoeve van herinrichting van het plangebied een negatief effect hebben op mogelijke groeiplaatsen van bedreigde of kwetsbare soorten van de Rode Lijst. Broedvogels Voor vogelsoorten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen geldt dezelfde effectbeoordeling als voor algemene broedvogels (zie paragrafen 2.2 en 3.2). Het plangebied is geschikt als broedlocatie voor vogels van de Rode Lijst. Wanneer werkzaameden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen nesten worden beschadigd/vernietigd of verstoord worden waardoor broedzorg gestaakt kan worden. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten.
Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is maar eerdere of latere broedgevallen van met name houtduif kunnen voorkomen. Van de te verwachten broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. Laat bij werkzaamheden binnen het broedseizoen altijd een broedvogelcheck uitvoeren om verstoring van eventuele broedgevallen te voorkomen. Zoogdieren Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van wezel. In hoofdstuk 2 is deze soort en andere marterachtigen al behandeld. De geplande werkzaamheden worden hoofdzakelijk in kort gemaaid gras, op verharding of aan bebouwing uitgevoerd. Dergelijk terrein is ongeschikt als schuilplaats voor kleine zoogdieren, met uitzondering van muizen. Indien schoningswerkzaamheden noodzakelijk blijken voor uitvoer van de ontwikkelingsplannen, bijvoorbeeld maaien en frezen, dan is het noodzakelijk om deze werkzaamheden op een rustig tempo uit te voeren en in één richting, zodat eventueel aanwezige fauna tijd en ruimte heeft om een veilig heenkomen te zoeken. Met een bovenstaande werkwijze wordt voorkomen dat ( jonge) dieren verwond of gedood worden. Korstmossen Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van korstmossen.
Geschikte groeiplaatsen voor korstmossen zijn (oude) bomen en (oude) steenstructuren zoals zwerfkeien. Binnen het plangebied zijn geen geschikte steenstructuren aanwezig. De bomen in en rond het plangebied betreffen geen bekende groeilocaties van korstmossen van de Rode Lijst. Ook zijn deze bomen geen typische, omvangrijke, of oude exemplaren, waardoor aanwezigheid van zeldzame
18
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
korstmossen zeer onwaarschijnlijk wordt geacht. Kap van bomen is bovendien geen onderdeel van de ontwikkelingsplannen en deze blijven allen ongewijzigd behouden waardoor een negatief effect op mogelijk aanwezige korstmossen van de Rode Lijst is uitgesloten. Insecten Binnen het plangebied zijn bermen, (bloemrijke) akkerranden en andere groenstructuren niet of nauwelijks aanwezig. De geschiktheid van het plangebied voor insecten wordt daarmee op voorhand beperkt geacht. Voor zeldzame insecten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen, zoals soorten dagvlinders is het plangebied geen onderdeel van leefgebied. Er wordt Er wordt daarom geen wezenlijk negatief effect verwacht op insecten van de Rode Lijst die als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld. Reptielen In het plangebied zijn droge zandgronden, heideterreinen en bosgebieden niet aanwezig. De geschiktheid van het plangebied voor reptielen wordt daarmee op voorhand beperkt geacht. Er wordt daarom geen wezenlijk negatief effect verwacht op reptielen van de Rode Lijst. Overige soorten Voor overige soorten van de Rode Lijst waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving (mossen, zwammen, weekdieren) heeft het plangebied geen functie of wordt geen negatief effect verwacht door toedoen van de geplande werkzaamheden. 4.2 Maatregelen zorgplicht Het merendeel van de werkzaamheden vindt plaats op verharding en aan bebouwing.
De werkzaamheden zullen ook plaatsvinden op intensief beheerde tuin/gazon waar de kans op aantreffen van soorten van de Rode Lijst zeer gering is. Er worden geen bomen gekapt of wezelijke groenstroken verwijderd. Er wordt daarom geen wezenlijk negatief effect verwacht op de meeste soorten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen en die als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld. Bovendien worden er bij de ontwikkeling van het perceel veel nieuwe groenstructuren aangelegd. Hierdoor kan de ecologische waarde van het plangebied versterkt worden en zijn in de toekomstige gebruiksfase meer mogelijkheden beschikbaar voor soorten dan in de huidige situatie. Bij werkzaamheden nabij perceelgrenzen zijn negatieve effecten op soorten van de Rode Lijst echter niet uitgesloten. Hiervoor zijn de volgende maatregelen van toepassing, die ook gelden voor algemene soorten zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk: • Bij aanvang van de werkzaamheden in geschikt habitat voor (vrijgestelde) overige zoogdieren en amfibieën dient rustig en in één richting gewerkt te worden om eventuele aanwezige individuen tijd en ruimte te geven om een veilig heenkomen te zoeken. De werkrichting moet daarbij zo zijn, dat de eventueel aanwezige individuen niet opgesloten worden maar kunnen vluchten naar geschikt leefgebied.
• Start werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen, zodat de kans op verstoring van broedgevallen zoveel mogelijk wordt beperkt. Indien werkzaamheden worden gestart in het broedseizoen (grofweg tussen maart en augustus), laat dan een broedvogelcheck uitvoeren door een broedvogeldeskundige. Indien broedende vogels worden aangetroffen moeten werkzaamheden worden uitgesteld of moeten mitigerende maatregelen (bijv. een verstoringsvrije zone rondom het nest) worden getroffen om verstoring te voorkomen.
19
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
5
Conclusies en aanbevelingen
Vanuit de resultaten worden conclusies getrokken. Aan de hand van deze conclusies worden aanbevelingen gedaan. Dit kan wijziging van de plannen en/of nader(e) onderzoek(en) inhouden. 5.1 Overzicht van de bevindingen Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek Soortbescherming
Aanwezig
Effect
Overtreding
Nader onderzoek
Vervolgacties
Vogels - jaarrond beschermde nesten
Mogelijk
Geen
Nee
Nee
Werken buiten broedseizoen steenuil (februari - augustus).
Vogels - categorie 2 en overige broedvogels
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Werken buiten broedseizoen, broedvogelcheck of preventieve maatregelen indien uitvoering tijdens broedseizoen (globaal maart t/m augustus). Broedgevallen zijn altijd beschermd.
Vleermuizen - verblijfplaatsen
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
Vleermuizen foerageergebied
Mogelijk
Geen*
Nee*
Nee
* = Voorkom lichtverstoring door uitstraling verlichting richting bomen te voorkomen
Vleermuizen - vliegroutes
Nee
Geen*
Nee*
Nee
* = Voorkom lichtverstoring door uitstraling verlichting richting bomen te voorkomen
Overige zoogdieren beschermd
Nee
Geen
Nee*
Nee
Zorgplicht
Overige beschermde soorten
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
Overige soorten - vrijgesteld of niet beschermd
Mogelijk
Mogelijk
Nee, wel zorgplicht
Nee
Zorgplicht
Flora - beschermd
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
5.2
OW
Conclusies en aanbevelingen
Vogels • Het plangebied is mogelijk geschikt als nestplaats voor vogels met een jaarrond beschermde nestplaats in verband met de aanwezige grote bomen. Echter zijn er geen grote nesten aangetroffen van broedvogels van categorie 1. Wel is een steenuilenkast aangetroffen ten zuiden van loods 3. De werkzaamheden dienen daarom buiten het broedseizoen van steenuil (februari - augustus) plaats te vinden. Nader onderzoek naar deze soortgroep is dan niet nodig. • Voorkom aantasting of verstoring van bezette nesten van algemene broedvogels in bomen, en andere groenstructuren binnen invloedssfeer van de werkzaamheden tijdens het broedseizoen. Laat bij twijfel altijd een broedvogelcheck uitvoeren. In de periode maart t/m augustus is de kans op broedgevallen van algemene broedvogels het grootst, maar met name duiven kunnen tot ver buiten deze periode broeden. Vleermuizen • De bebouwing en bomen binnen het plangebied zijn ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De voorgenomen werkzaamheden leiden daarom niet tot negatieve effecten op vaste, jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen en daarmee overtreding van de OW. Aanvullend soortgericht onderzoek naar vleermuizen is niet noodzakelijk. • Effecten op essentieel foerageergebied en vliegroute van vleermuizen zijn uitgesloten. Voorkom lichtverstoring van foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. Werk bij
20
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
voorkeur uitsluitend tussen zonsopkomst en zonsondergang. Wanneer het onvermijdelijk is om verlichting toe te passen, voorkom dan het beschijnen van bomen en beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter. Overige zoogdieren • In de omgeving van het plangebied kunnen beschermde marterachtigen voorkomen. Verblijfplaatsen of overige beschermde gebiedsfuncties zoals essentieel foerageergebied van deze soorten ontbreken echter binnen het plangebied. Er zijn geen vervolgacties, zoals aanvullend onderzoek of een omgevingsvergunning, nodig ten aanzien van beschermde grondgebonden zoogdieren. • Aanwezigheid van overige beschermde, niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdieren is uitgesloten. Wel kunnen enkele algemene kleine soorten voorkomen in het plangebied zoals bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling en is geen nader onderzoek nodig. Wel is de zorgplicht van toepassing. Overige soortgroepen • Wat betreft beschermde soorten uit overige soortgroepen (amfibieën, vissen, reptielen, ongewervelden en flora) is aanwezigheid binnen het plangebied uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt habitat. Er zijn geen vervolgacties nodig ten aanzien van beschermde soorten uit overige soortgroepen. Houd wel rekening met de zorgplicht die geldt voor alle dieren, beschermd of niet.
Dit geldt met name voor algemene amfibieën; voer werkzaamheden op een rustig tempo uit en in één richting zodat eventueel aanwezige fauna tijd en ruimte heeft om een veilig heenkomen te zoeken. Ten aanzien van zorgplicht en calamiteiten • Ten aanzien van álle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt de zorgplicht, afdeling 1.3 van de Omgevingswet. Dit geldt met name voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Deze provinciale vrijstelling houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden. • Als er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen waarvoor geen aanvullend onderzoek is uitgevoerd of omgevingsvergunning is verkregen, dan dient het werk tijdelijk te worden stilgelegd en contact te worden opgenomen met een ecoloog. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.
21
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
Bijlage 1 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door ons getoetst aan de huidige natuurwetgeving, de omgevingswet. In deze bijlage vindt u een korte samenvatting van deze wetgeving. 1. Omgevingswet in het kort De Omgevingswet (OW) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurgebieden reguleert. De wet vervangt sinds 1 januari 2024 de Wet natuurbescherming, die in 2017 werd ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Floraen Faunawet voor dier- en plantensoorten, de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen, en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn destijds samengevoegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De nieuwe Omgevingswet regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 2. Zorgplicht In afdeling 1.3 van de OW wordt de algemene zorgplicht uitgewerkt. In deze zorgplicht is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden, planten, en dieren.
Artikel 1.7(a) van de OW luidt als volgt: Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: • alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, • voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, • als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. Het is verboden een activiteit te verrichten of na te laten als door het verrichten of nalaten daarvan aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan. 3. Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • • •
De Vogelrichtlijnsoorten (VR) De Habitatrichtlijnsoorten (HR) Overige soorten (genoemd in bijlage IX behorend bij artikel 11.54 van het besluit activiteiten leefomgeving)
Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden om een omgevingsvergunning of vrijstelling verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina opgenomen (tabel 1.1). De beschermde soorten uit de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn vastgesteld door de EU. Voor de soorten uit de derde categorie geldt dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid.
22
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
Tabel 1.1: Samenvatting verbodsbepalingen soortenbescherming Omgevingswet, beschreven in het besluit activiteiten leefomgeving (BAL) Paragraaf Artikel Lid Verbodsbepaling § 11.2.2.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning soorten Vogelrichtlijn
§ 11.2.3.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn
§ 11.2.4.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning andere soorten
11.37
11.46
11.54
1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor:
1a
Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn;
1b
Het opzettelijk vernielen van of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels;
1c
Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of
1d
Het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a.
3
Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort.
1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten geldt voor:
1a
Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn;
1b
Het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a;
1c
Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a;
1d
Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en
1e
Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied
1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden:
1a
Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A;
1b
Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en
1c
Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen, of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B.
Het wegnemen van nesten is toegestaan MITS het buiten het broedseizoen en niet behorend tot een soort met een jaarrond beschermd nest.
23
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025
4. Gebiedsbescherming De Omgevingswet regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden zijn opgedeeld in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnen hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden, mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets. Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat door de geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast. Daarnaast moet hieruit zijn gebleken dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies om natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen ecologische hoofdstructuur). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen.
In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het ‘nee, tenzij’-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. 5. Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringsfunctie en hadden onder de Wet natuurbescherming geen juridische status. Onder de huidige wetgeving (Omgevingswet) betekent plaatsing op de lijst niet automatisch dat de soort beschermd is; Daarvoor is opname van de soort onder de Omgevingswet nodig. De Omgevingswet voorziet echter wel in enige mate in bescherming voor soorten van de Rode Lijst, door de specifieke zorgplicht. De omgevingswet vereist van provincies dat zij de nodige maatregelen nemen voor het behoud en herstel van soorten van de Rode Lijst. Eventuele negatieve effecten op Rode Lijst soorten door toedoen van ruimtelijke ingrepen of ontwikkelingen dienen door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt en/of gecompenseerd te worden.
24
Ecologische quickscan Wencopperweg 69 Kootwijkerbroek
28 november 2025