TAM Omgevingsplan Hoofdstuk 22w Malenveld 10 Motivering Bijlage 4 Quickscan Flora_Fauna
Tekst van het document
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Ecologische quickscan
Malenveld 10 Stroe
I n he t ka de r v an be st e m m i n g s w i j zi g i n g en her i nr i c h ti n g
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Het Laar 30d 6733BZ Wekerom 0318 655 626 info@deslijpkruik.nl www.deslijpkruik.nl
Colofon Titel
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
Betreft Ecologische quickscan Locatie
Malenveld 10, Stroe
Auteur
B. Visser, ecoloog
Contactpersoon B. Visser, ecoloog visser@deslijpkruik.nl Opdrachtgever Struikhoeve Advies B.V. Datum
18-11-2024
Status
Versie 1.0
Projectcode
24STR10 QS Malenveld 8-10-12 Stroe
Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving (Omgevingswet). Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. De Slijpkruik Ecologie is niet aansprakelijk voor beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door De Slijpkruik Ecologie uitgevoerde onderzoek. Daarnaast is De Slijpkruik Ecologie niet aansprakelijk voor gevolgschade, of voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van uitgevoerde onderzoeken door De Slijpkruik Ecologie. © De Slijpkruik Ecologie B.V. (2024) Niets uit dit rapport mag openbaar worden gemaakt of gepubliceerd door middel van; druk, fotokopie of anderzins, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De Slijpkruik Ecologie B.V.
of de opdrachtgever. Wijze van citeren: Visser, B. (2024). Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe, De Slijpkruik Ecologie B.V. Omslagfoto: Impressie van het plangebied. Bronvermelding; foto’s zijn door de auteur gemaakt tenzij anders aangegeven.
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Inhoud 1
Inleiding 4
1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborging 2
Soortenbescherming 7
2.1 Vogels 2.2 Vleermuizen 2.3 Overige zoogdieren 2.4 Amfibieën 2.5 Vissen 2.6 Vaatplanten 2.7 Overige soortgroepen 2.8 Algemeen 3 Gebiedsbescherming 12 3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) 3.2 Natura 2000 3.3 Beschermde houtopstanden 4
Specifieke zorgplicht
14
4.1 Resultaten en effectbeoordeling 4.2 Maatregelen zorgplicht 5
Conclusies en aanbevelingen
16
5.1 Overzicht van de bevindingen 5.2 Conclusies en aanbevelingen Literatuurlijst 19 Bijlagen 20 Bijlage 1 Relevant kaartmateriaal Bijlage 2 Sfeerimpressie van het plangebied Bijlage 3 Samenvatting wettelijk Kader
3
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
1
Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. een ecologische quickscan uit aan het Malenveld 10 te Stroe in het kader van een bestemmingswijziging en herinrichting. Toetsing aan de natuurwetgeving binnen de Omgevingswet (Ow), onderdelen ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’ is noodzakelijk, omdat effecten op beschermde soorten en natuurgebieden niet op voorhand zijn uitgesloten. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Ook wordt het effect van de ingreep op nabijgelegen Natura2000 gebieden of andere natuurgebieden zoals Gelders Natuur Netwerk (GNN) beoordeeld. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep De projectlocatie betreft een agrarisch perceel aan het Malenveld 10 te Stroe (afbeelding 1.1 & 1.2). De projectlocatie is volledig omgeven door agrarisch gebied (afbeelding 1.2) en ten noordoosten van het plangebied ligt het dorpje ‘Stroe’. De projectlocatie bestaat uit een aantal schuren (afbeelding 1.1 en 1.3).
Rondom het perceel zijn vooral weilanden aanwezig en direct ten noorden van het perceel is een transportbedrijf gevestigd. Het plangebied bestaat grotendeels uit verharding en bebouwing. Ten oosten van de schuren is een bomenrij aanwezig aan de rand van het perceel. De beoordeelde ingreep bestaat uit de sloop van een aantal schuren (zie in afbeelding 1.3 de rood gearceerde bebouwing). De woning en bijbehorende bijgebouwen zullen behouden blijven (afbeelding 1.3). In de nieuwe situatie zullen 2 nieuwe bijgebouwen gerealiseerd worden (afbeelding 1.4). De huidige beplanting/bomen blijven zoveel mogelijk behouden. Een planning van de werkzaamheden is nog niet bekend op het moment van schrijven. 1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, NDFF, websites etc.), een veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. De locatie is op 13 november 2024 bezocht door B. Visser, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op (mogelijke) verblijfplaatsen van jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels, verblijfplaatsen van vleermuizen, sporen van marterachtigen en het daadwerkelijk voorkomen van beschermde soorten.
Het locatiebezoek is onder bewolkte omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 9 0C. 1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie B.V. is kandidaat-lid van en hanteert de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB), soortinventarisatieprotocollen van het NGB en/of richtlijnen kennisdocumenten van BIJ12. Toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers vindt plaats op regelmatige basis.
4
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Afbeelding 1.1: Kaart van het plangebied met de te slopen bebouwing (rode kader). Bron ondergrond: GoogleEarth, 2024.
Afbeelding 1.2: Kaart met de globale ligging van de onderzoekslocatie (rode pointer) ten opzichte van Stroe (ten noordoosten). Bron ondergrond: GoogleEarth, 2024.
5
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
renvooi bedrijfswoning te handhaven bebouwing grens bouwvlak
te slopen bebouwing onderlegger (GBKN)
7
perceelsgrens gebouw functie
1
ENV
ELD
6
1
2 1a
berging (privé)
ca. 30 m2
2
berging (privé)
ca. 95 m2
3
stal
ca. 750 m2
4
stal
ca. 690 m2
5
stal
ca. 810 m2
6
stal
ca. 1100 m2
7
bijgebouw/ woning nr. 12
-
totaal:
3.475 m2
1
MAL
5
4
oppervlakte
bedrijfswoning nr. 10 (kleine woning) A
3 grens bouwvlak grens bouwvlak
Kadastraal bekend: - Gemeente
GARDEREN
- sectie:
I
- perceel nr.:
1950, 2486, 2487, 2251, 2252
- schaal:
1 : 900
0318 744 150 | Struikweg 8, Harskamp | struikhoeve.nl | sloopmeters.nl
projectnr.
onderwerp
4252
SLOOPOVERZICHT
LANDBORG
HOLEVOETPLEIN 301
MALENVELD 10-12, STROE
POSTBUS 2
3925 ZG
SCHERPENZEEL
033 - 30 31 060
INFO@LANDBORG.NL
datum:
14 november 2024
schaal:
1 : 900
WWW.LANDBORG.NL
Afbeelding 1.3: Sloopoverzicht. Bron: 4252, overzicht slopen, Malenveld 8-10-12, Stroe, 2023.
GSPublisherVersion 0.72.100.100
renvooi grens bouwvlak
woning bijgebouw bijgebouw nieuw (indicatief)
bestaande inrit onderlegger (GBKN)
4
nieuwe haag
perceelsgrens
5
1.500,00 m2
12,90 m2
ELD
gebouw functie
grens bouwvlak
1
oppervlakte
1
woning nr. 10 (580 m3)
-
2
bijgebouw
ca. 95 m2
3
bijgebouw (nieuw)
ca. 305 m2
4
woning nr. 12
-
5
bijgebouw (nieuw)
80 m2
totaal bijgebouwen nr. 10:
400 m2
totaal bijgebouwen nr. 12:
80 m2
1.500,00 m2
ENV
35,89 m2
2
MAL
solitaire
3
boom
nieuwe haag t.b.v. dichtzetten perceel
grens bouwvlak
nieuw aan te planten bomenrij met onderbeplanting
Kadastraal bekend: - Gemeente
GARDEREN
- sectie:
I
- perceel nr.:
1950, 2486, 2487, 2251, 2252
- schaal:
1 : 900
0318 744 150 | Struikweg 8, Harskamp | struikhoeve.nl | sloopmeters.nl
projectnr.
onderwerp
4252
NIEUWE SITUATIE
LANDBORG
HOLEVOETPLEIN 301
GSPublisherVersion 0.72.100.100
POSTBUS 2
MALENVELD 10-12, STROE 3925 ZG
SCHERPENZEEL
033 - 30 31 060
INFO@LANDBORG.NL
datum:
14 november 2024
schaal:
1 : 900
WWW.LANDBORG.NL
Afbeelding 1.4: Nieuwe situatie. Bron: 4252, overzicht slopen, Malenveld 8-10-12, Stroe, 2023.
6
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
2
Soor tenbescher ming De natuurwetgeving binnen de Omgevingswet maakt onderscheidt tussen soort- en gebieds bescherming. Bij het onderdeel ‘soortenbescherming’ wordt de aanwezigheid van b eschermde soorten en de beoordeling van een mogelijk (in)directe effect door de voorgenomen activiteiten op deze soorten behandeld. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig.
2.1 Broedvogels Vogels met jaarrond beschermde rust- en nestplaatsen categorie 1 t/m 4 Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen, maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing. Daarnaast gaat het om soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode in gebruik wordt genomen. Ook andere onderdelen van de leefomgeving die van belang zijn voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd, zoals schuil- en slaapplekken van huismussen en jachtgebied van uilen en roofvogels. Deze soorten worden opgedeeld in categorieën waarbij de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) van categorie 1 t/m 4-soorten onder alle omstandigheden beschermd zijn. Huismussen Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen. Huismussen hebben een sterke voorkeur voor nestplaatsen onder een pannendak en soms komen nestjes van huismussen ook op andere plekken onder de dakbedekking of in bebouwing voor. De daken van de te slopen bebouwing is gemaakt van golfplaten. Alle te slopen bebouwing is van binnen geïnspecteerd en er kon tegen de dakbedekking aangekeken worden (afbeelding 2.4). Daarom waren de te slopen gebouwen volledig te inspecteren.
Er zijn geen nesten aangetroffen op de spanten of andere structuren in de te slopen schuren. Daarmee zijn jaarrond beschermde nesten van huismussen in de te slopen bebouwing uitgesloten. Uilen Tijdens het veldbezoek is de bebouwing gecontroleerd op de geschiktheid voor nestplaatsen van kerkuil en steenuil. Geschikte invliegopeningen en geschikte donkere nissen of hoeken die dienst kunnen doen als nestplaats zijn niet aangetroffen. De aanwezigheid van nesten van kerkuil en steenuil in de bebouwing in het plangebied is daarom uitgesloten. Roofvogels De bomen rondom het perceel zijn geïnspecteerd en er zijn geen horsten, kraaiennesten of andere mogelijk jaarrond beschermde nesten waargenomen. Aanwezigheid van nestplaatsen van uilen of roofvogels is derhalve uitgesloten. Bovendien blijven alle bomen in en in de omgeving van het plangebied behouden. Voor andere soorten met jaarrond beschermde nesten is het plangebied gezien de aard van de bebouwing en ingreep op voorhand ongeschikt. Daarom is aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten binnen de invloedssfeer van het plangebied uitgesloten. Effect: Effecten op vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 t/m 4 zijn uitgesloten. Ten aanzien van deze soorten zijn geen vervolgacties nodig.
7
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Vogels categorie 5 (nest alleen jaarrond beschermd bij ecologisch zwaarwegende redenen) Broedvogels van categorie 5 zijn soorten waarvan de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) alleen onder bepaalde omstandigheden (bij zwaarwegende feiten en ecologische omstandigheden) beschermd zijn. Deze vogels komen weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar ervoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar ze beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze soorten vragen in bepaalde gevallen extra onderzoek. Alle te slopen bebouwing is volledig geïnspecteerd en er zijn geen nesten aangetroffen. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten (van categorie 5 soorten) binnen het plangebied kan dus worden uitgesloten. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. Wel dient rekening gehouden te worden met de zorgplicht die voor alle dieren en planten geldt. Effect: In de te slopen bebouwing en directe omgeving daarvan zijn geen nesten aangetroffen. Ook zijn geen belangrijke onderdelen van de functionele leefomgeving van categorie 5-soorten aangetroffen. Negatieve effecten op categorie 5-broedvogels zijn uitgesloten. Overige broedvogels Vooral de bomen aan de randen van het perceel zijn geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels, zoals onder andere merel en houtduif.
Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten van algemene broedvogels aangetroffen in het plangebied. Nieuwe nesten kunnen in het broedseizoen voorkomen in de groenstructuren aan de randen van het perceel. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen nesten beschadigd/vernietigd of verstoord worden waardoor ouders het nest permanent verlaten. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is maar eerdere of latere broedgevallen (van met name houtduif ) kunnen voorkomen. Van de te verwachten overige broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. Laat bij werkzaamheden binnen het broedseizoen altijd een broedvogelcheck uitvoeren om verstoring van eventuele broedgevallen te voorkomen. 2.2 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar.
Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. Uit de omgeving van het plangebied zijn vanuit de NDFF waarnemingen bekend van vleermuizen in de omgeving van het plangebied (bijlage 3). Het gaat daarbij om de soorten gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger. Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten worden voornamelijk in gebouwen en holten en scheuren in bomen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte (donkere en tochtvrije), toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. Alle bomen binnen en direct nabij het plangebied blijven behouden en er zijn geen holten of andere voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen aangetroffen in de bomen.
8
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
De bebouwing in het plangebied is geïnspecteerd en daar zijn ook geen voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen aangetroffen. De te slopen gebouwen hebben een dubbelsteens muur met luchtspouw. Voor vleermuizen zijn er geen geschikte openingen aangetroffen waardoor vleermuizen in de spouw kunnen kruipen. Aan de kopse kanten van de schuren zijn namelijk langs de daken overstekken aanwezig die strak aansluiten op de muren (afbeeldingen 2.1-2.3). Aan de lange zijden zit een dakgoot strak tegen de muur bevestigd waardoor er geen openingen zijn voor vleermuizen (afbeelding 2.5). Verder zijn er geen andere kieren of openingen aangetroffen waardoor vleermuizen de spouw kunnen bereiken. Het is daarom uitgesloten dat de spouwmuur van de te slopen gebouwen gebruikt wordt als verblijfplaats voor vleermuizen. Verder is de te slopen bebouwing helemaal geïnspecteerd op andere mogelijke openingen/verblijfplaatsen maar deze bleken niet aanwezig te zijn. Daarmee is de te slopen bebouwing niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Effect: Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig in het plangebied. Overtreding van verbodsbepalingen uit de Omgevingswet betreffende verblijfplaatsen van vleermuizen is daarom uitgesloten. Nader onderzoek naar genoemde soorten is niet noodzakelijk.
Foerageergebied en vliegroutes Het perceel is matig geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, omdat er opgaande begroeiing in de tuin en bomen aan de rand van het perceel aanwezig zijn. Omdat het om een relatief klein oppervlakte gaat, is het geen essentieel foerageergebied. De bomen en beplanting zullen bovendien behouden blijven waardoor geen negatief effect is te verwachten op foerageergebied van vleermuizen. Nader onderzoek naar foerageergebied van vleermuizen is daarom niet nodig. Wel dient (tijdelijke) lichtverstoring van foerageergebied gedurende de werkzaamheden en in de toekomstige situatie voorkomen te worden. Dit kan gedaan worden door lichtuitstraling richting de bomen te voorkomen. Er zijn doorlopende lijnvormige structuren in de vorm van de bomenrij ten oosten van de bebouwing aanwezig. Deze blijft behouden en lichtverstoring van deze mogelijke vliegroute dient voorkomen te worden. Nader onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen is daarom niet nodig. Effect: Er is geen essentieel foerageergebied aanwezig in het plangebied. De bomen rondom het plangebied blijven behouden en lichtverstoring van deze bomen dient voorkomen te worden. Verder zijn er doorlopende lijnvormige structuren aanwezig die dienst kunnen doen als vliegroute voor vleermuizen. De bomen waar het om gaat blijven behouden en lichtverstoring van de bomen dient voorkomen te worden.
Nader onderzoek naar foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen is vanwege voorgaande niet nodig. 2.3 Overige zoogdieren Onder “grondgebonden zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marters. In de omgeving komen grondgebonden zoogdieren voor volgens de NDFF (bijlage 3). Marterachtigen Het plangebied is niet geschikt als vaste rust- of verblijfplaats voor steenmarter of kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Steenmarter (en kleine marterachtigen) heeft zijn verblijfplaats vaak in donkere ruimten in bebouwing of in houtstapels. De bebouwing is geïnspecteerd op geschikte plekken en sporen (krabsporen, afgebeten veren en eierschalen). Deze zijn niet aangetroffen. Er zijn daarnaast ook geen geschikte openingen waardoor marterachtigen binnen kunnen komen. Marterachtigen kunnen houtstapels ook gebruiken als verblijfplaats maar er zijn geen houtstapels aangetroffen in het plangebied. Daarmee zijn verblijf- of rustplaatsen van marterachtigen in het plangebied uitgesloten. Het plangebied is niet geschikt als leefgebied voor
9
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
marterachtigen doordat er geen ruigte of houtwal/struweel aanwezig is in het plangebied. Nader onderzoek naar marterachtigen is niet noodzakelijk vanwege voorgaande. Das Er zijn tijdens het veldbezoek geen dassenburchten, of sporen van dassen aangetroffen in het plangebied. Het plangebied betreft op voorhand geen leefgebied voor das omdat het plangebied vooral uit bebouwing en verharding bestaat, wat niet voldoet aan de habitat-eisen van een das. De aanwezigheid van das in het plangebied is daarmee uitgesloten. Eekhoorn Tijdens het veldbezoek zijn geen eekhoornnesten aangetroffen in en rondom het plangebied. De bomen rondom het perceel blijven behouden waardoor er geen effect te verwachten is op mogelijk leefgebied van eekhoorn. Vervolgonderzoek naar eekhoorn is daarom niet nodig. Geschikte verblijfplaatsen voor andere beschermde zoogdieren (zonder vrijstelling) ontbreken binnen het plangebied. Het voorkomen van soorten als konijn, haas en egel is niet geheel uit te sluiten. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt voor deze en alle andere in het wild levende dieren de algemene zorgplicht. Algemene kleine zoogdiersoorten zoals veldmuis, aardmuis, huismuis, rosse woelmuis, huisspitsmuis en bruine rat kunnen ook voorkomen in de omgeving van het onderzoeksgebied.
Voor deze soorten geldt eveneens een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Effect: Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Ook is geen sprake van effecten op essentieel leefgebied door de aard van het plangebied (vooral bebouwing en verharding) en doordat de beplanting en bomen aan de rand van het perceel behouden blijven. Daarom is nader onderzoek naar deze soortgroep niet nodig. De overige soorten die te verwachten zijn binnen het plangebied, zijn vrijgesteld of niet beschermd of er zijn geen effecten te verwachten op deze soorten. Aangaande deze soorten zal zorgvuldig handelen met inachtneming van de zorgplicht voldoende zijn. 2.4 Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën waargenomen. Vanuit de NDFF zijn waarnemingen bekend van een paar beschermde amfibieën (bijlage 3). Het gaat dan om een aantal algemeen voorkomende soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruintelijke ingrepen. Er is geen permanent oppervlaktewater aanwezig in het plangebied. Daarmee is voortplantingswater voor de genoemde soorten niet aanwezig. Wel kan het plangebied wellicht sporadisch aangedaan worden als landhabitat door algemeen voorkomende soorten.
De verharding en bebouwing zijn niet geschikt als landhabitat maar de tuin en rand van het perceel met beplanting en bomen kunnen deze functie wellicht wel vervullen. Deze tuin, beplanting en bomen blijven bestaan, waardoor mogelijk landhabitat voor algemeen voorkomende soorten behouden blijft. Effect: Amfibieënsoorten die te verwachten zijn betreffen algemeen voorkomende soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ingrepen. Bovendien blijft de tuin, beplanting en bomen (wat mogelijk dienst kan doen als landhabitat) behouden. Nader onderzoek naar deze soortgroep is daarom niet nodig. Wel is de algemene zorgplicht van toepassing.
10
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
2.5 Vissen Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissoorten in de omgeving van het plangebied (bijlage 3). Er is geen oppervlaktewater aanwezig in of nabij het plangebied. Aanwezighied van en effecten op (beschermde) vissen is daarom uitgesloten. Nader onderzoek naar deze soortgroep is niet nodig. 2.6 Vaatplanten Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten in de omgeving van het plangebied gedurende de afgelopen 5 jaar (bijlage 3). Tijdens het veldbezoek zijn ook geen beschermde planten waargenomen. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit weiland met engels raaigras. Dit is een indicatie van een zeer voedselrijke bodem. Het plangebied zelf bestaat vooral uit verharding en bebouwing. Het plangebied is dus niet geschikt om geschikt biotoop te vormen voor beschermde/bijzondere flora. Het plangebied voldoet daarom niet aan de eisen die beschermde vaatplanten aan hun leefgebied stellen. Aanwezigheid van beschermde planten is daarom uitgesloten. Effect: Binnen het plangebied zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Effecten op beschermde planten zijn uitgesloten, nader onderzoek is niet nodig.
2.7 Overige soortgroepen (reptielen en ongewervelden) Vanuit de NDFF is in de laatste 5 jaar een waarneming bekend van overige soortgroepen in de omgeving van het plangebied (bijlage 3). Het gaat daarbij om een waarneming van het reptiel levendbarende hagedis. Heide en hoogveen vormen de voorkeurshabitat van deze soort. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Dergelijk habitat is niet aanwezig in het plangebied doordat het voornamelijk uit verharding en bebouwing bestaat. Hierdoor is de aanwezigheid van levendbarende hagedis in het plangebied uitgesloten. Het plangebied voldoet verder niet aan de eisen die beschermde soorten uit overige soortgroepen stellen aan hun leefomgeving. Het voorkomen van dergelijke soorten is daarmee uitgesloten. Verder is het niet waarschijnlijk dat algemeen voorkomende soorten libellen of vlinders voorkomen binnen het plangebied. Nader onderzoek naar genoemde soortgroepen is niet noodzakelijk. 2.8 Algemeen • Ten aanzien van alle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht.
Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.
11
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
3
Gebiedsbescher ming Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van beschermde natuurgebieden en een verkennende beoordeling van een mogelijk effect door de voorgenomen activiteiten op deze gebieden behandeld. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde gebieden waaronder het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig.
3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) ligt op 1,7 kilometer ten noordoosten en op 1,9 kilometer ten noordwesten van het plangebied (afbeelding 3.1). De Groene Ontwikkelingszone (GO) ligt op ongeveer 1 kilometer ten zuidwesten van het plangebied (afbeelding 3.1). Het plangebied ligt dus niet in GNN of GO en ook niet in andere provinciaal beschermde gebieden (afbeelding 3.1). In het Gelders Natuurnetwerk is het ruimtelijke beleid gericht op behoud en ontwikkeling van kernkwaliteiten. Voorgenomen ingrepen worden getoetst aan het ‘nee, tenzij’ principe. Indien voorgenomen werkzaamheden significant negatieve gevolgen hebben voor de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen van het deelgebied kunnen deze alleen plaatsvinden indien de nadelige gevolgen worden gemitigeerd en de resterende schade gecompenseerd. Gezien voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied en de afstand tot het GNN is een negatief extern effect op kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van GNN uitgesloten. Het uitvoeren van een ‘Nee, tenzij’toets is niet aan de orde. 3.2 Natura 2000 Natura 2000-gebied ‘Veluwe’, ligt op minimaal 1,7 kilometer ten noordoosten en op 2,5 kilometer ten oosten van het plangebied (afbeelding 3.2). Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand van het plangebied.
Het plangebied heeft geen landschappelijke binding met het Natura 2000-gebied omdat er agrarische percelen tussen liggen. Gezien de voorgenomen activiteiten, toekomstige inrichting en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn directe negatieve effecten (geluid, licht, trillingen etc.) door de gewenste ontwikkelingen en het toekomstige gebruik van het plangebied op aangewezen habitattypen en soorten van nabijgelegen Natura 2000-gebieden op voorhand uitgesloten. Gezien de aard en schaal van het project is de kans op negatieve effecten door stikstof aanwezig. Geadviseerd wordt om daarom een een stikstofberekening uit te voeren in Aerius Calculator. 3.3 Beschermde houtopstanden Buiten de bebouwde kom zijn houtopstanden van meer dan 10 are of bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen beschermd door de provincie. De kap van bomen binnen zo’n structuur is niet toegestaan zonder toestemming van de provincie. Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom maar er worden geen bomen gekapt. Er is daarom op voorhand al geen sprake van aantasting van beschermde houtopstanden zoals beschreven in afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Er zijn geen vervolgacties nodig ten aanzien van beschermde houtopstanden.
12
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
1,7 km 1,9 km
1 km
Afbeelding 3.1: Dichtstbijzijnde afstand van het plangebied (rode stip) tot Gelders Natuurnetwerk (GNN) (1,7 km) en Groene ontwikkelingszone (GO) (1 km). Bron: Webkaart provincie Gelderland, 2024.
Afbeelding 3.2: Afstand van het plangebied (rode stip) tot Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. (minimaal 1,7 km). Bron: AERIUS calculator, 2024.
13
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
4
Specifieke zorgplicht
In dit hoofdstuk worden de bevindingen beschreven met betrekking tot soorten van de Rode Lijst die binnen het plangebied zijn aangetroffen of waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving. In dit hoofdstuk worden enkel de soorten beschreven die op de Rode Lijst als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld en waarvoor het plangebied een wezenlijke functie heeft. Voor soorten van de Rode Lijst waarvoor een wezenlijk negatief effect te verwachten is door toedoen van de geplande werkzaamheden, wordt beschreven op welke manier aan de specifieke zorgplicht kan worden voldaan door aanpassing van de werkwijze, het implementeren van maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of door het bieden van compenserende voorzieningen.
4.1 Resultaten en effectbeoordeling Vaatplanten Vanuit de NDFF zijn waarnemingen bekend van plantensoorten van de Rode Lijst in de omgeving van het plangebied in de afgelopen 5 jaar. Soorten van de rode lijst zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Voor Rode Lijst soorten ontbreken geschikte groeiplaatsen in het plangebied doordat het plangebied vooral bestaat uit bebouwing en verharding. Daarnaast wordt alle agrarische percelen rondom het plangebied intensief beheerd. Indien tijdens de werkzaamheden soorten van de rode lijst toch worden waargenomen, dienen deze te worden ontzien of met groeiplaats en al te worden verplant. Broedvogels Voor vogelsoorten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen geldt dezelfde effectbeoordeling als voor algemene broedvogels (zie paragrafen 2.1). Het plangebied is deels geschikt als broedlocatie voor vogels van de Rode Lijst (vooral de bomen aan de randen van het perceel). Wanneer werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen nesten worden beschadigd/vernietigd of verstoord worden waardoor broedzorg gestaakt kan worden. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten.
Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is maar eerdere of latere broedgevallen van met name houtduif kunnen voorkomen. Van de te verwachten broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. Laat bij werkzaamheden binnen het broedseizoen altijd een broedvogelcheck uitvoeren om verstoring van eventuele broedgevallen te voorkomen. Zoogdieren Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van zoogdieren van de Rode Lijst. In paragraaf 2.3 zijn de overige zoogdieren al behandeld. De aanwezigheid van niet-vrijgestelde, beschermde zoogdieren in het plangebied is uitgesloten en er zijn daarom geen maatregelen noodzakelijk ten aanzien van deze soorten. Vrijgestelde soorten kunnen wel voorkomen (vooral in de randen van het perceel). Deze randen met beplanting en bomen blijven behouden. Wel is het belangrijk om geen bouwmateriaal of materieel op te slaan/neer te zetten in deze randen. Korstmossen Korstmossen die op de Rode Lijst staan, komen voor op (oude) steen-/rotsachtige structuren of op oude (laan) bomen. Binnen het plangebied zijn dergelijke geschikte structuren niet aanwezig.
Verder betreffen de bomen in en rond het plangebied geen bekende groeilocaties van korstmossen van de Rode Lijst. Ook zijn de bomen geen typische, omvangrijke, of oude exemplaren, waardoor aanwezigheid van zeldzame korstmossen zeer onwaarschijnlijk wordt geacht. Vanwege voorgaande redenen is een negatief effect op korstmossen van de Rode Lijst door het voornemen binnen het plangebied uitgesloten.
14
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Insecten Binnen het plangebied zijn kruidenrijke bermen, (bloemrijke) akkerranden niet aanwezig. De geschiktheid van het plangebied voor insecten wordt daarmee op voorhand beperkt geacht. Voor zeldzame insecten van de Rode Lijst die in de omgeving voor kunnen komen, zoals soorten wilde bijen en kokerjuffers is het plangebied geen onderdeel van leefgebied. Er wordt daarom geen wezenlijk negatief effect verwacht op insecten van de Rode Lijst die als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld. Overige soorten Voor overige soorten van de Rode Lijst waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving (mossen, zwammen, weekdieren) heeft het plangebied geen functie of wordt geen negatief effect verwacht door toedoen van de geplande werkzaamheden. 4.2 Maatregelen zorgplicht Het merendeel van de werkzaamheden vindt plaats op bebouwing en verharding waar de kans op aantreffen van soorten van de Rode Lijst zeer gering is. Er wordt daarom geen wezenlijk negatief effect verwacht op de meeste soorten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen en die als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld. De volgende maatregelen gelden voor algemene soorten zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk: • Start werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen, zodat de kans op verstoring van broedgevallen zoveel mogelijk wordt beperkt.
Indien werkzaamheden worden gestart in het broedseizoen (grofweg tussen maart en augustus), laat dan een broedvogelcheck uitvoeren door een broedvogeldeskundige. Indien broedende vogels worden aangetroffen moeten werkzaamheden worden uitgesteld of moeten mitigerende maatregelen (bijv. een verstoringsvrije zone rondom het nest) worden getroffen om verstoring te voorkomen.
15
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
5
Conclusies en aanbevelingen Vanuit de resultaten van de onderdelen ‘soortenbescherming’, ‘gebiedsbescherming’ en ‘houtopstanden’ worden conclusies getrokken. Aan de hand van deze conclusies worden aanbevelingen gedaan. Dit kan wijziging van de plannen en/of nader(e) onderzoek(en) inhouden.
5.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming
Aanwezig
Effect
Overtreding
Nader onderzoek
Vervolgacties
Flora - beschermde soorten
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
Vogels - jaarrond beschermde nesten
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
Vogels - overige broedvogels
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Geen werkzaamheden binnen invloedssfeer bezette nesten uitvoeren. Bij start in de periode 15 maart - 15 augustus afstemming met broedvogeldeskundige om te bepalen of werkzaamheden kunnen plaatsvinden ivm mogelijke nesten.
Vleermuizen - verblijfplaatsen
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
Vleermuizen -essentieel foerageergebied
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
Vleermuizen - vliegroutes
Mogelijk
Geen
Nee
Nee
Geen
Overige zoogdieren - beschermd
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
Overige zoogdieren - vrijgesteld
Mogelijk
Geen
Nee
Nee
Zorgplicht
Amfibieën - vrijgestelde soorten
Mogelijk
Geen
Nee
Nee
Zorgplicht
Overige beschermde soorten
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
Gebiedsbescherming
Aanwezig
Effect
Vergunning nodig
Nader onderzoek
Vervolgacties
Gelders Natuurnetwerk
Nee
Nee
Nee
Nee
Geen
Natura 2000 m.u.v. stikstof
Nee
Nee
Nee
Nee
Geen
Natura 2000 - stikstof
n.v.t.
Mogelijk
Mogelijk
Ja
Voer een stikstofberekening uit
Houtopstanden
Aanwezig
Effect
Vergunning nodig
Meldingsplicht
Vergunning nodig?
Beschermde houtopstand
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
16
OW
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
5.2
Conclusies en aanbevelingen
5.2.1 Soortenbescherming Vogels - jaarrond beschermde nesten • Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied is uitgesloten. Vervolgonderzoek naar jaarrond beschermde nesten is niet nodig. Vogels - algemene broedvogels • Tijdens het broedseizoen kunnen nesten van algemene broedvogels in en rondom het plangebied verstoord, beschadigd of vernield worden. Voer werkzaamheden die kunnen leiden tot het vernielen of verstoren van nesten buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Eerdere of latere broedgevallen zijn niet uitgesloten, met name van duiven. Bezette nesten zijn altijd beschermd, ongeacht de soort of periode. Vleermuizen • Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen. De werkzaamheden leiden niet tot het overtreden van een verbodsbepaling ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen. Er is daarom geen nader onderzoek nodig naar verblijfplaatsen voor vleermuizen. • Er is sprake van doorlopende lijnvormige structuren in de vorm van de bomenrij langs de oostkant van het perceel die dienst kan doen als vliegroute voor vleermuizen. Daarnaast is mogelijk niet-essentieel geschikt foerageergebied aanwezig vanwege de bomen rondom het perceel.
Vervolgonderzoek naar vliegroutes en foerageergebied is niet noodzakelijk omdat de bomen behouden blijven en geen negatief effect te verwachten is. Wel dient vanuit de zorgplicht onnodige lichtverstoring van eventueel foerageergebied en vliegroutes voorkomen te worden. Dit kan door alleen overdag te werken en tijdens de toekomstige situatie uitstraling van eventuele bouwlampen, buitenverlichting en straatverlichting naar boven te voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik ‘batlampen’ en plaats niet meer verlichting dan nodig. Zoogdieren - gebouwbewoond en grondbewoond • Het plangebied kan worden gebruikt als leefgebied door algemeen voorkomende soorten zoals bijvoorbeeld konijn, haas, egel en muizen. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling en is geen nader onderzoek nodig. Overige soorten • Nader onderzoek naar overige beschermde soorten is niet aan de orde. Houdt wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle flora en fauna, beschermd of niet. t.a.v. zorgplicht en calamiteiten • Ten aanzien van álle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden.
• Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk tijdelijk stil en neem contact op met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.
17
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
5.2.2 Gebiedsbescherming • De locatie ligt buiten het GNN, de GO en andere provinciaal beschermde gebieden. De activiteiten zullen niet leiden tot aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van provinciaal beschermde gebieden. Een ‘nee, tenzij’-toets is daarom niet aan de orde. • De ontwikkelingen voortvloeiend uit het voornemen leiden gezien de aard van het project niet tot effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Nadere toetsing naar effecten op aangewezen doelsoorten voor Natura 2000-gebieden zijn niet aan de orde. • Gezien de aard van de ingreep en de afstand tot Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ is de kans op negatieve effecten door stikstof op Natura 2000-gebieden aanwezig. Om dit te onderzoeken dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden met behulp van Aerius Calculator om te bepalen of er sprake is van vergunningplicht ten aanzien van het aspect stikstof. 5.2.3 Houtopstanden • Er worden geen houtopstanden gekapt die onder de Omgevingswet beschermd zijn.
18
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Literatuurlijst NDFF, 2024, Verspreidingsatlas, Opgehaald van https://ndff-ecogrid.nl, geraadpleegd op 14-112024 Google Earth, 2024, Opgehaald van https://earth.google.com/web/, geraadpleegd op 14-11-2024 Webkaart provincie Gelderland, 2024, Opgehaald van https://gelderland.maps.arcgis.com/apps/ dashboards/c7b302b57c1b4ba4861cf95ca71eefa4 geraadpleegd op 14-11-2024 AERIUS-calculator, 2024, Opgehaald van https://calculator.aerius.nl/wnb/ geraadpleegd op 14-112024
19
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Bijlage 1 Relevant kaartmateriaal
Afbeelding 1.1: Kaart van het plangebied met de te slopen bebouwing (rode kader). Bron ondergrond: GoogleEarth, 2024.
Afbeelding 1.2: Kaart met de globale ligging van de onderzoekslocatie (rode pointer) ten opzichte van Stroe (ten noordoosten). Bron ondergrond: GoogleEarth, 2024.
20
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
renvooi bedrijfswoning te handhaven bebouwing grens bouwvlak
te slopen bebouwing onderlegger (GBKN)
7
perceelsgrens gebouw functie
1
ENV
ELD
6 2 1a
MAL
5
4
oppervlakte
1
bedrijfswoning nr. 10 (kleine woning)
1A
berging (privé)
ca. 30 m2
2
berging (privé)
ca. 95 m2
3
stal
ca. 750 m2
4
stal
ca. 690 m2
5
stal
ca. 810 m2
6
stal
ca. 1100 m2
7
bijgebouw/ woning nr. 12
-
totaal:
3.475 m2
3 grens bouwvlak grens bouwvlak
Kadastraal bekend: - Gemeente
GARDEREN
- sectie:
I
- perceel nr.:
1950, 2486, 2487, 2251, 2252
- schaal:
1 : 900
0318 744 150 | Struikweg 8, Harskamp | struikhoeve.nl | sloopmeters.nl
projectnr.
onderwerp
4252
SLOOPOVERZICHT
LANDBORG
HOLEVOETPLEIN 301
MALENVELD 10-12, STROE
POSTBUS 2
3925 ZG
SCHERPENZEEL
033 - 30 31 060
INFO@LANDBORG.NL
datum:
14 november 2024
schaal:
1 : 900
WWW.LANDBORG.NL
Afbeelding 1.3: Sloopoverzicht. Bron: 4252, overzicht slopen, Malenveld 8-10-12, Stroe, 2023.
GSPublisherVersion 0.72.100.100
renvooi grens bouwvlak
woning bijgebouw bijgebouw nieuw (indicatief)
bestaande inrit onderlegger (GBKN)
4
nieuwe haag
perceelsgrens
5
1.500,00 m2
12,90 m2
ELD
gebouw functie
grens bouwvlak
1
oppervlakte
1
woning nr. 10 (580 m3)
-
2
bijgebouw
ca. 95 m2
3
bijgebouw (nieuw)
ca. 305 m2
4
woning nr. 12
-
5
bijgebouw (nieuw)
80 m2
totaal bijgebouwen nr. 10:
400 m2
totaal bijgebouwen nr. 12:
80 m2
1.500,00 m2
ENV
35,89 m2
2
MAL
solitaire
3
boom
nieuwe haag t.b.v. dichtzetten perceel
grens bouwvlak
nieuw aan te planten bomenrij met onderbeplanting
Kadastraal bekend: - Gemeente
GARDEREN
- sectie:
I
- perceel nr.:
1950, 2486, 2487, 2251, 2252
- schaal:
1 : 900
0318 744 150 | Struikweg 8, Harskamp | struikhoeve.nl | sloopmeters.nl
projectnr.
onderwerp
4252
NIEUWE SITUATIE
LANDBORG
HOLEVOETPLEIN 301
GSPublisherVersion 0.72.100.100
POSTBUS 2
MALENVELD 10-12, STROE 3925 ZG
SCHERPENZEEL
033 - 30 31 060
INFO@LANDBORG.NL
datum:
14 november 2024
schaal:
1 : 900
WWW.LANDBORG.NL
Afbeelding 1.4: Nieuwe situatie. Bron: 4252, overzicht slopen, Malenveld 8-10-12, Stroe, 2023.
21
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Bijlage 2 Sfeerimpressie van het plangebied
Afbeelding 2.1: Het overstek sluit strak aan op de Afbeelding 2.2: Het overstek sluit strak aan op de muur. muur.
Afbeelding 2.3: Het overstek sluit strak aan op de Afbeelding 2.4: De binnenkant van de schuur was muur. volledig te overzien.
Afbeelding 2.5: De dakgoot sluit strak aan op de Afbeelding 2.6: De binnenkant van de schuur was muur. volledig te overzien.
22
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Bijlage 3 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door ons getoetst aan de huidige natuurwetgeving, de omgevingswet. In deze bijlage vindt u een korte samenvatting van deze wetgeving. 1. Omgevingswet in het kort De Omgevingswet (OW) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurgebieden reguleert. De wet vervangt sinds 1 januari 2024 de Wet natuurbescherming, die in 2017 werd ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Floraen Faunawet voor dier- en plantensoorten, de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen, en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn destijds samengevoegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De nieuwe omgevingswet regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 2. Zorgplicht In afdeling 1.3 van de OW wordt de algemene zorgplicht uitgewerkt. In deze zorgplicht is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden, planten, en dieren.
Artikel 1.7(a) van de OW luidt als volgt: Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: • alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, • voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, • als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. Het is verboden een activiteit te verrichten of na te laten als door het verrichten of nalaten daarvan aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan. 3. Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • • •
De Vogelrichtlijnsoorten (VR) De Habitatrichtlijnsoorten (HR) Overige soorten (genoemd in bijlage IX behorend bij artikel 11.54 van het besluit activiteiten leefomgeving)
Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden om een omgevingsvergunning of vrijstelling verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina opgenomen (tabel 1.1). De beschermde soorten uit de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn vastgesteld door de EU. Voor de soorten uit de derde categorie geldt dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid.
23
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
Tabel 1.1: Samenvatting verbodsbepalingen soortenbescherming Omgevingswet, beschreven in het besluit activiteiten leefomgeving (BAL) Paragraaf Artikel Lid Verbodsbepaling § 11.2.2.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning soorten vogelrichtlijn
§ 11.2.3.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning soorten habitatrichtlijn
§ 11.2.4.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning andere soorten
11.37
11.46
11.54
1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor:
1a
Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn;
1b
Het opzettelijk vernielen van of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels;
1c
Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of
1d
Het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a.
3
Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort.
1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten geldt voor:
1a
Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn;
1b
Het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a;
1c
Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a;
1d
Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en
1e
Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied
1
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden:
1a
Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A;
1b
Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en
1c
Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen, of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B.
Het wegnemen van nesten is toegestaan MITS het buiten het broedseizoen en niet behorend tot een soort met een jaarrond beschermd nest.
24
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024
ECOLOGISCH ADVIESBUREAU
4. Gebiedsbescherming De Omgevingswet regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden zijn opgedeeld in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnen hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden, mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets. Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat door de geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast. Daarnaast moet hieruit zijn gebleken dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies om natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen ecologische hoofdstructuur). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen.
In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het ‘nee, tenzij’-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. 5. Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringsfunctie en hadden onder de Wet natuurbescherming geen juridische status. Onder de huidige wetgeving (Omgevingswet) betekent plaatsing op de lijst niet automatisch dat de soort beschermd is; Daarvoor is opname van de soort onder de Omgevingswet nodig. De Omgevingswet voorziet echter wel in enige mate in bescherming voor soorten van de Rode Lijst, door de specifieke zorgplicht. De omgevingswet vereist van provincies dat zij de nodige maatregelen nemen voor het behoud en herstel van soorten van de Rode Lijst. Eventuele negatieve effecten op Rode Lijst soorten door toedoen van ruimtelijke ingrepen of ontwikkelingen dienen door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt en/of gecompenseerd te worden.
25
Ecologische quickscan Malenveld 10 Stroe
18 november 2024