TAM Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Valkseweg 205 Motivering Bijlage 2 Ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Titelblad ADRES: POSTCODE: PLAATS:
Valkseweg 205 3771 SE Barneveld
NAAM:
Teus Advies
ADRES:
Anthonie Fokkerstraat 61K
POSTCODE:
3772 MP
PLAATS:
Barneveld
TELEFOONNUMMER:
06-10754862
E-MAILADRES:
teus@teusadvies.nl
NAAM:
Baecx B.V.
VELDWERKER:
Mevr. A.V. (Vera) Joustra
DATUM:
14 maart 2024
PROJECTNUMMER:
240267
PROJECTLEIDER:
Dhr. J. (Jasper) Smits
PROJECTMEDEWERKER:
Mevr. A.V. (Vera) Joustra
Versiebeheer Het geldige rapport is degene met het hoogste versienummer. Eerdere versies met lager(e) versienummer(s) komen met de komst van een opvolgend versienummer te vervallen. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Versienummer
Autorisatiedatum
Wijzigingen
1
20 maart 2024
Geen; eerste uitgifte
2
11 juni 2024
-Toevoeging lokale regelgeving -Uitbreiding motivaties onderzochte soorten
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG VOOR ZAKELIJK GEBRUIK WORDEN VERVEELVOUDIGD, OP WELKE WIJZE OOK, ZONDER VOORAFGAANDE (SCHRIFTELIJKE) TOESTEMMING VAN BAECX B.V.
Inhoud Pagina Samenvatting
4
1.
Inleiding
5
2.
Verantwoording 2.1 Aanleiding 2.2 Doelstelling
5 5 5
3.
Vooronderzoek 3.1 Plangebied 3.2 Beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) 3.3 Nationale Databank Flora en Fauna
6 6 6 7
4.
Veldwerk 4.1 Veldbezoek 4.2 Waarnemingen beschermde Flora 4.3 Waarnemingen beschermde Fauna 4.4 Overige waarnemingen
9 10 10 10 14
Conclusies en aanbevelingen
Bijlagen A. Foto’s B. Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten C. Vrijstelling per provincie D. Wet- en regelgeving
16
Samenvatting In opdracht van Teus Advies is een ecologische natuurtoets uitgevoerd op de locatie Valkseweg 205 te Barneveld. De aanleiding is de voorgenomen sloop van een overkapping en een deel van een schuur. De overige bebouwing blijft staan. Deze rapportage geeft een eerste inschatting van mogelijke effecten op gebieden en op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna. Aan de hand van het vooronderzoek en het veldwerk concludeert Baecx B.V. dat in en rondom het plangebied geen beschermde flora of fauna is vastgesteld. Er is gekeken naar vogelnesten, vleermuisverblijfplaatsen -en foerageerroutes en andere beschermde soorten die mogelijk aanwezig zouden kunnen zijn, zijn aangetroffen of verblijven. Er is daarom geen ontheffing noodzakelijk. Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Deze rapportage betreft een momentopname. Het is zeer onwaarschijnlijk dat zich nadien toch beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie bevinden die niet zijn meegenomen in deze natuurtoets. Mocht het echter blijken dat er in het gebied beschermde soorten voorkomen, waarvan bij het onderzoek niet is gebleken dat ze voorkomen, dan vallen de consequenties hiervan ten laste van de opdrachtgever. Te allen tijde is de zorgplicht van toepassing. Verstorende werkzaamheden dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden.
Zodra er ook werkzaamheden buiten de reikwijdte van dit onderzoek plaatsvinden, dient een aanvullende natuurtoets uitgevoerd te worden.
1. Inleiding Initiatiefnemers zijn wettelijk verplicht om voorgaand aan het uitvoeren van een ingreep onderzoek te laten doen naar de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bovendien is het in sommige gevallen verplicht melding te doen van het kappen van houtopstanden. Daarnaast dient er mogelijk een ontheffing of vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag via de Omgevingsvergunning of rechtstreeks bij de provincie.
2. Verantwoording
In opdracht van Teus Advies is een ecologische natuurtoets uitgevoerd op de locatie Valkseweg 205 te Barneveld. De aanleiding is de voorgenomen sloop van een overkapping en een deel van een schuur. De overige bebouwing blijft staan.
Deze rapportage geeft een eerste inschatting van mogelijke effecten op gebieden en op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna. Indien (negatieve) effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten aanwezig zijn en/of de aanwezigheid hiervan niet afdoende kan worden aangetoond of uitgesloten, is nader onderzoek noodzakelijk. Het doel van de natuurtoets is het in kaart brengen van de te verwachten effecten op beschermde gebieden en soorten in de directe omgeving van het plangebied. De natuurtoets betreft geen gerichte inventarisatie van soorten. De volgende vragen dienen beantwoord te worden: • Welke beschermde natuurwaarden en flora en fauna zijn in het plangebied aanwezig of te verwachten? • Heeft de ingreep mogelijk effecten op de potentieel aanwezige natuurwaarden? Zo ja, welke effecten zijn dit? • Houden deze effecten mogelijk een overtreding van de verbodsbepalingen van de Omgevingswet in? • Welke mogelijkheden zijn er om deze negatieve effecten te minimaliseren of te voorkomen? • Is nader onderzoek noodzakelijk? • Is ontheffing of vergunning van de Omgevingswet noodzakelijk?
3. Vooronderzoek
De locatie is gesitueerd in Barneveld en gelegen op het perceel kadastraal bekend als BNV00 C 5552. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 50 m². De omgeving van het plangebied bestaat uit onderstaande punten: • Aan de noordzijde akkers; • Aan de oostzijde panden; • Aan de zuidzijde panden; • Aan de westzijde weilanden.
Afbakening plangebied
Pand 1: De schuur die gedeeltelijk wordt gesloopt, is opgetrokken uit bakstenen. Het pand bevat geen open stootvoegen of kieren. Het dak bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Pand 2: De te slopen overkapping zit tussen twee panden in. Deze bestaat uit hout en is vanaf de zuidzijde volledig open. Het wordt gebruikt als stalling van een tractor.
Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied of in een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied t.o.v. het plangebied is ‘Veluwe’. Dit Natura 2000-gebied ligt op circa 3 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied. Beschermd NNN-gebied, ‘Gelders natuurnetwerk’, ligt op circa 2,5 kilometer afstand ten noorden van het plangebied. In de bestaande situatie zijn diverse menselijke invloeden aanwezig in de zone tussen het plangebied en beschermde Natura 2000 en/of NNN gebieden. Het betreft agrarisch gebied. Als gevolg van de bestaande situatie zullen de voorgenomen werkzaamheden aannemelijk géén verdere negatieve effecten opleveren zoals geluids- en visuele verstoringen. De afstand tussen het plangebied en de beschermde gebieden is hiervoor te groot.
De werkzaamheden zullen naar verwachting geen invloed hebben op beschermde natuurgebieden. Overtreding van de Omgevingswet ten opzichte van Natura 2000 en/of NNN is niet aan de orde. Of er overtreding is van de Omgevingswet ten aanzien van Natura 2000 een NNN met betrekking tot stikstofuitstoot is niet bekend. Per november 2022 kan een AERIUS berekening onderdeel zijn van het vergunningstraject bij sloop-, bouw-, en aanlegactiviteiten. Een AERIUS berekening behoort niet tot de reikwijdte van de ecologische natuurtoets. Natura-2000 gebieden ten opzichte van het plangebied (rood aangegeven)
NNN-gebieden ten opzichte van het plangebied (rood aangegeven)
Het onderzoeksgebied valt onder meerdere regelingen volgens de Omgevingsvordering van Provincie Gelderland. De volgende regelingen zijn van belang voor deze onderzoekslocatie. Houtopstanden Als er bomen of houtopstanden worden gekapt die beschermd zijn op grond van de Omgevingswet dan dient er een kapmelding te worden gedaan en moet de houtopstand worden herplant. - De onderzoekslocatie bevat geen bomen. Er zullen geen bomen worden gekapt tijdens de voorgenomen plannen. Deze regeling is niet van toepassing voor deze onderzoekslocatie.
Met behulp van het Rapport Beschermde SoortenIndicator van BIJ12 is een lijst gemaakt van beschermde soorten die mogelijk aanwezig kunnen zijn in en rondom het plangebied. In onderstaande tabel is weergegeven welke beschermde soorten en welke functies rondom het plangebied aanwezig kunnen zijn. Tijdens het veldwerk dient beoordeeld te worden of deze soorten ook daadwerkelijk (in potentie) aanwezig zijn. Daarnaast wordt gekeken naar habitats binnen de onderzoekslocatie en de te verwachten soorten hierin. Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Soort
Beschermingsregime
Functie
Protocol
Baardvleermuis
Habitatrichtlijn
zomerverblijfplaats in gebouw kraamverblijfplaats in gebouw
mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig
Franjestaart
Habitatrichtlijn
zomerverblijfplaats in gebouw kraamverblijfplaats in gebouw
mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig
Gewone dwergvleermuis
Habitatrichtlijn
Gewone grootoorvleermuis
Habitatrichtlijn
Kleine dwergvleermuis
Habitatrichtlijn
Laatvlieger
Habitatrichtlijn
Ruige dwergvleermuis
Habitatrichtlijn
Boerenzwaluw
Vogelrichtlijn
paarverblijfplaats in gebouw winterverblijfplaats in gebouw zomerverblijfplaats in gebouw kraamverblijfplaats in gebouw massa winterverblijfplaats paarverblijfplaats in gebouw winterverblijfplaats in gebouw zomerverblijfplaats in gebouw kraamverblijfplaats in gebouw paarverblijfplaats in gebouw winterverblijfplaats in gebouw zomerverblijfplaats in gebouw kraamverblijfplaats in gebouw paarverblijfplaats in gebouw winterverblijfplaats in gebouw zomerverblijfplaats in gebouw kraamverblijfplaats in gebouw paarverblijfplaats in gebouw winterverblijfplaats in gebouw zomerverblijfplaats in gebouw nestlocatie
mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig mogelijk aanwezig
Huismus
Vogelrichtlijn
nestlocatie
mogelijk aanwezig
Steenuil
Vogelrichtlijn
nestlocatie
mogelijk aanwezig
Kauw
Vogelrichtlijn
nestlocatie
mogelijk aanwezig
Spreeuw
Vogelrichtlijn
nestlocatie
mogelijk aanwezig
Daarnaast wordt de mogelijkheid voor huismussen en kleine marterachtigen beoordeeld. De lijst is aangevuld aan de hand van de NDFF.
4. Veldwerk
Op 13 maart 2024 is het plangebied bezocht door mevr. A.V. (Vera) Joustra. Tijdens het veldbezoek is het plangebied en de directe omgeving daarvan geïnventariseerd op de aanwezigheid van ruimtelijk structuren en habitats. In algemene zin wordt bij het veldwerk gebruik gemaakt van een verrekijker, zaklamp, endoscoop en mobiel met fotocamera en NDFF-invoerportaal (Nationale Databank Flora en Fauna). De weersomstandigheden waren als volgt: 10 °C, bewolkt, geen neerslag. Opgemerkt dient te worden dat het veldbezoek een momentopname betreft. De volgende beschermde soorten die op basis van het vooronderzoek mogelijk aanwezig zouden kunnen zijn in en rondom het plangebied zijn tijdens het veldbezoek nader onderzocht en in de volgende paragrafen aanvullend beschreven.
Er zijn geen beschermde flora aangetroffen in of rond het onderzoeksgebied. Uit de dossierstudie was al gebleken dat er geen beschermde flora verwacht werd binnen het plangebied, het locatiebezoek heeft dit verder bevestigd.
Volgens de betreffende Kennisdocumenten van BIJ12, paragraaf 2.2 zijn de volgende gegevens over de leefgebieden van de onderstaande vleermuissoorten bekend. Deze soorten vleermuizen zijn in de bureaustudie naar voren gekomen als potentieel aanwezig binnen het plangebied. Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is een echte cultuurvolger en is dan ook veel in de bebouwde omgeving te vinden. De verblijfplaatsen bevinden zich in de regel in of om gebouwen. In de verschillende perioden en in de loop van de seizoenen gebruiken ze een netwerk aan verschillende verblijfplaatsen, vliegroutes en jachtgebieden. Gewone grootoorvleermuis De gewone grootoorvleermuis is een nachtactieve vleermuis. ‘s Winters trekken ze zich terug in kelders, groeven, grotten, bunkers en bij uitzondering in holle bomen. In de verblijfplaats bevinden ze zich in spleten geklemd, tussen bodempuin en ook diep in nauwe pijpen. Soms hangen ze vrij aan muren en plafonds. De winterslaap start vanaf oktober/november en eindigt eind maart/begin april. Tijdens de winterslaapperiode wordt de winterverblijfplaats regelmatig verlaten. Gewone grootoorvleermuizen bevinden zich overdag en in de winterperiode dikwijls nabij de ingang van het verblijf in spleten of vrijhangend. In het actieve seizoen zijn ze ook wel in boomholten te vinden.
Rosse vleermuis Rosse vleermuizen zijn vaak voor zonsondergang actief en ze kunnen foeragerend worden waargenomen tussen zwaluwen. Rosse vleermuizen overwinteren in bomen, die staan op klimaatgunstige plekken zoals in rivier- en beekdalen. Soms overwinteren ze ook in spleten in muren van gebouwen en in lift- en luchtschachten van hoge gebouwen. De rosse vleermuis gaat laat in winterslaap, pas als er strenge vorst op komst is zoeken de rosse vleermuizen hun definitieve winterverblijfplaats op. Ruige dwergvleermuis De ruige dwergvleermuis is een uitgesproken trekker. Ruige dwergvleermuizen overwinteren in boomholten, achter boomschors, in stapels brandhout, houtloodsen, spouwmuren en achter stootvoegen van gebouwen. Meestal vind je ze daar alleen maar soms ook in kleine groepjes. Ze slapen niet vast, waardoor ze tijdens relatief warme perioden in de winter nog wel eens actiever worden. Na inval van strenge vorst kunnen ze verhuizen van bijvoorbeeld een houtstapel naar een gebouw. Watervleermuis De watervleermuis is een typische myotis-soort soort (geslacht van vleermuizen uit de familie der gladneuzen). Hij is lichtschuw bij de verblijfplaats en vliegt in het algemeen laat in de nacht. Watervleermuizen verblijven in het actieve seizoen overdag hoofdzakelijk in holten in bomen, vaak beuk of eik.
De holten zijn meestal spechtengaten, natuurlijke holten of spleten in de stam die zich op een hoogte tussen 1 en 15 meter bevinden. In gebieden met weinig bos verblijven ze soms in bunkers, forten, overkluizingen en dergelijke (gelet op de combinatie met het foerageergebied). Ook zijn ze wel eens onder bruggen aangetroffen. Van de Baardvleermuis, Franjestaart, Kleine dwergvleermuis en Laatvlieger zijn er geen betreffende Kennisdocumenten van BIJ12. Wel zijn er gegevens bekend bij de Zoogdierenvereniging. Baardvleermuis Baardvleermuizen worden aantroffen in bossen, aan bosranden en in kleinschalige gesloten landschappen. Ze jagen vooral in open ruimtes, zoals boven paden, beken, open plekken en langs houtwallen. Ook jaagt een baardvleermuis in naaldbossen. De baardvleermuis gebruikt in de zomer bomen, nest- of vleermuiskasten, zolders of de ruimte achter gevelbetimmeringen en vensterluiken van gebouwen als verblijfplaats. Als winterverblijf worden vooral ondergrondse ruimten gebruikt zoals mergelgroeven, bunkers, forten, vestingwerken, oude steenfabrieken, ijskelders en (kasteel)kelders. De winterslaap duurt van oktober tot maart of april. Franjestaart Franjestaarten jagen in bosrijke gebieden met waterpartijen of waterrijke gedeelten, in een besloten omgeving zoals in en tussen de boomkronen en tussen de takken van grote struiken.
Franjestaarten jagen ook boven open water, geroeide oevers en kleinschalige weilanden of akkers en in open veestallen. Als winterverblijfplaats gebruiken franjestaarten vooral ondergrondse ruimten zoals groeven, forten, ijskelders en bunkers. Ze kruipen meestal diep weg in scheuren en kieren.
Kleine dwergvleermuis De kleine dwergvleermuis komt voor in rivierdalen en moerasgebieden in combinatie met bomenrijke gebieden zoals bosranden, laanvormen, parken en tuinen. Het jachtgedrag en dieet komt sterk overeen met de gewone dwergvleermuis. Zomerverblijfplaatsen worden meestal gevonden in spleetvormige ruimten in gebouwen, zoals de spouw, in daklagen, achter gevelbetimmering of in bomen en vleermuiskasten. In de winter worden ze aangetroffen in spleetvormige ruimten in bovengrondse gebouwen en in bomen, vaak op weinig beschutte plekken. Laatvlieger De laatvlieger jaagt boven open tot halfopen landschap, vooral in de beschutting van opgaande elementen zoals bosranden, heggen en lanen. Hij vliegt op enige afstand van de vegetatie boven (vochtige) graslanden en weilanden, langs kanalen en vaarten, in tuinen en in parken met vijvers. In dorpen en aan de rand van steden kan je de laatvlieger in de schemering rond lantaarnpalen, in tuinen en in parken zien jagen. Soms zie je ze in groepjes. Ze verblijven in spouwmuren, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen of onder het lood rondom de schoorsteen, soms op zolders. In vleermuiskasten worden laatvliegers zelden aangetroffen. Conclusie vleermuizen Binnen het plangebied zijn geen vleermuissoorten waargenomen. Dit is onderzocht door met een zaklamp in mogelijke verblijfplaatsen (zoals kieren en scheuren) te kijken.
Op de locatie zijn geen veegsporen, ontlasting of afgebeten vleugels van vlinders aangetroffen. Er zijn geen geschikte potentiële verblijfsplaatsen, vliegroutes of fourageergebieden te verwachten wegens het ontbreken van essentiële structuren in combinatie met geschikte verblijfsplaatsen. Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfsruimtes vastgesteld die voor vleermuizen toegankelijk zijn en beschikken over een temperatuur-constante verblijfsruimte. De wel toegankelijke ruimtes bieden onvoldoende beschutting en bescherming om te kunnen dienen als structurele geschikte verblijfsplaats voor deze soorten vleermuizen.
Volgens het Kennisdocument Huismuis van BIJ12 heeft de huismus een sterke binding met mensen en komt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, in en bij boerderijen, maneges, kinderboerderijen en andere vormen van bebouwing in het landelijk gebied. Op plekken waar menselijke bebouwing wordt afgewisseld met groenvoorzieningen zijn meer huismussen dan op plekken waar geen groen aanwezig is. Hierbij valt te denken aan ruim opgezette wijken met parkjes en tuinen en in dorpen met veel groen en met landbouwgronden in de nabijheid. Er zijn geen huismussen of sporen van huismussen aangetroffen. Ook zijn geen roepende paren gehoord. Daarnaast bevinden zich achter de regenpijpen, in de schuur of daknok ook geen huismusnesten.
De steenuil is een vogel die gebruikelijk leeft op erven van burgerwoningen, bij boerderijen in het agrarische cultuurlandschap en aan dorpsranden. Het ideale leefgebied van de steenuil voorziet het hele jaar in voldoende voedsel, in een geschikte nestplek en in voldoende veiligheid. Dit betekent: • een open tot halfopen landschap met een afwisselend korte en verruigde vegetatie • erven met bebouwing, beplanting, tuinen, moestuinen en weilanden met (hobby)vee • voldoende nestplaatsen in boomholten, nestkasten of nauwe ruimten in gebouwen, bijvoorbeeld tussen de dakbedekking en het beschot • een gevarieerd aanbod van prooien zoals muizen, regenwormen en insecten • voldoende zit- en uitkijkposten om te foerageren en rusten • geen verstoring en versnippering door grote wegen • geen gebruik van insecticiden of andere pesticiden in het territorium of in de directe omgeving Op de locatie zijn geen bomen aanwezig met holtes die geschikt zijn voor steenuilen. Ook bevatten de panden geen torens of hoger gelegen gebieden die een geschikt verblijf kunnen bieden voor steenuilen. Er zijn geen verblijfs- of nestplaatsen van steenuilen of (sporen van) steenuilen aangetroffen in of rond de onderzoekslocatie. De omgeving is wel geschikt voor steenuilen. Dit zal niet worden aangetast door de voorgenomen werkzaamheden.
Volgens de vogelbescherming leeft deze intelligente soort in groepen. Kauwen broeden ongeveer van april tot in juni. Het nest wordt gemaakt in holten van bomen, oude nesten en zwarte spechten, bosuilennestkasten maar ook gaten in muren, onder dakpannen en in schoorstenen. Soms broeden ze zelfs in konijnenholen. Broedt (schaars) in bossen met grote holen, in open duinen op de Waddeneilanden, maar vooral in bebouwde omgeving. Verder zijn ze te vinden in het kleinschalig cultuurlandschap, op akkers en kleinschalige weiden en in kleinere bossen. De Omgevingswet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van de kauw. Er zijn geen nesten of verblijfplaatsen van kauwen of kauwen aangetroffen in of rond de onderzoekslocatie. De aanwezigheid van een actief nest van een kauw wordt door het veldbezoek uitgesloten.
Volgens de vogelbescherming nestelt de boerenzwaluw zich bij voorkeur in boerenschuren, loodsen en dergelijke waar ze in en uit kunnen vliegen. Van ongeveer april tot oktober verblijven zij in Nederland. De boerenzwaluw staat op de rode lijst van Nederlandse broedvogels. Rode lijsten hebben geen officiële juridische status, maar hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Voor deze soorten geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld door hun leefgebied te verbeteren.
De overkapping is wel geschikt voor boerenzwaluwen, hier is in het bijzonder gekeken naar nesten. Er zijn geen boerenzwaluwen of nesten van boerenzwaluwen aangetroffen. De overige bebouwing op het terrein blijft staan en biedt tevens een zeer geschikt habitat voor boerenzwaluwen. Het slopen van de overkapping heeft derhalve geen gevolgen voor de soort in het onderzoeksgebied.
Spreeuwen nestelen in natuurlijke holtes in bomen, in nestkasten maar ook in gebouwen. Ze tasten de bodem van weilanden en grasvelden af op zoek naar insectenlarven, zoals van de langpootmug (emelten). Door de snelle achteruitgang van het aantal spreeuwen in Nederland staat deze soort op de Oranje lijst. Nestelende spreeuwen zijn beschermd en de nesten mogen niet vernield, verwijderd of verstoord worden. Er zijn geen spreeuwen, sporen van spreeuwen en/of verblijfplaatsen vastgesteld tijdens het veldbezoek. De aanwezigheid van een actief nest van een spreeuw wordt door het veldbezoek uitgesloten.
Tijdens het veldbezoek is de informatie uit het vooronderzoek beoordeeld en verwerkt. Hiernaast is ook beoordeeld of er overige relevante beschermde soorten aanwezig of mogelijk aanwezig zijn binnen het plangebied. Hieronder wordt per categorie beschreven wat de bevindingen zijn. Flora Het betreft een boerenterrein met akkers en weilanden. Er zijn veelvoorkomende soorten op het terrein aanwezig, zoals Engels raaigras, een buxushaag, paardenbloemen en madeliefjes. Het aanwezige groen op het terrein zal niet worden aangetast met de voorgenomen werkzaamheden. Vogels Er zijn geen (jaarrond) onderzoeksgebied.
beschermde
vogelnesten
aangetroffen
in
of
rond
het
Insecten Er zijn geen beschermde insectensoorten aangetroffen in of rond het onderzoeksgebied. Ook zijn er geen beschermde soorten rond deze onderzoekslocatie bekend op Waarnemingen.nl. Amfibieën/reptielen/vissen Er zijn geen beschermde amfibieën, reptielen of vissen aangetroffen in of rond het onderzoeksgebied. Bovendien is er geen jaarrond oppervlaktewater aanwezig op of rond het terrein. De aanwezigheid van beschermde amfibieën reptielen en/of vissen worden op basis van de bureaustudie en de afwezigheid van geschikt habitat in de vorm van rustplaatsen, verblijfsplaatsen en schuilplaatsen door ons uitgesloten.
Grondgebonden zoogdieren
Boom- en steenmarter Standaard wordt er door Baecx B.V. gekeken naar boom- en steenmarters tijdens een natuurtoets. Volgens de Zoogdierenvereniging bijten marters de veren van een vogel af. Boommarters leven doorgaans in het bos en steenmarters in de buurt van bebouwing. Een marter in een bos is echter niet per definitie een boommarter en een marter bij bebouwing niet altijd een steenmarter. Afgebeten veren op of onder een dikke boomtak, vaak met uitwerpselen in de omgeving, kunnen de vraatsporen van een boom- of steenmarter zijn. Vraatsporen kunnen zijn: leeggegeten eieren, geheel of gedeeltelijk leeggegeten huiden van kleine zoogdieren, afgebeten veren of afgebeten koppen van kleine zoogdieren zoals konijnen en egels. De boom- of steenmarter begraaft wel eens eieren (ook grotere als van kip en eend) in zand of mos. De kans om een boom- of steenmarter waar te nemen is klein. Met name omdat de trefkans met een dier met een groot territorium klein is. Boommarters met jongen zijn in het late voorjaar en zomer vaak overdag actief. In de periode worden regelmatig jagende vrouwtjes of bij de nestplaats spelende jongen waargenomen. De rest van het jaar zijn boommarters vooral ’s nachts actief. Steenmarters zijn vooral in de nacht actief. Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor boommarters. Er zijn onvoldoende bomen en struiken in de buurt aanwezig.
Ook zijn geen sporen van boommarters aangetroffen tijdens het veldwerk. De aanwezigheid van deze soort wordt daarom uitgesloten. Het onderzoeksgebied is wel geschikt voor steenmarters. Er is daarom met extra aandacht gekeken naar de aanwezigheid van steenmarters. Er zijn geen waarnemingen van boom- of steenmarters gedaan of sporen aangetroffen, en er zijn geen (actieve) verblijfsplaatsen vastgesteld. De aanwezigheid van deze soort wordt daarom uitgesloten. Buiten het plangebied De bufferzone buiten de onderzoekslocatie waarin wordt gekeken naar eventuele effecten voor de onderzoekslocatie of de directe omgeving ligt aan de nabije omgeving en de te verwachte soorten (reikwijdte). Aan de hand hiervan is bepaald dat de bufferzone rond deze onderzoekslocatie ongeveer 10 meter zal zijn. Hierbinnen vallen delen van omliggende weilanden en de openbare. Het betreft een boerenerf met weilanden en akkers eromheen. De omgeving is geschikt voor soorten zoals de steenmarter, boerenzwaluw en steenuil. Hier is daarom met extra aandacht naar gekeken. Er zijn geen sporen aangetroffen van deze soorten. Ook is er geen permanente oppervlaktewater aanwezig rond de onderzoekslocatie. De sloop zal bovendien geen veranderingen aanbrengen in het landschap aangezien het slechts gaat om delen van panden.
Conclusies en aanbevelingen Aan de hand van het vooronderzoek en het veldwerk concludeert en adviseert Baecx B.V. het volgende:
Er zijn geen beschermde flora aangetroffen in of rond het onderzoeksgebied. Er zal geen groen worden weggehaald tijdens de werkzaamheden.
Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen gedaan van vleermuizen of potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen. Volgens de betreffende Kennisdocumenten van BIJ12, paragraaf 2.2, kan (samengevat) van nader onderzoek afgezien worden als op basis van de best beschikbare verspreidingsgegevens of de natuurtoets duidelijk is dat de aanwezigheid van een soort niet te verwachten valt of als de ingreep zodanig beperkt is dat er geen overtreding van een verbodsbepaling is te verwachten.
Binnen het plangebied zijn er geen nesten, individuele huismussen en/of roepende paartjes van de huismus waargenomen. De aanwezigheid van deze soort wordt door ons op basis hiervan uitgesloten.
Volgens het Kennisdocument Steenuil van BIJ12, paragraaf 2.2, kan van nader onderzoek afgezien worden als op basis van de best beschikbare verspreidingsgegevens duidelijk is dat aanwezigheid van een soort niet te verwachten of als de ingreep zodanig beperkt is dat er geen overtreding van een verbodsbepaling is te verwachten. Binnen het plangebied zijn geen steenuilen of sporen van steenuilen, zoals braakballen, waargenomen.
Er zijn geen nesten of verblijfplaatsen van kauwen of kauwen aangetroffen in of rond de onderzoekslocatie.
Er zijn geen boerenzwaluwen of nesten van boerenzwaluwen aangetroffen.
Binnen het plangebied zijn er geen nesten of individuele spreeuwen waargenomen. Ook zijn er geen nest- en/of verblijfsplaatsen vastgesteld.
Boom- en steenmarter Binnen het plangebied zijn geen sporen aangetroffen van boom- of steenmarters of verblijfplaatsen. Het plangebied is wel potentieel geschikt als habitat voor boom- of steenmarters. Deze situatie blijft gehandhaafd na uitvoering van de werkzaamheden.
Overig Deze rapportage betreft een momentopname. Het is zeer onwaarschijnlijk dat zich nadien toch beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie bevinden die niet zijn meegenomen in deze natuurtoets. Mocht het echter blijken dat er in het gebied beschermde soorten voorkomen, waarvan bij het onderzoek niet is gebleken dat ze voorkomen, dan vallen de consequenties hiervan ten laste van de opdrachtgever. Bij het toepassen van Natuurinclusief ontwerp in de nieuwbouw en de inrichting van het terrein kan dat mogelijk een versterkend effect genereren op de lokale Flora en Fauna. Te allen tijde is de zorgplicht van toepassing. Verstorende werkzaamheden dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden. Zodra er ook werkzaamheden buiten de reikwijdte van dit onderzoek plaatsvinden, dient een aanvullende natuurtoets uitgevoerd te worden.
Bijlage C Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Soort Steenuil Athene noctua Gierzwaluw Apus apus Huismus Passer domesticus Roek Corvus frugilegus Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea Kerkuil Tyto alba Oehoe Bubo bubo Ooievaar Ciconia ciconia Slechtvalk Falco peregrinus Boomvalk Falco subbuteo Buizerd Buteo buteo Havik Accipiter gentilis Ransuil Asio otus Sperwer Accipiter nisus Wespendief Pernis apivorus Zwarte wouw Milvus migrans Blauwe reiger Ardea cinerea Boerenzwaluw Hirundo rustica Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Boomklever Sitta europaea Boomkruiper Certhia brachydactyla Bosuil Strix aluco Brilduiker Bucephala clangula Draaihals Jynx torquilla Eidereend Somateria mollissima Ekster Pica pica Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Glanskop Parus palustris Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata Groene specht Picus viridis Grote bonte specht Dendrocopos major Hop Upupa epops Huiszwaluw Delichon urbicum IJsvogel Alcedo atthis Kleine bonte specht Dendrocopos minor Kleine vliegenvanger Ficedula parva Koolmees Parus major Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla Oeverzwaluw Riparia riparia Pimpelmees Parus caeruleus Raaf Corvus corax Ruigpootuil Aegolius funereus Spreeuw Sturnus vulgaris Tapuit Oenanthe oenanthe Torenvalk Falco tinnunculus Zeearend Haliaeetus albicilla Zwarte kraai Corvus corone Zwarte mees Periparus ater Zwarte roodstaart
Phoenicurus ochruros Zwarte specht Dryocopus martius
Categorie 1
Uitleg categorie Nesten die buiten het broedseizoen ook als vaste rust- en verblijfplaats dienen
2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Nesten van koloniebroeders die op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing Nesten van vogels die ieder jaar op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn bebouwing
Vogels die ieder jaar gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen
Nesten zijn alleen beschermd in het broedseizoen, wel is een inventarisatie gewenst
Vrijstelling per provincie Friesland • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Bunzing Mustela putorius • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Hermelijn Mustela erminea • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana • • • • • • • •
ridibunda) Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Steenmarter Martes foina Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris
Groningen • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana
ridibunda)
• • • • • • • •
Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris
Noord-Holland • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana
ridibunda)
• • • • • • • •
Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wild zwijn Sus scrofa Woelrat Arvicola terrestris
Zuid-Holland • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Bunzing Mustela putorius • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Hermelijn Mustela erminea • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana • • • • • •
ridibunda) Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris
Drenthe • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Bunzing Mustela putorius • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Hermelijn Mustela erminea • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana
ridibunda)
• • • • • • • •
Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris
Overijssel • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana • • • • • •
ridibunda) Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris
Gelderland • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus
• • • • • • •
Gewone bosspitsmuis Sorex araneus Gewone pad Bufo bufo Haas Lepus europeus Huisspitsmuis Crocidura russula Kleine watersalamander Triturus vulgaris Konijn Oryctolagus cuniculus Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana
ridibunda) • • • • • • •
Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris
Flevoland • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana
ridibunda)
• • • • • • •
Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris
Utrecht • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana
ridibunda)
• •
Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus
• • • • •
Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris
Zeeland • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana
ridibunda)
• • • • • • •
Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris
Noord-Brabant • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus
•
Meerkikker
ridibunda) • • • • • • •
Pelophylax
ridibundus
(Rana
Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris
Limburg • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Bunzing Mustela putorius • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Hermelijn Mustela erminea • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana
ridibunda)
• • • • • • • • • • • •
Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Steenmarter Martes foina (15 augustus t/m februari) Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris Hazelworm Anguis fragilis (juli t/m september) Levendbarende hagedis Zootoca vivipara (15 augustus t/m 15 oktober) Eekhoorn Sciurus vulgaris (maart t/m april en juli t/m november)
Toelichting vrijstelling De vrijstelling geldt in voor de soorten hierboven genoemd, mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met: a. De uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting; b. De uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. De uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. Bestendig gebruik.
Bron: Habitus
Bijlage E Wet- en regelgeving OMGEVINGSWET Vanaf 1 januari 2024 is in Nederland de Wet Natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet. Hieronder staan de belangrijkste onderdelen voor dit rapport van deze wet uitgewerkt. Bescherming habitats en soorten Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn lidstaten verplicht speciale beschermingszones (Natura 2000-gebieden) aan te wijzen (artikel 2.11, lid 2). Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudings-doelstellingen t.a.v.: • Leefgebieden voor vogelsoorten (Vogelrichtlijn) • Natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten (Habitatrichtlijn) • Bescherming andere soorten Bescherming habitats en soorten. Afdeling 3.7, artikel 3.57 1. Het provinciebestuur draagt zorg voor het treffen van de maatregelen die nodig zijn voor: a. de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen en leefgebieden in voldoende gevarieerdheid voor alle in Nederland van nature in het wild levende vogelsoorten en in het bijzonder de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en de niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten; b.
het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de van nature in Nederland in het wild voorkomende dier- en plantensoorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn, van de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, genoemd in bijlage I bij de habitatrichtlijn, en van de in Nederland voorkomende habitats van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; en c. het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende van nature in Nederland in het wild voorkomende dier- en plantensoorten, genoemd in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vijfde lid, onder a, onder 3°, van de wet. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn zodanig afgestemd op de maatregelen van de provinciebesturen van de andere provincies, dat tezamen met die maatregelen de doelstellingen voor geheel Nederland kunnen worden bereikt.
De activiteit kan alleen uitgevoerd worden als het Bevoegd Gezag een vergunning verleend. Voor werkzaamheden die uitgevoerd worden in nationaal belang is de minister van Economische Zaken Bevoegd Gezag. Soortbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen drie beschermingsregimes: • Vogelrichtlijnsoorten • Habitatrichtlijnsoorten • Andere soorten (nationale soorten)
Per beschermingsregime zijn aparte beoordelingsregels opgesteld, zie onderstaande tekstvak. Deze beoordelingsregels gelden overal in Nederland en kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen en/of het herzien/opstellen van bestemmingsplannen. Deze activiteiten dienen getoetst te worden aan de Omgevingswet. De toetsing omvat: • Inventarisatie van het (mogelijk) voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en de directe omgeving daarvan, • Inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten t.g.v. de activiteit op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of de directe omgeving daarvan aanwezig zijn, • Indien nodig, een opname van maatregelen die de (significant) negatieve effecten op de beschermde soorten en diens habitatten mitigeren en/of compenseren. Beoordelingsregels flora- en fauna-activiteiten: soorten vogelrichtlijn. Afdeling 8.6 Artikel 8.74j: 1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, 11.38, eerste lid, 11.39, eerste lid, of 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. er geen andere bevredigende oplossing dan het verrichten van de activiteit bestaat; b. de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2°.
in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3°. voor het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4°. ter bescherming van flora en fauna; 5°. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of 6°. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; en c. de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van deze soort. 2. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving tot beperking van de omvang van een populatie van vogels, worden bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, alleen de belangen, bedoeld in dat onderdeel, onder 1° tot en met 4°, in aanmerking genomen. 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid wordt alleen verleend aan een faunabeheereenheid, tenzij de noodzaak ontbreekt voor het verrichten van de activiteit door tussenkomst van een faunabeheereenheid. In dat geval kan de omgevingsvergunning ook worden verleend aan een wildbeheereenheid of aan anderen. 4.
Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.40, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving die betrekking heeft op het gebruik van motorboten op open zee wordt alleen verleend als is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in bijlage IV, onder b, tweede gedachtestreepje, tweede zin, bij de vogelrichtlijn.
Beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: soorten habitatrichtlijn. Afdeling 8.6 Artikel 8.74k: 1. Voor zover een aanvraag een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en faunaactiviteit als bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, 11.47, eerste lid, of 11.48, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. er geen andere bevredigende oplossing voor het verrichten van de activiteit bestaat; b. de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°. voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4°. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of 5°.
om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; en c. de activiteit geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. 2. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en faunaactiviteit als bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving tot beperking van de omvang van een populatie van dieren van soorten als bedoeld in dat lid, worden bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, alleen de belangen, bedoeld in dat onderdeel onder 1°, 2° en 3°, in aanmerking genomen. 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid wordt alleen verleend aan een faunabeheereenheid, tenzij de noodzaak ontbreekt voor het verrichten van de activiteiten door tussenkomst van een faunabeheereenheid. In dat geval kan de omgevingsvergunning ook worden verleend aan een wildbeheereenheid of aan anderen.
Beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: andere soorten. Afdeling 8.6 Artikel 8.74I: 1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en faunaactiviteit als bedoeld in artikel 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. er geen andere bevredigende oplossing bestaat; b. de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°. voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4°. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of 5°.
om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; 6°. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; 7°. voor het voorkomen van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; 8°. voor het beperken van de omvang van de populatie van in het wild levende dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; 9°. voor het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; 10°. in het kader van een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; 11°. in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; 12°.
in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; of 13°. in het algemeen belang; en c. de activiteit geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. 2. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en faunaactiviteit als bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving tot beperking van de omvang van een populatie van dieren van soorten als bedoeld in dat lid, worden bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, alleen de belangen, genoemd in dat onderdeel onder 1°, 2°, 3°, 7°, 9° en 13°, in aanmerking genomen. 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid wordt alleen verleend aan een faunabeheereenheid, tenzij de noodzaak ontbreekt voor het verrichten van de activiteiten door tussenkomst van een faunabeheereenheid. In dat geval kan de omgevingsvergunning ook worden verleend aan een wildbeheereenheid of aan anderen.
Ontheffing en vrijstellingen Wanneer ten minste 1 verbodsbepaling uit bovenstaande artikelen overtreden wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij het Bevoegd Gezag waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing geeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Deze kunnen verkregen worden wanneer er: • Geen andere bevredigende oplossing bestaat, • Geen negatief effect is op de staat van intandhouding van de soort,
•
Er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen
Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “Dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing zijn een activiteitenplan en/of een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de natuurtoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd dienen te worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Voor de soorten uit beschermingsregime “Andere soorten” geldt een vrijstelling van de beoordelingsregels uit artikel 8.74, mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor overtreding van één of meerdere beoordelingsregels uit artikel 8.74 van de Omgevingswet.
Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. Zorg voor de fysieke leefomgeving (Afdeling 1.3) Een ieder draagt voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving. Dit houdt in dat (mogelijke) nadelige gevolgen voor onder andere flora en fauna, voor zover mogelijk, zoveel mogelijk vermeden dienen te worden. De Zorgplicht dient hiermee als vangnet voor de onbeschermde soorten in Nederland. Activiteit met nadelige gevolgen. Afdeling 1.3 Artikel 1.7 Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. Verbod activiteit met aanzienlijke nadelige gevolgen. Afdeling 1.3 Artikel 1.7a 1.
Het is verboden een activiteit te verrichten of na te laten als door het verrichten of nalaten daarvan aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan. 2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de toepassing van het eerste lid uitgewerkt of begrensd. De uitwerking of begrenzing strekt in ieder geval ter uitvoering van de richtlijn milieustrafrecht en heeft betrekking op: a. de omvang van de nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving, b. de gevallen waarin het eerste lid van toepassing is.
Stroomschema Omgevingswet Flora en Fauna VOORKOM VERTRAGING, vraag op tijd een ecologisch onderzoek aan! Voorafgaand aan het uitvoeren van een ruimtelijke ingreep is een ecologisch onderzoek wettelijk verplicht! 1 Natuurtoets duurt 2 à 4 weken, periode jaarrond
Kunnen er (in potentie) beschermde soorten aanwezig zijn en zijn negatieve effecten op deze soorten niet uit te sluiten?
Geen ontheffing nodig. Geplande ingreep kan uitgevoerd worden. Soms zijn aanpassingen aan het plan noodzakelijk. De zorgplicht is altijd van toepassing.
NEE
JA 2 Nader onderzoek (soort) duurt 1 tot 12 mnd (afhankelijk van de soort), periode: april-oktober
Zijn beschermde soorten daadwerkelijk aanwezig?
Er is geen ontheffing nodig. Geplande ingreep kan uitgevoerd worden. De zorgplicht is altijd van toepassing.
NEE JA 3 Advies opstellen: mitigatie- en/of compensatie
duurt 4-8 weken, maatregelen soms tot 1 jaar nodig
Blijven negatieve effecten aanwezig?
NEE
De opdrachtgever dient maatregelen te treffen om negatieve effecten te vermijden. Wijzigingen in het plan zijn noodzakelijk. Soms ook ecologische begeleiding noodzakelijk. De zorgplicht is altijd van toepassing.
JA 4 Ontheffing aanvragen
duurt ca 3 maanden (is afhankelijk van Bevoegd Gezag)
In sommige gevallen geeft het Bevoegd Gezag (Provincie) een ontheffing af. Is ecologische begeleiding nodig?
Wanneer een ontheffing verleend wordt, kunnen de geplande werkzaamheden in uitvoering.
NEE
JA 5 Ecologische begeleiding Maatwerk
De werkzaamheden worden onder begeleiding van een ecoloog uitgevoerd.
In de praktijk: Verbouwen/renovatie/sloop: • Kappen van groen/bomen: • Meer info?
BAECX BV
Broedvogels, vleermuizen, overige zoogdieren, vegetatie op muren Broedvogels, vleermuizen, overige zoogdieren, insecten, vegetatie
•
de Spil 31 C Kootwijkerbroek
•
info@baecx.nl
•
0342-430110
Snel en deskundig advies voor jou
Wij helpen snel en doelgericht, zodat jij verder kunt met je toekomstplannen
Zonder onnodige aanbevelingen en kostenposten
Bodem Wij zijn in het bezit van de procescertificaten BRL SIKB 1000 en BRL SIKB 2000. Dit betekent dat we gecertificeerd zijn om verkennend en/of nader bodemonderzoek, asbest in grond onderzoek en partijkeuringen uit te voeren.
Asbest Wij zijn in het bezit van een procescertificaat Asbestinventarisatie, op basis van het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering. Dit betekent dat we gecertificeerd zijn om alle vormen van asbestinventarisatie uit te voeren.
Ecologie Wij voldoen aan de deskundigheidseisen zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland die stelt met betrekking tot ecologische deskundigheid. Dit betekent dat we niet alleen ecologische quickscans uit mogen voeren, maar ook vervolgonderzoeken.