CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58_Motivering_Bijlage 2 H22g Voortoets Stikstof

Gemeenteraad 22 april 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Wijziging TAM omgevingsplan Hoofdstuk 22g Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 Barneveld3.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo stikstofdepositie planwijziging Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 te Barneveld

Opdrachtgever

De Bunte Vastgoed Oost bv

Contactpersoon

Frits Bos advies@oramba.nl

Uitvoering

Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur Projectnummer 2024-084 Versie Aug.24-v1 Behandeld door Lex Groenewold Datum 12 augustus 2024

Dokter Hol tropstraat 97 • 385113 JH • Ermelo• Tel.: 06-533 616 75 Website: www.groenewoldmilieu.nl • e-mail: info@groenewoldmilieu.nl KvK: 08178662 • BTW: NL001508693B90 • Bank: NL26 INGB 0673 0025 27

Inhoudsopgave 1. 2. 3.

Aanleiding en doel ................................................................................................... 3 Beschrijving situatie ................................................................................................. 3 Gebiedsbescherming ............................................................................................... 4 3.1 Natura 2000-gebieden ...................................................................................... 4 3.2 Natura 2000-activiteit ........................................................................................ 4 3.3 Situatie Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 ............................................................. 5 4. Stikstofdepositie....................................................................................................... 5 4.1 Uitspraak PAS Raad van State ......................................................................... 5 4.2 Stikstofregistratiesysteem ................................................................................. 6 4.3 Gemeentelijk Programma Aanpak Stikstof ........................................................ 6 4.4 Beleidsregels intern en extern salderen ............................................................ 7 4.5 Regels bij bouwwerkzaamheden: .....................................................................

7 4.5.1 Situatie plan ............................................................................................... 8 5. Conclusie ................................................................................................................. 9

Bijlagen 1. Overzicht situatie 2. Aeriusberekening

Memo stikstof V Zuijlen v Nieveltlaan 58 Barneveld Aug.24-v1

2

Versie: 12 augustus 2024

1. Aanleiding en doel Initiatiefnemer heeft het voornemen de bestaande woning aan de Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 te Barneveld te slopen en te vervangen door een appartementencomplex, met maatschappelijk functies op de begane grond. De gemeente heeft gevraagd hiervoor een stikstofberekening aan te leveren.

2. Beschrijving situatie Een overzicht van de situatie is weergegeven in de figuren hieronder en in de bijlage. De planlocatie ligt in het noordoosten van Barneveld. De Van Zuijlen van Nieveltlaan is een vrij drukke weg, uitkomend op een geregelde kruising met de nog drukkere Dr. W. Dreeslaan en de provinciale weg naar Kootwijkerbroek. Plan is de bestaande woning te slopen en een appartementengebouw te realiseren, met drie bouwlagen. De plint van het gebouw biedt ruimte voor maatschappelijk activiteiten, op de 1 e en 2e verdieping komen appartementen. De bedoeling is dan dat mensen met een beperking en/of afstand tot de arbeidsmarkt kunnen deelnemen aan zinvolle dagbesteding en duurzame deelname aan arbeid. Daarnaast is het plan een vrij toegankelijke ecologische belevingstuin te realiseren. De gemeente heeft gevraagd voor de bouw een stikstofberekening aan te leveren om eventuele externe werking aan te tonen of uit te sluiten.

Memo stikstof V Zuijlen v Nieveltlaan 58 Barneveld Aug.24-v1

3

Versie: 12 augustus 2024

3. Gebiedsbescherming Dit beschrijft in algemene zin de te verwachten effecten van realisatie van het bestemmingsplan op beschermde gebieden en doelsoorten. Het plangebied ligt in de kom van Barneveld. Artikel 2.44 Ow vormt de invulling van de Europese gebiedsbescherming onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en heeft als doel het beschermen en instandhouding van bijzondere gebieden in Nederland. De Nederlandse wetgeving heeft dit vastgelegd in een groot aantal Natura 2000-gebieden.

3.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 omvat een samenhangend Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Alle Europese lidstaten dragen hieraan bij. Natura 2000 is gericht op het behoud van natuurgebieden en de ontwikkeling daarvan. Bescherming is nodig voor het behoud van de biodiversiteit (soortenrijkdom) en om te voldoen aan de verplichtingen van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen de Ecologische Hoofdstructuur.

3.2 Natura 2000-activiteit De Ow gaat uit van activiteiten. Activiteiten welke significante invloed kunnen hebben op Natura 2000-gebieden heten een Natura 2000-activiteit. Een juridische definitie staat in bijlage A van de Ow. Er is geen definitie van 'significant' gegeven, dus dat moet blijken uit een beschrijving van diverse factoren, zoals bijv.:   

afname oppervlakte van een habitat in relatie tot de zeldzaamheid daarvan afname populatie in relatie tot de zeldzaamheid van planten- of diersoorten in die populatie algemene condities van het gebied voor behoud en herstel van een habitat of van soorten

Het komt neer op de vraag of de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied in gevaar komen door de activiteit. De Leidraad bepaling significantie 1 geeft handvatten om invulling te geven aan de term 'significant' en ook de Handreiking Voortoets Stikstof van BIJ12. Een Natura 2000-activiteit kan plaatsvinden in een Natura 2000-gebied. Maar heel vaak vindt de activiteit juist plaats buiten een Natura 2000-gebied. Ook dan kan een activiteit effect op het Natura 2000-gebied hebben. Dit wordt de 'externe werking’ genoemd. Een voorbeeld hiervan is bijv. de stikstofdepositie. Als het effect significant kan zijn, moet de initiatiefnemer meestal een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit hebben. Als met een zgn. voortoets significante effecten niet zijn uit te sluiten, dan is een passende beoordeling nodig (art. 16.53 Ow). Als hieruit blijkt dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied met zekerheid niet zal aantasten, dan kan vergunningverlening plaatsvinden (artikel 8.74b, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)). Geeft die beoordeling deze zekerheid niet, dan kan vergunningverlening alleen plaatsvinden als aan alle volgende voorwaarden is voldaan: 

er zijn geen reële alternatieven voor de activiteit

1 Leidraad bepaling significantie, 27 mei 2010, Steunpunt Natura 2000 en BIJ12: Handreiking Voortoets

Stikstof februari 2021

Memo stikstof V Zuijlen v Nieveltlaan 58 Barneveld Aug.24-v1

4

Versie: 12 augustus 2024

 

er is sprake van een dwingende reden van groot openbaar belang er vindt natuurcompensatie plaats

Een dwingende reden van groot openbaar belang kan ook een reden zijn van sociale of economische aard. Als het om een prioritaire habitat of prioritaire soort gaat, dan geldt als dwingende reden van groot openbaar belang alleen, menselijke gezondheid, openbare veiligheid, gunstige effecten voor het milieu of een reden die door de Europese Commissie is geaccepteerd (dat kan ook een reden van sociale of economische aard zijn).

3.3 Situatie Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 Het plan ligt op ruim 4,7 km van Natura 2000-gebied Veluwe (zie figuur hiernaast PDOK augustus 2024). Diverse habitats en soorten van de Veluwe zijn beschermd, zoals enkele bos- en heidetypen. Specifieke bescherming is er voor o.a. het Vliegend hert, Gevlekte witsnuitlibel en Kamsalamander. Relevante vogelsoorten zijn o.a. Wespendief, Zwarte specht, Boomleeuwerik, Nachtzwaluw en IJsvogel. Gezien de ligging en de afstand zijn directe effecten op beschermde habitats en soorten uit te sluiten.

4. Stikstofdepositie Diverse Natura 2000-gebieden hebben habitats welke gevoelig zijn voor verzuring. Daarom moet bij nieuwe plannen ook worden bekeken of de plannen leiden tot toename van de stikstofdepositie (externe werking).

4.1 Uitspraak PAS Raad van State De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer is te gebruiken als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten, die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Stikstof is één van de aspecten waarop een project of plan (zoals een bestemmingsplan) moet worden getoetst. Complicerende factor hierbij is dat stikstof tot op grote(re) afstand van de bron neerslaat. Daarbij zijn er in Nederland momenteel 118 Natura 2000gebieden met overbelaste stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van (dier)soorten. Voor projecten betekent dit dat moet worden beoordeeld of een omgevingsvergunning is vereist. Gedeputeerde staten (en in een aantal gevallen het ministerie van LNV) zijn het bevoegde gezag voor deze vergunning.

Memo stikstof V Zuijlen v Nieveltlaan 58 Barneveld Aug.24-v1

5

Versie: 12 augustus 2024

4.2 Stikstofregistratiesysteem Onder de Omgevingswet is er een stikstofregistratiesysteem in plaats van de nationale Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De Omgevingswet geeft regels over een stikstofregistratiesysteem voor woningbouwprojecten en enkele rijkswegen. Dat systeem houdt bij hoeveel ruimte er aan stikstofdepositie is voor (nieuwe) projecten zonder dat Natura 2000-gebieden daaronder lijden. De uitwisseling en/of toedeling van stikstofruimte loopt via Aerius Register. Dit is alleen beschikbaar voor het bevoegd gezag. Per 1 juli 2021 is de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering en ook het bijbehorende Besluit van kracht geworden. De regelt de structurele stikstofaanpak door de volgende onderdelen op te nemen in het stelsel van de Omgevingswet: 

resultaatsverplichtende omgevingswaarden voor de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (in 2030 moet minimaal 50% en in 2035 minimaal 74% van de voor stikstof gevoelige habitats onder de kritische depositiewaarde zitten).

 

een verplicht Rijksprogramma stikstofreductie en natuurverbetering een systeem van monitoring en bijsturing

Onderdeel van deze wet was de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Door een uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 mag de bouwvrijstelling niet meer worden toegepast. Daardoor moet nu dus weer voor elke aanvraag ook in de aanlegfase worden bekeken of er mogelijk significant negatieve effecten kunnen optreden op beschermde gebieden.

4.3 Gemeentelijk Programma Aanpak Stikstof Een gemeentelijk Programma Aanpak Stikstof (PAS) kan regels bevatten over het verlenen van omgevingsvergunningen. Het gaat om Natura 2000-activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken. Die regels moet het bevoegd gezag gebruiken bij het beoordelen van de aanvraag (artikel 8.74d, Bkl). In het geval van een projectbesluit hoeft dat niet als daarin staat dat:  

het geldt als een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit regels over vergunningverlening in het gemeentelijk programma aanpak stikstof niet gelden als beoordelingsregel

Er geldt een beoordelingsregel voor Natura 2000-activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken in een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied (artikel 17a.2 Omgevingsregeling, dit artikel is tijdelijk in de plaats van artikel 8.74e, Bkl). Die beoordelingsregel houdt in dat vergunningverlening kan plaatsvinden met gebruik van de stikstofdepositieruimte in het stikstofregistratiesysteem van AERIUS Register. Dat systeem registreert per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied wat de stikstofreductie is door stikstofmaatregelen die zijn getroffen en aan dat systeem zijn gekoppeld. Stikstofmaatregelen die te koppelen zijn aan dat systeem zijn sluitingen van varkenshouderijen (artikel 17a.3, lid 1, Omgevingsregeling, dit artikel is tijdelijk in de plaats van artikel 11.70, lid 1, Bkl). Deze maatregelen zijn aanvullend op de maatregelen die nodig zijn om de Natura 2000-waarden te behouden of te herstellen. Zie verder hoofdstuk 17A Omgevingsregeling.

Memo stikstof V Zuijlen v Nieveltlaan 58 Barneveld Aug.24-v1

6

Versie: 12 augustus 2024

4.4 Beleidsregels intern en extern salderen Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben regels vastgesteld voor intern en extern salderen. Deze beleidsregels gelden voor de het verlenen van vergunningen op grond van de Omgevingswet vanwege de effecten door stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Activiteiten waarbij niks verandert, behouden hun vergunning. Voor activiteiten waarvoor wel een vergunning nodig is, moet gezorgd worden dat de depositie van stikstof in Natura 2000-gebieden per saldo niet toeneemt. De beleidsregels stellen met name voorwaarden aan intern en extern salderen: 

Intern salderen: Bedrijf mag een bepaalde hoeveel stikstof uitstoten. Nieuwe activiteiten of bestaande activiteiten veranderen kan, als de depositie per saldo niet toeneemt. Alleen de al gerealiseerde capaciteit van de vergunning is te gebruiken voor saldering. Extern salderen: De aanvrager maakt gebruik van de vergunning van een ander bedrijf dat wordt beëindigd. Slechts 70% van de gerealiseerde stikstofcapaciteit mag gebruikt worden.

Voor intern salderen geldt momenteel geen vergunningplicht, voor extern salderen wel. Er gaan stemmen op om ook intern salderen onder de vergunningplicht te brengen.

4.5 Regels bij bouwwerkzaamheden: In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan regels over het beperken van de stikstofuitstoot bij bouwwerkzaamheden. Degene die bouwwerkzaamheden uitvoert of laat uitvoeren, moet adequate maatregelen nemen om de stikstofuitstoot te beperken (artikel 7.19a Bbl). Dat geldt alleen voor een van de volgende gevallen:  Voor het bouwen is een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit nodig  Voor het bouwen is een bouwmelding nodig

De verplichting geldt dan voor de bouwfase op de bouwplaats. Dus bijvoorbeeld niet voor vervoersbewegingen van en naar de bouwplaats of voor het gebruik van het gerealiseerde bouwwerk (gebruiksfase). Bij 'adequaat' gaat het om maatregelen die doeltreffend, doelmatig en dus proportioneel zijn. Daaronder vallen dus geen maatregelen die onevenredig zwaar zijn (voor degene die bouwt of laat bouwen) ten opzichte van het te verwachten effect. Aan de andere kant is het ook niet de bedoeling dat degene die bouwt of laat bouwen alleen maar enkele zeer beperkte maatregelen neemt terwijl andere proportionele en effectieve maatregelen blijven liggen. Informatie over deze stikstofbeperkende maatregelen moet gelijktijdig met een bouwmelding of vergunningaanvraag (voor de technische bouwactiviteit) naar het bevoegd gezag toe (artikel 7.5c Bbl). Voor een sloopmelding geldt dat als redelijkerwijs meer dan 10 m3 is te verwachten. Op deze manier zijn de voorgenomen maatregelen bekend voor aanvang van de bouw. Ook als de informatie later wijzigt, moeten die gewijzigde gegevens naar het bevoegd gezag toe (artikel 7.5c, lid 2 Bbl). Met het formulier informatieplicht emissiereductieplicht is de informatie toe te sturen. Informatie over de stikstofbeperkende maatregelen moet ook aanwezig zijn op de bouw-

Memo stikstof V Zuijlen v Nieveltlaan 58 Barneveld Aug.24-v1

7

Versie: 12 augustus 2024

plaats (artikel 7.8, onder h Bbl). Hierin verklaart de bouwer dat wordt voldaan aan de routekaart SEB (Schoon en emissieloos bouwen). Hierin is een aantal niveaus opgenomen m.b.t. emissie-eisen van mobiele werktuigen waaraan minimaal moet worden voldaan. Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift een specifieke invulling geven aan de regel over het nemen van stikstofbeperkende maatregelen (artikel 7.5, lid 4 Bbl). Het maatwerkvoorschrift mag de uitvoering van het projectbesluit niet belemmeren. Meer informatie is te vinden in de ‘Handreiking emissiereductieplicht aan het bevoegd gezag’.

4.5.1 Situatie plan Het plangebied ligt op ruim 4,7 km van Natura 2000-gebied Veluwe (zie figuur hiernaast PDOK augustus 2024). In de voorliggende situatie betreft het in de bestaande situatie één woning en een bijgebouw. De bestaande woning en de loods zijn gasgestookt. Voor zowel de bestaande woning als het bijgebouw zijn er transportbewegingen. Het nieuwe appartementengebouw is gasloos. In de CROW publicatie 381 is geen aparte categorie opgenomen voor dagbesteding. Voor de dagbesteding is rekening gehouden met het aantal transportbewegingen horend bij een bedrijfsverzamelgebouw. Op voorhand is uit te sluiten dat dit tot een depositie leidt. De situatie is echter wel ingevoerd in Aerius. Er is geen stikstofdepositie berekend hoger dan 0.0 mol/ha/jaar. Na de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 moet ook de aanlegfase weer in de berekeningen worden meegenomen. In deze situatie gaat het om sloop van de twee opstallen. Vervolgens het bouwrijp maken en de bouw van een nieuw appartementengebouw. De gegevens zijn ingevoerd in het programma Aerius (aug. 2024). Daaruit blijkt in de aanlegfase geen depositie groter dan 0.00 mol/ha/jaar. Het project leidt niet tot significant negatieve effecten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning Natura-2000 activiteit voor gebieden is hiermee niet nodig.

Memo stikstof V Zuijlen v Nieveltlaan 58 Barneveld Aug.24-v1

8

Versie: 12 augustus 2024

5. Conclusie 

Initiatiefnemer heeft het plan op het perceel van de Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 in de kom van Barneveld de bedrijfsbestemming te wijzigen. De bestaande woning en bijgebouw worden gesloopt en er komt een appartementengebouw van 3 bouwlagen met zorgfuncties in de plint en appartementen op de verdiepingen.

Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is de Veluwe op ca. 4.7 km afstand. Er zijn daarmee geen direct negatieve gevolgen te verwachten voor beschermde soorten of habitats.

Hoewel effecten gezien de afstand niet worden verwacht is voor de externe werking gekeken naar de stikstofdepositie op voor verzuring gevoelige gebieden.

Zowel de gebruiksfase als de aanlegfase zijn berekend met Aerius 2023. Er is geen bijdrage berekend groter dan 0.00 mol/ha/jaar. Externe werking is uit te sluiten.

Nu de depositie niet hoger is dan 0.00 mol/ha/jaar is nader onderzoek of een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit voor het plan niet nodig.

Bijlagen 1. Overzicht situatie 2. Aeriusberekening

Memo stikstof V Zuijlen v Nieveltlaan 58 Barneveld Aug.24-v1

9

Versie: 12 augustus 2024

Bijlage 1 Overzicht situatie

Ligging t.o.v. Natura 2000 gebied

Bijlage 2 Overzicht berekeningen Aerius

Gebruiksfase

Aanlegfase

Aerius 2023

Aerius: Uitgangspunten stikstofberekening Locatie

: Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 Barneveld

Rekendatum

: 12 augustus 2024

Bestaand:  Eén vrijstaande woning en bijgebouw o Gasgestookt: 3200 m3      o 7.6-8.4 (gem. 8.0) bewegingen/etmaal Gebruiksfase nieuw  De exacte invulling is nog niet bekend. Gedacht wordt aan studio’s voor begeleid wonen (max. 30). Dan zijn er weinig transportbewegingen te verwachten. Ook appartementen zijn mogelijk (max. 16). Dat is voor wat betreft het aantal transportbewegingen worst case. Daarom is daar verder mee gerekend.  Appartementen (max 16 st) o Gasloos o Soc – midden, verhuur o 3.0-3.8 bewegingen/etmaal/app o Totaal max 61 bew.etmaal o (50% N / 50%Z) 

Plint o o o o o

In totaal dan ca. 94 bewegingen/etmaal (50% N / 50%Z)

Dagbesteding - 310 m2 BVO Gasloos CROW 381- niet echt een klasse. Aangesloten bij bedrijfsverzamelgebouw 5.6-7.4 bewegingen/100 m 2 BVO Max. 23 bew./etmaal.

Aanlegfase De woning en bijgebouw worden gesloopt. Het terrein wordt bouwrijp gemaakt. Het uitgraven van de fundering (ca. 450 m3 ) kost ca. 6 uur. De grond wordt grotendeels afgevoerd. Verder vrij traditionele bouw en een doorlooptijd van ca. 12 maanden. In overleg is een inschatting gemaakt van de inzet van mobiele werktuigen en de te verwachten transportbewegingen. Voor berekening van de stikstofemissie van de werktuigen is uitgegaan van de rapportage van TNO: tabellen bij rapport TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen. Voor de stationaire bronnen (vrachtverkeer) is uitgegaan van de invoerinstructie

Aerius 2023.2 in Bijlage 12 voor 2024. Het bouwverkeer is gezien de drukte op de wegen vrijwel direct opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Een overzicht van de invoer van mobiele werktuigen en transport is weergegeven in onderstaande tabel.

Overzicht gegevens t.b.v. AERIUS berekening Project: Opdrachtgever: Projectnummer: Datum: Datum gewijzigd:

Sloop en nieuwbouw Van Zuijlen van Nieveltlaan 58 Barneveld Oramba 2023-049 27-11-2023 12-8-2024

1. Aanlegfase Inzet mobiele voertuigen voor sloop, bouw en constructie Onderdeel werkzaamheden (bv Beschrijving mobiel bouwrijp maken, sloop, bouw, werktuig etc.) 1 Sloop woning en bijgebouw 2 Fundering / grondwerk 3 Bouw 4 Bouw 5 Bouw 6 Grondwerk / tuin 7 Parkeerplaatsen 8 9 10 TOTAAL

Hydraulische kraan Mobiele kraan Verreiker / vrachtw Betonmixer Betonpomp Graafmachine Trilplaat

Bouwjaar Stageklasse werktuig >2017 >2017 >2017 >2017 >2017 >2017 >2017

LV 36 2 2 3 3 4 10 4 4 4 6 6 10 9 360

16 6 20 4 2,5 16 16

13,63 11,76 19,24 17,37 17,37 9,98 5,00

13,1 4,2 23,1 4,2 2,6 9,6 4,8 0,0

188

9 9

94 94

Algemeen Doorlooptijd (mnd) Werkbare dagen Busje aannemer (gem.)

12 240 1,5

maand dagen per dag

10 20

ZV 72 4 4 6 6 8 20 8 8 8 12 12 20

18

360 360

Lichte voertuigen Middelzwaar stationair Zwaar stationair

ja ja ja ja ja ja nee

18

helft helft

Lostijd (min.)

Bewegingen MV

720 720

Richting NW Richting ZO

Stationair

140 120 200 180 180 100 <56

218 71 385 69 43 160 80 0

808 Vrachten / leveringen

Afvoer puin, zand, hout e.d. Aanvoer zand Dakpannen Dakisolatie Isolatie wanden Kanalplaatvloeren Beton Kozijnen Glas Hout Installaties Stenen Algemene leveringen Algemene leveringen Aannemer

IV of hoger IV of hoger IV of hoger IV of hoger IV of hoger IV of hoger IV of hoger

vermogen SCRDraaiuren Brandstof Add blue BrandstofkW systeem (u/j) (L/u) (L) verbruik (ja/nee?) (l/j)

Draaitijd stationair % uur/jr 0,0 50% 1,5 50% 31,3

Rekenjaar 2024 2024 2024

Emissiefactor NH3 g/u Nox g/u 0,1704 6,21 0,69 80,6676 0,9072 86,7612

Emissie stationair NH3 kg/j Nox Kg/j 0 0 0,001035 0,121001 0,028426 2,718518

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

  

  

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

 

 

 

 

 

 

   

 

 

 

 

  

  

 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=1df74f61-aba0-4f8a-9f3b-04c4856300b2